CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

BIjlage 5 - Handreiking 50 % lokaal eigendom

Commissie OMGEVING 20 april 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Regionale Energiestrategie 1.07.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RES NOB en 50% lokaal eigendom Een handreiking voor gemeenten

Inhoudsopgave 1. Woord van dank 2. Samenvatting 3. Wat hebben we in het concept bod afgesproken over 50% lokaal eigendom? 4. Welke opdracht heeft de stuurgroep gegeven? 5. Wanneer is er sprake van 50% lokaal eigendom? 6. 50% lokaal eigendom is maatwerk 7. Is 50% lokaal eigendom juridisch afdwingbaar? 8. Welke rollen zijn er voor de gemeente mbt 50% lokaal eigendom 9. Wat kunnen gemeenten doen om 50% lokaal eigendom mogelijk te maken? 10. Wat kunnen provincie en waterschappen doen om 50% lokaal eigendom mogelijk te maken? 11. Inzicht in business case zon en wind 12. Advies van de Klankbordgroep 1.

Woord van dank

Aan deze handreiking hebben we niet alleen gewerkt. Voordat wij begonnen met schrijven hebben we diverse partijen geinterviewd en dankbaar gebruik gemaakt van hun inhoudelijke expertise en ervaring. Ook tijdens het schrijfproces hebben zij de moeite genomen om inhoudelijk te reageren op onze concepten. Wij bedanken Holland Solar, NWEA, Platform Cooperatief Noord-Oost Brabant en EnergieSamen voor de tijd en energie die zij in het verbeteren van deze handreiking hebben gestoken. Ook de BMF, lid van de klankbordgroep RES NOB, heeft inhoudelijke feedback geleverd tijdens het schrijfproces. Eventuele fouten en onjuistheden die resteren komen volledig voor onze rekening.

2.

Samenvatting

•

In hoofdstuk 3 en 4 geven we aan wat het kader is voor deze handreiking: de afspraken in het concept bod en de opdracht die deze Werkgroep van de Stuurgroep heeft gekregen.

•

In hoofdstuk 5 maken we duidelijk wat onder '50% lokaal eigendom' wordt verstaan en hoe dit begrip verschilt van andere begrippen als 'financiële participatie', 'omgevingsfonds' en 'procesparticipatie'. Bij 50% lokaal eigendom gaat het erom het draagvlak voor/betrokkenheid bij wind- en zonprojecten te vergroten door (a) de lusten zoveel mogelijk te laten vloeien naar de omgeving die de lasten draagt, en (b) de omgeving zoveel mogelijk zeggenschap te geven over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het project. Dit kan ook op andere manieren geregeld worden en daar wordt per begrip bij stil gestaan.

•

In hoofdstuk 6 wordt duidelijk wat de mogelijkheden zijn als 50% lokaal eigendom in de coöperatieve vorm niet mogelijk is en naar een alternatieve, maatwerkoplossing moet worden gezocht. Belangrijk is dan dat deze maatwerkoplossing leidt tot een evenredige verdeling van lusten en zeggenschap door omwonenden. Bijvoorbeeld door een lager percentage lokaal coöperatief eigenaarschap te combineren met financiële deelneming, een omgevingsfonds en/of een omwonendenregeling.

•

In hoofdstuk 7 leggen we uit waarom het publiekrechtelijk afdwingen van 50% lokaal eigendom zeer lastig en wellicht onmogelijk is. Ook geven we aan dat er privaatrechtelijk meer mogelijk is. Het is van belang dat gemeenten in hun beleid duidelijk omschrijven wat zij willen bereiken met participatie, welke vormen zij hiervoor willen inzetten en welke concrete inspanningen zij in dit kader van een initiatiefnemer verwachten.

•

In hoofdstuk 8 gaan we dieper in op de rollen die de gemeente kan kiezen bij het ontwikkelen van duurzame energieopwekking en welke mogelijkheden dit biedt voor de wijze waarop en de mate waarin zij 50% lokaal eigendom kan realiseren. Daarbij gaan we specifiek in de mogelijkheden die een gemeente heeft als zij eigenaar is van gronden waarop zon- of windparken worden gerealiseerd.

•

Hoofdstuk 9 maakt duidelijk wat gemeenten concreet kunnen doen om 50% lokaal eigendom mogelijk te maken. Het gaat hierbij deels om het vaststellen van (de juiste) beleidskaders en deels om het versterken van lokale energiecoöperaties, zodat zij als volwaardige partner kunnen deelnemen aan projecten.

•

In hoofdstuk 10 geven wij aan wat provincie en waterschappen kunnen doen om 50% lokaal eigendom mogelijk te maken. Wij gaan hier o.a. in op de rol die de provincie kan spelen bij het creëren van een gelijk speelveld voor alle Brabantse gemeenten op het gebied van lokaal eigendom.

1

•

H11: Inzicht in business case wind en zon

•

H12: Advies van Klankbordgroep

3.

Wat hebben we in het concept bod afgesproken over 50% lokaal eigendom?

"Partijen in de RES Noordoost-Brabant delen de afspraak uit het Klimaatakkoord, om bij wind en grootschalige zonprojecten (>15 kWp) minimaal 50% lokaal eigendom na te streven. Eigendom gaat verder dan de mogelijkheid tot financiële participatie die we nu veelal tegenkomen. Met eigendom wordt zeggenschap aan financiële participatie gekoppeld. Hierdoor ben je als bewoner nauw betrokken bij het betreffende project. Dat betekent dat, wanneer we streven naar 50% lokaal eigendom, we naast financiële participatie ook streven naar vroegtijdig zeggenschap vanaf de planfase (procesparticipatie) en zeggenschap tijdens de exploitatie (over met name de geldstromen). Daarmee sturen we op intensievere samenwerkingen tussen omwonenden/omgeving en ontwikkelaars. Uitgangspunt is dat de lusten en lasten van de energietransitie evenredig verdeeld worden. En ook dat het zeggenschap niet alleen ligt bij degenen die voldoende financiële middelen hebben." (Concept RES NOB 1.0, blz. 36).

4.

Welke opdracht heeft de Stuurgroep gegeven?

Ontwikkel een handreiking voor 50% lokaal eigendom binnen de RES 1.0. Richt je bij de uitwerking van deze opdracht op twee thema's: − maatschappelijk rendement: lusten uit het project komen deels ten goede aan de lokale gemeenschap; − zeggenschap door eigenaarschap: inwoners investeren financieel in en besluiten mee over het project. Werk aan de hand van voorbeelden uit wat wordt verstaan onder lokaal eigendom en wat de regio daarin nastreeft. 5.

Wanneer is er sprake van 50% lokaal eigendom?

In de praktijk worden de termen 'lokaal eigendom', 'mede-eigenaarschap', 'financiële participatie', 'omgevingsfonds' en 'procesparticipatie' naast en soms door elkaar gebruikt. Toch gaat het hier om wezenlijk verschillende zaken, zoals ook te zien is in onderstaande afbeelding uit de participatiewaaier.

Bron: Participatiewaaier, 2019

Wat is 50% lokaal eigendom? Een definitie Bij 50% lokaal eigendom gaat het erom het draagvlak voor/betrokkenheid bij wind- en zonprojecten te vergroten door: • De lusten zoveel mogelijk naar de omgeving die de lasten draagt, te laten vloeien. • De omgeving zoveel mogelijk zeggenschap te geven over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het project. • Het aandeel van '50%' is gekozen om de lokale omgeving als gelijkwaardige partner (naast een commerciële partij) te laten deelnemen in het zon- of windproject. Dit kan de initiatiefnemer aantonen met een zogenaamd profijtplan (zie ook hierna). Kern van lokaal eigendom is de combinatie van 'lusten' en 'zeggenschap'. Of, zoals het in ons concept RES bod staat beschreven: "Met eigendom wordt zeggenschap aan financiële participatie gekoppeld." Die koppeling is van belang, vanuit het idee dat draagvlak en betrokkenheid worden vergroot als inwoners niet alleen kunnen delen in de lusten, maar ook zeggenschap hebben over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het wind- of zonproject. Bij 50% lokaal eigendom betekent

2

dit dat de omgeving in een vroeg stadium als gelijkwaardige partner deelneemt in het project en daarbij ook deelneemt in de risico’s die er in die fase nog zijn. In de Participatiewaaier wordt lokaal eigendom beschreven onder het kopje 'Mede-eigenaarschap': "Omwonenden profiteren mee als mede-eigenaar van een wind- of zonneproject, via een vereniging of coöperatie." Wat is 'lokaal'? Is het 'lokaal' eigendom als één lokale investeerder een zonnepark realiseert? Is het 'lokaal' eigendom als een groep lokale boeren een windpark neerzet? Waar het om gaat is dat: • 'de omgeving die de lasten draagt' zeggenschap krijgt en in de lusten deelt; • iedereen die mee wil doen ook die mogelijkheid krijgt. Een goed voorbeeld is te vinden bij de gemeente Bodegraven: "Bij de ontwikkeling en exploitatie van windturbines en zonneweiden heeft de omgeving een actieve en betrokken rol. Opbrengsten vloeien maximaal terug naar de gemeenschap. Wind- en zonneprojecten die coöperatief ontwikkeld zijn, en dus van en voor de eigen inwoners en lokale ondernemers zijn, heeft sterk de voorkeur.

Initiatiefnemers worden getoetst op basis van een plan van aanpak voor procesparticipatie en op basis van een profijtplan." Bron: Lokaal Eigendom in Beleid – EnergieSamen Kan proces- of projectparticipatie leiden tot lokaal eigendom? Bij proces- of projectparticipatie doorloopt: "(…) de initiatiefnemer samen met de omgeving een proces om te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie. Hieruit volgen afspraken over het ontwerp van het energieproject, over de ruimtelijke inpassing en/of over financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving." (Participatiewaaier). Via proces- of projectparticipatie kunnen inwoners dus meepraten en eventueel meebeslissen over zowel het ruimtelijk ontwerp, de realisatie en exploitatie van het project, als de wijze waarop en de mate waarin in de lusten wordt gedeeld. De uitkomst hiervan kan leiden tot lokaal eigendom, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Is financiële participatie lokaal eigendom? Bij financiële participatie of financiële deelneming nemen omwonenden "(…) risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties" (Participatiewaaier). Via deze vorm kunnen inwoners delen in de lusten. Of zij ook zeggenschap hebben over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie het wind- of zonproject is afhankelijk van de gemaakte afspraken.

Dat kan geregeld worden door het vast te leggen in de statuten. Als inwoners kunnen deelnemen via aandelen of certificaten én zeggenschap krijgen over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie, dan is er sprake van 'lokaal eigendom'. Bij obligaties is er veelal geen sprake van zeggenschap en dus geen lokaal eigendom. Als de zeggenschap niet door middel van (statutaire) afspraken is geregeld, dan kan via procesparticipatie toch lokaal eigendom worden gerealiseerd. Bepalend is dan of inwoners via procesparticipatie zeggenschap krijgen over de over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het wind- of zonproject. Een voorbeeld van financiële participatie zonder zeggenschap is als het project wordt aangeboden via het platform ZonnepanelenDelen: "Je kunt via ZonnepanelenDelen investeren in ZonneDelen van zonne-energieprojecten. Je krijgt hierbij jaarlijks rendement uitgekeerd op basis van de productie van het zonne-energieproject - hetzelfde principe als dat je zelf de zonnepanelen op jouw dak hebt. Daarnaast wordt de eigen investering weer volledig afgelost, net zoals bij een obligatie." Bron: https://www.zonnepanelendelen.nl/hoe-werkt-het/ Is een omgevingsfonds of omwonendenregeling ook lokaal eigendom? Bij een omgevingsfonds komt "(…) een deel van de opbrengsten ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt, zoals een sportclub of wijkvereniging" (Participatiewaaier).

Er zijn ook andere vormen denkbaar waarbij het gebied groter is (gebiedsfonds), de maatschappelijke doelen meer specifiek zijn benoemd (klimaat- of duurzaamheidsfonds) of de lusten in natura naar de omwonenden gaan. Bijvoorbeeld in de vorm van een korting op zonnepanelen of het isoleren van de woning. De Participatiewaaier spreekt in het laatste geval van een Omwonendenregeling. Het belangrijkste verschil is dat een omwonendenregeling een eenmalige regeling is voor omwonden en dat het omgevingsfonds een structurele regeling is gedurende de looptijd van de exploitatie van het project. Ook via deze vorm hebben inwoners geen zeggenschap over de vormgeving van het wind- of zonproject, tenzij dat via procesparticipatie geregeld is én de omgeving democratisch zeggenschap heeft over de besteding van de baten van het omgevingsfonds of de omwonendenregeling. Aanvullend kan een gemeente bepalen dat omwonenden van het energiepark zeggenschap krijgen over de besteding van het omgevingsfonds. Bijvoorbeeld in de vorm van een vereniging van omwonenden die (binnen bepaalde kaders) besluit over de besteding hiervan.

3

Een omgevingsfonds heeft als belangrijk voordeel dat een deel van de lusten terugvloeit naar de samenleving, zonder dat inwoners (a) hoeven te investeren en (b) financieel risico lopen. Een belangrijk nadeel is dat zij geen zeggenschap hebben over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie. Een ander belangrijk nadeel van een omgevingsfonds is dat er veelal minder middelen terugvloeien naar de gemeenschap dan bij lokaal eigendom het geval is. Afdrachten aan een fonds zijn immers kosten die direct drukken op de winstmarge van de commerciële ontwikkelaar. Lokaal eigendom heeft daarentegen geen of nauwelijks invloed op de business case, aangezien de opbrengsten voor de energiecoöperatie geen invloed hebben op de winstmarge van de commerciële ontwikkelaar. In hoofdstuk 10 gaan we hier nader op in. Een voorbeeld is het omgevingsfonds van het Windpark Nijmegen-Betuwe: "Het omgevingsfonds verstrekt subsidies voor projecten en initiatieven op het gebied van duurzaamheid, energiebesparing en duurzame energie, leefbaarheid en sociale samenhang. Dit kunnen projecten zijn voor inwoners uit meer dan één van de vier kernen, maar projecten specifiek voor één kern kunnen ook gesubsidieerd worden. Projecten dienen het persoonlijk belang van betrokkenen te overstijgen. Het streven is om op de lange termijn elke woonkern gelijk te bedelen.

Voor elke megawatt opgewekte windenergie ontvangt het omgevingsfonds één euro." Bron: https://www.windparknijmegenbetuwe.nl/omgevingsfonds/ Een voorbeeld van een omwonendenregeling wordt toegepast bij een zonnepark in Loenen: "Omdat Solarcentury voorstander is om zoveel mogelijk daken te benutten, bieden wij de mogelijkheid aan omwonenden om tegelijk met de ontwikkeling van de zonneweide tegen een gereduceerd tarief zelf zonnepanelen voor de eigen woning te verkrijgen via Solarcentury. De particulieren die dichter bij de zonneweide wonen krijgen voorrang t.o.v. particulieren die verder weg wonen." Bron: https://www.solarcentury-zonneparken.com/participatie-loenen/

6.

50% lokaal eigendom is maatwerk

De meest voor de hand liggende vorm om 50% lokaal eigendom te realiseren is een coöperatie van omwonenden die voor 50% eigenaar wordt van het zon- of windpark. Maar het kan voorkomen dat ondanks serieuze inspanningen van de initiatiefnemer geen coöperatieve kracht en/of onvoldoende investeringsvermogen aanwezig is. In dat geval kan je als gemeente in beleid vastleggen dat 50% lokaal eigendom het streven is, maar op verschillende wijzen gerealiseerd kan worden. Als gemeente is het van belang dat je in beleid duidelijk vastlegt wat je wilt en wat je van initiatiefnemers verwacht (zie ook hoofdstuk 7). De uitwerking is per project maatwerk. Zo kan een gemeente bij een project aangeven dat zij akkoord gaat met het voorstel van de initiatiefnemer en de omgeving om genoegen te nemen met een lager percentage lokaal eigendom via een coöperatieve constructie, ondanks dat zij anders heeft staan in haar beleid. De gemeente kan dan met de initiatiefnemers in gesprek of er aanvullende (proces en/of financiele) participatievormen gewenst zijn om te komen tot een evenredige verdeling van lusten en zeggenschap door omwonenden. Bijvoorbeeld door een lager percentage lokaal coöperatief eigenaarschap, te combineren met financiële deelneming, een omgevingsfonds en/of een omwonendenregeling.

Dat wat passend en mogelijk is wordt per project bepaald in overleg tussen initiatiefnemer, omwonenden en de gemeente.

7.

Is 50% lokaal eigendom juridisch afdwingbaar?

Voor een antwoord op deze vraag kijken we naar het totale gemeentelijke proces dat een wind- of zonnepark doorloopt:

In de blauwe fase van het proces – de vergunningsprocedure – kan 50% lokaal eigendom niet als voorwaarde worden opgelegd. Een gemeente mag de omgevingsvergunning voor een zonne- of windpark niet weigeren enkel en alleen op de grond dat de initiatiefnemer geen 50% lokaal eigendom heeft gerealiseerd. De groene fase biedt meer mogelijkheden. Hoe zit dat? Het begint ermee dat gemeenten in hun beleid duidelijk omschrijven wat zij willen bereiken met participatie en welke vormen zij hiervoor willen inzetten. Ook moeten zij zo concreet mogelijk aangeven welke concrete inspanningen zij in dit kader van een initiatiefnemer verwachten en hoe deze kan aantonen dat hij hieraan heeft voldaan. Zo kan een gemeente vragen om een communicatieplan, een participatieplan, een profijtplan en evt. overeenkomsten die hij met de omgeving hierover

4

heeft gesloten1 (zie ook hoofdstuk 9). Als de initiatiefnemer niet aan deze inspanningsverplichting voldoet, kan dat volgens de huidige rechtspraak van de Raad van State een reden zijn voor de gemeente om géén planologische medewerking te verlenen aan het initiatief. De gemeente heeft dus het recht om die inspanningsverplichting op te leggen, mits dat goed vastgelegd ligt in haar beleid. Gemeenten worden bij het uitwerken van een eventuele inspanningsverplichting in het beleid gevraagd om, conform het Klimaatakkoord, expliciet rekening te houden met de bijzondere positie van de waterschappen, die zowel lokale ontwikkelaar zijn als decentrale overheid met een verduurzamingsopgave van hun eigen bedrijfsprocessen. Of de gemeente ook het recht heeft om een bepaalde uitkomst af te dwingen, of op grond van de uitkomst planologische medewerking te weigeren, is nog niet expliciet in de jurisprudentie beantwoord. Het is te verwachten dat op korte termijn de eerste uitspraak van de RvS hierover zal verschijnen. In een private overeenkomst kan er meer vastgelegd worden dan een inspanningsverplichting. Gemeenten kunnen afspraken met een initiatiefnemer over 50% lokaal eigendom maken en deze vervolgens vastleggen in een private overeenkomst, ook wel anterieure overeenkomst genoemd.

Naleving van deze overeenkomst kan vervolgens privaatrechtelijk worden afgedwongen in de oranje fase (zie afbeelding). In welke mate een gemeente privaatrechtelijk kan handelen is mede afhankelijk van het feit of zij al dan niet eigenaar is van de grond waarop het zon- of windpark wordt gerealiseerd. Hier gaan we in het volgende hoofdstuk nader op in. Bron: Oplegger & factsheet Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie, 2020 en het IBR-rapport Lokaal eigendom en omgevingsbijdragen voor zonneparken.

8.

Rol gemeente en 50% lokaal eigendom

De rol die je als gemeente kiest bij het realiseren van zon- en windprojecten is mede bepalend voor de mogelijkheden om 50% lokaal eigendom te realiseren. Welke rol je kiest is afhankelijk van factoren als beschikbare financiële middelen, grondposities, personele capaciteit en de mate waarin de markt in staat is om voldoende, goede projecten te realiseren. Als gemeente kan je in algemene zin kiezen voor één bepaalde rol, maar in specifieke gevallen ook voor een andere rol kiezen. Faciliterende rol In deze rol worden zon- en windprojecten gerealiseerd door derden. De gemeente biedt kaders via beleid: waar wel zon- en windenergie gerealiseerd kan worden en waar niet en onder welke randvoorwaarden en vraagt om een inspanningsverplichting ten aanzien van participatie. Ook verleent de gemeente planologische medewerking en de omgevingsvergunning als de plannen passen binnen de geldende kaders. Voordelen • Gemeente hoeft veel minder eigen kennis, kunde en formatie in te zetten voor ontwikkeling van een wind- of zonnepark. • Gemeente hoeft niet zelf te investeren en loopt dus geen financieel risico.

Nadelen • Gemeente is afhankelijk van derden om haar duurzame energiedoelstellingen te realiseren. • 50% lokaal eigendom kan alleen als inspanningsverplichting worden opgenomen in beleid, waardoor het voor gemeenten lastiger wordt om het maatschappelijk rendement te waarborgen. Lokaal eigendom In de faciliterende rol neemt de gemeente in haar beleid op dat bij de realisatie van zon- en windprojecten altijd gestreefd moet worden naar 50% lokaal eigendom. Het is aan te raden om in een (gepubliceerd) beleidsdocument concreet te beschrijven welke inspanningen van de initiatiefnemer worden verlangd (zie ook onderstaand voorbeeld). Dat kan in een structuur- of omgevingsvisie, maar ook in een ander beleidsdocument. Dit beleid laat zien wat de gemeente wil met 50% lokaal eigendom en geeft richting aan het gesprek met de initiatiefnemer voorafgaand aan de formele besluitvormingsprocedure over het project.

Voorbeeld Een voorbeeld is het Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland, dat ook toegepast is bij het windpark Zeewolde: 'Bewoners en ondernemers krijgen gelegenheid om financieel te participeren, waarbij geldt:

1

Voor voorbeelden zie het document ‘Lokaal eigendom in beleid’.

5

−

dat in ieder geval bewoners en ondernemers in het projectgebied de gelegenheid krijgen om op gelijke voet financieel te participeren bij de ontwikkeling van nieuwe windmolens vanaf de eerste risicodragende fase,

−

dat in ieder geval alle bewoners en ondernemers in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland gelegenheid krijgen om financieel te participeren in de exploitatie,

−

dat beide vormen van financiële participatie eerlijk, eenvoudig en evenwichtig moeten zijn vormgegeven.

Gedurende de exploitatie van de windmolen draagt de initiatiefnemer bij aan kwaliteitsverbetering in de omgeving van de nieuwe windmolens met een gebiedsgebonden bijdrage van gemiddeld € 1.050 per MW per jaar, iedere vijf jaar te indexeren, waarbij het af te dragen bedrag desgewenst per jaar kan variëren. Bij de totstandkoming van het project stelt de initiatiefnemer omwonenden en andere betrokkenen in de gelegenheid om te participeren in de planvorming.'

Bron: https://windplanblauw.nl/wp-content/uploads/2018/09/regioplan-windenergie-zuidelijk-en-oostelijk-flevoland-geconsolideerde-versie-19apr16.pdf Participerende rol Ook in deze rol worden zon- en windprojecten gerealiseerd door derden en biedt de gemeente kaders via beleid, verleent planologische medewerking en de omgevingsvergunning. Daarnaast pakt de gemeente een actieve, privaatrechtelijke rol als grondeigenaar. De gemeente stelt gemeentelijke gronden beschikbaar voor de ontwikkeling van zon- en windprojecten in de vorm van een zakelijk recht waar een marktconforme (grond)vergoeding voor betaald moet worden. Voordelen • Gemeente kan makkelijker voorwaarden creëren om 50% lokaal eigendom en maatschappelijk rendement te realiseren. • Gemeente hoeft minder eigen kennis, kunde en formatie in te zetten voor ontwikkeling van een wind- of zonnepark. • Gemeente hoeft niet zelf te investeren en loopt dus geen financieel risico. • Gemeente krijgt een marktconforme vergoeding voor de gronden. • Gemeente stuurt (meer) actief op realisatie van haar duurzame energiedoelstellingen. Nadelen • Gronden kunnen niet meer of minder goed worden gebruikt voor andere maatschappelijke doelen. • Een openbare aanbesteding brengt kosten met zich mee. • Gemeente beoordeelt initiatieven op eigen gronden en krijgt hiermee deels een dubbelrol die soms lastig uit te leggen is aan inwoners.

Lokaal eigendom Vanuit de participerende rol kan de gemeente op twee manieren invulling geven aan 50% lokaal eigendom: door gronden ter beschikking te stellen aan een lokale energiecoöperatie of via een openbare aanbesteding. In het laatste geval kan de gemeente in de uitvraag van de aanbesteding een beoordelingscriterium m.b.t. 50% lokaal eigendom opnemen. Ook hier moet de gemeente duidelijk aangeven wat onder 50% lokaal eigendom wordt verstaan en wat van de initiatiefnemer wordt verlangd. NB: Van belang is wel dat 50% lokaal eigendom als één van de beoordelingscriteria wordt opgenomen en niet als hét beoordelingscriterium. De vorm waarin gemeenten eigen gronden ter beschikking kunnen stellen aan lokale energiecoöperaties zijn het vestigen van een recht van opstal, het vestigen van een recht van erfpacht of het verkopen van een stuk grond. Bij deze drie methoden moet nog uitgezocht worden of het aanbestedingsrecht van toepassing is. Twee zaken zijn hierbij van belang. •

Een gemeente mag geen nadere eisen stellen dan zij op basis van hun publiekrechtelijke bevoegdheden tot hun beschikking hebben. Zo mogen gemeenten geen voorwaarden stellen over de wijze waarop een energieproject geëxploiteerd moet worden. Dat wil zeggen dat zij een stuk grond 'eenvoudig' of 'zuiver' ter beschikking moeten stellen aan een lokale coöperatie.

•

Ook moet de grondtransactie marktconform gebeuren om niet in strijd met het staatssteunrecht te handelen.

Voor meer informatie: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/11/Locaties%20voor%20energiecooperaties.pdf Voorbeeld Een voorbeeld van invulling van deze rol is de gemeente Barendrecht die een aanbestedingstraject start voor een zonnepark op eigen grond en participatie als voorwaarde stelt bij aanbestedingseisen. 'De gemeente Barendrecht wil een zonnepark realiseren nabij de 1e Barendrechtseweg, tussen treinspoor nabij de A15. Voor de invulling van het driehoekige gebied, 'De Punt' genaamd, is de gemeente een aanbesteding gestart.

6

Het betreft een gebied van zo'n 2 hectare, een voormalig gronddepot van ProRail. Wethouder Tanja de Jonge (Duurzaamheid): "Eén belangrijke voorwaarde voor de aanbesteding is de participatie van bewoners en bedrijven in Barendrecht in dit park." Inwoners en ondernemers moeten financieel kunnen participeren in het project. Inschrijvers voor de aanbesteding moeten hiervoor een participatieplan opstellen.' Bron: https://barendrechtnu.nl/nieuws/barendrecht/31105/gemeente-start-aanbesteding-voor-zonnepark-de-punt-langs1e-barendrechtseweg-en-a15 Ontwikkelende/Investerende rol In een zuiver ontwikkelende/investerende rol pakt de gemeente een actieve en met name privaatrechtelijke rol, door zelf te investeren in zon- en windprojecten en deze te realiseren. Dit betekent dat de gemeente zelf energie gaat produceren, zelf kan beslissen wat zij met de opbrengsten doet en met welke (lokale) partijen zij wil samenwerken.

Daarnaast behoudt de gemeente uiteraard haar publiekrechtelijke rol: bieden van kaders via beleid en het verlenen van planologische medewerking en de omgevingsvergunning. Dit betekent ook dat de gemeente haar eigen initiatieven gaat beoordelen. Voordelen • Gemeente is niet afhankelijk van derden om haar duurzame energiedoelstellingen te realiseren. • Gemeente kan door samen te werken met lokale energiecoöperaties eenvoudig 50% lokaal eigendom en maatschappelijk rendement realiseren vanuit de privaatrechtelijke rol als grondeigenaar. Nadelen • Gemeente moet eigen kennis, kunde en formatie inzetten voor de ontwikkeling van een wind- of zonnepark. Iets waar zij over het algemeen niet op is ingericht. • Gemeente moet zelf investeren en loopt dus financieel risico. • Gemeente beoordeelt haar eigen initiatieven en krijgt hiermee een dubbelrol die soms lastig uit te leggen is aan inwoners. Lokaal eigendom Vanuit de ontwikkelende/ investerende rol kan een gemeente volledig zelf invulling geven aan het streven naar lokaal eigendom door mede-eigenaarschap of door de rendementen uit de zon- en windprojecten in een omgevingsfonds te storten en inwoners (mede)zeggenschap over de besteding te geven. Voorbeeld Een voorbeeld is te vinden in de gemeente Steenwijkerland.

Deze gemeente heeft 1,5 hectare grond op het industrieterrein de Boterberg in eigendom en ontwikkelt hier samen met de Energie Coöperatie Oldemarkt (ECO) een zonnepark. Het park zal energie leveren voor 40 huishoudens in Oldemarkt en voor alle 1.200 rioolgemalen van Steenwijkerland. Bron: https://steenwijkercourant.nl/artikel/1058497/zonnepark-oldemarkt-maakt-wereld-stukje-duurzamer.html

9.

Wat kunnen gemeenten doen om 50% lokaal eigendom mogelijk te maken?

Hieronder noemen we de belangrijkste acties die gemeenten kunnen ondernemen om 50% lokaal eigendom bij de realisatie van zon- en windparken mogelijk te maken. In het kader van onze opdracht kiezen we niet voor uitputtende beschrijvingen. Temeer omdat op internet vele voorbeelden te vinden zijn van hoe gemeenten e.e.a. hebben aangepakt en uitgewerkt. Zoals gezegd: het is van groot belang dat je als gemeente in je beleid duidelijk vastlegt wat je wilt en wat je van initiatiefnemers verwacht als het gaat om lokaal eigendom. Hieronder een aantal concrete zaken die je als gemeente in lokaal beleid kunt vastleggen: •

Verklaar dat de participatieparagraaf uit het Klimaatakkoord van toepassing is.

•

Verklaar dat de gedragscodes van Holland Solar en de NWEA van toepassing zijn. De brancheverenigingen Holland Solar en NWEA hebben beiden gedragscodes waarin lokaal eigendom en participatie zijn vastgelegd. Beiden hebben procedures indien leden zich niet aan de bepalingen houden, zoals aan het streven naar 50% eigendom. Ook kunnen gemeenten ondertekening van deze gedragscodes als criterium opnemen bij een aanbesteding.

•

Geef een heldere definitie van lokaal eigendom. Bijvoorbeeld: "Lokaal eigendom is primair economisch en juridisch eigenaarschap of aandeelhouderschap door een lokale coöperatie, waarvan de leden bij voorkeur in de directe omgeving van het wind- of zonnepark wonen. Bij eigendom is altijd sprake van financiële participatie: de omgeving investeert mee, deelt in het rendement, draagt risico en heeft zeggenschap over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het energiepark."

•

Leg een inspanningsverplichting op aan initiatiefnemers om:

7

−

− •

samen met de omgeving te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om ten minste 50% lokaal eigendom mogelijk te maken (al dan niet in coöperatieve vorm) vanaf het begin van de projectontwikkeling tot en met de exploitatie; de hierover met de omgeving gemaakte afspraken vast te leggen in een omgevingsovereenkomst, participatieen/of profijtplan.

Om meer zekerheid te krijgen kan een gemeente in beleid vastleggen dat het coöperatief gehalte van het initiatief wordt bepaald aan de hand van een zogenaamd profijtplan. Hierin kan bijvoorbeeld worden vastgelegd: −

− − −

de hoeveelheid dividend of rente op het eigen vermogen de (commerciële en lokale) eigenaren o.b.v. rendementsverwachtingen krijgen en zo inzichtelijk te maken of er sprake is van gelijkwaardigheid tussen commerciële en lokale eigenaren; welke grondvergoeding aan lokale eigenaren wordt betaald; hoe hoog de afdracht aan een eventueel omgevings- of gebiedsfonds bedraagt; hoe de zeggenschap over de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het energiepark is geregeld.

•

Het is ook mogelijk om te definiëren wat onder 'omgeving' wordt verstaan. Bijvoorbeeld: "Als omgeving wordt gedefinieerd een cirkel met een straal van 20 maal de tiphoogte van een windmolen of het gebied binnen een cirkel met een straal van 2 km vanuit het midden van het zonnepark." NB: Het risico van een vooraf bepaalde definitie is dat een groep omwonenden zich toch uitgesloten voelt. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om per project met de initiatiefnemers de omgeving te bepalen, bijvoorbeeld op basis van het criterium: 'wie draagt de lasten van dit energiepark'. De omgeving en omwonenden beperken zich niet tot de gemeentegrenzen.

•

Als je als gemeente serieus werk wilt maken van 50% lokaal eigendom, dan is een coöperatieve vorm de meest voor de hand liggende optie. Het is dan ook van belang om als gemeente te investeren in (de versterking) van lokale energiecooperaties, zodat zij als volwaardige partner kunnen deelnemen aan projecten. Dat kan op veel manieren. Het begint ermee dat je in je beleid en de communicatie duidelijk maakt dat je lokale coöperaties een belangrijke rol geeft in de energietransitie. Daarnaast kan je denken aan: − − − − − −

Het aanwijzen van één aanspreekpunt (per gemeente of regionaal), waar energiecoöperaties terecht kunnen met vragen over de wet-, regelgeving, beleid en processen. Het verlenen van (start)subsidies, bijvoorbeeld voor externe ondersteuning/advisering. Garant te staan voor leningen die de coöperatie aangaat. Contacten te leggen met landelijke en regionale partijen die energiecoöperaties ondersteunen. Contact leggen met investeringsfondsen. Belangrijk voorbeeld is het Renewable Energy Fonds van de BOM in combinatie met de Zonnebank voor de financiering van de ontwikkelfase. Praktisch: indien gewenst beschikbaar stellen van vergaderruimtes, koffie en thee.

10. Wat kunnen provincie en waterschappen doen om 50% lokaal eigendom mogelijk te maken? Wat kunnen de waterschappen doen? Waterschappen zijn eigenaar van vele gronden in de regio. Als grondeigenaar kunnen zij dezelfde rol pakken als gemeenten in hun ontwikkelende/Investerende rol. In deze rol pakken de waterschappen een actieve, privaatrechtelijke rol, door zelf te investeren in zon- en windprojecten en deze te realiseren. In deze rol kan een waterschap zelf beslissen met welke (lokale) partijen zij wil samenwerken. Wat kan de provincie doen? Daar waar 'gemeente' staat, kan in de meeste gevallen ook 'provincie' gelezen worden. Op dit moment staat lokaal eigendom niet of nauwelijks omschreven in de Interim Omgevingsverordening van de provincie. Windmolens zijn mogelijk als "(…) de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project" (artikel 3.37). Voor zonnevelden (artikel 3.41) is 'de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren' niet benoemd. • •

De provincie kan – net als gemeenten – een inspanningsverplichting om te komen tot lokaal eigendom als voorwaarde opnemen in haar beleid. De provincie is bevoegd gezag voor windparken met een vermogen tussen de 5 en 100 MW. Op termijn wordt de provincie ook bevoegd gezag voor zonneparken tussen de 50 en 100 MW. Zij kan lokaal eigendom als voorwaarde (inspanningsverplichting voor initiatiefnemer) stellen bij het overdragen van deze bevoegdheid aan een gemeente.

Voordelen • •

De provincie creëert door haar beleid een gelijk speelveld voor alle Brabantse gemeenten op het gebied van lokaal eigendom. Initiatiefnemers die in Brabant een wind- of zonnepark willen neerzetten weten waar ze qua lokaal eigendom aan toe zijn.

8

•

De provincie geeft concreet invulling aan de wens van GS om meer draagvlak te organiseren voor wind- en zonneparken.

11. Inzicht in de business case zon en wind Bij de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van zon- en/of windparken spelen vele aspecten. Om een beter inzicht te krijgen in mogelijke effecten van lokaal eigendom op de business case van projecten is adviesbureau Greenspread gevraagd hierin inzicht te verschaffen. De rapportage vindt u in bijlage 2 In bijlage 1 zijn de data van de verschillende cases ter vergelijking in overzichten onder elkaar gezet. De kosten kunnen gerubriceerd worden als: bouw/realisatiekosten en beheerskosten. De baten zijn: opbrengst van de verkoop van de stroom en garantie van oorsprong (GVO’s) en subsidie. Op de financiering gaan wij hieronder verder op in.

De 2 voorbeeldprojecten voor zon en wind In de voorbeelden die Greenspread heeft uitgewerkt zijn ze uitgegaan van een zonnepark met 20.500 panelen ( 10 ha) met een vermogen van 9,2 MWp en van een windpark van 5 windmolens met een totaal vermogen van 21 MWp. En in beide gevallen is uitgegaan van de meest optimale situatie, maar wel met de zonuren en windsnelheden die er in NoordOostBrabant realistisch zijn. Uiteraard kan dat per locatie net wat verschillen. Financiering Een zonne- of windpark kan op verschillende wijzen gefinancierd worden. Ook als de omgeving door middel van lokaal eigendom meedoet zijn er verschillende varianten mogelijk. Een aantal mogelijkheden daarvan zijn: 1. 100% eigen vermogen door de lokale partij. 2. 80% vreemd vermogen en 20% eigen vermogen. Het vreemde vermogen wordt vaak door de bank gefinancierd. 3. 50% lokaal eigendom, waarbij er een samenwerking is tussen een commerciële ontwikkelaar en een lokale partij. Ieder zorgt voor 40% vreemd vermogen en 10% eigen vermogen. 4. 80% vreemd vermogen en dan 20% eigen vermogen, waarvan een deel van het eigen vermogen via de postcoderoosregeling (PCR) wordt gefinancierd. In veel gevallen is het deel postcoderoosregeling voor de lokale partij en het andere gedeelte voor de commerciële partij. 5. 80% vreemd vermogen en 10% eigen vermogen en 10% crowdfunding.

Het rendement voor de partijen bij 50% lokaal eigendom De investeringskosten, opbrengsten en rendementen verschillen per project. Onder andere de omvang van het project heeft daar invloed op, of er eventuele schaduwwerking is op de projectlocatie, en hoe vlak de locatie is heeft bijvoorbeeld ook invloed bij het plaatsen van zonnepanelen. Zoals genoemd bij de voorbeeldprojecten is in de rapportage uitgegaan van de meest optimale situatie, per project kunnen er duidelijke verschillen zijn en zullen de rendementen ook afwijken. Met deze voorbeeldprojecten ligt het rendement voor het zonproject tussen de 5% en de 16,8% op het eigen vermogen. Dit verschilt per financieringsvorm. Doordat het rendement op het vreemd vermogen (momenteel) ca 2,2% is, wordt er een hefboom gecreëerd waardoor het rendement op het eigen vermogen toeneemt. Voor zowel de lokale partij als een commerciële ontwikkelaar kan een samenwerking tot een nog hoger rendement leiden. Dit is het geval als het eigen vermogen deels wordt gefinancierd door de postcoderoos of door crowdfunding. Bij de postcoderoos komt het doordat het subsidiebedrag per KWh hoger ligt, bij crowdfunding ontstaat de hefboom, doordat de crowdfunders 5% rendement wordt aangeboden. Dat rendement ligt dus lager dan het rendement van de ontwikkelaar en het lokale initiatief.

Bij de vorm 50% lokaal eigendom waarbij ieder de helft inbrengt, is die extra hefboom niet van toepassing voor de commerciële ontwikkelaar en neemt voor de lokale partij zelf het rendement op eigen vermogen af, indien de bank een hoger rendement vraagt dan die 2,2%. Met het voorbeeldproject voor wind ligt het rendement tussen de 5% en de 14,5% op het eigen vermogen. Ook hierbij geldt dat het verschilt per financieringsvorm en dat er een hefboom gecreëerd kan worden door 80% door de bank te laten financieren tegen een rente van 2,2%. Ook de samenwerking tussen een commerciële partij en een lokale partij kan bij windprojecten een extra hefboom creëren waardoor het rendement op eigen vermogen kan toenemen. Dat is gelijk aan de conclusie die bij het zonproject is getrokken. Naast 50% lokaal eigendom ook nog afdrachten aan een omgevingsfonds en/of omwonendenregeling? Met Greenspread hebben we het ook gehad over de mogelijkheden voor een afdracht aan een omgevingsfonds en in hoeverre daarvoor ruimte is in de business case van de voorbeeldprojecten. Een afdracht aan een fonds kan op basis van twee varianten: opgesteld vermogen (MWp) of jaarlijkse productie (GWh). De jaarlijkse productie kan fluctueren, het opgesteld vermogen blijft de gehele looptijd van het project gelijk.

Voor het rendement op het totale project (dit is niet gelijk aan het rendement op eigen vermogen), maakt het niet uit welke variant er gekozen wordt. Voor het fonds Van het zonneproject ontlopen de varianten elkaar ook niet veel. De hoogte van de afdracht maakt wel behoorlijk uit voor de omvang van het fonds. Voor het windproject zien we wel een duidelijk verschil tussen de twee varianten. Op basis van de jaarlijkse productie kan het fonds behoorlijk toenemen en soms zelfs kan verdrievoudigen ten opzichte van de afdracht op basis van het

9

opgestelde vermogen. Wel geeft een afdracht op basis van de jaarlijkse productie wat meer werk met zich mee, omdat het verschilt per jaar. Ook bij wind maakt de hoogte van de afdracht ook veel uit voor het fonds en wat minder voor het projectrendement. De conclusie is dat er in een gemiddelde business case ruimte is voor verschillende vormen van lokaal eigendom én een afdracht in een omgevingsfonds, aan dit laatste zit wel een maximum uiteraard aan wat er gevraagd kan worden. De hoogte daarvan bepaalt in hoeverre er ook nog ruimte is voor een omwonendenregeling. Uiteraard zal dit per project bekeken moeten worden. 12. Advies van de klankbordgroep De klankbordgroep was van mening dat er nu een goed verhaal ligt een grote verbetering t.o.v. de eerdere versie. Ze gaven de volgende aandachtspunten mee: 1. Hoe passen gemeenten de ondersteuningsstructuur toe? 2. Er is samenhang met het overwegingskader. De klankbordgroep benadrukt deze handreiking daar terug zou moeten komen om dit waardevolle stuk meer plek te geven. 3. Juridisch staat het nog niet helemaal correct omschreven. Hier komen ze nog met een inhoudelijke reactie via de mail. 4. De BMF benadrukt dat hier wel inbreng voor geleverd is maar niet alles wat zij hebben ingebracht is meegenomen. De werkgroep is als volgt met deze vier punten omgegaan: 1.

Hoe gemeenten de ondersteuningsstructuur gaan toepassen is aan de individuele gemeenten. De handreiking is ‘slechts’ een bespreekstuk voor gemeenten om richting te bepalen en niet hoe het uitgewerkt moet worden. 2. De samenhang met het overwegingskader hebben we aangekaart bij de betreffende werkgroep. 3. We staan open voor extra input om nogmaals samen te kijken naar de juridische formulering. Tot op heden hebben we nog geen inhoudelijke vervolgreactie ontvangen. Wel is zeker dat gemeenten een inspanningsverplichting mogen afdwingen door het als voorwaarde voor planologische medewerking op te nemen in gemeentelijk beleid. De werkgroep is zich bewust dat gemeenten het resultaat van de inspanning (de uitkomst) niet kunnen afdwingen. Dat is grofweg de strekking van wat er nu staat. 4. Vanuit de BMF is zoals aangegeven apart inhoudelijke input gekomen. We zijn tot een overeenstemming gekomen op alle punten en hebben op drie onderdelen de formulering aangepast. Het enige dat de werkgroep niet heeft overgenomen is in de opsommingslijst van wat gemeenten kunnen doen, het ondersteunen van een regionale ondersteuningsstructuur van lokale energiecoöperaties. De werkgroep heeft besloten dit onderdeel niet over te nemen omdat het geen wens vanuit gemeenten is.

10

Bijlage I Vermogen

Opwek 1e jr

investering

20.500 9,2 MWp 5 21,0 MWp

9.153,2 MWh 57.750,0 MWh

€ 5.205.965,€26.181.000,-

Aantal Zonnepark Windpark

Financierings kosten € 115.400,€ 626.163,-

Beheer / jr

Inkomsten / jr

€ 123.141,€1.288.282,-

€ 647.493,€3.477.327,-

Financieringsvarianten voor het zonnepark In de rapportage zijn een aantal financieringsvarianten uitgewerkt: Z1: 100 % eigen vermogen, Z2: 80% vreemd vermogen en 20 % eigen vermogen Z3: 80% vreemd vermogen en 20 % eigen vermogen met deel postcoderoosregeling Z4: 80% vreemd vermogen en 10 % eigen vermogen en 10% crowdfunding Z5: 50/50 deelname ontwikkelaar en lokaal initiatief waarbij elke partij 80% bancair en 20% eigen vermogen inbrengt. Wijze van financiering

Investering e.v.

terugverdientijd

Rendement (e.v.)

Winst over 25 jaar

€ 5.205.965,-

10,9 jaar

6,8 %

€ 4.902.801,-

Z2 project 80/20%

€ 5.321.408,-

10,9 jaar

6,8 %

€ 4.787.801,-

Z2 80%

€ 4.164.772,-

15,0 jaar

2,2 % ann.

€ 4.861.880,-

Z2 20%

€ 1.156.636,-

8,5 jaar

12,5 %

€ 3.723.700,-

Z3 project PCR

€ 5.321.408,-

10,4 jaar

8,4 %

€ 6.189.257,-

Z3 80%

€ 4.164.772,-

15,0 jaar

2,2 % ann.

€ 4.861.880,-

Z3 20% - PCR

€

185.426,-

Geen opgave

Z3 PCR

€

872.435,-

6,8 jaar

14,7 %

€ 1.301.491,-

Z4 project CF

€ 5.321.408,-

10,9 jaar

6,8 %

€ 4.787.801,-

Z4 80%

€ 4.263.547,-

15,0 jaar

2,2 % ann.

€ 4.861.880,-

Z4 10%

€

532.096,-

6,9 jaar

16,3 %

€ 3.150.750,-

Z4 10% CF

€

532.096,-

5,0 %

Geen opgave

8,4 %

€ 6.189.257,-

Volledige financiering met eigen vermogen (e.v.) Z1 100% e.v. Financiering 80% bancair en 20% e.v.

Financiering met gedeelte postcoderoos

Financiering met 10% crowdfunding

Financiering 50% lokaal eigendom Z5 project 50/50

€ 5.321.408,-

10,4 jaar

Z5 80% ontw

€ 2.128.563,-

15,0 jaar

2,2 % ann.

€ 2.430.940,-

Z5 20% ontw

€

532.141,-

8,5 jaar

12,5 %

€ 2.128.573,-

Z5 80% lokaal

€ 2.128.563,-

15,0 jaar

5,0 % ann.

€ 3.130.219,-

Z5 20% lokaal

€

11,1 jaar

8,8 %

€ 1.342.507,-

532.141,-

In bovenstaand overzicht zijn de eigendomsvarianten 20% eigen vermogen, postcoderoos, crowdfunding en een 50/50 verdeling tussen exploitant en lokaal initiatief weergegeven. Omgevingsfonds zonnepark Het realiseren van maatschappelijk rendement kan behalve via een eigendomsconstructie ook bereikt worden door afdracht in een omgevingsfonds. Voor het zonne- en windpark is op basis van verschillende afdracht-bedragen per opgesteld vermogen (MWp) en jaarlijkse productie (GWh) weergegeven wat het effect is op het rendement en wat het cumulatieve bedrag aan afdracht is over een exploitatietermijn van 25 jaar.

11

Bij een doorgaans project van Greenspread wordt voor de afdracht in een omgevingsfonds € 250 / MWp gerekend. Om daarmee aan te geven dat de oplopende bedragen niet direct realistisch zijn om te eisen van een projectontwikkelaar. Echter is voor een projectontwikkelaar doorgaans een minimum van 4% projectrendement nodig om tot realisatie te komen. Elk project is daarvoor op zichzelf staand. Ieder project is maatwerk en heeft eigen haken en ogen. Afdracht fonds € 250 / MWp € 500 / MWp € 1.000 / MWp € 2.000 / MWp

Afdracht fonds/jaar (€) € 2.303 € 4.606 € 9.212 € 18.424

Cumulatief (25 jaar) € 57.575 € 115.150 € 230.300 € 460.600

Projectrendement 6,6% 6,5% 6,2% 5,7%

€ 250 / GWh € 500 / GWh € 1.000 / GWh € 2.000 / GWh

€ 2.288 € 4.577 € 9.153 € 18.306

€ 57.200 € 114.400 € 228.800 € 457.600

6,6% 6,5% 6,2% 5,7%

De invloed van een afdracht is in bovenstaande tabel in beeld gebracht voor het projectrendement. Het rendement op het eigen vermogen voor een ontwikkelaar/exploitant en lokaal initiatief is in de regel hoger dan het projectrendement! Financieringsvarianten Windpark In de rapportage zijn een aantal financieringsvarianten uitgewerkt: W1: 100 % eigen vermogen W2: 80% vreemd vermogen en 20 % eigen vermogen W3: 80% vreemd vermogen en 20 % eigen vermogen met deel postcoderoosregeling W4: 80% vreemd vermogen en 10 % eigen vermogen en 10% crowdfunding W5: 50/50 deelname ontwikkelaar en lokaal initiatief waarbij elke partij 80% bancair en 20% eigen vermogen inbrengt. Wijze van finan-

Investering e.v.

terugverdientijd

Rendement (e.v.)

Winst over 25 jaar

€ 26.181.000,-

11,5 jaar

5,8 %

€ 18.652.401,-

W2 project

€ 26.807.163,-

10,7 jaar

5,5 %

€ 18.026.238,-

W2 80%

€ 21.445.730,-

15,0 jaar

2,2 % ann.

€ 23.687.990,-

W2 20%

€ 5.361.433,-

9,6 jaar

9,5 %

€ 7.869.282,-

W3 project

€ 26.807.163,-

11,1 jaar

6,2 %

€ 19.960.856,-

W3 80%

€ 21.445.730,-

15,0 jaar

2,2 % ann.

€ 23.687.990,-

W3 20% -PCR

€ 4.039.433,-

Geen opgave

W3 PCR

€ 1.322.000,-

6,8 jaar

12,1 %

€ 1.612.574,-

W4 project

€ 26.807.163,-

10,7 jaar

5,5 %

€ 18.026.238,-

W4 80%

€ 21.445.730,-

15 jaar

2,2 % ann.

€ 23.687.990,-

W4 10%

€ 2.680.716,50

7,8 jaar

14,8 %

€ 8.093.592,-

W4 10% CF

€ 2.680.716,50

5,0 %

Geen opgave

ciering Volledige financiering met eigen vermogen (e.v.) W1 100% Financiering 80% bancair en 20% e.v.

Financiering met gedeelte postcoderoos

Financiering met 10% crowdfunding

12

Financiering 50% lokaal eigendom W5 project 50/50

€ 26.807.163,-

10,7 jaar

5,5 %

€ 9.013.119,-

W5 80% ontw

€ 10.722.865,-

15,0 jaar

2,2 % ann.

€ 11.843.995,-

W5 20% ontw

€ 2.680.716,-

9,6 jaar

9,5 %

€ 3.934.641,-

W5 80% lokaal

€ 10.722.865,-

15,0 jaar

5,0 % ann.

€ 13.505.515,-

W5 20% lokaal

€ 2.680.716,-

12,2 jaar

7,9 %

€ 2.273.121,-

In bovenstaand overzicht zijn de eigendomsvarianten 20% eigen vermogen, postcoderoos, crowdfunding en een 50/50 verdeling tussen exploitant en lokaal initiatief weergegeven. Omgevingsfonds Windpark Ook voor het windpark is in onderstaande tabel op basis van verschillende afdracht-bedragen per opgesteld vermogen (MWp) en jaarlijkse productie (GWh) weergegeven wat het effect is op het rendement en wat het cumulatieve bedrag aan afdracht is over een exploitatietermijn van 25 jaar. Afdracht fonds € 250 / MWp € 500 / MWp € 1.000 / MWp € 2.000 / MWp

Afdracht fonds/jaar (€) € 5.250 € 10.500 € 21.000 € 42.000

Cumulatief (20 jaar) € 105.000 € 210.000 € 420.000 € 840.000

Projectrendement 6,2% 6,2% 6,1% 6,0%

€ 250 / GWh € 500 / GWh € 1.000 / GWh € 2.000 / GWh

€ 14.438 € 28.875 € 57.750 € 115.500

€ 288.750 € 577.500 € 1.155.000 € 2.310.000

6,1% 6,1% 5,9% 5,5%

Samenvatting rendement voor lokale initiatieven Exploitatie zon Z1: 100% eigendom en 100% eigen vermogen Z2: 100% eigendom en 20% eigen vermogen Z3: PCR Z4: Crowdfunding 10% Z5: 50/50% exploitatie met 20% eigen vermogen

Rendement voor leden 6,8% 12,5% 14,7% 5,0% 8,8%

Exploitatie wind W1: 100% eigen vermogen met 100% eigen vermogen W2: 20% eigen vermogen met 20% eigen vermogen W3: PCR W4: Crowdfunding 10% W5: 50% exploitatie met 20% eigen vermogen

Rendement voor leden 5,8% 9,5% 12,1% 5,0% 7,9%

13

Bijlage 2 RAP01i - Business modellen zon wind.pdf

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9968358/1