CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bronnenonderzoek (Rapportage 's-Hertogenbosch verkenning warmtesysteem 's-Hertogenbosch)

Gemeenteraad 10 oktober 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Transitievisie Warmte 2.07.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage Verkenning gemeentelijk warmtesysteem gemeente ‘s-Hertogenbosch Qirion EC | WKP| Duiven 22-6-2023

Colofon Datum:

22-06-2023

Contactpersoon: E-mail: Telefoon nummer:

Sander Markus sander.markus@qirion.nl +31 6 11 08 82 96

Onderwerp: Projectnummer: Gecontroleerd door: Klant: Auteur(s):

Verkenning gemeentelijk warmtesysteem 'Bronnenstudie’ ECP-0123 Sander Markus Gemeente ‘s-Hertogenbosch Stefan Nellen, Alwin van der Ven, Rob Bremer

Qirion B.V. KvK-nummer Bezoekadres Telefoon: Postadres: www.qirion.nl info@qirion.nl

09119276 Dijkgraaf 4, 6921 RL Duiven (088) 191 00 00 Locatiecode 2NA8120, Postbus 50, 6920 AB Duiven

2

22-6-2023

Managementsamenvatting (1/2) Conclusies •

Het is goed mogelijk om in de gemeente ‘s-Hertogenbosch een duurzaam integraal gemeentelijk warmtesysteem te realiseren. Er zijn voldoende warmtebronnen aanwezig die het warmtenet kunnen

voeden en er is een logische indeling in warmtekavels te maken. •

De volgende drie bronnen zijn het meest geschikt bevonden, om warmte te leveren aan warmtenetten: 1. Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) uit de effluent van Riool Water Zuiveringsinstallatie (RWZI) Treurenburg 2. Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) uit de Maas 3. Lucht d.m.v. Collectieve lucht-water warmtepompen

•

De warmteoplossing voor de warmtekavels in de stad komen grotendeels in aanmerking voor collectieve warmte, de buitengebieden zijn niet geschikt voor collectieve warmte en hier zal de oplossing gevonden kunnen worden in bijvoorbeeld een duurzaam gas of een maatwerkoplossing. De warmtekavels met nieuwere woningen komen in aanmerking voor individuele all-electric oplossingen. Voor de oude binnenstad, de buitengebieden en de industriegebieden wordt maatwerk voorzien.

•

Kijkende naar de drie geselecteerde warmtebronnen, heeft de RWZI prioriteit omdat deze de meest hoogwaardige warmte beschikbaar kan stellen. Buurtwarmtepompen kunnen hierin als transitiebron (katalysator) fungeren voor warmtekavels die geschikt zijn voor collectieve warmte. Na de volledige inzet van de warmte van de RWZI kan gestart worden met de ontwikkeling van de TEO uit de Maas.

•

Gestart kan worden met het ontwikkelen van warmtenetten in de warmtekavels met de hoogste prioriteit. Technisch financieel zijn dit de dichtstbijzijnde kansrijke kavels voor collectieve warmte vanuit de locatie van de RWZI bekeken.

3

22-6-2023

Managementsamenvatting (2/2) Aanbevelingen •

Wanneer een nieuwe warmtebronnen in beeld komt wordt geadviseerd te toetsen of deze inpasbaar zijn in het integrale warmtesysteem.

•

Zet naast het ontwikkelen van duurzame bronnen ook in op energiebesparing om de warmtevraag te verkleinen.

•

Onderzoek koppelkansen met andere wegwerkzaamheden om de haalbaarheid en realisatietermijn van de aanleg van het warmtenetwerk te versnellen.

•

De impact op elektranet (en maakbaarheid) dient beter in beeld te worden gebracht, hiervoor is inzicht in het totale energievraagstuk nodig (dus ook vraag naar elektriciteit en kansen voor opwek) om mogelijke koppelkansen te inventariseren en impact van andere ontwikkelingen op bestaande energie infrastructuur te bepalen.

•

Om grote voorinvesteringen te minimaliseren kunnen er twee principes in de ontwikkelstrategie aangehouden worden: 1.

Prioriteit geven aan de buurten die het dichtst bij de bronnen liggen

2.

Starten met het aanleggen van distributienetten op basis van een tijdelijke buurtwarmtepomp die, zodra de schaalgrootte is bereikt die de investeringen voor de backbone en de realisatie van de bron verantwoorden, als kralen aan de backbone rijgen.

4

22-6-2023

Inhoudsopgave Context Managementsamenvatting 1.

Inleiding

2.

Scope

3.

Werkwijze

4.

Bronnenstudie

5.

Warmtevraag

6.

Warmteconcept / Integraal warmtesysteem; inzet warmtebronnen

7.

Conclusies en aanbevelingen

Bijlagen

5

22-6-2023

1. Inleiding Voor u ligt de rapportage van de verkenning naar een gemeentelijk warmtesysteem voor de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Doel van het project is om inzicht te verkrijgen in de beschikbare warmtebronnen in de gemeente ‘s-Hertogenbosch, de buurten die daar mogelijk op aangesloten kunnen worden en de onderlinge samenhang in een toekomstig gemeentelijk breed warmtenet.

6

22-6-2023

2. Scope Geografische scope De gehele gemeente 's-Hertogenbosch is aangehouden als geografische scope van het onderzoek. Naast de stad zelf zijn dit dus ook de omliggende

dorpen en het buitengebied. Hiervoor is gekozen omdat duurzame warmtebronnen zich niet altijd direct in de stad bevinden. Daarnaast kunnen ook buurten die buiten de stad liggen geschikt zijn voor collectieve warmtesystemen die mogelijk ook gekoppeld kunnen worden aan een groter geheel. Het onderzoek richt zich alleen op de huidige gebouwde omgeving, (her)ontwikkelingsprojecten worden buiten beschouwing gelaten.

7

22-6-2023

3. Werkwijze De doelstelling van het project is om inzicht te verkrijgen in de beschikbare warmtebronnen in de gemeente ‘s-Hertogenbosch, de buurten die daar mogelijk op aangesloten kunnen worden en de onderlinge samenhang in een toekomstig gemeentelijk breed warmtenet. Om de doelstelling te bereiken is het project opgedeeld in onderstaande fasering: •

In fase 1 vindt de verkenning van lokale warmtebronnen plaats en worden deze bronnen uitgediept op kwaliteit en kwantiteit. Tevens worden de buurtanalyses uitgevoerd waarbij de warmtevraag en buurteigenschappen in kaart worden gebracht.

•

In fase 2 worden, op basis van de warmtebronnen én de warmtevraag, de warmtedistricten en -kavels ontworpen binnen een zo integraal mogelijk stadswarmtenet.

•

In fase 3 wordt de toekomstige gemeentelijke warmtevoorziening geoptimaliseerd in onderlinge samenhang met het bestaande elektriciteits- en gasnetwerk. Hieruit volgt een advies op welke wijze en volgorde de warmtekavels kunnen worden ontwikkeld. Hiervoor worden actief gesprekken gevoerd met de betrokken stakeholders als Enexis en (potentiële) broneigenaren.

Fase 1: Verkenning vraag en aanbod

8

Fase 2: Ontwerp warmtekavels en -districten

Fase 3: Optimaliseren gemeentelijke warmtevoorziening

22-6-2023

4. Warmtebronnen

9

1.

Geselecteerde warmtebronnen

2.

Kaart met locaties geselecteerde warmtebronnen

3.

Algemene beschrijving categorieën warmtebronnen

4.

Overzicht warmtebronnen 's-Hertogenbosch

22-6-2023

4. Warmtebronnen 1. Geselecteerde warmtebronnen Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar warmtebronnen in de gemeente. Verschillende informatiebronnen zijn geraadpleegd, waaronder het 'Warmtebronnenregister Noord-Brabant', de 'WarmteAtlas' en de 'Aquathermieviewer van de Brabantse Waterschappen'. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met partijen die mogelijk warmte kunnen leveren of betrokken zijn bij de

ontwikkeling van warmtebronnen, waaronder waterschap Aa & Maas, EBN, de provincie Noord-Brabant, TNO, Heineken, Vitelco en Interconnect. Uit een groot aantal potentiële warmtebronnen zijn de volgende drie bronnen het meest geschikt bevonden om warmte te leveren aan het toekomstige warmtenet: 1. Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) uit de effluent van Riool Water Zuiveringsinstallatie (RWZI) Treurenburg Gezuiverd afvalwater uit het effluent van de RWZI (Riool Water Zuiveringsinstallatie) Treurenburg bevat warmte, dat met een water/water-warmtepomp naar de gewenste temperatuur kan worden gebracht. Omdat het effluent een relatief hoge temperatuur heeft (tussen de 10°C en 25°C afhankelijk van het seizoen (winter versus zomer)), is er relatief weinig energie nodig om de juiste temperatuur te bereiken. Minder energie betekent ook dat dit tegen lagere kosten en dus efficiënter kan worden gedaan. 2. Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) uit de Maas Ook de warmte uit het oppervlaktewater van de Maas kan met een water/water-warmtepomp naar de gewenste temperatuur worden gebracht. Omdat de temperatuur van de Maas lager is dan die van het afvalwater is de benodigde opwaarderingsstap groter en daarmee zijn de kosten hoger en dus de efficiëntie lager. De warmtepotentie van oppervlaktewater wordt mede bepaald door het debiet (de hoeveelheid stromend water per tijdeenheid).

Omdat het debiet van de grote rivieren enorm is, is daarmee ook de potentie voor warmte uit de Maas

ongelimiteerd. 3. Thermische energie uit lucht d.m.v. een collectieve lucht-water warmtepompen Ook lucht vormt in feite een oneindige bron van warmte. Met behulp van een lucht/water-warmtepomp kan warmte worden onttrokken aan de lucht. De temperatuur van de lucht is variabeler dan die van oppervlaktewater en het onttrekken van warmte aan lucht is minder efficiënt dan het onttrekken aan water. Daar staat een “oneindige” bron, beproefde techniek en relatief beperkte omvang van de installaties tegenover, die tevens erg geschikt is als bouwsteen bij de ontwikkeling van een warmtenet van buurtniveau naar stadsniveau. De overige bronnen hebben een lager potentieel. Dit heeft verschillende redenen, zo blijkt een aantal bedrijven geen restwarmte hebben. Voor lokale wateren (altijd i.c.m. WKO’(s)) geldt dat 10

deze als bron een te beperkt vermogen leveren of in het geval van de Dommel geen WKO's in/nabij gerealiseerd kunnen worden (o.a. door een boringvrijezone). Daarnaast is de potentie van geothermie vooralsnog te beperkt om een vervolgonderzoek te starten.

22-6-2023

4. Warmtebronnen 2. Kaart met locaties geselecteerde warmtebronnen De RWZI en een TEO systeem uit de Maas zijn geselecteerd als kansrijke warmtebronnen. De

lucht/water warmtepompen worden als transitiemiddel of als decentrale oplossing ingezet en zijn daarom niet ingetekend.

11

22-6-2023

4. Warmtebronnen 3. Algemene beschrijving categorieën warmtebronnen (1/3) Lucht Buitenlucht is de grootste bruikbare (warmte & koude) bron die ingezet kan worden via individuele en/of collectieve warmtepompen. Het is onbeperkt aanwezig en de techniek is beproefd,

maar aandacht voor inpassing in de omgeving en het elektriciteitsnet is nodig. Vanaf circa 200 WEQ (Woning Equivalent, wat gelijk staat aan een warmtevraag van 24GJ, zie ook 5.3) heeft een op lucht gebaseerd systeem voldoende potentie als warmtebron voor een collectief systeem. Aquathermie Aquathermie is op te delen in drie hoofdcategorieën: 1. Thermische Energie (warmte & koude) uit Oppervlaktewater (TEO) 2. Thermische Energie (warmte & koude) uit Afvalwater (TEA) 3. Thermische Energie (warmte & koude) uit Drinkwater (TED) Bij TEO wordt met een warmtewisselaar warmte onttrokken uit oppervlaktewater, bij voorkeur bij een gemaal. De temperatuur van warmte uit TEO varieert typisch tussen de 5°C en 25°C en dient met een warmtepomp naar het gewenste temperatuurniveau te worden gebracht voor het verwarmen van de bestaande bouw. Vanaf circa 1500 WEQ heeft een TEO systeem

voldoende potentie als warmtebron. Binnen TEO onderscheiden wij drie subcategorieën: a. Grote rivieren die nagenoeg onbeperkte warmte kunnen leveren en waar de warmte het hele jaar door uit gehaald mag worden. b. Kleine rivieren en/of kanalen met beperkte warmte en/of waar de warmte enkel in een beperkte periode van het jaar uit gehaald mag worden (over het algemeen 3 maanden in de zomer). In dit laatste geval zijn er WKO's benodigd om de warmte op te slaan voor het stookseizoen. c.

12

(Diepe) plassen waarbij een WKO's benodigd om de warmte op te slaan voor het stookseizoen.

22-6-2023

4. Warmtebronnen 3. Algemene beschrijving categorieën warmtebronnen (2/3) Bij TEA wordt met een warmtewisselaar warmte onttrokken uit afvalwater. De temperatuur van afvalwater varieert tussen de 10°C en 25°C en dient met een warmtepomp naar het gewenste temperatuurniveau te worden gebracht voor het verwarmen van de bestaande bouw. Vanaf circa 1500 WEQ heeft een TEA systeem voldoende potentie als warmtebron. Binnen TEA

onderscheiden wij twee subcategorieën: a. Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) waarbij warmte gewonnen kan worden uit het influent (ingaande stroom RWZI) en/of het effluent (uitgaande stroom RWZI). Het effluent is zonder al te veel maatregelen inzetbaar als bron. Bij het onttrekken van warmte uit het influent zullen er aanvullende eisen zijn om het proces van de RWZI niet te verstoren. b. Rioolgemalen (RG) waarbij warmte gewonnen kan worden uit het afvalwater. Hoe dichter het gemaal bij de RWZI in de buurt zit hoe meer aanvullende eisen er zijn om het proces van de RWZI niet te verstoren. Bij TED wordt met een warmtewisselaar warmte onttrokken uit drinkwaterleidingen. De temperatuur van drinkwater varieert tussen de 5°C en 25°C en dient met een warmtepomp naar het gewenste temperatuurniveau te worden gebracht voor het verwarmen van de bestaande bouw. Vanaf circa 1500 WEQ heeft een TED systeem voldoende potentie als warmtebron. Bij TED systemen zijn zeer strenge eisen van toepassingen om de hoge kwaliteit van het drinkwater te behouden. Warmte uit de bodem

Warmte uit de bodem is op te delen in 3 categorieën: 1. Bodemenergie; bij bodemenergie wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp of warmte koude opslag (WKO). Met bodemenergie wordt warmte (max 15 – 20°C) en koude aan de bodem of het grondwater onttrokken en opgeslagen. De boringen worden doorgaans tot 300 meter (maximaal tot 500 meter) uitgevoerd. Uit deze diepte kunnen geen grote hoeveelheden warmte onttrokken worden zonder te regeneren. Het is in dat geval geen bron, maar enkel een vorm van warmte-opslag. 2. Conventionele geothermie; vanaf 500 meter diepte spreekt de Nederlandse wetgeving over aardwarmte (geothermie). Diep in de ondergrond is warm water opgeslagen in (poreuze) zand- en gesteentelagen. Met elke kilometer neemt de warmte van het water in de ondergrond ongeveer 30°C toe. In Nederland wordt aardwarmte doorgaans gewonnen tussen de 2 en 3 km (maximaal 4 km) diepte in de ondergrond, waarbij het water een temperatuur heeft van 70 – 90°C. 3. Ultradiepe geothermie; Ultradiepe geothermie is een vorm van aardwarmte die vanaf vier kilometer wordt gewonnen. Hierbij kunnen temperaturen worden bereikt van rond de 120°C. 22-6-2023 13

4. Warmtebronnen 3. Algemene beschrijving categorieën warmtebronnen (3/3) Restwarmte Restwarmte is overtollige warmte afkomstig uit een (vaak industrieel) thermisch proces. Normaal verdwijnt deze warmte in het riool of in de lucht maar het is goed mogelijk om deze warmte

uit te koppelen en te gebruiken als bron voor een warmtenet. Het restwarmte-aanbod is verdeeld over zeer veel verschillende bronnen van verschillende grootte en verschillende temperaturen. Omdat het lastig is om een warmtenet op te zetten vanuit veel (kleine) bronnen is er gekozen om voornamelijk te onderzoeken welke grote bronnen er aanwezig zijn. Bij restwarmtebronnen is het belangrijk om na te gaan hoe lang de processen nog restwarmte generen gezien de verduurzamingsopgave van industrie en energieopwekking. Datacenters zijn voorbeelden van bronnen waarvan verwacht wordt dat deze ook nog in de toekomst bruikbare warmte kunnen leveren. Zonthermie Thermische zonnepanelen zetten zonne-energie om in bruikbare warmte. Door deze techniek te combineren met warmte opslag kan een stabiele warmtebron gecreëerd worden. In combinatie met PV-cellen (PVT) kan er dubbel gebruik gemaakt worden van dezelfde ruimte en wordt er warmte én elektriciteit opgewekt.

14

22-6-2023

4. Warmtebronnen 4. Overzicht warmtebronnen 's-Hertogenbosch Er is een groot aantal warmtebronnen in het doelgebied onderzocht. Onderstaande drie bronnen hebben het grootste potentieel. Om die rede komen zij in aanmerkingen om als eerste de warmtevraag in te vullen van buurten die geschikt zijn voor collectieve warmte. Aan het begin van dit hoofdstuk is reeds uiteengezet waarom deze bronnen geselecteerd zijn. 1. Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) uit de effluent van Riool Water Zuiveringsinstallatie (RWZI) Treurenburg 2. Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) uit de Maas 3. Collectieve lucht-water warmtepompen Bronnen met potentieel, maar eveneens uitdagingen Naast de geselecteerde bronnen is er nog een handvol bronnen die, gezien hun warmte-leverend potentieel, aantrekkelijk zijn. Deze bronnen hebben echter eveneens uitdagingen waardoor ze niet beter zijn dan de eerste drie. Ze zijn mogelijk wel aantrekkelijk wanneer een voorkeursbron afvalt of niet toereikend genoeg blijkt te zijn. 1. TEO uit de Dommel; De Dommel heeft een zeer groot warmte-leverend potentieel van circa 63.000 woning equivalenten (WEQ). Echter dient er een gebied geïdentificeerd te worden waar grootschalig warmte opgeslagen kan worden in WKO's om hier ook daadwerkelijk gebruik van te maken.

Rondom de Dommel nabij 's-Hertogenbosch is die kans klein wegens de boringsvrije zone en de natuurgebieden die daar omheen liggen. Zie ook bijlage B. 2. Restwarmte van datacenter Interconnect; door Innoforte is reeds onderzocht dat warmtelevering aan woonwijken financieel niet gunstiger is dan individuele all-electric oplossingen. De warmte (potentieel van circa 4.700 WEQ) kan mogelijk ingezet worden op het bedrijventerrein De Brand zelf, dit zal onderzocht moeten worden. 3. TEO uit de Aa; De Aa heeft een warmte-leverend potentieel van circa 4.400 WEQ. Dit potentieel kan enkel ontsloten worden in combinatie met WKO's. Door het relatief laag aantal WEQ's is deze bron minder interessant. 4. Geothermie; Het potentieel kan heel groot zijn, maar is vooralsnog onduidelijk. Medio 2025, wanneer resultaten van het SCAN-programma bekend zijn, het potentieel opnieuw waarderen. Afgevallen bronnen Naast de reeds genoemde bronnen zijn er ook nog veel bronnen die niet geschikt zijn voor collectieve warmte. Dit komt bijvoorbeeld doordat het warmte-leverend potentieel te laag is, de bron niet in de buurt ligt van een geschikte buurt en/of er WKO's nodig zijn waardoor de bron niet financieel aantrekkelijk is. Zie ook bijlagen A en C voor een uitgebreider overzicht van alle geanalyseerde bronnen.

15

22-6-2023

5. Warmtevraag

16

1.

Meest kansrijke warmteoplossing per warmtekavel

2.

Toelichting kansrijke warmteoplossing per warmtekavel

3.

Aantal kavels en warmtevraag per warmteoplossing

4.

Toelichting indeling van de warmtekavels en buurttypologie

5.

Buurttypologie – resultatenkaart

22-6-2023

5. Warmtevraag 1. Meest kansrijke warmteoplossing per warmtekavel De gemeente ‘s-Hertogenbosch is opgedeeld in warmtekavels, die overeenkomen met de CBS buurt indeling1. waarbij gekeken is welke warmteoplossing hiervoor het meest geschikt is. Op basis van de gesprekken met o.a. de wijkmanagers en woningcoöperaties zijn geen aanleidingen gevonden om af te wijken van deze buurtindeling. Op de kaart zijn de warmtekavels weergegeven waarbij elke kleur correspondeert met de meest kansrijke warmteoplossing. De kaart geeft nog geen koppeling met mogelijke warmtebronnen. De warmteoplossing voor de warmtekavels in de stad komen grotendeels in aanmerking voor collectieve warmte, in de buitengebieden zal de oplossing gevonden kunnen worden in duurzaam gas of zal er naar maatwerkoplossing gekeken moeten worden. De warmtekavels met nieuwere woningen komen in aanmerking voor individuele all-electric oplossingen. Voor de oude binnenstad, de buitengebieden en de industriegebieden wordt maatwerk voorzien. 1Hinthamerpoort is opgesplitst in Hinthamerpoort en Hinthamerpoort West omdat in het westelijke deel al een bestaand warmtenet ligt.

17

22-6-2023

5. Warmtevraag 2. Toelichting kansrijke warmteoplossing per warmtekavel Goed geschikt voor collectieve warmte Buurten waar op dit moment distributienetten economisch realiseerbaar zijn. Hierin zijn enkel hoog stedelijke buurten opgenomen met uitzondering van oude binnensteden en nieuwbouw na 2005. Oude binnensteden zijn nu nog te kostbaar om aan te sluiten; vanwege ondergrondse ruimte die vaak zeer beperkt is, complexe inpandige situaties waardoor installaties moeilijk aan te sluiten zijn, daarnaast is het plaatsen van warmteoverdrachtstations (WOS'en) lastig door beperkte beschikbare ruimte. Bij nieuwbouw na 2005 heeft collectieve warmte concurrentie van andere aardgasloze alternatieven, plus de beperkte afname verlaagt de rendabiliteit van warmtenetten. Geschikt voor collectieve warmte Buurten waar op dit moment distributienetten economisch en technisch uitdagend zijn, maar waar op midden lange termijn warmtenetten mogelijk realiseerbaar zijn. Hierin vallen alle sterk stedelijke buurten met uitzondering van oude binnensteden en nieuwbouw na 2005.

Geschikt voor individueel all-electric Buurten waar individuele all-electric oplossingen economisch uitdagend worden wegens de isolatiegraad van gebouwen. In de transitie naar individuele all-electric oplossingen is het logisch om hier eerst in te zetten op isolatiemaatregelen en aanpassing van het warmteafgiftesysteem naar aardgasloze verwarming zijn. Dit zijn alle matig tot niet stedelijke buurten van 1964 t/m 2005. Geschikt voor duurzaam gas of maatwerk Oud binnenstedelijke buurten (bouwjaar <1900) en matig en minder stedelijke buurten van voor 1963, zijn economisch en technisch uitdagend om aan te sluiten op een collectief systeem of individuele all-electric oplossing te realiseren. Duurzaam gas kan hier een uitkomst bieden, mogelijk in combinatie met hybride warmtepompen. Situatie afhankelijk zal later moeten blijken welk alternatief voor aardgas hier economisch toegepast kan worden. Voor de hoog en sterk stedelijke buurten kan collectieve warmte afgewogen worden.

Goed geschikt voor gebouw collectieve warmte Buurten waarin collectieve warmte op pandniveau economisch realiseerbaar zijn. Dit zijn hoog stedelijke buurten na 2005. In deze buurten zorgen sterk geïsoleerde hoogbouw panden ervoor dat oplossingen met collectieve warmtepompen haalbaar worden. Ook kan er gekozen worden om deze buurten op collectieve warmte aan te sluiten, vanwege de hoge stedelijkheid.

Maatwerk Kantoren en industriegebieden vereisen passend maatwerk. In het brede pallet van oplossingen, afhankelijk van de bedrijvigheid, zitten o.a. WKO's, warmteuitwisseling en het invullen van proceswarmte met duurzame gassen.

Typisch bestaan de collectieve warmte oplossing uit warmtenetten die 70graden kunnen leveren voor zowel ruimteverwarming als tapwaterverwarming.

Bouwjaar Hoog <1900 1900-1944 1945-1963 1964-1990 1991-2005 2005-2018 >2018

Goed geschikt voor individueel all-electric In alle buurten na 2005 met uitzondering van de hoog stedelijke buurten zijn individuele allelectric oplossingen, wegens de hoge isolatiegraad, economisch de meest voor de hand liggende keuze. 18

Mate van stedelijkheid Sterk Matig Weinig

Kantoren/ Landelijk industrie

22-6-2023

5. Warmtevraag 3. Aantal kavels en warmtevraag per warmteoplossing De tabel geeft de kwantitatieve weergave van de totale warmtevraag van

Warmteoplossing

alle woningen en utiliteit in de gemeente 's-Hertogenbosch. In de tabel is per warmteoplossing weergegeven hoeveel kavels hieronder vallen, wat het totaal aantal woningen en utiliteit is en wat de totale warmtevraag uitgedrukt in woning equivalenten (WEQ) is. Een WEQ hebben we gedefinieerd als het gemiddelde verbruik van de woningen. Hierbij is uitgegaan van de toekomstige gemiddelde vraag (uitgaande van een warmtevraagreductie van 20% in 20451 ) van de buurten die geschikt zijn voor collectieve warmte. 1WEQ=24GJ per woning. Voor de indeling van de warmtekavels zijn de CBS buurtgrenzen en achterliggende verbruiksdata van 2020 als basis genomen, met daarnaast CBS postcode 6 verbruiksdata 2020.

Goed geschikt collectieve warmte

Geschikt voor collectieve warmte Goed geschikt voor gebouw collectieve warmte Goed geschikt voor individueel all-electric Goed geschikt voor individueel all-electric Duurzaam gas of maatwerk

Aantal warmtekavels

Aantal woningen

Totale Warmtevraag woningen (GJ)

Aantal Utiliteit

Totale Warmtevraag utiliteit (GJ)

Totaal WEQ

37

41.647

788.373

1771

59.656

35.387

14

12.022

283.091

647

31.383

13.123

3

4.132

36.667

284

34.155

2.955

8

4.776

82.235

128

29.737

4.672

6

5.893

172.754

369

20.586

8.068

24

7.975

174.313

2052

316.593

20.485

15

158

5.511

2131

393.644

16.656

Maatwerk

1Regionale Structuur Warmte voor RES Noord Oost Brabant 1.0 (geeft 25% reductie van de warmtevraag tussen 2017 en 2050. Tussen 2020 en 2045 is dat circa 20%).

19

22-6-2023

5. Warmtevraag 4. Toelichting indeling van de warmtekavels en buurttypologie De CBS buurten zijn als basis gebruikt voor de indeling van de warmtekavels. De meest kansrijke warmteoplossing is bepaald op basis van mate van stedelijkheid, meest voorkomende bouwjaarsegment en percentage utiliteit in elke buurt. Hierbij is kritisch gekeken naar stedelijkheid van buurten die dicht bij de grenswaarden liggen en aangepast als er sprake was van niet bebouwde gebieden zoals sportvelden of openbaar groen. Elke cel in de tabel in paragraaf 5.2 heeft een achterliggende buurttype naam. Buurttopologie wordt bepaald aan de hand van een drietal factoren: •

Bouwjaar segmenten

•

Mate van stedelijkheid

•

Functie

Bouwjaar segmenten •

De gekozen bouwjaarsegmenten sluiten aan bij voorbeeldwoningen RVO en eerder analyses door CE-Delft

•

Indeling o.b.v. : meest voorkomende bouwjaar per buurt

Categorieën stedelijkheid verblijfsobjecten/km2 1. Hoog stedelijk

>2500

2. Sterk stedelijk

1500-2500

3. Matig stedelijk

1000-1500

4. Weinig stedelijk

500-1000

5. Niet stedelijk

<500

Functie •

Als er sprake is van >50% industrie of kantoor in een buurt dan is er sprake van een kantoren / industrie gebied

•

Als het aandeel woningen >20% en het aantal utiliteit >25% in een gebied dan is er sprake van een mix woning en utiliteit

20

Buurt Oude binnensteden hoog stedelijk Oude binnensteden sterk stedelijk Oude binnensteden matig stedelijk Oude binnensteden weinig stedelijk Oude binnensteden: Woning & utiliteit 1e ringen: hoog stedelijk 1e ringen sterk stedelijk 1e ringen matig stedelijk 1e ringen weinig stedelijk 1e ringen: woning & utiliteit Wederopbouw: hoog stedelijk Wederopbouw: sterk stedelijk Wederopbouw: matig stedelijk Wederopbouw: weinig stedelijk Wederopbouw: woning & utiliteit Bloemkoolwijk: hoog stedelijk Bloemkoolwijk: sterk stedelijk Bloemkoolwijk: matig stedelijk Bloemkoolwijk: weinig stedelijk Bloemkoolwijk: woning & utiliteit Recente nieuwbouw: hoog stedelijk Recente nieuwbouw: sterk stedelijk Recente nieuwbouw: matig stedelijk Recente nieuwbouw: weinig stedelijk Recente nieuwbouw: woning & utiliteit Nieuwbouw: hoog stedelijk Nieuwbouw: sterk stedelijk Nieuwbouw: matig stedelijk Nieuwbouw: weinig stedelijk Nieuwbouw: woning & utiliteit Nieuwbouw na 2018: hoog stedelijk Nieuwbouw na 2018: sterk stedelijk Nieuwbouw na 2018: matig stedelijk Nieuwbouw na 2018: weinig stedelijk Nieuwbouw na 2018: woning & utiliteit Kantoren / industrie Overig/ landelijk

Bouwjaar Stedelijkheid <1900 1 <1900 2 <1900 3 <1900 4 <1900 1,2,3,4 1900-1944 1 1900-1944 2 1900-1944 3 1900-1944 4 1900-1944 1,2,3,4 1945-1963 1 1945-1963 2 1945-1963 3 1945-1963 4 1945-1963 1,2,3,4 1964-1990 1 1964-1990 2 1964-1990 3 1964-1990 4 1964-1990 1,2,3,4 1991-2005 1 1991-2005 2 1991-2005 3 1991-2005 4 1991-2005 1,2,3,4 2006-2018 1 2006-2018 2 2006-2018 3 2006-2018 4 2006-2020 1,2,3,4 2018> 1 2018> 2 2018> 3 2018> 4 2018> 1,2,3,4 22-6-2023 alles 1,2,3,4,5 alles 5

5. Warmtevraag

5. Buurttypologie – resultatenkaart

21

22-6-2023

6. Integraal warmtesysteem

22

1.

Fasering ontwikkeling warmtekavels

2.

Toelichting Fasering

3.

Inzet warmtebronnen per fase

4.

Ontwikkeling Zuid ‘s-Hertogenbosch

5.

Zelfstandige systemen

22-6-2023

6. Integraal warmtesysteem 1. Fasering ontwikkeling warmtekavels Kijkende naar de drie geselecteerde warmtebronnen, heeft de RWZI prioriteit omdat deze de meest hoogwaardige warmte beschikbaar kan stellen. Waarbij buurtwarmtepompen een transitiebron kunnen zijn als startmotor voor collectieve warmte.

Het ontsluiten van de bronnen in het gebied kan middels een uiteindelijke hoofdleiding van het warmtenet, ofwel de backbone (lijnen in naaststaande figuur) in de stad waar warmte vanuit zowel de RWZI als TEO uit de Maas op ingevoed kan worden. Gestart kan worden met het ontwikkelen van warmtenetten in de warmtekavels met de hoogste prioriteit. Technisch financieel zijn dit de dichtstbijzijnde kansrijke kavels voor collectieve warmte vanuit de locatie van de RWZI bekeken (dit zijn de groene kavels in naast staande figuur). Na de volledige inzet van de warmte van de RWZI kan gestart worden met de ontwikkeling van de TEO uit de Maas. Parallel aan deze fasering kan in warmtekavels op eigen tempo gestart worden met de ontwikkeling van warmtenetten gevoed met buurtwarmtepompen. Deze kunnen in de toekomst eventueel aangesloten worden op de backbone. De warmtekavels aangegeven met fases 1 t/m 3 komen hiervoor in aanmerking, de kavels aangegeven met zelfstandig systeem worden waarschijnlijk niet aangesloten op de backbone.

23

22-6-2023

6. Integraal warmtesysteem: inzet warmtebronnen 2. Toelichting Fasering De weergegeven figuur in paragraaf 6.1 geeft de prioritering van de verschillende, aan te sluiten, warmtekavels weer. Deze kavels die geschikt zijn voor collectieve warmte zullen in eerste instantie gevoed worden door een TEA-systeem opgesteld in de effluent van de RWZI Treurenburg. Voor kavels uit fase 1 die kan er, vanuit technisch economisch perspectief, ook voor gekozen worden om in eerste instantie een buurtwarmtepomp te plaatsen. Wanneer er voldoende buurten (ca. 1500 WEQ) gereed zijn om over te stappen op warmte kan op een later moment het TEA-systeem gerealiseerd worden ter vervanging van de geplaatste buurtwarmtepompen. Wanneer het totale potentieel van de RWZI is uitgenut wordt het TEO systeem in de Maas ontwikkelt om de overige kavels van warmte te voorzien. Voor met name het zuidoosten van de gemeente (zwarte pijlen) is vooralsnog alleen een doorkijk gegeven. Daarnaast zijn er buurten die zich goed lenen voor een (verdere) ontwikkeling van een zelfstandig warmtesysteem en geen aansluiting op de backbone nodig hebben. De verschillende fases beschreven: •

Fase 1 bestaat uit een clustering van goed geschikte buurten voor collectieve warmte die nabij de RWZI liggen

•

Fase 2 bestaat uit goed geschikte buurten voor collectieve warmte die ontsloten kunnen worden vanuit de potentiële TEO Maas en verdere benutting van de RWZI. Daarnaast kunnen de geschikte buurten voor collectieve warmte die rondom de ontstane backbone liggen aangesloten worden.

•

Fase 3 bestaat uit goed geschikte en geschikte buurten voor collectieve warmte die relatief ver van de bestaande bronnen liggen. Na realisatie van fase 2 zal onderzocht moeten worden of het doorleggen van de backbone doorleggen naar deze buurten mogelijk is. De mogelijkheid om aan te sluiten op de backbone ligt voor een deel van deze fase namelijk dusdanig ver in de toekomst dat er door ontwikkelingen van lokale warmtebronnen er technisch financieel betere opties zijn om deze op aan te sluiten.

24

22-6-2023

6. Integraal warmtesysteem: inzet warmtebronnen 3. Inzet warmtebron per fase Gestart wordt met de inzet van de restwarmte uit de RWZI, hiermee worden de eerste buurten voorzien van warmte. Na de uitnutting van de restwarmte van de RWZI kan de warmteproductie verder opgeschaald worden door de ontwikkeling van TEO uit de Maas. Door het creëren van een zogenaamde backbone ontstaat een groot warmtenet die gevoed wordt door beide bronnen. Voor het zuidelijke deel liggen de opties nog open. Voor de gehele fase 3 geldt het doorleggen van de backbone mogelijk is maar uitdagingen qua ruimtelijke inpassing met zich meebrengt. Daarnaast ligt de mogelijkheid om aan te sluiten op de backbone dusdanig ver in de toekomst dat er door ontwikkelingen van lokale warmtebronnen er mogelijk technisch financieel betere opties zijn om deze kavels op aan te sluiten In het figuur hiernaast zijn distributienetten ingetekend voor alle warmtekavels die vallen in fase 1 & 2 en waarvan het vanuit technisch economisch perspectief het meest gunstig is om aangesloten te worden op de backbone,

25

22-6-2023

6. Integraal warmtesysteem: inzet warmtebronnen 4. Ontwikkeling Zuid ‘s-Hertogenbosch Voor het zuiden van ‘s-Hertogenbosch is er nog geen duidelijke voorkeur voor een warmtebron, hiervoor geldt dat in de toekomst mogelijk één van, of een combinatie van, de toekomstige lokale bronnen de buurten van warmte gaat voorzien. 1. Een lokaal TEO-systeem met WKO’s ontwikkelen (TEO uit de ZuidWillemsvaart en de Aa). 2. Voor deze buurten een lokale toepassing te kijken (bijv. een buurtwarmtepomp). 3. Datacenter warmte van de nieuwe Interconnect locatie (in eerdere studie leek dit economisch minder interessant, maar in de toekomst mogelijk wel interessant). Mogelijk warmteaanbod van een nieuwe asfaltcentrale bundelen en transporteren, en/of als de warmtevraag georganiseerd is, doormiddel van lokale buurtwarmtepompen (BES), en deze in de loop van de tijd vervangen door opgewaardeerde warmte op locatie van het datacenter (centrale opwekcentrale zal schaalvoordeel hebben t.o.v. decentrale opwek centrales), kan dit in de toekomst mogelijk wel interessant worden. 4. Naast een verwachtte besparing door isolatie, zal de participatiegraad waarschijnlijk niet uitkomen op 100%. Uitbreiding van de backbone richting het zuidoosten kan hierdoor mogelijk worden.

Tevens kan overwogen kan worden om een groter gedimensioneerde backbone aan te leggen om warmte vanuit de RWZI en TEO Maas te kunnen transporteren. Wel brengen leidingen van deze groottes uitdagingen met zich mee in de dichtbebouwde omgevingen die doorkruist moeten worden. 5. Eventueel toekomstige nieuwe bronnen kunnen warmte invoeden op de backbone (zoals geothermie) en mogelijk bestaande bronnen vervangen. 26

22-6-2023

6. Integraal warmtesysteem: inzet warmtebronnen 5. Zelfstandige systemen 1. In het Paleiskwartier en de Hinthamerpoort zijn al collectieve warmtesystemen op basis van WKO's en TEO. Ennatuurlijk heeft een vergunning voor het winnen van uit de IJzeren Vrouw. Hiermee kan waarschijnlijk het bestaande warmtenet worden uitgebreid naar de rest van de buurt. Of Ennatuurlijk dit ook gaat doen, is op dit moment nog niet duidelijk. 2. In de Haverleij staan geconcentreerde woonkernen, ook wel kastelen genoemd, deze zijn interessant om middels een zelfstandig collectief systeem op basis van warmtepompen van het aardgas af te halen. 3. Rosmalen kent meerdere buurten die kansrijk zijn om over te gaan op een collectief warmtesysteem. Er zijn echter geen noemenswaardige bronnen nabij gelegen. Tevens is het doortrekken van de backbone naar verwachting een duurdere oplossing t.o.v. een zelfstandig systeem op basis van warmtepompen. De reden hiervan is dat er in het buitengebied tussen Rosmalen en 's-Hertogenbosch weinig tot geen warmtevraag is (er moet infrastructuur worden aangelegd in een gebied zonder afname).

27

22-6-2023

7. Conclusies en aanbevelingen Conclusies •

Het is goed mogelijk om in de gemeente ‘s-Hertogenbosch een duurzaam integraal gemeentelijk warmtesysteem te realiseren. Er zijn voldoende warmtebronnen aanwezig die het warmtenet kunnen voeden en er is een logische indeling in warmtekavels te maken.

•

De volgende drie bronnen zijn het meest geschikt bevonden, om warmte te leveren aan warmtenetten: 1. Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) uit de effluent van Riool Water Zuiveringsinstallatie (RWZI) Treurenburg 2. Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) uit de Maas 3. Lucht d.m.v. Collectieve lucht-water warmtepompen

•

De warmteoplossing voor de warmtekavels in de stad komen grotendeels in aanmerking voor collectieve warmte, de buitengebieden zijn niet geschikt voor collectieve warmte en hier zal de oplossing gevonden kunnen worden in bijvoorbeeld een duurzaam gas of een maatwerkoplossing. De warmtekavels met nieuwere woningen komen in aanmerking voor individuele allelectric oplossingen. Voor de oude binnenstad, de buitengebieden en de industriegebieden wordt maatwerk voorzien.

•

Kijkende naar de drie geselecteerde warmtebronnen, heeft de RWZI prioriteit omdat deze de meest hoogwaardige warmte beschikbaar kan stellen. Buurtwarmtepompen kunnen hierin als transitiebron (katalysator) fungeren voor warmtekavels die geschikt zijn voor collectieve warmte. Na de volledige inzet van de warmte van de RWZI kan gestart worden met de ontwikkeling van de TEO uit de Maas.

•

Gestart kan worden met het ontwikkelen van warmtenetten in de warmtekavels met de hoogste prioriteit. Technisch financieel zijn dit de dichtstbijzijnde kansrijke kavels voor collectieve

warmte vanuit de locatie van de RWZI bekeken. •

Parallel aan deze fasering kan in warmtekavels op eigen tempo gestart worden met de ontwikkeling van warmtenetten gevoed met buurtwarmtepompen. Deze kunnen in de toekomst eventueel aangesloten worden op de backbone.

28

22-6-2023

7. Conclusies en aanbevelingen Aanbevelingen •

Wanneer een nieuwe warmtebronnen in beeld komt wordt geadviseerd te toetsen of deze inpasbaar zijn in het integrale warmtesysteem.

•

Zet naast het ontwikkelen van duurzame bronnen ook in op energiebesparing om de warmtevraag te verkleinen.

•

Onderzoek koppelkansen met andere wegwerkzaamheden om de haalbaarheid en realisatietermijn van de aanleg van het warmtenetwerk te versnellen.

•

De impact op elektranet (en maakbaarheid) dient beter in beeld te worden gebracht, hiervoor is inzicht in het totale energievraagstuk nodig (dus ook vraag naar elektriciteit en kansen voor opwek) om mogelijke koppelkansen te inventariseren en impact van andere ontwikkelingen op bestaande energie infrastructuur te bepalen.

•

Om grote voorinvesteringen te minimaliseren kunnen er twee principes in de ontwikkelstrategie aangehouden worden: 1.

Prioriteit geven aan de buurten die het dichtst bij de bronnen liggen

2.

Starten met het aanleggen van distributienetten op basis van een tijdelijke buurtwarmtepomp die, zodra de schaalgrootte is bereikt die de investeringen voor de backbone en de realisatie van de bron verantwoorden, als kralen aan de backbone rijgen.

29

22-6-2023

Bijlagen Bijlage A: Bijlage B: Bijlage C: Bijlage D:

30

Warmtebronnen overzichtsmatrix Kaart locaties kansrijke warmtebronnen Kwantificatie: woningaantallen, warmtevraag, warmtevermogen Impact op elektriciteitsnetten

22-6-2023

Bijlage A. Warmtebronnen overzichtsmatrix (1/2) Onderstaande afwegingsmatrix geeft op de horizontale as alle beschouwde bronnen. Op de verticale as staan de gegevens die van de bronnen geanalyseerd zijn. De matrix wordt ook als apart bestand meegezonden. WEQ [GJ/WEQ]

Technische haalbaarheid

24

Restwarmte Steenfabriek Hedikhuizen

Restwarmte Asfaltcentrale Heijmans

Restwarmte Heineken

Restwarmte Defensie Genie Treurenburg

Restwarmte DC Interconnect

Niet geschikt

Niet geschikt

Niet geschikt

Niet geschikt

Mogelijk geschikt

Restwarmte DC Blue Star

Restwarmte DC Tele2

Niet geschikt

Niet geschikt

Net buiten doelgebied De kans is aanwezig dat In gesprek met Uit gesprek met het Door Innoforte is reeds en ook te ver van deze centrale gaat Heineken blijkt dat ze waterschap blijkt dat onderzocht dat mogelijke warmtevraag verplaatsen naar zelf hun restwarmte al deze restwarmtebron warmtelevering aan bedrijventerrein De gebruiken en zeer klein is en mogelijk woonwijken financieel Brand, daarom niet verwachten in 2027 al zelf ingezet wordt niet gunstiger is dan verder onderzocht energieneutraal te zijn individuele all-electric oplossingen. De warmte kan mogelijk ingezet worden op het bedrijventerrein De Brand zelf, dit zal onderzocht moeten worden.

Bestaat niet (meer)

Bestaat niet (meer)

Reeds aanwezig

Reeds aanwezig

Reeds aanwezig

Restwarmte Vitelco

Restwarmte GTO Plating

Niet geschikt

Niet geschikt

In gesprek met Vitelco Elektrolytisch verzinken blijk dat ze juist levert weinig warmtevrager zijn in restwarmte op plaats van warmtebron

Restwarmte Campina

Niet geschikt Fabriek sluit in 2025

Geothermie

TEO stromend water Dommel

Mogelijk geschikt

Mogelijk geschikt

Ruimtelijke inpassing in de wijk TRL niveau (beproefde techniek?) Temperatuur niveau

9

Reeds aanwezig

9

Reeds aanwezig

8 26/20

Hoeveelheid warmte (GJ/jaar) Hoeveelheid warmte (GJ/jaar) incl WKO Vermogen (MWth) Beschikbaarheid (uren) Betrouwbaarheid Dekkingsgraad Geverifieerd (j/n) Bereidheid van broneigenaar Toekomstbestendigheid Toekomstbestendigheid bron Mogelijkheid voor andere bronnen voor optimalisaties in de toekomst Koeling mogelijk (j/n) Sluit het aan bij de ambitie​ (j/n)

31

8 LT

Mogelijk geschikt

Niet geschikt

Naar aanleiding van gesprek en informatie van waterschap: Relatief laag aantal WEQ's, WKO's benodigd

Naar aanleiding van gesprek en informatie van waterschap: Laag aantal WEQ's, WKO's benodigd

Voorkeur bij gemalen

Voorkeur bij gemalen

Voorkeur bij gemalen

Mogelijk installatie naast de wijk 8 LT

Mogelijk installatie naast de wijk 8 LT

Mogelijk installatie naast de wijk 8 LT

sluit 2025 Buiten de bebouwde kom 9 (Hangt van diepte af) Hangt van diepte af

8 LT

113.530 0 Hoog J

N

1.512.228

3,6 24/7 Hoog

13 24/7 Hoog

13 24/7 Hoog

J Hoog

N

N

Hoog

Hoog

Hoog

N

N

N

TEO stromend water Zuid-Willemsvaart

Potentieel onzeker, Naar aanleiding van afwachten resultaten gesprek en informatie SCAN medio 2025 om van waterschap: Groot potentieel opnieuw te aan WEQ's voor waarderen handen, maar locatie WKO's uitdagend door waterwinningsgebied en natuurgebieden

Inpasbaarheid (bronkant) ​

Omgevingsfactoren (geluid, zicht, geur, etc) ​

TEO stromend water Aa

Hangt van diepte af 24/7 Hoog J

J

105.148

12.763

3 mnd/jaar Hoog

3 mnd/jaar Hoog

3 mnd/jaar Hoog

J Bereid

J Bereid

J Bereid

J

J

J

Hoog

22-6-2023

Bijlage A. Warmtebronnen overzichtsmatrix (2/2)

32

22-6-2023

Bijlage B Kaart locaties kansrijke warmtebronnen Kaart locaties bronnen

33

22-6-2023

Bijlage C Kwantificatie: woningaantallen, warmtevraag, warmtevermogen Prioritering: Goed geschikt en geschikt voor collectieve warmte ▪ Als eerste geprioriteerd op basis van kansrijkheid collectief ▪ Als tweede is prioriteit gegeven aan buurten die nabij de bronnen of de geprojecteerde backbone liggen

34

Fase Buurtnaam

Totaal WEQ Totaal Jaarlijks Warmtevraag Woningen (GJ)

Totaal Jaarlijks Warmtevraag Utiliteit (GJ)

1

De Donk

650

15.533

39

1

420

10.058

-

1

De Haren De Muziekinstrumentenbuurt

469

11.229

-

1

De Sprookjesbuurt

545

13.067

-

1

De Hambaken

530

12.695

-

1

De Edelstenenbuurt

444

10.648

-

1

De Rompert

1.235

26.948

2.644

1

De Slagen

822

14.174

5.528

1

De Reit

589

14.105

-

1

Orthen

718

16.653

547

1

De Buitenpepers

910

20.988

814

2

Maasdal

910

21.540

268

2

Abdijenbuurt

606

13.267

1.245

2

Lokeren

543

11.686

1.324

2

Maasstroom

663

15.886

-

2

De Staatsliedenbuurt

621

14.847

36

2

Maasvallei

787

18.489

363

2

Het Zilverpark

843

20.188

22

2

De Italiaanse Buurt

251

6.021

-

2

Maasoever

1.065

25.531

-

2

De Herven

747

17.898

-

2

Maasakker

1.338

21.126

10.935

2

Empel-Oost

914

21.899

-

22-6-2023

Bijlage C Kwantificatie: woningaantallen, warmtevraag, warmtevermogen Prioritering: Goed geschikt en geschikt voor collectieve warmte

35

Fase Buurtnaam

Totaal WEQ Totaal Jaarlijks Warmtevraag Woningen (GJ) Totaal Jaarlijks Warmtevraag Utiliteit (GJ)

3

De Vliert

1.417

33.958

-

▪ Als eerste geprioriteerd op basis van kansrijkheid collectief

3

De Muntel

1.214

28.973

131

3

Binnenstad-Noord

538

10.918

1.984

▪ Als tweede is prioriteit gegeven aan buurten die nabij de bronnen of de geprojecteerde backbone liggen

3

Graafsebuurt-Noord

1.087

25.195

845

3

Het Zand

1.410

27.146

6.639

3

Graafsebuurt-Zuid

721

17.027

259

3

Grevelingen

346

7.818

462

3

De Hofstad

527

10.646

1.975

3

De Schutskamp

2.531

47.730

12.916

3

De Kruiskamp

3.089

73.109

927

3

Aawijk-Noord

685

16.421

-

3

Aawijk-Zuid

1.730

39.200

2.258

3

Bazeldonk

759

16.839

1.357

3

De Gestelse Buurt

512

12.018

256

3

Zuid

2.229

52.768

640

3

Deuteren

631

13.671

1.456

3

Hintham-Zuid

1.505

35.999

62

3

Boschveld

1.504

29.344

6.704

3

De Bossche Pad

186

4.467

-

3

Orthenpoort

598

7.511

6.809

3

Hintham-Noord

994

20.743

3.075

22-6-2023

Bijlage C Kwantificatie: woningaantallen, warmtevraag, warmtevermogen Prioritering: Goed geschikt voor gebouw collectieve oplossing, Goed geschikt en geschikt voor collectieve warmte ▪ Deze buurten hebben al een zelfstandig systeem of liggen buiten bereik van bronnen en kunnen op een zelfstandig systeem aangesloten worden. ▪ Het Paleiskwartier en De Hinthamerpoort West hebben al een collectieve oplossing. Daarnaast is er een concessie voor verdere uitbreiding richting de Hinthamerpoort. ▪ Hierna is geprioriteerd op basis van kansrijkheid collectief

▪ Als laatste geprioriteerd op basis van stedelijkheid

36

Buurtnaam

Totaal WEQ Totaal Jaarlijks Warmtevraag Woningen (GJ) Totaal Jaarlijks Warmtevraag Utiliteit (GJ)

Paleiskwartier

1.766

9.294

33.035

De Hinthamerpoort West

271

5.372

1.120

De Hinthamerpoort

289

6.914

-

Rosmalen-Centrum

1.203

20.864

7.977

De Overlaet-Oost

970

23.251

-

't Ven

1.144

27.139

270

Sparrenburg

1.652

34.324

5.254

Hondsberg

1.241

27.568

2.169

De Overlaet-West

1.180

25.424

2.850

De Haverleij

918

22.001

-

22-6-2023

Bijlage D Impact op elektriciteitsnetten: Aantal nieuwe stations nodig in 100% All-Electric Scenario Met Enexis is het voorgestelde warmtesysteem per buurt besproken. Hieruit volgt de conclusie dat door de inzet van warmte het aantal wijkstations lager ligt dan in een all electric scenario. Welke waarden Enexis hanteert voor deze analyse is niet bekend, dus het daadwerkelijke verschil inzichtelijk maken kan op basis van de ontvangen informatie nog niet. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of er voor warmte-buurten ook een belasting op het elektriciteitsnet is meegenomen voor de Warmte Overdracht Stations (WOS) of centrale lucht-waterwarmtepompen. Daarnaast is het, in het kader van de gehele energietransitie, ook verstandig om te kijken of andere ontwikkelingen, zoals EV's of zonnepanelen, niet alsnog voor een verzwaring zorgen. Wanneer er wordt gekeken naar het all electric scenario en dit wordt afgezet tegen de dichtbebouwde gebieden die kansrijk zijn voor collectieve warmte lijken deze wijken ook nieuwe stations te vereisen indien men zou overgaan op individuele warmtepompen. De kaart is een verwerking van de data die door Enexis is aangeleverd. Hoe deze data geïnterpreteerd moet worden dient te gebeuren in afstemming met Enexis.

37

22-6-2023

Bijlage D Impact op elektriciteitsnetten: Kilometer kabelverzwaring of vervanging in 100% All-Electric Scenario Dezelfde analyse is uitgevoerd voor eventuele kabelverzwaringen. De dichtbebouwde gebieden die kansrijk zijn voor collectieve warmte lijken ook grotendeels te maken te krijgen met lange delen kabelvervanging of -verzwaring indien men zou overgaan op individuele warmtepompen. De kaart is een verwerking van de data die door Enexis is aangeleverd. Hoe deze data geïnterpreteerd moet worden dient te gebeuren in afstemming met Enexis.

38

22-6-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13110927/1