CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Toelichting Inrichten Fonds Kwaliteitsverbetering Buitengebied

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Omgevingsvisie 'Zin in 's-Hertogenbosch'1.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting ‘Inrichten Fonds Kwaliteitsverbetering Buitengebied’ Op basis van de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is (her)ontwikkeling in het buitengebied alleen mogelijk, wanneer dat leidt tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteitsimpuls kan in natura plaatsvinden, of wanneer dat op locatie niet mogelijk is, in de vorm van een bijdrage aan een door de gemeente in te stellen fonds. Het inrichten van het fonds op korte termijn is belangrijk. Het is sinds februari 2025 namelijk niet meer mogelijk om ruimte-voor-ruimte-bouwtitels of maatwerktitels te kopen voor individuele woningbouwontwikkelingen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven kunnen nu alleen nog doorgaan met een kwaliteitsimpuls ‘in natura’ of na een storting in een door de gemeente op te richten fonds. Het oprichten van een fonds is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De Omgevingswet ziet deze werkwijze als een vorm van kostenverhaal waarvoor een juridische basis in de omgevingsvisie noodzakelijk is (artikel 13.22 Omgevingswet ). In paragraaf 2.2.2 Deel B van de omgevingsvisie is deze basis uitgewerkt. Om deze vorm van kostenverhaal in de praktijk toe te kunnen passen is het nodig om een Fonds Kwaliteitsverbetering Buitengebied in te richten. Hierdoor kunnen we de te ontvangen gelden reserveren voor kwaliteitsimpulsen elders binnen onze gemeente.

Alleen ontwikkeling in het buitengebied wanneer dat leidt tot versterking ruimtelijke kwaliteit Het is belangrijk om zorgvuldig om te gaan met ons buitengebied. Op basis van de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is (her)ontwikkeling in het buitengebied alleen mogelijk, wanneer dat leidt tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Dit vormt voor ons als gemeente een belangrijk kader, op basis waarvan we ons ook moeten verantwoorden. De provincie heeft hiervoor in de Omgevingsverordening 2 regelingen opgenomen: -

Artikel 5.14 ‘Maatwerk omgevingskwaliteit’ van belang voor het toevoegen van woningen in het buitengebied; Artikel 5.11 ‘Kwaliteitsverbetering landschap’ van belang voor ontwikkeling van nietwoonfuncties en planmatige woningbouw in het buitengebied.

Artikel 5.14 Maatwerkregeling omgevingskwaliteit Deze regeling houdt in dat het realiseren van extra woningen in het buitengebied alleen mogelijk is, wanneer er een kwaliteitsimpuls plaatsvindt ter hoogte van een bedrag dat vergelijkbaar is met de aankoopkosten van een ruimte-voor-ruimte-bouwtitel (de daadwerkelijke hoogte varieert per woningtype). Wanneer de kwaliteitsimpuls niet ‘in natura’ kan plaatsvinden, dient het betreffende bedrag gestort te worden in een door de gemeente in te stellen fonds. De gemeente zet de te ontvangen gelden in dit fonds vervolgens in voor kwaliteitsimpulsen elders binnen de gemeente. Tot op heden maakten we binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch geen gebruik van zo’n fonds. Er konden immers ruimte-voor-ruimte-bouwtitels gekocht worden, waarmee voldaan werd aan de vereiste kwaliteitsimpuls. Vanaf februari dit jaar is dit niet meer mogelijk. Dat betekent dat via de provinciale ‘Maatwerkregeling omgevingskwaliteit’ (uitgewerkt in par. 7.1 Beleidsregel Omgevingskwaliteit ‘Maatregel Omgevingskwaliteit’), alleen nog woningen in het buitengebied toegevoegd kunnen worden door een kwaliteitsimpuls ‘in natura’ of een storting in een fonds. In veel gevallen is het niet mogelijk de (volledige) vereiste kwaliteitsimpuls ‘in natura’ te realiseren. Wanneer er in die gevallen geen gemeentelijk fonds is

waarin het verplicht af te dragen bedrag gestort kan worden, leidt dat tot vertraging van ontwikkelingen. Op dit moment lopen er in het buitengebied 5 initiatieven (met in totaal 8 woningen) die oorspronkelijk gebruik konden maken van de mogelijkheid om een titel te kopen bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte. In de huidige situatie kunnen deze alleen doorgaan op basis van artikel 5.14 van de Omgevingsverordening (de maatwerkregeling) door storting van het verplicht af te dragen bedrag in een fonds. Bij enkele initiatieven is naar verwachting rond de zomer reeds een storting in het fonds aan de orde. Op basis van de middelen in het fonds kan de gemeente investeren in de kwaliteit van het buitengebied. Dit is een voordeel ten opzichte van de oorspronkelijke ruimte-voor-ruimteregeling, waarbij de middelen niet of nauwelijks in de gemeente zelf besteed werden. Deze werden door de provincie vooral ingezet in oost-Brabant, voor de uitkoop van agrarische bedrijven. Om een inschatting te kunnen maken van de te verwachten stroom aan middelen richting het fonds, is het aantal ruimte-voor-ruimte-ontwikkelingen in de afgelopen jaren geïnventariseerd. Gemiddeld zijn er jaarlijks 4 à 5 ruimte-voor-ruimte-woningen in het buitengebied gerealiseerd. Daarnaast kan er ook storting in het fonds aan de orde zijn als gevolg van artikel 5.11 Omgevingsverordening.

Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Deze regeling houdt in dat bij grotere ontwikkelingen met effect op het landschap (zogenaamde categorie 3 ontwikkelingen, zie hiervoor bijlage 4 van de omgevingsvisie), een kwaliteitsimpuls noodzakelijk is ter hoogte van 20% van de waardevermeerdering van de grond. Daarnaast dient op basis van deze regeling bij stedelijke woningbouw een bijdrage geleverd te worden ter hoogte van 1% van de uitgifteprijs. Dit komt boven op een goede landschappelijke inpassing. Voor windturbines is een vast bedrag afgesproken en voor zonneparken is sprake van maatwerk. Wanneer deze kwaliteitsimpuls niet ‘in natura’ kan, dan moet het bedrag in een gemeentelijk fonds gestort worden. Vanuit dit fonds draagt de gemeente zorg voor de investering in de kwaliteit (elders). Als gemeente werken we al jaren met deze regeling. Tot op heden hebben we met de initiatiefnemers afspraken kunnen maken zodat de kwaliteitsimpuls in natura plaatsvindt. Een fonds als achtervang is echter nog niet ingesteld. Ook is de juridische basis voor deze werkwijze tot op heden nog niet verankerd. De Omgevingsvisie geeft daar invulling aan. Wanneer een dergelijke juridische basis niet aanwezig is, bestaat er een (klein) risico dat initiatiefnemers een procedure onverschuldigde betaling opstarten.

Bij een goede verankering in de omgevingsvisie vervalt het risico op een succesvolle claim. Uitwerking werkwijze in het op te stellen Programma Financiële Bijdragen Het inrichten van een Fonds Kwaliteitsversterking Buitengebied is dus in essentie geen initiatief van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Het vloeit voort uit de provinciale Omgevingsverordening. Het is van belang dat het Fonds op korte termijn ingericht wordt. Er is immers een alternatief nodig voor de weggevallen mogelijkheid om ruimte-voor-ruimte-titels aan te kopen. Gebeurt dit niet, dan is het risico dat wenselijke initiatieven geen doorgang vinden danwel vertragen. Daarnaast wordt in het Programma Duurzame Polder ook geanticipeerd op de inrichting van dit fonds. Dit Programma wordt naar verwachting in juni 2025 vastgesteld. De systematiek van besteding, verantwoording en beheer van de middelen uit het fonds worden verder uitgewerkt in een Programma Financiële Bijdragen. Het is niet noodzakelijk om dit

programma gereed te hebben op het moment dat het fonds ingericht wordt. Met de passages die opgenomen zijn in de omgevingsvisie (paragraaf 2.2.2. Deel B) wordt voldaan aan de wettelijke eisen (13.22 en 13.23 Omgevingswet). Het Programma zal in het najaar van 2025 gereed zijn. In het programma wordt bijvoorbeeld uitgewerkt waaraan de middelen in het fonds besteed mogen worden. Volgens de provinciale Omgevingsverordening moet het fonds ingezet worden voor de verbetering van de landschappelijke kwaliteit in het buitengebied. In de Brabantbrede werkafspraken als vervolg op de regeling in de Omgevingsverordening is dit uitgewerkt: -

-

het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen; het behoud of herstel van cultuurhistorische waardevolle bebouwing of terreinen; sloop van bebouwing en verwijderen van verharding, waarbij er wordt uitgegaan van de netto oppervlakte sloop: daadwerkelijke afname van (legale) m2’s bebouwing en verharding; het realiseren van Natuur Netwerk Brabant, ecologische verbindingszones en gemeentelijke natuurstructuren; het aanleggen van openbaar toegankelijke extensieve recreatieve mogelijkheden; klimaatmaatregelen die landschappelijk passend en vormgegeven zijn; aanvullende wateropgaven die landschappelijk passend en vormgegeven zijn. De wateropgave die voor een ontwikkeling zelf is vereist, vormt geen in te zetten maatregel.

In het Programma Financiële Bijdragen wordt een concrete projectenlijst opgenomen. De ‘Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig’ en het in ontwikkeling zijnde ‘Uitvoeringsprogramma Groen en Klimaatbestendig’ vormen hiervoor een belangrijke basis. De middelen kunnen bijvoorbeeld ook ingezet worden voor de versterking van Natura-2000 gebieden, of benut worden voor projecten met het oog op natuurversterkend ontwikkelen. Het is niet noodzakelijk dat de middelen besteed worden in de directe nabijheid van het initiatief, als gevolg waarvan een bijdrage aan het fonds plaatsgevonden heeft. Binnen het Fonds Kwaliteitsversterking Buitengebied wordt een deelfonds voor de Duurzame Polder ingericht. Dit is ook zo benoemd in het door het College van burgemeester & wethouders nog vast te stellen Programma Duurzame Polder (naar verwachting juni 2025). Het voorstel is om geen apart fonds in te richten. De Duurzame Polder ligt in het buitengebied. Op deze wijze worden de te ontvangen middelen (gekoppeld aan ontwikkelingen in de Duurzame Polder, waaronder de turbines) geoormerkt en gezorgd dat deze besteed worden voor kwaliteit in de Duurzame Polder. Voor deze investeringen vormt het Programma Duurzame Polder de leidraad. De middelen kunnen bijvoorbeeld ingezet worden voor het klimaatlandschap.

Het op te stellen Programma Financiële Bijdragen, wordt een programma zoals bedoeld in artikel 3.4 Omgevingswet. Het College van B&W is bevoegd om een programma vast te stellen. Bevoegdheden Op basis van artikel 44 lid 2 Besluit Begroting en Verantwoording dient een voorziening (fonds) gevormd te worden voor ‘verkregen middelen van derden die specifiek besteed moeten worden’. Hiervan is sprake bij een financiële bijdrage in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap.

Het besluit tot inrichten van het Fonds Kwaliteitsverbetering Buitengebied is een raadsbevoegdheid. De uitwerking van de werkwijze rondom het fonds en het toepassen daarvan, is de verantwoordelijkheid van het College van B&W. Jaarlijks moet door het College verantwoording aan de raad afgelegd worden over de inleg in/besteding vanuit het fonds. Dit is onderdeel van de begrotingscyclus. De raad heeft een controlerende rol. Daarnaast moet ook richting de provincie verantwoording plaatsvinden. Volgens de Brabantbrede werkafspraken moet het geld in het fonds binnen 5 jaar besteed worden. Omdat er voldoende projecten voortvloeien uit de Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig leidt dat niet tot een knelpunt. Aan de inrichting van het Fonds Kwaliteitsverbetering Buitengebied is geen financieel risico verbonden. Pas wanneer er voldoende middelen in het fonds aanwezig zijn, wordt op basis hiervan geïnvesteerd in de kwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15706215/1