CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nationale Ombudsman - Hindernisbaan zonder finish Een onderzoek naar knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsvoorstel Algemeen belangbesluit Bewind in eigen beheer48.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Als er één crediteur niet meewerkt, kan het minnelijk traject niet slagen en is een gang naar de rechter onvermijdelijk: hetzij voor een dwangakkoord, hetzij voor het wettelijke traject. Er zijn gemiddeld veertien crediteuren bij een problematische schuldsituatie, dus de kans dat een van hen weigert, is maar al te reëel. Sommige overheidsinstanties zijn wettelijk verplicht om de vordering volledig te incasseren. In de Wsnp kan de rechter alle schuldeisers dwingen om eerlijk te delen in het verlies. De schulden­­­ problematiek is immers niet alleen een probleem tussen de debiteur en de crediteur, maar zeker ook een collectief probleem van de crediteuren onderling. De Wsnp creëert een gelijker speelveld voor alle crediteuren, in plaats van de grootste of snelste beslaglegger te belonen met de beperkte buit. Wsnp-bewindvoerders zijn in de positie om zowel het crediteuren- als het debiteurenbelang te behartigen. In de literatuur zijn verschillende voorstellen gedaan om debiteuren een royalere toegang tot het wettelijke traject te bieden. Zo stellen Zijp en Willebrand (2018) voor om de mogelijkheid te bieden om na een half jaar informeel traject een gemotiveerd Wsnp-verzoek in te dienen. Een half jaar is volgens hen lang genoeg om een minnelijke traject op te zetten en te laten slagen.

Als dat niet lukt, bijvoorbeeld omdat de crediteuren niet meewerken, zou de bewindvoerder, de gemeente of de debiteur zelf zich direct tot de rechter moeten kunnen wenden. De voormalige voorzitter van RECOFA, Engberts (2018), heeft in een open brief aan Minister Dekker vergelijkbare voorstellen gedaan. Door een dergelijke omzetting mogelijk te maken kan daarna versneld een schone lei worden verleend. Daarbij wordt rekening gehouden met de periode dat de debiteur een minnelijk traject, budgetbeheer of schuldenbewind heeft doorlopen. In maart 2015 heeft de toenmalige staatssecretaris Dijkhoff gesuggereerd dat toelating tot de Wsnp vanuit het beschermingsbewind mogelijk is, maar hij is daarin tot op heden niet gevolgd door de rechters. Raats (2018) heeft voorgesteld om de voorlopige toelating van de Wsnp opnieuw te introduceren, die met de wetswijziging van 1 januari 2008 ten onrechte kwam te vervallen. De stress, veroorzaakt door aandringende crediteuren, is dan weggenomen, zodat in alle (schuld)rust gewerkt worden aan een terugbetalingsplan. Ook dit is een aansprekende maatregel die praktisch buitengewoon nuttig kan zijn. Bijvoorbeeld bij het ophelderen van een schuldenprobleem (bijvoorbeeld belastingschulden), waartoe de betrokkene zelf niet meer in staat is, of bij kleine ondernemers/ zzp‘ers, waar dan een voorlopig aangestelde bewindvoerder de boel kan inventariseren en de

Hindernisbaan zonder finish

92

rechter beter ingelicht over de toelating kan beslissen. Thans volgt in dit soort twijfelgevallen vaak een afwijzing waardoor de onduidelijke situatie blijft zoals die is of verergert.

Bouwstenen voor een schuldenrechter Om de aanpak van schuldenzaken, zowel aan de incassozijde als aan de beschermingskant, beter te coördineren moet de rechtspraak zichzelf beter positioneren, op basis van een breed gedeelde visie. Hieraan ontbreekt het momenteel, zoals ook geconstateerd door Peters & Combrink Kuiters (2017). Ik wil pleiten voor één rechterlijk insolventieteam van schuldenrechters (kanton- en rechtbank­ rechters) plus adequate ondersteuning, dat alle schuldenzaken behandelt, te weten: • Verzoeken tot betaling door private en publieke crediteuren. De Rechtspraak kan veel leren van de ervaringen met E-court. Uiteraard moet de rechtbank steeds de toets op onredelijk bezwarende consumentenbedingen in algemene voorwaarden uitvoeren; • Als aan de incassokant blijkt dat er indicaties zijn van een problematische invordering, bij voorbeeld vanwege de aanwezigheid van meer schuldeisers of van multiproblematiek bij de debiteur, kan de rechter de zaak doorverwijzen naar de Wsnp. Dit bespaart veel tijd, kosten en procedures. • Bij verzoeken om bescherming door of vanwege de debiteur, beschikt de rechter over een breed pakket, variërend van een betalingsregeling, een dwangakkoord, beschermingsbewind, voorlopige voorzieningen, en schuldsanering tot en met faillissement.

Ook het brede minnelijke WGS-moratorium zou binnen dit totaalpakket aan maatregelen tot nieuw leven kunnen worden gewekt. Het insolventieteam functioneert als een rangeerder die alle vorderingen op het juiste spoor zet. De schuldenrechter behandelt het incasso – en het beschermingsaspect in onderlinge samenhang. Ter zitting wordt actief gezocht naar de beste oplossingsrichting. De rechter hoeft niet altijd zelf de probleemoplosser te zijn. Soms is een doorverwijzing effectiever. Verder pleit ik er voor het administratieve toezicht te outsourcen naar een externe instantie, hetzij publiek (BFT, AFM, of het Bureau Wsnp samengevoegd met het CBM, het landelijk kwaliteits­ bureau curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren) hetzij privaat (accountant).

Ten slotte Recentelijk hebben de gemeenten Arnhem en Amsterdam projecten opgezet om schulden van jongeren kwijt te schelden. Een achterliggende gedachte daarbij is dat het prijsgeven van bepaalde vorderingen zich terugverdient doordat toekomstige uitgaven voor hulpverlening, bijzondere bijstand, sociale uitkeringen etc. niet meer nodig zijn of beperkt kunnen worden. Kwijtschelding van schulden is tegenwoordig geen taboe meer in de publieke en de private sfeer. Op grond van een maatschappelijke kosten-baten analyse (Huls 2016, p. 93-94) kan schuld­ vergeving per saldo voordelig uitpakken. De Coronacrisis is een extra stimulans voor de wetgever en de rechter om ruim baan te geven aan een bereikbare, soepele en snelle schuldsanering.

Hindernisbaan zonder finish

93

Literatuur Berkhout e.a. 2019 Berkhout, B., A. Baan, L. Broeks, N. Jungmann e.a., Aansluiting gezocht! Verkenning aansluiting minnelijke schuldhulpverlening en wettelijke schuldsanering, Utrecht: Berenschot 2019. Bureau Wsnp 2020 Bureau Wsnp, Quick scan naar de toegankelijkheid van de Wsnp, vervolgrapport Raad voor rechtsbijstand Den Bosch februari 2020 Engberts 2018 B.J. Engberts, Hoe de dalende instroom in de Wsnp – bij onverminderde schuldenproblematiek – te keren?, Wsnp-periodiek, nr. 3 2018, p. 2-4. Hartendorp 2020 Rogier Hartendorp, Naar m(e)er rechtspraak?, oratie Leiden, 31 januari 2020. Van Hees 1996 A. van Hees, De Eerste Kamer moet het wetsvoorstel Schuldsanering verwerpen, NJB 1996, p. 589-591. Huls 1999 N.J.H. Huls, Make my day. Een rechtssociologische herwaardering van faillissementswaarden, oratie Leiden, Deventer: Kluwer 1999. Huls 2016 Nick Huls, Vergeef ons vaker onze schulden. Naar een schone lei 2.0., afscheidsrede Leiden, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2016. Jungmann 1996 Nadja Jungmann, De Wsnp: bedoelde en onbedoelde effecten, diss. Leiden, Leiden University Press 2006. Jungmann e.a. 2001 N. Jungmann, E. Niemeijer & M. Ter Voert, Van schuld naar schone lei. Evaluatie van de Wsnp, Den Haag: WODC 2001. Jungmann e.a. 2018 N. Jungmann, T. Madern, R.

van Geuns & Andre Moerman, Knellende schuldenwetgeving, Utrecht/Amsterdam: HU, HvA en Sociaal Werk Nederland 2018. Lankhorst 1997 G.H. Lankhorst, ‘Novelle schuldsanering ingediend bij Tweede Kamer’, Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht nr. 9 1997, p. 304-308. Peters & Combrink Kuiters 2017 S.L. Peters & L. Combrink Kuiters, Monitor Wsnp, Dertiende meting over het jaar 2016, Utrecht: Bureau Wsnp 2017. Raad voor de Rechtspraak 2016 Rechtspraak die er toe doet. Den Haag: Raad voor de Rechtspraak 2016.

Hindernisbaan zonder finish

94

Raad voor de Rechtspraak 2019 Werkgroep schulden en rechtspraak, Visiedocument schuldenproblematiek en rechtspraak, Den Haag: RvdR 2019. Raats 2018 V. Raats, ‘Comeback van de Voorlopige toelating’, Tijdschrift voor schuldsanering. nr. 3 2018, p. 20-23. Schut 2018 M. Schut, Saneren versus bemiddelen. Onderzoek naar de meerwaarde van schuldsaneren en een Burgfonds, Utrecht: Schut 2018, https://martijnschut.blog/wp-content/uploads/2018/10/sanerenversus-bemiddelen.pdf Verberk 2011 S. Verberk, Probleemoplossend strafrecht en het ideaal van responsieve rechtspraak, diss. EUR, den Haag: Sdu 2011. Verberk 2019 S. Verberk, ‘Responsieve rechtspraak? “Maatschappelijk effectieve rechtspraak” als innovatieproces’, Rechtstreeks, nr. 1 2019, p. 26-34 Verschoof 2004 R. J. Verschoof, ‘Een grotere stok achter een half gesloten deur’, Tijdschrift voor Insolventierecht, nr. 2 2004, p. 45-48 Zijp & Willebrands 2018 W.C.A. Zijp, M.E.B. Willebrands, ‘Blijven aanmodderen in het minnelijke traject of saneren met schone lei?, Wsnp-periodiek, nr. 3 2018, p. 2-4.

Hindernisbaan zonder finish

95

Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon (070) 356 35 63 nationaleombudsman.nl Rapportnr: 2020/010 is een uitgave van de Nationale ombudsman, 11 juni 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11245426/1