Bijlage 3 - Ontwerpbestemmingsplan Lage Diezebrug (bijlagen bij de toelichting)
Tekst van het document
Bomen Effect Analyse Hoge Diezebrug Werfpad te ‘s-Hertogenbosch
COLOFON Bomen Effect Analyse Hoge Diezebrug te ‘s-Hertgenbosch OPDRACHTNEMER
idverde Bomendienst Postbus 177 7300 AD Apeldoorn T 055 5 999 444 E bomendienst@idverde.nl
OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR
Herm Ockhuijsen Bart van Tilburg | European Treetechnician
OPDRACHTGEVER
gemeente ‘s-Hertogenbosch dhr. Van Helden
PROJECTNUMMER KENMERK
728220029 BD22003
VERSIE DATUM
1 1 februari 2022
Copyright 2022 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
2
BD22003
INHOUDSOPGAVE COLOFON ........................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING ............................................................................................................................. 4 1.1 Uitgangspunten project 1.2 Voorgenomen werkzaamheden
2.
WERKWIJZE .......................................................................................................................... 7 2.1 Werkwijze bovengrondse beoordeling 2.2 Werkwijze ondergronds onderzoek
3.
7 8
RESULTATEN ....................................................................................................................... 10 3.1 Bovengrondse Beoordeling (nulmeting) 3.2 Resultaten ondergronds onderzoek
4.
5 6
10 11
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................ 12 4.1 Eindoordeel effecten 4.2 Impact uitvoering 4.3 Kansen en knelpunten optie 1 4.4 Kansen en knelpunten optie 2 4.5 Randvoorwaarden boombescherming
12 14 15 15 16
BIJLAGEN ....................................................................................................................................... 17 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
3
BD22003
Bomenposter werken rond bomen Bodemprofielen Boomgegevens
17 18 24
1. Inleiding De gemeente ’s-Hertogenbosch is voornemens om de bestaande Hoge Diezebrug (Orthenseweg) te vervangen en te verplaatsen naar het noordwesten. Het gaat om een tijdelijke vervanging voor de looptijd van 1-10 jaar. De brug wordt lager en begint op het Werfpad op ongeveer 50 tot 100 centimeter boven de waterkant. Richting de Orthenseweg (oostzijde) moet deze weer aansluiten op het bestaande wegprofiel. Met name bij de aanlanding aan de oostzijde is sprake van een situatie met bestaande bomen, zie afbeelding 1.1 Het bomenbestand bestaat hoofdzakelijk uit populieren van ongeveer 66 jaar oud, veelal op een talud en in ruw gras. Deze bomen zijn opgenomen in voorliggende Bomen Effect Analyse (BEA). Bomen Effect Analyse (BEA) Een BEA beantwoordt de vraag of een boom/bomen in de huidige verschijningsvorm en huidige standplaats duurzaam behouden kan/kunnen blijven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden en welke maatregelen en randvoorwaarden hiervoor nodig zijn.
Afbeelding 1.1 Projectlocatie met rood omcirkeld de BEA-locatie Hiervoor zijn de volgende onderdelen nader uitgewerkt: Wat is de grootte, conditie, vitaliteit en mechanische kwaliteit van de bomen? Waar bevindt zich de voornaamste beworteling? Wat is de toekomstverwachting van de bomen bij ongewijzigde omstandigheden? Aanvullend heeft u ons gevraagd om een advies te leveren over: Wat zijn de (mogelijke) negatieve effecten van de geplande werkzaamheden? Welke maatregelen zijn nodig om mogelijk negatieve effecten te voorkomen dan wel te beperken? Welke maatregelen hebben een positief effect op de toekomstverwachting van de bomen? Zijn de bomen (indicatief) verplantbaar? Welke bomen zijn onderdeel van een hoofdstructuur of hebben een monumentale status? Welke afstand dient aangehouden te worden ten opzichte van de bomen voor de civiele werkzaamheden? Wat wordt de invloed van de hoogteverschillen, voor zowel het afgraven als het aanvullen? Wat wordt de windinvloed als er bomen verdwijnen? Het onderzoek is op 11 januari 2022 uitgevoerd door Herm Ockhuijsen, Boomtechnisch Adviseur werkzaam bij idverde Bomendienst B.V.
4
BD22003
1.1 Uitgangspunten project Locatie De Hoge Diezebrug is de brug van de Orthenseweg over De Dieze te ’s-Hertogenbosch. De beoogde nieuwe locatie van de brug aan de noordzijde is gesitueerd aan de straat Werfpad. Momenteel is Werfpad een doodlopende straat met woningen en bedrijven en aan het einde Gemeenschappelijk gezondheidscentrum De Dieze. Voor het ontwerp zijn 2 situaties mogelijk, deze worden nader toegelicht in paragraaf 2.2.
Afbeelding 1.2 Ontwerp
Afbeelding 1.3 Selectie te onderzoeken bomen
Projectfase Het project bevindt zich in de verkenningsfase. Het is de verwachting dat de uitvoering in 2024 plaats vindt. Er zijn twee ontwerp opties aangegeven. Beide varianten zijn meegenomen in de beoordeling van deze BEA. Aan de hand van deze BEA is beoordeeld wat de invloed van de werkzaamheden op de bomen zal zijn en welke maatregelen (indien nodig) getroffen moeten worden om de bomen duurzaam te kunnen behouden. Beschikbare informatie Voor deze BEA zijn de volgende bronnen en uitgangspunten gebruikt: Klicmelding met kenmerk 22G009810 Boomgegevens uit beheersysteem gemeente ‘s-Hertogenbosch; Door de opdrachtgever beschikbaar gestelde tekeningen; Functie of waarde van bomen De locatie van de onderzochte bomen in het projectgebied is onderdeel van de boomstructuur van de gemeente ’s-Hertogenbosch.
5
BD22003
1.2 Voorgenomen werkzaamheden In het plangebied gaan bovengrondse en ondergrondse herinrichtingen plaatsvinden. Bovengronds worden de rijbaan en het fietspad verlegd. Dit heeft gevolgen voor de ondergrondse groeiruimte voor de bomen. De impact van de voorgenomen werkzaamheden op de bovengrondse en ondergrondse situatie van de bomen wordt toegelicht aan de hand van de knelpunten. Het bovengrondse en ondergrondse onderzoek is erop gericht om deze knelpunten te onderzoeken. Op basis van de resultaten is een analyse gemaakt om de effecten van de voorgenomen werkzaamheden te bepalen., daarnaast worden waar mogelijk kansen benoemd om de situatie en kwaliteit van de bomen te verbeteren. Aanpassing ondergrondse groeiplaats| Knelpunt Het verkleinen van de ondergrondse groeiruimte heeft een negatief effect op de levensverwachting van de bomen. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden zal dicht rond de bomen gewerkt worden. Daarbij is de kans op (wortel)schade aanzienlijk. Aanpassingen rijbaan en trottoir| Knelpunt Voor de aanpassingen aan de rijbaan en het trottoir zullen graafwerkzaamheden moeten plaatsvinden. Daarnaast zullen de werkzaamheden dicht bij de bomen plaatsvinden. Daarom is er een verhoogd risico op (wortel)schade tijdens de werkzaamheden. Door het verleggen van de verharding krijgt een aantal bomen minder groeiruimte.
Knelpunten per optie Beide opties hebben gelijkwaardige knelpunten, echter de impact verschilt per optie in locatie en aantal bomen. In hoofdstuk 4 wordt dit toegelicht.
6
BD22003
2. Werkwijze 2.1 Werkwijze bovengrondse beoordeling Alle bomen in het gebied worden uitgebreid visueel beoordeeld op veiligheid, conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Hierbij is gebruik gemaakt van de VTA-methode. Met de VTA-methode (Mattheck & Breloer, The Body Language Of Trees, 1995) worden de visueel zichtbare gebreken van de boom beoordeeld. Er wordt gekeken naar afwijkingen aan stam, kroon en wortelaanlopen. Sommige van deze afwijkingen geven een indicatie van verminderde stabiliteit (gevaar voor windworp of stambreuk). Andere afwijkingen, bijvoorbeeld zwaar dood hout in de kroon, hebben een verhoogd risico op takbreuk tot gevolg. Tevens wordt aandacht besteed aan de conditie van de bomen. Bepalend voor de conditie is scheutlengte in de winter en knopzetting en in de zomer bladzetting. Conditiebepaling De conditiebepaling geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van een boom op een bepaald moment.
Bij de conditie worden, afhankelijk van het seizoen, de volgende conditiekenmerken beoordeeld: Blad/ knopbezetting Bladgrootte Transparantie van de kroon Kroonstructuur Takscheutlengte Hoeveelheid dode takken/ twijgen Aanwezigheid van groeistrepen op de bast Afhankelijk van de boomsoort, de leeftijd en de beschikbare hoeveelheid licht rond de boomkroon kan de aanwezigheid van enig dood hout als normaal worden beoordeeld. De conditiebepaling is conform Stadsbomen Vademecum deel 3A opgesteld, hierbij is de volgende indeling gehanteerd: goed, redelijk, matig, slecht & zeer slecht/dood. Deze classificatie kan worden gerelateerd aan de visuele beoordeling van Andreas Roloff. (Baumkronen, 2001) Op basis van de conditiebepaling en aanwezigheid van eventuele gebreken wordt bepaald wat de toekomstverwachting van de boom is. Voor toekomstverwachting wordt de volgende indeling gehanteerd; meer dan 15 jaar, 10 tot 15 jaar, 5 tot 10 jaar, 1 tot 5 jaar en < 1 jaar. Onderstaand worden de toekomstverwachting op basis van de conditie weergegeven. Op basis van aangetroffen gebreken kan deze toekomstverwachting negatief worden bijgesteld. Met toekomstverwachting wordt niet de levensverwachting bedoeld, dit is de theoretische eindleeftijd op basis van boomsoort en standplaats. De levensverwachting wordt voor een BEA niet bepaald.
Bomen met een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar kunnen in de praktijk vaak zonder belemmeringen hun theoretische eindleeftijd bereiken. Conditiebepaling Goed
Redelijk
Matig
Slecht
Zeer slecht/dood
Omschrijving De boom vertoont het beeld dat van de soort verwacht mag worden onder goede groeiomstandigheden en op een goede groeiplaats Niet-optimale groei, maar de minder optimale omstandigheden hebben nog geen duidelijk negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom Er is duidelijk sprake van negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom, zoals beginnende scheutsterfte in de buitenkroon. Het proces is echter nog omkeerbaar Duidelijk aftakelende boom, waarbij veelal sprake is van een ijle kroon met zware scheutsterfte resulterend in veel en soms zwaar dood hout de boom is op sterven na dood, danwel de boom is reeds afgestorven
Klasse Roloff
Klasse Roloff
Toekomstverwachting
0
gezond
> 15 jaar
1
verzwakt
> 15 jaar
2
sterk verminderd
10 tot 15 jaar 5 tot 10 jaar
3
afstervend
< 5 jaar
-
-
< 1 jaar
Tabel 2.1. Classificatie conditie in relatie tot toekomstverwachting
7
BD22003
De conditiebeoordeling doet geen uitspraak over de vitaliteit van de boom. De vitaliteit is de gezondheidstoestand van de boom over langere termijn en bepaalt het vermogen van een boom om stresssituaties te overleven. Dit kunnen bijvoorbeeld perioden van droogte of ernstige wortelbeschadiging zijn. Om de vitaliteit van een boom te kunnen bepalen dienen in de loop der jaren meerdere conditiebepalingen te worden gedaan. Wanneer een boom een toekomstverwachting heeft van minder dan 10 jaar dan wordt geadviseerd de boom niet in te passen op basis van de kwaliteit. Gebreken bomen Naast de conditiebepaling zijn tevens de gebreken van de bomen beoordeeld. In de meeste gevallen is er geen relatie tussen gebreken en conditie. Gebreken kunnen wel invloed hebben op de toekomstverwachting van bomen met een goede conditie. Gebreken kunnen bijvoorbeeld zijn: Slechte takaanhechtingen (plakoksels) Parasitaire schimmelaantastingen Scheuren in stam en/ of takken Holtes Dode takken Mechanische gebreken kunnen van invloed zijn op de stabiliteit van de gehele boom of breukvastheid van de kroon, stam en/ of takken. Zo kan een boom die is aangetast door een parasitaire schimmel omvallen of afbreken. Wanneer gebreken invloed hebben op de stabiliteit en/ of breukvastheid dan worden beheermaatregelen geadviseerd.
Wanneer visueel de veiligheidstoestand niet goed is vast te stellen dan wordt nader stabiliteitsonderzoek geadviseerd.
2.2 Werkwijze ondergronds onderzoek Naast de visuele boomcontrole zijn de bodemopbouw en het bewortelingspatroon van de relevante bomen onderzocht. Dit is gebeurd door het maken van proefsleuven en profielboringen ter plaatse van de knelpunten. Op basis van deze resultaten wordt de BEA Analyse uitgevoerd, waarmee de effecten van de voorgenomen werkzaamheden bepaald. Groeiplaatsonderzoek Op basis van grondboringen of profielsleuven wordt het bodemprofiel beschreven. Aspecten die per bodemlaag worden beschreven zijn de mate van beworteling, het vochtgehalte, eventuele roestverschijnselen, het organisch stofgehalte, de textuur, leemgehalte en de verdichting. De waardes zijn bepaald op basis van visuele waarnemingen. Bij de bodembeschrijving wordt gebruik gemaakt een visuele classificatie van het organische stofgehalte en de zandmediaan conform de indeling van de Stiboka en een vaste classificatie van het vochtpercentage. Organische stof
Naam
M50 tussen
Naam
0 - 1,5 %
Humusarm
50 en 105 µm
Uiterst fijn zand
1,5 - 2,5 %
Licht humeus
105 en 150 µm
Zeer fijn zand
2,5 - 5 %
Matig humeus
150 en 210 µm
Matig fijn zand
5-8%
Zeer humeus
210 en 420 µm
Matig grof zand
8 - 15 %
Humusrijk
420 en 2000 µm
Zeer grof zand
Tabel 2.2. Classificatie organische stof Bodemvocht
Beschrijving
Droog
Geen vocht waarneembaar
Licht vochtig
Weinig vocht, grond valt nog uiteen (veldcapaciteit)
Vochtig
Vocht blijft in grond bij knijpen
Nat
Vocht komt uit de grond bij knijpen (grondwater)
Tabel 2.4. Classificatie vochtgehalte
8
Tabel 2.3. Classificatie zandmediaan (Stiboka indeling)
BD22003
Locatie groeiplaatsonderzoek De locatie van de profielsleuven is gekozen aan de hand van mogelijke knelpunten bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden, bij beide opties.
Afbeelding 2.1 Tekening optie 1
Afbeelding 2.2 Tekening optie 2
Afbeelding 2.3 Tracé inzichtelijk optie 1
Afbeelding 2.4 Tracé inzichtelijk optie 1
9
BD22003
3. Resultaten Dit hoofdstuk bestaat uit de bovengrondse beoordeling en het ondergronds onderzoek. Daarnaast worden de knelpunten benoemd die invloed hebben op het duurzaam behoud van de bomen.
3.1 Bovengrondse Beoordeling (nulmeting) In de hiernavolgende sub-paragrafen worden de resultaten van de bovengrondse beoordeling weergegeven. De resultaten geven inzicht in de huidige situatie. In bijlage 3 is de uitgebreide inventarisatietabel met een overzicht weergegeven van de conditie, gebreken en toekomstverwachting per boom. Conditie en toekomstverwachting Van de 21 beoordeelde bomen zijn er 19 visueel beoordeeld als gezond, met een daarbij horende toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de conditie van alle bomen, met de daarbij behorende toekomstverwachting. Op afbeelding 3.2 is een overzicht weergegeven van de locatie en conditie van de bomen. Conditie
Toekomstverwachting
Aantal bomen
Goed
> 15 jaar
3
Redelijk
> 15 jaar
16
Matig
10 tot 15 jaar
0
Matig
5 tot 10 jaar
1
Slecht Zeer slecht/dood
1 tot 5 jaar
1
n.v.t.
n.v.t.
Totaal beoordeelde bomen Tabel 3.1. Resultaten conditie en toekomstverwachting
1
81647
Afbeelding 3.2 Conditie bomen in projectgebied
10
BD22003
21
Mechanische gebreken In totaal zijn er bij 21 bomen invloedrijke mechanische gebreken geconstateerd. Afhankelijk van het gebrek kan deze de veiligheid van de omgeving of de toekomstverwachting van de bomen beïnvloeden. In tabel 3.2 zijn de gebreken bij de individuele bomen weergegeven, die binnen 3 jaar een risico kunnen veroorzaken. Gebrek (Grof) dood hout Uitgescheurde/uitgebroken tak
Boomnummer 81621, 81622, 10242, 81492, 81494, 81616, 81611 80476, 10242
Holte stam
81646, 80476
Klank afwijking stam
10242
Tabel 3.3 Resultaten mechanische gebreken
3.2 Resultaten ondergronds onderzoek Bij deze BEA is ondergronds onderzoek verricht naar de bodemopbouw en de beworteling. De uitgewerkte profielen zijn opgenomen in bijlage 2. Hieronder is in afbeelding 3.7 een overzicht opgenomen van de locaties van de profielsleuven.
Afbeelding 3.7 Locatie profielsleuven
11
BD22003
4. Conclusie en Advies In het projectgebied gaan diverse werkzaamheden plaatsvinden die (mogelijk) invloed hebben op de bomen. Per onderdeel geven wij randvoorwaarden voor ontwerp en boombescherming. Er worden indien mogelijk alternatieven geboden voor het behoud van de bomen en een verbetering van de conditie en toekomstverwachting.
4.1 Eindoordeel effecten Op basis van de voorgenomen werkzaamheden en de veranderende toekomstverwachting zijn de effecten op de bomen inzichtelijk gemaakt en wordt een conclusie gegeven of de bomen in de nieuwe situatie ingepast kunnen worden en onder welke randvoorwaarden. Algemeen Binnen het projectgebied bevinden zich voornamelijk Populus nigra ‘Italica’, rond de 60 jaar, alle hebben een redelijk tot goede conditie. Deze volwassen bomen bevinden zich in de eindfase van de verwachte levensduur, en de onderhoudskosten om het risico voor de omgeving acceptabel te houden zullen naar verwachting in de aankomende jaren toenemen.
Optie 1
Afbeelding 4.1 Eindoordeel effecten Inpasbaarheid
Boomnummers
Aantal bomen
Ja
81647, 81624, 81498, 81616, 81621, 81622, 10242, 81492, 81609, 81650, 81491, 81611 en 81512
13
Ja, met aanpassing ontwerp
811615
1
Nee, op basis van ontwerp
81615, 81613, 81612, 81644, 81494 en 1
5
Nee, op basis van kwaliteit
80476 en 81646
2
Verplantbaar
1
1
Afbeelding 4.2 Inpasbaarheid
12
BD22003
Niet duurzaam te behouden bomen, op basis van kwaliteit Aan de hand van de bovengrondse beoordeling van de bomen wordt is bepaald wat de conditie en de levensverwachting van de bomen is. Voor 2 bomen is de toekomstverwachting minder dan 10 jaar, wij adviseren om deze bomen niet in te passen in de nieuwe situatie. De bomen hebben een slechte tot matige conditie, waardoor deze bij geringe (wortel)schade onvoldoende zullen herstellen. Als bomen op basis van de bovengrondse kwaliteit niet kunnen worden ingepast, zijn deze bomen bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Nee, op basis van kwaliteit. Deze bomen zijn rood gemarkeerd op afbeelding 4.1. Niet duurzaam te behouden bomen, op basis van het ontwerp Op basis van het ontwerp bij optie 1, kunnen 6 bomen niet behouden blijven, dit betreft bomen waarvoor het niet mogelijk is om het ontwerp aan te passen om deze te behouden. Deze bomen zijn bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Nee, op basis van ontwerp. Deze bomen zijn blauw gemarkeerd op afbeelding 4.1. Duurzaam te behouden bomen, met aanpassing van het ontwerp Op basis van het ontwerp bij optie 1, kan boomnummer 811615 niet worden ingepast omdat er onomkeerbare schade optreedt door de uit te voeren werkzaamheden rond deze boom, bijvoorbeeld door beschadiging van stabiliteitswortels of het verlies van wortelvolume.
Deze boom is van voldoende kwaliteit om te worden ingepast in het nieuwe ontwerp. Door aanpassingen in het ontwerp zoals het verplaatsen van de grenzen van bestrating kan deze boom toch behouden blijven, deze boom is bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Ja, met aanpassing ontwerp. Deze boom is groen gemarkeerd op afbeelding 4.1. Duurzaam te behouden 13 bomen hebben een toekomstverwachting van meer dan 10 jaar en kunnen zonder aanpassing van het ontwerp behouden blijven, mits de randvoorwaarden worden opgevolgd. Deze bomen zijn bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Ja. Deze bomen zijn groen gemarkeerd op afbeelding 4.1.
Optie 2
Afbeelding 4.2 Eindoordeel effecten
13
BD22003
Inpasbaarheid
Boomnummers
Aantal bomen
Ja
81650, 81609, 81494, 81644, 81612, 81613, 81615, 81616, 81498, 81624, 81647 81621, 81492 en 1
14
Ja, met aanpassing ontwerp
n.v.t.
n.v.t.
Nee, op basis van ontwerp
81622, 10242, 81491, 81611 en 81512
5
Nee, op basis van kwaliteit
80476 en 81646
2
Verplantbaar
81512
1
Tabel 4.2 Eindoordeel effecten Niet duurzaam te behouden bomen, op basis van kwaliteit Aan de hand van de bovengrondse beoordeling van de bomen is bepaald wat de conditie en de levensverwachting van de bomen is. Voor 2 bomen is de toekomstverwachting minder dan 10 jaar, wij adviseren om deze bomen niet in te passen in de nieuwe situatie. De bomen hebben een slechte tot matige conditie, waardoor deze bij geringe (wortel)schade onvoldoende zullen herstellen. Als bomen op basis van de bovengrondse kwaliteit niet kunnen worden ingepast, zijn deze bomen bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Nee, op basis van kwaliteit. Deze bomen zijn rood gemarkeerd op afbeelding 4.2. Niet duurzaam te behouden bomen, op basis van het ontwerp Op basis van het ontwerp bij optie 2, kunnen 5 bomen niet behouden blijven, dit betreft bomen waarvoor het niet mogelijk is om het ontwerp aan te passen om deze te behouden. Deze bomen zijn bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Nee, op basis van ontwerp. Deze bomen zijn blauw gemarkeerd op afbeelding 4.2. Duurzaam te behouden 14 bomen hebben een toekomstverwachting van meer dan 10 jaar en kunnen zonder aanpassing van het ontwerp behouden blijven, mits de randvoorwaarden worden opgevolgd. Deze bomen zijn bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Ja. Deze bomen zijn groen gemarkeerd op afbeelding 4.2.
4.2 Impact uitvoering Op basis van de voorgenomen werkzaamheden wordt er tijdens de uitvoering gewerkt binnen de kwetsbare boomzone, dit betreft de kroonprojectie plus 1,5 meter. Bij het werken binnen de kroonprojectie zijn de volgende risico’s aanwezig. In paragraaf 4.4 worden de randvoorwaarden voor boombescherming opgenomen om deze risico’s te beperken. Bronbemaling Bij de uitvoering van bovenstaande werkzaamheden kan het noodzakelijk zijn om de grondwaterstand te verlagen door middel van bronbemaling. Hierdoor kan de waterhuishouding van de bomen ernstig worden verstoord en kan door een langere periode zonder vocht onherstelbare schade ontstaat door het verdrogen van de boomwortels en de bladmassa. Bomen lopen dit risico in de periode april - september bij een uitvoeringsduur van meer dan 2 weken aaneengesloten. Transportbewegingen materieel en opslag materiaal onder de kroon Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt er mogelijk met materieel onder de boomkronen gereden en kan er materiaal onder de kroon worden opgeslagen. Dit heeft impact op de groeiplaats van de boom door druk op de ondergrond, dit kan ertoe leiden dat de ondergrond wordt verdicht. Door de verdichting is wortelgroei niet meer mogelijk en sterven haarwortels af. Deze processen zijn niet altijd direct zichtbaar en kunnen tot wel 5 jaar later leiden tot het afsterven van de boom.
Draaibereik van materieel Wanneer onder de boomkroon gewerkt wordt vanaf een wegcunet of op rijplaten kan de boom beschadigd raken door het draaien van de machine of bewegingen met de arm van een kraan. Door bast- en kroonschade kunnen invalspoorten ontstaan voor parasitaire houtaantasters en kan de sapstroom onderbroken worden, dit kan de dood van de boomt tot gevolg hebben of het langzaam afsterven van de boom inleiden.
14
BD22003
4.3 Kansen en knelpunten optie 1 Een aantal knelpunten zijn nader onderzocht doormiddel van ondergronds onderzoek. Voor deze knelpunten zijn de mogelijkheden tot behoud beoordeeld . Verkleinen ondergrondse groeiplaats Bij deze optie zullen de groeiplaatsen van boomnummers 81609, 81492 en 816216 worden verkleint. Hierdoor is er kans op negatieve effecten door de nieuwe inrichting. Daarnaast bestaat de kans dat de bomen, zowel bovengronds als ondergronds, tijdens de werkzaamheden beschadigd raken. Er worden in paragraaf 4.4 daarom algemene randvoorwaarden gesteld om dergelijke schades te beperken. Aanpassing van ontwerp door fietspad tegen de rijbaan te plaatsen Op de ontwerptekeningen staat het fietspad los getekend van de rijbaan om hem tussen twee bomen te leiden. Het advies is om het fietspad aangesloten aan de rijbaan te laten lopen. Voor het aantal in te passen bomen maakt dit niets uit maar de zichtlijn (groenstructuur) blijft hierdoor intact en de bomen blijven in een aangesloten groep in plaats van ‘gaten’ in de rij. Bij deze mogelijkheid zou boomnummer 811615 behouden blijven. Aanpassing maaiveld hoogte Bij deze optie zal er een aanpassing in de hoogte van het maaiveld moeten plaats vinden. Dit gaat om een mogelijke verhoging van 100 tot 150 centimeter. Ophogen binnen de wortelprojectie is van invloed op de beluchting, de vochtopname en het bodemleven.
Over het algemeen leidt ophoging tot wortelverstikking. Bij te veel wortelverlies kan de boom niet meer voldoende vocht en voedsel opnemen en verliest hij zijn stabiliteit. De wortels die de boom in de nieuwe bodemlaag vormt, zijn de eerste jaren zeker niet voldoende voor verankering (stadsbomen Vademecum 3B) Een ophoging van het bestaande maaiveld wordt door de meeste bomen niet of slecht verdragen (Handboek Bomen 2018). Bomen die in het projectgebied staan waar sprake is van ophoging of verlaging van de benoemde 100 tot 150 centimeter zijn niet inpasbaar. Invloed windbelasting Gemiddeld genomen is de wind richting in Nederland zuidwest. De verwachting is niet dat het verwijderen van enkele bomen dusdanige invloed zal hebben op de stabiliteit van de overige bomen dat hier aanvullend nader onderzoek naar moet worden gedaan.
4.4 Kansen en knelpunten optie 2 Aanpassing ondergrondse groeiplaats Bij deze optie zullen de groeiplaatsen van boomnummers; 81621, 81492, 816209 en 81650 worden verkleint. Hierdoor is er kans op negatieve effecten op de bomen door de nieuwe inrichting. Bij boomnummer: 81609 zijn 2 stabiliteitswortels waargenomen van dikte 13 cm op 150 cm van de stamvoet en 40 cm diepte. Op 250 cm van de stamvoet waren deze nog 7 cm dik. Deze kunnen op verantwoorde wijze worden verwijderd. Daarnaast bestaat de kans dat de bomen, zowel bovengronds als ondergronds, tijdens de werkzaamheden beschadigd raken. Er worden in hoofdstuk 4.5 daarom algemene randvoorwaarden gesteld om dergelijke schades te beperken. Invloed windbelasting Bij optie 2 is de meeste verandering in de windbelasting van de bomen te verwachten. Dit heeft eventueel invloed op de andere bomen binnen het project gebied. De verwachting is niet dat het verwijderen van enkele bomen dusdanige invloed zal hebben op de stabiliteit van de overige bomen dat hier aanvullend nader onderzoek naar moet worden gedaan.
4.5 Eindconclusie en Advies Er is vanuit boomtechnisch oogpunt geen voorkeur voor optie 1 of 2, beiden hebben minimale impact op de te handhaven bomen en het boombeeld voor de omgeving. Gezien de huidige leeftijd is ons advies om geen aanpassingen in het ontwerp door te voeren met als doel meer bomen in te passen.
15
BD22003
4.6 Randvoorwaarden boombescherming Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de volgende randvoorwaarden. Ter voorkoming van schade aan de boom of het wortelgestel.
16
Aanstellen onafhankelijk boomtoezichthouder die ETT (European Treetechnician) is gecertificeerd, met de volmacht tot nader order van de directie om de werkzaamheden stil te leggen. Wortels dikker dan 5 cm alleen haaks op de groeirichting afzagen, waarbij rafelige wonden dienen te worden voorkomen en onder toezicht van een ETW (European Treeworker) gecertificeerde boomverzorger. Aan de uitvoerende partijen wordt de poster “Werken rond Bomen” van Stadswerk (zie Bijlage 1) verstrekt en van toepassing verklaard in het bestek. De kwetsbare boomzone mag niet gebruikt worden voor opslag van materialen (ook geen depositie van vrijkomend grond). Binnen de kwetsbare boomzone mag niet gereden worden met zwaar materieel zoals rupskranen en minigravers. Is betreding van de kwetsbare boomzone met zwaar materiaal onvermijdelijk, dan alleen met gebruik van druk verdelende platen voor de duur van max. 2 weken. De bomen staan binnen het draaibereik van graafmachines, hiervoor adviseren wij ter voorkoming van schade om de stam te ommantelen met planken met daartussen een drainbuis. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een toolbox te worden georganiseerd voor alle leidinggevende en operationele medewerkers inclusief inhuur op het project, waarbij het werken binnen de kroonprojectie wordt behandeld door een ETT-er.
Snoeien aan bomen mag alleen na goedkeuring van de boomeigenaar/-beheerder worden uitgevoerd door een gecertificeerd ETW (European Tree Worker) boomverzorger. Dit geldt ook wanneer er sprake is van een minimale snoeiingreep zoals een gebroken of beschadigde tak. Bodembewerkingen binnen de kwetsbare zone mogen niet onder (te) natte (verzadigde) of bevroren bodemomstandigheden worden uitgevoerd.
BD22003
Bijlagen Bijlage 1
17
BD22003
Bomenposter werken rond bomen
Bijlage 2 4.6.1
Bodemprofielen
Bodemprofiel 1
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel
In gazon – 150 centimeter vanuit de stamvoet van boom 81612 0 - 10 centimeter Graszoden. 10 - 60 centimeter Matig humeus, matig fijn zand, bruin, vochtig.
Opmerkingen
Op 60 centimeter een betonplaat/buis aangetroffen. Bij dit bodemprofiel zijn wegens een technisch mankement geen foto’s bijgevoegd. 0 – 20 centimeter Intensieve opname- en haarwortels aangetroffen van maximaal 0,2 centimeter Ø. 20 - 60 centimeter Een matig intensieve beworteling aangetroffen van opnamewortels met maximaal 3 centimeter Ø.
Beworteling
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Bodemprofiel 1
4.6.2
Bodemprofiel 2
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel
In gazon – 100 centimeter vanuit de stamvoet van boom 81612 0 - 10 centimeter Graszoden. 10 - 75 centimeter Matig humeus, matig fijn zand, bruin, vochtig.
Opmerkingen Beworteling
Op 60 centimeter een betonplaat/puin aangetroffen 0 - 60 centimeter Extensieve haarwortels 0,3 cm Ø.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Bodemprofiel 2
Afbeelding B2-1
18
BD22003
Afbeelding B2-2
4.6.3
Bodemprofiel 3
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel
In gazon – 100 centimeter vanuit de stamvoet van boom 81615 0 - 10 centimeter Graszoden 10 - 60 centimeter Matig humeus, matig fijn zand, bruin, vochtig.
Opmerkingen Beworteling
Vanaf 60 centimeter puin aangetroffen. 0 - 20 centimeter Intensieve haarwortels 0,3 cm Ø. 20 - 30 centimeter Enkele wortels met een Ø van 3 centimeter aangetroffen. 30- 60 centimeter Extensieve haarwortels. In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Grondwater Bodemprofiel 3
Afbeelding B2-3
Afbeelding B2-4
Afbeelding B2-5
Afbeelding B2-6
19
BD22003
4.6.4
Bodemprofiel 4
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel
In gazon – 100 centimeter vanuit de stamvoet van boom 81492 0 - 10 centimeter Graszoden. 10 - 50 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, bruin, vochtig.
Opmerkingen Beworteling
Vanaf 50 centimeter puin aangetroffen. 10 - 40 centimeter Intensieve haarwortels 0,3 cm Ø en enkele wortels van 2 cm Ø aangetroffen. 40 - 50 centimeter Extensieve haarwortels. In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Grondwater Bodemprofiel 4
Afbeelding B2-7
Afbeelding B2-8
Afbeelding B2-9
Afbeelding B2-10
20
BD22003
4.6.5
Bodemprofiel 5
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel
In gazon – 140 centimeter vanuit de stamvoet van boom 81609 0 - 10 centimeter Graszoden. 10 - 60 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, bruin, vochtig.
Opmerkingen
Vanaf 60 centimeter puin aangetroffen.
Beworteling
10 - 30 centimeter Matig intensieve haarwortels 0,3 cm Ø. 40 centimeter 2 stabiliteitswortels van 13 cm Ø aangetroffen. De aangetroffen stabiliteitswortel 1 meter verder ook vrijgegraven, dus op 240 centimeter van de stamvoet. Daar was de Ø 7 centimeter. In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Grondwater Bodemprofiel 5
Afbeelding B2-11
Afbeelding B2-12
Afbeelding B2-13
Afbeelding B2-14
21
BD22003
4.6.6
Bodemprofiel 6
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel
In gazon – 100 centimeter vanuit de stamvoet van boom 81609 0 - 10 centimeter Graszoden. 10 - 50 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, bruin, vochtig.
Opmerkingen Beworteling
Vanaf 50 centimeter puin aangetroffen. 10 - 50 centimeter Matig intensieve haarwortels 0,3 cm Ø, op 40 cm diepte 3 stabiliteitswortels van 5 tot 7 cm Ø . De aangetroffen stabiliteitswortel 1 meter verder ook vrijgegraven, dus op 200 centimeter van de stamvoet. Daar was de Ø 3 centimeter. In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Grondwater Bodemprofiel 6
Afbeelding B2-15
Afbeelding B2-16
Afbeelding B2-17
Afbeelding B2-18
22
BD22003
4.6.7
Bodemprofiel 7
Locatie profiel Opbouw bodemprofiel
In gazon – 200 centimeter vanuit de stamvoet van boom 81611 0 - 10 centimeter Graszoden. 10 - 70 centimeter Licht humeus, matig fijn zand, bruin, vochtig.
Opmerkingen Beworteling
Vanaf 70 centimeter puin aangetroffen. 10 - 70 centimeter Matig extensieve haarwortels 0,2 cm Ø. In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Grondwater Bodemprofiel 7
Afbeelding B2-19
23
BD22003
Afbeelding B2-20
Bijlage 3
Boomgegevens
Bezoekadres: De Waal 18 5684 PH Best Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584
Aanpassing Diezebrug ’s-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
Datum Referentie
8 augustus 2022 08820-56386-01
Referentie Rapporttitel Datum
Opdrachtgever
Contactpersoon
Behandeld door
08820-56386-01 Aanpassing Diezebrug ’s-Hertogenbosch; deelrapportage quickscan akoestisch onderzoek 8 augustus 20222
Gemeente ’s-Hertogenbosch Afdeling Leefomgeving Postbus 12345 5200 GZ 'S-HERTOGENBOSCH De heer B. Janssen
De heer ing. T.H.A.M. Taris Cauberg Huygen B.V. Bezoekadres: De Waal 18 5684 PH Best Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam Telefoon 088-5152505
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3
Plangebied Doel Leeswijzer
5 6 7
2
Wettelijk kader
8
2.1 2.2 2.3
Algemeen Reconstructie (Wgh) Situatie Diezebrug bij Orthenseweg
8 10 11
3
Uitgangspunten
12
3.1 3.2 3.2.1 3.3 3.4 3.4.1 3.4.2 3.5
Planinformatie en onderzoeken Eerder vastgestelde hogere waarden Besluiten De invloed van gevelstructuurcorrecties inzichtelijk van loggia en balkon Gegevensbestanden Verkeersgegevens Wettelijke snelheden en wegdekverharding Rekenmethode en geluidsmodellering
12 13 13 14 14 15 15 16
4
Resultaten Orthenseweg (de Diezebrug)
18
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Cluster 1, appartementen Orthenseweg 2-4 Cluster 2, Citadellaan Cluster 3, Werfpad Cluster 4, Baashaven Cluster 5, Het woonbestemmingsterrein Havendijk 13-18 Cluster 6, Brugplein
18 20 21 22 23 24
5
Conclusie
25
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 3
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III
Ontwerptekeningen en Verkeersgegevens 2022 en 2033 Invoergegevens rekenmodel Resultaten
Bijlage III-1 Bijlage III-2 Bijlage III-3 Bijlage III-4 Bijlage III-5 Bijlage III-6 Bijlage III-7
De waarden van de geluidbelastingen vanwege verkeer op 30km/uur en de 50km/uur Cluster appartement Orthenseweg 2-4 Cluster Citadellaan Cluster Werfpad Cluster Baashaven Cluster Terrein Havendijk 13-18 Cluster Brugplein
Bijlage IV Bijlage V
Beschikking Orthenseweg 2-4 Correctiewaarden voor loggia’s en balkons conform de eerder verleende hogere waarden Orthenseweg 2-4 Rekenresultaten Geomilieu huidig en toekomst per cluster
Bijlage VI
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 4
1
Inleiding
In opdracht van de gemeente ’s-Hertogenbosch heeft Cauberg Huygen BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het fysiek wijzigen van de Orthenseweg. De Orthenseweg gaat via een brug over de Dieze. In de toekomstige situatie wordt de Diezebrug in noordwestelijke richting verschoven. De brug is gepland om opgeleverd te worden in 2023. De Diezebrug maakt deel uit van de noord-zuid verbinding kruising Orthenseweg - Vogelstraat/Citadellaan en het Brugplein voor auto-, fiets- en voetverkeer. Naast het feit dat de brug fysiek wordt gewijzigd is er tevens sprake van een wijziging van het maximumsnelheidsregime naar 30 km/uur. Hoewel er sprake is van een fysieke wijziging zal er strikt genomen geen reconstructieonderzoek noodzakelijk zijn, een weg waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt kent immer geen geluidzone conform de Wet geluidhinder en is om die reden uitgesloten van toetsing. Echter kan de wijziging wel een rol in de ruimtelijke afweging spelen. Het bevoegd gezag heeft in voorliggende situatie de vrijheid om het onderzoek meer kwalitatief in te steken en toe te spitsen op de concrete situatie ter plaatse van enkele relevante geluidgevoelige bestemmingen. 1.1
Plangebied
De voorziene verschuiving van de Diezebrug betreft een fysieke wijziging aan de weg. Bijgevolg dient in het kader van de ruimtelijke motivatie een akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder uitgevoerd te worden, waarin onderzocht wordt of sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. In figuur 1.1 en figuur 1.2 zijn de plattegronden (Diezebrug bestaand) en een impressie (Diezebrug Toekomstig) weergegeven. In bijlage I zijn de ontwerptekeningen toegevoegd.
Figuur 1.1:
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
Bestaande situatie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 5
Figuur 1.2:
1.2
Nieuwe Diezebrug
Doel
Op basis van de tekeningen van de bestaande en toekomstige situatie moet er onderzoek plaatsvinden ten aanzien van de relevante gebieden met woningen. De toetsing en de beoordeling wordt in de Wet geluidhinder (Wgh) aangeduid. Ten behoeve van het onderzoek zijn twee akoestische rekenmodellen opgesteld: één voor de situatie één jaar voor aanvang van de reconstructiewerkzaamheden en één voor de situatie 10 jaar na voltooiing van de reconstructiewerkzaamheden. De beide rekenmodellen worden gebaseerd op Standaardrekenmethode 2 uit bijlage III van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. De effecten van de beoogde ontwikkeling op wegverkeerslawaai zijn berekend en geanalyseerd. In het onderzoek worden de toekomstige geluidbelastingen (10 jaar na voltooiing reconstructie) beoordeeld ten opzichte van de zogenaamde grenswaarde. De grenswaarde is de laagste waarde van: 1. 2.
De zogenaamde heersende geluidbelasting, geldend 1 jaar vóór reconstructie. Eventueel eerder vastgestelde hogere waarden.
Er is sprake van reconstructie bij een geconstateerde toename van 2 dB of meer ten opzichte van de grenswaarde. Indien een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder wordt geconstateerd, zullen geluidbeperkende maatregelen aan de bron of aan het overdrachtsgebied worden overwogen.
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 6
Indien de geluidmaatregelen niet doelmatig zijn of om andere redenen niet realistisch zijn kan de gemeente hogere waarden vaststellen. Aan het vaststellen van hogere waarden zit de verplichting vast om onderzoek te verrichten van de gevelgeluidwering van woningen1. Voorwaarde voor de aan te vragen hogere waarden, is dat de toename ten opzichte van de grenswaarde niet meer dan 5 dB bedraagt (onafgerond niet meer dan 5,50 dB). 1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is het van toepassing zijnde wettelijk kader beknopt toegelicht. De uitgangspunten en de werkwijze zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 gaat in op de resultaten van diverse clusters langs geluidszone. In hoofdstuk 5 worden conclusies toegelicht.
1
Het onderzoek naar de geluidwerende kwaliteit van de gevels maakt geen onderdeel uit van dit onderzoek.
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 7
2
Wettelijk kader
2.1
Algemeen
De Wet geluidhinder stelt dat onderzoek naar de geluidsuitstraling van alle wegen dient te worden gedaan, met uitzondering van woonerven en wegen die zijn opgenomen in een 30 km-zone. Elke weg heeft een geluidszone die afhankelijk is van het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Het stedelijk gebied wordt in de Wgh gedefinieerd als “het gebied binnen de bebouwde kom”. Indien geluidsgevoelige bestemmingen zijn gelegen binnen de zone conform de Wet geluidhinder, moet de optredende geluidsbelasting ter plaatse van deze bestemmingen worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Zie ook tabel 2.1. Tabel 2.1:
Geluidszones wegverkeer Aantal rijstroken
Geluidszone* Binnenstedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
200 meter
250 meter
3 of 4
350 meter
400 meter
5 of meer
350 meter
600 meter
1 of 2
*dit betreft alleen de breedte van de zone aan weerzijde van de weg gemeten vanaf de buitenste streep van de buitenste rijstroken. De weg zelf hoort ook bij de zone.
In artikel 75 Wgh is geregeld dat het breedste zonedeel van een weg, bij een overgang tussen weggedeelten met verschillende zonebreedte, over een afstand van een derde van de breedte nog langs de wegas doorloopt. Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg, zoals aangegeven in figuur 2.1.
Figuur 2.1 :
Bepaling onderzoeksgebied (“d” staat voor de zonebreedte van de weg)
Het onderzoeksgebied wordt dus begrensd door de wijziging van de weg. Het onderzoeksgebied loopt dan voorbij de begrenzing van de fysieke wijzigingen aan de weg nog door met ⅓ van de breedte van de geluidszone. In figuur 2.2 is het onderzoeksgebied voor de wegvakken “Diezebrug en Orthenseweg” aangegeven. Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 8
Figuur 2.2:
Het onderzoeksgebied van het wegvak “Diezebrug en Orthenseweg ” in het groen, Orthenseweg in het rood
‘Indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de reconstructie van een weg zal leiden tot een toename van de geluidsbelasting van 2 dB of meer vanwege andere wegen dan de te reconstrueren weg of -als een weg gedeeltelijk wordt gereconstrueerd- vanwege de niet te reconstrueren gedeelten daarvan, heeft het in het eerste lid bedoelde onderzoek tevens betrekking op die andere wegen of de niet te reconstrueren gedeelten van de betrokken weg’. In artikel 110g van de Wgh is geregeld dat de Minister mag bepalen dat een aantal decibels van gemeten of berekende gevelbelasting t.g.v. wegverkeerslawaai wordt afgetrokken, alvorens wordt getoetst aan de wettelijke grenswaarde. De achterliggende gedachte is dat door technische ontwikkelingen en het aanscherpen van de typekeuringseisen van motorvoertuigen, deze in de toekomst stiller zullen worden. De aftrek mag maximaal 5 dB bedragen. Nadere precisering hiervan is opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Voor wegen waar 70 km/uur of harder gereden mag worden is de aftrek 2 dB en voor de overige wegen 5 dB. In de Wgh is opgenomen dat de geluidbelasting per afzonderlijke weg bepaald dient te worden. In de meeste gevallen is het duidelijk welke wegvakken als één weg moeten worden gezien. In meer complexe situaties is de definitie niet voldoende om een eenduidige wegindeling te maken.
Doorgaande wegen die halverwege enkel van naam veranderen, maar over dezelfde verkeersintensiteiten en wegkarakteristieken blijven beschikken vanuit logisch oogpunt als één weg beschouwd moeten worden. In artikel 82 tot en met 85 van de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Er geldt voor wegverkeerslawaai een voorkeursgrenswaarde van 48 dB, die in principe niet mag worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden mag de geluidsbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Deze overschrijding is, Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 9
afhankelijk van de situatie, gelimiteerd en voor een hogere waarde dient een hogere waarde besluit te worden genomen. 2.2
Reconstructie (Wgh)
Indien fysieke wijzigingen plaatsvinden aan een bestaande weg dient onderzocht te worden of deze leiden tot een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Dit begrip voor reconstructie van een weg is in artikel 1 van de Wet als volgt gedefinieerd: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder a, en artikel 77, derde lid, blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van artikel 100 dan wel het bepaalde krachtens artikel 100b, aanhef en onder a, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd;
In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is bepaald hoe afronding van geluidsbelastingen dient plaats te vinden. De geluidsbelastingen worden in principe berekend op twee cijfers achter de komma. Vervolgens wordt er afgerond volgens de reguliere ISO-afrondingsregels. Dit houdt in dat afgerond wordt naar het dichtstbijzijnde gehele getal: 1,49 dB wordt afgerond naar 1 dB en 1,50 dB wordt afgerond naar 2 dB. Onder fysieke wijziging van een weg wordt niet verstaan het verlagen van de snelheid of het vervangen van een wegdekverharding door een verharding met dezelfde of een grotere geluidreducerende werking. Tevens mag in gevallen waarin bestaande geluidsgevoelige bestemmingen tussen het oude en het nieuwe tracé in komen te liggen, niet als reconstructie beschouwd worden. In dit geval is sprake van een nieuwe situatie. De toets of sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder gebeurt aan de hand van de toetswaarde en de te verwachten toekomstige geluidsbelasting. 1. Onder de toetswaarde wordt verstaan de laagste van: de geluidsbelasting één jaar voor de fysieke ingreep, of de eerder vastgestelde waarde. 2. De toekomstige geluidsbelasting wordt bepaald aan de hand van het akoestisch maatgevende jaar na openstelling van de weg zonder aanvullende geluidmaatregelen. Hiervoor wordt het tiende jaar na gereedkomen van de reconstructie gehanteerd.
Wanneer sprake blijkt van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder, dient nader onderzoek te worden verricht naar het effect van maatregelen en treedt een regime van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting en uiterste grenswaarde in werking als bedoeld in artikel 100a. ‒
‒
De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in het geval geen sprake is van sanering of een eerder vastgestelde hogere grenswaarde bedraagt evenveel als de heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting tot 48 dB te allen tijde toelaatbaar wordt geacht. De uiterste grenswaarde bedraagt maximaal 5 dB meer dan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 10
2.3
Situatie Diezebrug bij Orthenseweg
De Orthenseweg verbindt het gebied Baashaven met de noordelijk gelegen Citadellaan. In de toekomst wordt de Orthenseweg verlegd, via de nieuwe Diezebrug. De nieuwe weg zal uitgevoerd worden als een 30 km weg met een asfaltering (SMA NL05) tot aan het tunneltje. De bestaande delen van de Orthenseweg, die in de toekomstige situatie niet uitgevoerd worden als 30km/uur zone, betreft een binnenstedelijke weg met meer dan twee rijstroken en een zonebreedte van 350 meter. Door de aanleg van de nieuwe Diezebrug wordt de ligging van de Orthenseweg tot aan het tunneltje van het Werfpad en het Brugplein gewijzigd. Er zijn geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de weg waar de fysieke wijziging plaatsvindt. In het kader van de Wet Geluidhinder dient een akoestisch onderzoek te worden gedaan om te beoordelen of er sprake is van reconstructie.
In artikel 99 van de Wgh zijn het besluit tot reconstructie opgenomen, tevens het artikel 99.2 van de Wgh: Indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de reconstructie van een weg zal leiden tot een toename van de geluidsbelasting van 2 dB of meer vanwege andere wegen dan de te reconstrueren weg of – als een weg gedeeltelijk wordt gereconstrueerd – vanwege de niet te reconstrueren gedeelten daarvan, heeft het in het eerste lid bedoelde onderzoek tevens betrekking op die andere wegen of de niet te reconstrueren gedeelten van de betrokken weg. In artikel 99.2 Wgh is geregeld dat ten gevolge van de aanleg van de nieuwe wegen alsmede de fysieke wijzigingen aan bestaande wegen wijzigingen kunnen optreden in de verkeersstromen in de omgeving van het projectgebied die geen deel uitmaken van het te reconstrueren onderliggend wegennet. Gevolg : de Wet ruimtelijke ordening regelt een zorgvuldige milieuhygiënische afweging bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het aspect geluid maakt deel uit van deze afweging. Ook situaties die niet onder de Wet geluidhinder vallen, dienen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening bij de milieuhygiënische afweging betrokken te worden. Uit jurisprudentie blijkt dan ook bijvoorbeeld dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging moet worden gemaakt over het geluid van 30 km/u wegen.
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 11
3 3.1
Uitgangspunten Planinformatie en onderzoeken
De nieuwe brug biedt de weggebruiker een overgang over de rivier de Dieze. De stedenbouwkundige visie van gemeente ‘s-Hertogenbosch gaat uit van vrij uitzicht vanaf het brugdek. Dit uitgangspunt heeft veel invloed op de brugconstructie, omdat hier een aantal constructies mee worden uitgesloten. Op het brugdek is de rijbaan voor autoverkeer centraal geplaatst, de fiets- en voetpaden zijn aan beide zijde van de rijbaan geplaatst. Bovendekse constructies zoals een vakwerk, boog of pyloon zijn niet wenselijk. Een ander uitgangspunt is dat de brug vanaf de kruising Orthenseweg- Vogelstraat/Citadellaan gericht is op het monumentale gebouw van de ijzergieterij aan de zuidzijde van de Dieze. Op de brug rijdend van noord naar zuid kijkt de gebruiker uit op de ijzergieterij, ook zie de figuur 3.1. In bijlage I zijn de ontwerptekeningen toegevoegd.
Figuur 3.1:
Tekening van de nieuwe situatie (bron: milieu- en waterbeleid │ afdeling Leefomgeving │ gemeente ’s-Hertogenbosch)
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 12
Opstellen grenswaarden (situatie 2022 vóór reconstructie): De grenswaarden van de woningen of andere geluidgevoelige gebouwen zullen worden bepaald (de laagste van de geluidbelastingen voor de situatie vóór reconstructiewerkzaamheden of de voor de woningen eventueel eerder vastgestelde hogere waarden). Toetsing reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder (situatie 2033 na reconstructie): Op grond van de geluidbelastingen geldend 10 jaar na reconstructiewerkzaamheden en de grenswaarden wordt vastgesteld of sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. De toe- of afnames worden beoordeeld voor de woningen en andere geluidgevoelige gebouwen die binnen de zone van de daadwerkelijke reconstructie zijn gelegen. Afweging geluidbeperkende maatregelen Bij constatering van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder zullen geluidbeperkende maatregelen aan de bron en in het overdrachtsgebied worden overwogen waarmee wordt voldaan aan de grenswaarden. 3.2
Eerder vastgestelde hogere waarden
Voor de locatie aan de Orthenseweg 2 – 4 heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch in een eerder stadium hogere waarden afgegeven vanwege de transformatie van kantoorgebouw naar appartementengebouw. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt overschreden waardoor een hogere grenswaarde nodig is. De locatie waar de hogere grenswaarde geluid voor wordt afgegeven, is kadastraal bekend als: ’s-Hertogenbosch, sectie A nummer 1117.
Figuur 3.2:
3.2.1
Locatie Orthenseweg 2 – 4 (Bron: Beschikking Orthenseweg.docx)
Besluiten
In bijlage IV is in Beschikking Orthenseweg met de hogere grenswaarde toegevoegd. In onderstaande tabel 3.1 zijn de hogere waarden weergegeven.
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 13
Tabel 3.1:
Vastgestelde hogere waarde Appartement/woning
Geluidbelastingen in dB* Aantal Appartementen
Hogere waarde
Geluidluwe
gevel
noodzakelijk 1.01, 102, 1.14, 2.01, 2.02, 2.03, 3.01,
12
56
nee
3.02, 3.03, 4.01, 4.02, 4.14, 1.03, 104, 3.15, 4.03, 5.01, 5.02, 5.03
7
55
nee
1.05, 1.06, 2.04, 2.11, 2.12, 2.13, 2.14.
18
57
nee
11
59
Ja
22
58
Nee
3.04, 3.11, 3.12, 3.13, 3.14, 4.04, 4.11, 4.12, 4.13, 5.04, 5.13 1.07, 1.08, 1.09, 1.10, 1.11, 5.06, 5.07, 5.08, 5.09, 5.10, 5.11 1.12, 1.13, 2.05, 2.06, 2.07, 2.08, 2.09, 2.10, 3.05, 3.06, 3.07, 3.08, 3.09, 3.10, 4.05, 4.06, 4.07, 4.08, 4.09, 4.10, 5.05, 5.12 1.15, 3.16, 4.16, 5.15
4
53
Nee
1.16
1
50
Nee
2.15, 4.15, 5.14
3
54
Nee
2.16, 5.16
2
52
Nee
3.17, 3.18, 4.17, 4.18
4
49
Nee
* na aftrek conform artikel 110g Wgh
3.3
De invloed van gevelstructuurcorrecties inzichtelijk van loggia en balkon
Loggia’s en balkons hebben een afschermende werking, deze afscherming kan rekenkundig worden meegenomen door middel van een gevelstructuurcorrectie. In het akoestisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan de vaststelling hogere grenswaarde voor de transformatiewoningen aan de Orthenseweg 2-4 is rekening gehouden met een gevelstructuurcorrectie, zie rapport “Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Transformatie kantoorpand naar woningen Orthenseweg 2-4 ’s-Hertogenbosch” d.d. 28 mei 2019 met kenmerk: 20170677/v05. Deze gevelstructuurcorrectie varieert van 2 dB tot 4 dB. In bijlage V zijn eerder berekende geluidbelastingen inclusief gevelstructuurcorrectie conform rapport 20170677/v05 weergegeven. In voorliggend onderzoek is deze gevelstructuurcorrectie ook meegenomen. In bijlage III-2 is aangegeven voor welke appartementen een gevelstructuurcorrectie is toegepast weergegeven. 3.4
Gegevensbestanden
De voor het project gehanteerde ruimtelijke gegevens zijn afgeleid of afkomstig van de volgende documentatie: “DBS.09_Diezebrug_Beeldkwaliteitskader_10HD.pdf” d.d. 24 januari 2022. Voor de hoogte van het maaiveld is uitgegaan van het Actuele Hoogtebestand Nederland (AHN3). Deze digitale hoogtekaart bevat gedetailleerde en precieze hoogtegegevens van het maaiveld in Nederland. De geluidsgevoelige bestemmingen zijn ingevoerd op basis van digitale veldinventarisatie. Hiervoor is de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) van mei 2021 gehanteerd in combinatie met Google Earth Streetview. Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 14
De gebouwgegevens (x,y,z-coördinaten) van de bestaande bebouwing zijn afkomstig uit BAG 3D (2020) en vervolgens gecontroleerd en aangevuld aan de hand van Google Earth Streetview. Voor het bepalen van absorberende en reflecterende bodemgebieden is gebruik gemaakt van de BGT (mei 2021). De BGT is het digitale topografische basisbestand van het Kadaster, en is opgebouwd uit verschillende topografische elementen, zoals wegdelen, waterdelen, onbegroeid deelterrein en andersoortige bodemgebieden. 3.4.1
Verkeersgegevens
Voor toetsing aan de normen uit de Wet geluidhinder dient te worden uitgegaan van de situatie in het toekomstige maatgevende jaar. In onderhavig project is toetsjaar 2033 gekozen, zijnde tien jaar na gereedkomen van de aanpassing van de weg. De heersende geluidsbelasting is bepaald voor het jaar 2022 het basisjaar van het verkeersmodel. De verkeergegevens (intensiteit en verdeling van het verkeer) zijn aangereikt door de gemeente ’s-Hertogenbosch en de cijfers komen uit het prognosemodel BBMA 2018. De verkeersverdeling is in een milieushapes-bestand aangereikt. De aangeleverde gegevens betreffen de etmaalintensiteiten van gemeente ’s-Hertogenbosch. In bijlage I zijn de verkeersgegevens van voorliggende rapportage van Intensiteiten toegevoegd. Om te komen tot het gewenste zichtjaar ‘2033’ is doorgeteld vanaf 2030. De gemeente hanteert hierbij 0,5% groei per jaar vanaf 2030. 3.4.2
Wettelijke snelheden en wegdekverharding
Voor geluidonderzoek zijn ook de wettelijke snelheden en wegdekverhardingen noodzakelijk. Deze gegevens kunnen niet uit het verkeersmodel worden gehaald, maar zijn separaat door de gemeente aangeleverd. In bijlage I zijn de verkeersgegevens toegevoegd (inclusief plot met ligging van de desbetreffende wegvakken). Voor de relevante wegen zijn de etmaalintensiteiten 2022 in tabel 3.2 en de etmaalintensiteiten 2033 in tabel 3.3 opgenomen. Tabel 3.2:
Intensiteiten voor het toetsjaar 2022
Weg
Rijsnelheid [km/u]
Wegdektype
Intensiteiten 2022 (etmaal)
Orthenseweg (incl. Diezebrug)
50
DAB
19400
Brugstraat
50
DAB
18300
Boschdijkstraat
50
DAB
7400
Havenbrug
50
DAB
1600
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 15
Tabel 3.3:
Intensiteiten voor het toetsjaar 2033
Weg
Rijsnelheid [km/u]
Wegdektype
Intensiteiten 2033 (etmaal)
Orthenseweg (incl.
30/50
SMA-NL05/ Element in
18760
Brugstraat
30
DAB
15660
Boschdijkstraat
30
DAB
10180
Havenbrug
50
DAB
1490
Diezebrug)
3.5
keperverband op de nieuwe brug
Rekenmethode en geluidsmodellering
De berekeningen van wegverkeerslawaai zijn uitgevoerd conform de uitgebreide standaard rekenmethode II uit bijlage 3 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Voor de berekeningen is het rekenprogramma Geomilieu versie 2020.2 gebruikt. De geluidsbelasting is invallend bepaald ter hoogte van de gevels van de geluidsgevoelige bestemmingen per verdieping (waarneemhoogte). Op de gevel ter plaatse van elk gebouw zijn toetspunten gelegd. De 3D-visualisatie van het model verkeerslawaai is weergegeven in onderstaande figuur 3.3 en figuur 3.4. In bijlage II zijn de invoergegevens van de geluidmodellen toegevoegd.
Figuur 3.3:
3D-visualisatie van het rekenmodel 2033 (Aanzicht vanuit oostelijke richting)
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 16
Figuur 3.4:
3D-visualisatie van het rekenmodel 2033 (Aanzicht vanuit westelijke richting)
De standaard bodemfactor is gesteld op 1,0 (absorberend). Afwijkingen hiervan zijn door middel van bodemgebieden gedefinieerd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij water en wegen (bodemfactor 0,0 – akoestisch hard).
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 17
4
Resultaten Orthenseweg (de Diezebrug)
4.1
Cluster 1, appartementen Orthenseweg 2-4
In totaal zijn er 30 woningen waarbij er sprake is van een reconstructiesituatie als gevolg van de beoogde wijzigingen van de Orthenseweg zonder de toepassing van een gevelstructuurcorrectie. In tabel 4.1a zijn de geluidbelastingen weergegeven voor de woningen waar sprake is van reconstructie zonder correctie voor de gevelstructuur.
Figuur 4.1:
De ligging van cluster “appartementen Orthenseweg 2-4” en overzicht van de doorgerekende toetspunten
Tabel 4.1a: Woningen waarbij sprake is van reconstructie zonder gevelstructuurcorrectie; geluidbelasting Orthenseweg Geluidbelastingen in dB in situatie 2033* 51 53 54 55 56 57 59 60 61 Aantal woningen (30x)
0
0
0
0
0
0
0
0
6
62 24
De Orthenseweg kent in het nieuwe ontwerp zowel een 30 km/u als 50 km/u wegvak. Zoals eerder aangegeven valt het 30km gedeelte strikt genomen niet onder het regime van de Wet geluidhinder maar is dit betreffende wegvak wel meegenomen in de beschouwing in het kader van de goede ruimtelijke ordening.
Aanpassing Diezebrug 's-Hertogenbosch; akoestisch onderzoek reconstructie
08820-56386-01 8 augustus 2022 Pagina 18
Inclusief gevelstructuurcorrectie In onderstaande tabel 4.1b is de geluidbelasting weergegeven voor de situatie waarbij rekening is gehouden met gevelstructuurcorrectie (2 dB of 4 dB). Deze gevelstructuurcorrectie is overgenomen uit het akoestisch onderzoeksrapport dat ten grondslag heeft gelegen aan de verleende hogere grenswaarden. Tabel 4.1b: Woningen waarbij sprake is van reconstructie; geluidbelasting Orthenseweg incl. gevelstructuurcorrectie 2 dB of 4 dB Geluidbelastingen in dB in situatie 2033 53 54 55 56 57 59 60 61 62 Aantal woningen (0x)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
In bijlage III zijn de uitgebreide rekenresultaten in tabelvorm toegevoegd. Uit de berekeningsresultaten zonder gevelstructuurcorrectie blijkt dat ten gevolge van de wijzigingen aan de Orthenseweg, ter plaatse van de woningen binnen het onderzoeksgebied, de toename maximaal 4,66 dB bedraagt in vergelijking met de eerder verleende hogere grenswaarden van de beschikking geluid Orthenseweg 2-4 te ’s-Hertogenbosch. Inclusief gevelstructuurcorrectie is de toename maximaal 1,35dB, er is daarmee geen sprake van een reconstructiesituatie. De geluidbelasting ten gevolge van de Orthenseweg in de huidige en toekomstige situatie is opgenomen in bijlage VI.