CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Coudewater (landgoed en boszone)_Bijlagen regels

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Coudewater (landgoed en boszone)8.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Coudewater (landgoed en boszone)

Inhoudsopgave

Bijlagen

3

Bijlage 1 Inrichtingsprincipes Hoofdstuk 1 Inrichtingsprincipe wegen, paden en in- en uitritten Hoofdstuk 2 Inrichtingsprincipe parkeerterrein Bijlage 2 Mitigerende maatregelen Bijlage 3 Inrichtingsplan Ecologische verbindingszone Bijlage 4 Inrichtingsplan landschappelijke inpassing Bijlage 5 Ontwerpbeschikking Hogere grenswaarden

4

2

13 15 34 36

Bijlagen

3

Bijlage 1 Inrichtingsprincipes

4

Hoofdstuk 1

Inrichtingsprincipe wegen, paden en in- en uitritten

5

6

7

8

9

10

11

Hoofdstuk 2

12

Inrichtingsprincipe parkeerterrein

Bijlage 2 Mitigerende maatregelen

13

Mitigerende maatregelen

Het gebruik als bedoeld in de artikelen 3.1 en 11.1 is uitsluitend toegestaan na realisatie en met instandhouding van de volgende mitigerende maatregelen: • • • •

• • •

omvorming van het volkstuinencomplex (in het vlak ‘optimalisatie dassenleefgebied’ ten noorden van de Peter de Gorterstraat) naar primair foerageergebied door omzetting naar grasland en verwijdering van de omheining; aanplant van houtwallen en/of hagen op de perceelsgrenzen van de graslanden (in het vlak ‘optimalisatie dassenleefgebied’ ten noorden van de Peter de Gorterstraat); verbreden en/of versterken van de houtwal (corridor 2); verwijderen van niet-passeerbare (schapen)rasters (blauwe lijnen); inrichten van de bestemming ‘Natuur’ grenzend aan de bestemming ‘Woongebied’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – boswonen’ met groenstructuren zoals hagen, struwelen en grasland; aanleggen en/of versterken van een minimaal 10 meter brede groenstructuur ten westen en ten noorden van het parkeerveld (corridor 3) aanleggen van een (in totaal) minimaal 15 meter brede groenstructuur tussen het woongebied op het landgoed en de golfbaan bestaande uit gebiedseigen struwelen en heesters (corridor 4)

Bijlage 3 Inrichtingsplan verbindingszone

15

Ecologische

RAPPORT Coudewater Inrichtingsplan Ecologische verbindingszone

Klant:

Landgoed Coudewater

Referentie: BG7751WATRP210720 - HHA Status:

S0/P01.01

Datum:

29 juli 2021

Open

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Larixplein 1 5616 VB Eindhoven Water Trade register number: 56515154 +31 88 348 42 50 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Coudewater Inrichtingsplan Ecologische verbindingszone Ondertitel: Referentie: BG7751WATRP210720 - HHA Status: P01.01/S0 Datum: 29 juli 2021 Projectnaam: Coudewater Inrichtingsplan kamsalamander Projectnummer: BG7751-105-101 Auteur(s): Martien van Osch, Arend de Wilde

Opgesteld door: Arend de Wilde

Classificatie Open

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

i

Open

Inhoud 1

Inleiding

1

2

Huidige situatie

2

2.1

Beschrijving omgeving

2

2.2

Natuurnetwerk Brabant en EVZ

4

3

Toekomstige situatie

6

3.1

Voortplantingswater

6

3.2

Landhabitats

7

3.3

Winterverblijfplaats

9

3.4

Verbinding met overige leefgebieden

10

Bijlage: Dwarsprofielen

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

ii

Open

1

Inleiding

Landgoed Coudewater is leefgebied voor een groot aantal soorten planten en dieren. Door behoud van bijna alle bomen, de overige bestaande groenzones en de aanleg van aanvullende groenzones zullen deze soorten een permanent leefgebied in het Landgoed Coudewater vinden. In het kader van provinciaal natuurbeleid heeft de Groote Wetering, de waterloop die ten zuiden van het landgoed ligt, de van functie Ecologische verbindingszone gekregen (EVZ) voor de doelsoorten das, struweelvogels, kamsalamander en kleine modderkruiper. Eind 2007 hebben de waterschappen en de provincie de Bestuursovereenkomst Water 2 (BO2) gesloten waarbij het Waterschap Aa en Maas als trekker voor deze EVZ is aangewezen. In dat kader is het Waterschap al geruime tijd bezig deze EVZ in te vullen en zijn delen van oevers van de Groote Wetering al ingericht als EVZ voor de doelsoorten. Ter hoogte van Landgoed Coudewater is deze EVZ functie aan de zuidzijde ingevuld. In het kader van de Interim omgevingsverordening van maart 2020 is door de provincie op de Groote Wetering een extra functie Ecologische Verbindingszone (EVZ) voor de kamsalamander als prioritaire soort gelegd. Het is onduidelijk hoe deze extra functie ingevuld moet worden en of het Waterschap ook voor deze toegevoegde functie de trekker is.

Omdat het Landgoed Coudewater duidelijkheid nodig heeft over de invulling van de EVZ functie in het kader van de bestemmingsplanprocedure, heeft het Landgoed het initiatief genomen voor het opstellen van een inrichtingsplan voor de noordoever van de Groote Wetering. In dit inrichtingsplan wordt invulling gegeven aan deze functie specifiek voor de kamsalamander maar ook de overige doelsoorten worden besproken.

Foto 1. Landgoed Coudewater met helemaal rechts de Groote Wetering.

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

2

Huidige situatie

Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de huidige situatie. Allereerst wordt de omgeving van de projectlocatie beschreven. Hierna volgt een meer gedetailleerde beschrijving van de projectlocatie zelf. Landgoed Coudewater ligt ten oosten van Den Bosch in de voormalige gemeente Rosmalen direct ten zuiden van de A59. Het Landgoed ligt op de grens tussen stedelijk gebied en het buitengebied. Ten zuiden van het landgoed stroomt de Groote Wetering (figuur 1). Ten zuiden van de Groote Wetering ligt het Landgoed de Wamberg. Dit landgoed is grotendeels onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Figuur 1. Ligging van het landgoed Coudewater in relatie tot de omgeving

2.1

Beschrijving omgeving

Het landgoed heeft een lange voorgeschiedenis. In 1434 is ter plekke van het huidige landgoed Coudewater een dubbelconvent (klooster voor mannen en een voor vrouwen) gesticht. Al kort na het ontstaan kwam het klooster tot grote bloei. De beeldenstorm is ook aan Coudewater niet voorbij gegaan. De order van Frederik Hendrik bij de inname van 's-Hertogenbosch in 1629 dat de geestelijkheid moest verdwijnen uit stad en ommelanden en dat de kloosters geconfisqueerd zouden worden had ook voor de abdij ernstige gevolgen. De paters vertrokken en daarmee kwam een einde aan de dubbelabdij. Het landgoed kende vervolgens een aantal welgestelde families als eigenaar. In 1870 werd er een psychiatrisch ziekenhuis opgericht. Welke in verschillende hoedanigheden beheerd werd door de GGZ Oost Brabant tot 2020. Daarna begon een nieuwe fase met de oogst van veel relatief recente gebouwen en de nieuwbouw van woningen. Uitgangspunt hier bij was behoud van bomen, vegetaties en behoud en herstel van waardevolle (vooral) historische gebouwen. Het landgoed is ontwikkeld op en vanaf een dekzandrug aan de noordkant van het landgoed. Vanaf deze rug is het landgoed uitgebouwd naar het beekdal van de Groote Wetering. Een groot deel van de huidige vegetatie van Coudewater is terug te voeren op beplantingen en beheer uit de 20 e eeuw en soms nog daarvoor. Het landgoed is in de Engelse landschapsstijl ingericht.

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

De Groote Wetering is de afgelopen eeuwen verlegd en verbreed vooral om de laaggelegen natte gebieden ten oosten van Coudewater te ontwateren ten behoeve van agrarische ontwikkelingen. Ten zuidwesten van Coudewater is ook de inrichting en hydrologie van het Aadal en Bossche Broek ingrijpend verandert waardoor de omgeving van Coudewater als geheel verdroogd is. In 2019 en 2020 is onderzoek gedaan naar voorkomende natuurwaarden en is met name veel onderzoek gedaan naar het bomenbestand. Deze bomeninventarisatie was de basis voor het bebouwingsplan van het landgoed (figuur 2).

Figuur 2. Bomeninventarisatie (cirkel met stip = boom) in blauw daaromheen de werkelijke wortel/kroonprojectie. Deze bomeninventarisatie vormde daarbij de contramal; waar bomen staan (of hun wortels) wordt niet gebouwd, alleen in de open stukken zal gebouwd worden. Als gevolg van deze insteek blijven vrijwel alle grotere bomen en bosjes, inclusief de bestaande ondergroei dus behouden. Uit figuur 2 is al af te leiden dat langs de Groote Wetering aan de zuidzijde, er al veel bomen staan en dat deze dus zullen blijven staan. Direct langs de sloot en kade die grenzen aan de Groote Wetering, betreft dit vooral vrij jonge bosopslag van 5-15 jaar oud, met daartussen open stukjes met gras en ruigte. Van belang is verder dat deze strook langs de Groote Wetering in eigendom en beheer is bij verschillende partijen. In figuur 3 is aangeven waar de kadastergrenzen liggen ter hoogte van het Landgoed. Ten noorden van deze grens is het terrein van het landgoed, ten zuiden is van Waterschap Aa en Maas. Aan de oostzijde is het terrein van de Golfbaan en aan de westkant ligt de Berlicumseweg op grond van de gemeente Den Bosch.

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

Figuur 3. Voorgestelde toekomstige situatie met in paars bestaande gebouwen die behouden blijven, in grijs de nieuwe ontwikkelingen en in intense groentinten de voorgestelde Ecologische zone. Kadastergrenzen (rood gestreept) en 25m zone langs de Groote Wetering zijn ook aangegeven.

2.2

Natuurnetwerk Brabant en EVZ

Aan de noord- en zuidzijde van het Landgoed Coudewater liggen percelen van het Natuurnetwerk Brabant. In Figuur 4 is globaal de begrenzing van het Landgoed in relatie tot het NNB weergegeven. Voor dit inrichtingsplan is met name de zuidzijde relevant waar het landgoed grenst aan de EVZ Groote Wetering. Deze is als indicatie in blauw op de kaart aangegeven. De invulling van een EVZ is altijd maatwerk. Waterschap Aa en Maas heeft deze reeds aangelegd aan de zuidzijde voor de oorspronkelijke doelsoorten das, struweelvogels en kamsalamander. De doelsoort kleine modderkruiper kan gebruik maken van de Groote Wetering zelf als verbindingszone (en waarschijnlijk ook als leefgebied). In het kader van de Interim omgevingsverordening heeft de provincie aangegeven dat ook langs de noordzijde van de Groote Wetering een EVZ, specifiek voor de prioritaire soort kamsalamander, ingericht dient te worden. Lang was onduidelijk waar de EVZ voor drie van de vier oorspronkelijke doelsoorten ingericht zou moeten worden. Voor de vierde soort, de kleine modderkruiper was duidelijk dat dit de Groote Wetering zelf moest zijn. Daarom is de eigenaar van het Landgoed Coudewater er van uitgegaan dat de inrichting van het Landgoed, in combinatie met de inrichting van de kade van het Waterschap, geschikt moest zijn als EVZ voor de drie doelsoorten das, struweelvogels en kamsalamander.

De verandering als gevolg van enerzijds de al ingerichte EVZ door het Waterschap aan de zuidzijde en anderzijds de toevoeging van de extra functie van de kamsalamander aan de noordzijde heeft dus eigenlijk geen gevolgen voor de geplande inrichting van het Landgoed Coudewater; het was immer altijd al de bedoeling deze voor de drie soorten geschikt te maken. In figuur 3 is in donkergroen aangegeven waar de 25 m grens langs de Groote Wetering ligt. Deze 25m ligt voor ruim 90% binnen de perceelsgrenzen van het terrein van het Waterschap. In figuur 3 is in

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

lichtgroen aangegeven hoe de invulling van de EVZ wordt voorgesteld binnen het perceel van het landgoed Coudewater. Op sommige plaatsen is deze zone smaller dan 50 meter en vaker is deze (veel) breder, waardoor de gemiddeld breedte van de EVZ ruim 80 meter zal bedragen.

Figuur 4. Globale ligging van Landgoed Coudewater (rode contour) ten opzichte van onderdelen van het NNB(alle intens gekleurde delen) waaronder Landgoed de Wamberg. Een EVZ is bedoeld als verbindingszone tussen leefgebieden van de betreffende soorten. De das en struweelvogels zijn vrij mobiel en kunnen kilometers afleggen tussen leefgebieden. De kamsalamander is maar weinig mobiel en heeft behoefte aan dicht bij elkaar liggende leefgebieden of nog beter een doorlopend leefgebied. De voorgestelde begrenzing van de Ecologische zone omvat een gebied dat thans al een inrichting heeft die feitelijk voldoet als leefgebied (landhabitat) voor de kamsalamander. De landhabitat van de kamsalamander bestaat namelijk uit een kleinschalig (cultuur)landschap waarbij de soort vooral in de nacht jaagt in grasland, ruigte en onder bosjes en bomen en vooral overdag rust tussen bomen en struiken. In dit gebied zijn enkele wateren aanwezig in de vorm van slootjes en de oude loop van de Groote Wetering. Deze zijn echter geen van allen geschikt als voortplantingswater waardoor het Landgoed thans niet geschikt is als volwaardig leefgebied. De kamsalamander is overigens niet bekend van waarnemingen uit dit gebied zelf. Wel zijn er de afgelopen jaren enkele waarnemingen bekend uit de ruimere omgeving. De kamsalamander is ook in de ruimere omgeving een zeldzame soort.

De inrichting van een leefgebied in Landgoed Coudewater garandeert daarom niet dat de soort zich hier ook daadwerkelijk zal vestigen. Doordat echter de omstandigheden geschikt zullen worden voor een vrij kritische soort als de kamsalamander, zal dit leefgebied zeker geschikt zijn voor een groot aantal andere planten en diersoorten die in een vergelijkbaar leefgebied voorkomen, zoals andere amfibieënsoorten, libellen, vlinders, kevers etc.

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

3

Toekomstige situatie

Omdat de huidige inrichting al grotendeels voldoet als landleefgebied is de insteek van dit inrichtingsplan om deze inrichting te behouden en waar mogelijk te verbeteren. De belangrijkste verbetering is het toevoegen van geschikt voortplantingswater. Daarnaast is van belang dat winterverblijfplaatsen ingericht worden en dat de verbindingen met andere (potentiële) leefgebieden van de kamsalamander geoptimaliseerd worden. In dit hoofdstuk worden de verschillende inrichtingselementen besproken in relatie tot aanpassingen, verbeteringen en beheer. Beheer en onderhoud van het leefgebied van de kamsalamander vraagt enige specialistische kennis. Deze kennis is bij het Waterschap Aa en Maas en bij de lokale IVN aanwezig omdat zij elders al stapstenen van deze EVZ beheren. Zij kunnen het beheer uitvoeren en/of de beheerder van de EVZ binnen Landgoed Coudewater adviseren. Landgoed Coudewater heeft al contact met de IVN over de omgang met overige natuurwaarden op het landgoed.

3.1

Voortplantingswater

In de Zuidwesthoek van het landgoed worden twee poelen aangelegd met daaromheen een kernleefgebied. Dit is van nature al een laagliggend deel dus een logische plek in het landschap voor poelen. De grote poel (figuur 5) heeft een oppervlakte van ongeveer 1.000 m2 en is bedoeld als voornaamste voortplantingswater. Inrichting en beheer is conform de algemene informatie daarover vanuit het Kennisdocument Kamsalamander van Bij121 en de site van RAVON. Deze poel heeft een deel dat dieper is dan 50 cm en met name de noordoever is zeer flauw waardoor het ondiepe water hier snel op kan warmen. Deze oever zal ook niet beschaduwd worden door bomen. Langs de zuidoever is gedeeltelijke beschaduwing door ruigte, bomen of struiken geen probleem. De poelen zijn niet verbonden met de waterloop en in principe visvrij. Grote delen zullen begroeid zijn met ondergedoken waterplanten, maar sommige stukken zullen ook opengehouden worden.

Figuur 5. Ligging voortplantingspoelen

1

www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-010-Kennisdocument-Kamsalamander-1.0.pdf

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

Poel 2 is ongeveer 400 m² groot en heeft een vergelijkbare inrichting als poel 1. In de onmiddellijke nabijheid van de poelen liggen verschillende landhabitats die in de volgende paragrafen besproken worden. Het onderhoud van de poelen zal erop gericht zijn de watervegetatie met een paar stukken open water te behouden. In de praktijk zal langs de randen van de poel moerasruigte gaan groeien waarvan jaarlijks de helft wordt gemaaid/afgezet. Daardoor wordt ook voorkomen dat de poel dichtgroeit. Afhankelijke van de vegetatieontwikkeling zal jaarlijks of minder vaak een deel van de onderwatervegetatie verwijderd worden om voldoende open stukken te behouden. Afhankelijk van de ontwikkeling is het mogelijk nodig na 15-25 jaar de poel uit te baggeren. Dat zal ook gefaseerd gebeuren waarbij per jaar maximaal de helft van de poel gebaggerd wordt om voor het volgende seizoen voldoende waterplanten te laten staan.

Foto 2. Voorbeeld van een aangelegde kamsalamanderpoel op Landgoed Oldenzaal (www.natuurmonumenten.nl)

3.2

Landhabitats

Rondom de poel ligt vochtig kruidenrijk grasland. Op dit moment is dat nog in gebruik als paardenweitje. Het huidige weitje zal beheerd gaan worden als hooiland en niet meer beweid worden. Afhankelijk van de vegetatieontwikkeling zal de vegetatie 1 of 2x per jaar gemaaid en afgevoerd worden. Op de kade langs de Groote Wetering voert het Waterschap reeds een vergelijkbaar beheer en deze is daardoor al geschikt als landleefgebied. Op de overige grond van het waterschap waar de bermsloot ligt en het brede talud van de kade aan de westzijde van het plangebied is het beheer al gericht op de ontwikkeling van struweel, boompjes en ruigte. Daarmee is de inrichting en beheer van dat gebied al geschikt als landleefgebied voor de kamsalamander.

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

Rondom het hooilandje met de poelen liggen bosjes, staan meerdere grote bomen en liggen begroeide tuinen. Een deel van dit gebied ligt veel hoger dan het hooiland. Deze bosjes en struweel blijven staan en kunnen zich verder ontwikkelen. Op sommige plaatsen staat al ondergroei of zal er wat ondergroei ontstaan, onder de bomen zullen takken en bladeren een dikke strooisellaag vormen wat weer een prima foerageer- en schuilgebied zal zijn voor de kamsalamanders. Hierdoor liggen binnen 100m van de twee poelen ongeveer 3 hectare geschikt landleefgebied waarvan het grootste deel in de ecologische zone ligt welke in figuur 3 is aangegeven. Omdat het beheer van de aangrenzende delen van het landgoed ook is ingesteld op behoud en ontwikkeling van bomen en biodiversiteit zullen ook grote delen van het landgoed buiten de ecologische zone geschikt zijn als leefgebied voor de kamsalamander. Het landleefgebied van de kamsalamander is in zijn geheel geschikt als foerageergebied voor de das. Deze maakt zowel gebruik van hooiland als van ruigte, struweel en bosjes. Het hooiland zal echter het meest geschikt zijn omdat in de vochtige grond de meeste wormen te vinden zullen zijn. Voor de struweelvogels is het kleinschalige landschap van het landleefgebied van de kamsalamander ook in zijn geheel geschikt als leefgebied.

De variatie aan vegetatie levert ook een variatie aan foerageer- en schuilmogelijkheden voor deze vogels. Aan de overzijde van de Berlicumse weg (westkant) en van de Groote Wetering (zuidkant) ligt buiten het Landgoed Coudewater op korte afstand nog veel meer geschikt landleefgebied. Aandachtpunt daarvoor is de verbinding daar naartoe over de weg. Ten oosten van Landgoed Coudewater loopt de Ecologische zone door tot aan de grenzen van het Landgoed waar het aansluit op deels ook al ingericht leefgebied langs de golfbaan (figuur 6) met daarin verschillende poelen. Dit inrichtingsplan betreft alleen het terrein van het Landgoed Coudewater en het aangrenzende terrein van het waterschap langs de Groote Wetering, maar de landschappelijke inrichting van de aangrenzende percelen is wel meegenomen op de visualisaties en de planvorming.

Figuur 6. Ligging verbindingszone aan de oostzijde

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

Ten zuiden van de Groote Wetering heeft het Waterschap Aa en Maas al een deel van de oorspronkelijke EVZ voor de drie doelsoorten langs de zuidzijde ingericht. Tegenover het Landgoed Coudewater ligt daarom ook een voortplantingspoel voor de kamsalamander. De verbindingszone naar de oostkant omvat de kade van het waterschap en de daarnaast liggende bermsloot. Ten noorden van die sloot begint het Landgoed Coudewater. Hier is een brede groenstrook welke voor het grootste deel onderdeel is van de Ecologische zone en waar grote bomen, bosjes struweel en kruidenrijk grasland en ruigte elkaar afwisselen. Op vier open plekken in de contramal (zie figuur 2 en 6) komen drie ecowoningen en een klein appartementengebouw. In doorsnede 2 is de relatie tussen gebouw en Ecologische zone duidelijk. De voetafdruk van de gebouwen is beperkt gehouden en kamsalamanders kunnen rondom de gebouwen leven en daar natuurlijk ook makkelijk langs omdat er geschikte vegetaties en geleiding over tientallen meters breed beschikbaar is. In de Ecologische zone worden geen nieuwe wegen of paden aangelegd omdat het de bedoeling is menselijk medegebruik te beperken. De enige uitzondering hierop is de toegang naar de woningen die elk met een voetpad bereikbaar zullen zijn.

Kamsalamanders en andere kleine dieren kunnen deze paden (die deels verhoogd worden aangelegd als vlonders) zowel onderlangs als bovenlangs kruisen. Uit bijvoorbeeld het rivierengebied is bekend dat de kamsalamanders die in de zomer in de uitwaarden leven tijdens de voorjaars- en najaarstrek asfaltwegen op de dijken kruisen om binnendijks te overwinteren. Het kruisen van de hier voorgestelde paden is daarom geen knelpunt. Het beheer van de landhabitats is gericht op behoud van de vegetaties en verdere ontwikkeling daarvan. Zoals aangegeven bij de voortplantingswateren zal het hooiland jaarlijks gemaaid worden. Struweel en bosjes zullen, afhankelijk van de ontwikkeling en de locatie eens in de 3-10 jaar afgezet worden zodat de vegetatie niet te hoog wordt en er voldoende zonlicht op de hooilandjes en andere lage vegetatie blijft vallen. Verder zal beheer terughoudend zijn om natuurlijke processen zoveel mogelijk hun gang te laten gaan. Struweel en ondergroei mag dicht worden. Dat is prima als leefgebied voor zowel de das, de kamsalamander en de struweelvogels. Ook het onderhoud van bomen zal erop gericht zijn de kwaliteit van het leefgebied te behouden of versterken. Takken en bladeren blijven in principe onder de bomen liggen en zorgen zo voor een goed ontwikkelde strooisellaag waar kamsalamanders, dassen en vogels kunnen foerageren en rusten.

3.3

Winterverblijfplaats

Op veel plaatsen in de Ecologische zone zullen winterverblijfplaatsen ingericht worden. Deze kunnen bestaan uit steenhopen van oude stenen, stapels hout of takken. De verwachting is dat veel meer soorten dan de kamsalamander hier gebruik van zullen maken. Ook egels, muizen en andere amfibieën kunnen hier overwinteren en winterkoninkjes en roodborstjes kunnen hier nesten maken. Het onderhoud van deze winterverblijfplaatsen bestaat eruit dat na het broedseizoen maar voor het einde van de het najaar (in de periode augustus – oktober) eventueel teveel aan opgeslagen of overgroeide vegetatie wordt weggehaald (enige overgroeiing is geen probleem) en af en toe zal een nieuwe houtstapel en takkenhoop worden aangelegd.

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

Foto 2. Huidige inrichting van een deel van de Ecologische zone met daarin een vleermuisverblijf. Op de achtergrond de kade van de Groote Wetering

3.4

Verbinding met overige leefgebieden

Aan de westzijde van het kamsalamanderleefgebied ligt de Berlicumseweg. Dit is een drukke weg welke een groot risico is voor oversteken dieren zoals amfibieën en zoogdieren. Het is daarom ongewenst dat dieren direct de weg op kunnen lopen. De gemeente Den Bosch onderzoekt de mogelijkheid om een raster (bij voorkeur met een amfibieënscherm) langs deze weg aan te leggen indien mogelijk met faunapassages onder de weg door. Ten westen van de Berlicumseweg ligt een kleinschalig landschap met bos, weides en sloten wat geschikt is als leefgebied voor de kamsalamander. Hier is enige jaren geleden ook voortplanting van de kamsalamander vastgesteld. Vanuit Landgoed Coudewater kan door geleiding prima aansluiting gemaakt worden op een toekomstige faunapassage. Vooralsnog is deze route echter ongeschikt en moet ingezet worden op afscherming. Aan de zuidzijde van het kamsalamanderleefgebied van Coudewater ligt de Groote Wetering. Deze vormt een barrière voor de kamsalamander, maar is wel overzwembaar. De Groote Wetering gaat onder de Berlicumseweg door met een lange duiker. Over de duiker loopt een groenstrook welke passeerbaar is voor de kamsalamander. Geleiding door middel van een raster en/of een haag zal helpen om de Wetering bovenlangs te kruisen. Ten zuiden van de Groote Wetering ligt een kleinschalig landschap met als kern landgoed de Wamberg.

Dit landgoed is bedoeld als kerngebied binnen het NNB voor onder meer de kamsalamander. Verbinding tussen dit landgoed en Coudewater is dus zeer gewenst. Het terrein voor deze eventuele verbinding ligt op grondgebied van Waterschap Aa en Maas. Voortzetting van de bestaande struweelbegroeiing langs het fietspad naast de Berlicumseweg over de duiker tot aan de weg de Wamberg zou al een hele goede invulling voor deze verbindingsroute geven.

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

Door de eigenaar van landgoed Coudewater wordt nog onderzocht of aan de zuidoostzijde van het landgoed Coudewater een nieuwe brug over de Groote Wetering aangelegd kan worden. Dit zou vooral een nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers zijn, maar door geleiding naar de brug toe en inrichting van de brug met een groen loopstrook zou deze ook geschikt maken voor de uitwisseling van dieren tussen beide oevers van de Groote Wetering, waaronder zeker de das en mogelijk de kamsalamander,. De passeerbaarheid van de Groote Wetering zou verder verbeterd kunnen worden door de aanleg van natuurvriendelijke oevers aan beide zijden of in ieder geval het laten groeien van meer moerasruigte. Dieren zoals de kamsalamander zullen dan vaker gebruik maken van die oevers en eerder geneigd zijn over te zwemmen. Ten oosten van landgoed Coudewater ligt een golfbaan. Tussen het landgoed en de golfbaan is een waterpartij ingericht die geschikt is als voortplantingswater voor de kamsalamander. Het is daarom waarschijnlijk dat als de kamsalamander zich eenmaal in Coudewater heeft gevestigd dat er twee kernen zijn voor de populatie; de poelen aan de westkant van Landgoed Coudewater die in dit inrichtingsplan besproken worden en de poelen op de grens met de golfbaan die al gerealiseerd zijn. Tussen beide kerngebieden ligt een doorlopend leefgebied van gemiddeld meer dan 50 meter breed.

Hierdoor zijn beide kerngebied uitstekend met elkaar verbonden en is een goede uitwisseling van dieren tussen deze toekomstige leefgebieden zeer waarschijnlijk. Ten noorden van het kamsalamanderleefgebied ligt de rest van Landgoed Coudewater. Meer dan de helft van het maaiveld is daar ingericht met bomen, struiken, gras en ruigte. Daarnaast zullen ook veel van de particuliere tuinen natuurvriendelijk ingericht worden, waaronder zeker ook enkele vijvers, waardoor aannemelijk is dat een populatie kamsalamanders in de kerngebieden vervolgens ook uit zal waaieren over grote delen van de rest van het landgoed. Uit verschillende steden (bijvoorbeeld Delft Tanthof) is bekend dat zich zelfs in vrij dichte stedelijke gebieden met vooral particuliere vijvers een populatie met kamsalamanders zich al jaren in stand weet te houden.

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

Bijlage: Dwarsdoorsnedes Noot: deze dwarsdoorsnedes zijn omwille van de leesbaarheid tevens als los document als bijlage aan deze rapportage toegevoegd.

Ligging dwarsprofielen

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

Open

Dwarsdoorsnede 1

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

1

Open

Dwarsdoorsnede 2

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

2

Open

Dwarsdoorsnede 3

29 juli 2021

BG7751WATRP210720 - HHA

3

Bijlage 4 Inrichtingsplan inpassing

34

landschappelijke

5,65+ 5,00+

erfgrens

inheemse boomstruiken (Krent, Kornoelje, Wilde Appel)

berm

pad

gras, kruiden en ruigte

halfverharding 1,20

berm

berm

Peter de Gorterstraat

gras, kruiden en ruigte 6,00

lage inheemse struiken (Wilde Gagel, Kruipwilg, Kruisbes, Zwarte Bes, Geoorde Wilg)

sloot

berm

berm

landgoedpad

grastegels

asfalt

grastegels

gras, kruiden en ruigte

bomen, struiken, gras, kruiden en ruigte

klinkers

0,60

4,40

0,60

4,50

5,20 (variabel)

4,20

gras en kruiden

haag

tuin

0,80

4,00 (variabel)

DOORSNEDE 1

N

0

20

40

60

veld water uitgeefbaar terrein nieuwe bebouwing balkons stoepen bij bebouwing asfalt Coudewater betonklinker parkeerplaatsen sleufplaten beton halfverharding landgoedpoorten ntd begraafplaats bestaande boom 5,00+

nieuw te planten boom, soorten ntd hagen 80 cm breed (tussenkavels 50 cm) erfgrens

lage inheemse struiken (Wilde Gagel, Kruipwilg, Kruisbes, Zwarte Bes, Geoorde Wilg)

rododendron-groep lage inheemse heesterbeplanting beplantingsafstand 0,75 meter, driehoeksverband

tuin

haag

berm

landgoedpad

0,80

gras en kruiden

klinkers

4,00 (variabel)

4,20

greppel

berm bomen, struiken, gras, kruiden en ruigte

golfbaan bomen, struiken, gras, kruiden en ruigte

7,50 (minimaal en variabel) verplichte mitigerende zone das: 2 x 7,5 meter breed

Latijnse naam

Nederlandse naam

Percentage

Mirica gale Ribes nigrum Ribes rubrum Ribes uva-crispa Salix aurita Salix repens

Wilde Gagel Zwarte Bes Aalbes Kruisbes Geoorde Wilg Kruipwilg

30% 10% 10% 10% 10% 30%

DOORSNEDE 2

LAND VAN COUDEWATER doorsneden aansluitingen Peter de Gorterstraat en golfbaan 24 februari 2022

Bijlage 5 Ontwerpbeschikking grenswaarden

36

Hogere

Ontwerpbeschikking Hogere grenswaarden Landgoed Coudewater, te Rosmalen Inleiding Op het landgoed Coudewater worden circa 400 geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt, bestaande uit zowel nieuwe appartementengebouwen als nieuwe grondgebonden woningen. Daarnaast wordt er ook geluidsgevoelige bestemmingen bestemd in reeds bestaande panden. Deze bestaande panden worden gedeeltelijk getransformeerd naar woningen. Het gaat om, in totaal, circa 460 geluidgevoelige bestemmingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling dient het bestemmingsplan herzien te worden. Voor de ontwikkeling van het Land van Coudewater zijn in eerste instantie meerdere ontwikkelvelden onderscheiden. In figuur 1 zijn de ontwikkelvelden weergegeven. Het plan is op dit moment op hoofdlijnen bekend. Het onderzoek is daarom globaal van karakter, dat wil zeggen dat de geluidbelastingen niet op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen worden bepaald, maar op de randen van de bestemmingsvlakken woongebied. Vervolgens wordt per ontwikkelveld aangegeven welke voorwaarden uit de Wet geluidhinder en de Nota hogere grenswaarde geluid gelden zodat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd wordt ter Figuur 1: weergave ontwikkelvelden plaatsen van de geluidgevoelige bestemmingen die binnen de ontwikkelvelden gerealiseerd gaan worden.

De ontwikkelvelden liggen in de geluidzone van de wegen A59/A2, de Berlicumseweg en de Wamberg (de Peter de Gorterstraat is een 30 km/uur weg). Verder is er geen relevante invloed van spoorwegen, industrielawaai of geluid van overige wegen die vallen binnen het kader. De locatie waarvoor hogere grenswaarden voor geluid worden afgegeven is kadastraal bekend als: Rosmalen, sectie D, nummers 03011, 03014, 03015, 03016 en 03019. Verder omvat het plan diverse bestaande gebouwen die worden getransformeerd naar een geluidgevoelige bestemming. Voor deze gebouwen wordt de geluidbelasting op de gevels bepaald en getoetst aan de Wet geluidhinder en de gemeentelijke voorwaarden voor transformatie. Beoordelingskader In de Wet geluidhinder en de Nota hogere grenswaarde geluid (hierna Nota) zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidbelasting voor wegverkeerslawaai. De wet gaat daarbij uit van een voorkeursgrenswaarde en een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. De effecten van een geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde zijn zonder meer toelaatbaar. Een geluidbelasting hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting is nooit toelaatbaar. In het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting is de geluidbelasting alleen toelaatbaar na een afwegingsproces.

De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB en de hoogst toelaatbare geluidbelasting in stedelijk gebied bedraagt 63 dB en in buiten stedelijk gebied bedraagt de geluidbelasting 53 dB. De Nota, vastgesteld in augustus 2010, dient als basis voor de afwegingsprocedure voor een hogere waarde voor geluid. Voor wat betreft wegverkeer vallen woonerven en 30 km/uur wegen buiten het beoordelingskader van de wet. In de beoordeling van goede ruimtelijke ordening worden 30 km/uur wegen wel meegenomen bij de cumulatie van geluid omdat een ‘goed woon- en leefklimaat’ een

criterium is in deze beoordeling. Hierbij wordt verder gekeken dan het wettelijk kader van de Wet geluidhinder. Ook worden, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, transformaties meegenomen. De Nota voorziet niet in voorwaarden voor het omzetten van bestaande gebouwen naar geluidgevoelige bestemmingen. Om in dit soort gevallen toch een goed leefklimaat te realiseren, heeft de gemeente een (niet vastgestelde) richtlijn voor het omzetten van kantoren naar geluidgevoelige bestemmingen opgesteld. Procedure De Wet geluidhinder (op basis van hoofdstuk VI) en het Besluit geluidhinder (hoofdstuk 3) vormen de basis voor het afgeven van een hogere waarde voor wegverkeerslawaai. De procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde dient volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht te verlopen. Nota Hogere grenswaarden geluid Naast de toets aan de wettelijke grenswaarden is de Nota hogere grenswaarden geluid van de gemeente ’sHertogenbosch van toepassing. De Nota beschrijft onder welke voorwaarden afgeweken kan worden en hoe de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere grenswaarden wordt ingevuld. Met de invulling van deze voorwaarden wordt een acceptabel woon- en leefklimaat verzekerd. Het onderliggende geluidbeleid is gebiedsgericht.

Het gebiedstype van Landgoed Coudewater is gedeeltelijk aan te merken al “stromingszone” (geluidgevoelige bestemmingen die direct aangestraald worden door wegen, in figuur 2 in rood weergegeven) en gedeeltelijk als “groen stedelijk’ (geluidgevoelige bestemmingen die niet direct aangestraald worden door wegen, in figuur 2 niet in rode kleur weergegeven). Elk gebiedstype kent in het geluidbeleid/de Nota een ambitiewaarde en een bovengrens. Deze zijn voor wegverkeer als volgt:

Stromingszone Groen stedelijk

ambitie onrustig: 48-53 dB redelijk rustig: 43-48 dB

Figuur 2: Weergave gebiedstypen

Bovengrens lawaaiig: 58-63 dB onrustig: 48-53 dB

Transformatie Transformatie is geen nieuwbouw, maar kan wel leiden tot een nieuwe geluidgevoelige bestemming. Het geluidbeleid is niet van toepassing. Om toch een goed woon- en leefklimaat te waarborgen, heeft de gemeente een richtlijn opgesteld voor transformaties. Voor wegverkeer geldt hierbij: Bij een gevelbelasting tussen 58 en 63 dB, dan in principe ontwerpen met geluidsluwe gevel Bij een gevelbelasting > 58 dB, streven naar 33 dB binnen, 35 dB ook nog acceptabel Bij een gevelbelasting < 58 dB, streven naar 33 dB binnen, eis geluidsluwe gevel kan los gelaten worden.

Geluidgevolgen De locatie ligt in de geluidzone van de wegen A59/A2, de Berlicumseweg en de Wamberg (de Peter de Gorterstraat is een 30 km/uur weg). Dit is vastgelegd in het akoestisch rapport van Aveco de Bondt “Akoestisch onderzoek ontwikkeling Land van Coudewater te Rosmalen” van datum 24 september 2021, met referentie 194728_R_PVDH_0241. Op ontwikkelveld 3 komen geluidbelastingen voor tot en met 59 dB. Deze geluidbelastingen zijn afkomstig van de A59/A2 en komen hierdoor boven de wettelijk toelaatbare hoogste geluidbelasting van 53 dB. Het is in dit geval niet mogelijk een hogere geluidbelasting dan 53 dB te verlenen. Er wordt voor ontwikkelveld 3 hogere grenswaarden geluid verleend tot ten hoogste 53 dB, met voorwaarden dat de omgevingsvergunning voor de bouw van geluidgevoelige bestemmingen niet eerder wordt verleend dan dat er voor ieder ontwikkelveld (met de exacte ligging van de geluidgevoelige bestemmingen) een akoestisch onderzoek overlegd wordt dat voldoet aan de eisen uit zowel de Wet geluidhinder als de Nota. Hierbij zal voor ontwikkelveld 3 moeten worden aangetoond dat de gevelbelasting t.g.v. de A59/A2 ten hoogste 53 dB bedraagt. De overige geluidbelastingen op ontwikkelveld 3 zijn afkomstig van wegen gelegen in stedelijk gebied. De hoogst toelaatbare geluidbelasting in stedelijk gebied bedraagt 63 dB en deze waarde wordt niet overschreden.

Ook op de andere ontwikkelvelden wordt verder de wettelijke hoogst toelaatbare geluidbelasting niet overschreden en kan voldaan worden aan, in ieder geval, de bovengrens van het betreffende gebiedstype. Afhankelijk van de hoogte van de geluidbelasting zijn extra voorwaarden noodzakelijk. Voor ontwikkelveld 2 ,3 (noord- oost- en zuidzijde) 4, 5, 6 en 7 gelden de criteria 1 t/m 7 (geluidklasse onrustig 48-53 dB) en voor ontwikkelveld 3 (westzijde) geldt criteria 1 t/m 9 (geluidklasse zeer onrustig (53-58 dB). Criteria voor het toekennen van een hogere waarde in de geluidklassen “onrustig/zeer onrustig”: 1. indien mogelijk moet de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe geluidsgevoelige bestemming worden vergroot; 2. indien mogelijk moeten bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere wegdektypen) getroffen worden; 3. indien mogelijk moeten overdrachtsmaatregelen worden getroffen; 4. het stedenbouwkundig ontwerp dient zodanig vorm te worden gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; 5. in ieder geval bij woningen/appartementen dient de buitenruimte (tuin/balkon) cumulatief te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; 6. de woning dient tenminste één geluidsluwe gevel te bezitten 7.

bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouw van de woning, dan wel aanpassingen aan de gevel die van invloed kunnen zijn op de gevelwering, dient een bouw akoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde zoals genoemd in het Bouwbesluit waarbij voor de geluidsbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde gevelbelasting. 8. het geluidsaspect dient vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken; 9. bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde (gevel met een geluidsbelasting kleiner of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde W et geluidhinder) worden gesitueerd; bij eengezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde; In de Nota staan meerder voorwaarden om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen, waaronder het toepassen van een dove gevel. Dove gevel Een dove gevel is een gevel zonder te openen delen en met een zekere geluidwering. Een dove gevel mag ook te openen delen hebben, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Het gebruik van de zogenaamde “dove gevel” dient zoveel als mogelijk te worden vermeden. Dit omdat dove gevels in de praktijk door bewoners vaak als niet praktisch worden ervaren. Daar

waar dit niet anders kan dient het aantal “dove gevels” per woning tot maximaal één te worden beperkt. Bij toepassing van een dove gevel dient tenminste één gevel van die woning geluidsluw te zijn. Ad 1 In dit akoestisch onderzoek is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt en getoetst op de randen van de bestemmingsvlakken. Gelet op het ruimtelijke en groene karakter van het plan is het aannemelijk dat de geluidgevoelige bestemmingen binnen de bestemmingsvlakken op grotere afstand van de bron van het geluid worden gerealiseerd, waarmee tevens een lagere geluidbelasting wordt gerealiseerd dan op de randen van de vlakken berekend is. Ad 2 Mogelijke bronmaatregelen om de geluidbelasting op de ontwikkelingsvlekken te beperken zijn stiller asfalt of het verlagen van de maximum snelheid, verlagen van de verkeersintensiteiten, het wijzigen van de samenstelling van het verkeer of het wijzigen van de route voor zwaar verkeer. Stiller asfalt Het wegdek van de A59 en A2 zijn al voorzien van stiller asfalt van het type ZOAB. Het aanbrengen van een geluidreducerende wegverharding is daarom geen optie. Voor de Berlicumseweg kan het aanbrengen van een stiller type asfalt afgewogen worden. De geluidreductie van het wegdektype SMA-NL8G+ bedraagt circa 3 dB ten opzichte van het referentiewegdek.

Geconstateerd is echter dat een bronmaatregel in de vorm van een stillere wegdekverharding op de Berlicumseweg niet doeltreffend en niet mogelijk is. Hieraan liggen de volgende argumenten ten grondslag: - Berekend is een overschrijding van de wettelijke voorkeurswaarde van 8 dB. Een bronmaatregel in de vorm van stiller asfalt is daarmee onvoldoende doeltreffend omdat de overschrijding hiermee niet volledig ongedaan gemaakt kan worden; - Het weggedeelte tussen de opstellenvakken bij de verkeerslichten en de bebouwde komgrens is slechts 350 meter lang. Uit het oogpunt van beheer en onderhoud is het niet wenselijk een ander (stiller) wegdek toe te passen; - De Berlicumseweg is reeds gedeeltelijk van het stillere type SMA-NL 5 voorzien, daarmee kan het hiervoor genoemde effect van 3 dB geluidreductie (wegdektype SMANL8G+) niet volledig behaald worden. Voor de Peter de Gorterstraat, beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening, is op rekenpunten langs de ontsluitingsweg door het plangebied een geluidbelasting van ten hoogste 56 dB berekend. Dit is maximaal 8 dB hoger dan de ambitiewaarde voor het gebiedstype groen stedelijk. Op basis van het Cwegdek-overzicht van Infomil is er, naast stille elementenverharding, geen ander type verharding mogelijk bij een snelheid van 30 km/uur.

Stille elementenverharding biedt bij 30 km/uur een geluidreductie van circa 1 dB ten opzichte van het referentiewegdek. Een bronmaatregel in de vorm van stille elementenverharding is daarmee onvoldoende effectief. Hieruit volgt dat een bronmaatregel in de vorm van stille wegdekverharding niet mogelijk is (rijkswegen, opstelvakken Berlicumseweg), dan wel onvoldoende effectief (Berlicumseweg, Peter de Gorterstraat) is en daarmee stuit op overwegende bezwaren van financiële en technische aard. Verkeersmaatregelen Voor de rijkswegen en Berlicumseweg geldt dat de genoemde verkeersmaatregelen geen optie zijn vanwege het doorgaande karakter van de wegen. De Peter de Gorterstraat geldt als ontsluitingsweg van het plangebied. Het toepassen van de genoemde verkeersmaatregelen is evenmin een optie voor deze weg.

Ad 3 Mogelijke overdrachtsmaatregelen zijn het realiseren van een afschermende voorziening zoals een geluidscherm of -wal en het toepassen van afschermende bebouwing. Geluidscherm A59 De rijksweg A59 is ter hoogte van het plangebied al voorzien van diverse geluidschermen langs de hoofdrijbaan en toerit met een hoogte van 5 meter. De lengte van deze schermen is ongeveer 1.120 meter. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat de hoogste geluidbelasting vanwege de rijksweg op het plangebied optreedt bij ontwikkelveld 3, waar deze schermen aanwezig zijn. Onderzocht is of hogere schermen effectief kunnen zijn om de geluidbelasting op het plan in voldoende mate te reduceren. Dit is gedaan voor hogere geluidschermen langs de hoofdrijbaan van de A59, met een hoogte van 10 meter ten opzichte van de rijbanen, over een lengte van circa 860 meter. Uit de resultaten blijkt dat in deze situatie geen sprake meer is van overschrijding van de maximale ontheffingswaarde, maar in de ontwikkelvelden 2, 3, 4 en 5 treedt wel overschrijding van de voorkeurswaarde op. Verder is het effect van een hoger scherm, met een hoogte van 10 meter, langs de toerit en hoofdrijbaan ter hoogte van het plangebied (lengt circa 730 meter) bepaald.

In deze situatie wordt de overschrijding van de maximale ontheffingswaarde in ontwikkelveld 3 niet ongedaan gemaakt en treedt overschrijding van de voorkeurswaarde op in ontwikkelvelden 2, 3, 4 en 5. De kosten van de onderzochte hogere geluidsschermen bedragen minstens 4,4 miljoen euro (scherm langs toerit en hoofdrijbaan ter hoogte van het plangebied) en 5,2 miljoen euro (schermen langs hoofdrijbaan). Deze kosten zijn een onevenredige investering ten opzichte van de omvang van het plan. Bovendien zijn hogere geluidschermen onvoldoende effectief om de geluidbelasting te reduceren tot ten hoogste de wettelijke voorkeurswaarde. Een verdere verhoging van de geluidschermen (hoger dan 10 meter) wordt in onderhavige situatie niet reëel geacht te zijn. De conclusie is dat het verlagen van de geluidbelasting door het plaatsen van (hogere) geluidschermen bij de A59 onvoldoende effectief is en leidt tot overwegende bezwaren van financiële aard. Geluidwal Berlicumseweg Als gevolg van de Berlicumseweg dient rekening te worden gehouden met overschrijding van de voorkeurswaarde in de ontwikkelvelden 3 en 7. Voor veld 7 geldt dat bij het realiseren van een geluidscherm of -wal, het zicht ontnomen zou worden op het gebouw Parkzicht en de bijbehorende landschapselementen. Een afschermende voorziening wordt hier niet wenselijk geacht.

Ter hoogte van veld 7 is tussen de weg en het plan beplanting gesitueerd. Vanwege het groene karakter van het plan is het niet wenselijk deze beplanting te verwijderen voor een geluidscherm. Vervolgens is afgewogen of een aarden wal kan worden ingepast, of een geluidwal voldoende geluidreductie kan bieden en of de aarden wal uit landschappelijk oogpunt wenselijk is. Tussen ontwikkelveld 3 en de Peter de Gorterstraat (parallel aan de Berlicumseweg) is een strook van circa 20 meter beschikbaar. Hoewel een aarden wal wellicht in te passen is, is echter geconstateerd dat een aarde wal hier geen optimale afschermende werking gerealiseerd kan worden. Enerzijds omdat de wal niet dicht bij de geluidbron (Berlicumseweg) kan worden gesitueerd door de aanwezigheid van de parallelweg en anderzijds door de hoogte van de appartementengebouwen in dit veld tot en met 10 bouwlagen. Tevens is geconstateerd dat ook een geluidwal het zicht vanaf de weg op het landgoed ontneemt en daarom niet wenselijk is.

Scherm Peter de Gorterstraat Voor de Peter de Gorterstraat, binnen het plangebied, geldt dat onvoldoende fysieke ruimte aanwezig is voor een afschermende voorziening en dat een dergelijke voorziening in het te ontwikkelen plan uit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk is. Hieruit volgt dat een overdrachtsmaatregel in de vorm van een geluidscherm of -wal onvoldoende effectief is en leidt tot overwegende bezwaren van financiële aard (rijkswegen), dan wel leidt tot overwegende bezwaren van landschappelijke aard (Berlicumseweg) en stedenbouwkundige aard (Peter de Gorterstraat). Met name voor ontwikkelvelden 2, 3 en 7 biedt het plan de kans om gebruik te maken van de afschermende werking van gebouwen, door deze uit akoestisch oogpunt gunstig te positioneren ten opzichte van de geluidbron en de rest van het plangebied. Dit punt dient verder te worden uitgewerkt in het vervolgtraject van het plan. Ad 4 De bebouwing op de velden 2, 3 en 7 kan zorgen voor reductie van geluid op de achterliggende geluidgevoelige bestemmingen. Ad 5 Uit het vervolgonderzoek, dat overlegd moet worden als de exacte ligging van de geluidgevoelige bestemmingen exact bekend zijn, dient aangetoond te worden dat de buitenruimte (tuin/balkon) cumulatief kan voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebeid uit het gemeentelijk geluidbeleid.

Ad 6 Uit het vervolgonderzoek, dat overlegd moet worden als de exacte ligging van de geluidgevoelige bestemmingen exact bekend zijn, dient aangetoond te worden dat een geluidgevoelige bestemming tenminste een geluidluwe gevel bezit. Voor eenzijdig georiënteerde geluidgevoelige bestemmingen, waarbij afscherming in het ontwerp zelf niet mogelijk is, kan afgeweken worden van de Nota en een geluidluw geveldeel toegestaan worden. Voorwaarde is dat het om een geveldeel gaat, waar de achterliggende verblijfsruimte een te openen deel bevat, waarlangs geluidluw gespuid kan worden zodat een goed woon – en leefklimaat gewaarborgd wordt. Ad 7 Dit criterium geldt als voorwaarde voor de aanvraag van een bouwvergunning. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw, dient middels een akoestisch onderzoek aangetoond te worden de gevels voorzien zijn van een goede wering, zodat er aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit voldaan kan worden en een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd wordt. Hierbij gaat het om de gecumuleerde gevelbelasting. Ad 8 Het geluidsaspect is vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken. Nadat exact bekend is wat de ligging van de geluidgevoelige bestemmingen is, wordt voor elke bestemming nader onderzocht hoe er aan de Wet en het gemeentelijke beleid voldaan kan worden.

Ad 9 Uit het vervolgonderzoek, dat overlegd moet worden als de exacte ligging van de geluidgevoelige bestemmingen exact bekend zijn, dient aangetoond te worden dat de gevelbelasting van appartementen en seniorenwoningen minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde (gevel met een geluidsbelasting kleiner of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde Wet geluidhinder) te worden gesitueerd; bij eengezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde. Voor eenzijdig georiënteerde geluidgevoelige bestemmingen, waarbij afscherming in het ontwerp zelf niet mogelijk is, kan afgeweken worden van de Nota en een geluidluw geveldeel toegestaan worden. Voorwaarde is dat het om een geveldeel gaat, waar de achterliggende verblijfsruimte een te openen deel bevat, waarlangs geluidluw gespuid kan worden zodat een goed woon – en leefklimaat gewaarborgd wordt.

Transformaties De gevelbelastingen op de te transformeren bestemmingen blijft onder 58 dB. Wat dit betreft hoeft er niet extra naar luwe zijden gekeken te worden. Wel dient het binnenniveau te voldoen aan 33 dB. Conclusie De exacte ligging van geluidgevoelige bestemmingen is nog niet bekend. Om deze reden is de geluidbelasting bepaald op randen van bestemmingsvlakken. Vervolgens wordt per ontwikkelveld aangegeven welke voorwaarden uit de Wet geluidhinder en de Nota hogere grenswaarde geluid gelden. Op ontwikkelveld 3 worden geluidbelastingen berekend die hoger zijn dan de hoogst toelaatbare gevelbelasting volgens de Wet geluidhinder. Er kan dan ook geen hogere grenswaarde verleend worden die hoger ligt dan dat de Wet toestaat. Om deze reden wordt op sommige punten de geluidbelasting afgekapt op de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Zodra de exacte ligging van bestemmingen bekend is en de gevelbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen zelf bepaald kunnen worden, dient een akoestisch onderzoek overlegd te worden, waaruit blijkt dat en op welke manier aan zowel aan de Wet als aan de gemeentelijke Nota voldaan kan worden. Er is op voorhand een memo overlegd om aan te tonen wat de mogelijkheden kunnen zijn om zo goed mogelijk te voldoen aan de wet en de Nota.

Uit de memo blijkt dat voor eenzijdig georiënteerde hoger gelegen appartementen in ontwikkelveld 3, het behalen van een volledig luwe zijden niet bij alle woningen haalbaar is. Voor eenzijdig georiënteerde geluidgevoelige bestemmingen, waarbij afscherming in het ontwerp zelf niet mogelijk is, kan afgeweken worden van de Nota en een geluidluw geveldeel toegestaan worden. Voorwaarde is dat het om een gevel gaat, waar de achterliggende verblijfsruimte een te openen deel bevat, waarlangs geluidluw gespuid kan worden zodat een goed woon – en leefklimaat gewaarborgd wordt.

BESLUIT Burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch; gelet op de Wet geluidhinder, het Besluit geluidhinder en de gemeentelijke Nota hogere grenswaarden geluid

Besluiten Op de randen van bestemmingsvlakken en op gevels van de te transformeren gebouwen naar geluidgevoelige bestemmingen, gelegen binnen ontwikkelveld 2 t/m 7 van het Land van Coudewater te Rosmalen, worden de volgende hogere grenswaarde vastgesteld t.g.v. wegverkeer (waarden na aftrek op basis van artikel 110g uit de Wet geluidhinder). Ontwikkelveld 2

Figuur 3: Ontwikkelveld 2

Ontwikkelveld 3

Figuur 4: Ontwikkelveld 3

Ontwikkelveld 4

Figuur 5: Ontwikkelveld 4

Ontwikkelveld 5

Figuur 6: Ontwikkelveld 5

Ontwikkelveld 6

Figuur 7: Ontwikkelveld 6

Ontwikkelveld 7

Figuur 8: Ontwikkelveld 7

Te transformeren gebouwen

Figuur 9: Te transformeren gebouwen

Figuur 10: Te transformeren gebouwen

Aan dit besluit worden de volgende voorwaarden verbonden: De omgevingsvergunning voor de bouw van geluidgevoelige bestemmingen wordt niet eerder verleend dan: • Er voor elk ontwikkelveld (met de exacte ligging van de geluidgevoelige bestemmingen) een akoestisch onderzoek overlegd wordt en goedgekeurd is door de gemeente. Uit het akoestisch onderzoek moet blijken dat en op welke manier voldaan kan worden aan de eisen uit zowel de Wet geluidhinder als de gemeentelijke Nota. - Hierbij zal voor ontwikkelveld 3 moeten worden aangetoond dat de gevelbelasting t.g.v. de A59/A2 ten hoogste 53 dB bedraagt.

-

-

Bij gevelbelastingen tot en met 53 dB, dient een geluidgevoelige bestemming tenminste een geluidluwe gevel te bezitten. Bij gevelbelastingen hoger dan 53 dB, dient een geluidgevoelige bestemming minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde te bezitten (appartementen en seniorenwoningen). Bij eengezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde. De buitenruimte (tuin/balkon) moet cumulatief voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebiedstype uit het gemeentelijk geluidbeleid. Ontwikkelvelden 2, 3 en 7 biedt het plan de kans om gebruik te maken van de afschermende werking van gebouwen, door deze uit akoestisch oogpunt gunstig te positioneren ten opzichte van de geluidbron en de rest van het plangebied. Dit punt dient verder te worden uitgewerkt in het vervolgtraject van het plan.

•

Het gebruik van de zogenaamde “dove gevel” dient zoveel als mogelijk te worden vermeden. Daar waar dit niet anders kan, dient het aantal “dove gevels” per woning tot maximaal één te worden beperkt. Bij toepassing van een dove gevel dient tenminste één gevel van die woning geluidsluw te zijn.

•

Bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouw van geluidgevoelige bestemmingen dient een akoestisch onderzoek te worden gevoegd waarbij aangetoond is dat voldaan kan worden aan de binnenwaarde uit het Bouwbesluit.

•

Voor eenzijdig georiënteerde geluidgevoelige bestemmingen, waarbij afscherming in het ontwerp zelf niet mogelijk is, kan afgeweken worden van de Nota en kan een geluidluw geveldeel toegestaan worden i.p.v. een volledig luwe gevel. Voorwaarde is dat het om een geveldeel gaat waar de achterliggende verblijfsruimte een te openen deel bevat waarlangs geluidluw2 gespuid kan worden, zodat een goed woon – en leefklimaat gewaarborgd wordt.

•

Voor de bestaande gebouwen die getransformeerd worden naar geluidgevoelige bestemmingen dient aangetoond te worden dat voldaan kan worden aan een binnenniveau van 33 dB. Extra voorwaarden zoals het realiseren van geluidluwe zijden is voor deze bestemmingen niet noodzakelijk.

‘s-Hertogenbosch,

Hoogachtend, Namens burgemeester en wethouders van ‘s-Hertogenbosch, Het hoofd van de afdeling Leefomgeving,

B.J. Berendsen

Bijlage: • akoestisch onderzoek door ingenieursbedrijf Aveco de Bondt van 24 september 2021 met referentie 194728_R_PVDH_0241. 2

geluidluw heeft betrekking op de gecumuleerde geluidbelasting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11655371/1