CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Eindverslag Omgevingsdialoog Ontwikkelkader

Gemeenteraad 7 mei 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwikkelkader De Vliert fase 117.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.3

Gebruik bestaande voorzieningen en aanwezigheid van onderwijsinstellingen

De sportclubs (BVV, Bastion Baselaar) staan positief tegenover het openen van de sportterreinen voor de buurt en het nadenken over een slimmer gebruik van ruimte door clustering. Zij denken onder andere aan het ontwikkelen van een multifunctioneel gebouw in het gebied, dat ook overdag functies heeft bijvoorbeeld voor ouderen, huiswerkbegeleiding of buitenschoolse opvang. De verenigingen willen ook samen met de gemeente verder kijken naar kansen, samenhang en nieuwe invullingen, zowel voor het eigen terrein als het park en nieuwe routes. Meer inzet op 'vrije' buitensport (niet in verenigingsverband). Zij zien het nemen van een maatschappelijke rol als belangrijk. De sportverenigingen hebben bereidheid uitgesproken zich daarbij flexibel op te willen stellen, niet alles hoeft wat hen betreft precies te blijven zoals het nu is.

21

Ook het stadion kan worden gebruikt om voorzieningen onder te brengen. Verder wordt het combineren van voorzieningen voor dubbelgebruik aangedragen, bijvoorbeeld een klimwand maken aan de buitenkant van het parkeerhuis. Het Sportiom wil zich meer naar een integraal gezondheidscentrum ontwikkelen, met nieuwe doelgroepen zoals ouderen en mensen die revalideren. De activiteiten wil zij naar buiten brengen en meer verbinding zoeken met de omgeving. Ze staat positief om de doorgaande wandelroute langs de Vliert over het terrein van de ligweide te laten lopen. Er wordt gedacht aan een interactief gezondheidsplein met een hardloopparcours. In samenwerking met het Sportiom, zou een buitenzwembad in het park een mooie aanvulling zijn. Dit vergroot de aantrekkingskracht van het Sportiom met de combinatie van sporten, ontmoeten, spelen en recreëren. Wellicht zou een samenwerking met de studenten van de omliggende onderwijsinstellingen een mooie meerwaarde op kunnen leveren. Bijvoorbeeld de Bossche Vakschool die hier kan komen koken, of Yuverta die helpt bij de buiteninrichting. Studenten zouden de voorzieningen ook kunnen gebruiken als informele werk- en studieplekken.

Antwoord: De gemeente neemt de suggesties van de sportverenigingen en het Sportiom mee in het ontwikkelkader. Het accent gezondheid waarop Sportiom zich meer wil ontwikkelen past prima bij de ambities van de gemeente in dat gebied en dat geldt ook voor het meer openbaar maken van het sportpark. Beide reacties liggen dus in lijn met de gebiedsvisie van de gemeente en wij willen graag gezamenlijk deze kansen verder onderzoeken. Een multifunctioneel gebouw voor de sportverenigingen kan een goede aanvulling zijn op de gewenste voorzieningen in het gebied en past bij de ambitie in het ontwikkelkader om functies te combineren. Afhankelijk van de functies die zich daarin gaan vestigen wordt onderzocht welke locatie in het projectgebied zich het beste voor leent voor een gezamenlijk gebouw.

5.

Wonen en Beeldkwaliteit

5.1

Woningtypologie naar woonbehoefte

Vanuit de omgeving kwam de suggestie om de woningen zo te bouwen dat ze flexibel ingedeeld kunnen worden. Door modulair te bouwen of flexibele indelingen aan te bieden, kunnen woningen zich aanpassen aan de levensfase van de bewoners. Dit maakt het mogelijk om een kleiner woonoppervlak te creëren dat toch functioneel is voor zowel singles, stellen als gezinnen. Een veelzijdig aanbod van woningen is nodig. Het voorstel is om verschillende typen woningen te ontwikkelen, van starterswoningen tot gezinswoningen. Dit kan helpen om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Bijvoorbeeld het opnemen van kleine eenkamerappartementen voor jonge alleenstaanden, gezinsappartementen voor gezinnen, en grotere appartementen voor senioren of mensen die behoefte hebben aan extra ruimte. Hierdoor krijgen zowel starters als gezinnen de kans

22

om een geschikte woning te vinden. Dit bevordert niet alleen de leefbaarheid, maar zorgt ook voor diversiteit en een sociale mix die bijdraagt aan een levendige en inclusieve gemeenschap. Het is goed om te kijken naar de demografische ontwikkelingen in de regio. De vraag naar woningen voor jongeren, starters, gezinnen en ouderen verschilt. Door hier proactief op in te spelen, kan de woningmarkt beter functioneren en kunnen leegstand en sociale isolatie worden voorkomen. Het ontwikkelen van specifieke woningtypes die zich richten op starters en ouderen die kleiner willen wonen, kan bijdragen aan een betere doorstroming. Denk hierbij aan levensloopbestendige woningen voor ouderen en betaalbare huizen voor starters. Het laten kiezen van duurzame materialen door de bouwer kan niet alleen de kosten drukken, maar ook bijdragen aan een duurzamer woningaanbod. Dit kan leiden tot lagere energiekosten en een verminderde ecologische voetafdruk. Leefruimte is belangrijk, maar ook aandacht voor gemeenschappelijke ruimtes of voorzieningen kan het woonklimaat verbeteren. Dit kan variëren van gedeelde tuinen tot gemeenschappelijke werkruimtes of recreatievoorzieningen. Het ontwerpen van woningen die zijn afgestemd op de specifieke behoeften van de beoogde doelgroep is belangrijk. Ga na wie de potentiële bewoners zijn en wat hun wensen en behoeften zijn.

Dit kan bijdragen aan een hogere tevredenheid onder bewoners en een betere leefbaarheid in de wijk. Daarnaast is het belangrijk om binnen de woonblokken ook variatie in woningtypes aan te brengen. Zeker als het gaat om sociale huur. Voorgesteld wordt dat deze niet geconcentreerd worden in bepaalde woontorens. Dit lijken nu wel de plannen te zijn voor de noordkant van Vliertpoort. Dat is voor de omgeving een punt van zorg. Het creëren van een gezonde spreiding van sociale huurwoningen is goed voor een integratie van verschillende bevolkingsgroepen en zorgt voor een harmonieuze woonomgeving. Op de Bastionlocatie in Vliertpoort-noord kiest de gemeente te veel voor kleine woningen en veel van hetzelfde. De mix aan woningbouwtypologieën wordt hier gemist. De zuidzijde van de ontwikkeling profiteert daarvan. Een wooncorporatie is voor een gemixte invulling van de woningblokken en vindt dat die nog wel scherper kan. Ze wil meer verscheidenheid in het aanbod. Het sociale segment zal nu alleen appartementen zijn. De wooncorporatie ziet een vraag naar kleinere eenheden, maar ook van driekamerwoningen voor doorstromers. Eenkamerappartementen realiseert ze alleen in het centrum. Sociaal en middenhuur mixen gaat goed. Duurdere koop verkoopt beter als deze wordt losgekoppeld van het sociale deel.

Het zou fijn zijn als de huurwoningen deels via loting gaan om zo de mensen die particulier moeten huren ook de kans te geven om in deze wijk te wonen. Vanuit de omgeving kwam de vraag hoe een gebied, bestaande uit alleen maar kleine woningen en met veel sociaal, over 50 jaar functioneert. Het voorstel is nu in te zetten op flexibiliteit in het woonprogramma, voor een mix in woningbouwtypologieën. Bouw de woonblokken dusdanig dat de kleinere woningen na de piek van éénpersoonshuishoudens samen kunnen worden gevoegd.

23

Voeg ook grondgebonden woningen toe, met name voor gezinnen. Er zijn zorgen geuit of de projecten wel betaalbaar zijn nu vooral ingezet wordt op betaalbare woningen. De huurprijs voor middenhuur is door regulering beperkt. Denk ook aan doorstromers uit de omliggende wijken die luxe gewend zijn maar kleiner willen gaan wonen. Zij verwachten, ook in een appartement kwaliteit, ruimte en comfort. Antwoord: Het woningbouwprogramma zal in hoofdzaak bestaan uit appartementen en is daarmee bij uitstek een product dat aansluit bij de wensen van starters/jongeren maar is ook voor alleenstaanden, tweepersoonshuishoudens, gezinnen en ouderen interessant. Met de mix in zowel de betaalbaarheid als de grootte van de woningen wordt ingezet op een mix van doelgroepen. Vanuit het belang van een gemixte wijk, bouwen we in verschillende prijsklassen, met daarbinnen 30% middenhuur. Een hoger aandeel vinden we niet wenselijk omdat we juist een evenredige mix in inkomensgroepen woonmogelijkheden willen bieden. Met een hoger aandeel middenhuur zou dat ten koste gaan van de duurdere of de sociale woningen. Het aandeel betaalbare woningbouw is groter in de twee bouwvlakken ten noorden van het spoor (Vliertpoort-noord). Dit deel voorziet namelijk in de meeste appartementen. Als wordt ingezoomd op het aandeel sociale huur, dan zijn in elk deelgebied sociale huurwoningen voorzien.

Alleen in het deelgebied Vliertpoort-noordoost is het aandeel sociale huur substantieel hoger (75%) dan het gemiddelde. Op deze locatie willen de initiatiefnemer en een woningcorporatie een programma ontwikkelen met een hoger aandeel sociale huur. Gezien de grote behoefte aan sociale huurwoningen en het nagenoeg ontbreken van sociale woningen in het aansluitend bestaande woongebied, zien we dit als een goede aanvulling. De wooncorporaties gaan de nieuwe sociale huurwoningen toewijzen. Dit gebeurt, net als met de bestaande sociale huurwoningen, door middel van loting, inschrijfduur of directe bemiddeling. Het sociale deel zullen inderdaad alleen appartementen zijn. Wél wil de gemeente hier voor een mix aan oppervlaktes kiezen. Wellicht zullen er enkele studio's komen, mogelijk ook gekoppeld aan specifieke doelgroepen, maar zeker ook 2- en 3 kamerappartementen. In de uitwerking zal de gemeente, samen met de woningcorporaties en de ontwikkelende marktpartijen, invulling moeten geven aan de mix aan prijsklassen en inkomensgroepen en hoe deze te realiseren. Ook in de grotere bouwblokken wil de gemeente een mix in sociaal, middenhuur en duur. Compleet mixen is vanuit beheeroptiek echter een illusie. Hoe de mix te realiseren, is nog punt van aandacht bij de verdere uitwerking op kavelniveau.

Met 30% aandeel sociaal voldoet de nieuwe wijk aan het gemiddelde aandeel sociaal voor de gehele stad. Het gaat hier niet om louter ‘kleine woningen’. Corporaties zullen ook in een mix bouwen. In het sociale segment ligt het accent wel op 2-kamerwoningen (naast studio's en 3-kamerwoningen). Dat sluit ook aan bij de overwegende doelgroep van de sociale huurwoningen, namelijk 1- en 2persoonshuishoudens). Om die reden hebben we dan ook geen zorgen voor het functioneren van de buurt over 50 jaar. Te zijner tijd samenvoegen van kleinere woningen is bovendien mogelijk. De vraag is of dit nodig zal zijn, aangezien de demografische tendens is dat er verhoudingsgewijs steeds meer 1- en 2-persoonshuishoudens komen.

24

Het overgrote deel van het programma betreft appartementen, een klein deel grondgebonden woningen. Aandachtspunt voor de uitwerking is of in de plinten van de woongebouwen een grondgebonden woonmilieu kan worden gecreëerd. Deze woningen kunnen ook aantrekkelijk worden gemaakt voor de huisvesting van gezinnen. De regulering van de middenhuur is een fenomeen dat landelijk speelt. De corporaties kunnen een deel van de middenhuur realiseren. Het is nog een aandachtspunt in de uitwerking van de plannen hoe hier, ook door beleggers, woningen in de middenhuur gerealiseerd kunnen worden. Voor doorstromers uit de omgeving die meer luxe verwachten zijn de appartementen in het dure segment interessant. Het materiaalgebruik is hoogwaardig en duurzaam, waardoor veroudering en weersinvloeden nauwelijks negatieve gevolgen hebben voor het uiterlijk. Natuurlijke of biobased materialen zoals baksteen en hout hebben de voorkeur vanwege verschillende positieve effecten. Collectieve plekken zowel in de gebouwen als in de buitenruimte zijn uitnodigend en bieden ruimte voor gemeenschapsactiviteiten zoals buurtkassen en speelplekken. Routes en entrees faciliteren spontane ontmoetingen en stimuleren beweging, met aantrekkelijke looproutes.

5.2

Beeldkwaliteit algemeen

De uitstraling van de woningblokken mag van de omgeving gevarieerd zijn. Dat geeft misschien meer mogelijkheden en zolang er binnen die variatie duidelijke verwijzingen zitten naar de andere woningblokken en naar de bouwstijl van de omliggende buurten, voelt de wijk toch als één wijk. Er mag wel variatie zitten in hoogte en oriëntatie, maar graag vergelijkbare gevels, ramen en materialen voor de algehele uitstraling. Esthetische overeenkomst is nodig om de wijk er mooi uit te laten zien. Verder is het goed als er wel diversiteit in de gebouwen zit. Zorg voor kwaliteit ook in het groen.

Antwoord: Een architectonische verwantschap tussen de bebouwing zorgt voor een herkenbare identiteit en samenhang in de Vliert. De stadsblokken bijvoorbeeld, met veel appartementen, worden geen anonieme woongebouwen maar nodigen bewoners uit om elkaar te ontmoeten, naar buiten te gaan en te bewegen. Het creëren van een menselijke maat is hierbij een cruciale ontwerpopgave. Dit wordt onder andere gedaan door de verschillende gebouwen onderling architectonisch subtiel maar herkenbaar te laten verschillen, waardoor bewoners zich kunnen identificeren met de plek en het gebouw waar ze wonen. In het ontwikkelkader wordt hier veel aandacht aan besteed.

5.3

Hoogbouw en beeldkwaliteit Vliertpoort

De omgeving heeft zorgen geuit over de verhouding van de geplande hoogbouw in Vliertpoort ten opzichte van de bestaande bebouwing en woonwijken. De voorgestelde hoogte van 60-70 meter is volgens de omgeving veel te hoog in verhouding met de bebouwing in de omgeving en met de rest van de plannen. Hoge torens kunnen negatief uitwerken op de leefbaarheid in de buurt, vooral voor omwonenden. Er zijn zorgen over zonlicht, inkijk, windoverlast en het aanzicht van de hoge torens.

25

De voorgestelde hoogbouw is in het verleden nooit in eerdere gepubliceerde plannen opgenomen. De omgeving is dus verrast over de voorgestelde hoogbouw. De voorgestelde toren op de locatie Vliertpoort-noordoost zou meer trapsgewijs uitgevoerd en iets lager kunnen worden. Er is ook een voorstel gedaan om de torens wat meer op de blokken te plaatsen en met groen in te kleden. Het verzoek is om in het bepalen van de beeldkwaliteit naar verbinding te zoeken met de bestaande bebouwing ten noorden van het plangebied en aan de stadskant ten zuiden van het spoor. Schep een goede verhouding tussen hoogbouw en laagbouw. Ook zijn er veel reacties vanuit de omgeving binnengekomen dat, gelet op de woningcrisis, hoogbouw hier juist wenselijk is. De stadsknoop bij het station mag nog meer stedelijk worden om meer ontspanning in de buurten rondom het park te creëren. Voorstanders van hogere gebouwen wijzen erop dat locaties nabij OV-knooppunten, zoals Station Oost, zich goed lenen voor hoogbouw, aangezien dit kan bijdragen aan de efficiëntie van stedelijke ontwikkeling, een hoger woningaanbod en het gebruik van openbaar vervoer kan stimuleren. De Nota Hoogbouw gaat in deze omgeving uit van een hoogte van meer dan 80 meter, maak hiervan gebruik. Ook een bouwhoogte van meer dan 100 meter zou hier kunnen. Er zijn weinig direct aanwonenden die daar onaanvaardbare hinder van zullen ondervinden.

Een hoogte van 15 – 20 bouwlagen (45 tot 60 meter) wordt als karig beschouwd. Kies voor hogere torens zodat de rest laag kan blijven en in de omgeving meer ruimte komt voor groen en andere functies. Het voorstel vanuit de omgeving is om de torens opvallend, gevarieerd, divers in materialen en getrapt uit te voeren (met dakterrassen), zodat deze een identiteit geven aan de plek. De torens mogen opvallend, spannend en uitdagend worden uitgevoerd, maar geef ze wel een rustige aanblik, niet te rommelig. Voer de torens zo uit dat ze landmark/marker voor het gebied en de stad kunnen dienen. Door aan de noordkant samenhang te creëren tussen de beide torens, kunnen deze het gebied de allure geven van een echte stadspoort/stadsentree. De blokken lijken wat meer naar binnen gericht. Draai het om, maak het open om de gebieden levendig te maken, zeker bij het station. Qua gevels zouden deze torens licht en speels uitgevoerd kunnen worden. Donkere kleuren zijn te heftig. Voorgesteld wordt het groen op de grond gevarieerd aan te brengen. Geef iedere hoek zijn eigen identiteit, door kleur en materiaal kan eenheid tussen de gebouwen worden geschapen.

Antwoord: Volgens de Nota Hoogbouw uit 2003 zou een landmark hoger dan 80 meter binnen het deelgebied Vliertpoort voorstelbaar zijn. Hoogbouw met een hoogte tussen de 70 en 110 meter, zeker met een fors aandeel sociaal, is zeer moeilijk rendabel te krijgen (o.a. vanwege de extra constructieeisen, een extra lift en andere installaties die dan nodig zijn). Om een haalbare businesscase te krijgen zal deze landmark dan al snel naar een hoogte springen van 110 meter. Voor de locatie de Vliert is een van de hoofdambities ontmoeting en collectiviteit. De stedenbouwkundige invulling en het ontwerp van het landschap zetten daar maximaal op in met een woonvorm in stadsblokken rond de Vliertpoort. De stadsblokken hebben geluidsluwe, collectieve, groene binnenhoven die voor woonkwaliteit zorgen. Woningen (ook op het maaiveld) kijken hierop uit, hebben hier privéruimtes aan (waar de ramen ook open kunnen) en bewoners kunnen hier elkaar ontmoeten. De stadsblokken leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de openbare

26

ruimte in het plan: de gevelwand hiervan begeleidt de openbare ruimtes (foyer en routes), in de plint kunnen voorzieningen worden opgenomen. Ook kan in de stadsblokken op de begane grond gewoond worden, wat gunstig is voor de sociale veiligheid op straat. Met het voorgestelde ensemble van stadsblokken met torens tot circa 70 m ontstaat een nieuw stedelijk landschap met samenhang rondom het station. Deze stadsblokken kunnen wel gecombineerd worden met een toren van 110 meter hoog, maar dan neemt de druk op de openbare ruimte (de binnenhoven) toe. Het nadeel van dergelijke torens op de openbare ruimte is de schaduwwerking en de windval. Deze hebben negatieve invloed op de beleving van met name de binnenhoven. Als een toren van 110 meter in het stadsblok moet worden ingepast, zet dit het leefklimaat in het stadsblok van 6-8 lagen (zowel in de aangrenzende woningen als in het openbare binnenhof) zwaar onder druk. Een toren van 110 meter heeft daarbij een grotere footprint nodig. De ongeveer 100 extra woningen die in deze torens kunnen worden ontwikkeld, worden deels tenietgedaan door vermindering van het woonprogramma in de onderste lagen en beperking van het aangrenzende stadsblok door de vergrote footprint. De extra parkeerdruk van 70-90 plekken vergt een extra ondergrondse parkeerlaag in het ontwikkelveld.

Bij solitaire XXL-torens (110 meter) worden de onderste verdiepingen ingenomen door entrees, serviceruimtes en gemeenschappelijke voorzieningen. Er is geen ruimte voor publieke voorzieningen of wonen op de begane grond. Daardoor is de openbare ruimte rond een solitaire toren meestal anoniemer. Vanuit de kwaliteit van de openbare ruimte zijn de stadsblokken dan ook gewenst. Bij een solitaire toren is meer (groene) openbare ruimte rondom mogelijk, maar door de zware geluidsbelasting van omliggende infrastructuur op deze locatie is de belevingswaarde hiervan wel minder. De drie stadsblokken met vier torens zijn qua geluidsbelasting optimaler omdat de blokken een afschermende werking hebben voor het binnenhof en de achterliggende woningen. Vanwege de relatief beperkte oppervlakte van betaalbare appartementen, waar in Vliertpoort veel ruimte voor wordt gegeven, zijn de gemeenschappelijke ruimtes extra belangrijk als uitwijkmogelijkheid voor de bewoners, zowel binnen het gebouw als in de buitenruimte. Hoe hoger de toren, hoe minder de relatie tussen woning en collectieve ruimtes doorgaans is. Dit vraagt extra inspanning om collectieve ruimtes te voorzien in de toren, wat op gespannen voet staat met de betaalbaarheid en het aantal woningen.

De verhouding tussen de maat van de gemeenschappelijke buitenruimte en het aantal bewoners dient in balans te zijn zodat deze ruimte als volwaardig alternatief kan dienen van de privébuitenruimte. Gelet op het bovenstaande blijkt het gekozen ensemble in het ontwikkelkader van drie grote stadsblokken met vier torens tussen de 60 en circa 70 meter hier beter aan te sluiten op de checklist in de Nota hoogbouw en de ambities die de gemeente heeft in de Vliert, in het gebied. Het ensemble van drie grote stadsblokken met vier torens tussen de 60 en circa 70 meter doet recht aan de mogelijkheid uit de Nota Hoogbouw om hier stedenbouwkundig een stevig hoogstedelijk gebaar te maken: Vlierpoort. Dit is qua dichtheid vergelijkbaar met de Spoorzone. Verwezen wordt naar hoofdstuk 5 onder principe 4 van het ontwikkelkader waarin de keuze van hoogbouw tot circa 70 meter vanuit stedenbouwkundige voorwaarden nader wordt gemotiveerd.

27

In het verleden is inderdaad voor het perceel Vliertpoort-noordoost een ander plan voor woningbouw in voorbereiding geweest. De eigenaar/ initiatiefnemer heeft echter van dit plan afgezien en bereidt voor deze locatie, in samenwerking met wooncorporatie Mooiland, een nieuw woningbouwplan voor. Dit ontwikkelkader gaat niet uit van oude plannen, maar beschrijft wat, gelet op de omgeving en het gemeentelijk beleid, aanvaardbaar is op dit perceel. Daarbij wordt alle inbreng in de omgevingsdialoog betrokken, dus ook de ideeën die eigenaars van locaties hebben ingebracht over de ontwikkelmogelijkheden op het betreffende perceel. Als die in lijn zijn met de mogelijkheden die de gemeente hier inpasbaar acht, dan wordt daarmee dus rekening gehouden. Uiteraard moet de inpassing van hoogbouw voldoen aan alle hieraan gestelde normen, waaronder ook bezonning en windhinder. Een eerste verkennend onderzoek naar bezonning op omliggende bebouwing toont aan dat de voorgestelde hoogbouw tot 23 bouwlagen (circa 70 m) voldoet aan de norm die genoemd wordt in de Nota Hoogbouw. Dit betekent dat ook na de ontwikkeling van hoogbouw in Vliertpoort, voor de omliggende woningbouw in de maatgevende periode van 19 februari tot 21 november (dus gedurende 9 maanden van het jaar), bij een zonnestand van 10 graden, minstens 2 bezonningsuren in het midden van de vensterbank binnenkant raam blijven gegarandeerd.

De hoogbouw leidt qua bezonning dus niet tot een onaanvaardbare aantasting van de omliggende woonbebouwing. Ook een eerste indicatief windhinderonderzoek toont aan dat de hoogbouw in maximaal 23 bouwlagen in beginsel geen gevaar voor de omgeving zal veroorzaken in de vorm van windhinder. Gelet op de minimale afstand tussen de voorgenomen hoogte accenten en de omliggende woonbebouwing (ongeveer 130 meter) is niet aan te nemen dat de eventuele inkijk al bij voorbaat onaanvaardbaar zal zijn. In het ontwikkelkader is de voorwaarde gesteld dat meer gedetailleerde onderzoeken naar bezonning en windhinder door de initiatiefnemer moeten plaatsvinden als de vormgeving van de hoge gebouwen bekend is. De gemeente toetst de bouwplannen aan de gestelde normen, waarbij dus aangetoond moet worden dat er geen onaanvaardbare effecten plaatsvinden. In het ontwikkelkader is de voorwaarde opgenomen dat de toren, ten opzichte van de eerste zes bouwlagen (onderbouw), iets ‘terugspringt’ naar achter. Hierdoor vindt er in de bebouwing optisch een schaalverkleining plaats. Bovendien dient er op maaiveld een plint over twee bouwlagen te worden aangebracht. En ook in de toren zelf zal variatie plaats moeten vinden door het aanbrengen van geledingen (getraptheid) op alle niveaus, met een verbijzondering (kroon) als beëindiging.

In het ontwikkelkader is aangegeven dat de gemeente rondom de foyer gaat werken met een plintprogramma. Niet alles wordt naar binnen gericht. Er dient een evenwicht te worden gezocht tussen entrees aan binnenzijde en aan entrees aan de buitenzijde. Voor wat betreft architectuur wordt er gestreefd naar een stoere uitstraling van de stadsblokken in Vliertpoort die uitnodigend en warm is. Onder het hoofdstuk Beeldkwaliteit in het ontwikkelkader wordt ook ingezet op het toevoegen van verticale tuinen (beplanting tegen de gevels) aan de gebouwen.

5.4

Beeldkwaliteit Vliertpark

28

Een vloeiende overgang tussen het omliggende park en de bebouwing kan een omgeving creëren, waarin natuur en wonen harmonieus samengaan. Dit kan worden bereikt door groene accenten op en rond de gebouwen te integreren, zoals daktuinen, groene gevels, en binnentuinen, waardoor bewoners zich meer verbonden voelen met de natuur. Vermijd het gevoel van ‘blokkentorens’ door gevels speels te ontwerpen en verschillende hoogtes en structuren te gebruiken. Organische structuren met een lichte golvende beweging geven een levendige uitstraling en passen bij het omringende landschap. Hierdoor ontstaat een wijk die uitnodigend en herkenbaar is en waarin het ‘massieve’ karakter van monotoon hoge bebouwing wordt vermeden. Materialen zoals hout, steen, en plaatwerk dragen bij aan een warme en tijdloze uitstraling. Houten gevels, bijvoorbeeld, passen goed bij de groene omgeving en zorgen voor een vriendelijke uitstraling. Vermijd een te formeel en strak uiterlijk en creëer een gevoel van warmte en levendigheid door natuurlijke materialen. Om anonimiteit te voorkomen en voor bewoners een gevoel van herkenning te creëren, komt het voorstel vanuit de omgeving om ieder blok een subtiel eigen karakter te geven. De uitstraling van de gebouwen kan goed op elkaar worden afgestemd door een gemeenschappelijk kleurenpalet en materiaalkeuze, terwijl elk blok een eigen ‘adres’ en identiteit behoudt.

Vermijd uniformiteit die kan leiden tot een saai of ongezond ogende buurt; geef in plaats daarvan de blokken elk hun eigen flair binnen een samenhangend geheel. Door de gebouwen te laten variëren in hoogte ontstaat een golvende skyline die dynamisch oogt en een natuurlijk gevoel van afwisseling geeft. Het toevoegen van enkele puntdaken biedt afwisseling en voegt een speels element toe, passend bij een stad met een rijke historie. Dit voorkomt het ‘blokkerige’ karakter en geeft een meer levendig straatbeeld. Kleuren kunnen een enorme bijdrage leveren aan de sfeer en levendigheid in het gebied. Door zachte, natuurlijke tinten en hier en daar uitgesproken kleuraccenten toe te voegen, krijgt de wijk een eigen uitstraling en charme. Vermijd een algeheel wit of grauw palet; een levendig en gebalanceerd kleurgebruik brengt de bebouwing tot leven. Maak de wijk eigentijds zonder naar nep-historische stijlen te grijpen. Bouw een wijk die van deze tijd is en waarin moderniteit op een tijdloze manier tot uiting komt. Dit geeft de wijk een eigen identiteit die bij de moderne stad Den Bosch past, zonder de valkuil van ‘nep-oud’ dat al snel ouderwets kan lijken. In het zuidelijk deel van het Vliertpark kan het wonen ook in een hofje plaatsvinden, dat hoeft volgens de omgeving niet per se gesloten bebouwing te zijn. Het moet geen ‘dorpje met dozen’ worden.

Laat de mensen hier zelf bedenken hoe ze willen wonen. Laat variatie toe per locatie, maar wel inpasbaar in de omgeving. Niet drie dezelfde blokken, maar met grote variatie. De woningbouw opnemen in het landschap is gewenst, met voldoende ruimte en een goede overgang tussen de bouwblokken. Liever de gebouwen wat lager uitvoeren met voldoende afwisseling. Gebruik ook duurzame materialen met veel variatie. De architectuur moet een overgang scheppen tussen bestaande en nieuwe gebouwen. Er is een grote behoefte aan CPO-projecten met collectief wonen. Voorgesteld wordt voor elk CPOproject een eigen ontmoetingsplek in te passen.

29

Antwoord: Het hoofdstuk Beeldkwaliteit was in het ontwikkelkader bewust opengelaten om eerst de input vanuit de omgeving op te halen. Veel van de bovenstaande suggesties zijn in het nieuwe ontwikkelkader overgenomen. Hierin wordt voor het Vliertpark ingezet op eigentijdse architectuur die een warme uitstraling heeft en het omringende park tot zijn recht laat komen. De keuze om variatie in architectuur en uitstraling te realiseren binnen de stadsblokken, met eigen identiteit per hof en samenhang tussen de blokken, is een uitstekende benadering om bewoners zich thuis te laten voelen en de wijk een unieke identiteit te geven. De afwisseling tussen baksteen en hout, gecombineerd met aardse kleuren en natuurlijke materialen, zal zeker bijdragen aan een uitnodigend en harmonieus, ingetogen (maar niet sobere) beeld in lijn met de groene omgeving. Uitgegaan wordt van een vriendelijke architectuur.

5.5

Beeldkwaliteit aan de Stadionlaan

Vanuit de omgeving komt het voorstel om de Stadionlaan met veel (gemeenschappelijk) groen en water in te kleden. Als voorbeeld wordt de Groote Wielenlaan genoemd. Maak er een boulevard van. Zorg dat er vanuit de woningen verbinding blijft met de weg, anders ontstaat er een ‘achterzijdegevoel’ in de straat. Het gevoel leeft dat het tracé nu te breed is: spoorsloot, fietspad, weer een sloot en dan de weg. Door de weg dichter op het spoor te leggen ontstaat er ruimte. Om verstening tegen te gaan wordt gevraagd om de laan zo groen mogelijk aan te leggen en zo min mogelijk te verstenen. Kies voor duurzame en kwalitatieve materialen die ook de tand des tijds kunnen doorstaan. Bij nieuwe oversteekplekken zouden steentjes kunnen worden gebruikt in plaats van asfalt. Misschien de weg door het gebied laten meanderen zodat de snelheid ook eruit wordt gehaald. Of de weg omleggen zodat er meer ruimte komt voor grondgebonden woningen. Ook zou de weg omgeklapt kunnen worden met het fietspad (F59) om meer ruimte te kunnen scheppen.

Antwoord: De Stadionlaan ter hoogte van de Vliert wordt onderdeel van het park. Meer ruimte voor bomen en herinrichting om de snelheid te verlagen worden onderzocht. Ter plekke van de langzaam verkeersoversteek van Vliertpoort-zuidoost naar het Vliertpark wordt het aantal rijstroken verminderd en de weg dus versmald. Hier krijgt de overstekende voetganger/fietser voorrang. Vanwege het belang van het fietspad en de functie van de weg als doorstroomas in het stedelijk netwerk is het omklappen van de Stadionlaan en F59 niet gewenst. De bebouwing aan de Stadionlaan is alzijdig georiënteerd. Dit betekent dat er geen duidelijke voor- of achterkant is. Ogen op straat zijn waardevol voor de sociale veiligheid.

5.6

Sfeer en gebruik binnenhoven stadsblokken

30

De voorkeur van de omgeving gaat uit naar toegankelijke, rustige open hoven, groen en informeel ingericht. Kleine parkjes afgesloten door een heg of bomen. Een fijne ontmoetingsplek voor bewoners die ook beschutting biedt. Kleine privé-buitenruimten zijn gewenst, maar geen harde grenzen. Geen afgesloten ruimte: doorkijk naar buiten is voor de bewoners prettig. Alle binnenhoven een andere inrichting. Leuk om allerlei verborgen hoekjes te hebben, niet alleen voor bewoners. De binnenhoven zo inrichten dat deze hittestress tegengaan, daarbij kan inpassing van waterpartijen ook een rol spelen. De binnenhoven moeten wel goed beheerd worden. De routes door de binnenhoven zijn goed maar ze moeten wel ergens doorheen lopen, groen worden uitgevoerd en kort en logisch liggen in het groter geheel. Overdag mogen deze openbaar zijn, maar ’s avonds en ’s nachts afsluiten, zodat er geen onveilig gevoel en overlast ontstaat.

Antwoord: Hoewel de verschillende stadsblokken van buitenaf een sterke verwantschap tonen, mogen de hoven binnen deze blokken juist verschillend zijn. Dit biedt ruimte voor verrassingen en zorgt voor een herkenbare identiteit gebaseerd op locatie-specifieke kenmerken. De basis voor de hoven wordt gevormd door een natuurlijke inrichting met maximale ruimte voor vegetatie, een publiek toegankelijk karakter en ruimte voor ontmoeting. Omdat het park vrij tussen alle bouwblokken door meandert, is het niet mogelijk om deze open hoven ’s nachts af te sluiten. De open plekken zijn openbaar toegankelijk en zo ingericht dat bezoekers zich welkom voelen, maar tegelijk ook te gast bij de bewoners.

6.

Milieu

6.1

Hindercirkel Sportiom

Bij de bouw van het Sportiom is een MER gemaakt. Daarin is aangegeven dat binnen een afstand van 100 m vanaf de gevel van het pand geen woningbouw mag plaatsvinden vanwege in het gebouw opgeslagen chloor. Is bij de Vliert ontwikkelingsplannen hiermee rekening gehouden?

Antwoord: De regels rondom de opslag van chloor zijn in de loop der tijd gewijzigd. Het perceel van het Sportiom voldoet momenteel aan de eisen. Het Sportiom is onderdeel van fase 2 van de gebiedsontwikkeling. In die fase wordt bij eventuele verplaatsing uiteraard uitgegaan van de dan vigerende regelgeving.

6.2

Overlast verkeer en spoor

Door de toename van verkeer zal geluidsoverlast vanuit de wegen op de omliggende buurten ook toenemen. Ook zijn tijdens de omgevingsdialoog zorgen geuit over verslechtering van de luchtkwaliteit in de omliggende wijken door de toename van verkeer. Dit zou kunnen worden verbeterd door

31

vrachtwagens op de omliggende wegen te verbieden. Eventuele geluidsvoorzieningen langs wegen en spoor groen uitvoeren.

Antwoord: Door de ontwikkeling van het plan zal het verkeer toenemen. De toename van het verkeer op de omliggende wegen zorgt echter voor een minimale toename van het geluid. Toetsingskader daarbij is of er sprake is van een toename van ten minste 1,5 dB. Dat is niet het geval. Daarmee is de toename van de geluidbelasting als gevolg van dit plan acceptabel en zijn geen geluidsvoorzieningen langs de wegen nodig. Ook langs het spoor hoeven voor de voorgenomen ontwikkelingen geen geluidsvoorzieningen te worden aangebracht. Door de juiste positionering van de woongebouwen en het aanbrengen van geluidsvoorzieningen in de woongebouwen kan hier, ondanks de aanwezigheid van het spoor een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Als een project maar weinig (dat wil zeggen, niet in betekenende mate) bijdraagt aan luchtverontreiniging is toetsing aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit niet nodig. In de Regeling niet in betekenende mate staat aangeven dat het realiseren van minder dan 3.000 woningen bij tenminste twee ontsluitingswegen ontwikkelingen zijn die niet in betekende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. In het projectgebied de Vliert (fase 1 en 2) worden minder dan 3.000 nieuwe woningen gebouwd. Bovendien heeft deze nieuwe woonwijk meer dan twee ontsluitingswegen.

Er wordt dan ook van uitgegaan dat het project maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging en dus dat er geen nader onderzoek naar verslechtering van de luchtkwaliteit noodzakelijk is. Een verbod van vrachtverkeer op de wegen rondom het plan de Vliert is niet realistisch. Deze wegen zijn juist bedoeld als doorstroomassen voor de gehele stad. Ze vormen de hoofdontsluitingswegen dan wel toegangswegen naar bedrijven binnen de gemeente. Deze doorstroomassen zorgen er juist voor dat het verkeer via deze wegen wordt afgewikkeld en niet door woonstraten hoeft te rijden. Er zijn milieutechnisch ook geen redenen om vrachtverkeer op deze wegen te verbieden.

6.3

Hinder klimaatbeheersingssystemen

De klimaatbeheersingssystemen van de bestaande instellingen langs de Hervensebaan geven geluidsoverlast. Gevraagd wordt om bij de uitwerking van de plannen rekening te houden met de positionering van zulke systemen ten opzichte van woningen. Antwoord: Klimaatbeheersingssystemen moeten voldoen aan de reguliere geluidvoorschriften van woningen van derden. Zo ook voor de ontwikkelingen van het plan de Vliert. Daarop wordt getoetst bij de bouwplannen.

32

Bijlagen Eindverslag Omgevingsdialoog

33

Bijlage 1: Procesaanpak en kort overzicht resultaat Omgevingsdialoog de Vliert fase 1

In deze bijlage beschrijven we per onderdeel van de omgevingsdialoog de procesaanpak, de opkomst dan wel deelname aan de activiteiten en de algehele sfeer van de bijeenkomsten.

Startbijeenkomst in Stadion De Vliert Datum: 26 juni 2024 Tijdstip: 16.30-20.30 uur Aantal deelnemers: ruim 300

Opzet inloopbijeenkomst De inloopbijeenkomst is ingericht met een routing langs 17 panelen, verdeeld over de thema's Locatie en identiteit; Ontmoeten, gezondheid en bewegen; Mobiliteit, groen en duurzaamheid; Stedenbouw en woningen. Bij alle thema's staan meerdere medewerkers van de gemeente om toelichting te geven en vragen te beantwoorden. Bij de entree plakken bezoekers een sticker op hun woonadres en geven ze aan omwonende of woningzoekende te zijn. Bij de laatste panelen kunnen bezoekers hun mening achterlaten, zowel via een geeltje op het paneel als via een reactieformulier. De bezoekers waren goed verspreid over de tijd en het is op ieder moment druk bij de panelen. Er zijn veel gesprekken gevoerd bij de panelen en de mensen bleven relatief lang. Naast de omwonenden is er veel belangstelling van (jonge) woningzoekenden en gezinnen.

Wanneer zijn de woningen klaar? De sfeer is goed en positief. Zowel de plannen zelf als de manier van presenteren van de plannen worden zeer positief ontvangen. Bij de panelen werden veel vragen gesteld en vonden levendige gesprekken en discussies plaats. Er leeft veel interesse in de plannen voor de nieuwe buurt. Uit de vragen blijkt veel belangstelling voor thema's als energie, wonen in het park, duurzame oplossingen en nieuwe voorzieningen. Ook de ruimte voor maatschappelijke voorzieningen bijvoorbeeld voor zorg/gezondheid, kinderdagopvang of buurtkamer valt in goede aarde. Er wordt geïnformeerd naar supermarkten, scholen en horeca. Er is vanwege de grote woningvraag begrip voor de stedelijke omgeving van de woningen: appartementen in stedelijke blokken in plaats van grondgebonden woningen met een tuintje. Vanuit de woningzoekenden is de urgentie groot: ‘wanneer zijn de woningen klaar??’ is een veelgehoorde vraag. Opvallend is ook het vrij grote aantal ouderen (veelal uit de directe omgeving) dat wil doorstromen naar een nieuwe woning. Ze willen verhuizen naar een kleinere, functionele woning. Ook is er veel belangstelling vanuit diverse CPO-initiatieven. Zorgen zijn

34

er over de woontorens, toenemende verkeersdrukte en mogelijke parkeeroverlast in de omliggende buurten. Op het parkeerhuis wordt positief gereageerd. Er is er veel bijval voor de uitbreiding van het park, de groene binnentuinen en nieuwe groene routes. Aandacht wordt gevraagd voor de verbindingen met andere groengebieden zoals de Heinis en IJzeren Vrouw. Er zijn ook vragen over wat er gebeurt met de voorzieningen in de tweede fase, met name het Pierson College en het Sportiom.

Workshops in de aula van het Pierson College Datum: 5 en 11 september 2024 Tijdstip: 19.00 - 22.00 uur Aantal deelnemers: 78 (verspreid over 2 avonden) Opzet workshops Voor de verdiepende workshopsessies zijn drie hoofdthema's benoemd: • • •

Beeldkwaliteit & wonen Mobiliteit, groen & water Gezondheid, ontmoeten & voorzieningen

De drie tafels werden geleid door de experts van de gemeente. Op beide avonden waren er drie rondes met dezelfde thema's, zodat belangstellenden maar één avond hoefden te komen om toch over alle thema's mee te kunnen praten. Bij alle tafels was steeds sprake van een levendig gesprek, waarbij deelnemers met elkaar en de experts in gesprek gingen en ook actief werden bevraagd door de experts. Ook hier is de sfeer in alle opzichten positief en constructief te noemen, met levendige discussies en uitwisseling van standpunten. Opvallend is ook de grote creativiteit aan ideeën die zijn ingebracht.

Beeldkwaliteit & wonen Aan de hand van referentiebeelden van voorbeeldprojecten zijn de deelnemers op hun mening en voorkeuren bevraagd, om tot een visie over beeldkwaliteit te komen. Er is hier bij alle rondes duidelijk sprake van een voorkeur voor variatie: speelsheid in plaats van blokkentorens, geen monotonie en anonimiteit. Wel moet er sprake van afstemming zijn, zodat er samenhang in het overall beeld ontstaat. Ook groene accenten op en om de woonblokken vallen in de smaak, evenals een goede inpassing met het groen van het park. Kleur wordt gewaardeerd vanwege de levendigheid en sfeer en ook in het materiaalgebruik is er een voorkeur voor variatie: hout, steen en een voorkeur voor natuurlijke en herbruikbare materialen. Ook voor de woontorens in Vliertpoort is variatie belangrijk: verspringingen en gelede gevels geven afwisseling en een speels effect. Daarbij is ook wel enige rust in het gevelbeeld gewenst. Groene gevels worden gewaardeerd maar er is ook zorg over onderhoud en de kosten daarvan. Enerzijds is er zorg over de effecten van de hoogte van de torens, anderzijds is juist bijval voor een paar hogere

35

torens, zodat de rest van het gebied relatief laag kan blijven. Het zou mooi zijn als de torens als een echte stadsentree worden vormgegeven en ervaren. De blokken mogen robuust en opvallend zijn. Wel is een goede overgang en verbinding met de laagbouw en met de omringende buurten van groot belang.

Mobiliteit, groen & water Bij veel omwonenden is er zorg over de verkeersafwikkeling op de stadsaders die toch al druk zijn met autoverkeer. Oversteekpunten worden als gevaarlijk beschouwd. Met nog meer bewoners erbij neemt ook het verkeer toe. Ook wordt er aandacht gevraagd voor (sociaal) veilige verbindingen voor fietsers en voetgangers vanuit de buurten naar het station. Oversteekpunten zoals bij de Stadionlaan en naar de IJzeren Vrouw moeten groener en veiliger. Het nieuwe park is een grote kans voor zowel rust als (sportieve) activiteiten. Er zijn veel ideeën voor de inrichting van het park met bankjes en sporttoestellen, maar ook een meer natuurlijk park spreekt tot de verbeelding. Het park wordt gezien als ontmoetingsplek en sociaal bindmiddel. Ook huidige bewoners profiteren van het uit te breiden park. Voor sportieve activiteiten is er synergie te behalen met het Sportiom. Een wijkoverstijgende groene route in verbinding met andere groengebieden is een mooie kans. Ook biedt het park mogelijkheden om de verbindingen met de omliggende buurten te verbeteren.

Gezondheid, ontmoeten & voorzieningen Ook het thema voorzieningen maakt de tongen los. Er zijn veel suggesties voor zowel gemeenschappelijke voorzieningen, zoals een gezamenlijke keuken, logeerruimte, werkplekken, klusruimte of sportzaal, als voor voorzieningen voor de buurt zelf, zoals een buurthuis of buurtkamers. Ontmoetingsplekken in of bij het park kunnen verschillende vormen aannemen: prieel, paviljoen, kiosk, theetuin, beeldentuin, bloementuin, muziektent, barbecue. Voor een wijk van deze omvang zijn functies als een buurtsuper, ambachtelijke bakker, streekproducten en kleinschalige, informele horeca onontbeerlijk, vinden veel deelnemers. Ook wordt gedacht aan gezondheidszorg, onderwijs en andere maatschappelijke functies, bijvoorbeeld in de plinten van de stadsblokken.

Digitale Enquête Looptijd 5 tot en met 22 september 2024 Aantal respondenten: 418 Voor iedereen die mee wil denken is de mogelijkheid gecreëerd om online te reageren op een aantal stellingen en open vragen. Hierbij is nadrukkelijk ingezet op de moeilijker te bereiken doelgroep van woningzoekenden. Met een socialmedia-campagne is met name ingezet op jongeren van 25-35 jaar. De tweede doelgroep zijn omwonenden. De enquête bevatte zowel open als gesloten vragen. Ook hier is in de vraagstelling uitgegaan van de participatiethema's: •

Beeldkwaliteit & wonen

36

• •

Mobiliteit, groen & water Gezondheid, ontmoeten & voorzieningen

Veel respondenten vinden een gevarieerde uitstraling van de nieuwe woonblokken heel belangrijk. Een meerderheid van de mensen vindt het ook belangrijk dat er een mix van doelgroepen in de woningen komt. Hogere torens om meer woningen te kunnen realiseren is daarentegen voor een meerderheid van de respondenten niet wenselijk. Voor een meerderheid is de actieve levensstijl een belangrijke reden om in de Vliert te willen wonen en de insteek van voorzieningen in de onderste lagen van de woonblokken kan op veel bijval rekenen. Daarnaast is er grote bijval voor een autoluwe buurt, waar de woningen in het park staan. Fietsers en voetgangers zijn belangrijker dan de auto. Ook betaalbaarheid van de woningen scoort hoog, evenals een ruigere, natuurlijke inrichting van het Vliertpark.

Marktconsultatie in het Stadhuis 18 september 2024 14.15-18.00 uur Aantal deelnemende organisaties: 7 De sessie met zeven marktpartijen is georganiseerd enerzijds om kennis, expertise en creativiteit uit de markt op de halen in relatie tot het programma, de ontwikkelstrategie en de ambities voor de Vliert. Anderzijds zijn we benieuwd hoe 'de markt' aankijkt tegen de plannen in het aanzet-ontwikkelkader. Kunnen partijen hiermee uit de voeten? Zijn er nog kansen die we missen? De deelnemende partijen zijn uitgenodigd op een brede mix aan expertise (ontwikkelaars, beleggers, makelaars), op hun kennis van de lokale markt, dan wel specifieke expertise met vergelijkbare projecten elders. In de uitnodiging is duidelijk gesteld dat het hier gaat om een vrijblijvende uitwisseling waaraan voor het gevolg op geen enkele manier rechten kunnen worden ontleend. Op de kennis-sessie onder leiding van Theo Dohle van De Wijde Blik zijn vertegenwoordigers aanwezig van de volgende partijen: • • • • • • •

Achmea Real Estate, belegger Bouwinvest, belegger Bouwmij Makelaars, makelaardij Heijmans, bouwer en ontwikkelaar Het Waare Huis, makelaardij Janssen de Jong (JAJO), bouwer en ontwikkelaar Synchroon, gebiedsontwikkelaar

Voor wat betreft de woningbouw worden de aantallen ambitieus genoemd, maar is de aansporing duidelijk: doe het vooral, de markt vraagt erom. De markt vraagt eveneens om inzetten op betaalbaarheid, met name het segment middenhuur. Het enige 'lastige' segment momenteel is het hogere segment van appartementen groter van 100 vierkante meter. Voor middenhuur is de vraag overal in het land heel groot, maar erg moeilijk om te realiseren door alle reguleringen die hier gelden.

37

'Appèl aan de gemeente: trek hier vooral mee door!' Te verwachten doelgroepen zijn doorstromers uit de stad en de omringende buurten, emptynesters en jongeren/starters. Op het gebied van mobiliteit moet het parkeerhuis van het begin af aan goed zijn geregeld in de zin van zowel eigenaarschap ('geen beleggersperspectief, wél ontwikkelperspectief') als de kwaliteit van de voorziening zelf. Gebouwd parkeren zit rond het station en het parkeerhuis juist veel verder weg van het station. Extra voorzieningen in het parkeerhuis leiden vaak tot grotere cohesie bij bewoners. Let goed op waar de fiets en deelvervoermiddelen worden geparkeerd bij de woonblokken. Drukke verkeerspunten en de Stadionlaan vragen om aandacht in relatie tot verbindingen met de stad en de buurten. Mobiliteit en wonen moeten worden benaderd als één integraal gebiedsconcept. Voorzieningen worden nog gemist in het concept-plan plus de aansluiting van voorzieningen bij de positionering van het gebied. Die positionering van groen, ontmoeten, gezondheid en sociale verbinding mag nog veel scherper worden gemaakt. Het is belangrijk om de reuring en de gezelligheid te realiseren op meerdere plekken in de wijk, zoals het park, de plinten en de stationsknoop. Rondom het station is levendigheid cruciaal, een logische hotspot voor voorzieningen. Stimuleer het kleinschalige ondernemerschap in de plinten.

Andere suggesties: buitengym, buitenfitness, markt met gezonde voeding, kleine supermarkt, bakker, kleine horeca, zorg. Voor de ontwikkelstrategie is het devies om vooral niet teveel in kleine kavels/bouwenveloppen uit te geven. 'Daarmee maak je de ambities niet waar.' Partijen geven aan zelf vooral met partnerselecties of gebiedsgewijs te werken. 'Wonen met deze grote kwaliteit van het openbaar gebied vraagt om grotere clusters.' Met partnerselectie is er het gezamenlijke belang om snelheid te maken en gaandeweg samen tot oplossingen te komen. Grotere gebieden sluiten ook aan bij de gewenste mix van sociaal en duurder.

Stakeholdergesprekken Van 24 juni t/m 10 september 2024 Aantal gesprekken: 15 Aantal stakeholders: 20 Lijst stakeholders: • • • • • • • • • •

Mooiland Zayaz BrabantWonen Pierson College Sportiom FC Den Bosch BVV Tennisvereniging Bastion Baselaar Scouting Hintham ABB Ontwikkeling

38

• • • • •

NS en ProRail Rob de Vries Ontwikkeling Bossche Investeringsmaatschappij (BIM) Wijk- en buurtraden: Buurtplatform De Buitenpepers, Wijkvereniging De Herven en Wijkraad Hintham Vertegenwoordiging namens bewoners buurt Carolus

Zonder uitzondering zijn de gesprekken in positieve en constructieve sfeer verlopen. Er was veel waardering voor de uitnodiging, de toelichting op planvorming en proces door projectleider Marjolein Pullens en de verslaglegging die aan alle partijen is teruggekoppeld. Voor veel partijen was dit gelijk ook de kennismaking met de nieuwe projectleider, die in het voorjaar van 2024 is gestart op het project. Met diverse partijen zijn inmiddels concrete vervolgafspraken gemaakt en met alle partijen zijn procesafspraken over het vervolgtraject gemaakt. Het feit dat partijen op deze manier betrokken zijn bij de planvorming en dat visie en input werden opgehaald, wordt zonder uitzondering als zeer positief ervaren.

Project mailbox de Vliert Naast de door ons georganiseerde activiteiten zijn er, vaak als resultaat van bijeenkomsten, veel persoonlijke reacties binnengekomen in de projectmailbox. Dit zijn vaak toelichtingen op gedane suggesties bijvoorbeeld bij de workshops, of ook geheel nieuwe ideeën of interessante relevante informatie vanuit vakbladen of de pers. Ook zijn er de nodige vragen gesteld of werd om verdere opheldering gevraagd. Op al deze reacties is vanuit het projecteam steeds direct een antwoord gegeven.

Kort overzicht resultaten omgevingsdialoog de Vliert Voor de omgevingsdialoog zijn drie hoofdthema's bepaald, die hierboven zijn toegelicht. In onderstaand overzicht lichten we samenvattend de inhoud toe van wat er is opgehaald in de omgevingsdialoog.

THEMA: Beeldkwaliteit & wonen • • • • • • •

Betaalbaarheid is heel belangrijk Variatie in grootte van appartementen voor verschillende doelgroepen Ook belangrijk: een mix van doelgroepen binnen de woonblokken Veel variatie in de uitstraling van de woonblokken Let op demografie: nu veel jongeren en ouderen op zoek Bouw vooral in de middenhuur Voorzieningen in de plinten van de woningen zijn cruciaal voor de levendigheid

39

• • • • • • • • • • • • • • • • •

Zorgen over woontorens in relatie tot uitzicht, windhinder, schaduwwerking, inkijk en sociale verbinding Pleidooi om gezien de grote woningnood juist hogere woontorens te bouwen om nog meer woningen te kunnen realiseren in het gebied Bebouwing en park mooi in elkaar laten overgaan Variatie in gevels en hoogte: getrapte en gelede gevels, een speels effect Herkenbaarheid van waar je woont, een duidelijk eigen adres Ga voor uitstraling die eigentijds is, niet quasi-oud Gebruik van houten gevels is hier passend Samenhang in het overall-beeld, maar met eigen identiteit per blok Groene accenten op en om de gebouwen: gezond wonen in het groen Kleuren geven levendigheid en sfeer Variatie ook in materiaalgebruik: hout, steen, natuurlijke materialen Zorgen voor (kosten) onderhoud bij groene gevels De woontorens mogen beeldbepalend zijn Maak van Vliertpoort echt een stadsentree, een poort naar de stad De woningnood in de stad is groot: de woontorens kunnen nog wel hoger Zorg voor collectiviteit en verbondenheid Voor de lange termijn is flexibiliteit in het woonprogramma cruciaal

THEMA: Mobiliteit, groen & water • • • • • • • •

• • • • • • •

Een groene buurt weegt zwaarder dan de auto bij de deur parkeren Langzaam verkeer en gebruik fiets hebben prioriteit boven auto Het stadspark mag een ruigere, natuurlijke uitstraling hebben Wel parkeergelegenheid bij huis maken voor ouderen en invaliden Neem omliggende buurten mee in deelmobiliteit Verbetering bereikbaarheid station en onderling bereikbaarheid vanuit alle kwadranten Groen is de belangrijkste kwaliteit voor het wonen Zorgen over het effect op het grotere gebied: de verkeersveiligheid, de verbinding van de groene ecologische (bovenwijkse) structuren, overlast in de buurten door extra parkeren, meer verkeer op de ontsluitingswegen. Bij het maken van een groot nieuw woongebied als de Vliert zijn structurele aanpassingen in de omgeving zeer wenselijk.

Betere en veiligere oversteekplaatsen voor fietsers: optimaliseren van de kruispunten Aanpakken Stadionlaan en oversteekpunten bij station en richting IJzeren Vrouw Zorg voor (ruimtelijk en sociaal) veilige routes naar het station en naar het parkeerhuis Versterking van groen en ecologie door verbindingen te maken met de Heinis, de IJzeren Vrouw en het IJzeren Kind Zorg dat het park echt een verbindende eenheid wordt voor het gehele gebied, nu is het vooral gericht op de stadsblokken en de omliggende wijk Het park en het plan als geheel moeten uitnodigen om naar buiten te gaan, om elkaar te kunnen ontmoeten Meer groen draagt bij een betere gezondheid voor bewoners en voor de stad

THEMA: Gezondheid, ontmoeten & voorzieningen •

Een actieve levensstijl is een belangrijke motivatie voor interesse in de wijk

40

• • • • • • • • • • • • • • •

Voorzieningen delen met bewoners is prima, evenals voorzieningen in de plinten Voorbeelden plinten: gezondheidscentrum, supermarkt to go, buurtcafé/restaurantje, sportschool, dierenarts In het park is men enerzijds op zoek naar rust, maar liggen ook veel kansen voor sportieve en recreatieve activiteiten Aandacht voor meer functies rondom het station, zoals een buurtsuper. De huidige supermarkten in de buurten zijn al overbelast Ook zorgen over andere voorzieningen in de wijken die nu al overbelast zijn, zoals onderwijs, kinderopvang en zorgvoorzieningen Behoefte aan voorzieningen voor ontmoeten, zoals een buurthuis, buurtkamer of kleinschalige (informele) horeca/werkplekken en bedrijvigheid zoals start-ups en atelierruimte in de plinten van de woonblokken Andere gemeenschappelijke/maatschappelijke voorzieningen voor ontmoeting zijn bijvoorbeeld: gezamenlijke keuken, logeerruimte, klusruimte, sportzaal, ambachtelijke winkels, buurtevenementen, dependance bibliotheek, wasbar, gezondheidscentrum Ontmoetingsplekken in of bij het park: prieel, paviljoen, kiosk, theetuin, beeldentuin, bloementuin, struinpad, gezamenlijke moestuinen, muziektent, bbq Actief in en om het park: wandelroute langs het watertje de Vliert, (natuur-, water-) speeltuin, tennisbaan, basketbalveld, skatepark, sporttoestellen, natuureducatie, ateliekbaan, buitengym, buitenfitness, buitensportvoorzieningen

(mogelijk samen met het Sportiom) Combineer voorzieningen: school, kinderdagverblijf, seniorenwoningen, gezondheidscentrum Verbinding met de bestaande buurten belangrijk: omwonenden moeten zich welkom voelen Bezie kansen voor samenwerking met omliggende scholen, de inzet van studenten (bv koken, groenvoorziening), informele werkplekken voor studenten Het groen is cruciaal voor gezondheid, ook tegen hittestress: zoveel mogelijk groen en water (pierenbadje, fonteinen) toevoegen in de openbare ruimte Ook de voorzieningen tegen het geluid van spoor en verkeer zo groen mogelijk maken Zorgvoorzieningen nodig voor de doelgroep senioren/ouderen

41

Bijlage 2: Inbreng Carolusbuurt herinrichting kruising Zandzuigerstraat /Bruistensingel

Onderstaand een bijdrage van vertegenwoordigers vanuit de Carolusbuurt Op 3 september heeft een gesprek plaatsgevonden met een delegatie van de Carolusbuurt omtrent de ontwikkeling stadswijk de Vliert. Wij hebben toen de afspraak gemaakt om te inventariseren wat, volgens onze wijk, de grootste verkeersknelpunten zijn. Deze hebben we inzichtelijk gemaakt in de bijgaande situatieschetsen. Daarnaast hebben wij zelf suggesties gedaan qua verbetering. We zijn ons bewust van het feit dat er is gesproken over het dilemma ‘bomen’, maar op de langetermijn is dat een afweging die men wellicht zou moeten herzien. Zeker gezien het feit dat bomen kunnen worden herplant en aangeplant. En de grote meerwaarde zit in een stuk leefbaarheid van het gebied Station Oost voor de komende 100 jaar. Daarnaast gaan onze suggesties niet uit van het rooien van alle bomen. Daarom een 2de situatieschets van ons ter inspiratie. Namens Carolus.

42

43

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15289895/1