Bijlage 6 Oplegnotitie bij planMER Duurzame Polder
Tekst van het document
Oplegnotitie bij het planMER Duurzame Polder, maart 2025: Deze oplegnotitie hoort bij het planMER Duurzame Polder en bestaat uit: 1. Reactie gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch op advies Commissie van de m.e.r. 2. Addendum locatieonderbouwing Duurzame Polder
Reactie gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch op advies Commissie van de m.e.r. De Commissie voor de m.e.r. (hierna: de Commissie) heeft op 10 maart 2025 een toetsingsadvies op het planMER Duurzame Polder, behorend bij het ontwerp Programma gegeven. In haar advies heeft de Commissie aanbevelingen en opmerkingen opgenomen, waarop de gemeenten graag reageren met de wijze waarop zij deze adviezen zullen verwerken in het vervolgtraject van Duurzame Polder. Samenvatting reactie 1. De gemeenten danken de Commissie voor het gegeven advies op het planMER en voor inzage in en bespreking van het conceptadvies. 2. De gemeenten nemen de suggestie van de Commissie over om meer systematisch te beschrijven waarom voor Duurzame Polder is gekozen als locatie voor grootschalige opwek met windturbines ten opzichte van andere mogelijke locaties binnen de gemeentegrenzen. Er zal onder meer een tabel worden toegevoegd met de milieu-afwegingen bij deze locatiekeuze. 3. De gemeenten nemen het advies van de Commissie over het gewenste detailniveau van het onderzoek serieus en zullen hierin voorzien in de vervolgfase. De gevolgen voor de natuur, landschap, cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid zijn in de overtuiging van de gemeenten in het planMER voldoende beschreven om te komen tot de strategische keuzes in het Programma Duurzame Polder.
Dat Programma en het Voorkeursalternatief (VKA) geven aan waar in de Duurzame Polder in ieder geval geen windturbines komen en waar dat onder voorwaarden wel kan. Meer detailniveau in de studie naar de gevolgen voor natuur en omgeving zal worden bereikt in de fase van vergunningverlening als de locaties van de turbines gekozen zijn. Meer detailstudie op dit moment in het proces zal niet leiden tot aanwijzing van een ander gebied voor het VKA. De adviezen van de Commissie zijn beter op zijn plaats bij de toetsing van concrete initiatieven. Het Programma bevat de randvoorwaarden voor deze toetsing. Opnemen van de adviezen in het planMER en in het vervolgproces De Commissie voor de milieueffectrapportage komt met verschillende punten van kritiek en adviezen, die de gemeenten deels hebben opgevolgd in deze planMER-fase en voor een belangrijk deel meenemen naar de volgende fasen in het project, met name bij de toetsing van de vergunningaanvragen van initiatiefnemers, die voorzien moeten zijn van een projectMER. In die fase zijn de gevraagde onderzoeken op detailniveau beter en realistischer uit te voeren, omdat dan de posities van de windturbines bekend zijn.
De gemeenten begrijpen het advies van de Commissie dat de locatieonderbouwing van de Duurzame Polder – Waarom hier windturbines en niet in andere delen van gemeenten Oss en 'sHertogenbosch – vanuit de onderliggende milieuafwegingen uitgebreider beschreven kan worden om een samenvattend beeld te geven welke andere gebieden in beeld zijn geweest voor ontwikkeling van windturbines. De onderbouwing van de locatiekeuze in paragraaf 1.1.5 (Locatiekeuze) van het planMER wordt in een aanvullende oplegnotitie door de opsteller van het planMER ter verduidelijking systematisch beschreven en samengevat in een tabel toegevoegd met de (milieu)overwegingen voor de locaties die zijn onderzocht in beide gemeenten. De conclusie van deze locatieonderbouwing is dat de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch diverse onderzoeken hebben uitgevoerd om de Duurzame Polder als locatie voor windenergieontwikkeling te selecteren, waarbij ook de milieueffecten zijn beoordeeld en meegewogen. Het opwekpotentieel van windenergie in dit gebied en het kunnen aansluiten bij de buurgemeente bekrachtigen de keuze voor de Duurzame Polder.
Hoewel de realisatie van windturbines in dit gebied bepaalde effecten zal hebben, zoals effecten op het open landschap, mogelijke verstoring van weidevogels, mogelijke aantasting van NNB-gebieden en het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten, zijn deze effecten in kaart gebracht en erkend.
De Commissie heeft in het adviesgesprek toegelicht dat zij de stukken als planMER heeft beoordeeld en de Commissie beseft dat in de volgende fase van vergunningaanvraag nog een projectMER volgt. De gemeenten vinden het planMER op de onderdelen natuur, gezondheid, landschap, gebiedsontwikkeling met voldoende diepgang beschreven. De onderzoeksmethodiek is passend en gebruikelijk voor het doel van dit planMER, namelijk het vaststellen van een VKA-gebied. Meer detailonderzoek zal volgens de gemeenten niet leiden tot een andere beoordeling van de alternatieven en tot aanwijzing van andere delen van de Duurzame Polder tot VKA-gebied, zonder specifieke locaties vast te leggen voor windturbines. Het bureau dat het planMER in opdracht van de gemeenten heeft opgesteld onderschrijft “dat de uitkomsten van het planMER bijdragen aan de doelstelling die de gemeente voor ogen heeft gehad met het planMER, namelijk het scheppen van de beleidskaders om te komen tot de ontwikkeling van windturbines binnen de Duurzame Polder, met daarbij voldoende vrijheid voor initiatiefnemers om te komen tot een haalbaar en uitvoerbaar plan voor een vergunningsaanvraag.
De onderzochte varianten brengen de bandbreedte van mogelijkheden voor windenergie in beeld en geven inzicht in de mogelijke milieueffecten die kunnen optreden.” De te verwachte effecten zijn volgens de uitgevoerde onderzoeken naar verwachting te mitigeren en compenseren. Dit moet definitief blijken in het vergunningentraject. In het Programma zijn uitgangspunten opgenomen om de benodigde processtappen daarvoor op te starten. Ook de gevolgen voor gezondheid, landschap en de koppeling naar gebiedsontwikkeling zijn beoordeeld op een niveau dat past bij het strategische niveau van het Programma. De gevolgen voor geluidhinder zijn volgens een voor een planMER gebruikelijke methodiek beschreven. Voor het bepalen van de geluidcontouren in het planMER is uitgegaan van de randen van de plaatsingszones om de gevolgen ‘worst case’ -manier in beeld te brengen en op basis daarvan de alternatieven met elkaar te vergelijken. Het is naar de mening van de gemeenten niet ondenkbaar en daarmee realistisch om van opstelling aan de randen uit te gaan. Er zijn immers geen concrete locaties bekend, die volgen in het projectMER. Ook voor het beoordelen van de effecten op landschap en cultuurhistorie is uitgegaan van de ‘worst case’-manier van beoordelen, maar zijn ook visualisaties gemaakt van mogelijke opstellingen van windtrubines.
Voor zover relevant zijn in het planMER voorbeeldopstellingen gebruikt. Toevoegen van voorbeeldopstellingen in alle varianten voor het beoordelen van de milieueffecten zoals de Commissie bepleit, leidt volgens de gemeenten niet tot een andere beoordeling. In het planMER voor de Duurzame Polder is bij de effectbepaling van de varianten uitgegaan van zones en deze zijn niet ingeperkt tot voorbeeldopstellingen. Het doel van het planMER is geweest om de maximale ruimte binnen het zoekgebied voor windturbines te onderzoeken ten behoeve van het Programma. Het doel is niet geweest om te komen tot een concrete opstelling of een verdere inperking van de plaatsingszone. Dit is ook terug te zien in het VKA dat voorligt in het Programma (het moederbesluit), waarbij de uiterste grenzen zijn aangegeven, waarbinnen vervolgens door initiatiefnemers gekomen kan worden tot een concrete opstelling. In de projectfase kan meteen met de definitieve opstellingen gewerkt worden en dat geeft een relevanter beeld dan een tussenstap op dit moment met voorbeeldopstellingen. Voorbeeldopstellingen zijn daarentegen wél gebruikt bij de berekening van de potentiële energieopbrengst op globaal niveau doorgerekend. Daarnaast zijn deze voorbeeldopstellingen gebruikt voor de visualisaties en de modelberekening van de radarverstoring.
De gemeenten delen de zorg van de Commissie voor de gevolgen voor de natuur en de noodzaak om – bij verstoring van de natuurwaarden – te zorgen voor mitigerende en compenserende maatregelen. De Passende Beoordeling, de Nee-Tenzijtoets en de Ecologische risicoanalyse zijn in deze fase op strategisch niveau uitgevoerd in de wetenschap dat de exacte locaties van turbines nog niet bekend zijn. Op basis van deze onderzoeken kunnen de gemeenten stellen dat het Programma naar verwachting uitvoerbaar is. De onderzoeken laten zien dat mitigatie en zo nodig compensatie in principe mogelijk is. Het projectMER bij de vergunningaanvragen zal daar in detail verder op ingaan. De mogelijkheden om weidevogelgebied en rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten te verplaatsen blijkt in principe uit de ecologische analyses, maar de daadwerkelijke uitvoerbaarheid
moet blijken uit het vervolgproces, waarvoor in het Programma een voorstel is opgenomen om met initiatiefnemers, agrariërs en natuurorganisaties tot een gezamenlijk gebiedsproces te komen. Dit procesvoorstel is besproken met de provincie Noord-Brabant, het bevoegd gezag voor het verlenen van een natuurvergunning in de projectfase en voor een verplaatsing van het ganzen- en smientengebied. De gemeenten delen de mening van de Commissie dat initiatieven voor gebiedsontwikkeling zullen werken als mitigerende maatregelen voor negatieve gevolgen voor bijvoorbeeld landschap of natuur. De kansen van deze mogelijke maatregelen zijn beschreven in H.12 en 13 van het planMER. Het benutten van deze mogelijkheden is een opgave die de gemeenten neerleggen bij de initiatiefnemers in de vervolgfase, waarin zij met een plan dienen te komen, die de gemeenten zullen toetsen.
NOTITIE
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie
Addendum locatieonderbouwing Duurzame Polder PlanMER Duurzame Polder Gemeente Oss 140764 Definitief 02 17 maart 2025 140764/25-004.183
Dit document is geautoriseerd en intern aantoonbaar vrijgegeven conform het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001.
Bijlage(n)
-
Aan
Gemeente Oss -
Kopie
1
INLEIDING
Sinds 2017 werken de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch aan plannen voor de Duurzame Polder. Dit doen zij in afstemming met de provincie, het rijk en de omgeving. In maart 2020 heeft dit geleid tot het rapport ‘Eindrapport Verkenning Duurzame Polder’. In de RES 1.0 van Noordoost Brabant is de Duurzame Polder vervolgens opgenomen als zoekgebied voor wind- en zonne-energie. Voorafgaand aan de keuze om een windpark te ontwikkelen in de Duurzame Polder, hebben de gemeenten afzonderlijk onderzocht welke locaties geschikt zijn voor windenergie binnen de gemeentegrenzen. Om vervolgens een afweging te maken voor welke locatie wordt gekozen om duurzame energie op te wekken. In haar advies van 10 maart 2025 vraagt de Commissie mer over de locatieonderbouwing van de Duurzame Polder op basis van de reeds beschikbare gegevens nader uit te werken. Meer concreet adviseert de Commissie mer: 1 een overzicht op kaart te maken van de in het planMER genoemde vergelijkbare alternatieve locaties binnen de gemeentegrenzen van ’s-Hertogenbosch en Oss; 2 deze locaties op hoofdlijnen en op basis van globale gegevens te vergelijken op hun milieuaspecten; 3 de locatiekeuze voor de Duurzame Polder hiermee kort te onderbouwen en hierbij de rol van milieuargumenten te beschrijven.
Hoofdstuk 2 van dit addendum bij het planMER (134741/24-017.337) geeft invulling aan het advies ten aanzien van de locatieonderbouwing.
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
2
LOCATIEONDERBOUWING
Dit hoofdstuk geeft invulling aan het advies ten aanzien van de locatieonderbouwing en vormt een aanvulling op de locatieonderbouwing zoals opgenomen in paragraaf 1.1.5 van het planMER. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de Commissie mer niet adviseert om een nieuwe analyse uit te voeren. De Commissie mer heeft geadviseerd om bestaande informatie uit voorgaande onderzoeken die door de gemeenten is verzameld om te komen tot de keuze voor de Duurzame Polder hiervoor te gebruiken. De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch hebben verschillende locaties overwogen voor de ontwikkeling van windenergie. In onderstaande paragrafen worden de locaties die zijn overwogen per gemeente toegelicht.
2.1
Gemeente ’s-Hertogenbosch
De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft meerdere gebieden onderzocht voor de ontwikkeling van windturbines. Deze gebieden zijn opgenomen in de Visie Energielandschap1. In deel B van de Visie Energielandschap is opgenomen welke gebieden zijn beschouwd door de gemeente. De ontwerpversie van deze visie is betrokken bij het ‘Eindrapport Verkenning Duurzame Polder’. Afbeelding 2.1 toont de gebieden die zijn onderzocht in ’s-Hertogenbosch.
Afbeelding 2.1 Onderzochte gebieden windenergie ’s-Hertogenbosch (met in roze het Kanaalpark) (bron: Visie Energielandschap deel B, ’s-Hertogenbosch)
De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft verschillende milieuaspecten beschouwd en onderzocht om te komen tot geschikte gebieden voor windenergie. In tabel 2.1 zijn de negen gebieden opgenomen en is voor verschillende aspecten aangegeven of dit van toepassing is voor de gebieden. Hierbij wordt ingegaan op de milieuaspecten natuur en landschap. Ook worden overige aandachtspunten benoemd. De beschreven effecten en aandachtspunten zijn opgenomen in de verschillende documenten die onderdeel uitmaken van de Visie Energielandschap. 1
De Visie Energielandschap is in juli 2020 vastgesteld door de raad van ’s-Hertogenbosch en te raadplegen via https://www.shertogenbosch.nl/visie-energielandschap/.
2|9
Witteveen+Bos | 140764/25-004.183 | Definitief 02
Tabel 2.1 Overzicht onderzochte gebieden voor windenergie in ‘s-Hertogenbosch en belangrijkste milieueffecten Gebied
Natuur
Landschap
Overige aandachtspunten
Moerputten en Bossche Broek
Gebied van ecologisch hoge kwaliteit met veel beschermde en kwetsbare soorten. Eén van de weinige laagveenmoerassen ten zuiden van de grote rivieren. Volledig onderdeel van Natuur Netwerk Brabant (NNB) en Natura 2000-gebied.
Cultuurhistorische waarden en Bossche Broek van landschappelijk zeer hoge kwaliteit (Rijksbeschermd stadsgezicht). In de Moerputten is de oude verkavelingsrichting herkenbaar een geldt de Moerputtenbrug als cultuurhistorisch waardevol. Met de Bossche Broek is de relatie tussen de vesting en het vrije schootsveld nog intact.
Waardevol gebied voor recreatieve activiteiten, hoge waardering door bewoners. Belangrijk uitloopgebied voor de stad.
Maasuiterwaarden
Gebied van hoge ecologische waarden, onder andere door de oude stroomgeulen, de wielen aan de dijk, de eendenkooi ende aanwezige beplanting. Gehele gebied onderdeel van NNB. Investeringen voorzien in de natuur.
Cultuurhistorische waarden in het gebied, zoals Fort Crevecoeur (deel van de Zuiderwaterlinie) hoge waardering voor het landschap.
Gebied kent recreatieve kwaliteiten, gebied nodig voor voldoende ruimte voor de rivier. Ligging in laagvlieggebied Defensie. Dijkdorpen langs de dijken van de maas.
Kanaalpark
Natuurgebied (in ontwikkeling), deels aangemerkt als NNB. Belangrijke ecologische verbindingszone loopt door het gebied.
Recente ontwikkeling van het park, hoge waardering van het landschap.
Voor verdere ontwikkeling van onder andere het natuur- en recreatiegebied wordt het gebied vrijgelaten van zelfstandige ontwikkelingsmogelijkheden voor duurzame energie.
Diezemonding
Grotendeels onderdeel van NNB. Wordt ingezet op verdere natuurontwikkeling, bijvoorbeeld voor spontane natuurontwikkeling met begrazing door kuddes.
Cultuurhistorische waarden, als onderdeel van de Zuidwaterlinie met inundatiegebieden. In nabijheid al windturbines voorzien, effect op landschap is al groot. Gekozen dit cluster niet uit te breiden.
Belangrijk parkachtig natuur- en recreatiegebied dat de stad in loopt.
Rosmalense en Nulandse polder
Ecologische waarden, onder andere als leefgebied van een belangrijk deel van de Brabantse weide- en akkervogelpopulatie. n de winter is de polder leefgebied voor veel watervogels als eenden en ganzen, maar ook voor de zeldzame en bedreigde kleine zwaan.
Open polderlandschap, met rationele verkaveling. Grootste landschappelijke kwaliteit is de maat en openheid van de polder. Cultuurhistorische waarden van de Beerse Overlaat. Oost-west gerichte weteringen in het gebied: de Hoefgraaf en de Weteringsgraaf.
Door de bewoners worden kansen gezien om het gebied te verbeteren op met name de thema’s natuur, landbouw en recreatie. Maar ook worden hier mogelijkheden voor windturbines en zonnevelden gezien. Ligging in laagvlieggebied Defensie.
Bokhovense polder
De polder heeft ecologische kwaliteiten, onder andere rondom het Meer van Engelen, waar veel wateren moerasvogels leven.
Open polderlandschap, een landschappelijke kwaliteit in de vorm van openheid. Grootschalig ruilverkaveling.
Recreatieve kwaliteiten langs de oostzijde (De Haverleij). Bewoners zien hier kansen voor een kleinschaliger landschap met landbouw en verbetering van de natuurwaarden.
Hooge Heide (Noord en Zuid)
Vooral in het noordelijk deel belangrijke ecologische waarden. Enkele gebieden onderdeel van NNB.
Kleinschalig bos en kampenlandschap met landgoederen (Coudewter) en kloostercomplexen
Kleinschalige landschap meer geschikt bevonden voor zonneenergie.
3|9
Witteveen+Bos | 140764/25-004.183 | Definitief 02
Gebied
Natuur
Landschap
Overige aandachtspunten
Waardevol voor soorten die afhankelijk zijn van een gevarieerd en kleinschalig landschap.
(Mariabrug). Dit zorgt voor landschappelijke kwaliteiten. Ook cultuurhistorische kwaliteiten.
Dungense polder
Potentie voor natuur doordat het onderdeel is van de Groene Delta.
Cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten, met name door het open karakter van het landschap. Kleinschaliger dan andere polders. Historische relatie van natuur en landbouw nabij de stad.
Geschikt voor wind- en zonneenergie. Kansen voor verbetering van het gebied.
Snelwegenlandschap
Zeer beperkte ecologische kwaliteiten.
Landschap niet aantrekkelijk, snelweg doorsnijdt het landschap voor snelle en dynamische beleving. Kansen voor verbetering landschap.
Onaantrekkelijk gebied, met kansen voor zonne-energie. Worden transformatiemogelijkheden gezien.
Verdieping voor drie gebieden Op basis van de analyses die de gemeente heeft uitgevoerd zijn drie gebieden gekozen om verder te onderzoeken (beschreven in deel A van de Visie Energielandschap): - het gebied tussen Oss en ’s-Hertogenbosch (Rosmalense en Nulandse Polder); - het gebied rond de Bokhovense Polder, tussen ’s-Hertogenbosch-West en Heusden; - het gebied vanaf De Brand, richting Sint-Michielsgestel, inclusief de Dungense Polder. De redenen die de gemeente voor het kiezen van deze drie gebieden aandraagt zijn: - dit zijn de drie gebieden binnen de gemeentegrenzen die technisch geschikt zijn voor de opwek van duurzame windenergie gezien haar open en grootschalige karakter; - de drie gebieden kennen weliswaar bepaalde kwaliteiten zoals openheid en het weidevogelgebied, maar in alle drie de gevallen zijn de gebieden volgens de Visie Energielandschap als geheel niet van dusdanige hoge kwaliteit dat dit dient te worden gevrijwaard. De huidige kernkwaliteiten van het landschap moeten wel als uitgangspunten worden meegenomen in de nadere uitwerking; - bij deze drie gebieden blijft de hinder voor omwonenden van de opwek van grootschalige windenergie relatief gezien beperkt, doordat afstand kan worden gehouden tot de woongebieden en in de gebieden zelf weinig mensen wonen. Hierbij wordt opgemerkt dat niettemin naar verwachting wel hinder voor omwonenden zal ontstaan.
De doelstelling voor de gemeenten is om te komen tot een grootschalige opwek van windenergie. Dat betekent dat daar zowel fysieke ruimte voor nodig is in een voldoende open gebied, als ook het kunnen houden van voldoende afstand tot woonkernen in verband met mogelijke milieuhinder. Bovendien gelden ook landschappelijke redenen en afwegingen om te kunnen kiezen voor de realisatie van windenergie op een locatie. Deze redenen en afwegingen zijn door de gemeente ‘s-Hertogenbosch minder expliciet vastgelegd in documenten, maar hebben meegewogen in de uiteindelijke afweging dat de Rosmalense en Nulandse Polder meer geschikt is dan de Bokhovense Polder en Dungense Polder: - in de Rosmalense en Nulandse kan door de omvang van het open gebied een grotere afstand tot milieugevoelige objecten gehouden worden, zoals bestaande bebouwingsclusters en toekomstige woningbouwplannen. Ook wonen in het gebied zelf relatief weinig mensen; - in de Bokhovense Polder is ook een bepaalde afstand te houden tot woningen te houden, maar met name als er meerdere windturbines geplaatst zouden worden in een grid of in verschillende lijnopstellingen (wat voorstelbaar is bij grootschalige windenergie), is veel ruimte nodig.
Daardoor is minder goed afstand te houden tot de dichtbij gelegen woonkernen of bebouwingsclusters dan in de Duurzame Polder; - in de Dungense Polder kan ook minder afstand worden gehouden tot bewoonde gebieden, tegelijkertijd is daar het geluid mogelijk minder prominent vanwege de reeds aanwezige snelweg, maar blijft ook de
4|9
Witteveen+Bos | 140764/25-004.183 | Definitief 02
vraag openstaan of cumulatie van geluiden (snelweg en windturbines) het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar zal aantasten voor de bewoonde gebieden. Desondanks zouden de windturbines dan wel dicht bij de mogelijke toekomstige woningbouwontwikkeling van locatie Meerendonk (op lange termijn, in ieder geval niet voor 2030) liggen. Dit kan in de toekomst dus eventuele woningbouwontwikkeling belemmeren, wat naast de energietransitie een grote opgave voor de gemeente betreft. De gemeente stelt verder dat alle drie de gebieden eigen kwaliteiten en kenmerken hebben, alhoewel de openheid en grootte van het gebied bij alle drie aanwezig is. Daarnaast zijn windparken volgens de gemeente niet in te passen in het landschap. De impact van windturbines op landschappen is namelijk te groot om dit passend te maken bij huidige landschappen die de gebieden kennen. Om deze reden kan ook niet landschappelijk worden bekeken in welke van de drie gebieden windturbines het best passend zijn. De realisatie van windturbines vraagt daarom volgens de gemeente om een nieuw verhaal, waarbij geen sprake is van inpassen, maar transformatie van het gebied. Bij transformatie ontstaan essentieel andere, nieuwe landschappen. In deze transformatiegebieden moet het opwekken van duurzame energie nadrukkelijk samengaan met ruimtelijke kwaliteit en verduurzaming van de omgeving.
Er is daarom gekozen om de energieopgave leidend te laten zijn voor de gebiedskeuze, uitgaande van de noodzakelijke transformatie van het gebied. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft hierbij nadrukkelijk voor de Rosmalense en Nulandse Polder gekozen, omdat deze polder als het grootste open gebied verreweg het beste potentieel heeft voor grootschalige energieproductie. Door de omvang kan ook de grootste afstand gehouden worden de bebouwde kom. Ook kan hier de verbinding worden gemaakt met duurzame energieopwekking in de Lithse en Geffense polder in gemeente Oss. Daarnaast is deze polder het meest geschikt voor de opgave van het maken van een integraal plan.
2.2
Gemeente Oss
Op basis van de potentie voor windenergie zijn, naast de Duurzame Polder (in Oss oorspronkelijk aangeduid als Lithse Polder), ook elders in de gemeente Oss grotere gebieden ten noordoosten van Oss geschikt en/of onderzocht. Dit komt naar voren in een eerste verkenning voor duurzame energie in Oss: het rapport ‘Ruimtelijke verkenning naar Duurzame Energie in Oss’, uitgevoerd in 2017 1. Hierin wordt benoemd dat een aantal gebieden binnen de gemeente goede potentie biedt voor de inpassing van grotere opstellingen van windturbines. Het gaat hierbij om de volgende gebieden: 1 Oss-Noord: een gebied aan de noordoostzijde van de gemeente, aan de Maas; 2 Oss-Oost: het gebied ten noordoosten van Oss, grofweg gelegen ten zuidoosten van het dorp Haren en ten noorden van de spoorlijn Oss-Nijmegen; 3 bedrijventerrein Elzenburg-de Geer: het open gebied direct ten noordoosten van de kern Oss dat aansluit op bedrijventerrein Elzenburg-de Geer. Aanvullend is later nog een alternatief beschouwd. Het gaat om het gebied Vorstengrafdonk/Nieuw Zevenbergen (industrieterrein ten zuidoosten van de stad Oss, nabij snelwegknooppunt Paalgraven). Afbeelding 2.2 toont de genoemde gebieden, inclusief de Lithse Polder, op kaart. Dit is een kansenkaart voor windenergie die is opgenomen in het rapport ‘Ruimtelijke verkenning naar Duurzame Energie in Oss’.
Voor de kansenkaart is rekening gehouden met minimale afstanden tot gevoelige objecten, hoogspannings- en buisleidingen, infrastructuur en (beperkt) kwetsbare objecten.
1
Te raadplegen via https://www.oss.nl/bestuur_en_organisatie/verordeningen-en-beleidsdocumenten/Beleidsdocumenten.htm, titel document: ‘Duurzame energie opwekken (ruimtelijk beleid)’.
5|9
Witteveen+Bos | 140764/25-004.183 | Definitief 02
Afbeelding 2.2 Kansenkaart windenergie gemeente Oss (bewerkte versie van afbeelding 2.3 uit ‘Ruimtelijke verkenning naar Duurzame Energie in Oss’)
Aanvullend aan het meer technisch ingestoken rapport ‘Ruimtelijke verkenning naar Duurzame Energie in Oss’ is door de Bosch en Slabbers het rapport ‘Energie en ruimte’ opgesteld, waarbij naar de kansen voor duurzame energie in het landschap wordt gekeken. In tabel 2.2 zijn de belangrijkste milieueffecten en aandachtspunten uit de verschillende onderzoeken die hiervoor zijn benoemd samengevat.
Tabel 2.2 Overzicht onderzochte gebieden voor windenergie in Oss en belangrijkste milieueffecten op basis van uitgevoerde onderzoeken door gemeente Oss Gebied
Natuur
Landschap
Overige aandachtspunten
Lithse Polder
Ecologische waarden, onder andere als leefgebied van een belangrijk deel van de Brabantse weidevogelpopulatie. Rusten foerageergebied ganzen en smienten en NNB-gebieden.
Grootschalige openheid van het landschap, met een sterke oost-west oriëntatie en regelmatige verdeling voor ruilverkaveling. Aanwezigheid historische landschapselementen en structuren zoals eendenkooien en Hertogswetering.
Wisselwerking tussen verschillende windparken als aandachtspunt. Ligging in laagvlieggebied van Defensie. Waterwingebied aanwezig.
Oss-Noord
Ligging grotendeel in NNB-gebied. Deels rusten foerageergebied ganzen en smienten en NNB-gebieden.
Cultuurhistorische waarden van de Beerse Overlaat. Grootschalige openheid van het landschap.
Directe nabijheid van verschillende dorpen. Ligging in laagvlieggebied van Defensie.
Oss-Oost
Aantal NNB-gebieden binnen gebied.
Minder regelmatig landschap dan Lithse Polder en aandachtspunt
Directe nabijheid van verschillende dorpen. Ligging
6|9
Witteveen+Bos | 140764/25-004.183 | Definitief 02
Gebied
Natuur
Landschap
Overige aandachtspunten
bij landschappelijke inpassing is de afstand tot rivierduindorpen (Hare en Deursen-Dennenburg). Cultuurhistorische waarden van de Beerse Overlaat.
in laagvlieggebied van Defensie.
Elzenburg-de Geer
Aantal NNB-gebieden binnen gebied.
Cultuurhistorische waarden van de Beerse Overlaat. Locatie sluit direct aan op industrie, ruimtelijke en functionele binding.
Direct aansluitend op bestaande industrie. Ligging in laagvlieggebied van Defensie.
Vorstengrafdonk/Nieuw Zevenbergen
Natuurwaarden en gebieden aanwezig, o.a. NNB-gebied.
Incidente ontwikkeling windenergie, vanuit ruimtelijke kwaliteit niet de voorkeur. Wel koppeling mogelijk met bestaande stedelijke ontwikkeling.
Externe veiligheid een aandachtspunt door beperkte ruimte rond hoogspanningsverbinding en buisleidingen. Verwachting veel hinder door slagschaduw.
In de raadsinformatiebrief1 van 10 november 2020 heeft het college van de gemeente Oss aangegeven, naast de Duurzame Polder, geen andere geschikte locaties voor windenergie te zien binnen de gemeentegrenzen. Uiteindelijk is in januari 20212 door de gemeenteraad van Oss gekozen voor de ontwikkeling van windturbines in de Lithse Polder door in te stemmen met het voorstel voor wind in de Duurzame Polder uit het ‘Eindrapport Verkenning Duurzame Polder’. Binnen dit gebied, dat het grootst is van de onderzochte gebieden, kan de gemeente Oss een resterend deel van de RES-opgave van 0,514 PJ opwekken met windturbines. Dit is onder andere ingegeven door de mogelijkheid om hier samen met ’s-Hertogenbosch een grootschalig windpark te kunnen ontwikkelen. Hierdoor is ruimtelijke clustering mogelijk. Dit volgt ook uit het rapport van Bosch en Slabbers, waarin geadviseerd wordt om plannen voor windenergie in dit gebied in directe samenhang met ’s-Hertogenbosch uit te werken. Dit vanwege de ruimtelijke invloed van windparken, die verder reikt dan gemeentegrenzen. Daarnaast zijn de gewenste afstandsnormen van 2 km tot bebouwde kom in de gemeente Oss hier het best in te vullen in combinatie met de energieopgave. Op deze manier wordt verwacht dat de effecten op de omgeving beperkt kunnen worden.
2.3
Keuze Duurzame polder
De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch hebben onafhankelijk van elkaar diverse onderzoeken uitgevoerd en vervolgens gezamenlijk het rapport ‘Verkenning duurzame Polder’ uitgevoerd om de Duurzame Polder als locatie voor windenergieontwikkeling te kiezen (zie voorgaande paragrafen). In de Duurzame Polder kunnen door de grootschaligheid van het gebied de energiedoelstellingen van de beide gemeenten naar verwachting het best gehaald worden. Ook kunnen de plannen voor windenergie in beide gemeenten gezamenlijk ruimtelijk worden ontwikkeld. Dit zijn belangrijke redenen geweest om de Duurzame Polder aan te wijzen voor windenergie. In de afwegingen zijn ook de potentiële milieueffecten beoordeeld. Erkend wordt dat de realisatie van windturbines in dit gebied mogelijk bepaalde effecten zal hebben, zoals verstoring van weidevogels, aantasting van NNB-gebieden, en het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Daarnaast zijn de cultuurhistorische waarden van de Beerse Overlaat en de interactie met het laagvlieggebied van Defensie belangrijke aandachtspunten3.
1
Raadsinformatiebrief gemeente Oss van 10 november 2020, inclusief bijlagen.
2
Raadsbesluit verkenning Duurzame Polder 28 januari 2021 gemeenteraad Oss.
3
Zie hiervoor ook https://www.duurzamepolder.nl/storage/files/24/eindrapport-verkenning-duurzame-polder.pdf.
7|9
Witteveen+Bos | 140764/25-004.183 | Definitief 02
De mogelijke effecten zijn bekend bij de gemeenten op het moment van de keuze. Wel biedt de Duurzame Polder de mogelijkheid voor het hanteren van de gewenste afstand van 2 km tot bebouwde kom in de gemeente Oss2 en 1 km tot de bebouwde kom in de gemeente ’s-Hertogenbosch. De 1 km afstand in ’sHertogenbosch is het gevolg van de aangenomen motie ‘Wind te Gast’ van 7 juli 2020 bij het besluit over de Visie Energielandschap1. De keuze van de gemeenten is vervolgens nader onderbouwd en vastgelegd op regionale schaal in de RES 1.0 van Noordoost Brabant. RES 1.0 Noordoost Brabant Voor de Regionale Energiestrategie Noordoost Brabant (RES 1.0) is een handreiking afwegingskader landschap2 opgesteld. Hierin is geconcludeerd dat de Duurzame Polder als ‘meest wenselijk’ zoekgebied geldt. Ook zijn de gebieden Polder Bokhoven, Oss-Noord en Oss-Oost meegewogen. Het landschapstype wordt vanwege de grootschaligheid en openheid geschikt geacht, met een maat en schaal die aansluit bij windturbines. Op de schaal van Noord-Brabant is met windturbines een landschappelijk passend verhaal te maken, als onderdeel van een reeks/sequentie van clusters windturbines in de Brabantse rivierklei en zeekleigronden. Ook wordt de polder benoemd als relatief dun bevolkt gebied, worden de mogelijkheden om een groot cluster te maken als positief gezien en liggen vraag en aanbod relatief dicht bij elkaar.
Als aandachtspunten worden de ligging in waardevol weidevogelgebied benoemd, evenals de ligging in cultuurhistorisch landschap (Maaskant en Beerse Overlaat). Naast de Duurzame Polder wordt ook een gebied ten noordoosten van Oss aangeduid als ‘meest wenselijk’ op regionale schaal. Hiervoor geldt een gelijkende argumentatie als voor de Duurzame Polder, waarbij tevens wordt benoemd dat het mogelijk is aan te sluiten op windpark Elzenburg-De Geer. De zoekgebieden Polder Bokhoven en Oss-Noord worden beschouwd als ‘passend’, maar minder/niet wenselijk. Dit komt met name doordat de afstand tussen de zoekgebieden Duurzame Polder en de reeds vergunde ontwikkelingen (Elzenburg-De Geer in Oss en Riethoven in ’s-Hertogenbosch) te klein is om van een individueel onderscheidend cluster te spreken. Tezamen zouden windturbines in de verschillende zoekgebieden in het noorden van de RES-regio een lange horizon van windturbines vormen. Vanuit landschappelijke beleving levert dit een onwenselijk beeld. Bovendien zouden Oss en ’s-Hertogenbosch bij de ontwikkeling van de zoekgebieden Polder Bokhoven en Oss-Noord omringd zijn door drie windparken. Afbeelding 2.3 toont de kaart met de ‘meest wenselijke’ zoekgebieden Duurzame Polder en Oss-Oost, zoals opgenomen in de RES 1.0 van Noordoost Brabant.
1
https://s-hertogenbosch.raadsinformatie.nl/document/8982343/1/Agendanummer+8+-+Motie+6+-+Wind+te+Gast+-+RB-
2
Bijlage 4a RES 1.0 NOB - Handreiking afwegingskader landschap bij RES 1.0 Noordoost Brabant.
VVD-CDA-GL-D66+-+Besluit.
8|9
Witteveen+Bos | 140764/25-004.183 | Definitief 02
Afbeelding 2.3 Kaart met ‘meest wenselijke’ zoekgebieden voor windenergie in de regio Noordoost Brabant (RES 1.0)1
1
Afbeelding 1.5 is afkomstig van pagina 119 van Bijlage 4a RES 1.0 NOB - Handreiking afwegingskader landschap bij RES 1.0 Noordoost Brabant.
9|9
Witteveen+Bos | 140764/25-004.183 | Definitief 02