Bijlage 3 WasWordt-lijst GR ODBN 2024
Tekst van het document
Artikel 7.2 Verrekening exploitatiesaldo Het algemeen bestuur kan besluiten: a. de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: 1°. af te boeken van de algemene reserve; 2°. ten laste te brengen van de deelnemers naar rato van de gerealiseerde omzet op basis van de taken, genoemd in artikel 2.1. b. de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele: 1°. te bestemmen in de algemene reserve; 2°. uit te keren aan de deelnemers naar rato van de gerealiseerde omzet op basis van de taken, genoemd in de artikelen 2.1, 2.2, en 2.2a
Conform Aanwijzingen voor de Regelgeving herschreven.
n.v.t.
Artikel 32 Vergoeding voor geleverde diensten oudRMB taken 1. Voor de te betalen vergoeding van de taken van hoofdstuk 2A zijn de afspraken die reeds zijn vastgelegd in een modelovereenkomst, onverkort van toepassing. 2. Voor zover geen sprake is van eerbiediging van afspraken op grond van lid 1 komt de te betalen vergoeding voor rekening van de gemeenten genoemd in artikel 9, eerste lid naar rato van de begrote lasten en baten. 3. De vergoedingen van de in artikel 9b bedoelde taken worden gedragen door de gemeenten, zoals
Vervalt. 1.
Vervalt. Zie toelichting bij artikel 2.5
n.v.t.
OUD (geel = verwijderd) bedoeld in artikel 9, eerste lid, op basis van een aangegane overeenkomst voor de geluidssanering van woningen, als genoemd in artikel 9b. 4. De te hanteren bijdragen worden jaarlijks door het algemeen bestuur vastgesteld aan de hand van een verdeelsleutel op basis van de ureninzet. Artikel 33 Verplichtingen deelnemers 1. De deelnemers zullen er steeds voor zorg dragen, dat de omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen; 2. Indien aan het algemeen bestuur van de omgevingsdienst blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet respectievelijk 198 en 199 Provinciewet. 3. De gemeenten bedoeld in artikel 9, lid 1 dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om de taken, bedoeld in de artikelen 9a en 9b te kunnen uitvoeren. Artikel 34 Financiële voorschriften 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie.
Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De artikelen 216 en 217 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging)
Achtergrond / Toelichting
Artikel 7.4 Verplichtingen deelnemers 1. De deelnemers zullen er steeds voor zorg dragen, dat de omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het algemeen bestuur van de omgevingsdienst blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet respectievelijk 198 en 199 van de Provinciewet. 3.
Derde lid vervalt. Zie de toelichting bij artikel 2.5
Artikel 7.5 Financiële voorschriften 1. Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig de artikelen 216, 217 en 217a van de Provinciewet een verordening op met betrekking tot: a. de uitgangspunten voor: 1°. het financieel beleid; 2°. het financieel beheer; en
De artikel 216, 217 en 217a van de Provinciewet regelen wat de verordeningen ten minste dienen te bevatten.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd)
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging)
2.
3°. de inrichting van de financiële organisatie; b. de controle op: i. het financiële beheer; en ii. de inrichting van de financiële organisatie. c. periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hen gevoerde bestuur. 2. De omgevingsdienst verzekert zich tenminste tegen: a. wettelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en zaken; b. aansprakelijkheid voor vermogensschade.
Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval regels over: a. waardering en afschrijving van activa; b. algemene doelstellingen en te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening; c. de inrichting van de financiële administratie zodanig dat te alle tijde inzicht bestaat in de baten en lasten per onderscheiden taakveld. 3. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 4. Het algemeen bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 26 genoemde jaarrekening. 5. De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen aan het algemeen bestuur. 6. De omgevingsdienst verzekert zich tenminste tegen: a. wettelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en zaken; b. aansprakelijkheid voor vermogensschade. Artikel 35 Archiefbescheiden 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de omgevingsdienst. Dit overeenkomstig een door het
Artikel 8.1 Archiefbescheiden 1. Het algemeen bestuur stelt een archiefverordening vast met betrekking tot:
Achtergrond / Toelichting
Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd)
2. 3. 4.
5.
algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen regeling, de Archiefverordening. Voor de door de deelnemers gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze deelnemers. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de deelnemers. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de omgevingsdienst is belast de archivaris van het Brabants Historisch Informatie Centrum te 's-Hertogenbosch. Bij opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995.
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging) a.
2.
de zorg van het dagelijks bestuur voor de archiefbescheiden van het bestuur van het openbaar lichaam; b. het toezicht door een archivaris op het beheer; De archivaris is, onder de bevelen van het
dagelijks bestuur, belast met het toezicht van het beheer. 3. 4.
5.
6.
Artikel 36 Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de omgevingsdienst is aangewezen de archiefbewaarplaats van het Brabants Historisch Informatie Centrum te 's-Hertogenbosch.
Achtergrond / Toelichting
Het dagelijks bestuur stelt een besluit informatiebeheer vast. De kosten verbonden aan de uitoefening van de zorg, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de omgevingsdienst. Bij opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995 getroffen. Voor de door de deelnemers gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze deelnemers.
7. Artikel 8.2 Archiefbewaarplaats 1. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de gemandateerde taken is aangewezen de archiefbewaarplaats van de deelnemers. 2. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de
Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd)
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging)
Achtergrond / Toelichting
Omgevingsdienst is aangewezen het Brabants Historisch Informatie Centrum. Artikel 8.3 Archivaris 1. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van alle archiefbescheiden van alle taken die niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats is aangewezen de archivaris van het Brabants Historisch Informatie Centrum. 2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van archivaris geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. 3. De archivaris kan op verzoek of op eigen initiatief advies uitbrengen aan het dagelijks bestuur over aangelegenheden betreffende toezicht en beheer. Artikel 8.4 Verantwoording 1. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur jaarlijks over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden van het bestuur van het openbaar lichaam. 2. Zij voegen daarbij in ieder geval: a. het verslag van de archivaris met betrekking tot
in ieder geval het beheer, als bedoeld in artikel 8.3, eerste lid; b.
voor zover van toepassing, de gedurende de betreffende periode door de archivaris aan hen uitgebrachte adviezen; en
Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.
Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd)
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging) een voorstel voor de in het kader van de zorgplicht voor de archiefbescheiden te treffen maatregelen, zo nodig voorzien van een kostenraming. Artikel 8.5 Ter beschikking stellen 1. Indien noodzakelijk voor de taakuitvoering van de omgevingsdienst, stellen de colleges en Gedeputeerde Staten, onder hen berustende archiefbescheiden ter beschikking. 2. Terbeschikkingstelling geschiedt voor maximaal vijf jaar en kan, met telkens een aaneengesloten periode van maximaal vijf jaar, worden verlengd tot ten hoogste 20 jaar. 3. Van de terbeschikkingstelling wordt een verklaring opgemaakt, die ten minste bevat een specificatie van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden.
Achtergrond / Toelichting
c.
4. Voor het verstrekken van digitale reproducties als gebruikskopie worden, in afwijking van het derde lid, afspraken gemaakt in de algemene leveringsvoorwaarden. 5.
6.
Een exemplaar van de verklaring, bedoeld in het derde lid, wordt bewaard door de betreffende deelnemer en de omgevingsdienst. Indien de omgevingsdienst archiefbescheiden tot zijn beschikking krijgt, brengt deze slechts wijzigingen aan in de staat van ordening en toegankelijkheid van en vernietigt slechts uit de bescheiden na machtiging door de ter beschikking stellende deelnemer.
Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd)
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging) 7.
De kosten van het beheer van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden komen ten laste van de deelnemer, die de archiefbescheiden ter beschikking stelt, tenzij de deelnemers anders overeenkomen. 8. De zorgdrager voor de archiefbescheiden van het bestuursorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle gevallen de zorgdrager voor de archiefbescheiden. 9. Indien de ordening van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, zich verzet tegen terbeschikkingstelling, is de omgevingsdienst te allen tijde bevoegd inzage te nemen van die archiefbescheiden dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te vorderen. 10. Ten aanzien van de terbeschikkingstelling gelden de volgende nadere voorwaarden: a. de ter beschikking gestelde archiefbescheiden worden door de omgevingsdienst in goede, geordende en toegankelijke staat bewaard; b. uitlening van terbeschikkinggestelde archiefbescheiden is slechts toegestaan aan functionarissen binnen de omgevingsdienst die ambtelijk zijn belast met behandeling van een aangelegenheid waarvoor uitlening noodzakelijk is. 11. De omgevingsdienst kan het beheer van archiefbescheiden nader regelen in de algemene leveringsvoorwaarden.
Achtergrond / Toelichting
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd)
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging)
Achtergrond / Toelichting
Artikel 37 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur evalueert iedere twee jaar het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. De eerste keer zal plaatsvinden in 2020. 2. Het algemeen bestuur rapporteert aan gedeputeerde staten en de colleges het resultaat van de uitgevoerde evaluaties onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies. 3. De wijze waarop de evaluatie en rapportage plaats zullen vinden wordt nader vastgelegd door het algemeen bestuur.
Artikel 11.1 Evaluatie 1. Het dagelijks bestuur zendt in 2028 en vervolgens telkens na vier jaar een verslag aan het algemeen bestuur: a. over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk; b. over het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. 2. Het verslag uit het eerste lid, onder b, bevat een samenvatting van de in de afgelopen vier jaar uitgevoerde evaluaties en rapporten over het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. 3. Het algemeen bestuur overlegt het verslag van de evaluatie en de daaruit getrokken conclusies, bedoeld in het eerste lid, aan de deelnemers.
Door allen wordt onderschreven dat voor een beleidsarme organisatie als een omgevingsdienst het uitgangspunt moet zijn en blijven dat participatie in beginsel via de deelnemers verloopt. Daar wordt immers het beleid gemaakt en dat is het moment waarop participatie door burgers het meest direct invloed heeft op de beleidsvorming en daarmee op de leefomgeving voor die burgers. Dit uitgangspunt is correct omschreven in lid 1 van het voorgestelde artikel. Participatie zoals in de Wgr omschreven ziet echter ook op de uitvoering of evaluatie van beleid. In lid 2 wordt daarom opgenomen dat het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst bij voor de burgers ingrijpende besluiten kan besluiten tot een participatie traject. Wat dan ingrijpende gevolgen zijn is aan het dagelijks bestuur om af te wegen.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd)
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging)
Achtergrond / Toelichting
Artikel 38 Toetreding 1. Toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling vindt plaats door het sturen van een verzoek daartoe aan het algemeen bestuur, voorzien van het concept collegebesluit en de toestemming van de raad. 2. Toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling kan slechts plaatsvinden indien de colleges van de deelnemende gemeenten en gedeputeerde Staten daarmee instemmen en de raden en provinciale staten hun toestemming daarvoor geven. 3. Het algemeen bestuur kan nadere voorwaarden aan de toetreding verbinden. Artikel 39 Uittreding 1. Een gemeente en de provincie kunnen bij besluit van het college van burgemeester en wethouders, respectievelijk Gedeputeerde Staten, na verkregen toestemming van de gemeenteraad, respectievelijk Provinciale Staten besluiten uit de regeling te treden, tenzij landelijk wetgeving de mogelijkheid tot uittreding beperkt. 2. Nadat het algemeen bestuur het besluit tot uittreden van de deelnemer heeft ontvangen, stelt hij de voorwaarden vast waaronder de uittreding plaats kan vinden. De voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op de financiële verplichtingen die voor de deelnemer voortvloeien uit de uittreding. 3. Alvorens een deelnemer besluit tot uittreden, maakt deze het voornemen daartoe schriftelijk kenbaar aan het algemeen bestuur en vindt overleg plaats over de mogelijke voorwaarden die aan de uittreding verbonden worden. 4.
De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar van het besluit tot
Artikel 9.1 Toetreding 1. Indien de deelnemers daarmee instemmen kan een bestuursorgaan van een een gemeente, provincie, waterschap of het Rijk toetreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar daartoe bevoegde bestuursorganen. 2. De toetreding gaat in met ingang van een door de deelnemers nader te bepalen datum. 3. Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot toetreding aan deze gemeenschappelijke regeling in procedure bij de deelnemers
Het algemeen bestuur kan niet instemmen met toetreding. De regels omtrent toetreding zijn conform artikel 51, vijfde lid, van de wet hetzelfde als voor het treffen van de regeling. De deelnemers zijn bevoegd gezag.
Artikel 9.2 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van haar bestuursorgaan. 2. De opzegging geschiedt met in achtneming van een opzegtermijn van tenminste twee jaar. 3. De uittreding vindt plaats op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn. 4. De uittredende deelnemer en het algemeen bestuur houden de kosten die verband houden met de uittreding zo laag mogelijk. 5. De uittredende deelnemer betaalt in jaar een van uittreding 66% en in jaar twee 33% van de bijdrage aan de begroting die de deelnemer voldeed in het jaar voorafgaand aan de uittreding. 6. Tot aan de datum van de uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen
De uittredingsregeling is uitgebreid. Gelet op de wettelijke verplichting om aan te sluiten bij een omgevingsdienst zal een uittreding in de praktijk niet of nauwelijks voorkomen. Desalniettemin is een voorstel voor een uittredingsprocedure opgesteld.
Het algemeen bestuur brengt het voorstel tot toetreding in procedure bij de deelnemers.
Het algemeen bestuur heeft geen bevoegdheid tot het vaststellen van de financiële verplichtingen. Het is aan de deelnemers om af te wijken van hetgeen bepaalt is in de regeling indien de omstandigheden van het geval daarvoor aanleiding geven. Komen partijen niet tot afwijkende afspraken dan is de bepaling leidend voor het afwikkelen van de financiële gevolgen van de uittreding.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd)
5.
uittreding, of zoveel eerder als de uittredende partij en het algemeen bestuur samen afspreken. Tot aan de datum van de feitelijke uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling.
Artikel 40 Wijziging 1. Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling in procedure bij de deelnemers. 2. De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges en gedeputeerde staten daartoe, met toestemming van de raden respectievelijk provinciale staten eensluidend besluiten. Artikel 41 Opheffing 1. Het algemeen bestuur kan een voorstel tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling voorleggen aan de deelnemers. Het voorstel tot opheffing is voorzien van een concept liquidatieplan. 2. Opheffing van de gemeenschappelijke regeling vindt plaats door een daartoe strekkend besluit van de deelnemende bestuursorganen, voorzien van toestemming van de raden respectievelijk Provinciale Staten. 3. Het algemeen bestuur stelt het liquidatieplan vast. Alvorens tot vaststelling over te gaan stelt het
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging) die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling. 7. De deelnemers kunnen afwijken van het eerste tot en met het vijfde lid, voor zover toepassing, gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 8. Het algemeen bestuur brengt indien sprake is van een afwijking als bedoeld in het zevende lid, een voorstel met daarin de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van de uittreding in procedure bij de deelnemers. Artikel 9.3 wijziging Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling in procedure bij de deelnemers.
Artikel 9.4 Opheffing 1. Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur worden opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de betrokken bestuursorganen van de deelnemers. 2. Het voorstel, bedoeld in het eerste lid, bevat: a. een liquidatieplan waarover alle deelnemers zijn geraadpleegd; b. de verplichting voor de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen in de opheffing; en c. de gevolgen die de opheffing heeft voor de medewerkers van de omgevingsdienst, waarbij
Achtergrond / Toelichting
Dat eensluidende toestemming van raden respectievelijk Provinciale Staten nodig is voor het wijzigen van de regeling is reeds wettelijk geregeld in artikel 51 van de wet.
Om verwarring te voorkomen met officiële zienswijze procedure is gekozen voor de terminologie raadplegen. Voortbestaan omgevingsdienst bij opheffing dwingend geregeld in artikel 9, derde lid, van de wet.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd) algemeen bestuur de raden respectievelijk de staten in de gelegenheid hun zienswijze over het concept naar voren te brengen. 4. Het liquidatieplan regelt in ieder geval: a. de wijze waarop de deelnemers verplicht zijn bij te dragen in de financiële gevolgen van opheffing; b. de wijze waarop de rechten en plichten van de omgevingsdienst verdeeld worden over de deelnemers; c. de gevolgen van de opheffing voor het personeel. 5. Bij de ontbinding van het lichaam in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft het lichaam voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is. Artikel 42 Geschillen 1. Indien sprake is van een geschil met betrekking tot de uitvoering van deze regeling, wordt dit geschil eerst voorgelegd aan een door het algemeen bestuur te benoemen geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Beide partijen dragen ieder één lid voor die gezamenlijk een onafhankelijk voorzitter aanwijzen. 3. Iedere partij draagt de eigen kosten voor het aangewezen lid van de geschillencommissie. Partijen dragen samen de kosten voor de voorzitter. 4. Het oordeel van de geschillencommissie is zwaarwegend maar niet bindend. Partijen behouden de mogelijkheid om een rechterlijke procedure te starten.
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging)
Achtergrond / Toelichting
de toewijzing van medewerkers aan de deelnemers plaats vindt naar rato van afname.
Artikel 10.1 Informele aanpak interne geschillen of interne bezwaarschriften 1. Indien sprake is van een geschil of een bezwaarschrift met betrekking tot een besluit op grond van een bepaling in deze regeling, wordt dit geschil eerst informeel door partijen besproken in aanwezigheid van een door partijen gezamenlijk gekozen onafhankelijke bemiddelaar. 2. Partijen dragen samen de kosten voor de onafhankelijke bemiddelaar. 3. Indien het informele gesprek niet leidt tot een oplossing van het bezwaar neemt het bestuur van het openbaar lichaam een beslissing op het bezwaar.
In geval van bezwaarschriften is een onafhankelijke commissie aanwijzen door het algemeen bestuur, gevolgd door het aanwijzen van een onafhankelijke voorzitter erg tijdrovend. In geval van bezwaarschriften dient rekening te worden gehouden met de wettelijke bezwaartermijn. Het formaliseren van informeel traject is wel wenselijk.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd)
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging)
Achtergrond / Toelichting
Artikel 43 Klachten 1. Klachten op grond van titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht worden door het dagelijks bestuur in behandeling genomen. 2. Het dagelijks bestuur kan de afhandeling van klachten mandateren aan de directeur.
Artikel 10.2 Interne klachten 1. Het bestuur van het openbaar lichaam draagt ingevolge artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht zorg voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over zijn gedragingen. 2. Het bestuur kan de afhandeling van klachten mandateren aan de directeur.
Klachten kunnen bij alle besturen worden ingediend.
Artikel 11.3 Omhangbepaling Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de volgende regelingen mede op deze regeling: a. Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur omgevingsdienst BrabantNoord; b. Archiefverordening Omgevingsdienst Brabant Noord; c. Klachtenregeling ODBN 2019; d. Financiële verordening Omgevingsdienst Brabant Noord 2023; e. Treasurystatuut Omgevingsdienst Brabant Noord 2023; f. Directiestatuut Omgevingsdienst Brabant Noord; g. Algemeen delegatiebesluit omgevingsdienst Brabant Noord; h. Verordening elektronische bekendmaking en kennisgeving Omgevingsdienst Brabant Noord 2019; i. Controleverordening Omgevingsdienst Brabant Noord 2023.
Artikel 11.3 (de ‘omhangbepaling’) is geactualiseerd voor de verordeningen die tussen de ontwerpregeling en de definitieve regeling nog zijn of aangepast.
Andere vindplaats
OUD (geel = verwijderd) Artikel 44 Slotbepalingen 1. Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd en treedt in werking nadat de regeling op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. 2. De wettelijk voorgeschreven bekendmaking van deze regeling als bedoeld in artikel 53 van de Wet, geschiedt door gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant.
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging)
Achtergrond / Toelichting
Andere vindplaats