Bijlage 4 - Bijlagen toelichting BP Rijckevorselweg 4
Tekst van het document
berekening kwaliteitsverbetering landschap - Van Rijckevorselweg 4 te Vinkel Cat. 3 INVOERGEGEVENS UITGANGSPUNTEN
beoordeling
Grondwaarden agrarische cultuurgrond agrarisch bouwblok Ondergrond bedrijfswoning (0-500 m2) Ondergrond bedrijfswoning (0-1000 m2) Bedrijven Groen (bestemd als groen/natuur) Sloopkosten bebouwing sloopkosten erfverharding/sanering asbest WAARDEVERMEERDERING Grondwaarde huidige situatie Ondergrond agrarische bedrijfswoning (0-500 m2) Ondergrond agrarische bedrijfswoning (0-1000 m2) agrarisch bouwblok Totaal Grondwaarde nieuwe situatie Bedrijven Ondergrond bedrijfswoning (0-500 m2) Ondergrond bedrijfswoning (0-1000 m2) Groen agrarische cultuurgrond Totaal Waardevermeerdering benodigde investering in landschap
€ 7,50 /m² € 25,00 /m² € 200,00 /m² € 100,00 /m² € 100,00 /m² € 1,50 /m² € 25,00 /m² € 10,00 /m²
oppervlakte tarief 500 m² € 200,00 /m² 500 m² € 100,00 /m² 10.000 m² € 25,00 /m² 11.000 m²
5.000 m² € 100,00 /m² 500 m² € 200,00 /m² 500 m² € 100,00 /m² 200 m² € 1,50 /m² 4.800 m² € 7,50 /m² 11.000 m²
20%
Geplande investeringen Sloop Resultaten en conclusies resultaten benodigde investering in landschap geplande investering in landschap Overschot investering in landschap Conclusie: De waarde van de geplande kwaliteitsverbetering is voldoende
5.992 m²
€
25,00 /m²
25-8-2022 Dirk Breure
bedrag € 100.000,00 € 50.000,00 € 250.000,00 € 400.000,00
€ 500.000,00 € 100.000,00 € 50.000,00 € 300,00 € 36.000,00 € 686.300,00 € 286.300,00 € 57.260,00
€ 149.800,00
€ 57.260,00 € 149.800,00 € 92.540,00
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
1
Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50 D
3.1
016
3
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
016
4
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
-
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW 10
10
50
0
50
3.1
nummer
GEVAAR
-
AFSTANDEN IN METERS
GELUID
-
OMSCHRIJVING
STOF
SBI-2008
GEUR
SBI-1993
01
01
-
014
016
0
014
016
014 014
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
02
02
020
021, 022, 024
15
10, 11
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
101, 102
0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
151
101, 102
1
- slachterijen en pluimveeslachterijen
100
0 100
C
50
R
100 D
3.2
151
101
4
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m²
100
0 100
C
50
R
100
3.2
151
101, 102
7
50
0
50
10
50
3.1
151
108
8
- loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaarmaaltijden met p.o. < 2.000 m²
50
0
50
10
50
3.1
152
102
0
Visverwerkingsbedrijven:
152
102
5
- verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m²
100
10
50
30
100
3.2
152
102
6
- verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²
50
10
30
10
50
3.1
1532, 1533
1032, 1039
0
Groente- en fruitconservenfabrieken:
1532, 1533
1032, 1039
1
- jam
50
10 100
C
10
100
3.2
1532, 1533
1032, 1039
2
- groente algemeen
50
10 100
C
10
100
3.2
1532, 1533
1032, 1039
3
- met koolsoorten
100
10 100
C
10
100
3.2
1551
1051
0
1551
1051
3
Zuivelprodukten fabrieken: - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j
50
0 100
C
50
R
100
3.2
1552
1052
1
50
0 100
C
50
R
100
3.2
1581
1071
0
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1071
1
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
30
10
30
C
10
30
2
1581
1071
2
- v.c. >= 7500 kg meel/week
100
30 100
C
30
100
3.2
1582
1072
Banket, biscuit- en koekfabrieken
100
10 100
C
30
100
3.2
1584
10821
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1584
10821
5
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²
100
30
50
30
100
3.2
1585
1073
Deegwarenfabrieken
50
30
10
10
50
3.1
1586
1083
0
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1586
1083
2
- theepakkerijen
100
10
30
10
100
3.2
1589.2
1089
0
Soep- en soeparomafabrieken:
1589.2
1089
1
- zonder poederdrogen
100
10
50
10
100
3.2
Bosbouwbedrijven
R
1593 t/m 1595
1102 t/m 1104
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
10
0
30
1598
1107
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
10
0 100
50
17
13
171
131
10
50 100
172
C
0
CATEGORIE
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
30
2
100
3.2
30
100
3.2
R
-
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
132
0
Weven van textiel:
172
132
1
- aantal weefgetouwen < 50
10
10 100
0
100
3.2
173
133
Textielveredelingsbedrijven
50
0
50
10
50
3.1
174, 175
139
Vervaardiging van textielwaren
10
0
50
10
50
3.1
139, 143
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
0
10
50
10
50
3.1
18
14
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
181
141
Vervaardiging kleding van leer
30
0
50
0
50
3.1
141
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
10
10
30
10
30
2
142, 151
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
50
10
10
10
50
3.1
50
10
30
10
50 D
3.1
50
10
50
10
50
3.1
0
50 100
50
100
3.2
176, 177
182 183
Bewerken en spinnen van textielvezels
-
19
15
192
151
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)
193
152
Schoenenfabrieken
20
16
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
2010.1
16101
2010.2
16102
0
Houtconserveringsbedrijven:
2010.2
16102
2
- met zoutoplossingen
10
30
50
10
50
3.1
202
1621
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
100
30 100
10
100
3.2
203, 204, 205
162
0
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout
0
30 100
0
100
3.2
203, 204, 205
162
1
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2
0
30
50
0
50
3.1
205
162902
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
10
10
30
0
30
2
21
17
-
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
2112
1712
0
Papier- en kartonfabrieken:
2112
1712
1
- p.c. < 3 t/u
50
30
50
C
30
R
50
3.1
Papier- en kartonwarenfabrieken
30
30 100
C
30
R
100
3.2
30
30 100
C
30
R
100
3.2
0
10
1
C
10
100
3.2
-
-
Houtzagerijen
212
172
2121.2
17212
0
Golfkartonfabrieken:
2121.2
17212
1
- p.c. < 3 t/u
-
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
R
22
58
221
581
Uitgeverijen (kantoren)
0
0
2221
1811
30
0 100
2222
1812
Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatiediepdrukkerijen)
30
0 100
10
100
3.2
2222.6
18129
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
0
30
2
10
30
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
10
0
10
1
30
0
30
2
10
10
30
2
0
30
10
30 D
2
0
10
0
10
1
50
0 100
30
R
100
3.2
- formulering en afvullen geneesmiddelen
50
10
50
50
R
50
3.1
2
- verbandmiddelenfabrieken
10
10
30
10
30
2
0
Lijm- en plakmiddelenfabrieken: - zonder dierlijke grondstoffen
100
10 100
50
100
3.2
50
10 100
50
R
100
3.2
A
Fotochemische produktenfabrieken Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
50
10
50
50
R
50
3.1
50
3.1
R
100 D
3.2
STOF
-
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-2008
nummer
SBI-1993
0
0
Binderijen
30
0
Grafische reproduktie en zetten
30
0
Overige grafische aktiviteiten
30
Reproduktiebedrijven opgenomen media
0
2223
1814
A
Grafische afwerking
2223
1814
B
2224
1813
2225
1814
223
182
23
19
-
2320.2
19202
A
24
20
-
Smeeroliën- en vettenfabrieken VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
2442
2120
0
Farmaceutische produktenfabrieken:
2442
2120
1
2442
2120
2462
2052
2462
2052
1
2464
205902
2466
205903
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN
25
22
-
VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF
2512
221102
0
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
2512
221102
1
- vloeropp. < 100 m2
50
10
30
30
2513
2219
Rubber-artikelenfabrieken
100
10
50
50
26
23
-
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN
261
231
0
Glasfabrieken:
261
231
1
2615
231
262, 263
232, 234
0
262, 263
232, 234
1
262, 263
232, 234
2661.2 2661.2
- glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j
30
30 100
30
100
3.2
Glasbewerkingsbedrijven
10
30
50
10
50
3.1
10
10
30
10
30
2
2
Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW
30
50 100
30
100
3.2
23612
0
Kalkzandsteenfabrieken:
23612
1
- p.c. < 100.000 t/j
10
50 100
30
100
3.2
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken
50
50 100
30
100
3.2
10
50 100
10
100
3.2
100
3.2
100 D
3.2
2662
2362
2663, 2664
2363, 2364
0
Betonmortelcentrales:
2663, 2664
2363, 2364
1
- p.c. < 100 t/u
2665, 2666
2365, 2369
0
Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips:
2665, 2666
2365, 2369
1
- p.c. < 100 t/d
10
50 100
50
267
237
0
267
237
1
Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m²
10
30 100
0
2681
2391
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
10
30
50
10
50 D
3.1
2682
2399
C
50
50 100
50
100 D
3.2
28
25, 31
-
Minerale produktenfabrieken n.e.g. VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)
R
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
281
251, 331
1
- gesloten gebouw
30
30 100
30
100
3.2
2821
2529, 3311
0
284
255, 331
B
Tank- en reservoirbouwbedrijven: Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.
50
30 100
30
100 D
3.2
2851
2561, 3311
0
Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:
2851
2561, 3311
1
- algemeen
50
50 100
50
100
3.2
2851
2561, 3311
11
- metaalharden
30
50 100
50
100 D
3.2
2851
2561, 3311
12
- lakspuiten en moffelen
100
30 100
50
R
100 D
3.2
2851
2561, 3311
2
- scoperen (opspuiten van zink)
50
50 100
30
R
100 D
3.2
2851
2561, 3311
3
- thermisch verzinken
100
50 100
50
100
3.2
2851
2561, 3311
4
- thermisch vertinnen
100
50 100
50
100
3.2
2851
2561, 3311
5
- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)
30
50 100
30
100
3.2
2851
2561, 3311
6
- anodiseren, eloxeren
50
10 100
30
100
3.2
2851
2561, 3311
7
- chemische oppervlaktebehandeling
50
10 100
30
100
3.2
2851
2561, 3311
8
- emailleren
100
50 100
50
100
3.2
2851
2561, 3311
9
- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed)
30
30 100
50
100
3.2
2852
2562, 3311
1
10
30 100
30
100 D
3.2
287
259, 331
Overige metaalbewerkende industrie Grofsmederijen, anker- en A0 kettingfabrieken:
287
259, 331
B
30
30 100
30
100
3.2
29
27, 28, 33
-
29
27, 28, 33
0
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie:
29
27, 28, 33
1
- p.o. < 2.000 m2
30
30 100
30
100 D
3.2
30
26, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
30
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
30
10
30
10
30
2
31
26, 27, 33
-
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.
314
272
Accumulatoren- en batterijenfabrieken
100
30 100
50
100
3.2
316
293
Elektrotechnische industrie n.e.g.
30
10
30
10
30
2
32
26, 33
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.
321 t/m 323
261, 263, 264, 331
Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie
30
0
50
30
50 D
3.1
3210
2612
Fabrieken voor gedrukte bedrading
50
10
50
30
50
3.1
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
30
0
30
0
30
2
30
10 100
30
100
3.2
-
nummer
GEVAAR
AFSTANDEN IN METERS
GELUID
OMSCHRIJVING
STOF
SBI-2008
GEUR
SBI-1993
251, 331
0
281
-
33
26, 32, 33
-
33
26, 32, 33
A
34
29
341
291
343
293
Constructiewerkplaatsen
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.
R
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS 0
Autofabrieken en assemblagebedrijven Auto-onderdelenfabrieken
R
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
50
3.1
100
3.2
100
3.2
100
3.2
30
100 D
3.2
50 100
30
100 D
3.2
10
10
0
10
1
30
10
10
10
30
2
30
10
30
10
30
2
Sportartikelenfabrieken
30
10
50
30
50
3.1
Speelgoedartikelenfabrieken Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
30
10
50
30
50
3.1
30
10
50
30
50 D
3.1
10
30 100
10
100
3.2
10
30
50
10
50
3.1
10
30
50
10
50
3.1
0
10
30
10
30
2
10
0
30
10
30
2
10
10 100
10
100
3.2
10
30 100
10
100
3.2
GELUID
GEVAAR
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
35
30
-
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)
351
301, 3315
0
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:
351
301, 3315
1
- houten schepen
30
30
50
10
351
301, 3315
2
- kunststof schepen
100
50 100
50
352
302, 317
0
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:
352
302, 317
1
- algemeen
50
30 100
30
353
303, 3316
0
Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:
354
309
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken
30
10 100
30
355
3099
Transportmiddelenindustrie n.e.g.
30
30 100
36
31
-
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
361
310
1
Meubelfabrieken
50
361
9524
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2
0
362
321
Fabricage van munten, sieraden e.d.
363
322
Muziekinstrumentenfabrieken
364
323
365
324
3663.2
32999
45
41, 42, 43
-
45
41, 42, 43
0
45
41, 42, 43
1
BOUWNIJVERHEID Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m² - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m²
45
41, 42, 43
2
Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m²
45
41, 42, 43
3
50
45, 47
-
501, 502, 504
451, 452, 454
- aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Handel in vrachtauto's (incl. import en reparatie)
501
451
5020.4
45204
5020.4
45204
B
Autobeklederijen
0
0
10
10
5020.4
45204
C
Autospuitinrichtingen
50
30
30
30
5020.5
45205
Autowasserijen
10
0
30
503, 504
453
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires
0
0
505
473
0
Benzineservisestations:
505
473
2
- met LPG < 1000 m3/jr
30
505
473
3
- zonder LPG
30
51
46
-
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
511
461
5121
4621
0
Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders
5122
4622
Grth in bloemen en planten
A
Autoplaatwerkerijen
R
R
10
1
50
3.1
0
30
2
30
10
30
2
0
30
50
50
3.1
0
30
10
30
2
0
0
10
0
10
1
30
30
50
30
50
3.1
10
10
30
0
30
2
R
R
R
0
100
3.2
30
0
50
3.1
10
30
50
R
50
3.1
10
0
30
50
R
50
3.1
0
0
30
0
30
2
10
0
30
0
30
2
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30
0
30
2
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen
30
10
30
0
30
2
10
10
30
10
30
2
Grth in overige consumentenartikelen
10
10
30
10
30
2
10
50
50
30
50
3.1
100
0
30
50
100
3.2
0
10 100
10
100
3.2
0
10
50
10
50
3.1
0
30 100
0
100
3.2
50
3.1
GEUR
STOF
GELUID
CATEGORIE
AFSTANDEN IN METERS
GROOTSTE AFSTAND
OMSCHRIJVING
GEVAAR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
5123
4623
Grth in levende dieren
50
10 100
5124
4624
Grth in huiden, vellen en leder
50
0
46217, 4631
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen
30
5132, 5133
4632, 4633
Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën
5134
4634
Grth in dranken
5135
4635
Grth in tabaksprodukten
5136
4636
5137
4637
5138, 5139
4638, 4639
-
5125, 5131
-
514
464, 46733
5151.1
46711
0
Grth in vaste brandstoffen:
5151.1
46711
1
5151.2
46712
0
5151.3
46713
- klein, lokaal verzorgingsgebied Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen: Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen)
5152.1
46721
5152.2 /.3
46722, 46723
0
5153
4673
0
5153
4673
1
- algemeen: b.o. > 2000 m²
5153.4
46735
4
zand en grind:
5153.4
46735
5
- algemeen: b.o. > 200 m²
C
Grth in metaalertsen: Grth in metalen en -halffabrikaten Grth in hout en bouwmaterialen:
5154
4674
0
Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
5154
4674
1
- algemeen: b.o. > 2.000 m²
0
0
50
10
5155.1
46751
Grth in chemische produkten
50
10
30
100
100 D
3.2
5156
4676
Grth in overige intermediaire goederen
10
10
30
10
30
2
5157
4677
0
Autosloperijen: b.o. > 1000 m²
10
30 100
30
100
3.2
10
30 100
10
100 D
3.2
10
10
50
10
50
3.1
R
5157.2/3
4677
0
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m²
5157.2/3
4677
1
- overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m²
518
466
0
Grth in machines en apparaten:
518
466
1
- machines voor de bouwnijverheid
0
10 100
10
100
3.2
518
466
2
- overige
0
10
50
0
50
3.1
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
0
0
30
0
30
2
0
0
10
10
10
1
519
466, 469
52
47
527
952
-
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
60
49
6022
493
Taxibedrijven
0
0
30
C
0
30
2
6023
493
Touringcarbedrijven
10
0 100
C
0
100
3.2
494
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m²
0
0 100
C
30
100
3.2
6024
-
0
VERVOER OVER LAND
50
- stukgoederen
0
10 100
Distributiecentra, pak- en koelhuizen
30
10
0
Post- en koeriersdiensten A
Telecommunicatiebedrijven
1
63
52
-
6311.2
52242
0
6311.2
52242
2
6312
52102, 52109
A
6312
52109
B
Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
64
53
-
641
531, 532
642
61
30
50
3.1
R
100 D
3.2
R
50 D
3.1
10
30
2
C
0
30
2
C
0
10
1
C
50
50
C
50
0
30
C
0
0
30
0
0
10
50
30
50
10
30
30
50
30
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:
POST EN TELECOMMUNICATIE
71
77
-
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
90
37, 38, 39
-
MILIEUDIENSTVERLENING
9001
3700
9002.1
381
RWZI's en gierverwerkingsinricht., met A0 afdekking voorbezinktanks: Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven A e.d.
9002.1
381
B
9002.2
382
A0 Afvalverwerkingsbedrijven:
9002.2
382
100
50
30
9002.2
382
A2 - kabelbranderijen - pathogeen afvalverbranding (voor A4 ziekenhuizen)
50
10
9002.2
382
100
9002.2
382
A5 - oplosmiddelterugwinning - verwerking fotochemisch en galvanoA7 afval
10
9002.2
382
C0 Composteerbedrijven:
9002.2
382
C3 - belucht v.c. < 20.000 ton/jr
Gemeentewerven (afval-inzameldepots)
93
96
-
OVERIGE DIENSTVERLENING
9301.1
96011
A
Wasserijen en strijkinrichtingen
9301.1
96011
B
9301.2
96012
9301.3
96013
A
CATEGORIE
0
494
GROOTSTE AFSTAND
0
- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m²
6024
GEVAAR
GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI-2008
nummer
SBI-1993
50
3.1
50
3.1
10
100
3.2
30
10
50
3.1
0
10
30
R
100 D
3.2
10
30
30
R
30
2
100 100 100
10
100
3.2
30
50
3.1
30
0
50
C
Tapijtreinigingsbedrijven
30
0
50
30
Chemische wasserijen en ververijen
30
0
30
30
Wasverzendinrichtingen
0
0
30
0
R
R
50
3.1
30
2
30
2
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan
projectnummer 479857.100 definitief 5 december 2022
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 479857.100 definitief 5 december 2022
Auteurs SCHJ van Eijk Jurrien Kooijman
Opdrachtgever Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Opdrachtgever
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 28-11-2022
beschrijving revisie definitief
vrijgave ir. H. A. M. van de Wetering
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 2 2 3
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
4
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Brabant Groenblauwe mantel Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Bescherming van houtopstanden
4 4 6 6 6 7 7 8
3
Methodiek
9
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
9 9 10 10
4
Resultaten
11
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden
11 12 12 13 18 18 18 19 19
5
Toetsing
20
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3
Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Bescherming van houtopstanden
20 20 21 23 23 23 24
6
Bronnen
25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk kader
Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: Streetsmart.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Conclusies en advies De Gemeenschappelijke Regeling Heesch West is voornemens om het perceel aan de Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel opnieuw te ontwikkelen. De agrarische bestemming van het perceel wordt omgezet in een bedrijfsbestemming. Om dit mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.
Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is geen Natura 2000-gebied aanwezig. In de omgeving liggen wel Natura 2000gebieden. Mogelijk is sprake van een invloed op deze omliggende Natura 2000 gebieden door stikstofdepositie. Om hier duidelijkheid over te geven is een AERIUS-berekening uitgevoerd. De uitkomst van de analyse is een waarde van 0,00 mol/ha/jr. Om deze reden zijn geen vervolgstappen nodig in het kader van Natura 2000-gebieden. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied, wel ligt NNN-gebied binnen de invloedsfeer van het plan. Het voornemen heeft geen negatief effect op dit NNN-gebied. Er is van directe en indirecte aantasting van de NNN dan ook geen sprake. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Zie ook Tabel 0.1. Tabel 0.1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000
NNN
Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Mogelijk
Ja
Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Mogelijk Nee
Nee Nee
Ja
Ja
Conclusies: Beschermde houtopstanden Er zijn in het plangebied geen middels de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden aanwezig.
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: • Bunzing (mogelijk verblijfplaats); • Wezel (mogelijk verblijfplaats); • Steenmarter (mogelijk verblijfplaats); • Vleermuizen (mogelijk verblijfplaatsen); • Huismus (nesten aanwezig, aantal onbekend); • Steenuil (mogelijk nestlocatie); • Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen). In Tabel 0.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Tabel 0.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort (groep)
Essentieel leefgebied in plangebied?
Is er sprake van een overtreding?
Is een ontheffing noodzakelijk
Is het plan uitvoerbaar?
Bunzing
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja, eventueel na mitigerende maatregelen
Wezel
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja, eventueel na mitigerende maatregelen
Steenmarter
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja, eventueel na mitigerende maatregelen
Vleermuizen
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja, eventueel na mitigerende maatregelen
Huismus
Ja
Ja
Ja
Ja, na nemen maatregelen
Steenuil
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja, eventueel na mitigerende maatregelen
Algemene broedvogels
Waarschijnlijk
Nee, bij niet werken bij broedgeval
Nee
Ja
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Mogelijk vleermuis/steenmarter/huismus/steenuil. Mogelijk vleermuis/steenmarter/huismus/steenuil. Zeker nesten huismus aanwezig. Groene ruimten buiten de gebouwen geschikt biotoop voor bunzing en wezel. Figuur 0.1. (Mogelijk) aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De Gemeenschappelijke Regeling Heesch West is voornemens om het perceel aan de Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel opnieuw te ontwikkelen. De agrarische bestemming van het perceel wordt omgezet in een bedrijfsbestemming. Om dit mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron ondergrond: Streetsmart.
Blad 1 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
1.2
Planvoornemen De agrarische bestemming van het perceel wordt omgezet in een bedrijfsbestemming. Een verbeelding van de toekomstige bestemmingsplankaart is opgenomen in Figuur 1.2. De stallen op het perceel worden gesloopt. Het omliggende groen wordt verwijderd. In voorliggende toetsing wordt er ook van uit gegaan dat de woning op het perceel wordt gesloopt.
Figuur 1.2. Toekomstige bestemming plangebied (bron: concept bestemmingsplan).
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
Blad 2 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: • Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? • Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.4
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: • De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; • Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; • Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; • Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; • Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; • Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.
Blad 3 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 5) aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).
Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie.
Blad 4 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn.
Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Noord-Brabant bevoegd gezag. In de provincie NoordBrabant zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de bunzing, hermelijn en wezel niet vrijgesteld.
Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. Daarnaast geldt in de provincie Noord-Brabant in tegenstelling tot de landelijke (niet-)vrijgestelde soorten, dat het wild zwijn vrijgesteld is. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.
Blad 5 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
2.3.2
Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Nederland (in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant genoemd) is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De Ruimtelijke Verordening (geconsolideerde versie januari 2019) van de provincie Noord Brabant is op 25 oktober 2019 vervangen door de interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
In de Omgevingsverordening van provincie Noord-Brabant (2019) zijn regels voor het NNN opgenomen in paragraaf 3.2.3 (Artikel 3.15-3.25). Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNB geldt het ‘nee, tenzij’-principe1. Het ‘nee, tenzij’-principe (Artikel 3.19) betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Noord-Brabant voor de gebieden die aangewezen zijn als NNN is vastgelegd in Artikel 3.22 van de Omgevingsverordening. Het regime ter bescherming van het NNB kent in de provincie Noord-Brabant externe werking. Dit houdt in dat niet alleen de effecten van activiteiten die gelegen zijn binnen de grenzen van NNB-gebieden beoordeeld en eventueel gecompenseerd moeten worden, maar ook (potentiële) effecten op NNB-gebieden die in de omgeving van het plangebied liggen (externe effecten).
Dit laatste is in ieder geval aan de orde als een ontwikkeling een negatief effect heeft op de waarden van het NNB vanwege geluid, licht of betreding (of bijvoorbeeld schaduwwerking, windturbulentie of het oprichten van een afscheiding langs een natuurgebied waardoor migratie niet langer mogelijk is). Voor zover er externe effecten optreden vanwege de verspreiding van stoffen door de lucht of water vindt een afweging plaats in het kader van andere wet- en regelgeving. Daarom is dit expliciet in de regels uitgesloten (Artikel 3.16, lid 3). 1
Naast een Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van een kleinschalig ontwikkeling of een NNB/EHS-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.
Blad 6 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2.3.3
Groenblauwe mantel Naast het NNB zijn in de provincie Noord-Brabant gebieden aangewezen als groenblauwe mantel (Artikel 3.32 Omgevingsverordening). Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen. Een bestemmingsplan dat van toepassing is op de groenblauwe mantel: a) strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b) stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c) borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Ontwikkelingen in de groenblauwe mantel zijn mogelijk indien het gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie betreft, met een meer extensief karakter en die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap.
De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of/en landbouw passen minder bij het karakter van de Groenblauwe mantel. Daarom gelden binnen de groenblauwe mantel voor deze initiatieven aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies.
2.3.4
Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Voor ganzen en smienten zijn in Noord-Brabant een aantal gebieden aangewezen als Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn in Artikel 2.60 regels opgenomen voor activiteiten in deze gebieden. In Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten mogen in de periode 1 november tot 1 april, een aantal soorten niet opzettelijk worden verontrust (het gaat om brandganzen, grauwe ganzen, kolganzen, rotganzen, taigarietganzen, toendrarietganzen en smienten).
Blad 7 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2.3.5
Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m 2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.
Blad 8 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2015-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast zijn indien relevant ook regionale bronnen en atlassen gebruikt. Deze atlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen.
Blad 9 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 3-03-2021 is vanaf circa 10:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij licht bewolkt weer met een temperatuur van circa 10 °C. Het plangebied is te voet beoordeeld en bomen/gebouwen zijn bekeken met een verrekijker.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 10 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt in de provincie Noord-Brabant, in de gemeente Den Bosch (Vinkel). Het plangebied ligt in het buitengebied en bestaat uit een aantal gebouwen en de bijbehorende buitenruimte. De gebouwen zijn in gebruik als woonhuis, varkensstal en opslag. Rond het woonhuis ligt een tuin. Tussen de stallen is het plangebied verhard. Aan de noordkant van het plangebied ligt een groenstrook met bomen en struiken. Een impressie van het plangebied is weergegeven op Figuur 4.1.
Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.
Blad 11 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2015-2021).
Soortgroep
Soort Boomvalk
Vogels met een jaarrond beschermd nest*
Zoogdieren
Amfibieën
JRB
Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil
X X X X X X X X X X X X X
Wespendief
X
Bunzing Das Steenmarter Eekhoorn Wezel Wolf Vleermuizen** Kamsalamander knoflookpad Poelkikker Rugstreeppad Alpenwatersalamander
Reptielen Insecten - Dagvlinders
Levendbarende hagedis Geen waarnemingen
Insecten - Libellen
Gevlekte witsnuitlibel
HR
A/B
X X X X X X X X X X X X X X
Vissen Grote modderkruiper X Planten Geen waarnemingen Overige soortgroepen Geen waarnemingen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis.
Blad 12 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
4.2.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het projectgebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Het gaat om de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief. In het plangebied zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig voor boomvalk, buizerd, havik, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief. Nesten van dergelijke soorten hadden bij aanwezigheid goed zichtbaar moeten zijn tijdens het terreinbezoek. De grote gele kwikstaart is een soort die broed bij (stromend) water. Dergelijk biotoop ontbreekt in het plangebied. De gierzwaluw is een soort die broed in binnenstedelijke gebieden in voornamelijk hoge gebouwen. De gebouwen in het plangebied voldoen niet aan deze voorwaarden. De kerkuil is een soort die bij aanwezigheid van een nest vooral door de aanwezigheid van grote braakballen en krijtsporen opvalt.
Er zijn nergens braakballen of krijtsporen aangetroffen. Daarmee is het uit te sluiten dat een nest van deze soort aanwezig is in het plangebied. Tijdens het plangebied zijn verschillende paartjes huismussen waargenomen bij het woonhuis. Het aantal nesten moet in de daarvoor vastgestelde periode nog nader worden bepaald (BIJ12, 2017). Een aantal nestlocaties is weergegeven op Figuur 4.2. Van de steenuil kan niet op basis van de huidige gegevens bepaald worden of een nestlocatie aanwezig is. De gebouwen en de omgeving zijn in potentie zeer geschikt voor de soort. Braakballen van de steenuil, die vrij klein zijn, zijn niet aangetroffen. Deze braakballen hoeven echter niet altijd aanwezig of zichtbaar te zijn bij de nestlocatie. Daarmee kan niet worden uitgesloten dat de soort in het plangebied een nest heeft.
Blad 13 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Figuur 4.2. Locaties nesten huismus.
Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) De vegetatie en de gebouwen in het plangebied bieden een geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld de houtduif en merel. Het kan daarmee niet worden uitgesloten dat in het broedseizoen broedgevallen van algemene broedvogels aanwezig zijn in het plangebied. Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen.
In het voorliggende plangebied zijn in verschillende gebouwen ruimtes, kieren en betimmeringen aanwezig die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen of die vleermuizen toegang bieden tot het gebouw. Voorbeelden van dergelijke plekken zijn weergegeven in Figuur 4.3. De potentieel geschikte gebouwen zijn weergegeven in Figuur 0.1. De metalen stal aan de zuidkant van het plangebied is het enige gebouw in het plangebied dat ongeschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen.
Blad 14 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Mogelijk wordt het plangebied ook gebruikt als foerageergebied voor vleermuizen. Het plangebied ligt gekoppeld aan de laanbeplanting langs de Van Rijckevorselweg waardoor vleermuizen uit verblijfplaatsen buiten het plangebied, het plangebied goed kunnen bereiken.
Figuur 4.3. Voorbeeld van toegangen tot mogelijke vleermuisverblijven in de gebouwen, in het plangebied.
Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.
Blad 15 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Overige (land)zoogdieren Op basis van de bureaustudie blijkt dat de bunzing, das, eekhoorn wezel en wolf in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. De wolf is een soort die in uitgestrekte natuurlijke gebieden voor komt. De soort is op doortrek in de omgeving van het plangebied waargenomen. Daarmee maakt het plangebied geen essentieel onderdeel uit van het leefgebied van de wolf. De eekhoorn komt in bosgebieden en parkachtige gebieden voor. De soort heeft bomen nodig om in te nestelen en zich langs te verplaatsen. In het plangebied zijn geen nesten van de soort aanwezig. Het is ook onwaarschijnlijk dat de soort in het plangebied voor komt doordat het plangebied geïsoleerd ligt in een intensief agrarisch landschap dat ongeschikt is als leefgebied voor de soort. De das komt voor in de omgeving van het plangebied volgens de bureaustudie. De soort bewoond agrarische gebieden waar natuurlijke landschapselementen aanwezig zijn en in natuurgebieden. In het plangebied is geen burcht aanwezig. Mogelijk komt de soort sporadisch in het plangebied voor, maar de soort komt in agrarisch gebied vooral op plekken waar veel voedsel voor ze aanwezig is, zijnde intensief bemeste graslanden en maisakkers. Het is daarmee onwaarschijnlijk dat de soort in het plangebied voor komt. De bunzing en de wezel komen volgens de bureaustudie in de omgeving van het plangebied voor.
De genoemde soorten leven voornamelijk in kleinschalige landschapselementen en (randen van) bossen. In het plangebied zijn enkele ruigtes aanwezig die geschikt zijn als leefgebied voor de soort. In deze ruigtes zijn vele holtes van knaagdieren aanwezig die gebruikt kunnen worden door de soorten als verblijfplaats. Daarmee zijn ook prooidieren aanwezig. Het kan daarmee niet worden uitgesloten dat de soorten in het plangebied voor komen. Datzelfde geldt ook voor de steenmarter, die in de omgeving is waargenomen volgens de bureaustudie. Al heeft deze soort in tegenstelling tot de bunzing en wezel een voorkeur voor gebouwen als verblijfplaats. Reptielen Op basis van de bureaustudie blijkt dat de levendbarende hagedis in de omgeving van het plangebied is waargenomen. Waarnemingen komen echter van relatief grote afstand van het plangebied. Het plangebied ligt geïsoleerd in intensief agrarisch gebruikt gebied. Het plangebied zelf heeft maar zeer beperkt biotoop dat geschikt kan zijn voor de levendbarende hagedis. Het is daarmee uitgesloten dat de soort in het plangebied voor komt. Amfibieën Uit de bureaustudie blijkt dat de kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad en alpenwatersalamander in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. In het plangebied en de omgeving zijn geen wateren aanwezig die geschikt zijn als voortplantingsbiotoop voor deze soorten.
De sloot, gelegen langs de weg van het plangebied, is niet geschikt door het sterk geëutrofieerde karakter. Daarnaast ligt het plangebied geïsoleerd in een intensief gebruikt agrarisch landschap, hetgeen geen geschikt biotoop is voor de genoemde soorten. De rugstreeppad vormt hier een uitzondering op. De waarnemingen van rugstreeppadden komen echter van de overzijde van de A59 en van de oostkant van Heesch. Ook zijn in het agrarisch gebied geen poelen aanwezig die geschikt zouden kunnen zijn als voortplantingsplek voor de soort. Het is daarmee zeer onwaarschijnlijk dat de soort in het plangebied voor komt. Daarmee kan worden uitgesloten dat in het plangebied beschermde amfibieën voor komen.
Blad 16 van 25
Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Figuur 4.4. Potentieel biotoop verblijf bunzing/wezel aan de noordkant van het plangebied.
Vissen De grote modderkruiper is volgens de bureaustudie in de omgeving van het plangebied waargenomen. De sloot in het plangebied is ongeschikt voor deze soort. Het zeer voedselrijke karakter van de sloot en het ontbreken van grote hoeveelheden watervegetatie maken dat de sloot ongeschikt is als leefgebied voor de soort. Daarmee kan worden uitgesloten dat de soort in het plangebied voor komt. Vlinders, Libellen en overige soortgroepen Uit de bureaustudie blijkt dat de gevlekte witsnuitlibel in de omgeving van het plangebied is waargenomen. Deze soort komt voor langs wateren met natuurlijke oevers en veel onderwatervegetatie. Een dergelijk biotoop ontbreekt in het plangebied. Waardoor uitgesloten kan worden dat deze soort in het plangebied voor komt. Er zijn geen aanwijzingen dat andere beschermde soorten uit deze soortgroepen in het plangebied voor komen. Daarmee kan worden uitgesloten dat beschermde soorten uit deze soortgroepen in het plangebied voor komen. Flora Tijdens het terreinbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden gezien het sterk verstoorde, omgewoelde en verruigde karakter van het plangebied en de biotoop-specifieke eisen die die planten aan hun standplaats stellen, ook niet verwacht. Overige soortgroepen Er zijn geen waarnemingen bekend van overige beschermde soortgroepen in het plangebied of de omgeving.
Het biotoop in het plangebied geeft geen aanleiding om te veronderstellen dat soorten uit deze soortgroep aanwezig kunnen zijn in het plangebied.