Bijlage 7 Toelichting en regels bestemmingsplan De Groote Wielen Noordoosthoek
Tekst van het document
71
Artikel 13
Algemene aanleg- en gebruiksregels
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning dieper dan 70 meter onder peil een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken. De omgevingsvergunning wordt geweigerd als: a. b. c. d.
72
er negatieve effecten zijn op de milieusituatie; er negatieve effecten zijn op het grondwater; gebruik wordt gemaakt van bodembedreigende stoffen; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden wordt belemmerd.
Artikel 14
Algemene afwijkingsregels
a. Het bevoegd gezag kan, mits het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast, met een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de verbeelding: 1. voor een vermeerdering of vermindering van maten en normen tot 10% van die maten en normen; 2. voor een geringe afwijking van plaats en richting van bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen als dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden van de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waarin een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; 3. voor een grotere bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer tot een bouwhoogte van 10 meter; 4. voor een grotere bouwhoogte van gebouwen vanwege plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, onder de volgende voorwaarden: de maximale oppervlakte van de plaatselijke verhoging is 10% van het dakoppervlak; de maximale hoogte van de plaatselijke verhoging is 4 meter; b.
het bevoegd gezag wijkt met een omgevingsvergunning af van het bepaalde in lid 3.3, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
73
74
Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotregels Artikel 15
Overgangsrecht
15.1 Bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 2. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; 3. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 Gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2.
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
75
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Chw bestemmingsplan De Groote Wielen Noordoosthoek van de gemeente 's-Hertogenbosch.
76
Bijlagen Regels
77
78
Bijlage 1 Handreiking omgevingsdialoog
79
80
's-Hertogenbosch
Bossche OMGEVINGSDIALOOG Plannen maken doe je in deze tijd niet meer alleen. Initiatieven en ideeën die effect hebben op de omgeving vragen om samenwerking en afstemming. Dit doe je samen met de omgeving die met je plan te maken (kan) krijgen. Denk hierbij aan in gesprek gaan met bewoners, bedrijven en organisaties uit jouw omgeving. Dit noemen we het omgevingsdialoog. Hen mee laten denken en doen in een vroege fase wanneer plannen nog niet vastliggen, kan tot betere plannen, meer steun en soepelere procedures leiden. Het omgevingsdialoog zorgt voor duidelijkheid voor initiatiefnemers, omgeving, gemeenteraad en ambtenaren. De omgeving levert namelijk misschien input waaraan nog niet is gedacht, je informeert de omgeving op tijd en het wordt ons duidelijk óf er bezwaren zijn en of je je plannen (op onderdelen) hebt aangepast aan de bezwaren. Zo houden we allemaal rekening met de verschillende belangen.
6 stappen voor het uitvoeren van de omgevingsdialoog: Heb je een melding gehad van de gemeente waarin een verzoek staat om de omgevingsdialoog te starten? Dan is het nu jouw verantwoordelijkheid als initiatiefnemer om de omgeving te betrekken bij je plan. Wanneer je dit verzoek niet ontvangen hebt, hoef je (nog) geen omgevingsdialoog te voeren. We geven initiatiefnemers van een nieuw omgevingsplan handvatten. Deze handvatten helpen je om het omgevingsdialoog aan te gaan met de omgeving. Op www.s-hertogenbosch.nl/omgevingsdialoog vind je meer informatie.
1. Bepaal de omgeving Met ‘omgeving’ bedoelen we iedereen waarop jouw plan effect heeft. Denk aan mensen die in de omgeving wonen en bedrijven, maar ook belangenverenigingen. Belangrijk is dat deze mensen in ieder geval de mogelijkheid krijgen hun stem te laten horen. Tip: vraag de gemeente (omgevingsloket@s-hertogenbosch.nl) met je mee te denken over wie (nog meer) goed zijn om te betrekken. 2. Nodig uit Je organiseert zelf de gesprekken voor de omgevingsdialoog. We zijn altijd bereid om mee te denken. Leg in de uitnodiging duidelijk en volledig uit wat jouw ideeën zijn en wat je van de omgeving verwacht. Ook leg je uit welke vorm van dialoog je graag wilt voeren: bijvoorbeeld een groepsgesprek, een-op-een gesprek of onlinegesprek. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid mensen met wie je in dialoog gaat. We raden meer gesprekken aan wanneer het initiatief groter is en/of meer invloed heeft op de omgeving. Tip: organiseer dit proces op tijd, zodat je iedereen voldoende mogelijkheden geeft om te reageren. Houd twee kalanderweken aan tussen verzending van uitnodiging en de datum waarop je de dialoog wilt organiseren. 3. Ga het gesprek aan Tijdens het dialoog ga je open het gesprek aan. Dit doe je bij voorkeur in een groepsgesprek. Hierdoor horen de verschillende partijen ook elkaars reacties en belangen. Een andere optie is één-op-één gesprekken.
Laat de volgende onderdelen aan bod komen in de gesprekken: - De uitleg van je idee. Daarin heb je in elk geval aandacht voor: o De ruimtelijke impact (gevolgen qua hoogte, vorm, ontsluiting, parkeren en groen) o Openbare orde en veiligheid o De mate waarin de wijk/buurt verandert qua samenstelling of zelfredzaamheid - De mogelijkheid om te reageren op je ideeën door alle deelnemers. Dat kan tijdens of na de bijeenkomst. Geef daarbij aan binnen welke periode je een reactie verwacht. - De reactie van jou op de reacties van deelnemers. Dit kan direct tijdens het dialoog of in een vervolggesprek. - De reactie van de deelnemers in hoeverre zij tevreden zijn over je aanpak.
's-Hertogenbosch
Bossche OMGEVINGSDIALOOG 4. Doe verslag Wanneer je het dialoog hebt gevoerd, maak je hier een verslag van (per bijeenkomst). In het verslag moet in ieder geval teruggelezen kunnen worden: - Waar en wanneer het gesprek plaatsvond; - Wie je had uitgenodigd en welke belangen zij hebben; - Wie er waren en wie zich hadden afgemeld; - Een samenvatting met: jouw verhaal als initiatiefnemer, de reactie van de aanwezigen, de uitkomst van het gesprek en de tevredenheid van de aanwezigen over het gesprek. 5. Deel het eindverslag Deel het eindverslag met de mensen die je eerder uitnodigde voor het gesprek. Geef duidelijk in het eindverslag aan, wanneer je het plan aanpast, wat de wijzigingen zijn ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Als je ervoor kiest om het plan niet bij te stellen, onderbouw dan waarom je daarvoor kiest. Geef deze groep dan een afgesproken tijd om te reageren. Het is goed om hen ook te vragen om het verslag te laten ondertekenen. 6. Lever aan bij de gemeente Het eindverslag kunt u per e-mail aanleveren bij de coördinator van uw informatieve aanvraag. De contactgegevens van de coördinator staan rechtsboven in de brief die u ontvangen heeft als reactie op uw informatieve aanvraag.
Een goed dialoog gevoerd? Zorg voor een goed dialoog met de omgeving, waarbij je probeert om alle geluiden boven water te krijgen. Bij het nemen van besluiten over vergunningen kijken we namelijk of de omgevingsdialoog goed gevoerd is. Om te beoordelen of je een goed dialoog gevoerd hebt, is het handig om de volgende vragen te gebruiken: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Waren de deelnemers aan het omgevingsdialoog een goede afspiegeling van de omgeving van je plan? Is het voor alle betrokkenen duidelijk waarop zij wel en geen invloed hebben en waarom? Hoe konden minder mondige/bescheiden mensen hun reactie geven? Gaf iedereen in vrijheid zijn mening? Werd er geluisterd naar andermans standpunten? Wat heb je met de wensen en ideeën van deelnemers gedaan en waarom? Hoe ging je om met andere standpunten en zorgen? Hoe maakte je de keuze tussen alle verschillende belangen? Informeerde je alle betrokkenen op tijd en duidelijk over de bijeenkomst(en)? Koppelde je op tijd en duidelijk de resultaten terug? 10. Hoe kijkt iedereen terug op de uitkomst en het proces?
Wettelijke mogelijkheden De mensen in de omgeving van je plan vooraf laten meedenken en meedoen, kan tot betere plannen, meer steun en soepeler procedures leiden. De gemeente kan echter alsnog besluiten om het plan in de inspraak te brengen, bijvoorbeeld bij tegenstrijdige belangen of niet volledige dialogen. Bovendien blijven mensen in de omgeving van je initiatief de mogelijkheid houden om in beroep te gaan tegen een besluit van de gemeente over je plan. Vragen of meer informatie Wanneer nog niet alles duidelijk is rondom de uitvoering van het omgevingsdialoog, neem dan contact op met Gemeente ’s-Hertogenbosch (omgevingsloket@s-hertogenbosch.nl). Je kunt hier ook terecht voor adviezen hoe het omgevingsdialoog uit te voeren.
Bijlage 2 Bestaande Rosmalensedijk 14 en 15
81
bedrijfssituatie
82
Bestaande situatie en bedrijfsactiviteiten Rosmalensedijk 14 Ter plaatse van de ondergrond: perceel HTG U 2260 en een deel van HTG U 2252. Het omliggende erf wordt gevormd door een deel van HTG U 2252 en door HTG U 2259. Loods Rosmalensedijk 14: De loods aan de oostzijde van de Rosmalensedijk is bestemd als loods ten behoeve van het op 14 februari 2022 aanwezige akkerbouwbedrijf. Het betreft een gesloten loods van circa 805 m². Inwendig is het grotendeels één ruimte, voorzien van stalenspanten met vrije overspanning, met een aparte magazijnruimte met open bergzolder en een klein deel voorzien een aparte bergzolder. De loods heeft een vloeistofdichte vloer, een modulaire opbouw, een halfsteens baksteen voet en overigens met damwand afgewerkte buitenwanden en een asbestvrij golfplaten dak met lichtstraten. De loods is voorzien van een paar ramen, 3 grote dubbele schuifdeuren tot muurplaathoogte (circa 4,50 m) en een loopdeur.
Bestaande situatie en bedrijfsactiviteiten Rosmalensedijk 15 Ter plaatse van de ondergrond perceel HTG U 2258 en een deel van HTG U 2258. Het omliggende erf wordt gevormd door een deel van HTG U 225 en door HTG U 2257. Loods Rosmalensedijk 15: Deze loods aan de westzijde van de Rosmalensedijk is bestemd als loods voor het op 14 februari 2022 aanwezige loon- en grondverzetbedrijf. Het betreft een gesloten loods van circa 425 m². Inwendig bestaat het uit twee ruimtes, waarvan een ondergeschikt deel in gebruik is als garage. De loods is voorzien van spanten met een dwarsbalk op muurplaathoogte, waardoor de vrije werkhoogte beperkt is. Een deel van de schuurruimteruimte is voorzien van stellingen met open bergzolder. Er is tevens een oliebar aanwezig. De loods heeft een betonnen vloer, een spouwmuur met kalkzandsteen binnenblad en een bakstenen buitenblad. De loods is voorzien van ramen rondom, 3 grote dubbele schuifdeuren tot muurplaathoogte (circa 300 m), een garage (schuif)deur en een loopdeur. Het pand is voorzien een asbesthoudende golfplaten.
Bijlage 3 Ruimtelijk Kwaliteitskader
Functioneel
83
84
Noordoosthoek Ruimtelijke functioneel kwaliteitskader Onderdeel van bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek’ December 2022 Gemeente ‘s-Hertogenbosch Stadsontwikkeling - Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw
INHOUD EN LEESWIJZER
4
5
INLEIDING EN AANPAK
19
AMBITIES
11
DE OMGEVING
23
GEBIEDSVISIE
33
SFEERGEBIEDEN
Leeswijzer De ontwikkeling van de Noordoosthoek zal op een andere manier plaatsvinden dan in de andere buurten van de Groote Wielen is gebeurd. Door het toepassen van uitnodigingsplanologie en de instrumenten uit de Crisis en Herstelwet (CHW) is het mogelijk om flexibeler in te spelen op de eisen en wensen die deze wijk heeft. Hierdoor kent het bestemmingsplan een andere opbouw en hebben sommige documenten een andere naam of invulling dan gebruikelijk. Dit komt uiteindelijk de flexibele ontwikkeling van de wijk ten goede. Om duidelijk te maken hoe dit specifieke document in elkaar zit is deze leeswijzer van belang. Het ruimtelijk functioneel kader (RFK) is onderdeel van de regels van het bestemmingsplan ‘De Groote Wielen Noordoosthoek’. Hierdoor is het RFK niet enkel een aanzet om tot een stedenbouwkundige visie te komen. Het vormt een toelatings- en toetsingskader voor de planontwikkeling van de Noordoosthoek. In dit document is met een analyse van het gebied en de gestelde ambities (Vastgesteld in 2018 door het College van B&W in Nota van Uitgangspunten) een gebiedsvisie opgesteld. Deze visie sluit aan bij de ambities en mogelijkheden die het plangebied verder heeft. Uit de gebiedsvisie komen meerdere sfeergebieden voort. Deze verdelen het gehele plangebied in delen die een samenhangende kwaliteit, sfeer en uitstraling hebben.
Per sfeergebied zijn er randvoorwaarde en kaders opgenomen waaraan ontwikkelingen in deze zone moeten voldoen. Hierdoor is er rechtszekerheid en kan er al globaal bezien worden wat de maximale bouwhoogtes zullen zijn en welke woningen hier voornamelijk te vinden zijn.
5
INLEIDING EN AANPAK Ontwikkelingen zullen dus niet enkel moeten voldoen aan de regels uit het bestemmingsplan maar dienen ook te passen in de gestelde kaders die in dit RFK zijn opgenomen.
bouwers, eigenaren en de gemeente. Door deze unieke samenwerking ontstaat de woonwijk waar het heerlijk vertoeven is.
Het bestemmingsplan vormt dan samen met dit RFK een ruim kader waarbinnen ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Dit zorgt voor flexibiliteit en geeft ruimte om in te spelen op veranderende behoefte en wensen. Hierdoor ontstaat er een flexibel plan dat niet vooraf in beton is gegoten.
Aanpak We willen Noordoosthoek middels uitnodigingsplanologie in overleg met alle betrokken partijen adequaat kunnen ontwikkelen tot een woonwijk waar het fijn wonen is. Daarom heeft de toenmalige minister van Infrastructuur en milieu het project op ons verzoek aangewezen als een experiment bestemmingsplan verbrede reikwijdte in het kader van de Crisis- en Herstelwet. Zo kunnen we gebruik maken van de flexibele mogelijkheden die de artikelen 3.1.2 lid 2 onder a Bro en artikel 7c lid 6 het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet ons bieden en kunnen we werken met open normen. Op deze manier kunnen we de Noordoosthoek per deelgebied op een flexibele manier invullen.
Inleiding De Groote Wielen is toe aan een van de laatste ontwikkelingen. Hierbij wordt het noordoostelijke kwadrant afgerond waardoor er een volledige woonwijk rondom de Groote Wielenplas ontstaat. In deze wijk staat het wonen in een levendige, groene en duurzame omgeving voorop. Voor dit nieuwe woongebied wordt een bestemmingsplan verbrede reikwijdte vastgesteld. Onderdeel van dit bestemmingsplan is dit Ruimtelijke Functioneel Kwaliteitskader (RFK). In dit RFK worden de kaders/randvoorwaarden gesteld voor de wijze waarop dit woongebied ruimtelijk en functioneel gestalte krijgt. Met dit RFK worden de ambities die de gemeente heeft in het plangebied van De Groote Wielen Noordoosthoek in kaders vastgelegd. Daartoe wordt er vanuit de analyse van het gebied en haar omgeving samen met de ambities eerst een globale gebiedsvisie opgesteld. In dit kader wordt ingegaan op de wijze waarop landschap, verkeer, woonkwaliteiten, duurzaamheid en gezondheid gestalte krijgen. Daarna worden voor de verschillende sfeergebieden kaders opgesteld die het uitgangspunt vormen voor de verdere stedenbouwkundige uitwerking.
De ambities die de gemeente in het plangebied heeft, zijn vastgelegd in dit RFK. Dit RFK is aan de regels van het bestemmingsplan verbonden. Betrokken partijen kunnen uit dit RFK opmaken wat de gemeentelijke ruimtelijke en functionele ambities binnen het totale plangebied en per deelgebied zijn en wat, naast de planregels, het toetsingskader is voor bouwplannen waaraan een initiatief binnen het plangebied aan moet voldoen. De ontwikkelingen die niet passen binnen dit kader zijn in strijd met het bestemmingsplan.
Proces totstandkoming ruimtelijke invulling De gemeenteraad wil dat het college in overleg met ontwikkelaars, belanghebbenden, bestuurlijke partners en adviseurs (hierna de omgeving) het plangebied ruimtelijk gaat invullen, Op deze manier kan het college met een goed afgewogen invulling te komen. Het college zal dus met deze partijen (de omgeving) in dialoog gaan over de verdere invulling van het woongebied (omgevingsdialoog). Tijdens deze gesprekken wil de gemeente informatie ophalen hoe de omgeving, binnen de planregels en het vastgestelde RFK, de invulling van het woongebied ziet. Op basis van de resultaten van deze gesprekken maakt het college afspraken met de ontwikkelaars en geeft de gemeente gronden uit op basis van verkavelingsplannen. De ontwikkelaars kunnen alleen omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van bestemmingsplanactiviteiten aanvragen op grond van deze verkavelingsplannen.
In de planregels en in dit RFK werken we met open normen. De harde normen, zoals onder andere de maximale bouwhoogten, zijn vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Zo nodig, kan het college ter verduidelijking de open normen uitleggen in, en afhankelijk stellen van beleidsregels.
Bij deze verdere invulling is er ook voor gekozen om de wijk samen te maken. Samen met de toekomstige bewoners,
6
7
Landschap De Groote Wielen en de Noordoosthoek liggen in het polderlandschap van de Beersche Overlaat. Aan de oostzijde van de Noordoosthoek grenst het gebied aan het open polderlandschap. In dit grootschalige landschap liggen aan de lange verkavelingswegen enkele grootschalige boerderijen sporadisch omgeven met opgaande beplanting. Aan de noordzijde ligt de nederzetting Gewande. Dit gebied heeft een meer kleinschaliger landschap. Kenmerkend is de bebouwing aan de historische dijk. Dit dijklint Gewande is al lang bewoond en door de jaren heen steeds verder ingevuld. Aan dit lint ligt een diversiteit aan kleinschalige en wat grootschalige bebouwing. Nabij de Maas en de Koornwaardplas is dit een geliefd gebied voor recreanten. Tussen het dijklint en de Noordoosthoek ligt een agrarisch, opener landschap met enkele boerderijen en bedrijvigheid. Aan de westzijde wordt de Noordoosthoek begrensd door het centrum van De Groote Wielen en de woonbuurt de Lanen. De iets hoger gelegen Rosmalensedijk loopt vanuit het zuiden langs het centrum van De Groote Wielen richting de Hustenweg en door naar de Gewande.
Aan de zuidzijde van de Noordoosthoek ligt de Groote Wielenplas. De vorm van de Groote Wielenplas refereert aan de voormalige blokverkaveling en aan de knik in de Vlietdijk. Kenmerkend in de vormgeving van de plas is de centrale, vierkante ruimte. Deze wordt geaccentueerd door de twee bruggen, door het strand aan de zuidzijde en het centrum van de Groote Wielen met het waterpark aan de noordzijde. De woonbuurten ten zuiden van de Groote Wielenplas worden landschappelijk gekenmerkt door de groenzones die als wiggen de verschillende buurten met elkaar verbinden. De watermachine is hier een herkenbaar onderdeel van de groenstructuur. Midden tussen deze woonbuurten loopt de Vlietdijk. De Vlietdijk is als een oud historisch lint herkenbaar gemaakt door compacte woonclusters te realiseren in een meer open landschap. Aan de zuidzijde van De Groote Wielen vormt de sport -en recreatiezone de overgang naar Rosmalen. De randen van de Groote Wielen zijn duidelijk herkenbaar en worden begrenst met een meer lossere bomenstructuur.
In het centrum liggen winkelvoorzieningen onder een dakpark. Het centrumgebied wordt deels gevormd door het zogenaamde Waterpark aan De Groote wielenplas. Ten noorden daarvan ligt de meer compacte woonbuurt van de Vesting, de school en de woonbuurt Tuinenrijk. Deze buurt heeft een lagere woningdichtheid met gedeelde binnentuinen.
Water De Groote Wielenplas vormt het belangrijkste onderdeel van het watersysteem binnen De Groote Wielen. De plas is ontstaan uit de zandwinning welke benut werd voor de ophoging voor de buurten aan de zuidzijde van de plas. De vorm van de plas sluit aan op de oorspronkelijke structuren en percelen van de polder. Naast de zandwinning is de plas ook een essentieel onderdeel van de Watermachine. De plas is onderdeel van een gesloten watersysteem. Het regenwater wordt afgekoppeld en in de buurten in het zicht afgevoerd naar koppelbeken en retentiebekkens. Het water stroomt vervolgens naar het moerasgebied ten oosten van de Watertuinen waar het op een natuurlijke manier wordt gezuiverd en weer schoon in de Groote wielenplas wordt gebracht. Het systeem is uniek en van grote waarde voor de wijk en kan daardoor heel goed recreatief gebruikt worden. Op zomerse dagen is het water en het bijbehorende strand dan ook erg populair. En in de winter kan er zelfs af en toe geschaatst worden. De Noordoosthoek zelf kent ook diverse waterlopen. Er liggen enkele kleinere sloten zowel in noord-zuid als in oostwestrichting in het gebied. De belangrijkste waterloop is echter de Hoefgraaf. Deze waterloop komt vanaf het oosten het plangebied binnen en loopt met een knik naar het noorden toe.
De Hoefgraaf zorgt voor de afwatering van de diverse sloten in de Rosmalense polder via de Gewande naar de Maas. De Hoefgraaf is ook van belang voor de watermachine. Bij hoge waterstand kan de plas overstorten op de Hoefgraaf. Door deze functies heeft het water van de Hoefgraaf een lage kwaliteit. Er kan dus geen directe fysieke verbinding gelegd worden met de watermachine. Daarnaast is de Hoefgraaf aangewezen als ecologische verbindingszone voor het aanleggen van natuur in de oeverzone. Weidevogels en de grote modderkruiper maken gebruik van deze waterloop. Deze typen passen echter niet goed in een stedelijk woongebied.
Verderop aan de westelijke buitenrand van De Groote Wielen ligt het Kanaalpark langs het Maximakanaal. Dit landschapspark verbindt de Aa en de Maas. Het park aan het Maximakanaal wordt gekenmerkt door slingerende beekjes, bosjes, groenrijke graslanden, ruigten, moeras en open water. Het park is nog volop in ontwikkeling. De Blauwe Sluisweg en de Hustenweg worden begeleid met een bomenlaan. Bomenstructuren binnen de Groote Wielen
12
Watermachine de Groote Wielen
13
AMBITIES De Noordoosthoek is het laatste te ontwikkelen gebied van De Groote Wielen. Voor dit deelgebied wil de gemeente ’s-Hertogenbosch voortborduren op het goeds dat al is ontwikkeld in de voorgaande wijken, maar zeker ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen op bijvoorbeeld het gebied van duurzaamheid, gezondheid en mobiliteit. De gemeente heeft daarom ambities geformuleerd in de Nota van Uitgangspunten die het vertrekpunt zijn voor de ontwikkeling in de Noordoosthoek. Deze uitgangspunten zijn door het College van B & W vastgesteld. Hieronder een korte samenvatting van deze ambities.
“DE NOORDOOSTHOEK IS EEN RUSTIGE EN GROENE WOONWIJK MET AANDACHT VOOR DIVERSITEIT” In de Noordoosthoek komt een divers woningaanbod, met zowel koop- als huurwoningen in verschillende segmenten voor. Zowel grondgebonden en gestapeld. Net als in de andere buurten in De Groote Wielen krijgt iedere buurt binnen de Noordoosthoek een eigen identiteit. De identiteit, ook wel woonsfeer, wordt nader uitgewerkt in de volgende hoofdstukken van dit Ruimtelijke Functioneel Kwaliteitskader (RFK). Diversiteit wordt ook geboden door bijvoorbeeld experimentele woonvormen, co-housing, wonen als een dienst, experimenteel bouwen, modulair en/of aanpasbaar bouwen en levensloopbestendigheid. Ook kan gedacht worden aan meervoudig ruimtegebruik, waardoor slim omgegaan kan worden met functiemenging. Door ruimte te bieden aan dergelijke initiatieven, wordt een wijk ontwikkeld die klaar is voor de toekomst en adaptief in kan spelen op veranderingen.
18
“ER IS RUIMTE VOOR BEWEGEN, ONTMOETEN EN SPELEN, DIT DRAAGT BIJ AAN ONZE GEZONDHEID EN SOCIALE COHESIE” Huidige bewoners geven aan dat ze in De Groote Wielen zijn komen wonen voor de rust en de ruimte. Eén openstaande wens springt eruit: het rondje rond de plas voor een wandeling of andere vormen van beweging. Dit is ook een wens van de gemeente zelf. Voor de Noordoosthoek vertaalt zich dat in een omgeving die uitnodigt tot bewegen en spelen. Daarbij stimuleren we het fietsen en wandelen voor korte afstanden. Het echt prettige buiten verblijven kan gerealiseerd worden door voldoende plekken om te spelen, ‘ommetjes’ te maken of bijvoorbeeld een trimbaan aan te leggen. Een gezonde leefomgeving uit zich ook in het voorkomen/ beperken van hinder door thema’s als geluid en luchtkwaliteit. Naast gezondheid, staat ook ontmoeten centraal in de Noordoosthoek. In de bestaande delen van De Groote Wielen wordt dit soms gemist. In de Noordoosthoek kan dit landen in de zogenaamde hubs voor vervoer, bankjes/zitplekken, collectieve moestuinen of een strandje aan de plas. Ontmoeten en bewegen kan goed georganiseerd worden in de openbare ruimte. Er wordt ingezet op een goede balans tussen ontmoeten nabij de woning (op buurtniveau) en ontmoeten bijvoorbeeld aan de plas (op wijkniveau).
Duurzame bezorging door Fietskoeriers (Beeld: Shortcut fietskoeriers)
19
“WATER STAAT CENTRAAL” In de Noordoosthoek wordt een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem ontwikkeld. Water is een van de belangrijkste pijlers van de inrichting van het gebied. Robuuste groenblauwe structuren zorgen ervoor dat de leefomgeving aantrekkelijk is en ook blijft bij weersextremen zoals hitte, droogte en extreme neerslag. In de Noordoosthoek wordt aangesloten bij het principe van de watermachine. Regenwater wordt in het zicht afgevoerd en lokaal geïnfiltreerd. Met dit gesloten watersysteem wordt een goede waterkwaliteit nagestreefd, met mooi en beleefbaar water met ecologische waarden. Dit wordt erkend door huidige bewoners van De Groote Wielen en biedt tevens goede kansen voor biodiversiteit. Het rioolsysteem wordt zo ontworpen dat het voorbereid is op toekomstige ontwikkelingen en doelmatig kan worden beheerd. We stimuleren het toepassen van nieuwe duurzame technieken (bijvoorbeeld om de CO2-uitstoot te verminderen, duurzame materialen toe te passen, of energie/materialen worden hergebruikt en teruggewonnen).
“WE GAAN SLIM OM MET MOBILITEIT” Het uitgangspunt is dat de Noordoosthoek goed bereikbaar is voor iedereen. Hiervoor kijken we ook naar slimme duurzame vormen van mobiliteit, zoals deelmobiliteit en OV-hubs. De zogenaamde OV-hubs functioneren als een overstapplaats voor verschillende vervoersmodaliteiten zoals de (deel)fiets en de bus. Op de hubs is ook ruimte voor pakketbezorging, zodat er minder verkeer door de wijken hoeft te gaan. De Noordoosthoek wordt een gezonden en actieve wijk. Fietsen en wandelen moet dan ook gestimuleerd worden. Om het gebruik van de fiets en lopen zoveel mogelijk te stimuleren, staat in de Noordoosthoek de fiets boven de auto. Er is maar beperkt een doorgaande verkeersstructuur, om gemotoriseerd verkeer binnen het gebied zoveel mogelijk te ontmoedigen. Daarnaast worden fietspaden zoveel als mogelijk vrijliggend en wordt een goede verbinding met het centrum van de
20
Groote Wielen voor fietsers en wandelaars prioriteit. Het gaat binnen de Noordoosthoek dan ook sneller zijn om te fietsen of wandelen dan om de auto te pakken. Ook parkeren heeft de aandacht. Er wordt voor een aantal woonvormen gedacht aan excentrische parkeerplaatsen, waardoor de auto niet standaard voor de deur hoeft te staan. Dit versterkt het woongenot en maakt het gebied rondom woningen een fijne verblijfsplaats voor iedereen. De parkeerplaatsen bevinden zich op loopafstand van de woningen.
“WE ZIJN BLIJVEND IN GESPREK” Zowel op gebiedsniveau als op gebouwniveau zijn er hoge ambities voor wat betreft duurzaamheid. De ambities zijn uitgewerkt op vier deelthema’s: 1. Energie: de wijk is CO2-neutraal; 2. Klimaatadaptatie: de wijk is klimaatbestendig ingericht; 3. Circulariteit: er wordt op gebieds- en gebouwniveau circulair ontwikkeld; 4. Biodiversiteit: de wijk wordt groen ingericht en is aantrekkelijk voor flora en fauna. De Noordoosthoek zal een optelsom van projecten zijn, door de verschillende marktpartijen die in dit gebied woningen gaan ontwikkelen. Het proces hiervan is open en kent geen vooropgestelde blauwdruk. Dit betekent dat we werken met kaders, waarbinnen de projecten ontwikkeld kunnen worden.
21