CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Aanvulling op het OER Groote Wielen Noordoosthoek

Gemeenteraad 31 januari 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan verbrede reikwijdte De Groote Wielen Noordoosthoek8.274 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

13-12-2022

Aanvulling OER Groote Wielen, Noordoosthoek

Verantwoording Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:

Aanvulling OER Groote Wielen noordoosthoek 51001564 Gemeente 's-Hertogenbosch

Datum:

13-12-2022

D1

1/23

Inhoud

13-12-2022

1 Inleiding.......................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding..................................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer..................................................................................................... 3 2 Haalbaarheid van de ambities.......................................................................4 2.1 Advies commissie.......................................................................................... 4 2.2 Aanvulling OER............................................................................................. 4 2.2.1 Bereikbaarheid/mobiliteit.......................................................................5 2.2.2 Gezondheid........................................................................................... 8 2.2.3 Duurzaamheid.....................................................................................11 3 Gevolgen voor water en natuur...................................................................14 3.1 Advies commissie........................................................................................

14 3.2 Aanvulling OER...........................................................................................14 3.2.1 Water................................................................................................... 14 3.2.2 Natuur................................................................................................. 16 4 Gevolgen voor het hoofdwegennet............................................................19 4.1 Advies commissie........................................................................................ 19 4.2 Aanvulling OER...........................................................................................19 5 Gevolgen flexwoningen...............................................................................22 5.1 Advies commissie........................................................................................ 22 5.2 Aanvulling OER...........................................................................................22

2/23

1

Inleiding

13-12-2022

1.1 Aanleiding Op 4 oktober 2021 heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie voor de m.e.r.) het toetsingsadvies uitgebracht over het milieueffectrapport dat is opgesteld voor het OER De Groote Wielen, Noordoosthoek in ‘s-Hertogenbosch. De Commissie is van oordeel dat het OER goed leesbaar is en toegankelijk. De ambities zijn helder beschreven. Naast een basisalternatief zijn diverse varianten onderzocht op hun bijdrage aan het halen van de ambities en de effecten voor de leefomgeving. De Commissie kan zich goed vinden in het stappenplan dat doorlopen is in het OER/bestemmingsplan om te komen tot een voorkeursalternatief. De Commissie signaleert dat nog wel informatie ontbreekt die essentieel is om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan. Het gaat om de volgende punten: 1. de haalbaarheid van de ambities 2. de gevolgen voor water en natuur 3. de gevolgen voor het hoofdwegennet De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het OER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over bestemmingsplan.

1.2 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken gaan wij in op de punten uit het voorlopige toetsingsadvies. Voor elk onderwerp wordt telkens eerst het kader uit het voorlopige toetsingsadvies weergegeven en vervolgens wordt beschreven hoe hier invulling aan wordt gegeven.

3/23

2

Haalbaarheid van de ambities

13-12-2022

2.1 Advies commissie Hieronder is het kader uit par. 2.1 van het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r. weergegeven. De Commissie adviseert in een aanvulling op het OER de beoordeling van de haalbaarheid van de ambities voor bereikbaarheid/mobiliteit, gezondheid en duurzaamheid nader te onderbouwen. Ga na of, binnen het uitgangspunt van uitnodigingsplanologie, met meer concrete (meetbare) kaders en/of een meer concreet (vastgelegd) raamwerk/ruimtelijke ontwerp voor de Noordoosthoek de haalbaarheid van de ambities vergroot kan worden. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de manier waarop aanvullend is beoordeeld wat de haalbaarheid is van de ambities voor bereikbaarheid/mobiliteit, gezondheid en duurzaamheid.

2.2 Aanvulling OER In het ontwerpbestemmingsplan waren omgevingswaarden opgenomen voor de onderdelen ‘groene wijk’ en ‘gezonde wijk’. Het gebruik van omgevingswaarden komt te vervallen in het bestemmingsplan. Nieuw ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan is de introductie van een Ruimtelijk functioneel kwaliteitskader (RFK), welke onderdeel uitmaakt van de regels van het bestemmingsplan. Het vervallen van de omgevingswaarden en de introductie van het RFK worden toegelicht in kader 2-1.

4/23

Kader 2-1 | Omgevingswaarden en Ruimtelijk functioneel kader (RFK)

13-12-2022

Omgevingswaarden Omgevingswaarden kunnen als instrument ingezet worden om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving vast te leggen. In het ontwerpbestemmingsplan maakten deze onderdeel uit van de regels. Artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, dat de grondslag voor de vaststelling van de bestemmingsplan met verbrede reikwijdte bevat, maakt het niet mogelijk om vooruitlopend op de Omgevingswet omgevingswaarden in een bestemmingsplan vast te leggen. Daarmee is onduidelijk wat de juridische houdbaarheid is van de omgevingswaarden die in het ontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen. Naast juridische onzekerheid, is het ook onzeker in hoeverre de gemeente sturing kan geven aan de omgevingswaarde op particuliere grond. Daarom is ervoor gekozen om de ambities die middels omgevingswaarden waren geborgd op een andere manier vast te leggen in het bestemmingsplan: middels het ruimtelijk functioneel kwaliteitskader (RFK). Ruimtelijk functioneel kwaliteitskader (RFK) Het RFK betreft het kader waarbinnen straks beleidsregels kunnen worden opgesteld. In het RFK worden spelregels, richtlijnen en eventueel beschrijvingen van sfeergebieden geformuleerd. Dit is een bijlage van de regels en daarmee juridisch bindend. Op basis van het RFK worden deelgebieden verder uitgewerkt in beleidsregels.

In principe worden omgevingsvergunningen getoetst aan deze beleidsregels (die dus moeten voldoen aan het RFK). Het RFK biedt een minimale zekerheid voor het behalen van de ambities. In tegenstelling tot de omgevingswaarden blijft het Ruimtelijk functioneel kwaliteitskader onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan. De beleidsregels vormen een nadere uitwerking van het RFK.

2.2.1

Bereikbaarheid/mobiliteit

Modal split: Huidige beoordeling – Woningbouw is in de Noordoosthoek alleen mogelijk als aangetoond wordt dat dit geen onacceptabele verkeersafwikkeling op de toegangswegen veroorzaakt. Het betreft hier het traject Hustenweg/Blauwe Sluisweg vanaf de kruising Empelsehoefweg – Hustenweg tot en met de kruising Hooghemaal/Blauwe Sluisweg en vice versa. Ten aanzien van de bouw dienen dus, indien nodig, verkeersmaatregelen te worden getroffen. Deze aanpak is gekoppeld aan het basisalternatief en met regels in het bestemmingsplan is deze werkwijze geborgd. Daarmee is de acceptabele verkeersafwikkeling gewaarborgd en wordt dit als neutraal in het OER beoordeeld (effectbeoordeling 0). Naast deze aanpak, wordt in de Noordoosthoek ruim baan gemaakt voor de fiets, is er openbaar vervoer aanwezig, wordt laadinfrastructuur gerealiseerd en staat het plan open voor deelmobiliteit. De thema’s ‘langzaam verkeersbewegingen’ en ’openbaar vervoer’ worden in het OER beoordeeld als respectievelijk positief (effectbeoordeling: +) en beperkt positief (effectbeoordeling: 0/+).

5/23

Aanvulling – De Commissie m.e.r. geeft suggesties voor een concreet en meetbaar kader ter stimulering van de modal shift, zoals snelfietsroutes die iedere buurt verbinden met het centrum van de Groote Wielen en de stations van ’s-Hertogenbosch en Rosmalen, een directe overstap in de mobiliteithubs, een minimaal aantal parkeerplaatsen voor deelauto’s of openbaar vervoerhaltes en een verlaging van de parkeernorm. De parkeernorm voor de grotere woningen is binnen het huidige plan relatief hoog. Een lagere parkeernorm draagt volgens de Commissie naar verwachting bij aan de door de gemeente gewenste modal shift.

13-12-2022

In navolging van het OER is er verkennend verkeersonderzoek uitgevoerd voor een nadere analyse van de doorstroming en verkeersveiligheid. Dit onderzoek geeft een doorkijk naar mogelijke verkeersmaatregelen in de omgeving. Met het oog op de verkeersveiligheid komt uit dit verkeersonderzoek de realisatie van een fietstunnel naar voren die de Blauwe Sluisweg kruist, wanneer gekozen wordt het verkeer af te wikkelen via deze zijde. Er worden in dit onderzoek geen andere maatregelen aangedragen die een modal split met minder gebruik van de auto stimuleren. Dit onderzoek is puur bedoeld om mogelijke verkeersmaatregelen inzichtelijk te maken. Wel is de stedenbouwkundige opzet van het plan (zoals opgenomen in het RFK), zo ingestoken dat fietsen loont. Binnen het plan worden in alle windrichtingen snelle en comfortabele fietsverbindingen gerealiseerd die qua afstand significant korter zijn dan wanneer de auto wordt gebruikt. Zo is bijvoorbeeld het nieuwe wijkcentrum met de fiets makkelijker te bereiken dan met de auto. Deze fietsverbindingen sluiten aan op het bestaande fietsnetwerk, waardoor men verder kan fietsen naar bijvoorbeeld de Bossche binnenstad, sportvoorzieningen, de F59, het treinstation of de kern van Rosmalen. Naast goede fietsverbindingen, worden er ook goede fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd.

Daarbij worden de normen aangehouden zoals die zijn vermeld in de vigerende parkeernota. In het RFK wordt daarnaast een kaart opgenomen met de hoofdroute voor het openbaar vervoer door Noordoosthoek. Deze sluit aan op de reeds bestaande ov-verbinding die De Groote Wielen reeds bediend. Binnen de vastgestelde ‘OV-visie ’s-Hertogenbosch’ ligt de focus van deze busroute op snelheid en betrouwbaarheid. In het netwerk heeft de bus in de meeste gevallen prioriteit boven de auto, vaak in combinatie met een hogere maximumsnelheid (50 km/u), en daarom kent de bus een goede doorstroming. Voor wat betreft deelmobiliteit geldt de vastgestelde ‘Aanpak deelmobiliteit’. Hierin wordt gestreefd naar een volwaardig en zero-emissie deelmobiliteitssysteem dat door iedereen gebruikt kan worden. Hierin worden de deelfiets, deelscooter en deelauto gezien als vervoersmiddel. Voor de Noordoosthoek wordt ingezet op een gezonde mix van deel-vervoermiddelen en voldoende aanbod op diverse locaties. Het aanbod wordt afgestemd op de behoeften van de gebruikersdoelgroepen. Actie in het OER – In paragraaf 7.2.2 wordt de effectbeoordeling voor de thema’s langzaam verkeer, openbaar vervoer en duurzame mobiliteit aangevuld met bovenstaande uitgangspunten die binnen het project worden gehanteerd.

Dit leidt niet tot een andere beoordeling van deze thema’s, maar wel tot een nadere onderbouwing van de eerder gegeven beoordeling. Wel wordt de beoordeling van het doelbereiking in paragraaf 9.3.1 aangepast voor het thema duurzame mobiliteit. Het ambitieniveau is hoog (Ambitie ++), binnen het plan is er de wens om dit ambitieniveau te halen maar is er nog te weinig borging hiervoor. Omwille hiervan wordt de waardering van het doelbereiking bijgesteld van Ambitie ++ naar Ambitie +.

6/23

Openbaar vervoer: Huidige beoordeling – In het OER wordt openbaar vervoer binnen het basisalternatief beperkt positief beoordeeld (effectbeoordeling: 0/+). Dit heeft ermee te maken dat het net wordt uitgebreid, met het idee dat een acceptabele verkeersafwikkeling op de omliggende wegen aan de orde is.

13-12-2022

Aanvulling – De Commissie m.e.r. geeft aan dat openbaar vervoer in het OER een positieve beoordeling krijgt waar het gaat om het realiseren van de openbaar vervoersambities, terwijl de toekomstige route, de routesnelheid en frequentie van het openbaar vervoer pas later worden verkend. Daarmee is nu nog onduidelijk in welke mate het openbaar vervoergebruik daadwerkelijk wordt gestimuleerd. Door heldere ambities te formuleren en te onderzoeken en wat daarvoor concreet mogelijk is, kan de beoordeling van de haalbaarheid van de ambitie voor het openbaar vervoer beter onderbouwd worden. In het RFK wordt een kaart opgenomen met de hoofdverbinding voor het openbaar vervoer. De extra lus die hierin is aangeduid sluit aan op de reeds bestaande ov-verbinding die De Groote Wielen bediend. Binnen de vastgestelde ‘OV-visie ’s-Hertogenbosch’ ligt de focus van deze busroute op snelheid en betrouwbaarheid. In het netwerk heeft de bus in de meeste gevallen prioriteit boven de auto, vaak in combinatie met een hogere maximumsnelheid (50 km/u), en daarom kent de bus een goede doorstroming. In het RFK is bovendien opgenomen dat er kwalitatieve haltevoorzieningen gerealiseerd zullen worden. Deze haltevoorzieningen hebben bijvoorbeeld goede fietsparkeervoorzieningen en aansluitende langzaam verkeersverbindingen, zodat er sprake is van passend voor- en natransport (kleinschalige hub).

Actie in het OER – In het OER wordt de effectbeoordeling in paragraaf 7.2 aangevuld met bovenstaande onderbouwing. De beoordeling zelf wijzigt niet, aangezien de komst van de busverbinding deel uitmaakt van het RFK, een bijlage bij de regels welke zorgt voor borging. Dit leidt bovendien niet tot een wijziging van de waardering van het doelbereiking in paragraaf 9.3.1. De waardering van het doelbereiking blijft ‘ambitie +’ voor openbaar vervoer. Elektrische laadpalen: Huidige beoordeling – De realisatie van elektrische laadpalen maakt onderdeel uit van de beoordeling voor het thema ‘duurzame mobiliteit’ (effectbeoordeling: + ). Tegen 2025 is 10% van de parkeerplaatsen voorzien van een laadpaal, totaal 493 parkeerplaatsen binnen De Groote Wielen Noordoosthoek. Aanvulling – In het OER is aangegeven dat in de Noordoosthoek voor het totale wagenpark 10% elektrische laadpunten worden gerealiseerd, terwijl het rijksbeleid aangeeft dat vanaf 2030 alleen nog maar elektrische voertuigen verkocht mogen worden. De Commissie m.e.r. adviseert dan ook om na te gaan in hoeverre elektrisch vervoer verder gestimuleerd kan worden door het realiseren van een hoger percentage laadpalen. De gemeente heeft eigen beleid aangaande het toevoegen van elektrische laadvoorzieningen bij nieuwbouw. 2,5 – 5% van de parkeerplaatsen moet zijn uitgerust met een laadpaal.

Er worden technische voorbereidingen getroffen voor 10% laadpaal-parkeervakken (Elektrisch rijden en laden in gemeente ’sHertogenbosch: Strategie en aanpak (Gemeente ’s-Hertogenbosch)). Bovendien wordt het aantal laadpalen door monitoring aangevuld naar gelang

7/23

er meer vraag naar is. De gemeente is daarmee van mening dat het beleid voldoende basis biedt om in te spelen op een groeiende vraag.

13-12-2022

Actie in het OER – Aangezien de beleidsregels rondom elektrisch laden en de monitoring hiervan al onderdeel uitmaken van het OER, leidt dit niet tot inhoudelijke wijzigingen in het OER. Wel wordt waar nodig verwezen naar het beleid ‘Elektrisch rijden en laden in gemeente ’s-Hertogenbosch: strategie en aanpak’. De inhoud van dit beleidsstuk is voor de gemeente voldoende basis om in te spelen op de vraag.

2.2.2

Gezondheid

Concretiseren ‘voldoende’ plekken voor bewegen: Huidige beoordeling – In het OER wordt aangegeven dat er binnen het basisalternatief bij een goede verdeling van grondgebonden en gestapelde woningen voldoende ruimte over is om voor een groot deel te voorzien in de ambities van de gemeente ter bevordering van de gezonde leefstijl. Denk hierbij aan (buurt)moestuinen, locaties om te spelen en bewegen en locaties om te ontspannen. Bovendien kan De Groote Wielenplas worden benut om mogelijkheden te bieden voor bewegen. Zo ligt er nu al een wandelpad rondom de Groote Wielenplas. Om sporten te stimuleren voorziet het planvoornemen bovendien in ruimte voor 1 á 2 sportzalen. Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt van het basisalternatief dat fietsen en wandelen boven de auto gaat. Wanneer dit tot uiting komt in de inrichting van de wijk (bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat men op de meeste plekken sneller kan komen per fiets dan per auto), dan zal dat bewegen stimuleren. Dit alles zorgt ervoor dat het basisalternatief bij invulling van de verschillende ambities en beleidsvoornemens voldoende ruimte biedt om een positieve bijdrage te leveren aan een gezonde leefstijl. Het basisalternatief wordt daarmee positief beoordeeld (effectbeoordeling: +).

Aanvulling – Met betrekking tot bewegen en ontmoeten is aangegeven dat er voldoende plekken moeten komen voor spelen, ommetjes of bijvoorbeeld een trimbaan. De Commissie m.e.r. geeft in haar beoordeling aan dat niet vermeld is wat ‘voldoende’ nu eigenlijk is. Door dit concreter aan te geven kan ook de beoordeling op dit aspect beter onderbouwd worden. Dit thema wordt in de het bestemmingsplan niet nader geconcretiseerd. Wel is de manier van borging in het bestemmingsplan gewijzigd. De omgevingswaarde die opgenomen was om bewegen en ontmoeten te borgen vervalt (zie ook kader 2-1 over omgevingswaarden). Het vigerende speelbeleid en de Verordening bomen, water en groen ’s-Hertogenbosch 2021 is voor wat betreft de borging van bewegen en ontmoeten in de ogen van de gemeente voldoende. Ter ondersteuning van de verordening en beleid worden er elementen opgenomen in het RFK (ruimtelijk functioneel kader) en de hierop gebaseerde beleidsregels. Het RFK bevat onder andere de instandhouding van het rondje rondom de Groote Wielenplas. Dit wordt gezien als een belangrijk te behouden element. Actie in het OER – De effectbeoordeling in paragraaf 7.15.2 wordt nader onderbouwd met hetgeen in het RFK opgenomen wordt over onder meer het rondje rond de Groote Wielenplas. De effectbeoordeling veranderd niet en blijft positief (effectbeoordeling: +).

Echter, doordat een concretisering op veel vlakken nog ontbreekt, valt niet met zekerheid te zeggen dat de ambitie rond gezondheid gehaald wordt. De beleidsregels bieden nog onvoldoende borging. 8/23

Hierdoor wordt de beoordeling van het doelbereiking in paragraaf 9.3.14 van ‘gezonde leefstijl’ aangepast van Ambitie ++ naar Ambitie +.

13-12-2022

Omgevingswaarde op basis van WHO normen: Huidige beoordeling – Ten opzichte van de referentiesituatie vindt in de plansituatie een verslechtering plaats van de GES-score voor geluid bij bestaande woningen in het studiegebied. De GES-score ligt dan tussen de 3 en de 6 (vrij matig tot onvoldoende) in plaats van tussen 3 en 5 (vrij matig tot zeer matig). Deze verslechtering wordt veroorzaakt door het extra verkeer dat gebruik zal maken van de Hustenweg en De Blauwe Sluisweg (het verlengde van de Hustenweg). Wat betreft luchtkwaliteit is de huidige beoordeling in het OER voor zowel stikstofdioxide (NO2) als fijnstof (PM10 en PM2,5) beperkt negatief (effectbeoordeling: 0/-). Er is op enkele meetpunten sprake van een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie. Aanvulling – De Commissie m.e.r. doet de suggestie dat het beperken van geluidhinder en luchtverontreiniging concreet gemaakt kan worden door bijvoorbeeld een omgevingswaarde vast te stellen (bijvoorbeeld voldoen aan de WHO-advieswaarden), of een regel op te nemen dat eerstelijnsbebouwing langs drukke wegen niet mag bestaan uit woningen, scholen, kinderopvang en zorgvoorzieningen. Ook kunnen bij panden met een hogere geluidbelasting minimale eisen gesteld worden wat betreft geluidsisolatie of een stille zijde.

Zoals in kader 2-1 beschreven komen de omgevingswaarden in het bestemmingsplan te vervallen. Wel blijft een ‘groene woonwijk’ de ambitie en ’sHertogenbosch Groen Klimaatbestendig het uitgangspunt. Om dit beter te borgen worden de Groenregels in de Verordening Bomen, water en groen ’sHertogenbosch 2021 geïntegreerd in de planregels. Aangaande geluidbelasting op gebouwen zijn er in het bestemmingsplan algemene bouwregels opgenomen onder artikel 13. Een omgevingsvergunning voor een bouwplan (ingevolge 6.2.1 Bro) dat betrekking heeft op geluidsgevoelige gebouwen en terreinen wordt niet eerder verleend dan wanneer met akoestisch onderzoek de geluidbelasting op de gevel is aangetoond en wordt voldaan aan de criteria conform de in artikel 11 van het bestemmingsplan opgenomen tabel (zie ook hieronder). Overeenkomstig met gemeentelijk beleid zijn geluidgevoelige gebouwen of terreinen niet toegestaan daar waar sprake is van een geluidbelasting van > 63 dB. Dit wordt nog geborgd in het bestemmingsplan. Geluidbelasting

Criteria

< 49 dB

geen

49 dB - 53 dB

indien mogelijk moet de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe geluidsgevoelige bestemming worden vergroot; indien mogelijk moeten bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere wegdektypen) getroffen worden; indien mogelijk moeten overdrachtsmaatregelen worden getroffen; het stedenbouwkundig ontwerp dient zodanig vorm te worden gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; in ieder geval bij woningen/appartementen dient de 9/23

buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied, conform de Nota hogere grenswaarden geluid voor de gemeente 's-Hertogenbosch, of diens opvolger;

13-12-2022

de woning dient tenminste één geluidluwe gevel te bezitten; bij een aanvraag om bouwvergunning dient een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit waarbij voor de geluidsbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting indien daar sprake van is. 54 dB - 63 dB

alle criteria zoals hierboven genoemd; bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde (gevel met een geluidsbelasting kleiner of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde Wgh) te worden gesitueerd; bij éénsgezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde;

Wat betreft luchtkwaliteit zal de gemeente de WHO-normen niet overnemen. Wel blijft de eerstelijns bebouwing op voldoende afstand van de weg. De ecologische verbindingszone (EVZ), hindercontouren van bedrijven alsook het voldoen aan de gangbare normen voor geluid, zullen er toe leiden dat voldoende afstand van de weg wordt aangehouden. Aan de westzijde van het plangebied, daar waar zich nabij de doorgaande weg geen EVZ en/of hindercontouren bevinden, zal voor de nieuwe woningen aansluiting worden gezocht bij de bestaande rooilijn van de woningen in de Lanen. Dit resulteert er in dat de eerste woningen niet direct langs de drukke weg (Hustenweg) of Empelsehoefweg worden gebouwd, maar op een afstand in lijn met de geadviseerde afstand voor Provinciale wegen. Daarbij toont het luchtonderzoek aan dat ter plaatse van de doorgaande weg de concentraties aan NO 2, PM10 en PM2,5 na ontwikkeling van het plan op minder dan de helft liggen van de geldende grenswaarden. Dit kan beoordeeld worden als een 'goede' luchtkwaliteit. Actie in het OER – In het OER is reeds opgenomen dat er binnen de 63 dB contour niet gebouwd mag worden tenzij er bron- of overdrachtsmaatregelen worden voorzien, zoals dove gevels. Dit wordt bovendien geborgd binnen de regels van het bestemmingsplan. Binnen het OER wordt hoofdstuk 7.3.2 aangevuld met hetgeen hierboven is beschreven.

Er wordt opgenomen dat tussen de Empelsehoefweg en de woonbestemming een bestemming water en natuur opgelegd wordt en dat er al hindercirkels liggen die beperkende afstanden opleveren. Een en ander leidt niet tot een andere (effect)beoordeling. Bovendien wordt in paragraaf 7.4.2 onder luchtkwaliteit kort aandacht besteed aan de nieuwe WHO normen welke in 2021 zijn gewijzigd. Dit leidt niet tot een andere (effect)beoordeling. Ook de waardering van het doelbereiking van de referentiesituatie en de plansituatie in paragraaf 5.4.3 en 9.3.3 wijzigen niet. Het ambitieniveau ligt op de WHO normen uit 2005, deze worden gehaald. Wel

10/23

wordt de onderbouwing van deze beoordeling licht gewijzigd op basis van de nieuwe WHO advieswaarden.

2.2.3

13-12-2022

Duurzaamheid

Energieneutraal: Huidige beoordeling – In het OER wordt aangegeven dat er binnen het planvoornemen op verschillende wijze duurzame energie zal worden opgewekt. Zo wordt op de daken van de woningen en multifunctionele accommodaties middels zonnepanelen duurzame energie opgewekt en kan gebruik worden gemaakt van warmtepompen. Ook is er ruimte voor het duurzaam en lokaal opwekken van energie die nodig is voor de openbare ruimte. Dit kan worden gecombineerd met inzet van nieuwe, energiearme openbare werken (zoals verlichting en andere installaties). Hiervoor is echter nog geen gemeentelijk beleid. In de openbare ruimte is kleinschalige opwek van duurzame energie voor ander gebruik ook toegestaan, mits dit geen negatieve effecten met zich meebrengt. Wind en grootschalige opwek van zonne-energie zijn niet toegestaan binnen het project. Vanaf 2021 moet sowieso elke nieuwbouwwoning voldoen aan de energieprestatie-eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Om voorbereid te zijn op de toekomst gaat de Noordoosthoek verder dan deze gestelde eisen. Op basis van bovenstaande wordt het planvoornemen positief beoordeeld (effectbeoordeling: +). Aanvulling – Dat de Noordoosthoek energieneutraal wordt (dit aspect krijgt in de beoordeling van het voornemen een +) acht de Commissie m.e.r. onvoldoende onderbouwd.

De eisen voor Bijna ENergieneutrale Gebouwen (BENG) hebben namelijk alleen betrekking op warmte en koeling, en niet op het overige elektriciteitsverbruik van de gebouwen en de wijk (voor bemaling, openbare verlichting, etc.) en het energiegebruik voor mobiliteit. Er lijkt niet genoeg ruimte voor de opwekking van duurzame energie om ook deze vormen van verbruik energieneutraal te maken, vooral als in de praktijk relatief veel gestapelde bouw wordt gerealiseerd. De Commissie adviseert op basis van de totale energievraag van de Noordoosthoek een nadere analyse te maken of, en zo ja hoe de ambitie ‘een energieneutrale wijk’ gerealiseerd kan worden. Een optie om het energiegebruik tijdens de bouw te verlagen wordt niet genoemd, maar kan ook aan de ontwikkelaars worden opgelegd. Er is een berekening uitgevoerd naar het elektriciteitsverbruik van Noordoosthoek De Groote Wielen. Uit de berekening blijkt dat als wordt uitgegaan van het huidige telmodel (+2.700 woningen) er ongeveer 6 ha aan zonnepanelen of 60.000 m² geveloppervlak met zonnepanelen bekleed moeten worden om het verbruik op te vangen. Dit is bovenop de zonnepanelen die al op de daken komen te liggen. Binnen het plangebied is dit onhaalbaar.

Aangezien de ambitie van de gemeente om energieneutraal te zijn betrekking heeft op het gehele grondgebied van de gemeente, wordt de ambities niet sec vertaald naar alleen deze nieuwe woonwijk. De gemeente kijkt via o.a. de Nota Duurzaam en de Duurzame Polder naar andere kansrijke locaties voor bijvoorbeeld het realiseren van windturbines. Actie in het OER – Het ambitieniveau van het onderdeel ‘duurzaamheid’, zoals omschreven in paragraaf 3.5 is gewijzigd op het punt ‘CO 2 neutraal’. Bovendien is in paragraaf 7.14.2 de effectbeoordeling aangevuld op basis van de uitgevoerde berekening van het elektriciteitsgebruik, zoals hierboven omschreven. Dit leidt tot een andere effectbeoordeling, namelijk beperkt positief in plaats van positief (effectbeoordeling: 0/+). Binnen het doelbereiking is al uitgegaan van een ambitieniveau ‘Ambitie 0’ voor ‘energieverbruik en kansen 11/23

voor duurzame energie’. Dit zal niet gewijzigd worden naar aanleiding van de berekening. De aanvulling op het OER leidt dan ook niet tot wijzigingen in paragraaf 5.14.7. Bij de beoordeling van het doelbereiking ten opzichte van de voorkeursvariant in paragraaf 9.3.13 wordt een tekst toegevoegd over het ondervangen van de energiebehoefte binnen de gemeentegrenzen, niet enkel binnen de wijk zelf. Dit leidt niet tot een andere waardering van het doelbereiking in deze paragraaf.

13-12-2022

Klimaatbestendig: Huidige beoordeling – Het planvoornemen voorziet in voldoende afwisseling van wonen en groen. Binnen het plangebied worden net als in andere delen van De Groote Wielen verschillende waardevolle groenstructuren voorzien welke bijdragen aan het bergen van water en schaduwrijke zones voorzien. In het planvoornemen wordt voor het basisalternatief uitgegaan van de gemeentelijke 40% norm (waaronder ook daken en gevels worden meegerekend). Planten kunnen zorgen voor verkoeling, dragen bij aan een betere sponswerking van de bodem en daarmee voor het water vasthouden in de bodem. Hierdoor vallen hitte en droogte veelal te beperken. Binnen het plan wordt bovendien de watermachine ingepast, welke ook al onderdeel uitmaakt van andere delen van De Groote Wielen. Lokaal optredende gevolgen van klimaatverandering als gevolg van neerslag en hitte kunnen binnen het planvoornemen goed worden ondervangen. Om die reden wordt het effect als positief beoordeeld (effectbeoordeling: +). Aanvulling – De centraal gelegen waterplas, de watermachine en de eis dat 4060% van de wijk groen moet zijn, dragen allen bij aan het realiseren van de ambitie om de Noordoosthoek klimaatbestendig te maken. De Commissie m.e.r. vraagt nog wel aandacht voor de gevolgen van clusterbuien. Ook geeft zij in overweging ter voorkoming van hittestress concrete en meetbare regels op te nemen.

Denk bijvoorbeeld aan een minimaal percentage beschaduwen van de openbare ruimte, het verplichten aan de zonzijde van woningen aan de buitenzijde zonweringen te realiseren, en aan het stellen van eisen aan het materiaal en de kleur van gevels en bestrating. Geen van de voorstellen van de Cie-m.e.r. aangaande clusterbuien en hittestress wordt geborgd in het bestemmingsplan of RFK. Wel zullen ze als aandachtspunten worden meegenomen bij de uitwerking van de deelgebieden in de beleidsregels. Zie ook 3.2.1. Actie in het OER – In het OER wordt in paragraaf 7.10.2 nader toegelicht hoe clusterbuien opgevangen kunnen worden. In paragraaf 7.14.2 wordt kort aangegeven hoe hittestress nu is meegenomen in het RFK. Concrete maatregelen hiervoor zijn niet opgenomen in het RFK, maar worden deels impliciet geborgd in de verordening bomen, water en groen ’s-Hertogenbosch 2021, waarnaar in het RFK wordt verwezen. Zo kan de inpassing van bomenlanen, boomgroepen, bosschages en beplanting op pleinen, parken en straten zorgen voor voldoende schaduw. De in de regels van het bestemmingsplan gehanteerde groennorm draagt hier aan bij. De aanpassingen in paragraaf 7.10.2 en 7.14.2 resulteren niet in een andere effectbeoordeling, noch in een bijstelling van het doelbereiking in paragraaf 9.3.9 of 9.3.13.

Circulair: Huidige beoordeling – In het OER wordt aangegeven dat er wordt gestreefd naar een gesloten grondbalans, wat betekent dat alle grond die vrij komt in het plangebied elders in het plangebied hergebruikt wordt. Bovendien gaat de 12/23

gemeente als grondeigenaar selecteren wie er waar wat mag bouwen en daarbij sturen op circulair bouwen. Nieuwe bebouwing in de Noordoosthoek wordt waar mogelijk flexibel ingericht, waarbij mogelijkheden voor ander gebruik open staan en sloop in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen of uitgesteld wordt. Het thema ‘hergebruik materialen’ waar circulair onder valt, wordt positief beoordeeld binnen het OER (effectbeoordeling: +).

13-12-2022

Aanvulling – De Commissie m.e.r. is van mening dat in het OER concrete eisen/ kaders ontbreken met betrekking tot het hergebruik van materialen en het beperken van de hoeveelheid afval. De Commissie acht het bijvoorbeeld denkbaar en realistisch dat ontwikkelaars bij de bouw 25% gerecyclede materialen moeten gebruiken en ook demontabel bouwen, zodat de materialen na gebruik eenvoudig te recyclen of herbruikbaar zijn. Het blijkt dat gemeenten niet kunnen sturen op circulair bouwen. Er worden in het bestemmingsplan daarom geen bijkomende eisen opgenomen aangaande circulariteit. De gemeente volgt het algemene duurzaamheidsbeleid, waarvan één pijler circulariteit beslaat. De gemeente is zich bewust dat er slechts weinig handvatten zijn om de hierin opgenomen oplossingen af te dwingen. Er kan enkel middels financiële prikkels gestuurd worden op hetgeen de bouwers doen rond circulair bouwen. Daar komt bij dat de gemeente reeds eerder privaatrechtelijke afspraken heeft gemaakt met ontwikkelaars. Het achteraf stellen van extra eisen als het gaat om circulair bouwen is daarom niet mogelijk. Er is dus wel een ambitie om circulair te bouwen, maar de druk op de woningmarkt zorgt ervoor dat de prioriteit ligt bij het effectief realiseren van nieuwe woningen.

Actie in het OER – De effectbeoordeling van het onderdeel ‘(her)gebruik van materiaal’ wordt aangepast van positief naar beperkt positief (effectbeoordeling: 0/+).

13/23

3

Gevolgen voor water en natuur

13-12-2022

3.1 Advies commissie Hieronder is het kader uit par. 2.2 van het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r. weergegeven. Water De Commissie adviseert in een aanvulling op het OER een kwantitatieve onderbouwing te geven van de keuzes ten aanzien van het watersysteem. Geef daarbij aan: • in welke mate en hoe de bodemdaling door tijdelijke bemaling en (partiële) ophoging voorkomen kan worden; • wat de verwachte peilfluctuaties zijn als gevolg van weerextremen en klimaatverandering. Vertaal deze door naar bouw- en ophoogwijzen en de inrichting van de blauwgroene zones; • wat de kritische belasting van de Groote Wielenplas c.q. ‘de watermachine’ is en welke voorwaarden dit stelt aan het aankoppelen van de nieuwe wijk, bijvoorbeeld de benodigde ruimte voor natuurlijke zuivering in blauwgroene zones. Natuur De Commissie adviseert in een aanvulling op het OER aan te geven hoe en waar de basis van dit raamwerk door de gemeente tot ontwikkeling gebracht wordt, in wisselwerking met doelen op het vlak van water, beleving en gezondheid. Aangezien natuurzones aan karakter en biodiversiteit winnen naarmate ze ouder worden, is het belangrijk om ook in te gaan op het moment waarop hun ontwikkeling wordt ingezet.

Geef in het verlengde van het ‘openbare groen raamwerk’ aan welke prikkels en waarborgen mogelijk zijn voor de voortzetting van natuur en groen in de particuliere delen van het plangebied. Doorloop voor de aanpassing van het Natuurnetwerk de ‘Nee, tenzij-toets’ volgens de eisen gesteld in de IOV Noord-Brabant. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de manier waarop aanvullend is beoordeeld wat de gevolgen zijn voor water en natuur.

3.2 Aanvulling OER 3.2.1

Water

Voorkomen bodemdaling door tijdelijke bemaling en (partiële) ophoging: Huidige beoordeling – Er worden in het OER geen uitspraken gedaan over een eventuele bodemdaling als gevolg van tijdelijke bemaling en (partiële) ophoging. Aanvulling – De Commissie m.e.r. geeft in haar advies aan een kwantitatieve analyse te verwachten van de keuzes ten aanzien van het watersysteem, zo ook aangaande het voorkomen van bodemdaling. Naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. is een nadere analyse uitgevoerd naar bodemdaling (ADCIM, 2022). Uit dit onderzoek blijkt dat het bodemprofiel niet zettingsgevoelig is. Het is dus niet de verwachting dat er zettingen op zullen treden als gevolg van ophogingen. Een nadere 14/23

zettingsanalyse wordt niet noodzakelijk geacht. Ook voor bemalingen geldt dat er gezien het bodemprofiel geen additionele zetting van betekenis optreden als gevolg van de aanleg van riolering. Op basis van de Bodemdalingskaart van Nederland kan worden afgeleid dat in het reeds bebouwde gebied van de Groote Wielen over de periode 2016 tot 2020 sprake is van een (autonome) bodemdaling van 0,5 à 1,5 mm / jaar. De verwachting is dat deze zetting in de tijd verder zal afnemen. Het is niet mogelijk om hier maatregelen tegen te treffen.

13-12-2022

Actie in het OER – Paragraaf 7.9.2 wordt aan de hand van de aanvullende analyse van ADCIM beknopt aangevuld op het thema bodemdaling. Dit leidt niet tot een andere effectbeoordeling, noch tot een andere waardering van het ambitieniveau. Tolerantie voor waterpeilfluctuaties en clusterbuien: Huidige beoordeling – Er worden in het OER geen uitspraken gedaan over hoe het gebied bestand is tegen waterpeilfluctuaties en clusterbuien. Aanvulling – De Commissie m.e.r. merkt op dat door meerdere factoren de tolerantie van de wijk voor waterpeilfluctuaties, bijvoorbeeld bij clusterbuien, verminderen. In het OER zijn geen kwantitatief onderbouwde uitwerkingen van deze aspecten gemaakt. Naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. een nadere analyse uitgevoerd naar waterpeilfluctuaties en clusterbuien (ADCIM, 2022). In de Noordoosthoek van De Groote Wielen wordt minimaal 60 mm aan waterberging gerealiseerd (ten opzichte van het verharde oppervlak). Wanneer er toch meer neerslag valt dan er geborgen kan worden in de waterbergende voorzieningen, zal het overschot van het water overstorten naar de Groote Wielenplas. Hier is reeds rekening mee gehouden bij de afmetingen van de plas. Het waterniveau in de Centrale Plas kan stijgen tot een hoogte van 2,00 m + NAP. Zo’n situatie doet zich gemiddeld eens in de 100 jaar voor.

Als het water nog hoger stijgt, wordt het water middels een stuw overgestort naar de legger watergang De Hoefgraaf. Er treedt bij een peilstijging tot 2,00 m + NAP niet gelijk wateroverlast op. Actie in het OER – In paragraaf 7.10.2 wordt aan de hand van de aanvullende analyse van ADCIM beknopt aangevuld hoe binnen het plan omgegaan wordt met waterpeilfluctuaties, onder andere als gevolg van clusterbuien. Dit leidt niet tot een andere beoordeling van de effecten, noch in een andere waardering van het doelbereiking in paragraaf 9.3. Kritische nutriëntenbelasting: Huidige beoordeling – In het OER is niet ingegaan op de kritische nutriëntenbelasting van het huidige watersysteem. Wel wordt in paragraaf 9.2 onder het thema ‘bodemkwaliteit’ aangegeven dat de nutriëntrijke slibbodem van de oude loop van de Hoefgraaf moet worden verwijderd voorafgaand aan het plan. Vervolgens kan deze dienst doen als ‘stedelijk water’. Aanvulling – De Commissie m.e.r. merkt op dat er niet is nagegaan waar de kritische nutriëntenbelasting van het huidige watersysteem ligt en of het plangebied hier zonder aanvullende maatregelen, zoals extra wateroppervlakte of zuiveringsmoerassen, op aangesloten kan worden. Op de website van de wijk wordt aangegeven dat in de zomer van 2021 lokaal algenbloei is opgetreden, een aanwijzing voor een te hoge nutriëntenbelasting.

15/23

Naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. een nadere analyse uitgevoerd naar de kritische nutriëntenbelasting (ADCIM, 2022). Uit deze analyse volgt dat de nutriëntenbelasting op het watersysteem door de aanleg van de woningen afneemt. In de bestaande situatie is er namelijk sprake van agrarisch grondgebruik. In de wijk wordt een gescheiden stelsel aangebracht, waardoor er geen sprake is van overstortend afvalwater. De blauwgroene zones worden zo ingericht dat deze infiltreren in de ondergrond, waardoor er op natuurlijke wijze gezuiverd wordt. De invloed op de watermachine zal dan ook marginaal zijn.

13-12-2022

Actie in het OER – In paragraaf 7.10.2 wordt aangegeven wat voor effect de ontwikkeling heeft op de waterkwaliteit van de watermachine en de Groote Wielenplas. Dit leidt niet tot een andere beoordeling voor het thema ‘water’, noch voor een andere waardering van het doelbereiking in paragraaf 9.3.

3.2.2

Natuur

Aangewezen groenstructuren en groenverhouding: Huidige beoordeling – In het OER wordt aangegeven dat de groenblauwe structuur als drager van het openbare gebied bijdraagt aan een gevarieerder gebied met ruimte voor verschillende planten waar ook veel verschillende insecten, vlinders en andere diersoorten op afkomen. Bovendien wordt er ook ingezet op natuurinclusief bouwen, wat onder andere gepaard gaat met de aanleg van groendaken, groene gevels, nestkasten voor vleermuizen en vogels en half-bestrating. Omwille van voorgaande wordt het planvoornemen positief beoordeeld (effectbeoordeling: +). Aanvulling – De gemeente heeft hoge ambities en oppervlaktenormen voor natuur/groen. Van de totale oppervlakte van de Noordoosthoek moet 40% en bij voorkeur 60% bestaan uit natuur/groen. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan blijkt dat een deel daarvan op particuliere grond gestalte moet krijgen. Met dit bestemmingsplan worden twee gebieden concreet vastgelegd als natuur/groen (waaronder het strandpark) en wordt de huidige loop van de Hoefgraaf bestemd als water om als groenblauwe zone in stand te houden. Daarnaast is er een reservering voor de verlegde en oorspronkelijke verbindingszone Hoefgraaf. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft in haar verordening Bomen, Water en Groen een groennorm van 40% opgenomen.

Voor de Noordoosthoek gold eerst de ambitie om te komen tot een groennorm van 60%. Hiervoor was in het bestemmingsplan De Groote Wielen – Noordoosthoek een omgevingswaarde ‘Groene wijk’ opgenomen. Deze omgevingswaarde komt te vervallen (zie kader 2-1). Hiervoor in de plaats is het RFK opgesteld, welke kaders geeft voor onder andere groen. Zo is er in het RFK een kaart opgenomen die alle groenstructuren weergeeft. Ook is in de regels de groennorm van 40% geborgd. In het RFK wordt nog steeds streven benoemd van een groennorm van 60%. Eveneens is in de regels, via een puntensysteem een minimale mate van biodiversiteit en kwalitatief groen gerealiseerd. De ecologische verbindingszone (EVZ) komt voor een deel binnen en voor een deel buiten het plangebied van het bestemmingsplan Groote Wielen – Noordoosthoek te liggen. Voor het deel dat binnen het bestemmingsplan valt, wordt een concrete natuur- en waterbestemming toegevoegd. Hierin is – in tegenstelling tot in het ontwerpbestemmingsplan – geen woningbouw meer mogelijk als de EVZ niet wordt gerealiseerd. Het deel van de EVZ dat buiten het plangebied ligt, wordt momenteel via een separate bestemmingsplanprocedure 16/23

planologisch vastgelegd. Doordat deze separate bestemmingsplanprocedure is gestart voordat het bestemmingsplan Groote Wielen – Noordoosthoek wordt vastgesteld, is er voldoende zekerheid dat de EVZ gerealiseerd wordt. Actie in het OER – In het OER wordt in paragraaf 7.11.2 nader toegelicht hoe de groennorm en de EVZ zijn meegenomen in de beoordeling. De effectbeoordeling van de beschermde gebieden en biodiversiteit wordt hierbij niet aangepast, onder andere omdat deze afhankelijk zijn van meerdere factoren en de aanvulling slechts een verduidelijking is van wat al was opgenomen in het OER. Deze nadere onderbouwing leidt bovendien niet tot een andere waardering van het doelbereiking van de beschermde gebieden of biodiversiteit in paragraaf 9.3.10.

13-12-2022

Nee, tenzij-toets: Huidige beoordeling – De ontwikkeling kan het Natuurnetwerk Brabant dat aanwezig is binnen het plangebied, door het verleggen van de EVZ rondom de Hoefgraaf inclusief het toevoegen van ecologische waarden aan het nieuwe en bestaande tracé kwalitatief versterken. Op basis hiervan is de beoordeling beperkt positief (effectbeoordeling: 0/+). Aanvulling – De Commissie m.e.r. merkt op dat er een reservering is voor de verlegde en oorspronkelijke verbindingszone Hoefgraaf. Voor deze aanpassing van het Brabants Natuurnetwerk is echter geen ‘Nee, tenzij-toets’ doorlopen en ontbreekt een concrete uitwerking die is vastgelegd in het plan. In haar zienswijze geeft de provincie volgens de commissie terecht aan dat de aanpassing niet is getoetst aan artikel 5.3 van de Interim Omgevingsverordening (IOV) Noord-Brabant. Naar aanleiding van dit advies is er een Nee, tenzij-toets uitgevoerd. Uit de Nee, tenzij-toets volgt dat er minimaal 6,5 ha aan oppervlakte moet worden gecompenseerd in de vorm van ‘Zoete plas’ en dat deze dusdanig ingericht moet worden dat hierbij een gemiddelde kwaliteit van kwaliteitsindicerende waarden wordt behaald. Bovendien wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 3.19 ((het ‘Nee, tenzij’-principe) en artikel 3.22 (Compensatie) van de Omgevingsverordening.

Derhalve wordt middels voorliggende onderbouwing van het ‘Nee, tenzij’-principe een verzoek tot herbegrenzing van het NNB gedaan. Actie in het OER – De conclusies van de Nee, tenzij-toets zijn opgenomen in paragraaf 7.11.2, onder ‘beïnvloeding beschermde gebieden (Natura 2000, NNB, overige)’. De Nee, tenzij-toets leidt niet tot een andere beoordeling van dit thema. De effectbeoordeling blijft beperkt positief (effectbeoordeling: 0/+). Omwille hiervan zal de waardering van het doelbereiking in paragraaf 9.3.10 ook niet wijzigen. Deze blijft neutraal. Duur ontwikkeling natuur: Huidige beoordeling – Hierover worden geen uitspraken gedaan in het OER. Aanvulling – In het OER wordt benoemd dat een aanzienlijk deel van de natuur/ groen pas wordt vastgelegd na overleg met ontwikkelaars. Tegelijkertijd is volgens het OER een sterk groen raamwerk essentieel voor de identiteit en het functioneren van de Noordoosthoek. De Commissie vraagt in een aanvulling in te gaan op het moment waarop de ontwikkeling van natuurzones wordt ingezet. Actie in het OER – Het intern raamwerk aan groenstructuren wordt niet vooraf aan de woonontwikkeling gerealiseerd, de ecologische verbindingszone wel. Hierdoor wordt er al op voorhand in delen van het plangebied extra kwaliteit toegevoegd, wat ervoor zorgt dat de natuur binnen de EVZ al een ontwikkeling 17/23

heeft doorgemaakt wanneer de eerste bewoners in het gebied komen wonen. Deze verduidelijking wordt opgenomen in het OER, in paragraaf 7.11.2 onder ‘biodiversiteit’.

13-12-2022

18/23

4

Gevolgen voor het hoofdwegennet

13-12-2022

4.1 Advies commissie Hieronder is het kader uit par. 2.2 van het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r. weergegeven. De Commissie adviseert in een aanvulling op het OER de gevolgen te beschrijven van de ontwikkeling van de Noordoosthoek voor het hoofdwegennet. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de manier waarop aanvullend is beoordeeld wat de gevolgen zijn voor de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op het hoofdwegennet.

4.2 Aanvulling OER Huidige beoordeling – Uit het onderzoek dat is uitgevoerd voor het OER blijkt dat er aanpassingen aan de (bestaande) infrastructuur nodig zijn om het beoogd aantal woningen te kunnen bouwen in de Noordoosthoek. Deze resultaten komen naar voren uit gedaan verkennend verkeersonderzoek (betreft het verkennend verkeersonderzoek van Sweco, 9 juni 2021). Aanvulling – De Commissie adviseert de gevolgen voor het hoofdwegennet verder te beschrijven dan in het OER is gedaan. Om een nadere beschrijving te geven van de gevolgen van de ontwikkeling van de Noordoosthoek op het hoofwegennet, is eerst opnieuw gekeken naar de uitgangspunten. RHDHV is gevraagd een aanvullende verkeersstudie uit te voeren (Verkeersberekeningen Noordoosthoek De Groote Wielen (2022), bijlage 2 bij deze aanvulling). In deze verkeerstudie is doorgebouwd aan een nauwkeurigere en betrouwbaardere voorspelling door te werken met de volledige toepassingsmogelijkheden van het gehanteerde verkeersmodel, terwijl bij het onderzoek uit 2021 op sommige onderdelen aannames werden gedaan en verkeersstromen manueel werden toegedeeld. De toedeling is nu beter uitgelijnd op de verwachte praktijksituatie. Daarom is voor deze aanvulling uitgegaan van de nieuwe uitgangspunten.

Bovenstaande beschrijving zorgt ervoor dat het aanvullende verkeersonderzoek leidt tot een andere conclusie dan het verkeersonderzoek uit 2021. Op basis van de nieuwe verkeerstudie wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan De Groote Wielen - Noordoosthoek 3.000 woningen toelaat, maar dat daarvoor verkeersmaatregelen nodig zijn op de route Hustenweg/Blauwe Sluisweg. Bij 2.300 woningen zijn minder verkeersmaatregelen nodig dan bij het volledige beoogde woningaantal van 3.000. De maatregelen zoals genoemd in deze studie moeten als suggestie worden beschouwd; conform de regels in het bestemmingsplan worden de definitieve verkeersmaatregelen bepaald om te komen tot een acceptabele verkeersafwikkeling van het bouwplan.

19/23

Tabel 4.1 | Verschillen intensiteiten verkeersonderzoeken 2021 en 2022 (bron RHDHV, 2022)

13-12-2022

Uit zowel het verkeersonderzoek uit 2021 als het verkeersonderzoek uit 2022 volgt dat de geëigende ontsluiting (Blauwe Sluisweg/Hustenweg) moet worden aangepast om de extra verkeersbewegingen te kunnen afwikkelen. Om tot 2.300 woningen te kunnen bouwen moeten de bestaande kruispunten anders worden ingericht en dient het wegvak tussen de Lunersingel en de Groote Wielenlaan qua capaciteit te worden uitgebreid naar 2x2. Voor langzaam verkeer dienen ook maatregelen te worden genomen om de oversteekbaarheid te veilig te garanderen. Om tot 3.000 woningen te kunnen realiseren is het noodzakelijk om op meer plekken meerstrooksrotondes zoals ei-rotondes toe te passen, welke meer ruimte innemen. Bovendien moeten omwille van de doorstroming de Blauwe Sluisweg en Hustenweg opgewaardeerd worden naar 2x2 rijstroken. Zoals eerder vermeld moeten deze maatregelen als suggestie worden beschouwd omdat de definitieve later per bouwfase worden bepaald met de inzichten van dat moment. Een en ander staat vermeld in de bestemmingsplanregels. Kijkend naar de gevolgen op het hoofdwegennet, geprognotiseerd op grond van het regionale verkeersmodel Noordoost Brabant (BBMA, versie 2018), is vanuit De Groote Wielen het meeste autoverkeer georiënteerd op het noorden (naar/van A2 richting Utrecht).

Op etmaalniveau neemt het autoverkeer als gevolg van de ontwikkeling Noordoosthoek op de toe- en afrit van/naar A2 richting Utrecht toe met circa 1.600 mvt/etmaal (3.000 woningen) en circa 1.250 mvt/etmaal (2.300 woningen). Voor de A2 richting Eindhoven is dat circa. 900 mvt/etm (3.000 woningen) en circa 700 mvt/etm (2.300 woningen). De overige autoverplaatsingen betreffen verplaatsingen via het gemeentelijke wegennet (denk aan de Bossche binnenstad, het centrum van Rosmalen, wijkcentra, etc.) of naar de A59 naar/van richting Oss/Nijmegen (circa 600 mvt/etm bij 3.000 woningen en circa 500 mvt/etm bij 2.300 woningen). Conclusie Op basis van de nieuwe verkeerstudie wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan De Groote Wielen - Noordoosthoek tot 3.000 woningen mogelijk is, mits infrastructurele maatregelen worden genomen, zoals hiervoor beschreven. In het bestemmingsplan Groote Wielen – Noordoosthoek worden regels opgenomen die eisen stelt aan een acceptabele verkeersafwikkeling per bouwfase. Dit moet van te voren worden aangetoond en passende verkeersmaatregelen moeten worden getroffen. De genoemde maatregelen uit de studie zijn nog niet per se de definitieve maatregelen, er mag immers ook op een andere manier gekomen worden tot een acceptabele verkeersafwikkeling.

De aanpassingen aan het wegennet die nodig zijn om het beoogde woningaantal te kunnen realiseren, worden middels een apart bestemmingsplan planologisch geregeld. Actie in het OER – Op basis van bovenstaande en het nieuw uitgevoerde verkeersonderzoek wordt paragraaf 7.2 voor het thema verkeersafwikkeling 20/23

aangepast. Ook in het verkeersonderzoek uit 2022 blijkt dat er aanpassingen aan het wegennet nodig zijn om het plan te kunnen realiseren. De beoordeling van het basisalternatief wijzigt dan ook niet ten opzichte van het oude OER. Dit blijft een negatieve beoordeling (effectbeoordeling: -). Aan de andere kant: in de bestemmingsplanregels is als voorwaarde opgenomen dat voorafgaand aan de woningbouwontwikkeling moet worden aangetoond dat de verkeersafwikkeling op de ontsluitingsstructuur van de Groote Wielen acceptabel blijft. Indien nodig worden verkeersmaatregelen getroffen en zou daarmee verkeersafwikkeling op orde moeten zijn, hetgeen leidt tot een positief resultaat.

13-12-2022

21/23

5

Gevolgen flexwoningen

13-12-2022

5.1 Advies commissie Hieronder is het kader uit par. 2.2 van het voorlopige toetsingsadvies van de commissie m.e.r. weergegeven. De Commissie acht de milieueffecten van de flexwoningen voldoende beschreven in het OER, maar beveelt aan bij de besluitvorming over het bestemmingsplan nut en noodzaak ervan en de strategie van uitvoering (wanneer en waar komen ze) nader toe te lichten. Ga specifiek in voor wie de flexwoningen zijn bedoeld en hoe de milieu- en sociale gevolgen worden gemonitord en geëvalueerd. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de manier waarop met het advies over de flexwoningen is omgegaan.

5.2 Aanvulling OER Huidige beoordeling – In het OER was het realiseren van flexwoningen onderdeel van het planvoornemen. Uitgangspunt was dat het bestemmingsplan Groote Wielen – Noordoosthoek de realisatie van deze woningen mogelijk maakte. In de effectbeoordeling zijn deze woningen als onderdeel van de totaal te realiseren woningen beschouwd. Er is niet ingegaan op mogelijk effecten van specifiek de flexwoningen. Aanvulling – De Commissie adviseert nader in te gaan op de strategie van uitvoering van de flexwoningen. Besloten is om het planologisch mogelijk maken van de flexwoningen te regelen buiten het bestemmingsplan Groote Wielen - Noordoosthoek. De procedure hiervoor loopt inmiddels al. Om de flexwoningen mogelijk te maken wordt er via een afzonderlijke procedure een reguliere (permanente) omgevingsvergunning aangevraagd om af te kunnen wijken van het vigerende bestemmingsplan. Het planologisch mogelijk maken van de flexwoningen maakt dan ook geen deel meer uit van het bestemmingsplan Groote Wielen – Noordoosthoek, waarop het OER betrekking heeft. Wel maken de flexwoningen nog onderdeel uit van de 2.300 en 3.000 woningen die in het OER zijn onderzocht. Om die reden wordt hieronder toch kort ingegaan op de strategie van uitvoering en het doel van de flexwoningen. De flexwoningen worden niet alleen aangeboden aan de sociale doelgroep.

Ook huishoudens met een hoger inkomen zullen een kans krijgen hier een woning te betrekken. De bewoners zijn dus niet alleen maar huishoudens met een laag inkomen of spoedzoekers. Het doel van de flexwoningen is dat deze op termijn worden verplaatst naar andere locaties binnen de Noordoosthoek (of elders). Anders dan bij eerdere geplaatste (tijdelijke) flexwoningen kunnen de huurders er blijven wonen, zij verhuizen dan mee als (een deel van) de woningen worden verplaatst. Hierdoor zal er ook belangstelling zijn van woningzoekenden die langer staan ingeschreven. Het streven is erop gericht een gedeelte van de flexwoningen binnen een periode van maximaal 15 jaar te verplaatsen. Het woningbouwprogramma voor de reguliere woningen die er

22/23

later komen is gedifferentieerder en meer in lijn met de gemeentelijke richtlijnen 30% sociaal, 20% middelduur en 50% overig. Dit wil zeggen een goede verdeling van woningtypen en -prijzen over de verschillende deelgebieden van de Noordoosthoek.

13-12-2022

De flexwoningen zijn geen tijdelijke woningen. Het zijn permanente woningen die verplaatsbaar zijn en maken onderdeel uit van het totale aantal van maximaal 3.000 woningen die in Noordoosthoek gerealiseerd zullen worden. Deze maximaal 3.000 woningen zijn in het OER onderzocht. De woningen moeten voldoen aan dezelfde eisen als reguliere woningen in het plangebied. De flexwoningen in de Noordoosthoek zijn een goede aanvulling op de rest van Noordoosthoek, aangezien zij een veel kortere bouwtijd kennen dan reguliere woningen en omdat het permanente woningen zijn die verplaatst kunnen worden. Aangezien de flexwoningen bedoeld zijn voor verschillende doelgroepen en bovendien op een later moment verspreid zullen worden over de volledige wijk, worden er geen specifieke sociale gevolgen verwacht. Er wordt daarom ook niet extra ingezet op monitoring rond dit thema. Dit wordt niet nodig geacht. Actie in het OER – In het OER wordt in paragraaf 6.3 aangegeven dat de flexwoningen een plaats krijgen binnen Noordoosthoek maar middels een aparte procedure mogelijk worden gemaakt. Het kader dat in het OER is opgenomen over de flexibele woningen blijft behouden, maar wordt deels herschreven. Ook in de inleiding en samenvatting van het OER wordt kort stilgestaan bij de flexwoningen en hoe deze zich verhouden tot het voorliggende bestemmingsplan.

Zie hiervoor de tabellen binnen paragraaf 1.2 en S.3.

23/23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12203758/2