CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Vaststelling bestemmingsplan Van Rijckevorselweg

Gemeenteraad 28 maart 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 429.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Toelichting Vaststelling

44

Nota Duurzaam ‘s-Hertogenbosch In ‘s-Hertogenbosch wordt gewerkt aan een gezonde, groene en klimaatbestendige gemeente, waarbij het streven is dat ’s-Hertogenbosch in 2050 duurzaam is. De gemeente werkt al jaren samen met burgers en partners om de leefomgeving aantrekkelijker te maken. Van buurtgericht werken tot grote projecten van wonen in het groen en het verbinden van diverse ecologische verbindingszones. Maar ook op energietransitie loopt de stad al jaren voorop als het gaat om innovatie en ontwikkeling. De traditie van duurzaam handelen wordt voortgezet. De gemeente gaat op weg naar een gemeente waar inwoners wonen en vrij bewegen in een aantrekkelijke, leefbare en groene omgeving. Met groen op loopafstand in een schone lucht. Klimaatbestendig, CO2-neutraal en optimaal hergebruik. Samen op weg naar een duurzaam ’s-Hertogenbosch. Dit doet de gemeente op basis van de 4 ambities: Ambitie 1: Gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving Ambitie 2: CO2-neutrale gemeente Ambitie 3: Waardebehoud van grondstoffen Ambitie 4: Duurzame mobiliteit 7.11.2 Afweging en conclusie Er worden met dit bestemmingplan nieuwe bouwmogelijkheden toegestaan. Er zal in ieder geval worden voldaan aan de wettelijke vereisten. De ontwikkeling is in lijn met de gestelde duurzaamheidskaders. 7.12 Gezondheid 7.12.1 Kader In ruimtelijke plannen wordt gezondheid steeds nadrukkelijker meegewogen.

In het bijzonder gaat het om eventuele risico's als gevolg van varkens- en pluimveehouderijen (endotoxinen) en geitenhouderijen. Varkens-, en pluimveehouderijen (endotoxinen) Een veehouderij in de omgeving van een woning kan effecten hebben op de gezondheid. Omwonenden van veehouderijbedrijven worden blootgesteld aan bepaalde micro-organismen en endotoxinen. Zowel micro-organismen en endotoxinen kunnen effecten op de gezondheid hebben. Het gaat dan vooral om effecten op de luchtwegen. Op basis van de “Notitie endotoxine toetsingskader 2.0” kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Geitenhouderijen Mogelijk is er een verband tussen het langdurig verblijven in de nabijheid van een geitenhouderij en het krijgen van longontsteking. In de periode 2009-2013 is het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn op 7 juli 2016 gepubliceerd (hoofdrapport VGO). Gegevens van 110.278 patiënten, die ingeschreven stonden bij 27 huisartspraktijken in het VGO-onderzoeksgebied, zijn hiervoor geanalyseerd. Op 16 juni 2017 is een aanvullend VGO-rapport gepubliceerd. In het aanvullend VGO-onderzoek (VGO-2)

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Toelichting Vaststelling

45

zijn de onderzoeksgegevens statistisch uitvoeriger geanalyseerd. Onder andere is onderzocht of er in de jaren 2009-2013 een verband bestond tussen de woonafstand tot geitenhouderijen en het risico op longontsteking. Gemiddeld over deze onderzoeksjaren laten de aanvullende analyses een 29% verhoogde kans op longontsteking zien voor mensen die rondom een individuele geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km (dit is vergeleken met bewoners zonder een geitenhouderij binnen deze afstand van de woning). Uit het onderzoek volgt dat het risico op longontsteking rond een geitenhouderij bijna drie keer groter is dan het risico op longontsteking tot een afstand van ca. 1 km rond een pluimveehouderij. De oorzaak van deze verhoogde kans op longontstekingen rondom geitenhouderijen kan door de onderzoekers niet worden aangegeven. Het gevolg is dat het nemen van effectieve bedrijfsgerichte maatregelen nu nog niet mogelijk is. 7.12.2 Afweging en conclusie Binnen 2 km van het plangebied is een geitenhouderij gelegen. De bedrijfswoning binnen het plangebied was echter al aanwezig. Er worden geen nieuwe gevoelige objecten mogelijk gemaakt. Er is dus geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Toelichting Vaststelling

46

8

Uitvoerbaarheid

8.1

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens dient, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gemeente voert zelf de regie over de herontwikkeling en bewaakt hiertoe de grondexploitatie. Gezien het bovenstaande wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze ontwikkeling is passend binnen de ruimtelijk kaders van de gemeente. Met de ontwikkeling verdwijnt een intensieve veehouderij, waardoor eventuele overlast verdwijnt. Daarnaast wordt de bestaande ruimte beter ingericht en de kwaliteit van de leefomgeving verbetert. Door de gemeente wordt tevens een omgevingsdialoog georganiseerd. In de bestemmingsplanprocedure wordt desondanks de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen (zie ook hoofdstuk 9 van deze toelichting).

8.3

Handhavingsaspecten Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Woningwet (Ww) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Bij het opstellen van dit nieuwe bestemmingsplan zijn de gronden vrij gedetailleerd bestemd.

Binnen de bestemmingen is daarmee relatief veel rechtszekerheid en is daarmee weinig kans op interpretatieverschillen. Ook zijn de verbeelding, de regels en de toelichting zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Toelichting Vaststelling

47

9

Procedure

9.1

Voorbereidingsfase Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet voorafgaand aan een bestemmingsplanprocedure, een vooraankondiging worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Overleg Conform artikel 3.1.1 van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeentes en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de betrokken overlegpartners. De wijzigingen naar aanleiding van de overlegreacties zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan.

9.2

Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient ook via elektronische weg te geschieden. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn twee zienswijzen ingediend. De ingediende zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in de ‘Nota van Zienswijzen’, die als bijlage 10 bij dit bestemmingsplan is gevoegd.

9.3

Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Toelichting Vaststelling

Gemeente ‘s-Hertogenbosch Bestemmingsplan ‘Van Rijckevorselweg 4’ Regels

Maart 2023

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

2 2 12

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

BESTEMMINGSREGELS Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Bedrijf Groen

14 14 16 19

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

21 21 22 23 24 25 26

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel

27 27 28

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

29

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing

30

2

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 1.1

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan 'Van Rijckevorselweg 4' met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002535-1401 van de gemeente 's-Hertogenbosch; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanbouw:

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is en ten dienste staat aan het hoofdgebouw; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7

aan huis gebonden bedrijf:

een bedrijf, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt; 1.8

aan huis gebonden beroep:

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt; 1.9

achtererfgebied:

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.10

afhaalpunt:

een locatie waar de consument, uitsluitend voorafgaand aan het bezoek via internet of telefonisch, bestelde goederen kan (betalen,) afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van deze eerder bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt, en waarbij geen - of alleen in ondergeschikte vorm - sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten;

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

3

1.11

agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waarbij ondergeschikte detailhandel in zelf-voortgebrachte producten wordt geacht tot de agrarische bedrijfsvoering te horen; 1.12

agrarisch technisch hulpbedrijf:

bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, waaronder loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking; 1.13

agrarisch-verwant bedrijf

bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; 1.14

agrarisch grondgebruik:

de aanwending van open grond ten behoeve van een agrarisch bedrijf; 1.15

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.16

bedrijf / bedrijfsactiviteit:

de uitoefening van opslag-, handels-, transport- en industriële en ambachtelijke bedrijven, een en ander met uitsluiting van agrarische bedrijven, detailhandel, horeca, dienstverlening, zelfstandige kantoren, een zelfbedieningsgroothandel, maatschappelijke voorzieningen, seksinrichtingen en voorzieningen op het gebied van cultuur en ontspanning; 1.17

bedrijfswoning:

een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (een huishouding van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk en/of gewenst is; 1.18

bed & breakfast:

een kleinschalige verblijfsaccommodatie voor kortdurend recreatief verblijf waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.19

beperkt kwestbaar object:

beperkt kwetsbaar object zoals bedoeld in Bevi, artikel 1, of diens rechtsopvolger; 1.20

bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale oppervlakte bedrijfsruimte die voor de bedrijfsuitoefening nodig is, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.21

begane grondvloer:

de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

4

1.22

bestaand:

a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is waarvoor - indien vereist - de benodigde vergunning is verleend en voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, die vóór dat tijdstip is aangevraagd; b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; 1.23

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.24

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.25

bijgebouw:

een (vrijstaand of aangebouwd) gebouw behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zowel in functioneel als in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.26

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.27

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.28

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.29

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.30

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.31

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel;

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

5

1.32

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.33

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.34

buitenopslag:

bedrijfsmatige opslag in de buitenlucht van goederen en/of materialen, die direct verband houden met de bedrijfsactiviteiten die op het betreffende perceel worden uitgeoefend. Het (tijdelijk) parkeren van vrachtwagens en/of personenauto's wordt hieronder niet begrepen; 1.35

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.36

dakopbouw:

een gedeelte van een gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van een gebouw, met een oppervlakte van maximaal 60% van de oppervlakte van de bovenste bouwlaag en een afstand van minimaal 1 meter tot de voorgevel; 1.37

dakkapel:

een uitspringend gedeelte op een hellend dak waarin een raamkozijn is opgenomen en die voorzien is van zijwanden; 1.38

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- /bedrijfsactiviteiten; 1.39

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen; 1.40

eerste bouwlaag:

de onderste bouwlaag, waarvan de vloer boven maaiveld is gelegen; 1.41

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.42

extensief recreatief medegebruik:

een vorm van openluchtrecreatie, waarbij vooral het landschap of bepaalde delen daarvan sterk beleefd worden, waarbij weinig of geen gebouwde voorzieningen nodig zijn en waarbij tevens in het algemeen het aantal recreanten per oppervlakte eenheid beperkt is, zoals wandelen, fietsen, verpozen en natuuren landschapsbeleving;

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

6

1.43

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.44

geluidzoneringsplichtige inrichting:

een inrichting zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, waarbij ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.45

geurgevoelig object:

een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. Hieronder wordt in dit plan mede verstaan een werkplaats of kantoor, indien wordt voldaan aan het voorgaande; 1.46

Gemeenschappelijke Regeling (GR) Heesch West:

een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tussen de gemeenten 's Hertogenbosch, Oss en Bernheze, in werking getreden op 14-06-2014, met als doel om ter bevordering van de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in de regio Noordoost Brabant te komen tot een gezamenlijke ontwikkeling, realisatie, exploitatie en beheer van een regionaal bedrijventerrein genaamd “Heesch West” in de regio Noordoost Brabant, welk voornemen ondersteund wordt door de provincie Noord-Brabant. 1.47

grondgebonden agrarisch bedrijf:

agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt; 1.48

hoofdfunctie:

een functie waarvoor het gebouw hoofdzakelijk mag worden gebruikt; 1.49

hoofdgebouw:

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.50

horeca:

het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende horecacategorieën: Nummer Categorie

Omschrijving

Toelichting / uitleg

1

Hotel

Een horecabedrijf, dat in hoofdzaak Weinig hinder te verwachten. Wel bestaat uit het verstrekken van ruimtelijke impact bij grote hotels. nachtverblijf en waarbij het verstrekken Horeca primair gericht op van voedsel en dranken (daaraan) overnachten. ondergeschikt is.

2

Restaurant

Een horecabedrijf, primair gericht op Mogelijk enige hinder bij piek aan Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

7

het, overdag en avond, verstrekken en gasten. Geen activiteiten na bereiden van maaltijden voor gebruik restauranttijden. ter plaatse, en waar het verstrekken Horeca primair gericht op verstrekken van dranken (daaraan) ondergeschikt en bereiden van maaltijden en is. dranken in restaurantsetting (bediening aan tafel). 3

Daghoreca

Een horecabedrijf, waarbij de Weinig hinder te verwachten. bedrijfsactiviteit gericht is op het - Horeca gericht op het verstrekken en overdag - al dan niet ter plaatse bereiden van eten en drinken verstrekken en bereiden van gedurende de dag en/of avond en etenswaren en dranken en waarvan de daarmee weinig overlast veroorzaakt. openingstijden (in belangrijke mate) Fastservice licht, zoals bijvoorbeeld binnen de openingstijden van een lunchroom, broodjeszaak, winkels vallen. koffiezaak, ijssalon etc.

4

Cafetaria

Een horecabedrijf, dat in hoofdzaak Hinder te verwachten door komen en bestaat uit het verstrekken en bereiden gaan gasten, incl. van (al dan niet voor consumptie ter verkeersbewegingen en eventuele plaatse) bereide kleine etenswaren en parkeerdruk. waar het verstrekken van dranken Horeca gericht op verstrekken en (daaraan) ondergeschikt is. bereiden van kleine etenswaren, geen actieve bediening, fastfood (snelle bereidingstijd/bediening), counterverkoop, dag en avond geopend. Fastservice zwaar, zoals snackbar, grillroom, fastfoodrestaurant, shoarmazaak, deliveryformules etc.

5

Café en bars Een horecabedrijf, dat in hoofdzaak Hinder te verwachten door muziek en bestaat uit het in de avond en nacht komen en gaan van verstrekken van dranken voor gebruik bezoekers. Horeca gericht op het ter plaatse, en het gelegenheid bieden verstrekken van dranken (dag, avond voor dansen, al dan niet als en evt. nacht open), zoals café/bar. nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden.

6

Nachtzaak, Een horecabedrijf dat gericht is op het Veel hinder te verwachten van o.a. discotheek, in de avond en nacht verstrekken van muziek, aantallen bezoekers en partycentrum dranken voor gebruik ter plaatse, piekmomenten. Horeca gericht op waarbij overwegend mechanische verstrekken van dranken i.c.m. muziek wordt beluisterd en het dansgelegenheid, zoals discotheek, verschaffen van dansgelegenheid een danscafé, nachtclub, partycentrum, wezenlijk onderdeel vormt. Een feestzaal etc. nachtzaak is veelal tot later geopend dan een café en bar.

7

Speelautoma Een horecabedrijf, waarin een Enige hinder te verwachten. tenhal speelautomatenhal (conform de Wet op Horeca gericht op het aanbieden van de Kansspelen) wordt geëxploiteerd en kansspelen, verslavingsgevoelig. waar het verstrekken van dranken Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

8

(daaraan) ondergeschikt is. 8

Shishalounge Een horecabedrijf waar rechtmatig het Veel hinder te verwachten van o.a. roken van shisha wordt aangeboden. bezoekers, geluid en geur.

1.51

huishouden:

de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: a. de inwoning, al dan niet bij wijze van mantelzorg, van ten hoogste twee verwanten of andere personen; b. een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, daaronder begrepen een woongroep van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking; c. de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 personen die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning; 1.52

industrieterrein:

terrein, als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. 1.53

inrichting:

hetgeen de Wet milieubeheer hieronder verstaat; 1.54

inrit:

een weg die van de straat naar een gebouw, een parkeerterrein en dergelijke voert; 1.55

kap:

een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden; 1.56

kantoor:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.57

kelder:

een geheel of nagenoeg geheel beneden peil, dan wel maximaal 0,5 meter boven peil, gelegen ruimte onder een gebouw. 1.58

kunstobject:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met artistieke waarde;

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

9

1.59

kunstwerk:

civieltechnisch bouwwerk; 1.60

kwetsbaar object:

kwetsbaar object zoals bedoeld in het Bevi, artikel 1, of diens rechtsopvolger; 1.61

maatvoeringsgrens:

de grens van een maatvoeringsvlak; 1.62

maatvoeringsvlak:

een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.63

milieubelastende activiteit:

een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringstechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit; 1.64

langzaam verkeer:

niet-motorvoertuigen (bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen), fietsers, voetgangers, en geleiders/berijders van een dier en motorvoertuigen met een snelheidsbeperking zoals landbouwvoertuigen; 1.65

ondergeschikte detailhandel:

beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen, die functioneel rechtstreeks verband houdt met de bedrijfsactiviteiten; 1.66

ondergeschikte horeca:

het in verband met een hoofdactiviteit op een perceel uitoefenen van horeca-activiteiten, in die mate dat duidelijk herkenbaar is dat die hoofdactiviteit de kernactiviteit is die op het perceel plaatsvindt en het uitoefenen van de horeca-activiteit, alleen plaatsvindt als beperkt en ondergeschikt onderdeel van en voortvloeiende uit de hoofdactiviteit. 1.67

ondersteunende diensten voor de logistiek:

bedrijven / voorzieningen die de logistieke sector op een bedrijventerrein ondersteunen, zoals een truckparking, een tankstation, restaurant; 1.68

openbaar toegankelijk gebied:

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.69

overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct of indirect en duurzaam met de aarde is verbonden;

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

10

1.70

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 1.71

maatschappelijke voorzieningen:

culturele, medische, educatieve, sociale en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening (met uitzondering van een ziekenhuis) en dagopvang; 1.72

nevenactiviteit:

een activiteit die in ruimtelijke en/of functionele zin ondergeschikt is aan en voortvloeit uit de hoofdfunctie; 1.73

pand:

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.74

parkeergelegenheid

een gebouwde of ongebouwde voorziening die geschikt is om één of meer motorvoertuigen te parkeren, voor privé en/of gemeenschappelijk gebruik, zoals parkeerterreinen, parkeergarages en garageboxen; 1.75

risicovolle inrichting:

a. een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) (of diens rechtsopvolger) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; b. een AMvB-inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer (of diens rechtsopvolger) regels gelden met betrekking tot minimaal aan te houden afstanden bij de opslag en/ of het gebruik van gevaarlijke stoffen; c. bedrijven waarvan de aantoonbare PR10-6/jaar contour is gelegen buiten de inrichtingsgrens. 1.76

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.77

straatmeubilair:

objecten die in de openbare ruimte staan en die niet tot de weg zelf behoren, zoals banken, lantaarnpalen, abri's, vuilnisbakken en verkeersborden; 1.78

uitrit:

een weg die van een gebouw, een parkeerterrein en dergelijke naar de straat voert; 1.79

vloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond; 1.80

voorerfgebied:

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

11

1.81

voorgevellijn:

de lijn waarin de voorgevel van het gebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.82

voorgevelrooilijn:

a. ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’: de ter plaatse aangeduide grens van het bouwvlak; b. overige situaties: de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd; 1.83

water:

water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen; 1.84

waterhuishoudkundige voorzieningen:

voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop; 1.85

wasplaats:

een aan de bedrijfsbebouwing ondergeschikte, inpandige locatie ten behoeve van het reinigen van voertuigen. 1.86

woning:

een (complex van) ruimte(n), geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.87

wooneenheid:

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten. 1.88

zijgevellijn:

de lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de perceelgrenzen.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

12

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand tussen de (zijdelingse) perceelsgrens en enig punt van een bouwwerk. 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer dan wel -indien aanwezig- van de kelder of souterrainvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren, met dien verstande dat indien een gevelvlak niet evenwijdig loopt dan wel verspringt, het gemiddelde geldt van de kleinste en grootste breedte, diepte c.q. lengte; 2.7

het bebouwingspercentage:

het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming daarvan, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; 2.8

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.9

de brutovloeroppervlakte (b.v.o.):

de totale vloeroppervlakte van een woning, kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten in een gebouw; 2.10

het peil:

a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan de weg en voor dijkbebouwing: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor gebouwen die gedeeltelijk in het water staan: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein, gemeten vanaf het maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; c. voor andere gevallen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein, gemeten vanaf het maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang; Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

13

d. als in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land. 2.11

de vloeroppervlakte van een gebouw (binnenwerks):

de som van alle tot het gebouw behorende binnenruimten, gemeten op vloerniveau tussen de begrensde opgaande scheidingsconstructie van de afzonderlijke daartoe behorende ruimte(n), inclusief onderbouw en zolderruimte. De oppervlakte van een trapgat, een liftschacht en een toegankelijke leidingschacht moet op elke bouwlaag tot de vloeroppervlakte van een gebouw worden gerekend;

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

14

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 3.1

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. extensief recreatief medegebruik; c. behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. met de daarbijbehorende: d. nutsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; Onder het doel behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische en landschappelijk waarden wordt verstaan:     

de instandhouding van de landschapswaarden behorend tot de landschapstyperingen 'jongere heideontginning' en 'kampenlandschap op dekzandrug'; landbouwgronden met een besloten of halfopen landschapsstructuur'; landbouwgronden met een regelmatige en onregelmatige blokverkaveling in verschillende omvang; solitaire bomen, onverharde wegen en paden met houtwallen, boomsingels en hoogstamfruit; behoud van bestaande waarden en bestaande landschapsstructuren ten behoeve van het leefgebied van de struweelvogel.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijne, ten dienste van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' worden gebouwd. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal bedragen: 1. voor erfafscheidingen 1 meter; 2. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 2 meter. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' gelegen gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem. 1. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage. 2. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

15

3. het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als (agrarische) houtteelt. 4. het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen. 5. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m². 6. het verwijderen van onverharde wegen of paden. 7. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. b. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing: 1. op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan een vergunning is verleend; 2. op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van in werking treden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; 3. op werken of werkzaamheden welke betreffen het normale onderhoud en beheer van leidingen. c. De in sub a genoemde werken en werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien en voorzover geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

16

Artikel 4 4.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch technische bedrijven en agrarisch verwante bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf', waarbij uitsluitend één veetransportbedrijf met daaraan naar aard en omvang ondergeschikte, bijbehorende wasplaats is toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' tevens voor één bedrijfswoning per aanduidingsvlak; c. landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals is opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels; d. aan huis gebonden beroepen in de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen, mits 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; 2. de (mede) daarvoor in gebruik te nemen vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen; 3. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte detailhandel ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep, mits de te koop aangeboden goederen en/ of producten een relatie hebben met het aan huis gebonden beroep; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; met de daarbij behorende: e. f. g. h. i. j.

wegen en paden; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen, straatmeubilair en kunstwerken; groenvoorzieningen; water en voorzieningen voor de waterhuishouding; tuinen en erven.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' mag het aantal m2 bebouwd oppervlak niet meer bedragen dan aangegeven; c. de goot- en bouwhoogte mogen ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' niet meer bedragen dan de waarden die in de aanduiding zijn opgenomen; d. het hoofdgebouw van het bedrijf moet zijn georiënteerd op de Van Rijckevorselweg, de afstand van de meest zuidelijke gevel tot de Van Rijckevorselweg bedraagt minimaal 30 meter en maximaal 45 meter; e. het hoofdgebouw van het bedrijf dient maximaal 3m vanaf de noordelijke bouwgrens te worden gesitueerd; f. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3; g. indien de inhoud van de bedrijfswoning afwijkt van sub f, dan is de bestaande inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan eveneens toegestaan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht. 4.2.2

Bijgebouwen

a. een vrijstaand bijgebouw behorende bij de bedrijfswoning mag niet worden gebouwd voor de Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

17

voorgevellijn van de bedrijfswoning of het denkbeeldig verlengde hiervan; b. bijgebouwen bij de bedrijfswoning zijn toegestaan tot een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 100 m2; c. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 6,6 meter; d. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3,3 meter. 4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal bedragen: 1. voor erfafscheidingen 1 meter; 2. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 meter; 3. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde achter de voorgevellijn en het verlengde daarvan 6 meter. b. per bedrijfsperceel is maximaal 1 vlaggenmast met een bouwhoogte van maximaal 6 m toegestaan; c. het oprichten van voorzieningen voor verlichting is toegestaan mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. er zijn maximaal 6 lichtmasten per bedrijfsperceel toegestaan; 2. de hoogte van voorzieningen voor verlichting bedraagt maximaal 9 meter; 3. de lampen van de verlichting worden zodanig afgeschermd dat strooilicht naar de omgeving zoveel mogelijk wordt voorkomen. d. het bouwen van een kelder is alleen onder de bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat de volgende regels gelden: 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan de oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen bovengronds; 2. het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen 1. 4.2.4

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

Het gebruik van bebouwing als bedoeld onder lid 4.2.1 is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing als bedoeld in 4.1 onder c en overeenkomstig Bijlage 2 bij de regels binnen één jaar na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 4.3

Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.2.1, sub k, ten behoeve van het verhogen van de bouwhoogte van erfafscheidingen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 m; 2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. 4.4

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen: a. het opslaan van goederen voor de voorgevellijn of het verlengde daarvan; b. buitenopslag anders dan het stallen van vrachtwagens. 4.5

Afwijken van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.1, sub a, ten behoeve van het toestaan van andere bedrijfsactiviteiten dan op het desbetreffende perceel zijn toegestaan zoals is weergegeven in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat: a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat ter plaatse; b. de omschakeling zorgvuldig wordt ingepast in het landschap; Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

18

c. de omschakeling geen aantasting van de verkeersveiligheid tot gevolg heeft; d. er sprake is van een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie; e. de oppervlakte van het bedrijfsperceel na afwijking niet meer mag bedragen dan 5.000 m2; f. het een activiteit, of naar aard en omvang op de omgeving gelijk te stellen activiteit, betreft uit maximaal categorie 2 van Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten; g. de afwijking niet leidt tot meer dan één zelfstandig bedrijf; h. de afwijking niet leidt tot een kantoorfunctie met een baliefunctie; i. de afwijking niet leidt tot een detailhandelsfunctie met een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 200 m2.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

19

Artikel 5 5.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, zoals plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten, waterpartijen; b. duurzaam bodem- en waterbeheer, waaronder begrepen de aanleg van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; c. voorzieningen ten behoeve van openbaar nut; met bijbehorende: d. e. f. g.

bouwwerken, geen gebouw zijnde; voet- en fietspaden; speelvoorzieningen; water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Gebouwen

Op de voor “Groen” aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden opgericht. 5.2.2

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Op de voor “Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde: a. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; b. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; c. behorende tot de recreatieve voorzieningen, zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten; d. behorende tot het straatmeubilair; e. ten behoeve van onder- en of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; f. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 1 meter, met dien verstande dat: 1. de hoogte van (erf)afscheidingen maximaal 3 meter bedraagt; 2. de hoogte van speelvoorzieningen maximaal 4 meter bedraagt; 3. de hoogte van kunstwerken en meubilair maximaal 3 meter bedraagt; 4. de hoogte van voorzieningen voor verlichting maximaal 9 meter bedraagt. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) van het bevoegd gezag op en in de in lid 5.1 bedoelde gronden de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uit te voeren: a. Het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 1.

Het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; 2. Het vellen en rooien van houtgewas en andere opgaande beplanting;

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

20

3. Het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; 4. Het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; 5. Het verwijderen van onverharde wegen of paden; 6. Het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. b. Het in sub a vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: 1. waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is verleend; 2. welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; 3. welke het normale onderhoud en beheer betreffen. c. De in sub a bedoelde werken of werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien: 1. de ontwikkeling en het behoud van de natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast; 2. die werken of werkzaamheden noodzakelijk zijn in verband met het natuurbeheer.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

21

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

22

Artikel 7 7.1

Algemene bouwregels

Bestaande afwijkende maatvoering

Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c. in geval van herbouw is het bepaalde onder a en b slechts van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald. 7.2

Ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt. Bij bedrijfsgebouwen dienen (technische) installaties in het gebouw te worden gerealiseerd en/of te worden meeontworpen.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

23

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingplan wordt in ieder geval begrepen: a. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken als bedoeld onder lid 4.2.1 indien de landschappelijke inpassing als bedoeld in 4.1 onder c en overeenkomstig Bijlage 2 bij de regels niet binnen één jaar na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

24

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

9.1

Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

9.1.1

Vergunningsplicht grondwaterbeschermingsgebied

Het is, zo nodig in afwijking van wat elders in deze regels is bepaald, ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater en de bodem, verboden op en/of in gronden met de aanduiding 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, activiteiten uit te voeren of te doen of laten uitvoeren: a. a. die risico’s geven voor de kwaliteit van het grondwater, zoals stedelijke ontwikkeling, het houden van evenementen en milieubelastende activiteiten die (potentieel) schadelijke stoffen gebruiken; b. schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voortbrengen; c. waarbij schadelijk uitloogbaar bouwmateriaal wordt toegepast. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: zink, lood, koper, gewolmaniseerd hout, teerbitumen. 9.1.2

Uitzonderingen grondwaterbeschermingsgebied

Geen omgevingsvergunning als bedoeld onder 7.1.1 is vereist voor werken en werkzaamheden: a. die op het moment van inwerkingtreding van het plan legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; b. die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden. c. waarvan het bevoegd gezag heeft meegedeeld dat ze geen onevenredige afbreuk doen aan de kwaliteit van het grondwater en de bodem. 9.1.3

Toelaatbaarheid grondwaterbeschermingsgebied

a. en omgevingsvergunning als bedoeld onder 7.1.1 mag alleen worden verleend als door de uitvoering van het werk of de werkzaamheid, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende kan worden tegemoetgekomen. b. Bij de afweging als bedoeld als onder a wordt in ieder geval betrokken de bestemmingsomschrijving van de ter plaatse geldende bestemming en/of zone. 9.1.4

Advies

Alvorens over de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.1.1 te beslissen, wint het bevoegd gezag advies in bij een terzake deskundige instantie, waaronder in elk geval de leverancier van drinkwater en industriewater via het publieke waterleidingnet.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

25

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels: a. ten behoeve van het bouwen van openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes, met dien verstande dat: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 50 m3 mag bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m mag bedragen; b. ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, lichtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; c. en overschrijding van aanduidingen toestaan, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt dat deze afwijking in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan redelijk, gewenst of noodzakelijk is en de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast. d.

en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een geringe mate van afwijking is toegestaan, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; e. en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; f. en toestaan dat kleinschalige bouwwerken (nutsvoorzieningen) ten behoeve van technische voorzieningen voor het verkrijgen van circulaire / duurzame energie worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 10 m; g. en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m. 10.2

Voorwaarden

Een afwijking als bedoeld in dit plan is slechts mogelijk mits dit ruimtelijk inpasbaar is gelet op en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.

de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; het voorzieningenniveau; de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; f. de bebouwingsmogelijkheden, gebruiksmogelijkheden en/of bezonning van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. het milieu.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

26

Artikel 11 11.1

Overige regels

Zorgplicht milieubelastende activiteiten

a. Degene die een milieubelastende activiteit verricht en weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat die activiteit onevenredige nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. b. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen bij (dreigend) tekortschieten in de zorgplicht genoemd onder a. 11.2

Parkeren

11.2.1 Algemeen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's, vrachtwagens en laden/lossen wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen die hieronder zijn aangegeven. a. Voor autoparkeren gelden de volgende normen: Functie

Norm

Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)

1,4 parkeerplaatsen per 100 m2 b.v.o.

Koop, huis, vrijstaand

2 parkeerplaatsen per woning

b. Voor parkeren van vrachtwagens en laden/lossen gelden de kencijfers van de CROW publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' uit 2012 (publicatie 381). 11.2.2 Strijdig gebruik Het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de bestemmingen in dit plan is uitsluitend toegestaan als voldoende parkeergelegenheid voor auto's, vrachtwagens en laden/lossen op eigen terrein wordt gerealiseerd, conform de eisen die in artikel 10.1 sub a en sub b zijn aangeduid. 11.2.3 Afwijken voor parkeervoorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.1 onder a en b, en artikel 10.2 mits: a. De noodzakelijke parkeervoorzieningen op eigen terrein in onvoldoende mate kunnen worden gerealiseerd en op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien; b. De situering van de parkeerplaatsen het stedenbouwkundig beeld en het groene karakter van de omgeving, de verkeersveiligheid en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast. 11.3

Verwijzing naar andere wettelijke bepalingen

Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan “Van Rijckevorselweg 4” Regels Vaststelling

27

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 12 12.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

12.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 12.1.1 met maximaal 10%. 12.1.3 Uitzondering Lid 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2

Overgangsrecht gebruik

12.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 12.2.2 Veranderen strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Onderbreken strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het lid 12.2.1 na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 12.2.4 Uitzondering Lid 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12436381/1