BIjlage 4a- Handreiking afwegingskader landschap
Tekst van het document
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Inpassen: zonneweiden passend bij het landschap
32
Pas op met het realiseren van zonneweiden op VAB’s (Vrijgekomen Agrarische Bebouwing)
Leg geen zonneweiden aan in de mantels van natuurgebieden
Het op pragmatische wijzen vullen van VAB’s met zonneweiden is landschappelijk onwenselijk. Het levert een rommelig en versnipperd landschappelijk beeld op, dat vaak ook nog eens haaks staat op het geambieerde recreatieve en toeristische gebruik van een gebied zoals bijvoorbeeld het Groene Woud. Een ambitie die juist vanuit de potentieel waardevolle VAB’s kan worden versneld.
De groenblauwe mantel is een zone tussen een natuurgebied en het agrarische gebied waarin het beleid gericht is op de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap1. Zonneweiden horen hier in principe niet thuis.
VAB’s binnen de bebouwde omgeving (kernen) of direct aangrenzend daaraan bieden goede kansen voor de toepassing van zonneweiden. Hierbij gelden dezelfde overwegingen als voor zonneweiden nabij kernen. Een Brabantbrede sloopregeling voor VAB’s in combinatie met een planmatige kavelruil kan helpen de versnippering van zonneweiden te voorkomen, een kwaliteitsverbetering in het buitengebied te bewerkstelligen en tegelijkertijd een financieel perspectief te bieden aan stoppende boeren.
Er is nog weinig bekend over de (lange termijn) effecten van zonneweiden op natuur en biodiversiteit2 en de locatie nabij natuurgebieden is vaak niet logisch. Landschappelijk niet - de landschappelijke logica van een ‘stedelijke’ zonneweide nabij een natuurgebied ontbreekt. Recreatief niet -de overgang van natuur naar landbouwgebied is in potentie een aantrekkelijke gradiënt in het landschap. Functioneel ruimtelijk niet - natuurgebieden liggen vaak op afstand van de afnemers. Bovendien is het op de lange termijn onwenselijk kostbare en moeilijk omkeerbare voorzieningen aan te leggen (kabels en infrastructuur) in gebieden waar de opwek van energie op de lange termijn onwenselijk is. Het is daarbij allerminst zeker dat na een generatie de opwek van zonne-energie op een plek niet meer nodig is. Daar waar de groenblauwe mantels het stedelijk gebied raken en waar infrastructuur beschikbaar is, kunnen er lokaal mogelijkheden zijn voor zonneparken in het kader van een gebiedsgerichte aanpak. 1 ro.brabant.nl/12269793-AFE0-480A-AD53-3F1E4428233F/t_ NL.IMRO.9930.vr11wijz04act1-on01_7.html 2 Van der Zee e.a. (2019), WUR, Zonneparken, natuur en landbouw.
33
Zonneweiden in de beekdalen zijn vanuit landschappelijk oogpunt onwenselijk. Waarbij we beekdalen definiëren als de beek en de direct aangrenzende, laaggelegen kavels aan weerszijden. Eventuele dode meanderarmen, rabatbossen en andere percelen die landschappelijkerwijs bij de beek behoren vallen ook onder de hier gehanteerde definitie van het beekdal. Beekdalen vormen een zeer belangrijke en continue landschappelijke structuur voor Noord(oost)-Brabant. Op veel plekken zijn de dalen zeer kleinschalig, zelfs idyllisch en hebben zij een hoge recreatieve en ecologische waarde. De continue structuur van de beekdalen is erg belangrijk voor de waterhuishouding van het gebied en zorgt voor de ecologische en recreatieve dooradering van het landschap. Zonneweiden in de directe nabijheid van de beken beïnvloeden de beleving van het meanderende water en het landschap negatief, en conflicteren met de in de nabije toekomst steeds belangrijker wordende rol als robuust systeem voor water (klimaatadaptatie, ecologie en recreatie). In bepaalde gebieden, op afstand van de beek en zijn directe invloedssfeer, zijn goed ingepaste, kleinschalige zonneparken denkbaar. Zij kunnen hier mogelijk een rol spelen in de waterhuishouding door landgebruik met hoge eisen ten aanzien van ontwatering te vervangen, waardoor
er minder drooglegging noodzakelijk is. Daarnaast kunnen met deze parken mogelijk revenuen gegenereerd worden die bijdragen aan het herstel van de beekdalen. Daar waar het beekdal zijn oorspronkelijke verloop heeft verloren door bijvoorbeeld kanalisatie, kan zonne-energie potentieel ingezet worden ten bate van het herstel van een natuurlijkere situatie. Dit gebeurt altijd in het kader van een integrale gebiedsopgave. Hierbij is de waterkwaliteit leidend. Wat in agrarische gebieden vaak zal leiden tot een gescheiden watersysteem met een waterzuiveringscomponent om vervuiling en verrijking van het water in het beekdalsysteem te voorkomen.
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Houd de beken en direct aangrenzende percelen (beekdalen) vrij van zonneweiden
34
Maak een bewuste afweging tussen pv-panelen en/of zonnecollectoren nabij woonkernen
Combineer wind en zon, maar alleen waar het past op een manier die past
Gezien de beperkte beschikbaarheid van alternatieve warmtebronnen in Noordoost-Brabant is het noodzakelijk lokaal af te wegen of de schaarse ruimte rond de kernen ingezet zal worden voor de opwek van elektriciteit (zon-pv) of warmte (zonnecollectoren), of een combinatie van beide (zon-pvt).
De combinatie van wind en zonne-energie is voordelig. De schaarse ruimte wordt zuinig en efficiënt gebruikt, beide vullen elkaar in opbrengst en het net kan efficiënt ingezet worden.
Zonnewarmte door middel van zonnecollectoren gaat in de warmtetransitie mogelijk een rol spelen. Welke rol en de grootte daarvan is nog onzeker. Om het warmteverlies te reduceren is het van belang dat afnemers zich in de nabijheid van een zonnecollectoren veld bevinden. Grondgebonden zonnecollectoren, of combinaties van zonnecollectoren en zonnepanelen, zullen daarmee vooral een plek vinden in en nabij de gebouwde omgeving. Dit is tevens een voorkeurslocatie voor zonneweiden. Om kostbare functieveranderingen zoveel mogelijk te voorkomen is het raadzaam lokaal af te wegen of een perceel beter geschikt is voor zon-pv, zonnecollectoren of een combinatie. In tegenstelling tot veel andere warmtebronnen- en systemen hebben zonnecollectoren op veld een duidelijk ruimtelijke impact. Deze is vergelijkbaar met die van zonnepanelen. Gezien hun locatie nabij kernen zal inpassing in de meeste gevallen de passende plaatsingsstrategie zijn.
Ook landschappelijk kan de combinatie van meerwaarde zijn. Met name bij een gebiedstransformatie tot een energielandschap. Vanwege hun schaalverschil hebben wind- en zonne-energie waarschijnlijk beide hun eigen landschappelijke verhaal. Vooral de combinatie met nieuwe infrastructuur - onderstations, maar mogelijk ook beheerwegen - biedt kansen voor een nieuw landschap. Afhankelijk van het landschap, de opgave, de gekozen plaatsingsstrategie, de ruimtelijke belangen, de specifieke omstandigheden en het gekozen energiesysteem is een locatie al dan niet geschikt voor een combinatie van winden zonne-energie.
landschapstype
mogelijk mogelijk mogelijk mogelijk
In bovenstaande tabel is voor de landschapstypen die vanuit landschappelijk perspectief potentieel geschikt zijn voor windenergie aangegeven onder welke plaatsingsstrategie een combinatie van wind -en zonne-energie landschappelijk passend zou kunnen zijn. Het gaat hierbij om een combinatie van windturbines met een reguliere, grondgebonden zonopstelling. Enige voorzichtigheid is wel geboden bij het combineren van wind -en zon. Met name bij zon is het lastig om ruimte voor ander gebruik te laten.Waar bijvoorbeeld landbouw en windenergie goed samengaan, staan landbouw en grondgebonden zonne-energie op gespannen voet. Daarnaast kan de combinatie conflicteren met de landschappelijke kwaliteiten van een locatie. Zo gaan open en weidse landschappen bijvoorbeeld goed samen met windenergie, maar een stuk minder goed met grondgebonden zonneparken. Dit vraagt om een afweging per locatie.
indien: transformeren
aanpassen
inpassen 35
+ + ++
+ ++
-+
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
komgronden Jonge (heide) ontginningen Maasterrasvlakte aansluitend bij industrie -en havengebieden
combinatie wind & zon
zoekgebieden zonne-energie: zonnekansenkaart
36
figuur 9: zoekgebieden zonne-energie/zonnekansenkaart op basis van de leidende principes zonne-energie. De kaart helpt als leidraad, per project/gebied is op lokaal niveau opnieuw een afweging te maken op basis van de leidende principes en de lokale situatie.
37
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
zoekgebieden* zonne-energie op basis voorkeursvolgorde voorkeur
uitgesloten
++
gebouw -en/of constructiegebonden
++
terreinen binnen bebouwd gebied: industrieterreinen
+-
terreinen binnen bebouwd gebied: woonkernen
+
percelen aan de randen van bebouwd gebied
-
landbouwgrond in landelijk gebied
--
landbouwgrond in de groenblauwe mantel
---
uitsluitingsgebieden
*gebieden waarbinnen naar geschikte locaties en/of percelen wordt gezocht voor de toepassing van wind- en/of zonne-energie
Plaatsingsstrategieën zonne-energie
38
figuur 10: passende plaatsingsstrategieën gebaseerd op de landschapstypen en gebiedskenmerken De kaart helpt als leidraad, per project/ gebied is op lokaal niveau opnieuw een afweging te maken op basis van de leidende principes en de lokale situatie.
39
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
plaatsingsstrategieën transformatie transformatie/aanpassing transformatie/aanpassing/inpassing aanpassing/inpassing inpassing
intermezzo: waarneming van windenergie in het landschap: 10 regels 1. Windmolens zijn van heel ver zichtbaar. Er is invloed op openheid en landschapsbeleving 2. De hoogte en de afstand van een turbine is moeilijk in te schatten. 40
3. Grote turbines maken objecten of structuren zoals een boerderij of dijk in de nabijheid klein. Dit noemen we schaalverkleining of dominantie van een turbine. 4. We onderscheiden 3 schaalniveaus met verschillende effecten van dominantie. - Micro niveau met grote dominantie (turbines tot circa 500 m afstand) - meso niveau met matige dominantie (turbines op ongeveer 2-5 kilometer) en macroniveau met beperkte dominantie (circa 10km) De dominantie hangt uiteraard af van de leegte van het landschap en de zichtbaarheid. Bijv. in de Waddenzee zijn hoge turbines ook op 10km nog dominant in de horizon. 5. Door windturbines te concentreren beperk je sterk het cumulatieve effect van de windturbines. Daarnaast blijven andere gebieden vrij. Bij extreme spreiding van windturbines heeft een groot deel van de bevolking een turbine op meso-afstand.
H A N D R E I K I N G
WA A R D E R I N G
L A N D S C H A P P E L I J K E
E F F E C T E N
VA N
W I N D E N E R G I E
124m, ver
80m, dichtbij
referentiebeeld: hoogte windturbines is lastig in te schatten
referentiebeeld: schaalverkleining en dominantie op microniveau
referentiebeeld: dominantie op mesoniveau
concentratie beperkt het cumulatieve effect van dominante windturbines
bij spreiding heeft een groot deel van de bevolking een trubine op mesoafstand
30
H + N + S '13
41
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
referentiebeeld: zichtbaarheid over grote afstand (beeld: H+N+S, Handreiking waardering landschappelijke effecten windenergie)
Windturbines aan de rand van het Grevelingen bij Herkingen, Goeree Overflakkee
6. Turbines hebben invloed op de ervaring van de natuurlijke en cultuurhistorische identiteit van een landschap. Mede door aanvullende bouwwerken, opstelplaatsen en weg- en kabelinfrastructuur. Er is ook een omgekeerde relatie: een landschap met een krachtige landschapsstructuren en een sterke identiteit heeft de waarnemer veel te bieden en beperkt de dominantie van een windturbine. 42
7. Locatiekeuze bepaalt de waarnemersgroep die turbines ziet (micro tot macro niveau) en de aantallen waarnemers. Meeste waarnemers bij een opstelling aan de autosnelweg. 8. Een windmolenopstelling kan betekenis in een landschap krijgen door een koppeling met landschapsstructuren zoals de rand van een polder, een snelweg, de landsgrens of een beekdal). 9. Mensen hechten betekenis aan windturbines (bv duurzaamheid/vervuiling) en aan landschapsstructuren (bv historie/ industrie). Afhankelijk van persoonlijke voorkeuren kunnen de betekenis van landschap en energie op een locatie elkaar versterken of botsen. 10. Regelmatige lijnopstellingen worden als rustiger beleefd dan cluster of zwermopstellingen. Nadeel van lijn: het vergt ruimte. Het rustige beeld verdwijnt als er een lijn dichtbij wordt geplaatst. Hiermee zijn lijnopstellingen beperkt uitbreidbaar.
in een open landschap is een windturbine dominanter aanwezig (beeld: ROM3D)
betekenis door een koppeling met landschapsstructuren
betekenis door een koppeling met landschapsstructuren
H A N D R E I K I N G
WA A R D E R I N G
L A N D S C H A P P E L I J K E
E F F E C T E N
VA N
W I N D E N E R G I E
12
lijnopstellingen worden als rustig beleefd
H + N + S '13
een zwermopstelling geeft een minder rustig beeld (beeld: H+N+S, Handreiking waardering landschappelijke effecten windenergie)
43
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
rijke landschappelijke structuur beperkt de dominantie van windturbines (beeld: ROM3D)
44
03. energiebouwstenen De RES opgave Noordoost-Brabant wordt ingevuld aan de hand van een aantal energiebouwstenen. Dit hoofdstuk laat de bouwstenen van wind- en zonne-energie zien en illustreert deze met referentiebeelden.
45
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
energiebouwstenen: wind
windakker
wind bij industrie- en havengebieden
windbos
46
windakker in de komgronden (beeld: bosch&slabbers)
windakker in de komgronden (beeld: cyclomedia)
windbos
nabij grootschalige industrie
wind langs infrastructuur
47
windakker in de jonge heideontginningen
windturbines langs grote infrastructuur
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
windbos
energiebouwstenen: zon
zon op dak
zon groot dak (bedrijven)
zon groot dak (agrarisch)
zon gekoppeld aan geluidschermen & parkeren
48
zon op dak
zon op groot dak (bedrijven)
zon op infrastructuur (parkeren)
zon op knooppunten
zon kleinschalig
zon grootschalig
zon op knoop
ppunten
zon op water
zon bij industrie-en havengebieden
zon op land grootschalig
zon op land kleinschalig
49
zon op infrastructuur (koppelen aan geluidschermen)
zon op water
zon kleinschalig
zon grootschalig
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
zon op groot dak (agrarisch)
50
04. afwegingen per landschapstype
De leidende principes zijn landschapstype overstijgend en algemeen. Per landschapseenheid zijn hierin nadere afwegingen te maken en kansen te benoemen.
51
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
landschapskaart Noordoost-Brabant
52
Land van Maas
Meijerij, Dommel en Aa
De Peel
Maasvallei
Het Dommeldal
De Peelrand
Rivierdal en Maas
Hoofdwaterloop Dommeldal
Peelrand: oude ontginningen
Maasterrasrand ontginningen
Ven
Peelrand: jonge ontginningen
Maasterrasvlakte ontginningen
Het Groene Woud
Wijstgrond
Maasheggengebied
Natte natuurparel
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Overige waterlopen
Overige waterlopen Oude ontginningen Land van Maas
Zandwinplas
Jonge heideontginningen
Bos
Maasvallei
Bos Rivierdal en Maas
Maaskant Rivierloop Maas
Maasterrasrand ontginningen
Uiterwaarden
Het Aa-dal Maasterrasvlakte ontginningen
Oeverwallen
Maasheggengebied Hoofdwaterloop Aa-dal
Komgronden
Overige waterlopen Het Groene Woud
Zandwinplas
Zandwinplas Overige waterlopen
Historische stad aan Maas
Bos Oude ontginningen
Hertogswetering
Land van Maas
Bos Meijerij, Land van Maas Dommel en Aa
Maasvallei
Zuiderwaterlinie Het Dommeldal Maasvallei
Jonge heideontginningen
Maaskant
Zandwinplas Maashorst Meijerij, Dommel en Aa Bos
Het Dommeldal Hoofdwaterloop Dommeldal
De Peelkern Ven Peelkern Het Groeneontginningen Woud Bos natuurparel Natte Overige waterlopen
Peel-Raamstelling
Oude ontginningen Linie Jonge heideontginningen Bos
Bos Dommel Meijerij, De Peel en Aa Rivierloop Maas
De Peel Naad van Brabant
Het Dommeldal De Peelrand Uiterwaarden
Het Aa-dal De Zandrug De Peelrand
Rivierdal en Maas
Rivierdal Vesting en Maas Hoofdwaterloop Dommeldal
oude ontginningen HoofdwaterloopPeelrand: Dommeldal Oeverwallen
Zandrug: oude ontginninge Peelrand: oude ontginningen Hoofdwaterloop Aa-dal
Maasterrasrand ontginningen
Maasterrasrand ontginningen Fort / Lunet / Redoute Ven
Ven Komgronden
Peelrand: ontginningen Zandrug: jonge ontginninge Het Groenejonge Woud
Maasterrasvlakte ontginningen
Maasterrasvlakte ontginningen Het Woud Traverse overlaten /Groene inundatievlakten
Het Groene Woud Wijstgrond Zandwinplas
Zandwinplas Wijstgrond Overige waterlopen
Maasheggengebied
Natte natuurparel Maasheggengebied
Natte natuurparel Peelrandbreuk en nevenbreuken Historische stad aan Maas
Peelrandbreuk enMaashorst nevenbreuken Oude ontginningen
Overige waterlopen
Overige waterlopen Overige waterlopen
Overige waterlopen Zandwinplas Hertogswetering
Bos Zandwinplas Jonge heideontginningen
Zandwinplas
Zandwinplas
Oude ontginningen
Oude ontginningen Maashorst Bos
Maashorst Bos
Bos
Bos
Jonge heideontginningen
Jonge heideontginningen Bos
Bos
Maaskant
Maaskant
Bos
Peelrand: jonge ontginningen
Zuiderwaterlinie Bos Vesting
De /Peelkern Fort / Lunet Redoute
Rivierloop Maas
Rivierloop Maas
Uiterwaarden
Het Aa-dal Uiterwaarden
Oeverwallen
Oeverwallen
Hoofdwaterloop Aa-dal
Hoofdwaterloop Bos Aa-dal
Komgronden
Komgronden
Het Groene Woud
Het Groene Woud
Zandwinplas
Zandwinplas
Overige waterlopen
Historische stad aan Maas
Historische stad Oude aan Maas ontginningen
Overige waterlopen Linie Oude ontginningen
Hertogswetering
HertogsweteringJonge heideontginningen
Jonge heideontginningen
Bos
Bos
Bos
Zuiderwaterlinie
Zuiderwaterlinie
Bos
Peelkern ontginningen Het Aa-dal Traverse overlaten / inundatievlakten
Peel-Raamstelling
De Peelkern Peelkern ontginningen Bos
Peel-Raamstelling Linie
53
Naad van Brabant
De Peelrand
De Zandrug
Onder- en overliggende structuren
Peelrand: oude ontginningen
Zandrug: oude ontginningen
Zuid-Willemsvaart
NNB
Peelrand: jonge ontginningen
Zandrug: jonge ontginningen
Snelwegen
Weidevogelgebieden
Wijstgrond
Zandwinplas
Provinciale wegen
RWS beheergebieden
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Maashorst
Spoorwegen
beekdalen
Zandwinplas
Bos
Kernen
Maashorst
Duits Lijntje
Bos
Peelrandbreuk en nevenbreuken
De Peel De Peelkern
Naad van Brabant
Peelkern ontginningen De Peelrand
De Zandrug
Onder- en overliggende structuren
Peelrand: oude ontginningen Bos
Zandrug: oude ontginningen
Zuid-Willemsvaart
NNB
Peelrand: jonge ontginningen
Zandrug: jonge ontginningen
Snelwegen
Weidevogelgebieden
Wijstgrond Linie Peelrandbreuk en nevenbreuken
Zandwinplas
Provinciale wegen
RWS beheergebieden
Maashorst
Spoorwegen
beekdalen
Zandwinplas
Bos
Kernen
Peel-Raamstelling
Maashorst
Duits Lijntje
Bos
Peelrandbreuk en nevenbreuken
De Peelkern Peelkern ontginningen Bos
Peel-Raamstelling Linie
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
De Peel
Cultuurhistorie: cultuurhistorische waardenkaart (CHW) via Provincie Noord-Brabant
54
55
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Legenda cultuurhistorische waardenkaart Cultuurhistorische landschappen
Archeologische monumenten
Cultuurhistorische waardevol gebied
B eschermde stads en dorpsge zichten
Historische geografie buiten de cultuurhistorische landschappen
Historische stedenbouw
Complex van cultuurhistorisch belang
Cultuurhistorische lijnen Zeer hoge waarde
Historisch groen Hoge waarde Archeologische landschappen Redelijk hoge waarde
Natuurwaardenkaart (provinciaal)
56
57
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Land van Maas
De P
Maasvallei
Uiterwaarden
Rivierloop Maas
Het Aa-dal
Vesting
Zuiderwaterlinie
Bos
Peelkern ontginningen
De Peelkern
Jonge heideontginningen
Bos
Jonge heideontginningen Hertogswetering Bos
Maashorst Oude ontginningen
Oude ontginningen Historische stad aan Maas
Zandwinplas Bos
Bos
ZandwinplasOverige waterlopen
Zandwinplas Overige waterlopen Overige waterlopen
Maaskant
Peelrandbreuk nevenbreuken Heten Groene Woud
Natte natuurparel Komgronden Maasheggengebied
Peel-
Bos
Maashors
Zandwinp
Zandrug: Traverse overlaten Wijstgrond Hoofdwaterloop Aa-dal / inundatievlakten
Oeverwallen Het Groene Woud Maasterrasvlakte ontginningen
De P Zandrug: Het Aa-dal Fort / Lunet / Redoute Peelrand: jonge ontginningen Ven
Maasterrasrand ontginningen
Uiterwaarden
De Zandrug Vesting Peelrand: oude ontginningen
De Peelrand Zuiderwaterlinie Rivierloop Maas Hoofdwaterloop Dommeldal
Maaskant Het Dommeldal Rivierdal en Maas
Maasvallei
Naad van
Zandwinplas
Bos
Oude Hertogswetering ontginningen
Overige waterlopen
JongeBos heideontginningen
Historische stad aan Maas Overige waterlopen
Maasheggengebied
De Peel
Natte Zandwinplas natuurparel
Maasterrasvlakte ontginningen
Bos Meijerij, Dommel en Aa
Ven Oeverwallen Komgronden Het Groene Woud
Maasterrasrand ontginningen
Uiterwaarden Hoofdwaterloop Dommeldal
Rivierloop Maas Het Dommeldal Rivierdal en Maas
De
Meijerij, Dommel en Aa Maaskant
Land van Maas
Bos
Zandwinplas
Overige waterlopen
Maasheggengebied
Maasterrasvlakte ontginningen
Maasterrasrand ontginningen
Rivierdal en Maas
Maasvallei
Land van Maas
Land van Maas
58
Land van Maas Het Land van Maas is het landschap gevormd door de Maas. Een landschap met twee gezichten, dat van de Maasvallei en dat van de Maaskant. Elk met hun eigen karakter maar onlosmakelijk met elkaar verbonden door de Maas.
Maas, Maasdal en uiterwaarden
Het stroomdal van de Maas
WIND. De Maas en de directe omgeving van de Maas (Maasdal en de uiterwaarden) ontlenen een deel van hun landschappelijke kwaliteit aan hun dimensie en aan hun continuïteit. Het is een van meest krachtige regionaal landschappelijke structuren in Noordoost-Brabant. Het plaatsen van windturbines in de directe nabijheid van de Maas tast deze kwaliteiten sterk aan. Daarnaast vormt de rivier een continue lijn door het landschap van Nederland die recreatief erg geliefd is en op nationale schaal een ‘vide’ of ongerept panorama (gebied waarin duurzame opwek niet nadrukkelijk aanwezig is) kan zijn.
Windenergie is wel mogelijk in grote, water gerelateerde industriegebieden langs de Maas, omdat de windturbines hier geassocieerd worden met het industriële landschap en niet met de rivier (bijvoorbeeld bij de Haven van Cuijk). Hier is een aangepaste maatvoering (tot 150m) van turbines wenselijk. Ook is hier een kleine afwijking van het minimum van 5 turbines denkbaar. ZON: zonneweiden binnen de directe invloedssfeer (uiterwaarden) van de rivier zijn onwenselijk. Het Maasdal met zijn uiterwaarden vormt een belangrijke bovenregionale recreatieve structuur waar een landschap ervaren kan worden zonder dominante invloed van zonneweiden. Het vormt een van de ongerepte panorama’s. Bovendien vraagt inpassing van zonnevelden in de relatief open uiterwaarden veel aandacht, aangezien we het landschap voornamelijk vanaf de hoger gelegen dijk beleven. In het kleinschalige, besloten Maasheggenlandschap zijn gezien de hoge cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarden zonneweiden onwenselijk. Op de grote plassen (Lithse Ham, Kraaijenbergseplassen) langs de Maas zijn drijvende zonnevelden voorstelbaar indien deze niet conflicteren met de recreatieve en ecologische functies. Hierbij is nadrukkelijk aandacht nodig voor de vorm en kleurstelling van de drijvende zonneparken (zie de verkenning Zon op Recreatiewater)
Bouwstenen - Drijvende zonnevelden
Maaskant
Jonge rivierkleilandschap met hoger gelegen, zanderige oeverwallen en lager gelegen open komgronden Komgronden (o.a. Lithsepolder) WIND. De komgronden tussen Den Bosch en Oss zijn open. Het is een rationeel en grootschalig landschap gericht op landbouwproductie. Het is een gebied dat zich vanwege zijn maat en schaal leent voor windenergie. De voorkeur gaat hierbij uit naar óf enkele lijnopstellingen die de openheid van de polder benadrukken óf naar een of enkele grote opstellingen die het landschap een nieuwe identiteit verschaffen als energielandschap. In gebieden met weidevogels moeten de effecten van windturbines onderzocht worden. ZON. De open en vruchtbare komgronden lenen zich landschappelijk veel minder goed voor zonne-energie. De beleving van de openheid en weidsheid van de polder komt onder druk te staan met de plaatsing van zonnepanelen en hun benodigde infrastructuur van hekken en transformatorhuisjes. Bovendien is de rijke rivierklei geschikt als landbouwgrond, vooral in verhouding tot de meer droogtegevoelige hogere zandgronden. Daarbij is de polder een weidevogelgebied en functie die zich moeizaam verhoudt tot zonneweiden. Hier is wel een autonoom ontwerp denkbaar in het kader van een algehele transformatie van het gebied tot een energielandschap waarin ook beplantingstructuren, recreatie en vernatting een plek krijgen.
Dan is ook een combinatie met wind mogelijk. In dit geval wordt niet meer geprobeerd de zonnepanelen in te passen in de bestaande landschapskarakteristiek. Daarmee wordt het een ontwerpopgave. Aandachtspunten: - cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren: o.a. eendenkooien, Beersche overlaat, dijken, weteringen, sluizen en gemalen, oude Maasmeanders en wielen, verdedigingswerken - open landschap - behoud landschappelijke contrasten komgronden oeverwallen - weidevogelgebied
59
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
In tegenstelling hiermee is het denkbaar de gehele Maas te begeleiden met windturbines; als moderne bakenbomen. De Maas wordt dan een energierivier. Voorwaarde is dat de gehele Maas, continue en met regelmatige tussenafstanden begeleid wordt door windturbines. Gezien de technisch-juridische beperkingen een onhaalbare kaart. Bovendien maken de meanders een helder lijnvoering lastig en wordt het geheel moeilijk leesbaar.
Aandachtspunten: - Maasheggen landschap: UNESCO biosfeerstatus - cultuurhistorische elementen en structuren. o.a. pleistocene Maasmeanders, maasheggen met zandpadenstelsel - Overstromingsrisico
bouwstenen windenergie
windakker
bouwstenen zonne-energie
60
zon op dak
zon groot dak (bedrijven)
zon groot dak (agrarisch)
zon op infrastructuur & parkeren
zon op water
zon aansluitend op industrie
zon op land grootschalig
zon op land kleinschalig
Bouwstenen: - windakkers 20 – 80 turbines (4MW)
Oeverwallen
WIND. Het kleinschalige en gevarieerde landschap van de oeverwallen leent zich niet voor windenergie. Het landschap staat niet in verhouding tot de maat van een windturbine en een landschapsversterkende opstelling is moeilijk te implementeren. Indien er windenergie opgewekt wordt in de komgronden is het bovendien zeer onwenselijk dat ook te doen op de oeverwallen, omdat daarmee het contrast tussen de twee gebieden verdwijnt.
Aandachtspunten: - behoud contrasten tussen de kernen (besloten) en buitengebied (halfopen/open) - cultuurhistorische elementen en structuren - gebiedspassende inpassing Bouwstenen: - kleinschalige zonneweiden
Maasvallei
Insnijdingslandschap van de Maas, gekenmerkt door de Maasterrassen met ruggen en vlakten, oude stroomgeulen en de maasheggen Maasterrasrug WIND. De maat en schaal van de Maasterrasrug leent zich niet voor de toepassing van windenergie. Het relatief kleinschalige landschap staat niet in verhouding tot de maat van een windturbine en een landschapsversterkende opstelling is moeilijk te implementeren. ZON. In het kleinschalige, halfopen landschap van de Maasterrasrug is de kleinschalige toepassing van zonne-energie denkbaar. Het liefst nabij de kernen of in de bebouwingslinten om het contrast met de open akkerbouwcomplexen tussen de kernen te behouden. Randvoorwaarden zijn hier dat het gaat om kleine oppervlakten (gelijk aan of kleiner dan de gemiddelde kavelmaten) die bovendien met groen worden ingepast en dat het recreatieve uitloopgebied niet wordt belemmerd. Zonneweiden met passende randbeplanting kunnen helpen het contrast tussen de Maasterrasrug en de Maasterrasvlakte aan te zetten. Hierbij dient steeds rekening gehouden te worden met de
Bouwstenen: - kleinschalige zonneweiden
Maasterrasvlakte
WIND. De Maasterrasvlakte is grootschaliger en opener dan de Maasterrasrand. Vooral op de plekken waar de akkerbouwcomplexen aansluiten op de jonge heideontginningen van de Peelrand. In die gebieden is windenergie mogelijk. De maat en schaal van deze gebieden past min of meer bij de maat van een windturbine. Goed geplaatste clusters of rijen kunnen de structuur van het landschap hier benadrukken (bijv. de ontginningslijnen) en het contrast met de Maasterrasrug versterken. In combinatie met strategische aanvullingen van kavel -en wegbeplanting kan hier een nieuwe landschapsbeleving vorm krijgen. Er zal goed gekeken moeten worden of de moderne grote 4MW (>200m tiphoogte) turbine nog wel in maat aansluit bij dit landschap. De beleving vanaf de snelweg is een aandachtspunt. ZON. Een grootschaligere toepassing van zonne-energie passend bij de kavelmaten van de Maasterrasvlakte is mogelijk. Goed gekozen locaties en aanvullende randbeplantingen verzachten het beeld voor omwonenden en passanten. Behalve voor inpassing als strategie kan er ook voor aanpassing of transformatie gekozen worden. Bijvoorbeeld een langgerekt zonneveld dwars over de kavels als een energie-as; zoals vroeger de eerste ontginningsassen als fremdkörper in de woeste gronden lagen.
Vaak houdt de autonome strategie de landschappelijke structuren beter leesbaar, bovendien kan deze nieuwe kwaliteit en identiteit aan het gebied verlenen. Hierbij dient ontworpen te worden vanuit de beleving van passanten. Aandachtspunten: - beleving van de Maasvallei vanaf de A73 en de A77 - cultuurhistorische elementen en structuren: de oude en jonge zandontginningen op het hoogterras Bouwstenen: - windakkers - wind in lijn - grootschalige zonneweiden
61
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
ZON. Het kleinschaligere landschap met bosschages en ander opgaand groen maakt een inpassing van kleinschalige zonneweiden mogelijk. Het liefst nabij de kernen of in de bebouwingslinten om het contrast met de open stukken tussen de kernen te behouden. Randvoorwaarden zijn hier dat het gaat om kleine oppervlakten (minder dan de aanwezige kavelmaten) die met groen worden ingepast en dat het recreatieve uitloopgebied niet wordt belemmerd.
recreatieve beleving van het gebied. Aandachtspunten - micro reliëf: oude geulen en steilranden - bodemarchief en archeologische waarden - cultuurhistorische elementen en structuren: o.a. dorpen en akkercomplexen op het middenterras; kastelen en kasteelplaatsen; Pleistocene Maasmeanders. - waardenbeleving van de Maasvallei vanaf de A73 en de A77
Meijerij
De Peelrand
Het Dommeldal
Maasvallei
Maashorst Bos
Natte natuurparel Overige waterlopen Oude ontginningen Jonge heideontginningen
Maasheggengebied Overige waterlopen Zandwinplas
Het Aa-dal De Peelrand
Het Dommeldal Uiterwaarden
Maasvallei
Maashorst Bos Bos
Natte natuurparel Historische stad aan Maas Overige waterlopen Hertogswetering Oude ontginningen Bos Jonge heideontginningen
Maasheggengebied Overige waterlopen Zandwinplas Bos
Uiterwaarden
Rivierloop Maas
Het Aa-dal Traverse overlaten / inundatievlakten
Fort / Lunet / Redoute
Bos Vesting
Zuiderwaterlinie
Peelrandbreuk en nevenbreuken Oude ontginningen
Het Groene Woud Zandwinplas
Maasterrasvlakte ontginningen
Maaskant
Wijstgrond Overige waterlopen
Ven Komgronden
Maasterrasrand ontginningen
Peelkern ontginningen
De Peelkern
Zandwinplas Jonge heideontginningen
Peelrand: ontginningen Het Groenejonge Woud
Hoofdwaterloop Dommeldal Oeverwallen
Rivierdal en Maas
Peelrand: oude ontginningen Hoofdwaterloop Aa-dal
De Peel
Meijerij, Dommel en Aa Rivierloop Maas
Land van Maas
Maaskant
Bos
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Het Groene Woud
Maasterrasvlakte ontginningen
Bos
Wijstgrond
Ven
Maasterrasrand ontginningen
Bos
Zandwinplas Linie Maashorst
Peel-Raamstelling
Zandrug: jonge ontginningen
Zandrug: oude ontginningen Bos
Naad van Brabant De Peelkern De Zandrug Peelkern ontginningen
Zandwinplas
Peelrand: jonge ontginningen
Hoofdwaterloop Dommeldal
Rivierdal en Maas
Peelrand: oude ontginningen
De Peel
Meijerij, Dommel en Aa
Land van Maas
62 Peelrandb
Duits Lijntj
Kernen
Spoorweg
Provinciale
Snelwege
Zuid-Wille
Onder- en
Bos
Maashorst
Zandwinpl
Zandrug: j
Zandrug: o
De Zandrug
Naad van
De Meijerij, beekdalen van Dommel en Aa Kleinschalig mozaïeklandschap van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden aan de benedenlopen van Dommel en de Aa. Brabants mozaïek.
Algemeen
De Meijerij, en meer specifiek Het Groene Woud, heeft een belangrijke functie als groene buffer en als uitloopgebied voor de inwoners van de stedendriehoek Den Bosch-Tilburg-Eindhoven: het groene hart van Brabant. Het is een kleinschalig, zeer gevarieerd landschap met een rijke cultuurhistorie. Het toepassen van duurzame energie is mogelijk en nodig, maar voorzichtigheid is geboden. Ook vanuit nationaal perspectief blijkt nu dat de hogere zandgronden op dit moment nog ‘vides’ zijn; er staan nog weinig windturbines. Een differentiatie op nationale schaal die we moeten koesteren.
WIND. De maat en schaal van de oude (zand)ontginningen leent zich niet voor de toepassing van windenergie. Het relatief kleinschalige landschap staat niet in verhouding tot de maat van een windturbine en een landschapsversterkende opstelling is moeilijk te implementeren. ZON. In het kleinschalige, half-open landschap van de oude (zand)ontginningen is de kleinschalige inpassing van zonne-energie denkbaar. Met name in het kader van de verbrede landbouw als gebiedsdrager. Het liefst nabij de kernen of in de bebouwingslinten om het contrast tussen de verspreid liggende kernen/bebouwingslinten te behouden. Een locatie specifieke benadering is belangrijk gezien de ruimtelijke verschillen tussen de verschillende ontginningen. Met passende randbeplantingen en landschapselementen kan het kleinschalige karakter verder versterkt worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de recreatieve waarden van het gebied. Aandachtspunten - vervagend onderscheid tussen stad en land - vervagende onderscheidende identiteiten tussen de kernen - Groene Woud, Van Gogh nationaalpark - bodemarchief en archeologische waarden - cultuurhistorische elementen en structuren: o.a.
oude agrarische cultuurlandschappen met akkercomplexen, beemden, broekgebieden; dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen; woeste gronden met heidevelden, vennen en zandverstuivingen; kastelen, kloosters, landgoederen en buitenplaatsen; populieren Bouwstenen: - kleinschalige zonneweiden
WIND. De jonge heide- en broekontginningen zijn grootschaliger en opener dan de oude (zand)ontginningen. Waar deze gebieden een grote maat hebben is windenergie mogelijk (o.a. het gebied tussen Vorstenbosch-Berlicum-Heesch). De maat en schaal van deze gebieden past min of meer bij de maat van een windturbine. Goed geplaatste clusters of rijen kunnen de structuur van het landschap hier benadrukken (bijv. de ontginningslijnen) en het contrast met de kleinschalige oude (zand)ontginningen versterken. Door de openheid is het verband tussen windturbies in een opstelling leesbaar. In combinatie met strategische aanvullingen van kavel -en wegbeplanting kan hier een nieuwe landschapsbeleving vorm krijgen. Er zal per locatie gekeken moeten worden of de betreffende ontginning inderdaad voldoende maat en schaal heeft om windturbines te plaatsen. Sommige jonge heidontginningen zijn relatief klein(schalig) en/of van cultuurhistorische waarde (o.a. Schijndelsche Heide) hier zal gekeken moeten worden of windenergie passend is. In algemene zin zal voor alle jonge heideontginngen onderzocht moeten worden of de moderne, grote turbines (tiphoogte >200m) nog in maat aansluiten het landschap. ZON. Een grootschaligere toepassing van zonne-energie aansluitend bij de kavelmaten van de jonge heide- en broekontginningen is mogelijk.
Goed gekozen locaties en aanvullende randbeplantingen verzachten het beeld voor omwonenden en passanten. Aanpassing en transformatie zijn passende strategieën aangezien deze landschappen qua maat en schaal geschikt zijn voor concentratie van zonne-energie. Zo voorkomen we een ‘hagelslag’ van zonneweiden en houden we de landschappelijke structuren beter leesbaar. Bovendien kan met deze strategieen nieuwe kwaliteit en identiteit aan het gebied gegeven worden. Aandachtspunten - vervagend onderscheid tussen stad en land - landbouwtransitie - cultuurhistorische elementen en structuren: jonge heideontginningen met hun stelsel van lanen en zandpaden Bouwstenen: - windakkers - grootschalige zonneweiden
63
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Oude (zand)ontginningen
Jonge heide- en broekontginningen
bouwstenen windenergie
windakker
windbos
bouwstenen zonne-energie
64
zon op dak
zon groot dak (bedrijven)
zon groot dak (agrarisch)
zon aansluitend op industrie
zon op land grootschalig
zon op land kleinschalig
zon op infrastructuur & parkeren
Beekdalen
We hebben de beekdalen gedefinieerd als de beek en de direct aangrenzende, laaggelegen kavels aan weerszijden. Eventuele dode meanderarmen, rabatbossen en andere percelen die landschappelijkerwijs bij de beek behoren vallen ook onder de hier gehanteerde definitie van het beekdal. WIND. De maat en schaal van de beekdalen en beekdalontginningen leent zich niet voor de toepassing van windenergie. Het kleinschalige landschap staat niet in verhouding tot de maat van een windturbine: turbines zouden de beleving van het beekdal die bestaat uit subtiele verschillen in hoogtes, grondgebruik en beplantingen, gaan domineren.
Oude bossen
WIND. Oude bossen zijn vanuit cultuurhistorisch, landschappelijk, ecologisch en recreatief oogpunt zeer waardevol. Het toepassen van windenergie in oude bossen tast deze waarden onherroepelijk aan en voegt nauwelijks waarde toe. ZON. idem.
65
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
ZON. De toepassing van zonne-energie in de beekdalen en de beekdalontginningen is op de meeste plekken ongewenst. De beekdalen zijn een zeer belangrijke en continue landschappelijke structuur voor Noord(oost)-Brabant. Op veel plekken is het beekdallandschap zeer kleinschalig, zelfs idyllisch en heeft het een hoge recreatieve en ecologische waarde. De continue structuur van de beekdalen is erg belangrijk voor de waterhuishouding van het gebied en zorgt voor de ecologische en recreatieve dooradering en verbinding van de Meijerij. Zonneweiden in de directe nabijheid van de beken beïnvloeden de beleving van meanderende water en het landschap negatief, en conflicteren met de in de nabije toekomst steeds belangrijker wordende rol als robuust systeem voor water (klimaatadaptatie, ecologie en recreatie). In bepaalde gebieden, op afstand van de beek en zijn directe invloedssfeer zijn goed ingepaste, kleinschalige zonneparken denkbaar. Zij kunnen hier mogelijk een rol spelen in de waterhuishouding van het gebied door water vast te houden en de afvoer te vertragen.
De Peel
Bos
Overige waterlopen Oude ontginningen Jonge heideontginningen
Overige waterlopen Zandwinplas Bos
Maashorst Jonge heideontginningen Bos Bos
Natte natuurparel Zandwinplas Overige waterlopen Historische stad aan Maas Oude ontginningen Hertogswetering Jonge heideontginningen Bos
Maasheggengebied
Overige waterlopen
Zandwinplas
Bos
Uiterwaarden
Rivierloop Maas
Het Aa-dal Fort / Lunet / Redoute
Vesting
Zuiderwaterlinie
Bos
Peelrandbreuk en nevenbreuken Overige waterlopen
Het Groene Woud Komgronden
Maasterrasvlakte ontginningen
Maaskant
HetWijstgrond Groene Woud
Ven Oeverwallen
Maasterrasrand ontginningen
Peelkern ontginningen
De Peelkern
Zandwinplas Oude ontginningen
Peelrand: jongeAa-dal ontginningen Hoofdwaterloop
Hoofdwaterloop Dommeldal Uiterwaarden
Peelrand: oude ontginningen Het Aa-dal
De Peelrand
De Peel Bos
Maashorst
Natte natuurparel
Meijerij, Dommel en Aa
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Het Groene Woud
Maasterrasvlakte ontginningen Maasheggengebied
Maaskant Het Dommeldal Rivierloop Maas
Wijstgrond
Ven
Maasterrasrand ontginningen
Maashorst Linie Bos
Peel-Raamstelling
Zandwinplas
BosZandrug: jonge ontginningen
Zandrug: oude ontginningen Peelkern ontginningen
Zandrug DeDePeelkern
Naad van Brabant
Zandwinplas
Peelrand: jonge ontginningen
Hoofdwaterloop Dommeldal
Rivierdal en Maas
Rivierdal en Maas
Maasvallei
Land van Maas
De Peelrand
Het Dommeldal
Maasvallei
Peelrand: oude ontginningen
De Peel
Meijerij, Dommel en Aa
Land van Maas
66 W R b
Provinciale wegen Spoorwegen
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Duits Lijntje
Kernen
N Zuid-Willemsvaart
Peelrandbre
Duits Lijntje
Kernen
Spoorwege
Provinciale
Snelwegen
Zuid-Willem
Onder- en
Snelwegen
Onder- en overliggende structuren
Bos
Maashorst
Zandwinplas
Zandrug: jonge ontginningen
Zandrug: oude ontginningen
De Zandrug
Naad van Brabant
De Peel
De Peel is het landschap van de Peelhorst en de Peelrandbreuk. Een ontginningslandschap in twee fasen: eerst de kleinschaligere ontginningen van de Peelrand en later de grootschalige ontginning van de Peelkern.
Peelrand
Oud ontginningslandschap op de flanken van de Peelhorst. Oude (zand)ontginningen WIND. De maat en schaal van de oude (zand)ontginningen leent zich niet voor de toepassing van windenergie. Het relatief kleinschalige landschap staat niet in verhouding tot de maat van een windturbine en een landschapsversterkende opstelling is moeilijk te implementeren.
Aandachtspunten - wijstgronden (aardkundig monument) - Peelrandbreuk en bijbehorende reliëfsprong - cultuurhistorische elementen en structuren - landbouwtransitie Bouwstenen: - kleinschalige zonneweiden - zon op dak Jonge heideontginningen WIND. De jonge heideontginningen zijn grootschaliger en opener dan de oude (zand)ontginningen. Waar deze gebieden een grote maat hebben is windenergie mogelijk (o.a. Broek St. Anthonis, Sambeekse Broek (Stevensbeek)). De maat en schaal van deze gebieden past min of meer bij de maat van een windturbine. Goed geplaatste clusters of rijen kunnen de structuur van het landschap hier benadrukken (bijv. de ontginningslijnen) en het contrast met de kleinschalige oude (zand)ontginningen versterken. Dit behoeft in de Peelrand extra aandacht aangezien de ontginningsrichtingen niet overal even eenduidig zijn en de overgangen naar oudere ontginningen zijn vervaagd door opeenvolgende landinrichtingsprojecten. In combinatie met strategische aanvullingen van kavel -en wegbeplanting kan hier echter een nieuwe landschapsbeleving vorm krijgen. Er zal goed onderzocht moeten worden of de moderne
ZON. Een grootschaligere toepassing van zonne-energie aansluitend bij de kavelmaten van de jonge heideontginningen is mogelijk. Goed gekozen locaties en aanvullende randbeplantingen verzachten het beeld voor omwonenden en passanten. Behalve voor inpassing als strategie kan er ook voor een autonoom ontwerp gekozen worden. Vaak houdt de autonome strategie de landschappelijke structuren beter leesbaar, bovendien kan deze nieuwe kwaliteit en identiteit aan het gebied verlenen. Oude ontginningsstructuren bieden mogelijk een aanleiding hiervoor. Aandachtspunten - Peelrandbreuk en bijbehorende reliëfsprong - cultuurhistorische elementen en structuren - landbouwtransitie: kringlooplandbouw en de toenemende noodzaak van grondgebondenheid voor intensieve veehouderij in relatie tot zonneweiden Bouwstenen: - windakkers - grootschalige zonne-weiden - zon op dak Jonge bossen WIND. Jonge bossen met aangetoonde lage ecologische waarde kunnen in zeer uitzonderlijke gevallen kansen bieden voor windenergie. De impact van het bouwen van windtubines in bosgebieden (onder andere het aanleggen van infrastructuur) op ecologische -en recreatieve waarde dient afwogen te worden tegen het belang van duurzame energie. Het plaatsen van windturbines in deze gebieden kan aanleiding bieden om samen met grondeigenaren het monotone karakter van deze bossen te transformeren tot een rijker en interessanter bos.
Boscompensatie is nodig en kan eventueel strategisch ingezet worden om natuurgebieden te vergroten of te verbinden. De aanplant van nieuw bos in combinatie met windenergie kan op een zelfde manier ingezet worden en is vele malen minder ingrijpend voor het bestaande bos. ZON. De jonge bossen zijn een belangrijk deel van de Peelrand. Mede aan de hand van deze bossen is de landschappelijke ontstaansgeschiedenis van het gebied af te lezen. Bovendien vormen zij ondanks de soms monoto-
67
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
ZON. In het kleinschalige, half-open landschap van de oude (zand)ontginningen is de kleinschalige inpassing van zonne-energie denkbaar. Met name in het kader van de verbrede landbouw als gebiedsdrager. Het liefst nabij de kernen of in de bebouwingslinten om het contrast tussen de verspreid liggende kernen/bebouwingslinten te behouden. Met passende randbeplantingen en landschapselementen kan het kleinschalige karakter verder versterkt worden. Hierbij dient steeds rekening gehouden te worden met de recreatieve beleving van het gebied.
grote 4MW molen in maat aansluit bij dit landschap, vooral omdat de jonge heideontginningen in de Peelrand relatief klein zijn.
bouwstenen windenergie
windakker
windbos
bouwstenen zonne-energie
68
zon op dak
zon groot dak (bedrijven)
zon groot dak (agrarisch)
zon aansluitend op industrie
zon op land grootschalig
zon op land kleinschalig
zon op infrastructuur & parkeren
ne samenstelling belangrijke ecologische en recreatieve structuren in het gebied. Kappen van bos om zonneweiden te faciliteren is daarmee onwenselijk. Aandachtspunten - Peelrandbreuk en bijbehorende reliëfsprong - cultuurhistorische elementen en structuren: naaldhoutplantages - ecologische en recreatieve waarden Bouwstenen: - windbos
Peelkern Grootschalig ontginningslandschap.
Algemeen De Peelkern is een weids landschap; bovendien een voormalig energielandschap (turfwinning). Het is een rationeel en grootschalig landschap gericht op landbouwproductie. Het is een gebied dat zich vanwege zijn maat, schaal en historie leent voor energieproductie. WIND. Windenergie past bij de maat en schaal van het landschap. De vliegfunnel van Volkel en de radarcontour maakt de toepassing van windenergie echter nagenoeg onmogelijk.
Aandachtspunten - cultuurhistorische elementen en structuren: landgoederen in de Peel; jonge ontginningen met lanen; plantages met naaldhout; ontginningsdorpen met dorpsbosjes; Peel-Raamstelling met Defensiekanaal - ecologische en recreatieve waarden
69
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
ZON. Een grootschalige toepassing van zonne-energie in de Peelkern is goed mogelijk. Er kan gekozen worden voor een inpassingsstrategie waarbij de zonneweiden perceelsgewijs worden verdeeld en ingepast met aanvullende randbeplantingen om het beeld voor omwonenden en passanten te verzachten. Passender bij het landschap en haar historie is een autonoom ontwerp. Één groot zonneveld, één stoer gebaar, dat de Peelkern op de kaart zet als energielandschap. Bijvoorbeeld een langgerekt zonnepark langs de Middenpeelweg. Dit past bij de maat van het totale landschap en biedt de mogelijkheid het gebied een nieuwe identiteit te geven.
De Peelrand
Het Dommeldal
Maasvallei
Bos
Overige waterlopen
Oude ontginningen
Jonge heideontginningen
Overige waterlopen
Zandwinplas
Uiterwaarden
Rivierloop Maas
Maaskant
Het Aa-dal
Bos
Maashorst
Natte natuurparel
Maasheggengebied
Naad van Brabant
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Het Groene Woud
Maasterrasvlakte ontginningen
Bos
Wijstgrond
Ven
Maasterrasrand ontginningen
Peelkern ontginningen
De Peelkern
Zandwinplas
Peelrand: jonge ontginningen
Hoofdwaterloop Dommeldal
Rivierdal en Maas
Peelrand: oude ontginningen
De Peel
Meijerij, Dommel en Aa
Land van Maas
Bos
Maashorst
Zandwinplas
Zandrug: jonge ontginningen
Zandrug: oude ontginningen
De Zandrug
Naad van Brabant
70 Weidevogelgebieden RWS beheergebieden beekdalen
Provinciale wegen Spoorwegen
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Duits Lijntje
Kernen
NNB Zuid-Willemsvaart Snelwegen
Onder- en overliggende structuren
Naad van Brabant
Kwelrijke overgangszone tussen de hoger gelegen zandrug en het lagergelegen rivierkleigebied.
Algemeen
De Naad vormt een bijzondere en belangrijke landschappelijke overgang tussen de hogere zandgronden en het lagere rivierkleilandschap; het is de fysieke grens tussen hoog en laag Nederland. Om deze grens herkenbaar en leesbaar te houden dient er voorzichtig te worden omgegaan met het toepassen van wind- en/of zonne-energie. De spaarzame open ruimte slibt al snel dicht, met als gevolg dat verstedelijking en infrastructuur dominant worden en Den Bosch en Oss aan elkaar kitten tot een bandstad.
Indien door provincie en gemeenten echter geaccepteerd wordt dat de verstedelijking langs deze rand vorm krijgt, is de toepassing van windenergie denkbaar. Deze is dan onderdeel van het verstedelijkte landschap en zijn grootschalige infrastructuur (A59). Landschappelijk heeft dat niet de voorkeur omdat de Naad daarmee een volledig technisch en verstedelijkt karakter krijgt. ZON. Een kleinschalige toepassing van zonne-energie is denkbaar. Een zorgvuldige locatiekeuze is essentieel om te zorgen dat de kernen onderling, of de kernen en de snelweg niet aan elkaar groeien. Hierbij speelt naast de beleving van bewoners en recreanten ook de beleving van de automobilist op de A59 een belangrijke rol. Met passende randbeplantingen en landschapselementen kan het kleinschalige karakter versterkt worden. Aandachtspunten: - contrast tussen stad en land - cultuurhistorische elementen en structuren - aaneengroeien kernen tot stedenband Den Bosch-Oss - beleving vanaf de A59 Bouwstenen: - kleinschalige zonneweiden aansluitend op bebouwingsranden
71
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
WIND. De maat en schaal van het landschap van de Naad van Brabant leent zich niet voor de toepassing van windenergie. Het relatief kleinschalige landschap staat niet in verhouding tot de maat van een windturbine en een landschapsversterkende opstelling is moeilijk te implementeren.
bouwstenen windenergie
bouwstenen zonne-energie
72
zon op dak
zon groot dak (bedrijven)
zon groot dak (agrarisch)
zon aansluitend op industrie
zon op land grootschalig
zon op land kleinschalig
zon op infrastructuur & parkeren
73
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Peelrand: jonge ontginningen
Wijstgrond
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Zandwinplas
Maashorst
Het Groene Woud
Natte natuurparel
Overige waterlopen
Oude ontginningen
Het Aa-dal
Bos
Jonge heideontginningen
Peelkern ontginningen
De Peelkern
Bos
onder- en overliggende structuren
Peelrand: oude ontginningen
Ven
De Peelrand
Het Dommeldal
Hoofdwaterloop Dommeldal
De Peel
Meijerij, Dommel en Aa
Bos
Maashorst
Zandwinplas
Zandrug: jonge ontginningen
Zandrug: oude ontginningen
De Zandrug
Naad van Brabant
Weidevogelgebieden RWS beheergebieden beekdalen
Snelwegen Provinciale wegen Spoorwegen
Peelrandbreuk en nevenbreuken
Duits Lijntje
Kernen
NNB
Zuid-Willemsvaart
Onder- en overliggende structuren
74
Snelwegen vormen een laag in het landschap die over het algemeen los staat van de onderliggende landschappelijke structuur. Het is modern en dynamisch netwerk waarmee velen ook wind- en zonne-energie associëren. Vaak met de achterliggende gedachte: ‘hinder bij hinder’. Op veel plekken is dit een aannemelijke strategie. Met name daar waar infrastructuur tot op grote afstand reeds dominant is in de beleving: bij bundels van infrastructuur, knooppunten en op plekken waar infrastructuur en bedrijvigheid samen komen. Op andere plekken zijn snelwegen slechts ijle lijnen in het landschap waarlangs we vaak dagelijks het landschap zien en beleven. Lijnen die vanuit de omgeving gezien beter niet benadrukt kunnen worden. En anderzijds met uitzichten vanaf de weg die beter niet geblokkeerd kunnen worden met zonnepanelen.
Bos
Jonge heideontginningen
Linie
ZON. Zonne-energie langs infrastructuur kan vele vormen hebben. - Lijnvormig: de zonnepanelen liggen in een strook parallel aan de weg. Deze strategie kan succesvol zijn als een (lang) tracé consequent op deze manier begeleid wordt. De betreffende snelweg wordt dan in zijn geheel een eigen energielandschap (zie bijvoorbeeld de uitwerkingen voor de A37). Nadelen zijn dat een smal lijnvormig park leidt tot een beperkt oppervlak en grote lengte nodig heeft. Deze lengte beïnvloed vervolgens langdurig de wegbeleving. Indien consequente begeleiding niet mogelijk is, is deze strategie onwenselijk. Kleine secties leiden tot een rommelig en inconsequent beeld en doen afbreuk aan de beleving vanuit de snelweg. Enkel in bebouwd gebied zijn korte segmenten denkbaar.
Oude ontginningen
Overige waterlopen
Peel-Raamstelling
WIND. Windenergie is denkbaar in lijnopstellingen langs snelwegen die reeds bestaande landschapsstructuren volgen en langs bundels van snelwegen en andere structuren. In alle gevallen dient de maat in verhouding staat tot de maat van een windturbine (geen zeer hoge turbines langs een slank wegprofiel). Op deze manier lezen we de turbines als onderdeel van het infrastructurele landschap. Op plekken waar dit niet het geval is, daar waar snelwegen als een relatief dunne en doorsnijdende lijn in het landschap liggen, is niet de snelweg leidend in de opstelling, maar de structuur van het omringende landschap. Rond knooppunten en dan met name knooppunten met een clustering van bedrijven en industrie zijn clusters van windturbines mogelijk. De turbines hebben eventueel een aangepaste maat.
Het Groene Woud
Bos
Snelwegen
-
-
Invulling van knooppunten: De restruimtes in en rond knooppunten zijn goed te benutten voor het opwekken van zonne-energie. Welke delen precies ingevuld worden is afhankelijk van de beleving vanuit de snelweg in relatie tot het omliggende landschap. Grootschalige zonneweiden: denkbaar bij geschikte landschapseenheden(zie landschapseenheden), waarbij de snelweg door de zonneweide snijdt.
Aangezien veel mensen het Nederlandse landschap vooral ervaren vanuit de auto en de snelweg is het belangrijk de landschappelijke beleving vanaf de weg mee te nemen in de overweging zonnepanelen te plaatsen langs snelwegen. Aandachtspunten: contrast tussen stad en land cultuurhistorische elementen en structuren beleving vanaf de snelweg barrierewerking zonne-panelen Bouwstenen: windturbines langs infrastructuur windturbines bij knooppunten/bedrijventerreinen zonnepanelen in geluidschermen zonnepanelen in asfalt kleinschalige zonneweiden grootschalige zonneweiden
Provinciale wegen
WIND. Windturbines sluiten in maat een schaal niet aan bij de maat en schaal van provinciale wegen. Positionering langs provinciale wegen an sich is onwenselijk. Plaatsing nabij provinciale wegen in daartoe geschikte landschapseenheden – bijvoorbeeld jonge heideontginningen – is denkbaar indien de weg de landschappelijke structuur volgt, dan wel bepaalt (bijvoorbeeld als ontginnings-as). ZON. N-wegen lenen zich vanwege hun smallere tracé en daarmee kleinere landschappelijke impact nauwelijks als landschappelijke structuur waaraan zonne-energie gekoppeld kan worden. Knooppunten uitgezonderd.
75
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
Hoofdwaterloop Aa-dal
Onder- en overliggende structuren
bouwstenen windenergie
langs infrastructuur
windakker
windbos
zon op dak
zon groot dak (bedrijven)
zon groot dak (agrarisch)
zon op knooppunten
zon aansluitend op industrie
wind bij industrie- en havengebieden
bouwstenen zonne-energie
76
zon op infrastructuur & parkeren
Spoorwegen
WIND. Windturbines sluiten in maat een schaal niet aan bij de maat en schaal van een spoorlijn. Positionering langs spoorlijnen an sich is onwenselijk. Plaatsing nabij spoorwegen in daartoe geschikte landschapseenheden – bijvoorbeeld jonge heideontginningen – is denkbaar indien het spoor aansluit bij de landschappelijke structuur.
Kanaal: Zuid-Willemsvaart
WIND. Windturbines sluiten in maat een schaal niet aan bij de maat en schaal van de Zuid-Willemsvaart. Met hun hoogte hebben de turbines een sterk verkleinend en daarmee onwenselijk effect op het kanaal. Daar waar het kanaal geschikte landschappelijke eenheden voor de plaatsing van windturbines snijdt, is plaatsing denkbaar. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het Wijboschbroek, een rationele broekontginning met productiebos haaks op het kanaal. ZON. Het kanaal biedt geen aanleiding voor zonneweiden direct gerelateerd aan het kanaal. Eventuele zonneweiden langs het kanaal zijn gerelateerd aan de doorsneden landschappelijke eenheden.
77
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
ZON. Zonne-energie langs het spoor is lokaal denkbaar binnen de gebouwde omgeving gekoppeld aan geluidschermen. In het buitengebied waar het spoor een dunne lijn vormt is zonne-energie gekoppeld aan het spoor onwenselijk. De autonome ligging van het spoor laat het landschap in zekere zin ongemoeid. Dit maakt de ervaring van het Nederlandse landschap vanuit de trein puur, ongefilterd en uniek. Het is dan ook zaak de spoorlijnen zo dun en autonoom mogelijk te houden. De helderheid, leesbaarheid en identiteit van het onderliggende landschap is daar het meest bij gebaat. De spoorlijn is als ware te gast en gaat geen verdere relaties aan met het landschap. In visueel en functioneel opzicht vormt het spoor zo min mogelijk een barrière.
78
05. bijlage
79
ACHTERGRONDDOCUMENT LANDSCHAP
80
RES Noord-Oost Brabant regionale landschapsanalyse
Foto omslag: Het Groene Woud. Bron: http://www.landschapscanonhetgroenewoud.com/welkom
Inhoud Inleiding
1
Ontstaansgeschiedenis
3
Landschappen
4
Land van Maas
7
De Meijerij, beekdalen van Dommel en Aa
11
De Peel
13
Naad van Brabant
17
Overliggende structuren
19
Conclusies
20
Bronnen
21
Inleiding Noordoost Brabant heeft een kenmerkende landschappelijke structuur. Deze is in de loop van de tijd ontstaan in een voortdurende wisselwerking tussen natuurlijke processen en bewerking door de mens. Dit heeft een bijzondere variatie in landschappen opgeleverd die de identiteit van de regio mede bepaalt. Met de energietransitie zal het landschap veranderen. De plaatsing van windmolens, zonnevelden en de kweek van biomassa voegt een nieuwe laag toe aan het landschap. Dat biedt kansen voor nieuwe landschappen, maar zet ook gewaardeerde kwaliteiten van bestaande landschappen onder druk. Deze regionale landschapsanalyse beschrijft beknopt de landschappen van Noordoost-Brabant en benoemt hun kenmerken. Dit biedt handvatten voor de toepassing van duurzame opwek. Als uitgangspunt voor de analyse zijn twee eerder opgestelde landschappelijke analyses gebruikt: -
groenblauwe structuren Noordoost-Brabant (MUST stedebouw) gebiedspaspoorten Provincie Noord-Brabant (Provincie Noord-Brabant)
en een workshopsessie met de betrokken bij het opstellen van de RES Noordoost-Brabant. Voor de kaartbeelden zijn de kartografie van de groenblauw structuren en die van de gebiedspaspoorten gecombineerd tot een nieuwe kaart.
1
Kaart van de belangrijkste tektonische structuren in de ondergrond van zuidwestelijk Nederland, noordoostelijk België en het westen van Noordrijn-Westfalen. Bron: Wikipedia, Woudloper. De breuken zijn vereenvoudigd weergegeven, in werkelijkheid zijn er vele neven- en zijbreuken.
2
Ontstaansgeschiedenis Het basis van het Noordoost-Brabantse landschap komt voort uit oude geologische gebeurtenissen. Door het zeer langzaam opdrukken van gebergten als de Eiffel en Ardennen ontstonden breuken in de flauw hellende aardkorst. Langs de breuken verschoof de aardkorst naar boven – horsten – en naar beneden – slenken. De bekendste breuk is de Peelrandbreuk met de hoger gelegen Peelhorst of Peelblok en de lager gelegen Roerdalslenk. De hogere Peelhorst vormt zo de waterscheiding waaraan de beken Dommel en Aa hun zuidoost-noordwestelijke stroomrichting danken. Deze geologische basis werd in de daaropvolgende twee miljoen jaar bedekt met slib van de Rijn en met een dikke laag dekzand tijdens de laatste IJstijd. Het dekzand werd in langgerekte ruggen opgeblazen. Omdat het dekzand ook leem bevatte, stagneerde het water in de lager gelegen dekzandvlakten en ontstonden hier natte, venige gebieden. De hogere delen raakten gebroeid met bos. Door drukverschillen en de vorming van een ondoorlatende laag ijzeroer kon het water niet voorbij de Peelrandbreuk wegstromen. Het water stagneerde, het gebied vernatte en een uitgestrekt hoogveenpakket vormde zich boven op de horst: De Peel.
Toen de mens zich vestigde in Brabant kapte deze veel bossen om op die plek akkers en weiden aan te leggen. Het landschap werd langzaam ontgonnen. De bossen veranderden door kap en intensieve begrazing in heidevelden, waarin plaatselijk door overbegrazing stuifzanden ontstonden. Met het verstrijken van de tijd ontgonnen en gebruikten de Brabanders steeds meer gronden. Ook de lagere, natte gebieden langs de beken werden omgevormd tot gras- en hooilanden. De invloed van de mens op het landschap groeide en in de jaren ‘30 van de vorige eeuw werden zelfs de beken deels gekanaliseerd. Uiteindelijk moesten ook de heidevelden (of woeste gronden) aan ontginning geloven net als het hoogveen van de Peel, dat op grote schaal veranderde in akkerland. De stuifzanden werden vastgelegd door de aanplant van dennen. In de afgelopen eeuw groeiden de woonkernen, ontwikkelde de industrie zich en werden er snelwegen aangelegd. Deze volgen ten dele de historische structuren in het landschap - zo volgt de A73 de rivierterrasvlakte en de A59 de Naad van Brabant. Ten dele zijn het ook structuren die los staat van de onderliggende landschappelijke structuur en een eigen ruimtelijke sturende kracht vormen.
Ondertussen sneed de Maas zich in de oostelijk gelegen Venlo-slenk en vormde daar terrassen, steilranden en terrasvlakten. Eenmaal in een vlakkere en rustige bedding aangekomen, net na de kenmerkende wijde bocht naar het westen, stopte de insnijding en zette de Maas haar sediment van grind, zand en klei af. Hier ontstond een rivierenlandschap van oeverwallen en komgronden. De afgezette kleipakketten hinderden de doorstroom van het water vanuit de hogere dekzandgronden naar de Maas en een nat kwelgebied ontstond op de grens tussen hoog en laag Nederland: De Naad van Brabant.