Bijlage 4- Handreiking overwegingskader
Tekst van het document
Overwegingskader RES Handreiking onderbouwing keuze grootschalige opwek hernieuwbare elektriciteit Inleiding Met de RES ligt er een aanpak die een belangrijk doel heeft, namelijk: hoe gaan we de opgave die er ligt per gemeente (in gezamenlijkheid) realiseren? Een strategie die verschillende perspectieven bij elkaar brengt, de opgave integraal bekijkt en waarin verschillende partijen samen optrekken, kritisch maar constructief. Deze transitie naar een duurzame energievoorziening heeft op veel terreinen ingrijpende gevolgen voor onze samenleving. Het gaat onder meer om een verandering van leefomgeving en landschap. Voor een succesvolle energietransitie is het nodig om rekening te houden met onder andere draagvlak, combinaties in de vorm van koppelkansen en de ruimtelijke vormgeving van nieuwe energielandschappen en de manier waarop die tot stand komen. Een andere manier van denken: niet het ruimtelijk inpassen, maar het creëren van een nieuwe geaccepteerde leefomgeving; landschappen die door mensen worden gewaardeerd, economisch haalbaar zijn en ruimte bieden aan andere maatschappelijke waarden (zoals bodem/water, ecologie of stimuleren werkgelegenheid). Dit document bestaat uit 2 delen; een algemeen deel waarin de bedoeling en toepassing van het overwegingskader RES wordt toegelicht (deel A), het overwegingskader zelf, bestaande uit een format met open vragen (deel B).
Deel A: Bedoeling en toepassing Doel Het overwegingskader RES is een handreiking voor de onderbouwing van keuzes voor zoekgebieden en beleid voor grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit. We spreken van een overwegingskader omdat het hier gaat om een kwalitatieve benadering, (in tegenstelling tot de term ‘afweging’ die meer past bij een kwantitatieve benadering). Het overwegingskader is bedoeld als handreiking voor: 1. overweging van lokale gebieden en beleid voor grootschalige opwek; 2. regionale overweging, van de lokale zoekgebieden en hun onderbouwing, op basis waarvan het programmateam RES een vrijblijvend advies aan de stuurgroep RES uit kan brengen. Het overwegingskader is bedoeld om gemeenten te helpen met het ophalen van informatie en het van gedachten wisselen met andere gemeenten. Dit om het goede gesprek met elkaar te voeren en te leren van elkaar; het overwegingskader wordt niet toegepast op reeds door de gemeenteraden gemaakte keuzes.
Het overwegingskader is gebaseerd op de in de RES benoemde 5 pijlers die de verschillende perspectieven op de energietransitie belichten. Dit zijn: potentie, landschap, maatschappelijke kosten en baten, koppelkansen en maatschappelijke acceptatie.1 1. Lokale overweging door individuele gemeenten
Het overwegingskader is niet gericht op het verantwoorden van gemaakte of te maken keuzes. Het kader biedt individuele gemeenten een instrument dat hen kan helpen om (zoek)gebieden en beleid voor grootschalige opwek integraal te overwegen en te bepalen. In een latere fase, wanneer binnen zoekgebieden concrete projecten moeten worden geïdentificeerd, kan het overwegingskader bovendien (opnieuw) worden gebruikt. De lokale democratie besluit over de (zoek)gebieden en/of beleid, waarbij, volgens leidend principe III van de RES, rekening wordt gehouden met het regionale perspectief. Het overwegingskader gaat in op het regionale perspectief doordat in het overwegingskader enerzijds participatie met inwoners en buurgemeenten en anderzijds (regionale)koppelkansen overwogen worden.2 De resultante van de lokale overweging is een motivering (gebaseerd op de vragen uit het overwegingskader (Deel B)) van de keuze voor een zoekgebied/beleid.
1 Potentie: theoretische potentie op basis van techniek en wet- en regelgeving voor warmte en elektriciteit.
Landschap: behoud en versterking van belangrijke landschappelijke waarden en beleving en betekenis van de leefomgeving voor mens en dier. Maatschappelijke kosten en baten: de effecten van de energietransitie uitgedrukt in ‘harde data’ (geld of andere kwantiteiten) gecombineerd met ‘zachte data’ (maatschappelijk effecten, leefbaarheid en kwaliteit). Koppelkansen: kansen en knelpunten combineren me andere (regionale- en lokale) opgaven, zoals landbouwtransitie, natuurontwikkeling, goed waterbeheer en klimaatadaptatie. Het gaat om ruimtebeslag en het effectief benutten hiervan. Maatschappelijke acceptatie: het gaat om het betrekken van inwoners, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties, waardoor de verandering in de leefomgeving door de energietransitie geaccepteerd wordt. 2
Deze onderdelen van het overwegingskader zijn afgestemd met de sub werkgroep koppelkansen en de werkgroep communicatie & participatie.
2. Regionale overweging
Op 8 april 2020 is door de stuurgroep RES gekozen voor samenwerkingsscenario 2. Onderdeel van dit scenario is dat het programmateam de stuurgroep vrijblijvend adviseert over de door gemeenten aangeleverde zoekgebieden wind en zon. Basis voor de advisering vormt deze opgestelde handreiking. Het advies heeft vooral betrekking op het aandragen van (koppel)kansen, mogelijke effecten van zoekgebieden/projecten op de langere termijn en hoe de aangedragen zoekgebieden/projecten passen binnen het regionale perspectief3. Hierbij gelden dezelfde kaders als bij de lokale overweging.4 De regionale overweging is niet bedoeld om gemeenten verantwoording af te laten leggen. Het advies is gericht op het kunnen voeren van een dialoog gericht op het bereiken van een regionaal geaccepteerde leefomgeving. Het regionaal perspectief is hierbij een belangrijk onderwerp. Wat hieronder verstaan wordt dient nog door de stuurgroep geconcretiseerd en vastgesteld te worden. Ter toetsing van de werkwijze van de regionale overweging wordt een botsproef voorbereid. Deze wordt gebruikt om de werkwijze te toetsen en waar nodig verder aan te scherpen.
Opzet overwegingskader Hoe werkt het?
Een integrale kwalitatieve overweging aan de hand van het doorlopen van een set open vragen vormt een gedegen basis voor de keuze voor het opstellen en/of actualiseren van beleid en/of invulling van de zoekgebieden. Door het beantwoorden van de geformuleerde vragen (per pijler) worden overwegingen expliciet gemaakt en de onderbouwing van keuzes zichtbaar. De RES gaat in eerste instantie uit van invulling van de opgave met behulp van zon en wind. Maar de RES staat ook open voor innovatieve technieken. Het overwegingskader is naast zon en wind ook bruikbaar om innovatieve technieken in de overweging te betrekken. Dynamisch en flexibel
Het overwegingskader is een dynamisch document. Het geeft gemeenten een flexibel instrument dat individuele gemeenten, desgewenst aangevuld met eigen overwegingen, kunnen toepassen. Het overwegingskader kan bovendien aanpassing behoeven naar aanleiding van toepassingservaringen door gebruikers. Voorstellen hiertoe worden door gebruikers via het projectteam ingebracht. Op basis van de ervaringen zal bovendien in opmaat naar de RES 2.0 worden overwogen of verdere uitwerking van dit overwegingskader wenselijk is. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een
3
Het gebruik van het overwegingskader voor het beschouwen van het regionale perspectief sluit bovendien aan op de voor de RES 1.0 leidende principes II, III, VI en VIII: II.
De energietransitie gaat iedereen in de regio aan. Wij hechten aan een sterke lokale procesparticipatie van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de realisatie van de opgave via een omgevingsdialoog zoals bedoeld in de Omgevingswet. III. De lokale democratie besluit over de borging en uitvoering van de RES-opgave, waarbij we rekening houden met het regionaal perspectief om te komen tot de beste locaties in de regio, waarin ook mogelijke kansen en/of knelpunten voor de toekomstige opgave na 2030 worden afgewogen (no-regret). VI. We willen de energietransitie benutten om de regio economisch, ecologisch en sociaal te versterken. VIII. We streven een zorgvuldig en waar mogelijk meervoudig gebruik van ruimte in de regio na. 4 De aanleverdeadline hiervoor is 1 juli 2021. Dit loopt dus parallel aan de RES 1.0, maar maakt hier geen onderdeel vanuit.
toevoeging waarbij resultaten van de overwegingen gevisualiseerd worden in een stoplicht-model. Hierdoor zou op relatief eenvoudige wijze een snel overzicht verkregen kunnen worden.
Deel B: Het overwegingskader 1. Potentie - theoretische potentie op basis van techniek en wet- en regelgeving voor warmte en elektriciteit. De dynamische kaarten met de potentie voor de verschillende energiebronnen liggen op tafel. Er is lokaal en regionaal zicht op waar er wettelijk gezien (buiten de planologische kaders), windmolens en zonneparken mogelijk zijn. Of anders gezegd, waar ze niet mogelijk zijn. Er is op basis hiervan voldoende potentie om de opgave tot 2030 te realiseren. Het is alleen de vraag welke potentie we op welke locatie willen benutten. 1. Hoe verhoudt het project en/of zoekgebied zich tot de dynamische potentiekaarten? Naast de wettelijke regelgeving waar het opwekken van hernieuwbare warmte en elektriciteit aan moet voldoen moet de geproduceerde energie ook kunnen worden gedistribueerd. Voor elektriciteit geldt dat er op dit moment binnen de regio al een schaarste op transportcapaciteit aanwezig is. Deze capaciteit is ontoereikend voor de RES-opgave en zal uitgebreid moeten gaan worden. Soms valt een project net binnen een gebied dat is uitgesloten in de dynamische potentiekaarten, maar ontstaan er door in gesprek te gaan met betreffende stakeholders een kans. 2. Hoe verhoudt de energieopgave zich tot andere opgaven (zoals natuurontwikkeling, stedelijke uitbreiding, klimaatadaptatie etc.) en kunnen deze opgaven op elkaar worden afgestemd? 3.
Wat is het ruimtegebruik in relatie tot de opwekcapaciteit? 4. Hoe vindt er onderling overleg en afstemming plaats om het RES-bod te behalen tussen buurgemeenten (RES-regio overstijgend), netbeheerder en binnen gemeenten? Wordt er gezocht naar efficiëntie bij het gebruik van het net (denk aan clustering/cable pooling/aftoppen(curtailing) en combi zon/wind of opslag)? Het is van belang om te kiezen voor een energiemix die goed past bij het energieprofiel van de regio. De investeringen in het net worden gezien als maatschappelijke kosten. 5. Ligt het zoekgebied/project in de buurt van een bestaand/gepland elektriciteitsstation? Hoe groot is de afstand van het zoekgebied/project tot de aansluiting op het net en wat is de capaciteitsruimte op de aansluiting? 6. Hoe is het handelingsperspectief (programmering) van de netbeheerder en bevoegd gezag (wet- en regelgeving) samengebracht zodat slimme keuzes, die bijdragen aan het haalbaar maken van de opgave, bereikt worden?
2. Landschap - landschappelijke waarden en beleving geven betekenis aan de leefomgeving voor mens en dier. De energietransitie heeft grote invloed op de beleving van het landschap en de leefomgeving. De energietransitie biedt kansen voor nieuwe landschappen maar kan gewaardeerde kwaliteiten van bestaande landschappen ook onder druk zetten. Daarom maken we bewust de keuze waar wel en waar geen energie of warmte wordt opgewekt in het landschap. Bij het maken van keuzes staan een waardevolle leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik centraal. Clustering en concentratie zijn daarbij belangrijk. Waar mogelijk willen we landschappen die uniek en bijzonder zijn voor NoordoostBrabant behouden en dus vrijwaren, maar we staan tegelijkertijd open voor nieuwe landschappen.
We zien mogelijkheden om de energietransitie te combineren met andere opgaves zoals bijvoorbeeld de landbouwtransitie en verrommeling te voorkomen. 1. Wat is de visie op het landschap en de plaatsing van energie daarin en hoe is deze afgestemd met buurgemeenten? 2. In hoeverre past het initiatief in een grotere visie op de omgeving en zijn hiervoor andere initiatieven wenselijk en zijn ook nog meerdere energieopwekkingsinitiatieven mogelijk? 3. Hoe wordt er rekening gehouden met een zon- & windladder?
3. Koppelkansen - kansen en knelpunten combineren met andere (regionale - en lokale) opgaven, zoals landbouwtransitie, natuurlijkontwikkeling, cultuurhistorie, bodem- en waterbeheer en klimaatadaptatie. Het gaat om ruimtebeslag en het effectief benutten hiervan. Er is maar één regio Noordoost-Brabant. Er zijn meerdere opgaven die beslag leggen op onze ruimte, denk hierbij aan de regionale opgaven landbouwtransitie, klimaatadaptatie, maar ook natuurherstel en -ontwikkeling en een goed waterbeheer. Ook op lokaal niveau liggen er opgaven die koppelkansen genereren. De kunst is deze opgaven zodanig te koppelen dat er combinaties ontstaan die synergie opleveren tussen de verschillende opgaven. Denk niet alleen aan koppelkansen in ruimtebeslag, denk ook aan sociaaleconomische opgaven bijvoorbeeld aan de aansluiting op de arbeidsmarkt . 1. Welke andere opgaven zijn er aanwezig in het gebied? Welke koppelingen en kansen met andere opgaven en functies kun je toevoegen aan het initiatief (bijvoorbeeld aan opgave landbouwtransitie of natuurontwikkeling)? 2. Welke maatschappelijke meerwaarde en ruimtelijke kwaliteit levert het initiatief op? Wat zijn de maatschappelijke effecten op bijvoorbeeld gezondheid en zijn er koppelingen te maken met andere maatschappelijke effecten die voor een meerwaarde kunnen zorgen? 3.
Biedt dit ook nieuwe verdienmodellen of economisch nadere kansen en hoe landen deze opbrengsten in het gebied? 4. Biedt grootschalige opwek van elektriciteit (i.c. zon-pv) mogelijkheden om warmte op te wekken (i.c. zonthermie)
4. Maatschappelijke acceptatie - het gaat om het betrekken van inwoners, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties, waardoor de verandering in de leefomgeving door de energietransitie geaccepteerd wordt. De overheid heeft vanuit het Klimaatakkoord de kaders in de RES zo weten te stellen dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke stakeholders zo lokaal mogelijk betrokken kunnen worden. Daarbij is het belangrijk te benoemen dat de RES een doorgaand proces is; we streven ernaar verschillende belangen te verbinden, en lusten en lasten zo goed mogelijk te verdelen. 1. Wat zijn de lokale wortels van de initiatiefnemer? 2. Geef duiding aan het participatieproces, hoe, wanneer, met welke partijen en met welke mate van zeggenschap (informeren, meedenken, meeschetsen, meedoen (o.a. lokaal eigendom)) betrek je partijen? 3. Hoe draagt de ontwikkeling bij aan maatschappelijke cohesie en (financieel gezien) aan maatschappelijke opgaven? 4. Hoe wordt de evaluatie van het project in de vervolgfases en na realisatie vormgegeven?
5. Maatschappelijke kosten & baten - de effecten van de energietransitie uitgedrukt in ‘harde data’ (geld of andere kwantiteiten) gecombineerd met ‘zachte data’ (maatschappelijke effecten, leefbaarheid en kwaliteit). Bij veranderen hoort een verschuiving van bestaande belangen, het loslaten van oude patronen en het introduceren van nieuwe elementen in ons dagelijks leven. Het gaat dus ook gepaard met belangenbehartiging. Daarom gaat het niet louter om de meer- of minderwaarde van de energietransitie. Het gaat om het zien van kansen en bedreigingen, ieders belangen afwegend, voor de toekomst van onze maatschappij in het algemeen en die van Noordoost-Brabant in het bijzonder. De overwegingen die hierbij meegenomen kunnen worden zijn reeds verwerkt in de voorgaande vragen/in het handvat 50% lokaal eigendom. 1. Hoe is de verdeling van lasten en lusten geregeld? Geef daarbij aan welke lasten en lusten er kunnen zijn. (Denk aan lokale eigendomsparticipatie, gebiedsfonds etc.) 2. Hoe kan in het zoekgebied/initiatief aandacht worden besteed aan besparing? (De energietransitie begint bij energiebesparing.)