Bijlage 3) risicoprofiel_2024-2027
Tekst van het document
Risicoprofiel 2024-2027
versie 8 juni 2023
1 Samenwerken aan veiligheid.
COLOFON
Uitgave en redactie Veiligheidsregio Brabant-Noord, 30 november 2023
Meer informatie www.vrbn.nl e-mail info@vrbn.nl T. 0880208208
In Veiligheidsregio Brabant-Noord wonen, werken en recreëren ruim 660.000 inwoners in 11 gemeenten. Binnen de Veiligheidsregio werken brandweer, GHOR, politie, meldkamer en gemeenten samen op het gebied van brandweerzorg, bevolkingszorg, crisisbeheersing, rampenbestrijding en geneeskundige hulpverlening bij rampen en crisis.
2 Samenwerken aan veiligheid.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
3
1
4
2
3
4
5
Inleiding 1.1
Werkwijze en resultaat
4
1.2
De koppeling met het beleidsplan
5
Beoordeling risico’s Brabant-Noord 2023
7
2.1
Van risico naar maatgevend scenario
7
2.2
Ontwikkelingen risico’s 2023
8
2.3
Thema’s, bijzondere invloeden op de risico’s 2023
19
Beleidsadviezen
23
3.1
Van Risicoprofiel naar Beleidsplan
23
3.2
Terugblik beleidsadvies vorige beleidsperiode
23
3.3
Beleidsadvies
24
Conclusies en voortgang
26
4.1
Trends
26
4.2
Beleidswijzigingen
27
Bijlagen
29
5.1
Bijlage I: Risicodiagram Veiligheidsregio Brabant-Noord
29
5.2
Bijlage II: Stroomgebieden Maas, Zuid-Willemsvaart, Dieze en Kanaal Henriëttewaard
30
5.3
Bijlage III: Dijkringgebieden
31
5.4
Bijlage IV: Input risico 14: Ongeval spoorvervoer
32
3 Samenwerken aan veiligheid.
1 Inleiding Zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr, artikel 15) dient elke regio over een regionaal risicoprofiel te beschikken, als basis voor het beleidsplan van de veiligheidsregio (artikel 14). Dit risicoprofiel dient elke vier jaar te worden geactualiseerd. Voor het opstellen van het risicoprofiel is een landelijke handreiking opgesteld, mede om risico’s tussen veiligheidsregio’s te kunnen vergelijken. In analogie brengt de rijksoverheid eens per vier jaar een Nationaal Veiligheidsprofiel (NVP) uit, dat methodisch en op hoofdlijnen overeenkomt met het Regionale Risicoprofiel. Het Nationaal Veiligheidsprofiel beschrijft de scenario’s die vragen om een bovenregionale c.q. landelijke aanpak. Het is immers niet altijd efficiënt en effectief als veiligheidsregio's afzonderlijk activiteiten ontplooien voor (potentieel) regiogrensoverschrijdende risico's. Daarnaast is er een groeiend aantal soorten rampen en crises waarbij de regiogrenzen geen enkele rol spelen. Zoals een Coronacrisis of bij aantasting van het energienetwerk worden de regiogrenzen al snel overschreden. Daarbij kennen de partners uit de functionele keten1 veelal niet de grenzen zoals deze voor de veiligheidsregio's zijn vastgesteld.
Tegelijkertijd wordt tegenwoordig regelmatig ook een andere inzet van de veiligheidsregio gevraagd, waarbij maatschappelijke impact een rol speelt, zoals bijvoorbeeld het opvangen van vluchtelingen.
1.1
Werkwijze en resultaat
In 2019 is het vorige Regionaal Risicoprofiel van de Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN) bestuurlijk vastgesteld. Hiermee zijn de veiligheidsrisico’s voor de Veiligheidsregio Brabant-Noord in beeld gebracht.2 De landelijke methodiek voor het beschrijven en wegen van de risico’s is aan modernisering toe, maar (nog) niet veranderd.3 Discussies over de beschrijving van risico’s en de gekozen maatgevende incidentscenario’s4 zijn daarom niet opnieuw gevoerd. Zodoende kan er een heldere vergelijking worden gemaakt met betrekking tot de waarschijnlijkheid van optreden en impact van de maatgevende incidentscenario’s uit de vorige risicoprofielen. Daarnaast wordt het monitoren van risico’s en de koppeling daarmee met de risico-interventies verder doorontwikkeld. In 2023 wordt binnen de VRBN een project gestart om zo eerder trends in risico’s op te pikken en te toetsen aan het lopende beleid, dan wel adviezen te formuleren voor het komende beleid. Deze actualisatie is opgesteld in samenwerking met de hulpdiensten, gemeenten en externe partners. In deze actualisatie wordt inzicht gegeven in relevante ontwikkelingen over deze risico’s in de periode 2019 - 2027 en per risico, indien nodig, beleidsadvies gegeven. Naast de beschreven maatgevende scenario’s zijn er ontwikkelingen met een bijzondere oorzaak of aanleiding, die invloed hebben op een of meerdere risico’s.
Deze zijn als thema apart benoemd, gevolgd en leiden tot een specifieke aanpak.
Zoals waterschappen, telecom-, drinkwater- en energiebedrijven. In het risicoprofiel zijn alleen risico’s meegenomen voor zover deze de taakstelling van de veiligheidsregio’s raken. 3 De landelijke handreiking risicoprofiel wordt herzien, waarbij de ervaringen van de veiligheidsregio’s bij het opstellen van het risicoprofiel worden meegenomen. 4 Een maatgevend incidentscenario is een zo ernstig mogelijk verloop van een incident, dat qua type en grootte voldoende realiteitswaarde heeft voor de hulpdiensten om zich op voor te bereiden. 1 2
4 Samenwerken aan veiligheid.
Voor het actualiseren van het risicoprofiel zijn de volgende vragen aan de orde geweest: - Zijn er sinds 2019 nieuwe thema’s bijgekomen of afgevallen? - Zijn de risico’s ondertussen significant vergroot of verkleind in effect en waarschijnlijkheid? - Welke ontwikkelingen rond de risico’s en thema’s van de afgelopen vier jaar en komende vier jaar zijn relevant? - Voor welke risico en thema kan er welk beleidsadvies voor de komende vier jaar worden gegeven? Voor het bepalen of er risico’s speciale aandacht vragen voor de komende beleidsperiode zijn de volgende criteria gehanteerd: - Veel (landelijke) ontwikkeling rondom het risico dat kan leiden tot wijziging van beleid; - Beleidswijziging of -ontwikkeling die nodig is om het risico acceptabel te houden of voldoende af te dekken; - Bovenmatige bestuurlijke of politieke aandacht voor het betreffende risico, dat leidt tot een speerpunt voor de komende beleidsperiode.
1.2
De koppeling met het beleidsplan
Het risicoprofiel stelt het bestuur van de veiligheidsregio in staat om afgewogen keuzes te maken over het gewenste beleid en vormt daarmee input voor het beleidsplan. Bij het opstellen van het beleidsplan worden keuzes gemaakt over het te voeren beleid van de veiligheidsregio voor de komende jaren. De beleidsadviezen met betrekking tot het risicoprofiel worden, samen met de wensen van de gemeenteraden over het risicoprofiel, bestuurlijk gewogen naast andere beleidsvoorstellen. De keuzes van het bestuur van de veiligheidsregio en de organisatorische consequenties daarvan worden vervolgens vastgelegd in het beleidsplan. Het beleidsplan wordt, vergezeld met een nota van zienswijzen, vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio.
5 Samenwerken aan veiligheid.
2. Beoordeling risico’s BrabantNoord 2023
6 Samenwerken aan veiligheid.
2 Beoordeling risico’s Brabant-Noord 2023 2.1
Van risico naar maatgevend scenario
Om te komen tot de risicobeoordeling 2023 zijn de relevante (te verwachten) ontwikkelingen in beeld gebracht voor de periode 2019-2027 rondom de aangegeven risico’s. Hierin zijn, indien van toepassing, de inspanningen van de betreffende (externe) partners om het risico te beïnvloeden zoveel mogelijk meegenomen. Hierbij valt te denken aan onder andere preventieve maatregelen en operationele voorbereiding op de incidentbestrijding. De landelijke methodiek schrijft voor dat risico’s worden vertaald in een maatgevend scenario passend voor de betreffende regio. Een maatgevend incidentscenario is een zo ernstig mogelijk verloop van een incident, dat qua type en grootte voldoende realiteitswaarde heeft voor de hulpdiensten om zich op voor te bereiden. De gedachte hierachter is, dat als een regio zich voorbereidt op het ergst denkbare, dat ergens in de regio kan plaatsvinden, het ook voldoende voorbereid is op kleinere incidenten van hetzelfde type op andere plekken in de regio. Tabel 1: Uitgewerkte maatgevende scenario’s Scenario-omschrijving Nummer 1
Overstroming door hoogwater in de Maas / EDO 36 (worst case)
2
Natuurbranden (bos-/heidebrand)
3
Grote brand in (complex) met publieksfunctie
4
Grote brand in gebouwen met verminderd zelfredzame personen
5
Ongeval gevaarlijke stoffen vervoer/inrichtingen
6
Ongeval A-objecten (aanduiding NPK)
7
Verstoring energievoorziening (elektriciteit en gas)
8
Verstoring drinkwatervoorziening
9
Verstoring afvalwaterzuivering
10
Verstoring telecom en/of ICT
11
Luchtvaartincident (worst case) in stedelijk gebied
12
Luchtvaartincident (reëel) bij start/landing luchtvaartterrein
13
Ongeval vervoer over water
14
Ongeval spoorvervoer (zie uitwerking bij scenario 5)
15
Grootschalige besmetting (ziektegolf mens/pandemie)
16
Dierziekte overdraagbaar op mensen (zoönose)
17
Verdrukking in menigte (evenementen)
18
Verstoring openbare orde (grootschalige ordeverstoring
7 Samenwerken aan veiligheid.
Risico’s kunnen met elkaar worden vergeleken door voor de maatgevende scenario’s de waarschijnlijkheid van optreden en de impact te bepalen. Deze weging heeft in 2011 plaats gevonden met behulp van de landelijke methodiek, waarbij een plek opschuiven een factor 10 in vergroting of verkleining van de waarschijnlijkheid (horizontale as) of impact (verticale as) betekent. Aan de hand van deze weging is voor de Veiligheidsregio Brabant-Noord een risicodiagram opgesteld (zie bijlage I).5
2.2
Ontwikkelingen risico’s 2023
Risico 1 Overstroming door hoogwater in de Maas / EDO 36 (worst case)6 Het maatgevend incidentscenario De waterstanden hoger dan het toetspeil of het bezwijken van het dijklichaam leiden voor Dijkring 36 en 36A tot aanzienlijke overstromingen binnen de gehele regio van laaggelegen buitendijkse en binnendijkse gebieden. Ontwikkelingen risico Naast het risico op overstroming zien we dat door klimaatverandering vaker en meer verspreid door het jaar heen grootschalige wateroverlast zal voorkomen. Ook zullen we vaker te maken krijgen met langdurige periodes van droogte. Omdat klimaatverandering leidt tot meerdere (soorten) incidenten is dit niet als apart risico opgenomen, maar als thema “Gevolgbestrijding klimaatverandering en extreem weer” (zie §3.3). Wat het risico overstroming betreft is er de laatste jaren steeds meer aandacht voor de binnenrivieren Dommel, Aa en Dieze met bijbehorende keringen, de zogenaamde regionale keringen. Dit wordt ook bevestigd door de overstromingen van de Geul en de Roer in Zuid-Limburg n.a.v. zware regenval. Het worst case scenario voor de VRBN blijft echter nog steeds de “Ergst denkbare overstroming van dijkring 36” (EDO 36).7 Dijkringen langs de Maas Na de verbetering van de primaire waterkeringen in het kader van het Deltaplan Grote Rivieren voldoen de waterkeringen van dijkring 36 en 36a op dit moment aan de huidige wettelijke norm.
Echter naar aanleiding van het rapport van de commissie Veerman is in het kader van het Deltaprogramma grote rivieren opnieuw gekeken naar de veiligheid in dijkring 36. Vanwege te verwachten hogere afvoeren door klimaat en grotere te beschermen belangen in het gebied worden sinds 2017 hogere veiligheidsnormen gehanteerd. Dit betreft een nieuwe landelijke systematiek met als doel alle dijken in Nederland substantieel veiliger te maken. Er lopen dijkverbeteringsprogramma’s bij Cuijk-Ravenstein en Ravenstein-Lith. Dit verbetertraject loopt tot 2050.8 Voor Rijkswaterstaat is bij hoogwater in de Maas het trekken van stuwen één van de kwetsbare processen. De Maas is een gestuwde rivier die alleen bevaarbaar is met behulp van menselijk handelen. De centrale bediening van de stuwen gaat bij hogere waterafvoeren over op lokale bediening. Boven vastgestelde waterafvoeren worden de stuwen “getrokken”. Dat gebeurt lokaal door o.a. rijdende kranen op de stuwen die de laatste jaren heel storingsgevoelig zijn. Bij laagwater op de Maas neemt RWS diverse maatregelen om zuinig om te gaan met het Maaswater.
Op lokale schaal zien de incidentscenario’s en de waarschijnlijkheid van optreden en de impact ervan er anders uit. Op regionale schaal veranderen sommige risico’s in waarschijnlijkheid en impact in geringe mate, maar niet met een factor 10. Ook het maatgevende scenario is niet veranderd. 6 De nummering van de risico’s volgt uit de landelijke handreiking. 7 Bijlage II geeft de stroomgebieden van de rivieren in de Veiligheidsregio Brabant-Noord weer en bijlage III de dijkringen. 8 De verbetering van dijkring 58 volgt volgens de huidige prioriteitenlijst na dijkring 36. 5
8 Samenwerken aan veiligheid.
Regionale keringen langs Aa en de Dommel Delen van de regionale keringen langs Aa en Dommel, die door de toetsing onvoldoende zijn gebleken, zijn de afgelopen jaren op sterkte gebracht.9 Daarnaast loopt het versterkingstraject voor kunstwerken.10 Voor de gebieden beschermd door genoemde regionale keringen geldt een normwaterstand van 1/150 (overstroming eens per 150 jaar). Voorbeelden van het potentieel te overstromen gebied in de gemeente Den Bosch, zijn de A2, industrieterrein de Brand (bij een doorbraak van de regionale kering langs de Aa) en voor de wijken Maaspoort en Engelen (bij een doorbraak van de Diezedijken). Voorbeelden van overstromingskaarten in geval van doorbraak van de regionale keringen rondom ’s-Hertogenbosch:
Maaspoort_dyn (3).pdf
reg_keringen_overst romingskaart_Aa Grote W en Afl kanaal.pdf
Het risico Overstromingen moet aandachtig worden gevolgd en wordt binnen het Programma “Continuïteit van de samenleving” opgepakt. Hieronder valt onder andere het verder in beeld brengen van de impact van overstromingsscenario’s op vitale infrastructuur als bijvoorbeeld de gas- en elektriciteitsvoorziening en het verbeteren van de informatievoorziening tussen de partijen.
Risico 2 Natuurbranden (bos-/heidebrand) Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een bosbrand van 200 hectare. Een dergelijke grote brand is uitzonderlijk, maar niet ondenkbaar bij een extreem droge periode, een zeer sterke wind en een moeilijk bereikbaar terrein. Daarbij worden in de regio Brabant-Noord de woonkernen niet direct bedreigd. Het risico beperkt zich in de regio tot heidegebieden en bospercelen. Hier bevinden zich (natuur)campings en gebieden met recreatieve en militaire functies evenals vele villa’s die zich veelal in bosrijke gebieden bevinden. Ontwikkelingen risico Wat het maatgevend scenario betreft is de waarschijnlijkheid van optreden en impact gelijk gebleven. Er is op landelijke schaal aandacht in de preventieve sfeer, maar niet zodanig dat het risico significant verandert. Door de klimaatverandering (zie ook het thema “Gevolgbestrijding klimaatverandering en extreem weer”, §3.3) wordt de natuur droger, waardoor natuurbranden moeilijker beheersbaar worden. De komende beleidsperiode wordt een visie op brandweeroptreden in de natuur ontwikkeld, waaronder de natuurbrandbestrijding en het verbeteren van de toegankelijkheid en bereikbaarheid vallen. Voor wat betreft het beleid van de brandweer wordt op toekomstige ontwikkelingen ingespeeld.
Risico 3 Grote brand (in complex) met publieksfunctie Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een brand in een bijeenkomstgebouw. Hierbij kan gedacht worden aan een brand in de Sint Jan in ’s-Hertogenbosch tijdens de kerstmis, waarbij circa 1000 bezoekers in de kerk aanwezig zijn, waarvan enkelen verminderd zelfredzaam.
9
De provincie is bij regionale keringen toezichthouder. Denk hierbij aan stuwen, sluizen e.d.
10
9 Samenwerken aan veiligheid.
Ontwikkelingen risico Er wordt steeds meer circulair gebouwd, zoals bouwen met biobased en gerecyclede materialen, wat van invloed kan zijn op het risico en de ontwikkeling van brand en de beheersbaarheid en bestrijdbaarheid van brand. Ook heeft de energietransitie effect op operationele taken. Buurtbatterijsystemen, maar bijvoorbeeld ook elektrische voertuigen vragen om nieuwe preventieve maatregelen en repressieve technieken. De vergrote aanwezigheid van acculaders in elektrische fietsen en scooters, die in gebouwen worden gestald, vergroot ook het brandrisico. Het maatgevend scenario, met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact is gelijk gebleven. Qua preventie en operationele voorbereiding zijn er nog geen significant andere keuzes gemaakt.
Risico 4 Grote brand in gebouwen met verminderd zelfredzame personen Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een brand in een zorginstelling met 100 personen (niet- of verminderd zelfredzaam), ontstaan in de nacht. Hierdoor zijn er geen bezoekers aanwezig en is de bezetting van personeel minimaal. Ontwikkelingen risico De ontwikkelingen van de laatste jaren zijn nog steeds gaande. Zo blijft de groep kwetsbare burgers toenemen. Ook het aandeel kwetsbare en verminderd zelfredzame burgers dat langer zelfstandig thuis blijft wonen, neemt de komende jaren steeds verder toe ten gevolge van de vergrijzing en de veranderingen in het zorgstelsel sinds 1 januari 2015. Technologische ontwikkelingen maken “zorg op afstand” mogelijk. Meer mensen met een intensieve zorgbehoefte zullen alleen wonen of geclusterd bij elkaar, zoals groepszorgwoningen, verspreid in een gemeente in plaats van op één locatie in grote zorg verlenende instellingen. Dit geldt ook voor andere groepen mensen, zoals mensen met fysieke of psychische beperkingen. Daarmee wordt de organisatie van de zorg rondom de burger steeds complexer. Dit geeft ook risico’s op het gebied van veiligheid. Van deze groep burgers wordt verwacht dat men zelfredzaam is en ze zijn bij een crisis niet (direct) in beeld bij de hulpverlening.
Waar het in de huidige intramurale zorg vanzelfsprekend is dat een (minimale) bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV) aanwezig is, ontbreekt deze bij de kleinschaligere zorgverlening. Verder krijgen alleen hele kwetsbare personen met een hoge zorgzwaarte nog een indicatie voor opname in een intramurale zorginstelling. De populatie in een dergelijke zorginstelling is dus minder zelfredzaam dan eerder het geval was. Deze ontwikkelingen betekenen dat aandacht voor (brand)veiligheid onverminderd hoog moet blijven. Er moet verder worden geïnvesteerd in het stimuleren van het (brand)veiligheidsbewustzijn van zorgbehoeftigen en zorgverleners. De GHOR en brandweer werken hierom binnen diverse projecten samen met partners als het Rode Kruis en belangengroepen. Daarnaast worden er door de GHOR jaarlijks klantgesprekken per instelling gevoerd en netwerkbijeenkomsten georganiseerd, waarbij casuïstiek wordt besproken en het opleiden, trainen en oefenen van zorginstellingen wordt gestimuleerd. Het maatgevend scenario, waarbij uitgegaan wordt van een brand in een zorginstelling met 100 personen (niet- of verminderd zelfredzaam) ontstaan in de nacht is deze regio nog steeds realistisch en maatgevend. De waarschijnlijkheid van optreden en impact van dit scenario blijft vooralsnog gelijk.
Daarnaast zullen incidenten waarbij een woonwijk in het effectgebied ligt door bovenstaande ontwikkelingen mogelijk meer slachtoffers geven vanwege de kwetsbaarheid van een gedeelte van de thuiswonende bevolking.
10 Samenwerken aan veiligheid.
Momenteel worden onder hoge tijdsdruk vluchtelingen o.a. uit Oekraïne en arbeidsmigranten opgevangen. Deze huisvesting vindt veelal plaats in tijdelijke bouwsels, soms onder relatief slechtere omstandigheden. Dit vereist extra aandacht voor brandveiligheid en de mentale gesteldheid van bewoners naast eventuele verhoogde spanningen in de omgeving. Met de komst van de "spreidingswet" zullen al onze gemeente hiermee worden geconfronteerd. Om de maatschappij weerbaarder te maken voor ontwikkelingen en (nieuwe) risico’s is het van belang de zelfredzaamheid te stimuleren en hierbij oog te houden voor diegenen die meer bescherming nodig hebben.
Risico 5 Ongeval gevaarlijke stoffen vervoer/inrichtingen Het maatgevend incidentscenario De volgende drie scenario's worden zowel m.b.t. de bedrijven als het vervoer als maatgevend beschouwd: - Ongeval met brandbaar gas (referentiestof LPG) resulterend in een warme BLEVE;11 - Ongeval met een brandbare vloeistof (referentiestof benzine), resulterend in een plasbrand; - Ongeval met een toxische vloeistof (chloor en acrylnitril), resulterend in een toxische wolk. Ontwikkelingen risico Ongevallen met gevaarlijke stoffen zijn binnen de regio Veiligheidsregio Brabant-Noord denkbaar bij onder andere Brzo-bedrijven12 en als gevolg van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor13, het water en per buisleiding. Brzo-bedrijven zijn gelegen in Oss, ’s-Hertogenbosch, Uden, Boxmeer, Cuijk, Vlijmen en Heusden. Industrieel vervoer van gevaarlijke stoffen per schip vindt voornamelijk plaats over de Maas. Dit vervoer is de laatste jaren stabiel gebleven. Het vervoer en het gebruik van alternatieve brandstoffen, als LNG (liquid natural gas), CNG (compressed natural gas) en waterstof neemt toe en zal de komende jaren blijven stijgen. De veiligheidsregio volgt actief deze ontwikkelingen. Het maatgevend scenario, met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact is gelijk gebleven.
Met name om het netwerk en de samenwerking met bedrijven op het gebied van industriële veiligheid te verbeteren is sinds 2018 het Programma Industriële Veiligheid opgestart en inmiddels in de afrondende fase. Hiermee is ook de koppeling met risicobeheersing en de operationele voorbereiding (planvorming, oefeningen e.d.) gelegd.
Risico 6 Ongeval A-objecten (aanduiding NPK14) Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van het betrokken raken van (onderdelen van) een kernwapen bij een crash van een militair vliegtuig. Een ongeval met een kernwapen wordt in het NPK-kader beschouwd als een categorie-A nucleair ongeval. Ontwikkelingen risico Voor dit risico zijn geen relevante ontwikkelingen te melden. Het maatgevend scenario, met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact is gelijk gebleven. Ook qua preventie en operationele voorbereiding zijn er geen significant andere keuzes gemaakt.
BLEVE: Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion. BRZO: Besluit Rampen en Zware Ongevallen. 13 De ontwikkelingen rond spoorvervoer zijn beschreven bij risico 14. 14 NPK: Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding. 11 12
11 Samenwerken aan veiligheid.
Risico 7 Verstoring energievoorziening (elektriciteit en gas) Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een langdurige uitval elektriciteit en/of gas van 8 uur tot 6 dagen. Ontwikkelingen risico De komende jaren zullen nog meer in het teken staan van de energietransitie van gas naar alternatieve (duurzamere) energiebronnen. Met de introductie van nieuwe energiebronnen worden ook nieuwe risico's geïntroduceerd. Het tempo en de gevolgen van deze landelijke trend zijn nog onvoldoende in beeld. De ontwikkelingen op dit gebied (productie, transport en opslag) gaan hard. Wet- en regelgeving volgen pas nadat er zicht op risico's gekomen is en het proces om tot regels te komen is tijdrovend. Gemeenten hebben zich gecommitteerd aan de doelstellingen beschreven in de RES (Regionale Energie Strategie) en promoten hun inwoners om bij te dragen aan het behalen van klimaatdoelstellingen. De druk op de stabiliteit van het (inter)nationaal elektrisch netwerk en het opslaan en leveren van elektriciteit en gas wordt alsmaar groter. Daarnaast is er in de huidige economische tijd krapte op de arbeidsmarkt. Het is lastig onderhoudsmonteurs en storingsmonteurs te vinden. Dit uit zich in meer storingen en in storingen die langer duren. Deze trend zal zich de komende jaren voortzetten.
Het maatgevend scenario, met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact, loopt daarmee langzaam op. Uitval energievoorziening valt binnen het programma “Continuïteit van de samenleving”. Naast de centrale doelstelling om het netwerk te verstevigen en de samenwerking te verbeteren, gaat er meer aandacht naar de cascade effecten bij een grote uitval in de elektriciteitsvoorziening. Vanwege de kwetsbaarheid op het dagelijks leven van burgers, grote bedrijven, vitale infrastructuur en overheidsdiensten behoeft dit thema extra aandacht in de komende beleidsperiode.
Risico 8 Verstoring drinkwatervoorziening Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van lokale of regionale uitval van drinkwatervoorziening van 8 uur tot 6 dagen. Vanaf 8 uur is er sprake van een behoorlijke impact op de maatschappij, vanaf 24 uur is er sprake van dreiging voor de volksgezondheid. Ontwikkelingen risico Door het clusteren van productielocaties binnen één voorzieningsgebied is het mogelijk dat bij uitval van één productielocatie de andere locaties binnen hetzelfde cluster de levering zoveel als mogelijk continueren. Hierdoor wordt de watervoorziening binnen de veiligheidsregio gegarandeerd en is het mogelijk om bij een besmetting of onderbreking het effectgebied zo klein mogelijk te houden. Immers de grenzen van het voorzieningsgebied zijn de uiterste grenzen van de levering. Het maatgevend incidentscenario is nog steeds realistisch en maatgevend. De waarschijnlijkheid van optreden is, ondanks de ontwikkelingen, nog steeds mogelijk en de impact van dit scenario blijft ook gelijk. Ook qua preventie en operationele voorbereiding zijn er geen significant andere keuzes gemaakt. Het risico valt binnen het programma Continuïteit van de samenleving.
Risico 9 Verstoring afvalwaterzuivering Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van uitval van het waterzuiveringsproces van een willekeurige rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) van 8 uur tot 6 dagen. Vanaf 8 uur is er sprake
12 Samenwerken aan veiligheid.
van een (behoorlijke) verontreinigingsimpact op de mens, dier, flora en fauna, vanaf 24 uur is er sprake van dreiging voor de volksgezondheid. Ontwikkelingen risico Voor dit risico zijn geen relevante ontwikkelingen te melden. Het maatgevend scenario, met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact is gelijk gebleven. Ook qua preventie en operationele voorbereiding zijn er geen significant andere keuzes gemaakt. Het risico valt binnen het programma Continuïteit van de samenleving.
Risico 10 Verstoring telecom/ICT Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een uitval van het dataverkeer en telefonie voor de duur van 48 uur in de gehele veiligheidsregio Brabant-Noord. Belangrijke effecten zijn: - De meldkamer van de hulpdiensten is niet meer bereikbaar, ook niet via een automatische meldinstallatie; - Het elektronisch betalingsverkeer is niet meer mogelijk; - Regel- en meetsystemen van grote bedrijven kunnen uitvallen. Denk hierbij ook aan energiebedrijven, drinkwaterbedrijven, rioolwaterzuiveringsinstallaties etc. Ontwikkelingen risico Het maatgevend scenario, met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact loopt langzaam op, vanwege de grotere afhankelijkheid en gebruik van dataverkeer. Er worden meer en meer datakabels onder de grond gestopt waarbij het risico op verstoringen als gevolg van bijv. graafschade en verzakkingen groter wordt. In het kader van steeds meer pogingen van buitenaf om dataverkeer te verstoren is digitale veiligheid bij bedrijven en instellingen een steeds belangrijker item, maar nog steeds niet op orde. Qua preventie en operationele voorbereiding zijn er geen significant andere keuzes gemaakt. De rol van de veiligheidsregio is hierin beperkt en richt zich op de gevolgbestrijding en cascade effecten.
Verstoring telecom/ICT valt binnen het programma Continuïteit van de samenleving. Naast de centrale doelstelling om het netwerk te verstevigen en de samenwerking te verbeteren, gaat er meer aandacht naar de cascade effecten bij een grote uitval in de elektriciteitsvoorziening wat een sterk verband heeft met verstoring telecom/ICT. Vanwege de kwetsbaarheid op het dagelijks leven van burgers, grote bedrijven, vitale infrastructuur en overheidsdiensten behoeft dit thema extra aandacht in de komende beleidsperiode.
Risico 11 Luchtvaartincident in stedelijk gebied (worst case) Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een vliegtuig dat neerstort in een stedelijk gebied. Ontwikkelingen risico Voor dit risico zijn geen relevante ontwikkelingen te melden. Het maatgevend scenario, met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact is gelijk gebleven. Ook qua preventie en operationele voorbereiding zijn er geen significant andere keuzes gemaakt.
13 Samenwerken aan veiligheid.
Risico 12 Luchtvaartincident bij start/landing luchtvaartterrein (reëel) Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een vliegtuig dat neerstort op de militaire vliegbasis Volkel of in de onmiddellijke omgeving van deze basis. Ontwikkelingen risico Voor dit risico zijn geen relevante ontwikkelingen te melden. Het maatgevend scenario, met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact is gelijk gebleven. Ook qua preventie en operationele voorbereiding zijn er geen significant andere keuzes gemaakt.
Risico 13 Ongeval vervoer over water Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van: 1. een incident met een hospitaalschip; 2. een aanvaring van een binnenschip waarbij een brandbare vloeistof uit het schip ontsnapt. Ontwikkelingen risico 1. Met betrekking tot het eerste scenario, incident met een hospitaalschip, varen er nog maar een paar keer per jaar hospitaalschepen (als de Zonnebloem) over de Maas. 2. Ook de bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact zijn gelijk gebleven. Evaluaties15 van het incident bij Grave, waarbij een tanker gevuld met 2000 ton benzeen door de stuw is gevaren, hebben niet geleid tot significant andere keuzes in de operationele voorbereiding. Wel zijn er rondom vervoer over de Maas met de buurregio’s en Rijkswaterstaat gezamenlijk afspraken gemaakt om de samenwerking te verbeteren. Zo worden tijdens de gezamenlijke overleggen aanbevelingen uit evaluaties besproken en verwerkt en worden doorleefsessies met specifieke doelgroepen georganiseerd.
Risico 14 Ongeval spoorvervoer Het maatgevend incidentscenario De volgende drie scenario's worden zowel m.b.t. de bedrijven als het vervoer als maatgevend beschouwd: - Ongeval met brandbaar gas (referentiestof LPG) resulterend in een warme BLEVE; - Ongeval met een brandbare vloeistof (referentiestof benzine), resulterend in een plasbrand; - Ongeval met een toxische vloeistof (chloor en acrylnitril), resulterend in een toxische wolk. Ontwikkelingen risico In Nederland zal zowel het reizigers –als goederenvervoer over het spoor naar verwachting de komende jaren fors groeien. Om aan deze groei tegemoet te komen heeft het kabinet in 2010 de voorkeursbeslissing Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) genomen. Het doel van het programma is het verhogen van de spoorcapaciteit voor passagiers- en goederenvervoer. Onderdeel van het programma betreft het passagiersvervoer over de corridor Amsterdam – Utrecht – Eindhoven. Het traject Meteren – Boxtel ligt binnen deze corridor. Voor dit traject geldt dat het spoorboekloos rijden inmiddels is ingevoerd waardoor er 6 intercity’s en 2 tot 6 sprinters per uur over dit traject rijden. De voorbereidingen om een aantal knelpunten op te lossen (aanleg vrije kruisingen, aanleg extra spoor) zijn in een vergevorderd stadium.
Zie evaluatierapport Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) “Stuwaanvaring door benzeentanker bij Grave” mei 2018 en Berenschot “Evaluatie crisisbeheersing Grave” juli 2017. 15
14 Samenwerken aan veiligheid.
Deze maatregelen zijn ook noodzakelijk om de herroutering van het goederenvervoer door Zuid-Nederland mogelijk te maken. Zie afbeelding 1 hierna.
Afbeelding 1. Herroutering goederenvervoer Zuid-Nederland. Zwart is de huidige route. Blauw komt erbij.
De wens tot herroutering heeft naast het creëren van ruimte voor passagierstreinen ook te maken met externe veiligheidsrisico’s rondom Dordrecht, Breda en Tilburg waar het zogenaamde groepsrisico16 stevig wordt overschreden. Door de herroutering nemen deze overschrijdingen substantieel af. Dit heeft echter aanpassingen in de infrastructuur tot gevolg voor het westelijk deel van de Veiligheidsregio Brabant-Noord. Na het gereedkomen van een aantal grote infrastructurele projecten is er, met name in Vught, sprake van een significante toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, waardoor het groepsrisico op de locaties liggend aan het spoortraject Meteren - Boxtel zullen stijgen. De gemeenten die significant meer te maken krijgen met vervoer van gevaarlijke stoffen, naast het normale goederen en passagiersvervoer, zijn ‘s-Hertogenbosch, Vught en Boxtel. Bijlage IV geeft meer inzicht in de soorten en hoeveelheden spoorvervoer gevaarlijke stoffen. Het risico op een incident is afhankelijk van meerdere factoren. Het aantal transporten is er hier een van. Er vond geen structureel vervoer van gevaarlijke stoffen over het traject Vught – Boxtel plaats. Uit de realisatiecijfers die jaarlijks door het ministerie van I&W verstrekt worden blijkt dat het vervoer een structureler karakter heeft gekregen.
De transportstroom over dit traject zal in de toekomst verder toenemen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het trajectdeel waar nu ook al vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (station ’s-Hertogenbosch) neemt ook toe. Daarnaast wordt het personenvervoer ook geïntensiveerd door het aantal personentreinen per uur te verhogen. De waarschijnlijkheid op een spoorongeval wordt op dit traject om die reden dus groter. Anderzijds wordt door het aanbrengen van vrije kruisingen, het reduceren van het aantal wissels op deze trajecten, het verdiept aanleggen van het spoor door Vught en het toepassen van de nieuwste trajectbeveiliging de kans op een incident met gevaarlijke stoffen gereduceerd. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. 16
15 Samenwerken aan veiligheid.
Het maatgevend scenario en de impact en kans van optreden is op regionale schaal echter niet veranderd. Er worden geen andere stoffen over het spoor vervoerd en ook het volume van de treinwagons wijzigen niet.
Risico 15 Grootschalige uitbraak infectieziekten (mens) Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een grootschalige besmetting onder mensen, die een ziektegolf veroorzaakt, waardoor 30% van de bevolking ziek wordt of overlijdt. Hierbij wordt uitgegaan van twee scenario’s: - Mild scenario; - Ernstig scenario. Voor het milde scenario nemen we aan dat de ziekte gemiddeld zes dagen duurt en dat 0,03% van de gehele bevolking overlijdt. In het milde scenario houden we rekening met het effect van het gebruik van antivirale middelen. Op basis van eerdere pandemieën nemen we in dit scenario aan dat de eerste golf ongeveer negen tot twaalf weken duurt met de piek halverwege (een langer durende ziektegolf met een lagere piekbelasting). Voor het ernstige scenario veronderstellen we dat de ziekte gemiddeld acht dagen duurt bij één tot twee weken verzuim van het werk per zieke, en dat een half procent van de gehele bevolking overlijdt. In het ernstige scenario kiezen we ervoor het effect van het gebruik van antivirale middelen buiten beschouwing te laten. In het ernstige scenario gaan we daarom uit van een korter durende ziektegolf met een hogere piekbelasting. Ook de mogelijke effecten van andere maatregelen worden buiten beschouwing gelaten.
Ontwikkelingen risico Door de globalisering en klimaatverandering lopen mensen meer risico’s op infectieziekten die van mens op mens en van dier op mens (zoönose) over kunnen gaan. Een uitbraak van een infectieziekte kan leiden tot een epidemie of zelfs een pandemie en heeft grote maatschappelijke gevolgen, zoals we ook gekend hebben met COVID-19. De primaire effecten van een infectieziekte kennen naast slachtoffers, ook gevoelens van angst, onrust en machteloosheid. De secundaire effecten, door bijvoorbeeld maatregelen, zijn grote economische schade, maatschappelijke isolatie, maatschappelijke onrust en ordeverstoring, schaarste aan middelen (o.a. persoonlijke beschermingsmiddelen en medicatie), georganiseerde protestacties, afnemend vertrouwen in politiek en bestuur en polarisatie. COVID-19 heeft mensen doen beseffen dat zij kwetsbaar zijn en dat de overheid, zorgpartijen en andere organisaties onvoldoende voorbereid waren op een pandemie en de gevolgen daarvan. In de komende periode worden een aantal structuuraanpassingen vormgegeven, zoals het inrichten van de landelijke functionaliteit infectieziektebestrijding, aanpassing van de Wet publieke gezondheid en de aanwijzingsbevoegdheid van de minister van VWS op de zorg en de publieke gezondheid. Dit op basis van de geleerde lessen van de COVID-19 pandemie, waardoor we hopelijk beter voorbereid zijn op een volgende pandemie.
Daarbij dienen we rekening te houden met een toenemende polarisatie in de huidige pandemie. Mensen die adviezen en maatregelen opvolgen versus mensen die een andere beslissing maken. Daartussen staat een overheid die hierop moet acteren. Met de ervaringen van de maatregelen nog vers in het geheugen, zal het een grote opgave worden draagvlak te creëren voor de bestrijding van toekomstige uitbraken van infectieziekten. Het risico op en de impact van pandemie scoort nog steeds hoog.
16 Samenwerken aan veiligheid.
Risico 16 Grootschalige uitbraak dierziekte (zoönose)17 Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een dierziekte die overdraagbaar is op de mens, zoals de Q-Koorts. Ontwikkelingen risico In de provincie Noord-Brabant is er gezien de hoge vee-dichtheid, kans op een grootschalige uitbraak van dierziekten. Hierbij valt te denken aan o.a. mond-en-klauwzeer (MKZ) en varkenspest. Risicovolle plaatsen zijn private gebieden, boerderijen waar veel dieren op een relatief kleine oppervlakte staan en natuurgebieden zoals water en bos. Door transport van dieren vindt verspreiding van infectieziekten sneller plaats. De ministeries van Economische Zaken (EZ) en Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid zijn hierbij vooral aan zet, waarbij de rol van de veiligheidsregio beperkt is. Daarnaast bestaat er ook een kans op een uitbraak van een dierziekte, die overdraagbaar is op mensen (zoönose). In dat geval zal er naast de dierziektebestrijding ook ziektebestrijding bij mensen (risico 15) plaatsvinden. Ook kan er sprake zijn van transmissie van mens op dier, zoals we hebben gezien bij COVID19 met de besmetting en ruiming van nertsenfokkerijen. Het maatgevend scenario (zoönose) is met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact nagenoeg gelijk gebleven.
Qua operationele voorbereiding is er door de ervaringen met COVID-19 (2020 e.v.) aanzienlijk veel ervaring opgedaan met een grootschalige uitbraak. Ook zijn er de laatste jaren stappen gezet, waardoor de signalering en de samenwerking tussen de humane en veterinaire wereld is verbeterd. Daarbij neemt de veiligheidsregio de rol op zich om in het voorkomend geval gemeenten te ondersteunen in duiding van de verantwoordelijkheden van de verschillende instanties en het doorlopen van de juiste communicatielijnen. In 2022-2023 loopt er een traject, gestart door de Brabantse veiligheidsregio’s, GGD’en, provincie NoordBrabant, ministeries van VWS en LNV, NVWA en het RIVM, om de onderlinge samenwerking bij een uitbraak van een zoönose te optimaliseren. Het traject bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een beleidstraject, tabletop en uiteindelijk een integrale oefening. Daarnaast is er door het ministerie van VWS een Nationaal actieplan versterken zoönosebeleid gepresenteerd om veel aspecten in preventie, detectie en respons van zoönose te verbeteren.
Risico 17 Verdrukking18 in menigte (evenementen) Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een evenement waar 10.000 mensen zich in een afgesloten terrein begeven met beperkte bewegingsvrijheid. Nadat er zich een explosie heeft voorgedaan rennen mensen één richting op. Hierbij worden vele mensen onder de voet gelopen en verdrukt. Doordat de ruimten gecompartimenteerd zijn in clusters van 2.000 personen gaan we uit van 2.000 mensen die dezelfde kant op gaan. Ontwikkelingen risico Het risico “Verdrukking in menigten” is het grootst qua kans op optreden en impact bij evenementen. In het organiseren van evenementen is de laatste jaren een trend te ontdekken: De naamgeving van het risico “Zoönose (dierziekte overdraagbaar op mensen)” is gewijzigd in “Grootschalige uitbraak dierziekte,” omdat deze bredere omschrijving beter past gezien de toename van diversiteit van dierziekten. 18 Er is de landelijke opvatting gevolgd om de benaming “Paniek in menigte” te vervangen door “Verdrukking in menigte” met als reden dat verdrukking het daadwerkelijke effect beter duidt en paniek zelden voorkomt. 17
17 Samenwerken aan veiligheid.
-
-
Voor de Coronacrisis nam het aantal evenementen en de omvang (bezoekersaantallen) en de duur (van eendaagse naar meerdaagse met overnachting) van evenementen in Nederland jaarlijks toe. In de Veiligheidsregio Brabant-Noord was deze trend vergelijkbaar. Tijdens de coronacrisis hebben nauwelijks tot geen evenementen plaatsgevonden. Vanaf voorjaar 2022 mogen evenementen weer georganiseerd worden zonder beperkende maatregelen. Het aanbod aan evenementen lijkt weer op het niveau van vóór de coronacrisis. De vraag naar evenementen lijkt momenteel echter wat lager te zijn dan het aanbod. Het is momenteel niet langer de standaard dat evenementen uitverkocht raken en/of dat 100% van de tickethouders komen opdagen (bij verschillende evenementen zien we een aanzienlijk aandeel no-show). Hoe de evenementenkalender er vanaf 2023 uitziet is daarom gissen. Een ander effect als gevolg van de coronacrisis, is dat veel personeel uit de evenementenbranche is gestapt. Het blijkt voor bedrijven die diensten leveren aan evenementen lastig om het personeelsbestand weer op niveau te krijgen, zeker tijdens de drukke evenementenweekenden in de zomermaanden. Hoewel dit in eerste opzicht een bedrijfsvoeringrisico van de organisator lijkt te zijn, kan het ook de veiligheid van het evenement in de kern raken.
Niet alleen bij een tekort aan beveiligers maar bijvoorbeeld ook wanneer er te weinig barpersoneel aanwezig is. Dit kan o.a. zorgen voor andere publieksbewegingen en drukke plaatsen, dan waarop het evenement is voorbereid, met risico’s op verdrukking tot gevolg. Indien blijkt dat de organisator niet aan alle kwantitatieve en kwalitatieve personele verplichtingen (uit haar plannen en vergunning) voldoet, kan daarmee de openbare orde, veiligheid en publieke gezondheid op het evenement worden bedreigd.
Ervaring leert dat er bij grote evenementen diverse oorzaken aan verdrukking ten grondslag kunnen liggen, de belangrijkste zijn: - Te grote toeloop van publiek naar het evenemententerrein; - Teveel publiek binnen (delen van) het evenemententerrein; - Obstakels in of versmalling van de loopstromen; - Kruisende publieksstromen; - Instorten constructies (Pukkelpop 2011); - Extreem weer: bijvoorbeeld storm (Pukkelpop 2011); - Verstoring van de openbare orde.19 De waarschijnlijkheid van optreden van verdrukking in menigten is als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen mogelijk. De impact is gelijk gebleven door het nemen van voorzorgmaatregelen als de menigte opdelen in vakken en het zorgen van voldoende uitgangen en dergelijke. Het treffen van deze maatregelen is echter nog niet standaard en hangt voor een deel af van de kennis, ervaring en bereidheid van organisatoren en toetsende instanties (gemeenten en haar adviseurs). Wel is er de laatste jaren een tendens zichtbaar waarbij zowel organisatoren die frequent een evenement organiseren als de toetsende instanties zich steeds verder professionaliseren op het gebied van veiligheid, en zich geregeld laten bij staan door adviesbureaus. Het maatgevend scenario, verdrukking bij een evenement van 10.000 personen, is nog steeds van toepassing en niet significant vergroot.
Het aantal georganiseerde evenementen van deze grootte, C-evenementen, is ook niet significant toegenomen. Daarmee is de waarschijnlijkheid van optreden van het maatgevend scenario nagenoeg gelijk gebleven. Ook de bijbehorende impact is gelijk gebleven.
Steeds vaker zijn er incidenten waarbij zakkenrollers d.m.v. pepperspray chaos in het publiek creëren om daarna in die chaos portemonnees en telefoons te stelen. 19
18 Samenwerken aan veiligheid.
Risico 18 Verstoring openbare orde (grootschalige ordeverstoring) Het maatgevend incidentscenario Voor het maatgevend incidentscenario wordt uitgegaan van een grootschalige ordeverstoring bij bijvoorbeeld evenementen en demonstraties, waarbij van de politie een bovengemiddelde capaciteit gevraagd wordt ter beheersing van de ordeverstoring. Ontwikkelingen risico Als relevante ontwikkeling wordt de invloed van digitale media bijvoorbeeld internet, Twitter, Facebook en Telegramgroepen op het verergeren van ordeverstoringen genoemd. Sinds de opkomst en de toepassing van digitale media is de kans op het ontstaan van grootschalige ordeverstoringen toegenomen. Er zijn in de afgelopen jaren openbare ordeverstoringen ontstaan (avondklokrellen, boerenacties) waarbij het gebruik van digitale media medeoorzaak is geweest en als katalysator heeft gefungeerd. Dit naast de toename aan (anti-overheid) sentimenten en onvrede vanuit de gehele samenleving, die ook steeds mondiger wordt. Het bereik via de digitale wereld is vele malen groter geworden en hierdoor zijn ordeverstoringen makkelijker te organiseren. Informatie wordt namelijk sneller en makkelijker verspreid, terwijl de hulpverlener of overheid daar moeilijk toezicht of regie op kan uitoefenen. Dit betekent dat (niet gevalideerde) informatie sneller beschikbaar en inzichtelijk is voor grote groepen mensen.
Tevens kan men eenvoudiger grote groepen mensen oproepen, toespreken en aanzetten tot bepaald (onwenselijk) gedrag. De kans op het ontstaan van verstoringen van de openbare orde is door de opkomst van digitale media dus vergroot. Het maatgevend scenario, met bijbehorende waarschijnlijkheid van optreden en impact moet aandachtig worden gevolgd. Qua preventie en operationele voorbereiding moeten er op informatievergaring mogelijk andere keuzes worden gemaakt. Het peilen van sentimenten en vooraf contact maken met groepen biedt ook kansen.
2.3
Thema’s, bijzondere invloeden op de risico’s 2023
Naast de beschreven maatgevende scenario’s zijn er ontwikkelingen met een bijzondere oorzaak of aanleiding, die invloed hebben op een of meerdere risico’s en kunnen leiden tot meerdere (soorten) incidenten. Deze ontwikkelingen geven een reflectie van moderne crises, die de laatste jaren steeds meer op de voorgrond komen. Ze vormen geen apart risico op zich en kunnen diverse scenario’s tot gevolg hebben, zodat ze niet of nauwelijks aan een risicotype zijn te koppelen. Ze worden apart benoemd, gevolgd en leiden tot een specifieke aanpak. De thema’s waarbinnen deze ontwikkelingen zich afspelen zijn Terrorismegevolgbestrijding / Extreem geweld (TGB), Informatieveiligheid (cybersecurity) en Gevolgbestrijding klimaatverandering en extreem weer. Er zijn voor 2023 geen thema’s bijgekomen.
Terrorismegevolgbestrijding / Extreem geweld (TGB) De landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel onderscheidt “terrorisme en andere vormen van moedwillig handelen” niet als apart crisistype, maar geeft aan dat dat een aanleiding kan zijn bij verschillende crisistypen. Terrorisme is wel specifiek opgenomen in het Nationaal Veiligheidsprofiel. Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappij-ontwrichtende schade. Dit met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.20
20
Definitie volgens de NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid).
19 Samenwerken aan veiligheid.
Terrorisme is een nationaal thema, onder verantwoordelijkheid van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De NCTV is verantwoordelijk voor de alertering.21 In Nederland zijn momenteel veel bedrijfssectoren op het alerteringssysteem aangesloten. Dit zijn bijvoorbeeld luchthavens, spoor, zeehavens, tunnels en waterkeringen, olie, chemie, drinkwater, gas, elektriciteit en hotels. Daarnaast zijn huidige beveiligingsmaatregelen en andere weerstand verhogende maatregelen bij inbraak, overval of aanslag gevoelige bedrijven niet berekend op extreem geweld dat wordt uitgevoerd met zware wapensystemen en explosieven. Voor zowel terrorisme als ander extreem geweld geldt dat het slachtofferbeeld in aantallen en aard van de verwondingen erg afwijkt van het reguliere beeld dat we kennen bij de hulpverlening. Tevens zijn hulpverleners niet gewend dat extreem geweld doelbewust op hun is gericht. Gezien de actualiteit en de bijzondere omstandigheden, waaronder bij de gevolgbestrijding van terrorisme en ander extreem geweld opgetreden dient te worden, is er in 2017 een gezamenlijk programma Terrorismegevolgbestrijding / Extreem geweld opgestart binnen de veiligheidsregio’s Brabant-Noord en Brabant-Zuidoost. Dit programma is inmiddels afgerond.
Hiermee zijn: - De operationele voorbereiding (als veiligheidsmaatregelen, procedures, oefeningen) binnen de regio’s tussen de verschillende diensten afgestemd en vormgegeven; - Landelijke ontwikkelingen en handreikingen geïmplementeerd; - Afstemming met buurregio’s en landelijke diensten en organisaties gerealiseerd.
Informatieveiligheid (cybersecurity) Meer dan ooit vraagt informatieveiligheid aandacht.22 De afhankelijkheid van digitale systemen neemt alsmaar toe. Digitale verstoringen houden zich niet aan (internationale) grenzen en zijn niet branche specifiek, waardoor effecten overal kunnen optreden. Bedrijven, instellingen en particulieren zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun informatieveiligheid, maar worden steeds vaker geconfronteerd met kwetsbaarheden in apparaten en diensten waar zij beperkte invloed op of kennis van hebben. Ook de veiligheidsregio’s zijn met steeds meer organisaties en hun systemen verbonden. Uitval van digitale systemen heeft zo direct invloed op de kwaliteit van de hulpverlening en kan tot maatschappelijke problemen en onrust leiden. De veiligheidsregio heeft geen invloed op de oorzaak en bronbestrijding. Alleen gevolgbestrijding op bepaalde effecten, als verkeerschaos bij uitval verkeerslichten, handhaven van openbare orde bij uitval geldautomaten e.d., valt binnen de taakomschrijving en invloedssfeer van de veiligheidsregio. Cybercriminelen hebben een kennisvoorsprong, waardoor cybercrime nog relatief ongrijpbaar is. Dan hebben we het onder andere over dreigingen m.b.t.
verstoring, sabotage, spionage en informatie manipulatie.23 De risico’s op het gebied van informatieveiligheid worden gemonitord en verwerkt tot een Nederlands cybersecuritybeeld (CSBN) door het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) als onderdeel van het NCTV. Bij incidenten op het gebied van digitale veiligheid is het NSCS het aanspreekpunt en een sleutelfiguur in de operationele coördinatie. Het risico informatieveiligheid is opgenomen in het Nationaal Veiligheidsprofiel.
Het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding is een vorm van publiek-private samenwerking, die de overheid en bedrijven handelingsperspectief biedt met als hoofddoel om de kans op een aanslag bij vitale en kwetsbare bedrijven te verkleinen en deze bedrijven veilig te laten functioneren, ook onder een eventuele dreiging. 22 Informatieveiligheid is ook als thema opgenomen in de strategische agenda van het Veiligheidsberaad als: “kansen en bedreigingen van de informatie- en datagestuurde maatschappij”. 23 Zie verder Cyber Security Beeld Nederland (CSBN) 2018. 21
20 Samenwerken aan veiligheid.
Het thema cyberveiligheid wordt momenteel door verschillende veiligheidsregio’s verkend. De bevindingen en eventuele landelijke ontwikkelingen worden gevolgd. Verder zijn er nog geen activiteiten in beeld. Vanwege de kwetsbaarheid van grote bedrijven, vitale infrastructuur en overheidsdiensten behoeft dit thema extra aandacht in de komende beleidsperiode. Gevolgbestrijding klimaatverandering en extreem weer De wereldwijde klimaatverandering zorgt voor steeds extremer wordende weersomstandigheden, ook in Nederland. Onder extreem weer verstaan we: koudegolf (sneeuw, ijzel), extreem veel neerslag, storm en windhozen, mist, hittegolf, droogte. Extreme weersomstandigheden zijn niet specifiek locatie gebonden, al kunnen gevolgen regionaal wel verschillen. Het KNMI bericht op haar site dat hittegolven frequenter en extremer worden, dat er meer zware neerslag zal vallen en dat de droogte toeneemt. Extreme neerslag leidt al vaker tot lokale en grootschalige wateroverlast en kan meer verspreid door het jaar heen voorkomen. Verder hebben perioden van extreme droogte niet alleen gevolgen voor de beschikbaarheid van water maar ook voor de kwaliteit daarvan. Dit brengt risico’s voor de gezondheid van mens en dier met zich mee. De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de effecten van teveel of te weinig water een grote economische en maatschappelijke impact hebben.
Bovendien heeft de ecologische omgeving tijd nodig zich te herstellen. Dit thema is dan ook in het Nationaal Veiligheidsprofiel opgenomen en is er landelijk meer aandacht voor dergelijke risico’s. De veiligheidsregio voert regie op de voorbereiding van de gevolgbestrijding samen met haar partners en gaat na of en op welke wijze ze nog meer kan betekenen naast de gevolgbestrijding.
21 Samenwerken aan veiligheid.
3. Beleidsadviezen
22 Samenwerken aan veiligheid.
3 Beleidsadviezen 3.1
Van Risicoprofiel naar Beleidsplan
Het beleidsplan is mede gebaseerd op een door het bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld risicoprofiel.24 Uit de in het vorig hoofdstuk beschreven ontwikkelingen kunnen enkele risico´s en thema’s worden geselecteerd, die in de komende beleidsperiode een beleidsbijstelling behoeven. Voor deze risico’s worden beleidsadviezen geformuleerd, die als input voor het beleidsplan 2023-2027 worden aangeboden. Deze beleidsadviezen worden, samen met de wensen van de gemeenteraden in deze veiligheidsregio omtrent het Risicoprofiel, in het beleidsplan gewogen naast andere beleidsvoorstellen. Het beleidsplan wordt dan nog in zijn geheel aan de gemeenteraden voorgelegd ter consultatie.
3.2
Terugblik beleidsadvies vorige beleidsperiode
In de voorgaande beleidsperiode hebben twee risico’s en twee thema’s extra aandacht gekregen: - Risico 1: Overstroming - Thema Gevolgbestrijding Klimaatverandering en extreem weer - Risico 14: Ongeval spoorvervoer - Thema Terrorismebestrijding / Extreem geweld Risico 1 Overstroming Dit risico is opgenomen in het programma Continuïteit van de samenleving. Met name de impactanalyse van een overstroming op vitale infrastructuur als bijvoorbeeld uitval van energievoorziening (elektriciteit en gas) en telecom / ICT wordt nog verder worden uitgewerkt. Thema Gevolgbestrijding klimaatverandering en extreem weer De gevolgen van klimaatverandering en extreem weer vragen om een gecoördineerde aanpak tussen de veiligheidsregio en haar partners. Dit thema wordt samen met het risico overstroming in een breed programma opgepakt waarin de landelijke ontwikkelingen worden meegenomen. De veiligheidsregio voert regie op de voorbereiding van de gevolgbestrijding samen met haar partners en gaat na of en op welke wijze ze nog meer kan betekenen naast de gevolgbestrijding. Risico 14 Ongeval spoorvervoer Het risico “Ongeval spoorvervoer” heeft de aandacht, met name rondom het tracé met aanpassingen in de infrastructuur. Deze ontwikkelingen worden binnen het project Hoogfrequent Spoor (PHS) nauwlettend gevolgd.
Thema Terrorismegevolgbestrijding / Extreem geweld Het gezamenlijk programma Terrorismegevolgbestrijding / Extreem geweld tussen VRBN en VRBZO is in de vorige beleidsperiode afgerond. Dit thema is nog wel actueel, maar het gelet op de inspanningen tijdens de vorige beleidsperiode gaat er de komende periode gaat geen extra aandacht in de vorm van beleidsinspanning meer naar uit. In de uitvoering zijn de risico’s en thema’s uit de vorige beleidsperiode ondergebracht in bestaande programma’s (o.a. in continuïteit van de samenleving), met als aandachtspunten risicocommunicatie en verbondenheid.
24
Wet veiligheidsregio’s § 3 artikel 15 lid 1.
23 Samenwerken aan veiligheid.
3.3
Beleidsadvies
Voor het bepalen of er risico’s speciale aandacht vragen voor de komende beleidsperiode zijn de volgende criteria gehanteerd: - Veel (landelijke) ontwikkeling rondom het risico dat kan leiden tot wijziging van beleid; - Beleidswijziging of -ontwikkeling die nodig is om het risico acceptabel te houden of voldoende af te dekken; - Bovenmatige bestuurlijke of politieke aandacht voor het betreffende risico, dat leidt tot een speerpunt voor de komende beleidsperiode. In de actualisatie van het risicoprofiel valt op dat de continuïteit van de samenleving steeds meer onder druk komt te staan en een relatie heeft met meerdere relevante risico’s. Dit uit zich ook in het beleidsadvies. De veiligheidsregio heeft in deze Actualisatie Risicoprofiel 2022 twee risico’s en één thema aangewezen die in de komende beleidsperiode extra aandacht verdienen. - Risico 7 Verstoring energievoorziening (elektriciteit en gas) - Risico 10 Verstoring telecom/ICT - Thema Informatieveiligheid (cybersecurity) Risico 7 Verstoring energievoorziening (elektriciteit en gas) De druk op de stabiliteit van het (inter)nationaal elektrisch netwerk en het opslaan en leveren van elektriciteit en gas wordt alsmaar groter. Tevens is er een trend van meer storingen en van storingen die langer duren (grotere impact).
Vanwege de kwetsbaarheid op het dagelijks leven van burgers, grote bedrijven, vitale infrastructuur en overheidsdiensten behoeft dit thema extra aandacht in de komende beleidsperiode. Deze extra aandacht kan worden gegeven binnen het programma “Continuïteit van de samenleving”, waar “Verstoring energievoorziening” al onderdeel uit van maakt. Naast meer aandacht naar de cascade effecten kunnen we erin opnemen hoe we ons minder kwetsbaar kunnen maken bij een grote uitval in de elektriciteitsvoorziening. Risico 10 Verstoring telecom/ICT De rol van de veiligheidsregio is hierin beperkt en richt zich op de gevolgbestrijding en cascade effecten. Verstoring telecom/ICT valt binnen het programma Continuïteit van de samenleving. Naast de centrale doelstelling om het netwerk te verstevigen en de samenwerking te verbeteren, gaat er meer aandacht naar de cascade effecten bij een grote uitval in de elektriciteitsvoorziening wat een sterk verband heeft met verstoring telecom/ICT. Vanwege de kwetsbaarheid op het dagelijks leven van burgers, grote bedrijven, vitale infrastructuur en overheidsdiensten behoeft dit thema extra aandacht in de komende beleidsperiode. Deze extra aandacht kan worden gegeven binnen het programma “Continuïteit van de samenleving”, waar “Verstoring telecom/ICT” al onderdeel uit van maakt.
Naast meer aandacht naar de cascade effecten kunnen we erin opnemen hoe we ons minder kwetsbaar kunnen maken bij een grote verstoring telecom/ICT. Informatieveiligheid (cybersecurity) Het thema cyberveiligheid wordt momenteel door verschillende veiligheidsregio’s verkend. De bevindingen en eventuele landelijke ontwikkelingen worden gevolgd. Verder zijn er nog geen activiteiten in beeld. Vanwege de kwetsbaarheid van grote bedrijven, vitale infrastructuur en overheidsdiensten behoeft dit thema extra aandacht in de komende beleidsperiode. Dit thema heeft een sterke relatie met het risico “Verstoring telecom/ICT”, omdat de effecten veelal gelijk zijn. De oorzaak en de (landelijke) respons is echter anders. Beide zaken kunnen gelijktijdig worden opgepakt.
24 Samenwerken aan veiligheid.
4. Conclusies en voortgang
25 Samenwerken aan veiligheid.
4 Conclusies en voortgang 4.1
Trends
De afgelopen vier jaar zijn bewogen jaren geweest op het gebied van risicobeheersing en rampenbestrijding. Coronacrisis Vooral de Coronacrisis heeft naast persoonlijk leed en ziekte veel gevraagd van de medewerkers van de betrokken organisaties. Naast slachtoffers kende deze infectieziekte ook gevoelens van angst, onrust en machteloosheid bij de bevolking, dat zich uitte in maatschappelijke onrust en ordeverstoring en soms zelfs tot georganiseerde protestacties. Er zijn nog steeds secundaire effecten als grote economische schade, maatschappelijke isolatie, polarisatie en afnemend vertrouwen in politiek en bestuur. COVID-19 heeft mensen doen beseffen dat zij kwetsbaar zijn en dat de overheid, zorgpartijen en andere organisaties niet tijdig kunnen anticiperen op een pandemie en de diverse gevolgen beheersen. Hiervan is vooral landelijk veel geleerd en er worden een aantal structuuraanpassingen vormgegeven, zoals het inrichten van de landelijke functionaliteit infectieziektebestrijding, aanpassing van de Wet publieke gezondheid en de aanwijzingsbevoegdheid van de minister van VWS op de zorg en de publieke gezondheid. Dit op basis van de geleerde lessen van de COVID-19-pandemie, waardoor we hopelijk beter voorbereid zijn op een volgende pandemie.