Bijlage 5 - Nota zienswijzen bestemmingsplan Heesch West en bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West
Tekst van het document
Nota zienswijzen bestemmingsplan Heesch West en bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West (Bijlage bij Raadsvoorstel / - besluit van de gemeente ’s-Hertogenbosch / Bernheze / Oss tot vaststelling van het bestemmingsplan Heesch West en bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West)
1
Inhoud 1.
Inleiding en overzicht ontvangen zienswijzen................................................................ 4
1.1
De procedure .......................................................................................................... 4
1.2
Reikwijdte zienswijzennota en leeswijzer ..................................................................... 4
1.3
Zienswijzen hogere waardebesluit, voornemen herbegrenzing en inspraakreacties op beleidsregels ........................................................................................................... 5
1.4
De ingediende zienswijzen/ontvankelijkheid ................................................................. 5
1.5
Leeswijzer: thematische behandeling zienswijzen en beoordeling zienswijzen ................... 6
2.
Thematisch deel zienswijzebeantwoording (deel 1) ....................................................... 7
2.1
Proces en participatie ............................................................................................... 7
2.2
Milieucategorie ...................................................................................................... 12
2.3
Mobiliteit ............................................................................................................... 16
2.4
Ruimtelijke kwaliteit ................................................................................................ 25
2.4.1
Landschapspark .................................................................................................... 25
2.4.2
Algemene inpassing en ruimtelijke kwaliteit ................................................................ 34
2.5
Behoefte............................................................................................................... 40
2.6
Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.................................................................. 43
2.7
Duurzaamheid ....................................................................................................... 45
2.8
Natuur .................................................................................................................. 48
2.9
Woon- en leefklimaat .............................................................................................. 50
2.10
Geluid .................................................................................................................. 55
2.11
Luchtkwaliteit......................................................................................................... 64
2.12
Geur .................................................................................................................... 66
2.13
PFAS ................................................................................................................... 67
2.14
Licht ..................................................................................................................... 67
2.15
Externe veiligheid................................................................................................... 69
2.16
Trillingen............................................................................................................... 71
2.17
Stof ...................................................................................................................... 71
2.18
Gezondheid........................................................................................................... 72
2.19
Kosten en baten en planschade ............................................................................... 73
2.20
Werkgelegenheid en arbeidsmigranten...................................................................... 74
2
3. Samenvatting en beantwoording zienswijzen (Deel 2 Nota zienswijzen bestemmingsplan Heesch West en bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West)……………………………………………… Bijlage 1 Overzicht omgevingscommunicatie Heesch West Bijlage 2 Reactie op alternatief plan B Bijlage 3 Verzoek tot wijziging werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ Bijlage 4 Bezonningsmodel
3
1.
Inleiding en overzicht ontvangen zienswijzen
1.1
De procedure
Het ontwerpbestemmingsplan “Heesch West" (gelegen op grondgebied van twee gemeenten) heeft met ingang van 10 juni 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen via www.ruimtelijkeplannen.nl en in het Stadskantoor van de gemeente ’s-Hertogenbosch en het gemeentehuis Bernheze. Daarnaast heeft ook het bijbehorende ontwerpbestemmingsplan “Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West” (gelegen op grondgebied van drie gemeenten) met ingang van 10 juni 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen via www.ruimtelijkeplannen.nl en in het Stadskantoor van de gemeente ’s-Hertogenbosch, en de gemeentehuizen van Bernheze en Oss. Tijdens deze termijn heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar kunnen maken bij de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch en van de gemeente Bernheze (inzake bestemmingsplan Heesch West) en bij de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch, gemeente Oss en gemeente Bernheze inzake het ontwerpbestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West . De terinzagelegging van beide ontwerpbestemmingsplannen is bekendgemaakt in de Staatscourant d.d. 9 juni 2021 (gerectificeerd in Bernheze op 10 juni 2021), het Gemeenteblad d.d. 9 juni 2021 en via de gemeentelijke websites vanaf 3 juni 2021. 1.2
Reikwijdte zienswijzennota en leeswijzer
Er is ervoor gekozen de zienswijzen op beide bestemmingsplannen gezamenlijk in één nota te behandelen. Zowel voor het gemak van de indieners van zienswijzen als om het overzichtelijk te houden. Het deel van deze zienswijzennota dat ook (of soms uitsluitend) betrekking heeft op het Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West, betreft: - Thema Geluid (paragraaf 2.10) - Deel 2; maar alleen die rijen van de zienswijzen, waar dat is aangegeven in de 2e kolom van de tabel (zie uitleg hieronder) In de tabel van deze gezamenlijke zienswijzennota zijn twee kolommen opgenomen. In de eerste kolom (“ZW”) staat het zienswijzenummer van de zienswijze op het bestemmingsplan Heesch West. In de tweede kolom (“ZW FP”) staat, indien van toepassing, het zienswijzenummer van de zienswijze op het bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Hees ch West. In de derde kolom zijn de rijnummers opgenomen. Bij elk deel van de zienswijze op het bestemmingsplan Heesch West, die ook betrekking heeft op het Facetplan geluid, is het nummer van de zienswijze op het Facetplan opgenomen in de tweede kolom. Zo is aangegeven welk deel van de zienswijze ook ziet op het Facetplan. Er zijn ook negen reclamanten die een zienswijze hebben ingediend die uitsluitend betrekking heeft op het Facetplan.
Deze zienswijzen zijn beschreven en beantwoord in dezelfde tabel, maar na de zienswijzen op het bestemmingsplan Heesch West, dus aan het einde.
4
1.3 Zienswijzen hogere waardebesluit, voornemen herbegrenzing en inspraakreacties op beleidsregels De zienswijzen op het hogere waardebesluit (geluid), de zienswijzen op het voornemen van de herbegrenzing (kaart provinciale verordening) en de inspraakreacties op de twee beleidsregels zijn, waar deze ook zagen op het bestemmingsplan of hierop betrekking hadden, meegenomen in voorliggende zienswijzennota. Er is daarnaast een zelfstandige zienswijzennota van de hogere waardebesluiten opgemaakt en een zelf standige Eindverslag inspraak van de beleidsregels. Hierin zijn deels dezelfde zienswijzen en reacties opgenomen (met dezelfde beantwoording), maar deels zijn hierin ook zienswijzen opgenomen die uitsluitend betrekking hadden op de hogere waardebesluiten. Hierover zijn reclamanten en insprekers ook bericht. Wij hebben de zienswijzen op het voornemen van de herbegrenzing conform de procedure doorgestuurd naar de provincie. Daarbij hebben we het verzoek voor de herbegrenzing zelf bij de provincie ingediend met ons standpunt daarbij. De provincie zal naar verwachting, mede op grond van de zienswijzen, in december 2021 besluiten op het verzoek tot wijziging van de begrenzing. 1.4
De ingediende zienswijzen/ontvankelijkheid
De termijn van terinzagelegging is geëindigd op woensdag 21 juli 2021. Er zijn in totaal 229 zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan Heesch West (Bernheze en ’sHertogenbosch)1. Deze zijn binnen de termijn ontvangen c.q. verzonden. Er zijn in totaal 206 zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West (Bernheze, Oss en ’s-Hertogenbosch). Deze zijn binnen de termijn ontvangen c.q. verzonden. Indien reclamanten in de titel of aanhef van hun zienswijze op het bestemmingsplan Heesch West niet hadden aangegeven dat deze ook ziet op het bestemmingsplan van het Facetplan, maar ze in de brief zelf wel opmerkingen hebben gemaakt over de geluidszone, het f acetplan of geluid vanaf het industrieterrein, dan zijn ze ook aangemerkt als zienswijze op het Facetplan. De namen en adressen van reclamanten zijn opgenomen in een aparte, bij deze nota van zienswijzen behorende lijst (Lijst van reclamanten) die niet openbaar wordt gemaakt. Dat betekent dat de namen en adressen van reclamanten in verband met de bescherming van persoonsgegevens niet op internet worden geplaatst. In deze nota zienswijzen wordt daarom gesproken van reclamanten 1 t/m 231 (bestemmingsplan Heesch West) en van reclamanten 1 t/m 209 (bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West)2.
De nummers verwijzen naar de namen en adressen, zoals opgenomen in de Lijst van reclamanten. Indieners van zienswijzen zijn via een persoonlijke brief door ons geïnformeerd over onder welk nummer hun zienswijze wordt behandeld. Diegenen die een aparte brief/zienswijze op zowel het bestemmingsplan Heesch West als op het bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd
1
Dubbel of driedubbel ingediende zienswijzen bij de drie 3 gemeenten zijn logischerwijs als 1 zienswijze geteld
2
De nummering is hoger dan het aantal zienswijzen, maar het aantal zienswijzen is respectievelijk 229 en 206. Dit komt
doordat een aantal nummers zijn weggevallen bij beide lijsten (bijvoorbeeld dubbel) 5
industrieterrein Heesch West hadden ingediend, hebben 2 nummers ontvangen. Bij de andere reclamanten is de zienswijze op beide ontwerpbestemmingsplan onder hetzelfde nummer behandeld. 1.5
Leeswijzer: thematische behandeling zienswijzen en beoordeling zienswijzen
De zienswijzen hebben met name betrekking op terugkerende thema’s respectievelijk zorgen die spelen rondom Heesch West. Daarom is bij de beantwoording van de zienswijzen gekozen voor een thematische aanpak. Dit is opgenomen in deel 1. Hierbij wordt ingegaan op alle hoofdthema’s die in de zienswijzen naar voren komen. In het tweede deel van deze nota is een tabel opgenomen waarin alle zienswijzen samengevat zijn weergegeven. Bij een groot deel van de zienswijzen wordt verwezen naar de thematische beantwoording in deel 1. De meer unieke (onderdelen van) zienswijzen zijn specifiek in deel 2 beantwoord, in de tabel zelf. Voor de volledigheid wordt hierbij vermeld, dat de volledige zienswijzen, zoals d eze zijn ingediend, zijn betrokken bij de opstelling van het commentaar en alle zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, volledig ter inzage liggen in het kader van de (verdere) besluitvorming. Tot slot merken we op dat delen van de beantwoording in deze zienswijzennota een kopie betreft van het Eindverslag inspraak en vooroverlegreacties, zoals dat ter afronding van de voorontwerpfase van het bestemmingsplan is opgesteld, en dat als bijlage 7 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen. Dat is het geval wanneer, ten opzichte van de eerdere inspraakreacties, geen nieuwe gronden of aspecten aangevoerd, die nu een ander antwoord vereisen.
6
2.
Thematisch deel zienswijzebeantwoording (deel 1)
2.1
Proces en participatie
Participatie en doorgevoerde aanpassingen na inspraakfase Onder alle ingediende zienswijzen zijn er twee die vanuit een collectieve aanpak meerdere malen op (vrijwel) precies dezelfde manier zijn ingediend. Wij noemen dat hier de ‘standaard zienswijzen’. In de eerste standaard zienswijze die circa 100 keer is ingediend, wordt een onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West aangehaald, waaruit zou blijken dat het participatieproces heeft gefaald. Daarbij wordt aangegeven dat er geen sprake was van een dialoog en dat betrokkenen onleesbare en onbegrijpelijke teksten ontvingen. In de zienswijze staat ook het bezwaar dat de inspraakreacties uit 2019 voorzien zijn van een algemene reactie. Hierbij voelen reclamanten zich genegeerd, zij konden zich niet herkennen in de reacties op inspraakreacties. In de tweede standaard zienswijze, die ook relatief vaak is ingediend (ca. 30 keer), wordt gesteld dat er weinig aanpassingen zijn gedaan naar aanleiding van de inspraak. Hieronder gaan we nader in op de argumenten uit deze zienswijzen. Onherkenbare reacties in ‘Eindverslag inspraak en vooroverlegreacties’ Het ‘Eindverslag inspraak en vooroverlegreacties’ (hierna: Eindverslag) was opgebouwd uit twee delen: een thematisch deel met algemene beantwoording per thema, en een tweede deel met de samenvatting van alle inspraakreacties (behalve pamfletten) met bijbehorende tabel.
Veel onderdelen uit de inspraakreacties waren gelijkluidend. De steeds terugkerende en samenhangende punten waren daarom gebundeld in het thematisch deel 1. De beantwoording voor die terugkerende onderdelen (thema’s) is dan ook gelijk en gegeven in deel 1. Daarnaast zijn alle inspraakreacties per stuk samengevat in het tweede deel (uitgezonderd pamfletten) in een tabel. Vaak is in die tabel dan verwezen naar de beantwoording in het thematische deel 1. Indien er wel sprake was een individueel aanvullende of unieke reactie, is die per individuele inspreker beantwoord in de tabel zelf in deel 2 van het Eindverslag inspraak. Daarmee zijn alle inspraakreacties zorgvuldig behandeld. Na vrijgave van het Eindverslag inspraak, zijn alle insprekers persoonlijk bericht. Indien zij een eigen inspraakreactie hadden ingediend, of een handgeschreven aanvulling op het pamflet, stond in deze brief het bijbehorende, unieke inspreeknummer of rijnummer. Aan de hand daarvan konden insprekers met hun unieke nummer hun inspraakreactie en beantwoording terugvinden in de tabel. Het Eindverslag inspraak was dus zo ingericht dat een ieder zijn eigen onderdeel van de inspraakreactie efficiënt en concreet kon terugvinden. Het zeer uitgebreide Eindverslag inspraak gaf een uitgebreid en compleet inzicht in hoe met belangen is omgegaan en hoe daar bij veel onderwerpen ook actief uitwerking aan is gegeven.
Omdat dit een duidelijke, samenhangende, werkwijze betreft, wordt deze opzet ook gehanteerd voor voorliggende zienswijzennota.
7
Doorgevoerde aanpassingen na inspraak Wij hebben begrip voor de zorgen die omwonenden hebben en met name vanwege die reden hebben we, met aandacht voor de inspraakreacties, ook juist veel aanpassingen gedaan in het ontwerpbestemmingsplan. De vele aanpassingen spelen direct in op die zorgen. In de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan is hierover ook afstemming met de omgeving geweest, bijvoorbeeld in het Burenoverleg. Dit is de overlegstructuur met directe omwonenden en vertegenwoordigers vanuit de Dorpsraden voor het project Heesch West. Hieruit hebben vertegenwoordigers van Eerlijk over Heesch West zich helaas teruggetrokken, waarbij ook niet is ingegaan op diverse uitnodigingen om toch weer aan te haken in het overleg. De overige deelnemers in dit overleg hebben de voorbereiding van het plan en de intensievere communicatie en afstemming juist gewaardeerd. Voor wat betreft de vele wijzigingen die in het ontwerpbestemmingsplan zijn verwerkt, verwijzen we naar een uitsnede uit het Eindverslag inspraak over de aanpassingen, die we hieronder opnieuw hebben opgenomen. In aanvulling op al doorgevoerde wijzigingen bij het ontwerpbestemmingsplan is nu, zoals ook vooraf afgestemd met omgeving, de uitwerking van het landschapsplan door de landschapsarchitect opgepakt met daarin een intensieve participatieaanpak.
In het nu voorliggende vast te stellen bestemmingsplan is dit landschapsplan concreet en met duidelijk aandacht voor belangen en wensen uit de omgeving verder vormgegeven. Zie verder de beschrijving bij thema Ruimtelijke kwaliteit (par. 2.4). Eerdere beschrijving doorgevoerde aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan: Zowel de inhoud van de vele inspraakreacties en de gesprekken met de omgeving, maar ook de nadere onderzoeken, hebben geleid tot de volgende belangrijkste planaanpassingen: • Aanzienlijke inperking van de (niet directe) mogelijkheid voor cat. 5.1-bedrijven. In het voorontwerpbestemmingsplan waren 5.1-bedrijven, hoewel alleen mogelijk via een nadere afweging, mogelijk over een groot deel van het plangebied. In het ontwerpbestemmingsplan is deze mogelijkheid, nog steeds na nadere afweging, fors ingeperkt tot maximaal 6 hectare van het gebied, alleen nog maar op het centrale deel van het bedrijventerrein ten westen van de Koksteeg. Bovendien is hierbij een specifieke nadere voorwaarde opgelegd ten aanzien van geur. • De mogelijke inpassing windturbines wordt niet meer overwogen. • Diverse bedrijfstypen zijn uitgesloten. • Er zijn nadere voorwaarden opgelegd bij het toestaan van bedrijven in het plan.
• Het verkeersontwerp bij de afrit Nuland-Zuid / Van Rijckevorselweg, het verkeersplein bij de Weerscheut en de aansluiting Bosschebaan bij Heesch is ingrijpend geoptimaliseerd • Er wordt onder meer een vrachtverkeer-verbod ingesteld voor de Weerscheut nabij Vinkel waarmee verkeersintensiteiten en toename van wegverkeerslawaai in Vinkel aanzienlijk worden beperkt. • Het profiel van Heesch West is aangepast, zodat ook ruimte wordt geboden voor bedrijven vanaf 0,5 hectare, en tevens voor regionale bedrijven uit de topsectoren zoals Life Sciences. • Er is meer aandacht voor behoud en versterking van landschapsstructuren en biodiversiteit.
8
We hebben met deze doorgevoerde aanpassingen bij het ontwerpbestemmingsplan, in belangrijke mate rekening gehouden met zorgen en aandachtspunten die uit de omgeving zijn ingebracht. Verder is er intensieve inzet geweest om de informatievoorziening en afstemming te verbeteren. We stellen vast dat dit in aanzienlijke mate ook is gelukt. De hoeveelheid bezwaren is in aantal fors afgenomen ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan, met ruim 1.000 reacties minder. Ondanks de vele aandacht voor inspraakreacties en wijzigingen blijkt uit de nu ontvangen zienswijzen dat een aanzienlijk aantal omwonenden, waarschijnlijk ook vanuit een algemene weerstand tegen de ontwikkeling Heesch West, echter nog steeds ontevreden is over de planopzet en omgevingscommunicatie en participatie. Hieronder gaan we in op de bezwaren in de zienswijzen op het participatie en procesdeel. De inhoudelijke punten worden verder in de nota behandeld. Participatieproces / omgevingsdialoog Zoals gezegd, refereren reclamanten aan een onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West, waaruit zou blijken dat het participatieproces heeft gefaald. We herkennen ons niet in de bevindingen van platform Eerlijk over Heesch West (EOHW) en zijn het ook niet eens met door hen geformuleerde beelden over het proces.
Niet zelden worden kwalificaties gegeven die niet stroken met het gevoerde proces, zoals het ontbreken van ruimte voor inbreng, het eenrichtingsverkeer en te weinig informatie. In het Eindverslag inspraak is beschreven hoe het participatieproces voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan is gevoerd. Daarin is uitgebreid stilgestaan bij de genomen stappen, en ook de intensivering van de dialoog met de omgeving, na ontvangst van de inspraakreacties medio 2019. Hieruit blijkt naar onze mening dat de omgevingsdialoog / participatie zorgvuldig is gevoerd, met zoveel mogelijk informatievoorziening en ruimte voor inbreng en aanpassingen. Daar is en wordt door de Gemeenschappelijke Regeling actief vervolg aan gegeven. Zowel in Burenoverleg als in bijvoorbeeld gesprekken met bedrijvenverenigingen bleek dat in onze planvoorstellen concreet aandacht is voor de eerder geuite zorgen en regionale belangen. Ook bleek dat de intensieve communicatie en participatie, tussentijds en ook bij presentatie van bestemmingsplan en Aanvulling MER., wordt gewaardeerd. De actief bezochte website, nieuwsbrieven (circa 650 volgers) en de goede bezochte (overwegend digitale) bijeenkomsten bevestigen dat Heesch West in deze fase duidelijk en breed bekend is. Aan de website was een speciaal voor het ontwerpbestemmingsplan ingerichte website toegevoegd.
Deze site bevatte een beknopte uiteenzetting van belangrijke thema’s met doorverwijzingen naar specifieke documenten. Een interactieve kaart gaf in een oogopslag de grootste wijzigingen in het Ontwerpbestemmingsplan ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan aan. Uiteraard was ook de complete documentatie ontsloten. De dorpsraden van Vinkel, Geffen en Nuland hebben op inhoud begrijpelijkerwijs aandachtspunten bij de ontwikkeling maar zijn positief over het Burenoverleg. Ook zijn zij tevreden over de actieve communicatie-inzet daarbuiten en de duidelijke planverbeteringen die zijn doorgevoerd. Met Leefbaar Nuland vindt waardevolle afstemming plaats met op onderdelen ook duidelijke resultaten, ook als partijen het op inhoud niet geheel eens zijn. Helaas heeft Eerlijk Over Heesch West zich zoals gezegd tussentijds teruggetrokken uit het Burenoverleg en is ondanks herhaald verzoek niet teruggekeerd. 9
Met het intensieve participatietraject dat in het kader van de nadere uitwerking van het landschapsplan is en wordt gevoerd is er veel ruimte geweest voor inbreng van vragen, zorgen en opmerkingen. Ook bij de goed bezochte interactieve online informatiebijeenkomstenvoorziening over ontwerpbestemmingsplan en Aanvulling MER en themasessies voor verkeer en ondernemers zijn plan en ambities voor iedereen gepresenteerd en was er alle ruimte voor vragen, zorgen en aandachtspunten. Een uitgebreid overzicht van communicatie en participatieactiviteiten is opgenomen in de bijlage (bijlage 1). Tot slot zijn de Commissie m.e.r. en de GGD op verzoek van de omgeving extra betrokken in de advisering op de stukken. Hier liggen nu overwegend positieve en constructieve adviezen en de Gemeenschappelijke Regeling heeft de adviezen ook betrokken in de verdere planuitwerking. Geen evenwicht in proces In de eerste standaard zienswijze wordt ook genoemd dat er een onaanvaardbaar onevenwicht in het proces zit. Reclamanten voelen zich machteloos, en zeggen te maken te hebben met een veelkoppig monster (verschillende besturen en belangen). Ook hebben ze moeite met de termijnen waarbinnen ze moeten reageren en worden verzoeken om subsidie ter ondersteuning afgewezen.
Wij begrijpen dat aan omwonenden veel informatie wordt gepresenteerd, het vaak om specialistische stukken gaat en er diverse bestuursorganen zijn betrokken (Oss, Den Bosch en Bernheze). Plannen worden echter in goede samenwerking tussen de gemeenten integraal voorbereid en gecommuniceerd. Om hier zo goed mogelijk inzicht in te geven, is zoals hiervoor beschreven voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan veel inzet gepleegd in de communicatie en afstemming met omwonenden. Er zijn naar aanleiding van eerdere inspraakreacties en inbreng in de diverse afstemmingsoverleggen al veel planoptimalisaties gedaan. Ook in het recente participatietraject voor de uitwerking van het landschapsplan is dit weer het geval. Reactietermijnen in deze fase zijn wettelijke bepaalde termijnen. Bij het voorontwerpbestemmingsplan hebben we deze termijnen onverplicht verlengd naar negen weken. In de ontwerpfase van een bestemmingsplan zijn we gehouden aan de algemene termijnen van de Algemene wet bestuursrecht maar is er nadrukkelijk voor gezorgd dat de termijnen niet overlapten met de zomervakantieperiode regio Zuid. Daarnaast zijn we al in april, ruim vooraf aan de formele planpublicatie, actief gestart met informatievoorziening naar de omgeving over het ontwerpbestemmingsplan met een update over het proces en de planmaatregelen.
We hebben dus zoveel mogelijk ingezet op een ieder zo goed en volledig mogelijk van informatie te voorzien. Een subsidieverzoek van de Stichting Strijdbaar voor Leefbaarheid en in eerdere instantie EOHW voor ondersteuning van reclamanten is in 2020 en 2021 door het college van B&W van ‘sHertogenbosch beargumenteerd afgewezen. Er is: • geen juridische grondslag voor subsidie; • forse inzet op informatievoorziening vanuit het project. In het omgevingsoverleg (Burenoverleg) wordt concreet ingegaan op vragen en verzoeken van omgevingspartijen, zowel voor de goede borging van een onafhankelijke beoordeling als concrete inhoudelijke zorgen en aandachtspunten. Zo werd onder meer op verzoek van betrokkenen afgesproken 10
om bij het ontwerpbestemmingsplan weer een onafhankelijke beoordeling van de Commissie m.e.r. te vragen en de GGD te vragen te adviseren op gezondheidsaspecten. Helaas trok EOHW zich terug uit dit overleg. Belangenafweging Een aantal reclamanten stelt dat de overheid de belangen van ontwikkelaars en adviseurs, of economisch gewin, boven de andere belangen stelt, zoals belangen van omwonenden. Daarbij wordt soms gesteld dat de planvorming niet onafhankelijk is. Ook geven een aantal reclamanten aan dat het plan voor omwonenden alleen maar nadelen biedt en geen voordelen. We willen benadrukken dat wij niet een eenzijdig belang dienen. In lijn met onze publieke verantwoordelijkheid, dienen wij een zorgvuldige en brede belangenafweging te maken van alle belangen. Dat betekent het behartigen en meewegen van de belangen van omwonenden, en bedrijven, maar ook van zaken als flora en fauna, ruimtelijke ordening, milieueffecten, mobiliteit, etc. Het voorzien in bedrijfspercelen voor ruimtevragende bedrijven en creëren van werkgelegenheid zijn de primaire doelstellingen voor de ontwikkeling. De gemeenteraden van de betrokken gemeenten hebben dit als een gemeenschappelijk doel opgedragen bij de instelling van de Gemeenschappelijke Regeling Heesch West.
Hierbij geldt in de planvorming het uitgangspunt en de doelstelling dat het terrein een duurzaam karakter krijgt, zoals beschreven in het Circulair Kwaliteitsplan. Hierbij betrekken we het belang van behoud en waar mogelijk versterking van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Op die manier ondervinden omwonenden zo min mogelijk overlast van de ontwikkeling, en hebben zij tegelijkertijd ook profijt van het plan. Behoud en waar mogelijk versterken van het woon -en leefklimaat doen we door het zo goed mogelijk inpassen van het bedrijventerrein met zo min mogelijk hinder naar de omgeving. Er zijn veel planjuridische maatregelen opgenomen en er wordt veel geïnvesteerd in uitvoeringsmaatregelen om effecten op de omgeving te beheersen. Versterking van het woon -en leefklimaat willen we realiseren door de aanleg van een groot landschapspark rondom het bedrijventerrein, waarin ook natuurontwikkeling, klimaatadaptatie, duurzame lokale opwekking van energie en extensieve recreatieve mogelijkheden concreet uitgewerkt zijn. Daarnaast wordt werkgelegenheid bevorderd en economie gestimuleerd. Met de verkeersmaatregelen die in het kader van Heesch West worden genomen wordt niet alleen gezorgd voor een goede en veilige verkeerafwikkeling van het bedrijventerrein, maar wordt op diverse locaties ook actief bijgedragen aan bijvoorbeeld een betere beheersing van al bestaand sluipverkeer.
Burgers die planschade veronderstellen kunnen tot 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een planschadeverzoek indienen. Een verzoek wordt volgens de hiervoor geldende procedure onafhankelijk beoordeeld (zie ook thema Kosten en baten en planschade). Eerlijk Over Heesch West (EOHW) riep in een in 5000-voud in de omgeving verspreide flyer op om een zienswijze in te dienen. EOHW stelt daarin radicaal dat ‘nu geen actie ondernemen betekent dat je in de toekomst geen recht van spreken meer hebt. Dus dat je klachten over overlast geen ef fect meer hebben en je de gemeente niet meer aansprakelijk kunt stellen voor gezondheidsproblemen of waardevermindering van je huis/pand.’ We stellen helder dat deze bewering geheel onjuist is en betreuren de misleidende stelling. De actie wekte bij medeburgers angst over de ontwikkeling en wantrouwen over behoorlijk openbaar bestuur. We hebben diverse bellers naar aanleiding van de 11
flyer telefonisch te woord gestaan en de bewering ontkracht. We hebben ook in een brede informatiebijeenkomst deze zorg ontkracht. Aannemelijk is dat we daarmee niet iedereen hebben bereikt. Uiteraard hebben we begrip voor acties vanuit de omgeving maar deze actie was naar onze mening onverantwoordelijk. We wensen de zorgvuldigheid van het proces en belangenafweging te benadrukken. Het is een publieke verantwoordelijkheid om een zorgvuldige en brede belangenafweging te maken van belangen, zoals hierboven beschreven. Wij passen dus een zorgvuldige belangenafweging toe. Desondanks stellen reclamanten vraagtekens bij de onafhankelijkheid van het proces. Aanvullend op bovenstaande merken we daarom nog het volgende op. De voor het plan benodigde onderzoeken zijn uitgevoerd door externe specialisten, die hun eigen onafhankelijkheid en expertise hebben. Daarnaast is zowel het MER-rapport uit 2019 en de Aanvulling op de MER uit 2021 beoordeeld door de onafhankelijke Commissie M.E.R. en de GGD. De extra beoordeling van de Commissie MER en GGD is op nadrukkelijk verzoek van de omgeving gedaan. De bevindingen van de Commissie en GGD zijn overwegend positief en we geven verdere uitwerking aan de aanbevelingen. Daarnaast hebben wij altijd de gelegenheid geboden tot het stellen van vragen (in overleggen, bijeenkomsten en via e-mails) en zijn we open en transparant geweest over het proces.
Daarbij is altijd zoveel mogelijk informatie verschaft aan zowel de omgeving als aan de raad op diverse momenten in het proces. Er is naar onze mening dus sprake van een zorgvuldig proces met waarborgen voor de onafhankelijkheid. 2.2
Milieucategorie
Afstand tot woningen en vrees voor hinder Uit de standaard zienswijzen blijkt dat een aantal reclamanten zich zorgen maakt over het feit dat in het bestemmingsplan de mogelijkheid is opgenomen om bedrijven in milieucategorie 4.1 en hoger mogelijk te maken. Deze milieucategorieën zijn volgens reclamanten veel te hoog voor deze locatie en er zou meer af stand moeten worden gehouden tot woningen. Verondersteld wordt dat deze milieucategorieën veel overlast en hinder geven en tot een onaanvaardbare aantasting van het woonen leef klimaat leiden. Overlast laat zich volgens reclamanten niet begrenzen door inwaartse zonering en bovendien is er een enorme optelsom van alle effecten. De opgenomen mogelijkheden in het bestemmingsplan zijn daarom voor een aantal reclamanten niet aanvaardbaar, en dienen te worden gemaximaliseerd op milieucategorie 3. Toelichting VNG-methodiek / milieuzonering Om de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in het bestemmingsplan Heesch West vast te leggen, is gebruik gemaakt van een milieuzonering. Een milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) waar nodig ruimtelijk voldoende worden gescheiden. De gehanteerde milieuzonering is gekoppeld aan een Staat van Bedrijfsactiviteiten.
Een Staat van Bedrijfsactiviteiten is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten, al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Voor de indeling in de categorieën zijn de volgende ruimtelijk relevante milieuaspecten van belang: • geluid; • geur; 12
• •
stof; gevaar (met name brand- en explosiegevaar).
Bij voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk van 2009' (VNG-publicatie). De aanpak van milieuzonering en de in dit plan gebruikte 'standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten' zijn gebaseerd op deze VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Dit is een standaard en gebruikelijke ordeningsmethodiek voor ruimtelijke plannen. Voor elke activiteit zijn milieuactiviteiten en richtafstanden vermeld, rekening houdend met de normaliter bij deze activiteiten voorkomende opslagen en installaties. Het principe hierbij is: hoe zwaarder de milieucategorie, hoe groter de richtafstand is tot de meest nabijgelegen woning. Vanuit die gedachte is bij dit plan het principe van ‘inwaartse zonering’ aangehouden. Dit principe is gebaseerd op de richtafstanden zoals deze zijn opgenomen in de VNGpublicatie. Deze richtafstanden zijn bedoeld om hinder en gevaar zoveel mogelijk te voorkomen door voldoende afstand tot bijvoorbeeld woningen te houden. Voor Heesch West zijn deze richtafstanden rondom de woningen in het te ontwikkelen gebied gelegd. Hiermee zijn de contouren voor de verschillende milieucategorieën binnen Heesch West bepaald. Hierdoor is het bijvoorbeeld niet mogelijk dat zware milieucategorieën nabij woningen worden gerealiseerd.
Ondanks de richtafstanden die worden gehanteerd, is nooit met zekerheid uit te sluiten dat de omgeving onder bepaalde (weers)omstandigheden enige hinder ervaart. Afstanden VNG-milieuzonering Reclamanten stellen in de tweede standaard zienswijze dat voor een bedrijfscategorie 4.1 of 4.2 de minimale af stand van 200 of 300 meter tot woonbebouwing en voor milieucategorie 5.1 een afstand van 500 meter moet worden aangehouden, en dat in dit geval meerdere woonpercelen binnen 200 en 300 meter liggen. Het bedrijventerrein komt (veel) te dicht bij de woningen, aldus reclamanten. Volgens de VNG-methodiek van Bedrijven en milieuzonering (zie voorgaande paragraaf) hoort de minimale afstand van bedrijven in categorie 5.1, 4.2 en 4.1 tot woonbebouwing in een gemengd gebied respectievelijk 300 meter, 200 meter en 100 meter te bedragen. De door reclamanten genoemde afstanden gelden bij het gebiedstype ‘rustige woonwijk’. In dit geval is er sprake van een gemengd gebied. De motivering voor het uitgangspunt van dit type gebied is opgenomen in paragraaf 9.7.2 van de Toelichting van het bestemmingsplan en hier overgenomen: Heesch West is een gemengd gebied. In de bestaande situatie is er sprake van een groot aantal agrarische bedrijven, andersoortige bedrijven, bedrijfswoningen en burgerwoningen, vaak dicht op elkaar gelegen.
In de nabijheid van het plangebied is op meerdere locaties lintbebouwing aanwezig. Bovendien is het gehele plangebied gelegen in de directe invloedssfeer van Rijksweg A59. Met de effecten van de toekomstige bedrijven op Heesch West op de omgeving is zoveel mogelijk al vooraf rekening gehouden: voor het bedrijventerrein is een inwaartse zonering toegepast. De richtafstanden rondom de bestaande en te behouden gevoelige bestemmingen (zoals woningen) zijn bepalend voor de milieucategorie die in het bestemmingsplan wordt toegelaten. Hierdoor is het niet mogelijk dat zware bedrijvigheid nabij woningen kan worden gerealiseerd. Op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn met deze uitgangspunten de zoneringen voor de maximale milieucategorieën opgenomen. Er wordt voldaan aan deze afstanden in relatie tot de omliggende woonbebouwing. De gehanteerde afstanden zijn correct toegepast en behoeven om die reden geen aanpassing. Wel is, naar aanleiding van de nadere uitwerking van het landschapsplan 13
(zie thema Ruimtelijke kwaliteit in paragraaf 2.4), een kleine wijziging aangebracht in de toegepaste milieuzonering voor het 2e fase deel; waarbij op sommige plekken de zonering nog iets verder weg is komen te liggen van de woningen aan de zuidzijde. Bovenop de milieuzonering gelden daarnaast nog tal van regels om de milieuaspecten nader te reguleren. Hinder en cumulatie van effecten De hoge milieucategorieën zullen volgens reclamanten (tweede standaard zienswijze) veel overlast en hinder geven en tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat leiden, ook door de optelsom van hinder. Bij het bestemmingsplan Heesch West is dus uitgegaan van de landelijk geaccepteerde VNGmethodiek voor milieuzonering. Uitgaande van deze methodiek, is de milieuhinder op de omgeving in beginsel aanvaardbaar, door de opgenomen afstanden. Dat dit leidt tot een onaanvaardbare aantasting van woon -en leefklimaat, zoals reclamanten stellen, is dus onjuist. Door de toepassing van de methodiek, is er juist sprake van een aanvaardbaar woon -en leefklimaat. Het is wel zo dat hinder niet altijd volledig voorkomen kan worden. In het kader van de MER (2019) en Aanvulling hierop (2021) is een groot aantal onderzoeken uitgevoerd, waarin de diverse milieuaspecten zijn onderzocht op de mate van hinder en het voldoen aan de wet -en regelgeving.
Op basis van het MER-onderzoek kan worden geconcludeerd dat er soms wel sprake kan zijn van hinder, maar dat kan worden voldaan aan de (wettelijke) normen. In het bestemmingsplan is gemotiveerd dat in de nieuwe situatie met de plannen inclusief eventuele maatregelen sprake is van een aanvaardbaar woon -en leefklimaat. Om dit extra te verzekeren, waren in het ontwerpbestemmingsplan al extra waarborgen opgenomen op diverse milieuaspecten (zie paragraaf hierna: “Waarborgen bedrijven”). Zo zijn er diverse regels opgenomen waaraan getoetst moet worden bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Zie verder ook het thema Woon -en leefklimaat. Over de cumulatie van hinder het volgende: er zijn geen methodes of wettelijke normen om hinder “op te tellen” en “opgetelde hinder” te beoordelen. Wel voor individuele hinderbronnen, zoals bijvoorbeeld geluid (de cumulatieve geluid van verschillende typen bronnen, zoals wegverkeer en industrie) en luchtkwaliteit (cumulatief effect van bijvoorbeeld wegverkeer en industrie). De in het MER gehanteerde GES methode (Gezondheidseffectenscreening) geeft inzicht in het gezamenlijk gezondheidseffect van geluid en luchtkwaliteit.
Daarnaast kan het MER als geheel gezien worden als een methode om hinder integraal / cumulatief in beeld te brengen: in het MER worden alle mogelijke hindereffecten beschreven en beoordeeld en bij elkaar gebracht in een conclusie hoofdstuk. Voor de beoordeling van opgetelde/cumulatieve hinder in bestemmingsplannen is de gangbare en geaccepteerde redeneerlijn dat als voor individuele hinderaspecten (zoals geluid, luchtkwaliteit, veiligheid e.d.) de hinder acceptabel wordt geacht, dit ook geldt door de opgetelde/cumulatieve hinder van de hinderaspecten gezamenlijk, er is sprake is van een acceptabel geacht woon- en leefklimaat. Dat is hier het geval. Waarborgen bedrijven In de paragraaf “Toelichting VNG-methodiek / milieuzonering” is uitgelegd dat door middel van de zogenaamde VNG-milieuzonering ervoor gezorgd wordt dat milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) waar nodig ruimtelijk voldoende worden gescheiden. Daarmee zullen de toekomstige bedrijven voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. Tegelijkertijd is daarbij nooit met zekerheid enige hinder uit te sluiten. Om de zorgen hierover zoveel 14
als mogelijk weg te nemen, waren in het ontwerpbestemmingsplan al een aantal nadere waarborgen opgenomen. Deze zijn ongewijzigd overgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan. De belangrijkste hiervan zijn: • Verplichting tot aantonen van aanvaardbare geurbelasting door activiteiten van bedrijven via een omgevingsvergunning (art. 5.5.2, b, art. 5.7.1 en 5.7.2, c ) • Verplichting tot aantonen van toepassing best beschikbare technieken door bedrijven via een omgevingsvergunning (art. 5.5.2, b, art. 5.7.1 en 5.7.2, b) • Verplichting tot aantonen van het in voldoende mate bijdragen aan duurzaamheid via een omgevingsvergunning (art. 5.5.2, b en art. 5.7.1 en 5.7.2, a) • Verplichting waarbij bedrijven met een omgevingsvergunning dienen aan te tonen dat er door hun activiteiten geen overschrijding is van het zogenaamde stikstofemissieplafond en voldoet aan de beleidsregel stikstof (art. 5.4.7 i.c.m. art. 5.5.6) • Verbodsbepaling voor het aansluiten op het aardgastransportnet (5.4.9) • Verplichte zorgplicht voor milieubelastende activiteiten van bedrijven (art. 21.1) Deze voorwaarden gelden dus voor alle toekomstige bedrijven op Heesch West en komen bovenop de al eerder opgenomen regels in het bestemmingsplan over externe veiligheid en geluid (via met name geluidszone).
Dit zijn extra regels die normaliter in plannen niet worden opgenomen (en in beginsel niet nodig zijn vanwege de VNG-milieuzonering), maar in dit geval worden toegevoegd om zo extra waarborgen voor de omgeving te bieden, en om de duurzame ambities nog steviger te borgen. Voor het toestaan van mogelijke 5.1-bedrijven gelden alle bovengenoemde voorwaarden ook en daarnaast geldt dat deze bedrijven alleen mogelijk zijn na het doorlopen van een afwijkingsprocedure. Zo’n afwijking kan alleen worden verleend indien advies is ingewonnen bij de Gemeenschappelijke Regeling en als wordt aangetoond dat aan de bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan. De mogelijkheid voor die afwijkingsprocedure is slechts op een klein deel van het terrein opgenomen, namelijk binnen het op de verbeelding ingetekende vlak ‘wetgevingzone – afwijkingsgebied’, dat overigens alleen ten westen van de Koksteeg ligt. Op het grootste deel van het bedrijventerrein zijn dus geen 5.1-bedrijven toegestaan, hoewel dat op basis van de inwaartse zonering technisch wel mogelijk zou zijn. Daarnaast waren in de opgenomen lijst van toegestane bedrijven (Staat van Bedrijfsactiviteiten) in het ontwerpbestemmingsplan ook een aantal specifieke bedrijfstypen doorgestreept, waaronder ook een aantal categorie 5.1-bedrijven. Die zijn dus sowieso niet mogelijk.
Bovendien moet een mogelijk te vestigen bedrijf passen in het profiel van Heesch West, zoals vastgelegd in artikel 5.1 van de bestemmingsomschrijving. Al deze voorwaarden en waarborgen uit het ontwerpbestemmingsplan zijn ongewijzigd overgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan.
15
2.3
Mobiliteit
Verkeersmodel en monitoring Veel reclamanten stellen in de eerste standaard zienswijze dat het verkeersplan van Heesch West gebaseerd is op onjuiste aannames en rekenmodellen en niet op feiten (dit is verder niet door hen onderbouwd). Er zijn volgens hen geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achter blijven bij de verwachtingen. Zoals gebruikelijk bij een verkeersmodel, is gebruik gemaakt van een verkeerssimulatiemodel om de verschillende verkeerssituaties in beeld te brengen. Het toegepaste verkeersmodel is gebaseerd op het regionale verkeersmodel BBMA 2018. Dit verkeersmodel is projectspecifiek gemaakt voor verkeersonderzoek Heesch West. Het nieuwe verkeersmodel verdeelt het verkeer middels een dynamische toedelingsmethodiek waardoor rekening wordt gehouden met de capaciteitsbeperking van wegvakken. Hierdoor houdt het verkeersmodel rekening met de keuze van een eventuele alternatieve route bij filevorming. Daardoor wordt een realistischer verkeersbeeld gepresenteerd. Allereerst wordt een referentiesituatie gesimuleerd door de autonome ontwikkelingen (o.a. verkeersgroei, woningbouw, groei arbeidsplaatsen en aanpassingen wegennet) tussen 2015 en 2030 toe te voegen aan het basisjaar.
In het verkeersonderzoek is daarna de referentiesituatie 2030 (huidige situatie + autonome ontwikkeling) vergeleken met de plansituatie 2030 (toekomstige situatie met bedrijventerrein Heesch West + autonome ontwikkeling). Op die manier wordt de impact van de komst van het regionale bedrijventerrein inzichtelijk gemaakt. Dit is de landelijk gebruikelijke en geaccepteerde werkwijze bij opstelling van ruimtelijke plannen. De uitkomsten zijn altijd een verwachting, maar wel gebaseerd op vaste uitgangspunten en duidelijke inputgegevens / parameters behorend bij een bedrijventerrein. Bovendien is het rekenmodel ook mede gebaseerd op feitelijke tellingen. Daardoor zijn dit reële onderzoeksresultaten, op basis waarvan conclusies kunnen worden getrokken. Belangrijk om op te merken is dat de goede en veilige verkeersafwikkeling niet een tegenstrijdig belang betreft maar juist een gemeenschappelijk belang is tussen de omgeving en de bedrijvigheid op Heesch West. Heesch West is daarom gericht op een zo direct mogelijke verkeersafwikkeling naar de A59 om zo mogelijk nadelige effecten op de omgeving te beperken. Het is gewenst de ontwikkeling van het verkeer bij realisatie goed te monitoren en indien nodig hierop bij te sturen. Een goede en veilige bereikbaarheid is niet alleen een omgevingsbelang, het is een gemeenschappelijk belang.
In de bouwfase zal de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid en communicatie een belangrijke verantwoordelijkheid van de Gemeenschappelijke Regeling en betrokken gemeenten. De verdere periodieke monitoring, waarin bijvoorbeeld ook andere ontwikkelingen dan Heesch West aan de orde kunnen zijn, is een verantwoordelijkheid van de gemeenten, in de Omgevingswet wordt dit ook aan gemeenten opgedragen. Afhankelijk van die resultaten zal worden bepaald of in de toekomst aanvullende verkeersmaatregelen noodzakelijk zijn. Het is niet passend en doelmatig om, daar waar de uitkomsten van het verkeersmodel daar geen aanleiding voor geven, nu veel uitgebreidere maatregelen te overwegen die een groter gebied betreffen.
16
Doorstroming (incl. sluipverkeer) Veel reclamanten stellen in de eerste standaard zienswijze ook dat het verkeersplan behorende bij het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare verkeerstoename en toename van files en sluipverkeer. Daarnaast stellen zij ook dat er in het ontwerpplan keuzes zijn gemaakt om ongewenste verkeerskundige effecten weg te nemen, maar dat die nadelige effecten niet volledig worden weggenomen, wat voor hen niet aanvaardbaar is. Ook geven zij aan dat het bedrijventerrein een interne ontsluitingsstructuur zou moeten krijgen in een lus-vorm, waarbij die uiteinden alleen aansluiten op de Bosschebaan, en waardoor sluipverkeer voorkomen wordt. Verkeersplan en veranderende verkeersstromen De ontwikkeling van bedrijventerrein Heesch West en de daarbij behorende infrastructurele aanpassingen en verkeerskundige maatregelen leiden tot een verandering van verkeersstromen op het omliggende onderliggende wegennet. De toename van verkeer door de ontwikkeling van Heesch West wordt door de infrastructurele aanpassingen zoveel mogelijk over de wegen geleid die ervoor bedoeld zijn: direct van en naar de snelweg over de Bosschebaan / Rekken en op wegen van en naar de dorpen als het verkeer betreft met een herkomst en bestemming in de dorpen. De infrastructurele aanpassingen leiden daarnaast ook tot een verandering van huidige lokale en regionale verkeersstromen.
De Bosschebaan / Rekken is niet alleen een aantrekkelijke route voor verkeer van en naar Heesch West, maar ook voor lokaal / regionaal verkeer tussen de dorpen. Per saldo leidt dit op een aantal wegen tot een toename van verkeer en op een aantal wegen tot een afname van verkeer. Dit is weergegeven in figuur 5.2 t/m figuur 5.4 in de Aanvulling MER, waarin dit voor specifieke wegen in te zien is: - Figuur 5.2: het verkeerseffect van alleen de aanpassing van het wegennet, zonder de toename van verkeer door de bedrijven op Heesch West; - Figuur 5.3: de verdeling van verkeer van en naar Heesch West op de omliggende wegen, zonder het overige verkeer; - Figuur 5.4: het totaaleffect van Heesch West: de toename van verkeer van en naar de bedrijven en de effecten van de aanpassing van het wegennet. Verkeerstoenames verkeerskundig aanvaardbaar Deze herverdeling van verkeersstromen en de toename door de bedrijven op Heesch West kan worden afgewikkeld op de omliggende wegen. De toenames zijn verkeerskundig aanvaardbaar. De doorstroming op deze wegen en de bereikbaarheid van woningen en andere functies langs deze wegen worden niet wezenlijk negatief beïnvloed door de ontwikkeling van Heesch West. Alle wegen kunnen de berekende toenames goed aan. Ook de verkeersafwikkeling op kruispunten en rotondes is specifiek getoetst.
De verschuiving van verkeer door de aanpassing van infrastructuur en toenames als gevolg van Heesch West, kunnen worden verwerkt met acceptabele wachttijden. In de omliggende dorpen zelf (Nuland, Geffen, Oss, Vinkel, Heesch) zijn de verkeerseffecten van Heesch West, mede door de diverse investeringen in infrastructuur en beheermaatregelen, beperkt en verantwoord. De bereikbaarheid of veiligheid in de kernen komt daardoor niet in het geding. De oversteekbaarheid in de dorpskernen scoort “goed tot redelijk” met een maximale wachttijd van 4,8 seconden. In de kern Heesch en op de Papendijk richting Geffen wordt de streefwaarde voor de verkeersintensiteit conform het Duurzaam Veilig principe niet gehaald, maar op deze wegen zijn al maatregelen getroffen om de verkeersveiligheid en bereikbaarheid te waarborgen: in de vorm van
17
oversteekvoorzieningen voor voetgangers (’t Dorp en Schoonstraat in Heesch) en vrijliggende fietsvoorziening op de Papendijk. Ongewenste effecten weggenomen In reactie op het bezwaar dat er keuzes zijn gemaakt om ongewenste effecten weg te nemen, maar dat dat nog niet helemaal is gelukt, geven we een nadere toelichting. Na het voorontwerpbestemmingsplan Heesch West is er op regionaal niveau een nieuw verkeersmodel gekomen. Daarom was het nodig de verkeersberekeningen te actualiseren voor het ontwerpbestemmingsplan van Heesch West. Uit die berekeningen kwamen inderdaad bepaalde ongewenste effecten, zoals een relatief hoge toename van vrachtverkeer door Vinkel. Om deze effecten weg te nemen, is een aantal mitigerende maatregelen genomen, die opnieuw zijn doorberekend. Dit betreft onder andere het vrachtverkeerverbod op de Weerscheut, die van en naar Vinkel leidt en de invoering van een maximumsnelheid van 30 km/uur op de Zoggelsestraat. Uit de nieuwe berekeningen blijkt dat de nadelige, ongewenste effecten significant worden weggenomen. Daarmee is er sprake van een verkeerskundig aanvaardbaar plan. Ontsluitingsstructuur met een lusvorm en vrees voor sluipverkeer In het huidige verkeerskundige ontwerp zijn reeds keuzes gemaakt ter voorkoming van sluipverkeer.
De door reclamanten voorgestelde ontsluitingsstructuur middels een lusvorm waarbij de uiteinden alleen aansluiten op de Bosschebaan is onverminderd uitgangspunt in het plan. Autoverkeer van het bedrijventerrein wordt niet op de Zoggelsestraat aangesloten. Deze keuze is juist gemaakt om (vracht)verkeer van/naar het bedrijventerrein Heesch West niet te mengen met het bestaande autoen landbouwverkeer en om de verkeersbelasting op overige wegen te beperken. Er worden wel doorgaande verbindingen gecreëerd voor langzaam verkeer ter verbetering van de bereikbaarheid per fiets en verkeersveiligheid. Het nu toegepaste verkeersmodel houdt rekening met reguliere piekbelastingen zoals de ochtend- en avondspits. Het verkeersmodel verdeelt het verkeer middels een dynamische toedelingsmethodiek waardoor rekening wordt gehouden met de keuze van een eventuele alternatieve route bij filevorming. Daardoor wordt een realistischer verkeersbeeld gepresenteerd. Het effect van oneigenlijk gebruik (sluipverkeer) van bepaalde routes is dus verdisconteerd in het totale verkeerseffect dat in beeld is gebracht in het verkeersonderzoek. Zoals hiervoor beschreven, blijkt uit het verkeersonderzoek dat de toename door de bedrijven op Heesch West kan worden afgewikkeld op de omliggende wegen. De toenames zijn verkeerskundig aanvaardbaar.
Het verkeersmodel laat zien dat de aangepaste Bosschebaan / Rekken een aantrekkelijke route wordt. Niet alleen voor verkeer van en naar Heesch West, maar ook voor lokaal / regionaal verkeer tussen de dorpen. Dit leidt tot een toename op onder andere de Weerscheut en Papendijk, wegen die er in principe voor geschikt zijn. Het leidt tegelijkertijd tot afnames op de Rijksweg Noord en op wegen in het buitengebied van Geffen. Toename op de snelweg / vrees voor files Reclamanten vrezen voor de toename van files op de A59. Voor de verkeersafwikkeling van Heesch West is de A59 de verbonden autosnelweg. De A59 is zonder meer een drukke weg. Behoudens verkeerscalamiteiten wordt voorzien dat de A59 en de
18
aansluitingen van / naar de A59 het lokale verkeer en het bijkomende verkeer van bedrijventerrein Heesch West voldoende kan afwikkelen. Dit wordt hieronder toegelicht. Heesch West leidt tot een toename van verkeer op de snelweg A59. De toename is relatief gering: ten westen van Nuland (+800 motorvoertuigen/etmaal / +1% ten opzichte van de referentiesituatie), ten oosten van Heesch (+1.600 motorvoertuigen/etmaal, +2% ten opzichte van de referentiesituatie). De toename wordt veroorzaakt door het nieuwe verkeer van en naar Heesch West. Dat de toename relatief gering is, wordt veroorzaakt door de infrastructurele aanpassingen. Op het centrale deel van de snelweg (tussen Nuland en Heesch) is er door Heesch-West een afname van verkeer van personenauto’s. De realisatie van bedrijven op Heesch West leidt op zichzelf tot een (grotere) toename van verkeer, maar de infrastructurele aanpassingen ten behoeve van Heesch West zorgen ervoor dat een deel van het (auto)verkeer op parallelroutes zoals de Rijksweg Zuid, Bosschebaan / Rekken gaat rijden. De toename van vrachtverkeer op de A59 is relatief groter dan de toename van autoverkeer. Het aandeel vrachtverkeer op de snelweg groeit met 1% van 16/18% tot 17/19%; Hoewel de toename gering is, is wel op te merken dat de A59 al in de referentiesituatie een drukke route is en er in de spitsperioden al enige sprake is van filevorming.
Heesch West leidt niet tot een wezenlijke verslechtering van deze situatie. De beperkte filemomenten en vertraging hebben de aandacht van Rijkswaterstaat (o.a. in de MIRT verkenning A2 Deil-Vught en A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven). Het effect van Heesch West wordt niet als een knelpunt beoordeeld. Ten oosten van de aansluiting van Heesch West op de snelweg bij Heesch zet de toename zich door van/naar de A50/knooppunt Paalgraven. Ter hoogte van het knooppunt splitst deze verkeersstroom in vier richtingen Oss (N329), Nijmegen (A50), Grave (N324) en Eindhoven (A50). Door dit ‘uitwaaiereffect’ van het verkeer is de toename van verkeer op deze wegvakken 1 tot 2%. Deze beperkte toename van verkeer heeft op de A50 dan ook nauwelijks tot geen effect op de doorstroming; de opgave om de situatie bij Paalgraven te verbeteren is een opgave van het Rijk en valt buiten de scope van Heesch West. Naar aanleiding van het MIRT-onderzoek is door het Rijk aangegeven dat er geld beschikbaar komt om het verkeersprobleem bij knooppunt Paalgraven aan te pakken. Hiervoor wordt een separate plan- en besluitvormingsprocedure doorlopen. Extra verkeersoverlast door ontwikkeling Cereslaan West en door nieuwe functie noordoosten plangebied In de tweede standaard zienswijze wordt door reclamanten gevreesd voor extra verkeersoverlast door de combinatie met de ontwikkeling van Cereslaan West.
Ook deze nieuwe bedrijfskavels (geen planonderdeel van het voorliggende bestemmingsplan maar voorzien als zelfstandig uitbreidingsplan) worden ontsloten via een parallelstructuur op de aan te leggen Bosschebaan, geven reclamanten aan. Dit leidt volgens reclamanten tot extra verkeersoverlast, onder andere wat betreft verkeersveiligheid. Dit komt door de aanzuigende werking van verkeersbewegingen door logistieke bedrijven, en ook gelet op de komst van publieke functies in het noordoosten van het uitbreidingsgebied, zoals een tankstations, fastfoodrestaurant en carpoolplaats. Ook wordt gevreesd voor truckparkings. De ontwikkeling van bedrijventerrein Cereslaan West is als autonome ontwikkeling opgenomen in de uitgevoerde onderzoeken. Uit het uitgevoerde verkeersonderzoek blijkt dat de plannen voor Heesch West, inclusief autonome ontwikkelingen, verkeerskundig voldoen. 19
De bedrijfsgronden Cereslaan West worden niet direct ontsloten via de nieuw aan te leggen parallelstructuur, maar via het bestaande bedrijventerrein Cereslaan West naar de Bosschebaan. Op dit gedeelte van de oude Bosschebaan zien we juist een afname van verkeer als gevolg van de aanleg van de nieuwe parallelstructuur. Daarnaast merken we op dat in het ontwerpbestemmingsplan een passage was opgenomen over een voorgenomen tankstation in de noordoosthoek van het gebied. Dit ging echter over bedrijventerrein Cereslaan West, maar is ook daar overigens niet aan de orde. Er komt in Heesch West en in Cereslaan West geen nieuw tankstation, brandstoffenpunt, truckparking, fastfoodrestaurant of carpoolplaats in het noordoosten van het gebied. Er komt alleen een nieuw tankstation in de noordwesthoek van het terrein nabij Bosschebaan / Weerscheut (duurzaam brandstoffenpunt). Dit is aangepast in de Toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan. Deze zal gericht zijn op business to business. Er is daardoor geen sprake van aanloop van consumenten. De verkeersgeneratie van dit duurzame brandstoffenpunt is onderdeel van de verkeersberekeningen. Inzake de verkeersveiligheid, verwijzen we naar het kopje Verkeersveiligheid. Eigen ontsluiting naar A59 Een aantal reclamanten vraagt om een nieuwe, eigen op -en af rit te maken voor het plan van Heesch West op de A59.
Zij geven daarbij ook aan dat dit een harde voorwaarde was. Er is in voorgaande fases van plan- en besluitvorming uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en aandachtspunten voor ontsluiting van het bedrijventerrein Heesch West op de A59. Dit heeft in 2013 geleid tot een aantal concepten, variërend van een directe aansluiting tot een parallelweg. Het voorstel voor een directe aansluiting is door Rijkswaterstaat afgewezen, aangezien er in dat geval teveel aansluitingen te dicht op elkaar komen te liggen. Bovendien toont het verkeersonderzoek aan dat een ontsluiting via de bestaande aansluitingen kan worden bewerkstelligd. Ook voor lokaal verkeer (met name werknemers) is het niet wenselijk dat ze alleen via de A59 het bedrijventerrein kunnen bereiken. Om deze reden is in 2013 gekozen voor een ontsluiting via de parallelweg Bosschebaan ten zuiden van de A59 die aansluit op de bestaande aansluitingen op de A59 bij Nuland en Heesch. Deze keuze is vastgelegd in een besluit van de gemeenteraden van Bernheze en (toen nog) gemeente Maasdonk. De veronderstelling dat dit een harde voorwaarde was, is niet juist. Al sinds 2013 is bekend dat er geen zelfstandige aansluiting kan worden gerealiseerd. Dit is ook zo sinds aanvang van de concrete planontwikkeling in 2017 steeds het uitgangspunt geweest.
In het traject tot het voorontwerpbestemmingsplan en tussen voorontwerp- en ontwerpbestemmingsplan zijn door de omgeving diverse andere varianten voor aansluiting op de snelweg voorgesteld. Deze zijn getoetst op doelrealiserend vermogen, haalbaarheid en effecten op de omgeving. De optimalisatie van de afrit Nuland bij Rijckevorselweg/Rekken draagt deels bij aan de belangen die door Leefbaar Nuland werden beoogd met één van hun alternatieven. Conclusie van deze toetsen is dat verder aangedragen en besproken varianten geen passende alternatieven zijn. Met name een beoogde extra toerit naar de A59 vanaf Rijksweg Noord is vanuit perspectief Rijkswaterstaat beleidsmatig niet aanvaardbaar. In dit beleidskader zijn verkeersveiligheid 20
en doorstroming op de autosnelweg belangrijke uitgangspunten. Ook is te voorzien dat een extra toerit tot ongewenste effecten (door verkeersantrekkende werking) op het onderliggende wegennet en de omgeving leidt. Bovendien blijkt uit de analyse van verkeersintensiteiten en doorstromingsberekeningen van de rotondes, dat de verkeersafwikkeling bij de bestaande toerit bij Nuland passend is. Door andere routekeuzes van lokaal verkeer is er per saldo maar een beperkte toename vanwege Heesch West. Verkeersveiligheid Veel reclamanten (o.a. in de eerste standaard zienswijze) stellen dat het verkeersplan behorende bij het bestemmingsplan leidt tot onveilige situaties voor omwonenden en weggebruikers. Specifiek geven zij aan dat het nog onveiliger zal worden op de wegen rondom Heesch West door het schrikbarend groot aantal vrachtwagenbewegingen per dag. Verkeer en met name vrachtverkeer van en naar Heesch West wordt zoveel mogelijk via de Bosschebaan / Rekken afgewikkeld richting de snelwegen. De toename van het vrachtverkeer op het omliggende onderliggende wegennet is beperkt. Specifiek voor de Weerscheut, Vinkel en Zoggelsestraat zorgen de aanvullende verkeerskundige maatregelen (vrachtwagenverbod en snelheidsverlaging) tot een beperking van met name vrachtverkeer. Eventuele menging van vrachtverkeer met ander verkeer is zeer beperkt.