CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 WW-lijst ODBN

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord11.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de deelnemers. 4. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de omgevingsdienst is

b.

aansprakelijkheid voor vermogensschade.

Artikel 8.1 Archiefbescheiden 1. Het algemeen bestuur stelt een archiefverordening vast met betrekking tot: a. de zorg van het dagelijks bestuur voor de archiefbescheiden van het bestuur van het openbaar lichaam; b. het toezicht door een archivaris op de zorg, bedoeld onder a; 2. De archivaris wordt benoemd door het dagelijks bestuur. 3. Het dagelijks bestuur stelt een besluit informatiebeheer vast.

Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.

5.

belast de archivaris van het Brabants Historisch Informatie Centrum te 's-Hertogenbosch. Bij opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.

4.

5.

6.

Artikel 36 Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de omgevingsdienst is aangewezen de archiefbewaarplaats van het Brabants Historisch Informatie Centrum te 's-Hertogenbosch.

De kosten verbonden aan de uitoefening van de zorg, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de omgevingsdienst. Bij opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995 getroffen. Voor de door de deelnemers gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze deelnemers.

7. Artikel 8.2 Archiefbewaarplaats 1. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de gemandateerde taken is aangewezen de archiefbewaarplaats van de deelnemers. 2. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de Omgevingsdienst is aangewezen het Brabants Historisch Informatie Centrum. Artikel 8.3 Archivaris 1. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van alle archiefbescheiden van alle taken die niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats is aangewezen de archivaris van het Brabants Historisch Informatie Centrum. 2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van archivaris geen

Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.

Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.

onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. 3. De archivaris kan op verzoek of op eigen initiatief advies uitbrengen aan het dagelijks bestuur over aangelegenheden betreffende toezicht en beheer. Artikel 8.4 Verantwoording 1. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur jaarlijks over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden van het bestuur van het openbaar lichaam. 2. Zij voegen daarbij in ieder geval: a. het verslag van de archivaris; b. voor zover van toepassing, de gedurende de betreffende periode door de archivaris aan hen uitgebrachte adviezen; en c. een voorstel voor de in het kader van de zorgplicht voor de archiefbescheiden te treffen maatregelen, zo nodig voorzien van een kostenraming. Artikel 8.5 Ter beschikking stellen 1. Indien noodzakelijk voor de taakuitvoering van de omgevingsdienst, stellen de colleges en Gedeputeerde Staten, onder hen berustende archiefbescheiden ter beschikking. 2. Terbeschikkingstelling geschiedt voor maximaal vijf jaar en kan, met telkens een aaneengesloten periode van maximaal vijf jaar, worden verlengd tot ten hoogste 20 jaar. 3. Van de terbeschikkingstelling wordt een verklaring opgemaakt, die ten minste bevat een specificatie van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden.

Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.

Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

Een exemplaar van de verklaring, bedoeld in het derde lid, wordt bewaard door de betreffende deelnemer en de omgevingsdienst. Indien de omgevingsdienst archiefbescheiden tot zijn beschikking krijgt, brengt deze slechts wijzigingen aan in de staat van ordening en toegankelijkheid van en vernietigt slechts uit de bescheiden na machtiging door de ter beschikking stellende deelnemer. De kosten van het beheer van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden komen ten laste van de deelnemer, die de archiefbescheiden ter beschikking stelt, tenzij de deelnemers anders overeenkomen. De zorgdrager voor de archiefbescheiden van het bestuursorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle gevallen de zorgdrager voor de archiefbescheiden. Indien de ordening van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, zich verzet tegen terbeschikkingstelling, is de omgevingsdienst te allen tijde bevoegd inzage te nemen van die archiefbescheiden dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te vorderen. Ten aanzien van de terbeschikkingstelling gelden de volgende nadere voorwaarden: a. de ter beschikking gestelde archiefbescheiden worden door de omgevingsdienst in goede, geordende en toegankelijke staat bewaard; b. uitlening van terbeschikkinggestelde archiefbescheiden is slechts toegestaan aan functionarissen binnen de omgevingsdienst die

Artikel 37 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur evalueert iedere twee jaar het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. De eerste keer zal plaatsvinden in 2020. 2. Het algemeen bestuur rapporteert aan gedeputeerde staten en de colleges het resultaat van de uitgevoerde evaluaties onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies. 3. De wijze waarop de evaluatie en rapportage plaats zullen vinden wordt nader vastgelegd door het algemeen bestuur. Artikel 38 Toetreding 1. Toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling vindt plaats door het sturen van een verzoek daartoe aan het algemeen bestuur, voorzien van het concept collegebesluit en de toestemming van de raad. 2. Toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling kan slechts plaatsvinden indien de colleges van de deelnemende gemeenten en gedeputeerde Staten daarmee instemmen en de raden en provinciale staten hun toestemming daarvoor geven. 3. Het algemeen bestuur kan nadere voorwaarden aan de toetreding verbinden. Artikel 39 Uittreding 1. Een gemeente en de provincie kunnen bij besluit van het college van burgemeester en wethouders, respectievelijk Gedeputeerde Staten, na verkregen

ambtelijk zijn belast met behandeling van een aangelegenheid waarvoor uitlening noodzakelijk is. 10. De omgevingsdienst kan het beheer van archiefbescheiden nader regelen in de algemene leveringsvoorwaarden. Artikel 11.1 Evaluatie 1. Op verzoek van het algemeen bestuur wordt een verslag opgesteld: a. over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk; b. over het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur overlegt het verslag van de evaluatie en de daaruit getrokken conclusies, bedoeld in het eerste lid, aan de deelnemers.

Het artikel over evaluatie van de GR is geactualiseerd, in verband met de wijziging van de wet. Bewust niet meer gekozen voor een verplichte tweejaarlijkse evaluatie, omdat daar in de praktijk geen behoefte aan was. Het initiatief is gelegd bij het AB, waarbij de deelnemers worden betrokken.

Artikel 9.1 Toetreding 1. Indien de deelnemers daarmee instemmen kan een gemeente, provincie, waterschap of het Rijk toetreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar daartoe bevoegde bestuursorganen. 2. De toetreding gaat in met ingang van een door de deelnemers nader te bepalen datum. 3. Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot toetreding aan deze gemeenschappelijke regeling in procedure bij de deelnemers

Het algemeen bestuur kan niet instemmen met toetreding. De regels omtrent toetreding zijn conform artikel 51, vijfde lid, van de wet hetzelfde als voor het treffen van de regeling. De deelnemers zijn bevoegd gezag.

Artikel 9.2 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van haar bestuursorgaan.

De uittredingsregeling is uitgebreid. Gelet op de wettelijke verplichting om aan te sluiten bij een omgevingsdienst zal een uittreding in

Het algemeen bestuur brengt het voorstel tot toetreding in procedure bij de deelnemers.

2.

3.

4.

5.

toestemming van de gemeenteraad, respectievelijk Provinciale Staten besluiten uit de regeling te treden, tenzij landelijk wetgeving de mogelijkheid tot uittreding beperkt. Nadat het algemeen bestuur het besluit tot uittreden van de deelnemer heeft ontvangen, stelt hij de voorwaarden vast waaronder de uittreding plaats kan vinden. De voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op de financiële verplichtingen die voor de deelnemer voortvloeien uit de uittreding. Alvorens een deelnemer besluit tot uittreden, maakt deze het voornemen daartoe schriftelijk kenbaar aan het algemeen bestuur en vindt overleg plaats over de mogelijke voorwaarden die aan de uittreding verbonden worden. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar van het besluit tot uittreding, of zoveel eerder als de uittredende partij en het algemeen bestuur samen afspreken. Tot aan de datum van de feitelijke uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling.

Artikel 40 Wijziging 1. Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling in procedure bij de deelnemers. 2. De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges en gedeputeerde staten daartoe, met toestemming van de raden respectievelijk provinciale staten eensluidend besluiten.

2.

De opzegging geschiedt met in achtneming van een opzegtermijn van tenminste twee jaar. 3. De uittreding vindt plaats op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn. 4. De uittredende deelnemer en het algemeen bestuur houden de kosten die verband houden met de uittreding zo laag mogelijk. 5. De uittredende deelnemer betaalt in jaar een van uittreding 66% en in jaar twee 33% van de bijdrage aan de begroting die de deelnemer voldeed in het jaar voorafgaand aan de uittreding. 6. Tot aan de datum van de uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling. 7. De deelnemers kunnen afwijken van het eerste tot en met het vijfde lid, voor zover toepassing, gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 8. Het algemeen bestuur brengt indien sprake is van een afwijking als bedoeld in het zevende lid, een voorstel met daarin de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van de uittreding in procedure bij de deelnemers. Artikel 9.3 wijziging Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling in procedure bij de deelnemers.

de praktijk niet of nauwelijks voorkomen. Desalniettemin is een voorstel voor een uittredingsprocedure opgesteld. Het algemeen bestuur heeft geen bevoegdheid tot het vaststellen van de financiële verplichtingen. Het is aan de deelnemers om af te wijken van hetgeen bepaalt is in de regeling indien de omstandigheden van het geval daarvoor aanleiding geven. Komen partijen niet tot afwijkende afspraken dan is de bepaling leidend voor het afwikkelen van de financiële gevolgen van de uittreding.

Dat eensluidende toestemming van raden respectievelijk Provinciale Staten nodig is voor het wijzigen van de regeling is reeds wettelijk geregeld in artikel 51 van de wet.

Artikel 41 Opheffing 1. Het algemeen bestuur kan een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling voorleggen aan de deelnemers. Het voorstel tot opheffing is voorzien van een concept liquidatieplan. 2. Opheffing van de gemeenschappelijke regeling vindt plaats door een daartoe strekkend besluit van de deelnemende bestuursorganen, voorzien van toestemming van de raden respectievelijk Provinciale Staten. 3. Het algemeen bestuur stelt het liquidatieplan vast. Alvorens tot vaststelling over te gaan stelt het algemeen bestuur de raden respectievelijk de staten in de gelegenheid hun zienswijze over het concept naar voren te brengen. 4. Het liquidatieplan regelt in ieder geval: a. de wijze waarop de deelnemers verplicht zijn bij te dragen in de financiële gevolgen van opheffing; b. de wijze waarop de rechten en plichten van de omgevingsdienst verdeeld worden over de deelnemers; c. de gevolgen van de opheffing voor het personeel. 5. Bij de ontbinding van het lichaam in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft het lichaam voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is. Artikel 42 Geschillen 1. Indien sprake is van een geschil met betrekking tot de uitvoering van deze regeling, wordt dit geschil eerst voorgelegd aan een door het algemeen bestuur te benoemen geschillencommissie.

Artikel 9.4 Opheffing 1. Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur worden opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de betrokken bestuursorganen van de deelnemers. 2. Het voorstel, bedoeld in het eerste lid, bevat: a. een liquidatieplan waarover alle deelnemers zijn geraadpleegd; b. de verplichting voor de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen in de opheffing; en c. de gevolgen die de opheffing heeft voor de medewerkers van de omgevingsdienst, waarbij de toewijzing van medewerkers aan de deelnemers plaats vindt naar rato van afname.

Om verwarring te voorkomen met officiële zienswijze procedure is gekozen voor de terminologie raadplegen.

Artikel 10.1 Informele aanpak interne geschillen of interne bezwaarschriften 1. Indien sprake is van een geschil of een bezwaarschrift met betrekking tot een besluit op grond van een bepaling in deze regeling, wordt dit geschil eerst informeel door partijen besproken in aanwezigheid

In geval van bezwaarschriften is een onafhankelijke commissie aanwijzen door het algemeen bestuur, gevolgd door het aanwijzen van een onafhankelijke voorzitter erg tijdrovend. In geval van bezwaarschriften dient rekening te

Voortbestaan omgevingsdienst bij opheffing dwingend geregeld in artikel 9, derde lid, van de wet.

2.

De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Beide partijen dragen ieder één lid voor die gezamenlijk een onafhankelijk voorzitter aanwijzen. 3. Iedere partij draagt de eigen kosten voor het aangewezen lid van de geschillencommissie. Partijen dragen samen de kosten voor de voorzitter. 4. Het oordeel van de geschillencommissie is zwaarwegend maar niet bindend. Partijen behouden de mogelijkheid om een rechterlijke procedure te starten. Artikel 43 Klachten 1. Klachten op grond van titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht worden door het dagelijks bestuur in behandeling genomen. 2. Het dagelijks bestuur kan de afhandeling van klachten mandateren aan de directeur.

Artikel 44 Slotbepalingen 1. Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd en treedt in werking nadat de regeling op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. 2. De wettelijk voorgeschreven bekendmaking van deze regeling als bedoeld in artikel 53 van de Wet, geschiedt door gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant.

2. 3.

van een door partijen gezamenlijk gekozen onafhankelijke bemiddelaar. Partijen dragen samen de kosten voor de onafhankelijke bemiddelaar. Indien het informele gesprek niet leidt tot een oplossing van het bezwaar neemt het bestuur van het openbaar lichaam een beslissing op het bezwaar.

Artikel 10.2 Interne klachten 1. Het bestuur van het openbaar lichaam draagt ingevolge artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht zorg voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over zijn gedragingen. 2. Het bestuur kan de afhandeling van klachten mandateren aan de directeur.

worden gehouden met de wettelijke bezwaartermijn. Het formaliseren van informeel traject is wel wenselijk.

Klachten kunnen bij alle besturen worden ingediend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13434507/1