CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Nota zienswijzen bestemmingsplan Heesch West en bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Heesch-West met bijbehorend bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West44.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

2

2

-

2

-

Voor reclamant is het van belang dat de planregels voldoende ruimte laten voor zijn beoogde logistieke bedrijf. Reclamant wil namelijk haar huidige bedrijf uitbreiden door een tweede bedrijfsvestiging in Heesch West. De planregels in het ontwerpbestemmingsplan bieden volgens 10 reclamant onvoldoende zekerheid voor de vestigingsmogelijkheden. Het is voor reclamant belangrijk dat de planregels ruimte laten voor het beoogde logistieke bedrijf (transportbedrijf). Ook is van belang dat voor het sluiten van een koopovereenkomst vast komt te staan dat de emissie van stikstof geen belemmering vormt. Zie de antwoorden in rijen 11 t/m 16. Reclamant stelt dat artikel 5.4.7 van de planregels van het De regels voor de opslag bij bedrijfspercelen zijn naar aanleiding van ontwerpbestemmingsplan een redelijke exploitatie van het door deze zienswijze opnieuw tegen het licht gehouden. Daaruit is naar reclamant beoogde bedrijf niet mogelijk maakt. Buitenopslag moet voren gekomen dat inderdaad een versoepeling kan worden worden toegestaan zonder de voorwaarde dat opslag uitsluitend in doorgevoerd. De regeling voor buitenopslag luidde: "buitenopslag is containers plaatsvindt. uitsluitend toegestaan: a. bij niet-logistieke bedrijven: in goederen en/of materialen, die direct verband houden met de bedrijfsactiviteiten die op het betreffende perceel worden uitgeoefend, eventueel in/van containers; b.

bij logistieke bedrijven: uitsluitend buitenopslag in/van containers; in beide gevallen met inachtname van het navolgende: 1. op een af stand van minimaal 5 m achter de voorste bebouwingsgrens van het hoofdgebouw; 2. tot een hoogte van maximaal 4 m; 3. indien een natuurlijk-groene afscherming (met inheemse beplanting) deze opslag uit het zicht onttrekt vanaf het openbaar toegankelijk 11 gebied; 4. op een af stand van minimaal 3 m uit iedere perceelsgrens, voor zover het gaat om buitenopslag van brandbare stoffen." Dit wordt in het vast te stellen bestemmingsplan: "5.4.3 Buitenopslag buitenopslag is uitsluitend toegestaan in goederen en/of materialen, die direct verband houden met de bedrijfsactiviteiten die op het betreffende perceel worden uitgeoefend, eventueel in/van containers; en alleen: a. op een af stand van minimaal 5 m achter de voorste bebouwingsgrens van het hoofdgebouw; b. tot een hoogte van maximaal 4 m; c. indien een robuuste, natuurlijk-groene afscherming (met inheemse beplanting) deze opslag uit het zicht onttrekt vanaf het openbaar toegankelijk gebied;

3

d. op een afstand van minimaal 3 m uit iedere perceelsgrens, voor zover het gaat om buitenopslag van brandbare stoffen."

2

-

Volgens reclamant leidt de bepaling in artikel 5.5.5 van de planregels tot We begrijpen de zorg van reclamant, want de toestemming van het rechtsonzekerheid. Hierin is bepaald dat met een omgevingsvergunning college is niet gegarandeerd. Maar dat maakt een zodanige regeling op kan worden afgeweken van de bepaling in artikel 5.4.7, indien dit naar zichzelf niet direct rechtsonzeker. Naar aanleiding van de zienswijze oordeel van het college van B&W niet op onevenredige bezwaren sluit. wordt de regeling wel verduidelijkt. Deze luidde in het Hierbij wordt het advies van het Circulair Kwaliteitsteam in beschouwing ontwerpbestemmingsplan: genomen. Reclamant stelt echter dat de formulering onvoldoende " 5.5.5 Buitenopslag. Met een omgevingsvergunning kan worden objectief en concreet bepaalt onder welke omstandigheden een af geweken van het bepaalde in lid 5.4.7, indien dit naar het oordeel van omgevingsvergunning voor buitenopslag kan worden verleend, anders het College van B&W (daarbij in ogenschouw nemende een advies van dan opslag in containers.

Het sluiten van een koopovereenkomst zonder het circulair kwaliteitsteam) niet op onevenredige bezwaren stuit." 12 dat voor reclamant vaststaat dat de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.5 wordt verleend, kan betekenen dat reclamant eigenaar In het vast te stellen bestemmingsplan wordt dit: wordt van een perceel in Heesch West zonder dat hier de beoogde "5.5.4 Buitenopslag bedrijfsactiviteiten kunnen worden uitgevoerd. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.4.3 als dit naar het oordeel van het College van B&W (daarbij in ogenschouw nemende een advies van het circulair kwaliteitsteam) vanuit milieuaspecten en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en percelen niet op onevenredige bezwaren stuit".

4

2

-

Reclamant acht het onduidelijk wat er bedoeld wordt met de bepaling in artikel 5.4.11 van de planregels uit het ontwerpbestemmingsplan, in het bijzonder wat er bedoeld wordt met "motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken". Ondanks de uitzondering in artikel 5.4.11 lid a (uitzondering voor stikstofemissie die verband houdt met motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken) en ondanks de omschrijving in artikel 1.66 (definitie van "motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken"), blijft onduidelijkheid bestaan. Naar de mening van reclamant volgt uit de omschrijving namelijk niet eenduidig 13 of vrachtauto's waarmee reclamant transporten verricht, en die naar het bedrijventerrein komen om daar gestald te worden of om vrachten op te halen of te lossen, vallen onder "bezoekende motorvoertuigen". Reclamant verzoekt om bevestiging dat eigen voertuigen die op het aan te kopen terrein worden gestald of die het terrein bezoeken voor het halen of brengen van vrachten, vallen onder de uitzondering en die dus bij de beoordeling van stikstofemissies buiten beschouwing worden gelaten. Daarbij kan worden opgemerkt dat de motoren van de vrachtauto's die het terrein bezoeken om vrachten op te halen tijdens het laden van die vrachten steeds zijn uitgeschakeld.

De def initie van ‘motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken’ is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, mede naar aanleiding van deze zienswijze, gewijzigd en verduidelijkt in het vast te stellen bestemmingsplan. De voorbeelden waar reclamant op wijst vallen onder de definitie ‘motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken’. Die transportbewegingen vallen buiten het toepassingsbereik van het verbodsstelsel dat is opgenomen in artikel 5.4.7 onder a van de planregels van het vast te stellen bestemmingsplan. De Passende beoordeling (bijlage 24 bij de Toelichting van het bestemmingsplan), inclusief de daarbij behorende stikstofberekeningen, is hierop ook gewijzigd en verduidelijkt.

5

2

2

2

-

-

-

Indien in deze situatie geen sprake is van emissie van stikstof door motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken, maar het wel gaat om strijdig gebruik vanwege activiteiten die leiden tot een toename van stikstofemissie is sprake van de volgende zorgen bij reclamant: er bestaan onduidelijkheden over de bepaling in artikel 5.5.7 (in omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bepaling in artikel 5.4.11), waarbij de in dit kader gestelde cumulatieve voorwaarden evenmin eenduidig zijn en leiden tot rechtsonzekerheid. Ten tijde van het aankopen van het perceel, staat niet vast of de bedoelde omgevingsvergunning zal worden verleend. Voor reclamant is niet duidelijk hoe de beschikbare hoeveelheid stikstof (7350 kg NOx per jaar) Nu de voorbeelden van reclamant juist vallen onder de noemer en de beschikbare hoeveelheid ammoniak (258 kg NH per jaar) wordt ‘motorvoertuigen die samenhangen met bezoeken’, behoeft deze verdeeld. Weliswaar is in artikel 5.5.7 lid b en c geregeld dat aan de 14 hand van bijlage 3 (beleidsregels stikstof) wordt bepaald of sprake is van zienswijze geen verdere bespreking. Overigens wijzen wij erop dat het nadere beoordelingsmoment gekoppeld is aan een binnenplans een evenwichtige stikstofgebruiksruimte, maar daaraan is toegevoegd omgevingsvergunningsstelsel.

Het betreft nadrukkelijk niet een open dat die beleidsregel kan worden gewijzigd en dat vervolgens aan de hand van de nieuwe beleidsregels wordt bepaald of sprake is van een norm in de directe bouw- en gebruiksregels. Artikel 3.6 lid 1 onder c evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte. Bovendien zijn Wro in samenhang met artikel 3.1.2 van het Bro biedt de mogelijkheid volgens reclamant criteria onvoldoende objectief en concreet, indien (bij dynamisch te verwijzen naar beleidsregels bij de voorwaarden voor het ongewijzigde beleidsregels) sprake is van aangevraagde toepassen van de binnenplanse afwijkbevoegdheid (in dit geval voor bedrijfsactiviteiten die de in artikel 3.3 bepaalde normen overschrijden. het criterium ‘evenwichtige verdeling van de stikstofgebruiksruimte’). Reclamant is van mening dat niet eenduidig is vast te stellen wat het Gelet op het doel en de aard van de regeling, ook gelet op de beste alternatief is, indien bedrijfsbelangen niet overeenkomen met begrenzing neergelegd in een maximaal emissieplafond en de overige maatregelen die leiden tot een lagere emissie en wanneer geen sprake is van een onevenredig groot deel van de resterende stikstofruimte die bouw- en gebruiksregels, is sprake van een voldoende objectief en concreet begrensde planregeling. wordt toegekend.

Reclamant vraagt of de regels uit het ontwerpbestemmingsplan zodanig kunnen worden aangepast dat op voorhand duidelijkheid kan worden gegeven of de benodigde omgevingsvergunningen voor de vestiging van 15 reclamant verleend kunnen worden. Dan wel vraagt reclamant dat in de koopovereenkomst wordt voorzien in een bepaling die het mogelijk maakt de overeenkomst te ontbinden op dit punt.

16

Zie de antwoorden in rijen 11 t/m 14 en 16. Deze zienswijze is gegrond op de onderdelen als genoemd in rijen 11 en 12 (buitenopslag) en in rij 13 (definitie bij stikstofbepaling) en geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan zoals beschreven in de genoemde rijen. De zienswijze is voor wat betreft rij 14 wel ongegrond.

6

3

-

3

1

3

-

3

-

3

1

Reclamant stelt dat de komst van bedrijventerrein Heesch West het leef17 en woonplezier aantast. Zie thema Woon -en leefklimaat. Reclamant maakt zich zorgen over dat er in de toekomst geen De woning van reclamant met woonbestemming ligt niet in de woonbestemming meer mogelijk is op zijn grond door de komst van geluidszone van Heesch West, uitgezonderd een zeer klein deel aan de Heesch West. Reclamant heeft zich laten informeren dat in een voorzijde. geluidszone geen vergunning zal worden verleend voor de realisatie van Een deel van het grondeigendom van reclamant, met bestemming een (zorg)woning. Gevolg hiervan is dat de eerdere aankoop van grond Agrarisch met Waarden – Landschapswaarden, ligt wel binnen de waardeloos blijkt. Reclamant verzoekt om een reactie of zorgen terecht geluidszone. Mocht hier ooit een woning gewenst zijn, dan dient dat 18 zijn en/of planschadecompensatie mogelijk is. een zelf standige planprocedure te doorlopen, waarbij moet blijken of dat ruimtelijk haalbaar en gewenst is. In die procedure kan dan ook een hogere waarde voor geluid worden verleend. Zie verder het antwoord onder rij 359 inzake de mogelijkheden voor een eventuele mantelzorgwoning en zie thema Kosten en baten en planschade.

Reclamant maakt zich zorgen over een verslechtering van de Geen enkele toename van luchtverontreinigende stoffen is niet gezondheid door het plan, welke al niet van hoge kwaliteit zou zijn door realiseerbaar, wel beperking van de uitstoot. Maar zowel in de de nabije ligging van de A59. De waarden voor fijnstof en stikstof zullen ref erentiesituatie als de situatie na realisatie van Heesch West blijven 19 op zijn minst niet verminderd worden. Reclamant vraagt of er een de concentraties (ruim) onder de wettelijk vastgestelde normen. garantie kan worden gegeven dat er door Heesch West geen toename Zie verder thema’s Woon -en leefklimaat (kopje Handhaving en van f ijnstof en stikstof plaatsvindt. Monitoring), Luchtkwaliteit, Natuur en Gezondheid. Reclamant stelt dat de in de rapporten gestelde afname van Bij de ontwikkeling van Heesch West wordt onder meer de verkeersbewegingen op de A59, aan de zijde van reclamant, niet klopt. ontsluitingsroute Bosschebaan-Rekken opgewaardeerd naar een 80 km Door de dagelijkse files in de ochtendspits ontstaat sluipverkeer op de per uur ontsluitingsweg en ook doorgetrokken parallel aan de A59 naar 20 Rijksweg. De komst van Heesch West zal hier volgens reclamant niks de Cereslaan. Hierdoor wordt deze oost-westverbinding een beter aan veranderen.

alternatief en zien we juist een daling van verkeer op de route Waterlaat-Rijksweg van 1.700 naar 500 motorvoertuigen per etmaal. Zie verder thema Mobiliteit. Reclamant stelt dat de geluidsoverlast niet afneemt door Heesch West. Zie thema Woon -en leefklimaat, kopje Handhaving en monitoring. Reclamant vraagt of er daadwerkelijk wordt gemeten of bedrijven zich In de avonduren gelden er inderdaad andere normen dan in de houden aan de geluidsnormen. Bovendien vraagt reclamant of er een 21 boete / sanctie is voor bedrijven die normen overschrijden. Tot slot dagperiode. In de avondperiode wordt een 5 dB strengere norm gehanteerd. Dit is in het akoestisch onderzoek verdisconteerd door de vraagt reclamant of er in de avonduren (strengere) normen bestaan of berekende waarde in de avondperiode met 5 dB te verhogen alvorens dat dan net zoveel geluid geproduceerd mag worden als overdag. er wordt getoetst aan de grenswaarden.

7

3

-

3

-

3

-

3

1

4 199

4 199

5 200

Reclamant spreekt afkeuring uit over de toekomst waarin driekwart van De huidige bosstrook aan de noordzijde van het terrein (langs de het jaar op een bedrijfspand wordt uitgekeken van 20/25 meter hoog; de Bosschebaan) blijft behouden. Dit zijn overigens al volwassen bomen tijd dat bomen geen bladeren hebben. met een hoge kruin. Het terrein is daarmee dus al afgeschermd. Het is inderdaad zo dat de meeste bomen het blad verliezen in de 22 winterperiode, wat overigens eerder een half jaar is in plaats van driekwart jaar. In die periode zal het terrein meer zichtbaar zijn voor reclamant. De zorgen van reclamant zijn begrijpelijk. Het uitzicht zal dan ook met name in de winterperiode veranderen. We verwijzen verder naar de motivering onder thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat het plan leidt tot lichthinder door de verlichting op het 23 bedrijventerrein; de verlichte reclame-uitingen nog buiten beschouwing gelaten die vanaf de A59 goed te zien zullen zijn. Zie thema Licht. Reclamant vraagt of onderzoek is verricht naar waardevermindering van huidige bezittingen, zoals woningen en gronden, door 24 ontwerpbestemmingsplan Heesch West (Heesch West, zonneweiden, zonnepanelen op daken). Zie thema Kosten en baten en planschade. 25 Volgens reclamant leidt het plan tot geluidoverlast, trillingen, stof, brandgevaar, stank en dag en nacht vrachtverkeer.

Er komen volgens reclamant ook meer files, ongelukken en sluipverkeer langs de woning, overlast van passanten en arbeidsmigranten. Het betekent nooit meer 26 stilte, nooit meer donker en verstoring van mens en natuur, aldus reclamant.

27 Volgens reclamant leidt het plan tot geluidoverlast, trillingen, stof, brandgevaar, stank en dag en nacht vrachtverkeer. Er komen volgens reclamant ook meer files, ongelukken en sluipverkeer langs de woning, 28 overlast van passanten en arbeidsmigranten. Het betekent nooit meer stilte, nooit meer donker en verstoring van mens en natuur, aldus reclamant.

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie thema's Geluid, Trillingen, Stof, Externe veiligheid, Geur, Mobiliteit, Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leefklimaat, Licht, Natuur en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek. Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zie thema's Geluid, Trillingen, Stof, Externe veiligheid, Geur, Mobiliteit, Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leefklimaat, Licht, Natuur en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve

8

geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

5 200

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

29 Reclamant stelt dat niet persoonlijk gereageerd is op de vorige zienswijze. Reclamant geeft aan dat de punten uit de vorige zienswijze nog altijd van toepassing zijn.

6

6

6

-

-

-

30

Reclamant stelt dat de noodzaak voor een (nieuw) bedrijventerrein niet bewezen is. Volgens reclamant zijn er voldoende bestaande bedrijventerreinen in de regio of elders in Nederland waar de voorgenomen activiteiten kunnen worden uitgevoerd of door herstructurering de huidige capaciteit van accommodaties kan worden 31 uitgebreid. Reclamant stelt dat het blijft bij vage uitspraken, en dat de intentie bestaat bestaande bedrijven te verplaatsen zonder te onderzoeken of er andere mogelijkheden bestaan. Reclamant stelt dat omdat de gemeenten de grond in Heesch West al enige jaren in bezit hebben, dit willen ontwikkelen tot bedrijventerrein.

Elke inspreker heeft begin juni 2021 een persoonlijke brief ontvangen na vrijgave van het ontwerpbestemmingsplan met Eindverslag inspraak. In dit Eindverslag inspraak is elke inspraakreactie samengevat. Indien er unieke argumenten in stonden, zijn deze ook specifiek beantwoord. Indien het argumenten betroffen die veelvuldig waren benoemd in reacties, zijn deze bezwaren beantwoord in het algemene, thematische deel van het Eindverslag inspraak.

Zie thema's Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik, Behoefte, Proces en participatie en Kosten en baten en planschade.

Reclamant stelt dat niet wordt aangetoond dat er geen alternatieven zijn Zie thema's Proces en participatie, Locatiekeuze en zorg vuldig (die er volgens reclamant wel zijn). Reclamant stelt dat het motief van de ruimtegebruik, Behoefte en Kosten en baten en planschade. gemeente om de grond te ontwikkelen enkel economisch is, omdat het Wat betref t de duurzaamheid van de keuze het volgende. Onder het herontwikkelen van bestaande bedrijven die naar Heesch West toe thema Locatiekeuze en zorgvuldige ruimtegebruik, is gemotiveerd dat verhuizen kostbaarder is. Ook zou het voor de gemeente wenselijk zijn de keuze voor één grootschalig terrein verantwoorder is dan de keuze 32 dat de aangekochte grond kan worden verkocht als bedrijfsgrond. voor aansluiting bij verschillende terreinen, waardoor versnippering Volgens reclamant zijn er voldoende alternatieven, doordat logistieke ontstaat. Die laatste keuze, is geen toekomstbestendige of duurzame bedrijven panden veelal huren en daardoor na het verstrijken van de keuze. huurperiode weer kiezen voor nieuwbouw. Reclamant vindt dit niet Bij de af weging van toelating van bedrijven wordt ook gekeken naar duurzaam en vindt het niet passen bij de doelstelling die de gemeenten mogelijk achterblijvende locaties en kan soms ook blijken dat voor Heesch West hebben. doorontwikkeling op de bestaande locatie passend is. Heesch West

9

wordt gerealiseerd met als doel ruimte te bieden aan de regionale economische ontwikkeling, als dat op de bestaande locatie of een andere locatie kan is dat prima. Heesch West heeft geen financieel gedreven verkooptaakstelling.

6

-

6

-

6

-

Reclamant stelt dat de beschreven bestemmingen niet van essentieel belang zijn, maar enkel de economische belangen dienen van de toekomstige bedrijven en de gemeenten. Volgens reclamant brengt het bedrijventerrein grote schade toe aan het openbaar belang, vanwege de 33 toevoeging van stikstof, geluid, fijnstof, overlast aan omwonenden, congestie op reeds drukke wegen, geuroverlast, risico op ongevallen en extra toestroom van arbeidsmigranten. Volgens reclamant is er daarom geen dwingend groot openbaar belang.

Er hoef t geen 'dwingend groot openbaar belang' te worden aangetoond voor dit plan. Dat is geen wettelijk vereiste. Er is echter een grote regionale behoefte aan de beoogde bedrijfsruimten. Zie thema Behoef te. Alle belangen zijn zorgvuldig en integraal afgewogen, wat wel een vereiste is. Zie ook het thema Proces en participatie (kopje Belangenafweging). Daarbij wordt de hinder voor omwonenden zoveel mogelijk beperkt. Zie ook de thema's Natuur, Geluid, Luchtkwaliteit, Woon -en leef klimaat, Mobiliteit, Geur, Externe veiligheid en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.

Reclamant vindt dat de overheid de belangen van haar inwoners moet dienen, maar het vertrouwen hierin is door de geleverde wanprestatie 34 volledig verdwenen. Naast een bevestiging heeft reclamant nooit een inhoudelijke reactie ontvangen op de zienswijze uit 2019. Ook op mails Zie thema Proces en participatie, kopje belangenafweging en zie de naar gemeenteraadsleden kwam slechts door een enkeling een reactie. beantwoording in rij 30. Tot slot kunnen wij niet spreken namens gemeenteraadsleden. Reclamant vindt dat er sprake is van eenrichtingsverkeer van overheid Zie thema Proces en participatie. Aanvullend daarop: wij hebben nooit naar inwoner. Concrete antwoorden op vragen werden ontweken. Er is bewust vragen ontweken, we hebben er altijd op ingezet om alle vragen 35 niet gehandeld vanuit het perspectief van omwonenden, alleen vanuit te beantwoorden. gemeente. Reclamant geeft aan dat het vertrouwen in de overheid De overheid maakt een zorgvuldige afweging van belangen met daarmee weg is. aandacht voor inwoners, bedrijven, natuur en milieu.

10

6

-

36

6

-

37

6

-

38

6

-

39

Reclamant geeft aan dat de door de gemeente verrichte onderzoeken Zie thema's Proces en participatie en Mobiliteit. Aanvullend daarop, niet representatief/betrouwbaar zijn. De toename van de onderzoeksrapporten worden niet gebagatelliseerd of mooier verkeersstromen is enorm en de capaciteit van het wegennet (Rijks- en gepresenteerd dan dat het is. gemeentewegen) is niet toereikend. In het rapport van de gemeente Er wordt ten onrechte gesteld dat het industrieterrein in Oss, wordt hier veel te gemakkelijk over gesproken. De impact van de nieuwe vermoedelijk wordt Vorstengrafdonk bedoeld, niet is meegenomen in industrieterreinen in Oss, ook gebruikmakend van dezelfde Rijkswegen, het verkeersonderzoek. Voor dat bedrijventerrein is het is hierbij niet meegenomen, aldus reclamant. bestemmingsplan reeds in 2014 vastgesteld. Dit plan is dus reeds opgenomen in het regionaal verkeersmodel BBMA, dat als basis heeft gediend voor het projectspecifieke verkeersmodel Heesch West. Reclamant merkt op dat naast de effecten op congestie en stikstofuitstoot er geen maatregelen worden besproken hoe de gevolgen Zie thema Mobiliteit en zie thema Woon -en leefklimaat, kopje Handhaving en monitoring. worden gehandhaafd. Soortgelijke grootschalige logistieke bedrijventerreinen met veel voertuigen leiden tot veel overlast. Volgens Wat betref t de vrees voor zwerf afval.

Door de ontwikkeling van Heesch West neemt het aantal personen binnen het plangebied toe. Het is niet reclamant bestaan er veel voorbeelden van overlast in zowel Oss als uit te sluiten dat sommige personen zich niet aan de regels houden en Den Bosch, m.b.t. vrachtwagenparkeren en overlast door overnachten af val op straat gooien maar er is ook geen reden om dat direct te (ontlasting, afval, gevaarlijk situaties). Reclamant vindt dat het lijkt dat veronderstellen. Zwerfafval is niet alleen hinderlijk voor de omgeving alle gemeenten graag bedrijfsterreinen willen hebben, maar dat niet maar ook voor het imago van Heesch West en de zich vestigende wordt gehandhaafd. De consequenties met betrekking tot de toename bedrijven. Het beperken van vervuiling en verontreiniging zal dan ook van vrachtverkeer zijn niet acceptabel. een onderdeel zijn in het beheer van Heesch West. Het is hierdoor dan ook niet te verwachten dat grote hoeveelheden zwerfafval in de omgeving terecht komen. Zie verder het antwoord onder rij 1778. Reclamant stelt dat er geen urgentie is om groene waarden en landschap op te heffen, wat ten koste gaat van natuur. Extra bedrijventerreinen toevoegen is niet nodig: er zijn in de regio voldoende Zie thema's Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik, Natuur en herontwikkelingsmogelijkheden. Ruimtelijke kwaliteit.

Reclamant verwijst naar de vele aandacht binnen EU en Nederland voor behoud en beheer van natuurgebieden. Het uitbreiden van bedrijventerreinen heeft echter een negatief effect op stikstofdepositie, op de instandhouding van de Natura 2000-gebieden en het algemeen leef genot. Reclamant geeft aan dat er geen reden is om op deze grond een bestemming te geven zoals beschreven door de gemeente (Heesch Zie thema's Natuur, Behoefte en Proces en participatie (kopje West). Belangenafweging).

11

6

-

Reclamant stelt dat met Heesch West stikstof wordt toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie (2021). De gemeente geeft onvoldoende 40 aan hoe en op welke wijze, met welk kader, de impact tot stand is gekomen. Daarnaast is het verdisconteren van stikstof van bedrijven die er niet meer gevestigd zijn niet toegestaan.

6

-

41

6

-

42

6

-

43

6

2

44

Zie thema Natuur. Reclamant stelt dat de mate van impact op de natuur onvoldoende wordt aangetoond. Het toevoegen van bedrijfsactiviteiten leidt onvermijdelijk tot een toename van stikstof. Zolang de overschrijding en het effect niet worden aangetoond kan geen akkoord worden verleend voor het ontwerpbesluit. Zie thema Natuur. Reclamant merkt op dat in de documentatie wordt gesproken over het Uit de MER blijkt dat Heesch West naast negatieve effecten ook compenseren van eventuele nog te beogen voordelen uit/in de toekomst. positieve effecten heeft. Deze worden beide, conform de werkwijze in Dit lijkt op ontoelaatbare salamitactiek om zo de toevoeging van uitstoot een MER beschreven en beoordeeld. Daar waar negatieve effecten en schade aan het milieu te compenseren. Hierbij citeert reclamant een optreden is gekeken naar maatregelen om negatieve effecten te passage uit het bestemmingsplan, waarin een toekomstig voordeel voorkomen dan wel te verminderen (mitigatie). Daar waar negatieve beschreven wordt door het plan op het vlak van natuur. ef f ecten niet voorkomen kunnen worden, bijvoorbeeld op natuur, zijn daar waar nodig conform wettelijke regels compenserende maatregelen voorgesteld. Er is daarmee geen sprake van salamitactiek. Reclamant geeft weer dat wordt aangegeven dat er verstoring is van Het ef f ect van Heesch West op marterachtigen is onderzocht in de marterachtigen.

Deze dieren vallen onder de Wet natuurbescherming. Natuurtoets, bijlage bij het MER en het bestemmingsplan. Conform de daarvoor geldende wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming worden maatregelen genomen om de negatieve effecten te voorkomen dan wel te beperken (mitigatie). Deze maatregelen zijn beschreven in de Natuurtoets en worden in later stadium vastgelegd in een mitigatieplan en ontheffingsaanvraag soorten. Daarmee wordt voldaan aan de Wet natuurbescherming. Reclamant geeft aan dat destijds gekozen is om in landelijk gebied te Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Licht, Luchtkwaliteit, Geur, wonen. Het oprukken van bedrijvigheid van deze omvang gaat niet Woon -en leef klimaat en Mobiliteit. samen met wonen in leefbaar buitengebied. In de huidige plannen gaat Aanvullend: het planonderdeel windturbines is uit het plan geschrapt. het om 24/7-bedrijvigheid in de "achtertuin" van rustzoekers. Het zicht Wat betref t de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor verandert door gebouwen met een hoogte van max. 30 meter en deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of windmolens die zelfs tot 210 meter hoog reiken. Overlast door de 24/7- wegverkeerslawaai.

Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke activiteiten die betrekking hebben op licht, geluid, uitstoot, geur (stank), toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve verkeersveiligheid en zicht, zijn niet acceptabel. geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

12

6

-

6

45

46

6

-

47

6

-

48

6

-

49

Reclamant vraagt zich af hoe je nog kunt spreken van een duurzaam bedrijventerrein. Dit bedrijventerrein is specifiek bedoeld voor grootschalige logistiek. De zeer grootschalige logistiek levert jaarlijks Zie thema Duurzaamheid. Wat betreft het bedrijvenprofiel, dit betreft duizenden extra voertuigbewegingen op met enkele miljoenen extra niet alleen grootschalige logistiek. Zie thema Behoefte. voertuigkilometers. In de documenten is aangegeven dat er noodzaak is Aanvullend merken we op dat in de stukken niet is aangegeven dat er voor een extra ontsluiting op de A59, maar dat Rijkswaterstaat niet een noodzaak is tot een extra ontsluiting op de A59, dat is een onjuiste meewerkt. Ondanks de urgentie wordt er daarom gekozen voor een stelling van reclamant. De huidige gekozen verkeersontsluiting is een slecht alternatief, waarbij gebruik gemaakt wordt van bestaande wegen passende en verantwoorde verkeerskundige keuze. Zie thema met alle nadelige effecten van dien. Mobiliteit. Reclamant stelt dat deze locatie zeer slecht bereikbaar is voor Zie thema Mobiliteit. Aanvullend: een goede en veilige vrachtwagens, maar dat daar eenvoudig overheen gestapt wordt. De verkeersafwikkeling is van belang voor Heesch West en de te vestigen vele rotondes en de beperkte ontsluiting geven aan dat de infrastructuur bedrijven. Het verkeerskundig ontwerp is gedaan op basis van de niet past.

Daarnaast is het de vraag of (echte) logistieke bedrijven kiezen geldende ontwerprichtlijnen bij het beoogde verkeer. De infrastructuur is voor slecht bereikbare locaties (geen mogelijkheid tot vervoer over spoor daarmee passend voor (vracht)verkeer. Er is veel belangstelling van en water). bedrijven om zich te vestigen, waaronder ook van logistieke bedrijven. Reclamant stelt dat het rapport van Buck slecht onderbouwd is en de Het rapport waar reclamant op doelt, het Masterplan Heesch West uit indruk wekt dat te veel is gebaseerd op gewenste antwoorden van gemeenten die met een stuk grond in hun maag zitten en daar graag van 2017, is opgesteld met de hoogste zorgvuldigheid door een onaf hankelijk adviesbureau. Er is geen sprake van het toeschrijven af willen. naar gewenste uitkomsten. Zie verder thema Proces en participatie. Reclamant stelt dat het effect op milieu en gezondheid aanzienlijk is vanwege f ijnstof. Zie thema's Luchtkwaliteit en Gezondheid. Reclamant stelt de enorme toename van transportbewegingen tot zeer gevaarlijke situatie leidt, aangezien de wegen hier niet op zijn ingericht. Verkeersslachtoffers zijn daarom niet uit te sluiten. Zie thema Mobiliteit.

13

Reclamant stelt dat de extra verkeersbewegingen kunnen leiden tot hoge overlast van onder andere geluid, congestie, uitstoot, parkeeroverlast, en een directe aanslag op het milieu. Daarnaast zal het personenvervoer van werknemers op dit industrieterrein bijdragen aan hinder/vervuiling op het gebied van lucht, geluid, (toename) van congestie en onveilige verkeerssituaties. In het plan zijn daar geen concrete oplossingen voor, aldus reclamant. 6

2

6

-

6

2

50

Zie thema's Mobiliteit, Natuur, Woon -en leefklimaat, Geluid, Luchtkwaliteit en zie thema Woon -en leefklimaat, kopje Handhaving en monitoring. Wat betreft de gevreesde parkeeroverlast. Uitgangspunt van het plan is dat de parkeerbehoefte door de bedrijven op eigen terrein gerealiseerd moet worden. Dit is bovendien geborgd in het bestemmingsplan in artikel 21.3. Daarmee wordt geen parkeeroverlast in de omgeving verwacht. Indien nodig, kan een centrale parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Dit zal echter uitsluitend parkeren zijn voor het terrein. Er wordt geen regionale parkeervoorziening aangelegd. In de toegepaste kengetallen voor verkeersgeneratie voor het bedrijventerrein zitten ook verdisconteerd de woon-werkritten met personenauto van werknemers. Die zijn dus wel degelijk meegenomen in de onderzoeken. Ten behoeve van de verkeersveiligheid zijn meerdere maatregelen genomen, zie thema Mobiliteit. Op basis van de verkeerscijfers (incl. personenautoritten van werknemers) is bepaald welke maatregelen ten behoeve van geluid, lucht benodigd zijn.

Reclamant stelt dat afwijking van de gebruiksregels inzake de milieucategorie niet nodig/noodzakelijk is aangezien er in de omliggende gemeenten nog voldoende grond van deze categorie beschikbaar is. Na het vaststellen van het Masterplan (2017) en deze prognoses (2018) heef t de gronduitgifte zich zeer sterk verder ontwikkeld en is gebleken dat er een urgent tekort is om de aanhoudende vraag, te kunnen accommoderen. Deze directe vraag heeft in belangrijke mate een 51 regionale herkomst. Er is inmiddels een duidelijke schaarste. Met name voor grootschalige bedrijvigheid en bedrijven met een hogere milieucategorie is daarbij vastgesteld dat voor die bedrijven op bestaande locaties en/of in bestaand stedelijk gebied geen vestigingsmogelijkheden meer kunnen worden geboden. Zie verder thema Behoefte. Reclamant stelt dat de hoge milieucategorie tot extra overlast leidt op gebied van geluid, geur (stank), uitstoot en milieubelasting. Het is zeker dat de leefgemeenschap hier grote last/hinder van ondervindt, met als 52 gevolg effecten op de leefbaarheid van Vinkel en de waarde van de huizen en de ontwikkeling van het dorp. Dit is onacceptabel en Zie thema's Milieucategorie, Geluid, Kosten en baten en planschade, onvoldoende meegenomen. Geur, Luchtkwaliteit en Woon -en leefklimaat.

14

6

-

6

2

6

-

6

-

6

2

Reclamant stelt dat er geen noodzaak of dwingende belang is voor het door de gemeente gewenste bedrijventerrein. Onderbouwingen 53 beperken zich tot de woorden: eventueel, mogelijk, aanzienlijk en overige vage uitspraken. Kortom, geen enkel concreet punt.

Wij herkennen de mening van reclamant inzake de onderbouwing niet. Zie verder thema Behoefte.

Volgens reclamant moet het bestemmingsplan om de volgende redenen worden geschorst: - Toename stikstof - Toename f ijnstof - Toename geluidsoverlast - Toename overlast ten gevolge van licht - Toename stankoverlast - Toename verkeersoverlast - Inf rastructuur niet passend bij verkeersstromen 54 - Toename kans op ongevallen - Toename en overlast van werknemers en arbeidsmigranten - Toename kans van daling aantal woningen - Toename onveiligheidsgevoel - Toename gemeente als onbetrouwbare vertegenwoordiging van bewoners Zie thema's Natuur, Luchtkwaliteit, Geluid, Licht, Geur, Mobiliteit, - Geen oplossing op het gebied van handhaving. Externe veiligheid, Werkgelegenheid en arbeidsmigranten, Kosten en baten en planschade, Proces en participatie en zie thema Woon -en leef klimaat, kopje Handhaving en monitoring. Ondanks de mitigerende maatregelen die de gemeente benoemt, zullen bovenstaande gevolgen daadwerkelijk optreden. Er zijn daarom volgens Wij begrijpen de zorgen van reclamant, en daarom hadden we in het reclamant gegronde redenen om als gemeente te erkennen dat dit plan ontwerpbestemmingsplan al veel waarborgen opgenomen en moet worden geschorst. En de juiste keuzes te maken in het belang van aanpassingen doorgevoerd, om zo de kans op hinder verder te 55 de duurzame samenleving in plaats van het economisch belang (korte beperken en te reguleren.

Er is geen reden om aan te nemen dat er termijn) van de gemeente. onaanvaardbare hinder ontstaat. Het plan voldoet aan de geldende regels en normen. Zie verder het thema Proces en participatie (kopje Belangenafweging) wat betreft het argument van belangen. Reclamant verwacht van de gemeente een persoonlijke reactie. Reclamant ontvangt, net als alle andere reclamanten, een persoonlijke 56 brief met verwijzing naar de samenvattingen van zijn/haar zienswijze met bijbehorende beantwoording. 57

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

15

7 201

7

-

Reclamant stelt dat de beoogde plannen (industrie in categorieën 4.2 en 5.1) een zwaardere verkeersbelasting van lokale wegen tot gevolg hebben, en daarmee samenhangend een vermindering van de verkeersveiligheid, hogere uitstoot van CO2 en f ijnstof, geluidshinder en 58 horizonvervuiling vanwege het geheel van hoge gebouwen. De ongewenste effecten stroken niet met de term "duurzame industrie". Reclamant stelt dat de inbreng van bezwaren tot dusver weinig effecten gehad hebben. Reclamant heeft geen (afdoende) reactie gekregen op 59 het bezwaarschrift van 21 juli 2019. Reclamant verwacht een uiteenzetting van duidelijk geformuleerde argumenten die de aanleg van een bedrijventerrein rechtvaardigen.

Zie thema's Mobiliteit, Duurzaamheid, Luchtkwaliteit, Geluid en Ruimtelijke kwaliteit. Wat betref t de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

Zie thema Behoefte en zie de antwoorden in rijen 30 en 33.

-

Reclamant stelt dat de waarde van de woning en de kwaliteit van het leef milieu van reclamant door de komst van bedrijventerrein Heesch 60 West met zekerheid zal dalen.

-

Reclamant eist met klem tot het stopzetten van de uitvoering van de 61 plannen voor Heesch West.

Wij begrijpen de wens van reclamant, maar het plan voldoet aan de geldende wet -en regelgeving. Zie ook thema Woon -en leefklimaat.

7 201

62

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

8

-

Reclamant stelt dat het plan niet past in de omgeving. Het is nu een 63 mooi natuurgebied voor dieren, aldus reclamant.

-

Reclamant stelt dat het plaatsen van zware industrie in een mooi landschap ten koste gaat van de gezondheid. Hierbij moet gedacht 64 worden aan f ijnstof/remstof, met kanker voor mensen en dieren als gevolg.

7

Zie thema's Kosten en baten en planschade en Woon -en leefklimaat. 7

8

8

3

Reclamant wijst erop dat de extra vrachtverkeersbeweging 24/7 doorgaat met nachtelijk geluidoverlast en trillingshinder tot gevolg. Volgens reclamant is het bekend dat de vervoersbedrijven zoeken naar de kortste weg, ongeacht of de weg door Vinkel loopt of dat er een 65 plaatselijk verbod geldt. Reclamant wil dit niet, het betekent een toename van geluid.

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Natuur. Zie thema's Milieucategorie, Ruimtelijke kwaliteit, Gezondheid, Luchtkwaliteit en Natuur. Aanvullend hierop: Remstof is onderdeel van de emissie van fijnstof (PM2.5; PM10) van verkeersbewegingen. Fijnstof is onderzocht in het luchtkwaliteitsonderzoek. Zie thema's Mobiliteit, Trillingen en Geluid. Aanvullend daarop: transportbedrijven rijden meer en meer via navigatiesystemen waarin de actuele verkeerssituatie maar ook de toegankelijkheid van wegvakken is opgenomen (hoogte-, breedte, lengtebeperkingen en inrijverboden voor vrachtverkeer). Hierdoor komen individuele chauffeurs niet in de verleiding om onbedoelde wegen te gebruiken. Wat betref t de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of

16

wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

8

3

Reclamant geeft aan dat een toename van geluid op de locatie niet gewenst is omdat hierdoor de nachtrust wordt geprikkeld door geluid. 66 Reclamant heef t gezondheidsproblemen en stelt dat de toename van geluid de gezondheid schaadt. Reclamant stelt dat toename van onder andere van fijnstof, stikstof en 67 remstof, in de omgeving veel gezondheidsschade zal veroorzaken. Reclamant vraagt zich af bij wie men terecht kan indien men ziek wordt.

8

-

8

-

68

8

-

Reclamant verzoekt rekening te houden met onze toekomstige generaties en geen giffabrieken en grote dozen in de omgeving te 69 plaatsen.

8

3

70

-

Reclamant is het niet eens met het ontwerpbestemmingsplan Heesch West. Reclamant woont op korte afstand van het plangebied. Het plan 71 heef t voor reclamant flink nadelige gevolgen.

9

Zie thema's Geluid en Gezondheid. Zie thema's Gezondheid, Luchtkwaliteit en Natuur. Zie verder het antwoord in rij 64. Zie thema Gezondheid. Aanvullend daarop: op basis van de MER en ook advisering van de GGD is niet te verwachten dat Heesch West, zoals reclamant kennelijk verwacht, aan ziekten gekoppeld kan worden. Verkeer en bedrijfsactiviteiten moeten voldoen aan alle wettelijke vereisten. Er wordt een toekomstbestendige ontwikkeling beoogd die concreet gericht wordt naar de (inter)nationale duurzame doelen. Wij begrijpen de zorgen van reclamant. De gemeente weegt alle belangen af bij ruimtelijke plannen, en daarom ook bij dit project, waaronder dus ook de genoemde zorgen van reclamant. Zie ook thema Proces en participatie (kopje Belangenafweging) en verder de thema's Externe veiligheid en Ruimtelijke kwaliteit. Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Zie thema's Milieucategorie en Woon -en leefklimaat.

17

9

-

9

-

9

-

Reclamant stelt dat het woongenot ernstig wordt aangetast. Reclamant woont nu in het buitengebied met ruim uitzicht over onbebouwd agrarisch gebied. Volgens reclamant komt het bedrijventerrein te dicht in de buurt van de woonbebouwing, wordt er veel te hoge bebouwing toegestaan en een veel te hoge milieucategorie. Ook dicht bij de 72 woningen wordt nog bebouwing tot 20 meter hoog toestaan. Volgens reclamant wordt het bedrijventerrein tevens onvoldoende ingepast in de omgeving. Ook vindt reclamant dat de twee bestemmingsplannen in samenhang met elkaar moeten worden beschouwd daar waar het gaat om de effecten op de omgeving. Zie thema's Woon -en leef klimaat, Ruimtelijke kwaliteit en Milieucategorie. Reclamant geeft aan dat volgens de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering de minimale afstand van bedrijven in categorie 4.1 en 4.2 tot woonbebouwing 300 meter hoort te bedragen. In dit geval liggen er 73 meerdere woonpercelen binnen 300 meter; de afstand is dus veel te klein. Voor milieucategorie 5.1 geldt een minimale afstand van 500 meter. Een dergelijke milieucategorie is op deze locatie volstrekt onaanvaardbaar. Zie thema Milieucategorie. Reclamant stelt dat de bouwhoogte (20 tot 25 meter) veel te hoog is. Volgens reclamant wordt uit de regels (art. 5.2.3 onder c) niet duidelijk wat onder hoogteaccenten tot 30 meter hoog moet worden verstaan.

74 Reclamant stelt dat een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk is maar dat dat bij een dergelijke bouwhoogte volstrekt onmogelijk is. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

9

-

Reclamant stelt dat het uitzicht, het landschap en de leefomgeving ernstig dreigen te worden aangetast door het plan. Reclamant haalt de term 'verdozing' van het landschap aan, waarbij het landschap steeds meer wordt volgebouwd met lelijke mega-loodsen, oftewel 'super-dozen'. 75 Architecten, planologen, maar ook burgers en bestuurders maken zich hier steeds meer zorgen over. Dergelijke distributiecentra voegen volgens reclamant niets toe aan de regio en de regionale of Brabantse economie.

Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat en Behoefte.

18

9

-

Reclamant stelt dat de grote logistieke bedrijven of distributiecentra geen werkgelegenheid opleveren voor de regio. De bedrijven draaien voornamelijk op arbeidsmigranten. Daarnaast leveren deze bedrijven netto ook zeer weinig werkgelegenheid op omdat er per vierkante meter maar zeer weinig werknemers werkzaam zijn. Het werk is namelijk veelal geautomatiseerd en veel van de vierkante meters worden slechts benut voor opslag, niet voor productie. De gebouwen hebben echter wel zeer 76 negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit en zijn een bedreiging voor het landschap rond Heesch. Reclamant is dan ook van mening dat de 'verdozing' van het Brabants landschap moet stoppen. Binnen het plan Heesch West moet geen ruimte komen voor grootschalige logistieke bedrijven en distributiecentra, oftewel 'superdozen'. Als het p lan doorgaat, is een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk. Zie thema's Werkgelegenheid en arbeidsmigranten en Ruimtelijke kwaliteit.

9

9

-

-

Reclamant stelt dat artikel 5.2.3 onder d en artikel 5.2.4 onder b van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan niet voldoen. Volgens deze planregels moeten bedrijfsgebouwen, bouwwerken en terreinen aan de voorkant en aan de Bosschebaan en Raktstraat een representatieve, hoogwaardige uitstraling hebben, conform bijlage 2 van het Circulair kwaliteitsplan. In het Circulair Kwaliteitsplan wordt niet uitgelegd wat 77 hoogwaardig en representatief is. Deze termen hebben volgens reclamant alleen waarde als wordt uitgelegd wat hieronder wordt verstaan, welke materialen en kleuren wel en niet mogen worden gebruikt. Een hoogwaardige en representatieve uitstraling dient volgens reclamant tevens bij alle bebouwing aan de buitenkant van het bedrijventerrein te worden toegepast.

Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat de landschappelijke inpassing van dit plan volstrekt onvoldoende is. Aan de oostzijde is geen groene buffer voorzien. Grond die hiervoor oorspronkelijk bedoeld was, is intussen bestemd voor een zonnepark. In het Circulair Kwaliteitsplan en ook ter zitting van de rechtbank Oost-Brabant van 25 juni 2019 voerde de gemeente aan dat 78 de grond voor het zonnepark niet bedoeld was om te fungeren als groenbuffer voor het bedrijventerrein. Reclamant geeft aan dat dit ook niet mogelijk is omdat de beplanting die daar voorzien is, niet zo hoog wordt. Reclamant geeft aan dat aan deze zijde van het bedrijventerrein een voldoende brede groenstrook opgenomen dient te worden op de verbeelding. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

19

9

9

9

-

-

-

Reclamant stelt dat het zaak is de landschappelijke inpassing, met voldoende hoog en dicht afschermend groen, goed in de regels te borgen en deze binnen maximaal 1 jaar aan te leggen. Onder verwijzing naar de huidige voorwaardelijke verplichting in het plan (art. 5.4.2 en 5.4.3) merkt reclamant op dat een omgevingsvergunning de eerste 3 jaar gewoon kan worden verleend, zonder dat een landschappelijke 79 inpassing gerealiseerd is. Bij die bedrijven kan niet meer worden af gedwongen dat er nog een landschappelijke inpassing komt. Dat is onaanvaardbaar en wordt niet gemotiveerd. Groen moet ook de tijd krijgen aan te slaan en hoogte te bereiken. Daarnaast merkt reclamant dat in artikel 5.4.2 wordt verwezen naar bijlage 4 (landschappelijk inrichtingsplan), welke bijlage nog niet beschikbaar is op www.ruimtelijkeplannen.nl.

Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

Reclamant geeft aan dat de bergingscapaciteit voor water ontbreekt in de planregels. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet dus niet aan de eisen van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. In artikel 5.4.3 onder b van de planregels blijkt niet binnen welke termijn deze bepaling moet worden gerealiseerd, dit is dus een loze planregel. Ook de verwijzing naar een verordening van een andere gemeente dan de 80 gemeente (Bernheze) waarin het terrein ligt, deugt niet volgens reclamant. Verder zegt de planregel dat groene gevels of een dak ook meetellen voor de 10% norm. Met uitzondering van de g roene gevel doet dit niets om het bedrijf in te passen in de omgeving. Overigens juicht reclamant een groen dak met zonnepanelen toe. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant pleit er al langer voor dat zonnepanelen niet op kostbare grond - zoals naast het bedrijventerrein - maar zoveel mogelijk op daken worden gerealiseerd. De tekst in artikel 5.4.4 van de planregels (voorwaardelijke verplichting) is goed tot aan het woord 'tenzij'. In plaats van een komma moet daar een punt komen. En de uitzondering op de planregel moet vervallen: 'tenzij een andere duurzame maatregel dit 81 onmogelijk maakt of als het bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert' levert alleen maar onmogelijke discussie op.

Er horen volgens reclamant alleen maar bedrijven te komen met bedrijfsgebouwen waarop zonnepanelen en sedumdaken kunnen worden aangebracht. Dit zorgt voor meer koelte in het bedrijfsgebouw, en dus minder energieverbruik, dus uit oogpunt van klimaat dubbele winst. Zie thema’s Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.

20

9

9

-

-

Reclamant geeft aan dat binnen de bestemming Groen niet vast staat dat ook groen wordt gerealiseerd. Ten eerste mogen er onbeperkt gebouwen worden gebouwd tot een hoogte van 3 (en soms van 5) meter 82 en maximaal 30 m2 per stuk. Verder ontbreken voorwaardelijke verplichtingen die ervoor moeten zorgen dat hier een landschappelijke inpassing komt en in stand wordt gelaten. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant verwacht veel hinder van de ontsluiting van het bedrijventerrein te gaan ondervinden. Uit de toelichting blijkt dat de ontwikkeling van Heesch West andere verkeerseffecten had dan de bedoeling was. Daarom zouden in het ontwerp keuzes zijn gemaakt om deze ongewenste effecten zoveel mogelijk weg te nemen. De nadelige 83 ef f ecten worden kennelijk niet helemaal weggenomen en dat is niet aanvaardbaar. Reclamant geeft aan dat het bedrijventerrein feitelijke een interne ontsluitingsstructuur hoort te hebben in een lus-vorm, waarbij de uiteinden van de lus alleen aansluiten op de Bosschebaan en dan naar de A59. Zie thema Mobiliteit.

21

9 183

9

-

Reclamant vreest voor veel (cumulatieve) geluidhinder van verkeer op en rond het bedrijventerrein en van bedrijven op korte afstand van de woning. Volgens het geluidrapport uit 2019 en de aanvulling hierop uit 2021 blijkt dat er sprake is van een toename van de geluidhinder bij de woning van reclamant. Volgens het geluidrapport wordt de geluidsbelasting op de bestaande woningen niet hoger dan 55 dB(A). Dat is veel hoger dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het geluidniveau op de woning van reclamant was al te hoog en dreigt dus nog hoger te worden, dat is niet acceptabel. Geluidhinder zorgt voor gezondheidsschade blijkt uit onderzoek, Na juni 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgevingseffecten 84 (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers’ mogelijk worden gemaakt. Vanuit een oogpunt van gezondheid hoort de gemeente in het bestemmingsplan te regelen dat de geluidssituatie voor omwonenden niet verslechtert door dit plan. Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort op te leggen aan de soort bedrijven, de afstand tot woningen hoort te vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde.

Zie thema's Geluid, Mobiliteit en Gezondheid. Wat betref t de woning van reclamant, het volgende. De toekomstige geluidsbelasting van het bedrijventerrein ligt met 35 dB(A) ruimschoots onder de waarde van 50 dB(A), die toelaatbaar is op grond van de Wet geluidhinder (industrielawaai). Uit het akoestisch rapport volgt dat de geluidsbelasting door wegverkeerslawaai en in het verlengde hiervan de cumulatieve geluidsbelasting met 0,8 dB toeneemt tot maximaal 58 dB. Deze toename is het gevolg van de verwachte verkeerstoename op de Weerscheut. Omdat zo’n kleine toename van 0,8 dB niet hoorbaar is voor het menselijk oor veroorzaakt het aspect geluid geen (significante) verslechtering van het woon- en leefklimaat.

Reclamant verwacht dag en nacht lichthinder te ondervinden door verlichting van openbare ruimtes en parkeerplaatsen, door vrachtverkeer en bedrijfsbronnen. Reclamant verwacht negatieve effecten, zoals: ontregeling van de natuur, energieverspilling en de verstoring van het 85 nachtelijk landschap. Ook kan lichthinder mogelijk leiden tot aantasting van de gezondheid. Een goede landschappelijke inpassing is daarom van belang. Maar daar is geen of onvoldoende sprake van. Het bestemmingsplan is daarom in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Zie thema's Licht, Duurzaamheid, Gezondheid, Natuur en Ruimtelijke kwaliteit.

22

9

-

Reclamant vreest voor stankhinder door het plan. Stankhinder kan, bij langdurige blootstelling, gevolgen hebben voor de gezondheid. Reclamanten vragen om maatregelen te nemen om stankoverlast te beperken of te voorkomen. In de planregels zou geborgd moeten worden 86 dat er geen bedrijven kunnen vestigen welke stankhinder veroorzaken, temeer omdat op voorhand niet bekend is welke bedrijven zich gaan vestigen. Zie thema's Geur en Gezondheid.

9

-

Reclamant betwijfelt of slechts sprake is van enige toename van de uitstoot van stikstof, nu het gaat om een groot bedrijventerrein en dit ook verkeer van en naar het bedrijventerrein met zich mee zal brengen. Bovendien hebben de agrariërs die al uitgekocht zijn hun 'stikstofruimte' 87 meegenomen naar hun nieuwe bedrijf elders. In Brabant is al sprake van een overbelaste situatie als het gaat om stikstof. Gelet daarop kan geen medewerking worden verleend aan projecten die zorgen voor een vergroting van de stikstofuitstoot. Zie thema Natuur.

9

-

Voor de passende beoordeling wordt volgens reclamant ten onrechte naar de AERIUS Calculator verwezen. De commissie Hordijk stelt dat de berekeningen niet in balans zijn met de mate van wetenschappelijke onzekerheid over de neerslag van stikstof. Het rekenprogramma belooft nauwkeurigheid die het niet kan waarmaken. De commissie concludeert dat er meer onderzoek nodig is naar de onzekerheden binnen het Aerius-systeem. Reclamant concludeert het volgende: Het gebruiken van een hulpmiddel als AERIUS-Calculator voor het maken van de 88 passende beoordeling is dus alleen toegestaan als daarmee volledige, precieze en definitieve constateringen en conclusies kunnen worden verkregen die elke redelijke wetenschappelijke twijfel over de gevolgen van de geplande werkzaamheden voor de betrokken Natura 2000gebieden kunnen wegnemen. Volgens reclamant heeft de gemeente niet toereikend gemotiveerd dat in dit geval aan deze voorwaarden is voldaan. De plannen zijn, naar de mening van reclamant, ook op dit punt dan ook onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onderbouwd. Zie thema Natuur.

23

9

-

9

-

9

-

Reclamant stelt dat het plan niet mag bijdragen aan meer PFAS in het milieu, vanwege de schadelijke effecten voor mens en dier. Omdat niet bekend is welke bedrijven hier (mogen) komen is het niet duidelijk of er risico is dat er PFAS in het milieu wordt gebracht. In de planregels van 89 het bestemmingsplan hoort te worden beschreven dat dergelijke bedrijven hier niet mogen komen. Uit recent onderzoek van het RIVM blijkt dat meer dan 85 procent van de geteste grond al boven die norm zit. Gelet daarop is het volgens reclamant onzeker of dit plan wel kan worden uitgevoerd. Zie thema PFAS. Reclamant stelt dat volgens de planregels van het ontwerpbestemmingsplan ook datacenters zijn toegestaan. Datacenters gebruiken enorm veel energie. De elektriciteitsnetwerken kunnen dat niet aan omdat ook bestaande bedrijven, burgers en overheden de komende 90 jaren massaal moeten omschakelen naar duurzame vormen van energie. Daarom horen er geen datacenters meer bij te komen, zeker niet als ze niet zelf volledig hun eigen energie kunnen opwekken. Zie thema Duurzaamheid. Reclamant vreest dat de eigen woning in waarde daalt na realisering van het bouwplan. Nu bij planschadeclaims een steeds groter deel van het nadeel voor eigen risico blijft, hoort dit nadeel zo klein mogelijk te blijven. 91 Een goede ruimtelijke ordening vraagt dat het nadeel voor omwonenden waar mogelijk wordt beperkt.

Een reden te meer om te zoeken naar andere locaties, waar geen of minder planschade te verwachten valt. Zie thema Kosten en baten en planschade.

9

-

9 183

Reclamant vraagt om het bestemmingsplan niet vast te stellen. En 92 anders vraagt zij aan de gemeente om tegemoet te komen aan deze zienswijze en het plan aan te passen.

93

Zie thema's Woon -en leef klimaat en Proces en participatie. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel landschappelijke inpassing in rijen 77 en 78 (nadere uitleg representatief en hoogwaardig en ruimere groene buffer oostzijde). Het deel in rij 77 is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Naar aanleiding daarvan is het landschapsplan verder uitgewerkt, zijn de betreffende planregels over representativiteit en hoogwaardigheid aangepast en is de beschrijving hierover in het Circulair Kwaliteitsplan

24

uitgebreid (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

10

-

10

-

10

-

10

-

Reclamant stelt dat vrachtverkeer een enorme geluidsoverlast en milieuoverlast met zich meebrengt voor Nuland. Reclamant vindt het onbegrijpelijk en onacceptabel dat het verkeer komende vanaf Heesch 94 West aan de Nulandse zijde van de geluidswallen wordt afgewikkeld. Deze geluidwallen zijn speciaal aangelegd om overlast van verkeer voor Nuland te voorkomen. Zie thema's Mobiliteit, Woon -en leefklimaat en Geluid. Reclamant merkt op dat de rotondes niet zijn berekend op dit verkeer en 95 dat er onvermijdelijk opstoppingen en filevorming zal plaatsvinden met sluipverkeer door Nuland als gevolg. Zie thema Mobiliteit. Reclamant stelt dat het verkeer van Heesch West richting Den Bosch niet via Nuland mag worden afgevoerd, omdat: - De luchtkwaliteit in Nuland niet achteruit mag gaan; - De geluidstoename tot een minimum beperkt moet blijven; - Er geen onveilige situaties mogen ontstaan voor het langzaam verkeer; 96 - Geen maatregelen getroffen zijn voor de veiligheid van fietsers ter hoogte van de fietsoversteekplaatsen bij de rotondes op de Van Rijckevorselweg en Hoogstraat in Nuland - (Vracht-) verkeer richting Den Bosch niet via de noordzijde van de Zie thema's Luchtkwaliteit, Geluid en Mobiliteit. bestaande geluidswallen op de A59 gebracht mag worden. Aanvullend daarop: er is geen wet of besluit die zegt dat de luchtkwaliteit in Nuland niet achteruit mag gaan.

Zoals beschreven bij thema Mobiliteit, wordt een aantal maatregelen doorgevoerd om de situatie voor het langzaam verkeer ter plaatse van de specifieke rotonde bij Nuland te verbeteren. Dit is primair het 97 resultaat van overleg met Leefbaar Nuland en de Fietsersbond. Deze zienswijze benadrukt dit belang en is dan ook deels gegrond op het onderdeel verkeersveiligheid. Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10942181/1