CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Eindverslag inspraak en nota vooroverlegreacties Heesch West

Gemeenteraad 16 juni 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Ontwerpbestemmingsplan Heesch West en ontwerpbestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West40.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

3.6.6

Groene buffer / landschappelijke inpassing Insprekers geven aan dat de voorgestelde groene buffer geen echte groene buffer is, doordat er zonnepanelen gepland zijn en omdat de buffer niet rondom het industrieterrein is. Er wordt gesteld dat aan de oostzijde geen groenstrook is voorzien. Ook stellen insprekers dat een goede landschappelijke inpassing nodig is, maar niet mogelijk is met de geplande hoogtes. Verder stellen insprekers dat het inpassingsplan niet concreet genoeg is, wat betreft soorten en hoogtes e.d., en dat daarmee de inpassing niet geborgd is. Het is juist dat bij het voorontwerpbestemmingsplan het landschapsplan nog niet in detail was uitgewerkt. Via een participatieproces met de omgeving wordt het landschapsplan verder ingevuld. De realisatie van de landschappelijke inpassing is onderdeel van de planvorming, maar zekerheidshalve expliciet geborgd in de planregels van het bestemmingsplan (in artikel 5.4.2). Daarmee is juridisch verzekerd dat de landschappelijke inpassing gerealiseerd wordt. Het landschapsplan zoals voorlopig opgesteld, is uitgewerkt in het Circulair Kwaliteitsplan Heesch West. Het Circulair Kwaliteitsplan is als bijlage opgenomen in het MER en het bestemmingsplan. In het Circulair Kwaliteitsplan is onder andere beschreven volgens welke principes het bedrijventerrein wordt ingepast.

Het landschapsplan wordt de komende maanden in overleg met de omgeving verder uitgewerkt. De hoofdprincipes beschrijven we hieronder.

45

Concept idee landschapspark

46

Het uitgangspunt voor de ontwikkeling van Heesch West is dat, als tegenhanger van grootschalige bedrijvigheid, er sprake moet zijn van een robuuste landschappelijke inpassing. Het bedrijventerrein wordt daarom royaal ingepast in het landschap. Er wordt binnen het plangebied een groot landschapspark van 65 hectare ontwikkeld, waarbij bestaande groenstructuren tevens zoveel mogelijk worden behouden en ingepast. We begrijpen dat insprekers zich zorgen maken over de inpassing van het bedrijventerrein. Met de toegestane bouwhoogtes (zie ook paragraaf 3.6.5) is een zorgvuldige inpassing gewenst om de impact van het bedrijventerrein op het omringende landschap(sbeeld) zoveel mogelijk te verzachten. Met de robuuste groene elementen en structuren in en rondom het bedrijventerrein wordt hier invulling aan gegeven. Dit wordt hieronder uitgebreider beschreven. Bij de verdere uitwerking van het landschapsplan wordt, onder andere via een participatieproces met bewoners uit de omgeving, gekeken of de landschappelijke inpassing van Heesch West verder kan worden versterkt. Het 65 hectare grote landschapspark bestaat uit verschillende onderdelen die samen een robuuste groenstructuur vormen. Deze brengt ordening in het bedrijventerrein aan en vormt de drager van het gebied. Het groen draagt bij aan een meer vriendelijke, toegankelijke en ontspannen uitstraling.

Zo komt er balans in het gebied, een menselijke maat (bomen en struiken zijn herkenbare elementen) en mogelijkheden voor oriëntatie op het terrein. De robuuste groenstructuur is een kwaliteitsimpuls op het bedrijventerrein zelf maar ook voor de omgeving. Een nieuw netwerk met natuurlijk groen en duidelijke ecologische kwaliteiten, betekent een verbetering van de biodiversiteit en het leefgebied van flora en fauna. Bij de plantenkeuze wordt uitgegaan van inheemse soorten en wordt aangesloten bij het landschap ter plaatse. De groene randen rondom het bedrijventerrein vormen de contouren. Ze markeren de grenzen tussen het bedrijventerrein en de omgeving, zorgen voor inpassing in de omgeving en zorgen voor de nodige afstand tussen de omgeving en het bedrijventerrein, onder andere vanuit milieuoogpunt. De maatvoering van de groene randen zal zodanig zijn, dat deze het zicht op de bedrijfsgebouwen grotendeels zal afschermen. Aan de noordzijde van het bedrijventerrein blijft de huidige, groene bosstrook met volwassen bomen tussen snelweg en Bosschebaan in stand. Dit is een robuuste groene zone, die dicht beplant is, en vanaf de A59 voor een groot deel het zicht op het bedrijventerrein ontneemt. Alleen deel van het bedrijventerrein ten westen van de Koksteeg is vanaf de A59 beter zichtbaar.

In het noordelijk deel van het terrein, ten oosten van de Koksteeg, zorgen een drietal noord-zuid georiënteerde parkzones voor een tegenwicht aan het grootschalige en gebouwde karakter van het bedrijventerrein. In deze parkzones is de ontsluiting van de kavels geprojecteerd. Met hun robuuste groene inrichting vormen de parkzones waardevolle landschapselementen die bijdragen aan de versterking van de landschapsstructuur. De centrale parkzone (de groene corridor) fungeert als scheiding tussen het noordelijke en het zuidelijk deel van het bedrijventerrein. Daartoe wordt parallel aan de Raktstraat een robuuste groene corridor vrijgehouden met een afwisselend beeld van sloten en waterpartijen met natuurvriendelijke oevers tegen een decor van groensingels en losstaande groepen bomen. Het meanderende lint van de Raktstraat wordt doorgetrokken tot aan de Koksteeg en krijgt een functie voor langzaam verkeer. Met de inrichting wordt verwezen naar de karakteristieken van het onderliggende landschap en het verloop van oost naar west van droog naar nat. Door deze afwisseling en door de leeflaag van het gebied gedeeltelijk af te graven, waardoor het natter wordt, krijgt het gebied een natuurlijker uitstraling en wordt het vanuit ecologisch perspectief door de stapeling van gradiënten veel interessanter. 47

Aan de oostzijde is gekozen voor een brede groene singel van 15 meter met bomen en dichte ondergroei. Het aangrenzende Zonnepark Achterste Groes voorziet bovendien in een aantal evenwijdig geplaatste groene singels en een bosstrook van 15 meter breed. Deze singels en bosstroken volgen de richting van het slagenlandschap. Door de parallel gelegen singels en bosstroken is het zicht, bij volgroeide bomen en struiken, op de bedrijven beperkt en wordt het terrein op een goede manier ingepast. De landschappelijke inpassing van het zonnepark is als volgt vormgegeven: • Naast de bestaande brede (legger)sloot komt aan de westzijde een brede, robuuste bosstrook (met bomen en struweel). Er wordt uitgegaan van een breedte van 15 meter. De bomen worden zo’n 15 meter hoog. Deze bosstrook vormt de grens met het bedrijventerrein Heesch-west. • een brede, robuuste bosstrook (met bomen en struweel) aan de oostzijde van het deel van het zonnepark ten noorden van de Achterste Groes. Er wordt uitgegaan van een breedte van 15 meter. De bomen worden zo’n 15 meter hoog • een drietal struweelstroken (5 meter breed) met zoom ( maximaal 3 meter hoog) • een tweetal smallere sloten/ greppels (met flauw talud/ riet) • een drietal bredere sloten als afscherming vanaf de wegen Achterse Groes en Bosschebaan. • een tweetal bredere sloten als afscherming ten westen van de zonnepanelen.

• aan de noordzijde ± 15 solitaire bomen, als afscherming met de Bossche Baan. • In de oostelijke groenzone wordt een wandelpad aangelegd. • daar waar geen zonnepanelen liggen en geen beplanting staat is ruimte voor bloemrijk grasland. Met uitzondering van de sloten en het groen langs de Achterste Groes en Bosschebaan volgen alle genoemde stroken en sloten de lijnen van het landschap en lopen dus in noord-zuid richting. De zuidzijde van het bedrijventerrein krijgt een stevige bosrand met boskamers waarin bestaande kleinschalige bedrijfspercelen en bedrijfswoningen die op de Zoggelsestraat georiënteerd zijn, worden opgenomen. De kleinschalige sfeer van de Zoggelsestraat blijft zo behouden. Door de brede bosstrook van 30 meter tot 80 meter breed wordt het zicht op de bedrijven, bij volgroeide bomen, hier goed afgeschermd. Om de landschappelijke en ecologische betekenis hiervan te versterken wordt dit bos gelaagd opgebouwd met veel aandacht voor natuurlijke gradiënten en het verloop van oost naar west van droognat naar nat. In de zuidwesthoek van het plangebied is een drijvend zonnepark voorzien. De bestaande beplanting langs de Ruitersdam blijft behouden en wordt versterkt. Plassen, ruiger struikgewas en bestaande bomenrijen en bosjes en het handhaven van de Ruitersdam met haar volgroeide beplanting, zorgen hier voor beperking van het zicht op de bedrijven.

Aan de westzijde is gekozen voor een meer open landschap. Dit is een locatie waar het bedrijventerrein zich mag presenteren om het duurzame karakter te laten zien van zowel de bedrijven als het terrein. Het terrein wordt nog steeds op een ruime manier ingepast doordat het landschapspark zich ook hier uitstrekt tot aan de Weerscheut. De bomenrij langs de Weerscheut met haar laanbeplanting blijft gehandhaafd. In aanvulling daarop wordt een nieuw groen park ontwikkeld. In dit gebied wordt met in grootte variërende waterplassen ruimte gemaakt voor berging van water. Deze ingrediënten vormen samen met 48

de flauwe en meanderende oevers van de plassen een gevarieerd en aantrekkelijk gebied voor flora en fauna. Op deze manier is ook hier sprake van een zachte overgang tussen het bedrijventerrein en de omgeving. Daarmee is ook aan deze zijde wel degelijk sprake van een groene buffer. In tegenstelling tot wat sommige insprekers stellen, zal er een landschapspark worden gecreëerd die rondom het bedrijventerrein zal liggen en ook zeer robuust is. De maatvoering van de bomen rondom zal zodanig zijn, dat deze voor afscherming zullen zorgen van de bedrijfsgebouwen. De landschappelijke inpassing reageert op het landschap ter plaatse. Vandaar de keuze voor singels en bosstroken bij het slagenlandschap, een brede bosstrook aansluitend bij de kamerstructuur van de Zoggelsestraat en een meer open landschap aan de westzijde, passend bij het open landschap aan deze zijde. Het aandeel ‘groen’ is in vergelijking met andere bedrijventerreinen bijzonder hoog. Bij de verdere uitwerking van het landschapspark speelt het vergroten van de biodiversiteit binnen het plangebied een belangrijke rol. Juist door de omvang van het landschapspark liggen er, ten opzichte van de huidige situatie, veel kansen voor de natuur. We zien dan ook juist mogelijkheden om de biodiversiteit te vergroten in plaats van te verkleinen. Dit wordt nader uitgewerkt in het landschapsplan.

3.6.7

Verandering gebied en ruimtelijke kwaliteit nieuwe situatie Insprekers vinden dat het gebied in de huidige situatie veel ruimtelijke kwaliteiten heeft, zoals rust, natuur, groen etc. en deze zullen verdwijnen door het plan. Zij vinden dat het gebied hierdoor wordt aangetast: de landelijke omgeving verdwijnt. Het is duidelijk dat dit gebied zeker van karakter zal veranderen. Dit is onder meer ook beschreven in paragraaf 5.3.4 van de MER, kopje Landschap en biodiversiteit, pagina 89. Deze verandering heeft inderdaad ook gevolgen voor aspecten als groen, landschap, rust en stilte, dat is onvermijdelijk. Het gebied zelf transformeert naar een bedrijventerrein. Overigens zijn dit voor een ieder verschillende begrippen. Er is in het gebied op dit moment immers al een aanzienlijke geluidsbelasting van de snelweg, en is er vaak geen sprake van echte stilte or rust. Maar we zullen niet ontkennen dat door het bedrijventerrein er meer geluidsbelasting in het gebied zal ontstaan en soms daarmee ook hinder. Deze hinder wat betreft geluid en verkeersbewegingen zal zoveel mogelijk worden beperkt, om de woonkwaliteiten van omwonenden te respecteren.

Tegelijkertijd zetten we in op een nieuwe ruimtelijke kwaliteit, die het beoogde bedrijventerreinprogramma zo goed mogelijk combineert met inpassen van bestaande (groen)structuren en het versterken van biodiversiteit, circulair bouwen en ontwikkelen, mobiliteit en landschappelijke inpassing. Dit gebeurt op een dusdanige wijze dat er op recreatief gebied, op gebied van landschappelijke inpassing en ontwikkeling van biodiversiteit, grote winst wordt behaald ten opzichte van de huidige situatie. Dat lichten we hieronder toe. De huidige waarde op gebied van biodiversiteit is op dit moment, gemiddeld genomen, laag. Enkele uitzonderingen daargelaten. De waardes die er zijn op gebied van landschap, natuur en biodiversiteit worden waar mogelijk behouden en verder versterkt. Waar dat niet mogelijk is worden zorgvuldige maatregelen genomen om te compenseren en te mitigeren.

49

In het gebied wordt gestreefd naar een hoge ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteit is vastgelegd in de uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan, bestemmingsplan en circulair kwaliteitsplan. Het landschapspark vormt een stevig en robuust raamwerk waarbinnen de bedrijven worden geplaatst. Het landschapspark is 65 hectare groot. Dit is een zeer robuuste landschappelijke inpassing, met meerwaarde voor de biodiversiteit en nieuwe recreatieve mogelijkheden. Er worden diverse nieuwe fiets- en wandelpaden aangelegd die aansluiten op bestaande netwerken. Het landschappelijk raamwerk geeft een stevig kader en structuur mee aan het gebied. Daarbij wordt voortgeborduurd op bestaande landschappelijke elementen. Voorbeelden zijn de inpassing van de Raktstraat en de Koksteeg met bijbehorend groen, bestaande groenelementen verspreid over het terrein en bebouwing langs de Zoggelsestraat. In het landschapspark is gekozen voor doelsoorten (dieren) die van nature hier voorkomen en daaromheen wordt een systeem gemaakt (landschap) dat aansluit bij deze en andere doelsoorten. Zo ontstaat een sterk netwerk ontstaat waarin de biodiversiteit enorm toeneemt. In het circulair kwaliteitsplan zijn de voorwaarden opgenomen om tot een representatieve (beeld)kwaliteit te komen.

Daarbij is er veel aandacht voor landschappelijke inpassing, maar ook voor een representatieve uitstraling van het terrein en de gebouwen die zich op zichtbare locaties bevinden.

3.7

Behoefte Uit de reacties blijkt onder meer dat insprekers zich afvragen of er wel behoefte is aan het plan van Heesch West. Meer in het bijzonder wordt aangegeven dat het overschot van bedrijventerreinen voor categorie 4 bedrijven 500 hectare bedraagt. Verder wordt gevraagd waarom categorie 5.1 nodig is. Door insprekers wordt vaak gesteld dat het op voorhand duidelijk is dat bedrijven in milieucategorie 5.1 zich zullen gaan vestigen, doordat er geen behoefte is aan categorie 4-bedrijven. De slechte ontsluiting nemen 5.1-bedrijven dan voor lief. Tot slot geven insprekers daarbij aan dat kavels om gevestigde 5.1-bedrijven leeg blijven, omdat andere bedrijven geen milieucategorie 5.1 bedrijf als buurman willen. Algemeen behoefte De basis voor de behoefteonderbouwing en vraag is gemotiveerd in het Masterplan Gebiedsontwikkeling Heesch West (september 2017), wat als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. In paragraaf 4.2 van het Masterplan is het volgende aangegeven: Het plangebied biedt 50 hectare voor (grootschalige) ontwikkelingen in de eerste fase en 26 hectare aan vraaggerichte ruimte in de tweede fase. Wij adviseren om voor een lange termijn ontwikkeling te gaan, gekoppeld aan een trapsgewijze opschaalstrategie (in drie fasen) voor een periode van 10-15 jaar.

Op basis van de bevindingen uit de marktinventarisatie, de actuele marktsituatie en de positionering van het terrein is focus op grootschalig ontwikkelen het meest gewenst een daarmee ook het meest kansrijk. Dit voorkomt tevens dat onnodige kannibalisatie in de regio plaatsvindt aangezien er in de regio voorlopig voldoende kleinere kavels beschikbaar zijn (p.29). Uit het Masterplan blijkt derhalve de behoefte voor de beoogde bedrijventerreinontwikkeling. Dit wordt tevens beschreven, bevestigd en gemotiveerd in paragraaf 4.2.2 van het bestemmingsplan. Hierin is de behoefte-onderbouwing gegeven voor het voorliggende plan, waarbij onder meer ook verwezen wordt de prognoses van Stec Groep (2018). Op basis van deze onderbouwing blijkt dat er behoefte is aan de bedrijvigheid die in dit plan wordt mogelijk gemaakt. 50

Aanvullend daarop, specifiek wat betreft de vraag voor hoge milieucategorieën (4 en 5) wordt in bijlage 1 van het Masterplan aangegeven: Bij de zware milieucategorieën wordt te vaak eenzijdig gedacht aan recycling of zware procesinstallaties. Heesch West kan voor bedrijven uit de regio de opvanglocatie zijn voor bedrijven in deze zware milieucategorieën (p.45). Het is in ieder geval belangrijk dat op Heesch West op grote delen van het terrein de categorie 4.2 kan worden gehanteerd en dat in een deelgebied ook categorie 5 mogelijk is (p.46). Eventuele milieucategorie 4 -en 5-bedrijven op Heesch West moeten met hun activiteiten uiteraard ook passen binnen de kaders van het Masterplan Heesch West. Op basis van dit Masterplan, richt Heesch West zich deels op ruimtevragers uit de bouw- en logistieke sector, deels op ruimtevragers uit de circulaire economie en deels op regionale verplaatsers. In met name deze laatste twee categorieën zijn ruimtevragers denkbaar die (deels) categorie 4 en 5 activiteiten uitvoeren. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan het hergebruik van (bouw)materialen. Na het vaststellen van het Masterplan (2017) en deze prognoses (2018) heeft de gronduitgifte zich zeer sterk verder ontwikkeld en is gebleken dat er een urgent tekort is om de aanhoudende vraag, te kunnen accommoderen. Deze directe vraag heeft in belangrijke mate een regionale herkomst.

Er is zeker geen overschot gebleken aan vestigingslocaties voor categorie 4-bedrijven, zoals insprekers stellen. Er is inmiddels een duidelijke schaarste. Met name voor grootschalige bedrijvigheid en bedrijven met een hogere milieucategorie is daarbij vastgesteld dat voor die bedrijven op bestaande locaties en/of in bestaand stedelijk gebied geen vestigingsmogelijkheden meer kunnen worden geboden. De eerder bepaalde voorwaardelijke koppeling van de ontwikkeling van Heesch West aan Vorstengrafdonk is niet meer aan de orde, nu de uitgifte ook op dat terrein zeer snel gevorderd is. Op bestaande bedrijvenlocaties zijn er dus zeker onvoldoende vestigingsmogelijkheden voor categorie 5.1-bedrijven. Op Heesch West wordt milieucategorie 5 in ieder geval niet direct bestemd en een mogelijke toelating is dan ook slechts mogelijk onder strikte voorwaarden en na aanvullende besluitvorming. Verder is gebleken dat ook middelgrote bedrijven in de regio onvoldoende ruimte vinden om zich verder te ontwikkelen. Op basis van deze, in sterke mate regionale behoefte, is er in het vestigingsprofiel van Heesch West nu nog meer een regionale focus bepaald.

De verfijning met bijvoorbeeld de mogelijkheid om in het westelijk deel ook bedrijven vanaf 5.000 m2 toe te laten, mits passend in het algemene bedrijvenprofiel, is eerder in 2021 op basis van de nadere aangetoonde behoefte zorgvuldig afgestemd met de regio en de provincie. Onder meer gestaafd met een geactualiseerd overzicht van aanbod op werklocaties per 1 januari 2021, wordt de behoefte uitgebreider beschreven in paragraaf 4.2 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Beschrijving vraaggericht ontwikkelen Aanvullend op bovenstaande is hieronder ter toelichting een beschrijving opgenomen wat betreft de vraag naar een nieuw terrein en met name het vraaggericht ontwikkelen. De ruimtevraag en het huidige steeds beperktere aanbod is beschreven onder het kopje ‘Algemeen behoefte’. Nieuw terrein Om aan de vraag naar grote bedrijfskavels en de ruimtevragen van regionale verplaatsers, bouwgerelateerde bedrijven en circulaire economie te kunnen voldoen, willen we een nieuw bedrijventerrein ontwikkelen en gezien de omvang daarvan, het liefst geconcentreerd en niet overal kleine plukjes. We verwijzen ook naar de ladderonderbouwing uit het bestemmingsplan (paragraaf 4.2) en het thema Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik (paragraaf 3.8). 51

Een terrein dat we voor een groot deel heel goed kunnen vormen op basis van de wensen uit de markt. Daarvoor ontwikkelen we Heesch West, met goedkeuring van zowel de regio als de provincie. Vraaggericht ontwikkelen – 50 en 80 ha. Omdat de prognoses voor werklocaties een doorkijk hebben tot 2030 en zelfs tot 2040, zien we tegenwoordig de prognoses vooral als richtinggevend. Uiteraard geven prognoses nog steeds een toekomstig beeld van de ontwikkelingen van werklocaties. Maar er bestaat geen zekerheid over de uitkomst ervan. Deze onzekerheid vraagt om een meer flexibeler planning van bedrijventerreinen, zodat je kan inspelen op de vraag uit de markt. Als regio hebben we daarom met de provincie nieuwe afspraken gemaakt, het zogenaamde vraaggericht ontwikkelen. We hebben afgesproken om fasegewijs nieuwe werklocaties te ontwikkelen. Dit is ook toegepast op de ontwikkeling Heesch West. Regio en provincie willen in principe geen grote nieuwe ontwikkelingen meer, zonder duidelijkheid over eindgebruikers. En je moet kunnen aantonen dat er vraag is aan de hand van de prognoses en door concrete interesse van bedrijven. Dit om overaanbod (ijzeren voorraad) van bedrijventerreinen te voorkomen. Voor Heesch West zijn er twee fases, waarvan de eerste 50 ha is en een directe bestemming krijgt. De tweede fase is 30 hectare groot.

Voor de komende 10 jaar is de vraag aangetoond voor de eerste 50 hectare. Voor de 10 jaar daarna is op basis van de onderzoeken en prognoses op dit moment de verwachting dat er concreet vraag is naar de overige 30 hectare (tot totaal 80 hectare). Dit dient op dat moment met een onderzoek bevestigd worden. Dit is in lijn met een goede ruimtelijke ordening. Deze extra ruimte die in beeld komt over 10 jaar, moet de komende 10 jaar ingezet worden voor maatschappelijke opgaves als energietransitie. Om die reden heeft Heesch West ook twee fases, de 1 e fase van 50 ha. en een 2e fase van 30 ha.. Die laatste fase kan deels gebruikt worden voor tijdelijke zonnepanelen. Vestiging van 5.1-bedrijven in relatie tot milieucategorie 4-bedrijven Insprekers stellen dat het duidelijk is dat 5.1-bedrijven zich zullen gaan vestigen, omdat er geen behoefte is aan de kavels vanuit milieucategorie 4-bedrijven. Ook wordt gesteld dat kavels rondom 5.1-bedrijven leeg zullen blijven, omdat men geen 5.1-bedrijf als buurman zou willen. Vooropgesteld, er is veel behoefte aan ruimte voor milieucategorie 3 -en 4-bedrijven. Het is zeker niet de verwachting dat er een gebrek aan belangstelling zal zijn voor de kavels en dat die derhalve allen zouden moeten worden benut door 5.1-bedrijven.

Wat betreft de vestiging van 5.1-bedrijven (onder strikte voorwaarden en na aanvullende bestuurlijke besluitvorming) is in het hoofdstuk Milieucategorie beschreven wat de aanpassingen in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan zijn ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. De mogelijkheden voor 5.1-bedrijven in het bestemmingsplan zijn ingeperkt en bovendien nog steeds alleen mogelijk op grond van een (binnenplanse) afwijking van het bestemmingsplan. Het is niet ondenkbaar dat 5.1-bedrijven een plek kunnen krijgen op Heesch West, echter, zoals in het hoofdstuk Milieucategorie beschreven, is het uitgangspunt voor Heesch West bedrijven in milieucategorie 3 en 4. Dit wordt dan ook direct mogelijk gemaakt in de bestemming. Er is geen reden om algemeen aan te nemen dat bedrijven uit milieucategorie 2 t/m 4 een bedrijf uit milieucategorie 5.1 niet als buurman zouden willen. Zowel op basis van gesprekken met geïnteresseerde marktpartijen voor kavels in Heesch West, als op grond van ervaringen van praktijksituaties op bestaande bedrijventerreinen, zijn er geen signalen of indicaties dat deze bedrijven moeite zouden hebben met 5.1-bedrijven als buurkavel. Er zijn veel negatieve beelden over 5.1-bedrijven.

De beelden betreffen doorgaans bedrijven die niet in het vestigingsprofiel van Heesch West passen of voor wie de duurzame vestigingsvoorwaarden (zoals bijvoorbeeld aardgasvrij) van Heesch West niet matchen. 52

3.8

Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik Insprekers hebben twijfels bij de locatiekeuze van het bedrijventerrein. Ook hebben insprekers ingebracht dat de locatie niet goed is gekozen, bezien vanuit zorgvuldig ruimtegebruik. De spaarzame natuur en agrarische grond dient zoveel mogelijk behouden te worden. De locatiekeuze voor een industrieterrein met windpark zorgt voor versnippering, wat in strijd is met nationaal en regionaal beleid om industrie en windturbines in enkele grote parken te clusteren. In paragraaf 5.2 van het MER is de locatiekeuze voor het terrein onderbouwd. De afwegingen rondom de locatie voor het bedrijventerrein hebben zorgvuldig plaatsgevonden, en zijn ook onderzocht en onderbouwd in eerdere visies voor Heesch West. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties, als ook het advies van de commissie MER, is de locatiekeuze in het ontwerpbestemmingsplan en de Aanvulling op de MER nader onderbouwd. Uit deze aanvullende locatiemotivatie, zoals opgenomen in paragraaf 4.2 van de Aanvulling op de MER, blijkt dat de gekozen locatie verantwoord is. Dit lichten we hieronder verder toe. Er is in de regio behoefte aan nieuw bedrijventerrein met grote kavels voor grote ruimtevragers (zie ook paragraaf 3.7).

Er is hiervoor geen ruimte op of aansluitend aan bestaande bedrijventerreinen in de regio: de bestaande bedrijventerreinen zijn al vol, hebben geen grote kavels meer beschikbaar en hebben geen ruimte voor (grootschalige) uitbreiding. Om versnippering te voorkomen, betekent dit een nieuwe locatie moet worden gekozen waar de nieuwe bedrijvigheid geconcentreerd gaat worden. Gezien de oriëntatie op vooral grootschalige, logistieke en circulaire bedrijvigheid is er behoefte aan een nieuwe locatie met voldoende omvang (orde grootte netto 80 hectare), goed ontsloten op de snelweg en op afstand van de natuurgebieden en de woonkernen, vanwege de verkeers- en hinderaspecten. In de regio zijn er geen locaties die én op een gelijkwaardige manier aan de doelstelling voor een regionaal bedrijventerrein als Heesch West kunnen voldoen én (wezenlijk) minder negatieve milieueffecten geven. Binnen de subregio ’s Hertogenbosch Oss is de locatie Heesch West de beste optie: tussen de twee grootste gemeenten, gelegen aan en aangesloten op de A59 als belangrijke as tussen de A2 en de A50 en op afstand van woonkernen als Nuland, Geffen, Oss, Heesch en Vinkel. Onderlegger voor de bepaling van het plangebied voor Heesch West is het structuurplan Regionaal Bedrijventerrein Heesch West, vastgesteld door de gemeente Maasdonk en Bernheze in 2006.

Het is juist dat dat het principe van zorgvuldig ruimtegebruik moet worden toegepast. Dit is een van de eisen uit de provinciale verordening. Zoals hiervoor al beschreven, is er geen mogelijkheid om een bedrijventerrein van deze omvang aan te sluiten op bestaande bedrijventerreinen. Om versnippering van bedrijfsterreinen te voorkomen, betekent dit dat een nieuwe locatie moet worden gekozen waar de nieuwe bedrijvigheid geconcentreerd gaat worden; zodat er geen plukjes bedrijvigheid her en der worden gepland. Dus juist vanwege het principe van voorkomen van versnippering en het toepassen van zorgvuldig ruimtegebruik, is de gekozen locatie en het voorgenomen plan van 80 ha. verantwoord. Vanuit het principe van zuinig ruimtegebruik is in hoofdstuk 4 van het bestemmingsplan ook de ladder van duurzame verstedelijking opgenomen, met een geactualiseerde verantwoording van de ruimtebehoefte van Heesch West.

53

3.9

Ecologie Insprekers vrezen voor emissies die schadelijk zijn voor milieu en vragen hoe om wordt gegaan met biodiversiteit. Het plan zou een aantasting van de ecologie vormen. Ook wordt er gevreesd dat de soortenbescherming in het plangebied onvoldoende geregeld is. Daarbij wordt ook aangegeven dat de milieucategorie-verhoging een grote negatieve impact heeft. Ook wordt aangegeven dat lichthinder en geluidsbelasting een negatieve invloed hebben op natuur. Tot slot stellen insprekers dat de ecologische waarde van de Ruitersdam door de plannen achteruit gaat. Wettelijke mitigatie en ontheffingen Met de komst van Heesch West gaan natuurwaarden verloren. Dit is in een natuurtoets en in het MER onderzocht. Het verlies van natuurwaarden, wordt conform wettelijke eisen gemitigeerd (voorkomen, dan wel beperken) en als dit niet kan, gecompenseerd (hersteld). Deels door de aanleg van nieuwe landschappelijke zones, aanplant van bomen en groenstructuren, deels door maatregelen als huismussenhotels en vleermuistorens om effecten op vogels en vleermuizen te beperken. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat nadelige effecten op het voortbestaan van populaties wordt voorkomen. De maatregelen zijn opgenomen in de natuurtoets. De mitigatie en compensatie van natuurwaarden wordt te zijner tijd geregeld via ontheffings- en/of vergunningsaanvragen.

De ontheffingen en vergunningen moeten voor de uitvoering van het plan worden aangevraagd. De verwachting is dat deze ontheffingen verleend zullen worden. Ecologische –en natuurwaarden plangebied In de huidige situatie is de biodiversiteit vooral te vinden langs de erven van woningen en boerderijen en in en rond diverse bosschages. Op de akkers en weides is de biodiversiteit over het algemeen laag. In de MER is ten aanzien van biodiversiteit opgenomen (paragaaf 5.3.4): Daarnaast is vanuit de duurzaamheidsdoelstelling voor Heesch West fors ingezet op de realisatie van nieuwe robuuste landschappelijke waarden, waarmee tevens invulling is gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals in het provinciaal beleid gevraagd. Het landschap/groen is zo ontworpen dat het ecologische meerwaarde heeft en naast mitigatie biedt voor negatieve effecten ook breder de biodiversiteit stimuleert. De biodiversiteit wordt met het landschapsplan dus gestimuleerd, het is een van de pijlers van het landschapsplan. Daarom is het ook een hoofdprincipe binnen het Circulair Kwaliteitsplan. Uit de effectbeoordeling van het voorkeursalternatief uit de MER (Tabel 25.9, paragraaf 25.3.6) blijkt ook dat het onderdeel biodiversiteit positief scoort ten opzichte van de referentiesituatie. In het hiernavolgende wordt ingegaan op vragen over de gevolgen van schadelijke emissies op natuurwaarden.

Voor antwoorden op vraagstukken rondom de effecten van stikstofdepositie op natuur wordt verwezen naar paragraaf 3.10 van dit document. In paragraaf 3.2 wordt ingegaan op de keuze voor het eventueel toepassen van categorie 5.1 op het bedrijventerrein Heesch West. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een milieucategorie-verhoging maar van een voornemen waarover al eerder is besloten.

54

Invloed trillingen, geur, geluid en lichthinder op natuur Het plan zorgt volgens een aantal insprekers voor dag en nacht voor lichthinder met negatieve effecten voor de natuur: ontregeling van de natuur en de verstoring van het nachtelijk landschap. Daarnaast zou ook de toename van geluid, geur en trillingen negatieve effecten hebben voor de natuurwaarden. Trillingen en lichthinder In de natuurtoets en het MER zijn de effecten van de ontwikkeling van het bedrijventerrein op natuurwaarden (flora- en faunasoorten, Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Natura 2000-gebieden) voor verschillende verstoringsfactoren, waaronder trillingen en lichthinder, onderzocht (paragraaf 22.3 van de MER). Heesch West heeft geen trilling/lichteffect op Natura2000-gebieden, omdat deze op grote afstand liggen. Er is voor deze aspecten ook geen effect op NNB-gebieden in en rond Heesch West. Deze zijn of in de huidige situatie al verstoord (bv door licht van de snelweg) of liggen op afstand van Heesch West en ondervinden geen wezenlijke trilling- of lichthinder. Waar relevant en noodzakelijk zijn in het plan overigens maatregelen voorgesteld om verdere nadelige lichteffecten te beperken of te voorkomen. Zo zal het gebruik van kunstmatige lichtbronnen en de uitstraling van deze lichtbronnen naar de omgeving zoveel mogelijk beperkt moeten worden.

Hierbij verwijzen we naar paragraaf 3.15, Lichthinder, van dit document, waarin de maatregelen worden beschreven. Geur Zoals in het voorafgaande is vermeld, zijn de effecten op natuurwaarden aan de hand van verschillende relevante verstoringsfactoren onderzocht. Geurhinder is niet als een relevante verstoringsfactor aangeduid. Voor zover bekend zijn er ook geen wetenschappelijke onderzoeken of bewijzen die een duidelijke dosis-effectrelatie aantonen tussen geurhinder en de gunstige staat van instandhouding van natuur. Geluid Er gelden voor natuur geluidnormen waaraan getoetst moet worden. In het MER is het geluideffect van Heesch West op natuurgebieden berekend en beoordeeld (paragraaf 22.3). Die effecten zijn zeer beperkt; slechts op één nabijgelegen klein NNB-gebied ten zuiden van de Zoggelsestraat is een verstoring te verwachten. Dit wordt gecompenseerd. Daarnaast is ook bij de effectbepaling op beschermde diersoorten het effect van geluid beschouwd, voor zover relevant voor de soort. Daar waar overschrijding van normen plaatsvindt en/of soorten verstoord worden door geluid zijn conform wettelijke eisen voorstellen gedaan voor mitigatie (effectbeperking) en/of compensatie (herstel van natuurwaarden elders). Over het algemeen is het geluideffect van Heesch West op natuurwaarden (gebieden en soorten) beperkt.

Dit komt doordat in de huidige situatie al sprake is van geluidbelasting vanaf de snelweg. Luchtkwaliteit Zoals in het voorafgaande is vermeld, zijn de effecten op natuurwaarden aan de hand van verschillende relevante verstoringsfactoren onderzocht. Luchtkwaliteit (anders dan de depositie van verontreinigende en verzurende stoffen binnen natuurgebieden) is niet als een verstoringsfactor aangeduid. Voor zover bekend zijn er ook geen wetenschappelijke onderzoeken of bewijzen die een dosis-effectrelatie aantonen tussen luchtkwaliteit en de gunstige staat van instandhouding van natuur. 55

Invloed op Ruitersdam door nieuwe weg Een aantal insprekers voert aan dat de nieuwe weg bij de Ruitersdam een negatieve invloed heeft op de natuurwaarden van deze weg met houtwal. De Ruitersdam heeft een belangrijke ecologische functie in het gebied. Zo vormt het onder andere een essentiële vliegroute en belangrijk foerageergebied voor verschillende vleermuizen. Uit het verkeersonderzoek is gebleken dat een nieuwe doorsteek tussen de Weerscheut en de Koksteeg van belang is om ongewenste verkeerstoenames in Vinkel te voorkomen. Deze verbinding is ten noorden van de huidige Ruitersdam geprojecteerd. Hiermee blijft de ecologische functionaliteit van de Ruitersdam, onder andere voor vleermuizen, behouden. Wel zijn er nadelige effecten van de nieuwe weg op de ecologische waarde als gevolg van bijvoorbeeld geluid- en lichthinder. Maar deze effecten zijn, vanwege het relatief geringe aantal verkeersbewegingen, beperkt. Om deze beperkte effecten te voorkomen kan de nieuwe weg mogelijk nog wat verder naar het noorden opschuiven waardoor er meer ruimte ontstaat tussen deze weg en de Ruitersdam. De precieze locatie van de weg en invulling van de groenstructuur wordt onder andere in samenspraak met (lokale) deskundigen op het gebied van natuur en landschap en omwonenden in een participatief ontwerp van het landschapsplan verder uitgewerkt.

Overigens wordt de groenstructuur langs de Ruitersdam in het kader van de landschappelijke inpassing van Heesch West (zie paragraaf 3.6.6) verder versterkt en is ook een vleermuistoren nabij de Ruitersdam voorzien. In combinatie met het verder op afstand plaatsen van de nieuwe verbindingsweg tussen de Koksteeg en de Weerscheut, wordt verwacht dat de ecologische waarde van de Ruitersdam hierdoor toeneemt in plaats van afneemt.

3.10

Stikstof Een groot aantal insprekers voert aan dat het plan vanwege het aspect van stikstof niet uitvoerbaar is, gelet op de uitspaak door de Raad van State van 29 mei 2019 op dit punt. In het ontwerpbestemmingsplan en de Aanvulling op de MER is een nieuwe stikstofmotivatie voor Heesch West opgenomen (zie hoofdstuk 17 van de Aanvulling MER). Hiervoor is teruggevallen op motivatiemethoden van vóór het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Allereerst is geprobeerd de stikstofuitstoot zoveel mogelijk te beperken, hoewel dat ook lastig is aangezien nog niet bekend is welke bedrijven zich op Heesch West precies gaan vestigen. Gerekend is dus met kengetallen per milieucategorie. In het voorontwerpbestemmingsplan was al uitgegaan van een reductie van de NOX uitstoot met 40% als gevolg van uitgangspunt dat Heesch West aardgasvrij ontwikkeld gaat worden. In het ontwerpbestemmingsplan zorgt de verkleining van het oppervlak milieucategorie 5.1 voor afname van de stikstofuitstoot ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. Maar Heesch West blijft leiden tot een toename van stikstof op omliggende Natura2000-gebieden. Daar staat tegenover dat ten behoeve van Heesch West in het verleden de veehouderijen in het plangebied zijn aangekocht en dat daarmee Heesch West leidt tot het verdwijnen van de stikstofuitstoot van deze veehouderijen.

Ten behoeve van een robuuste stikstofmotivatie voor Heesch West is aanvullend een varkenshouderij aan de Van Rijckevorselweg 4, ten zuiden van de aansluiting van de Heesch West op de A59 bij Nuland, aangekocht. Dit bedrijf en daarmee de stikstofuitstoot zal worden beëindigd, zodat de stikstof kan worden benut voor de stikstofmotivatie van Heesch West. 56

Door met de te beëindigen bedrijven te salderen kan de stikstofuitstoot van Heesch West worden gemotiveerd. In het ontwerpbestemmingsplan is daarom een juridische regeling opgenomen die borgt dat Heesch West niet kan en mag leiden tot meer toename van stikstof dan met saldering met de aangekochte veehouderijen kan worden gemotiveerd. Gewerkt wordt met een ‘stikstofpot’ waarbij de totale hoeveelheid stikstofemissie, die gesaldeerd kan worden, evenredig wordt verdeeld. Naar verwachting zal de stikstofemissie van de bedrijven die straks daadwerkelijk op Heesch West zich vestigen, in voorkomende gevallen lager zijn dan de kengetallen waar nu vanuit is gegaan, omdat de kengetallen vrij worst case zijn ingegeven. De duurzaamheidsambities van Heesch West verlagen naar verwachting de stikstofemissie van de bedrijven nog verder, waardoor verwacht wordt dat het hele bedrijventerrein uiteindelijk op adequate wijze ingevuld kan worden en er geen kavels zijn waar – door afwezigheid van ‘stikstofruimte’ – geen bedrijvigheid meer kan vestigen. Een beleidsregel zorgt overigens voor een evenwichtige verdeling van de ‘stikstofruimte’. De nieuwe stikstofmotivatie is opgenomen in een Passende Beoordeling (verplicht omdat op voorhand significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten) en samengevat in de aanvulling MER (Hoofdstuk 17) en het ontwerpbestemmingsplan.

Ten behoeve van de Passende beoordeling zijn stikstofberekeningen uitgevoerd met de momenteel actuele versie van Aerius (Aerius 2020).

3.11

Woon en leefklimaat Insprekers stellen dat er hinder ontstaat door het plan, met veel geluidsoverlast, verslechtering luchtkwaliteit, lichthinder, maar ook stankoverlast en trillingshinder. Het betekent een sterke aantasting van het woon -en leefklimaat. Met ruimtelijke planvorming neemt de gemeente een besluit waarbij alle belangen moeten worden afgewogen; het belang van de ruimtelijke ontwikkeling en de voordelen die dat met zich mee brengt, maar net zo goed de belangen van omwonenden, van omliggende bedrijven, flora en fauna, milieu en landschap. Dat betekent onder meer dat hinder of schade voor de omgeving zoveel mogelijk moet worden beperkt of voorkomen. In dit geval blijkt uit de verschillende onderzoeken en de MER als geheel dat er door het bedrijventerrein sprake zal zijn van een toename van hinder van een aantal aspecten in de omgeving van het bedrijventerrein. De mate waarin loopt uiteen voor de verschillende aspecten. Zo is de hinder ten aanzien van aspecten als luchtkwaliteit, lichthinder of trillingen beperkt, maar zijn er wat grotere negatieve effecten op de aspecten geluid, de woon- en leefomgeving en de ruimtelijk-visuele kwaliteit van het landschap (zie tabel 25.9 in paragraaf 25.3.6 van de MER). Het MER heeft inzichtelijk gemaakt dat met het treffen van mitigerende maatregelen voldaan kan worden aan wettelijke en gemeentelijke normen.

Hoewel er in sommige gevallen hinder aanwezig blijft, is in het bestemmingsplan gemotiveerd dat er geen sprake is van onevenredige hinder, dat er sprake blijft van een acceptabel woon- en leefklimaat en dat wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Hierin is ook een afweging gemaakt tussen de belangen van omwonenden en het algemeen belang van de huisvesting van bedrijven (en daaraan gelieerde gevolgen). Naar aanleiding van de inspraakreacties en adviezen die zijn ontvangen over het voorontwerpbestemmingsplan en het MER is een aantal wijzigingen in het plan doorgevoerd om verder te borgen dat die effecten beperkt blijven, en om de zorgen hierover proberen weg te nemen. In de hiernavolgende paragrafen wordt in meer detail ingegaan op de verschillende milieuaspecten en de aanvullende maatregelen die zijn getroffen om hinder voor de omgeving te beperken.

57

3.12

Geluid Insprekers stellen veel geluidsoverlast te gaan ondervinden van het plan, zowel van industrielawaai, windturbinelawaai als wegverkeerslawaai. Sommige insprekers geven aan dat er een grote toename is ten opzichte van de huidige situatie. Ook wordt gesteld dat het onduidelijk is waarom met de toename van industrielawaai zou kunnen worden voldaan aan de binnenwaarden van bestaande woningen. Ook geven insprekers aan dat er naar hun mening geen goed woon –en leefklimaat in de tuinen van bestaande woningen meer zal zijn en dat daar geen rekening mee is gehouden. Insprekers stellen dat aan de cumulatie van wegverkeerslawaai, industrielawaai en windturbinelawaai geen aandacht is besteed in de rapporten. Insprekers voeren ook aan dat de rapporten een te rooskleurig beeld laten zien, dat ten onrechte wordt gesteld dat het aantal woningen dat negatieve effecten ondervindt beperkt is, en dat er vele woningen zijn die ernstige hinder gaan ondervinden. Ook wordt gesteld dat de rapporten geen rekening houden met piekbelastingen, maar alleen uitgaan van gemiddelden. Tot slot brengen een aantal insprekers naar voren dat er geluidsoverlast zal zijn door 24/7 bedrijfsprocessen. Algemeen Uit de akoestische onderzoeken die zijn opgenomen in het MER en de Aanvulling MER blijkt dat dit plan een toename van de geluidsbelasting zal geven op de omgeving van het plangebied.

Hierin is onderscheid te maken in geluidsbelasting door het industrieterrein zelf en het wegverkeer. De ingediende reacties werden ook in belangrijke mate ingegeven in verband met de mogelijke inpassing van windturbines. Geluidsbelasting door windturbines wordt verder niet behandeld, omdat dit onderdeel uit het plan is verwijderd. Het afzien van windturbines geeft uiteraard wel een flinke matiging van geluidsimpact van Heesch West. Zoals toegelicht in paragraaf 3.2.3, gaat het plan uit van de VNG-methodiek. In het bestemmingsplan zijn op de verbeelding zones aangegeven waarbinnen milieucategorieën zijn toegestaan. Dit gaat uit van het principe van ‘inwaartse zonering’. Dit principe is gebaseerd op de richtafstanden zoals deze zijn opgenomen in de VNG-publicatie. Deze richtafstanden zijn bedoeld om hinder en gevaar zoveel mogelijk te voorkomen door voldoende afstand tot bijvoorbeeld woningen te houden. Voor Heesch West zijn deze richtafstanden rondom de woningen in het gebied gelegd. Hiermee zijn de contouren voor de verschillende milieucategorieën binnen Heesch West bepaald. Hierdoor is het bijvoorbeeld niet mogelijk dat zware bedrijvigheid nabij woningen wordt gerealiseerd. Ondanks de richtafstanden die worden gehanteerd, is nooit met zekerheid uit te sluiten dat de omgeving onder bepaalde (weers)omstandigheden enige hinder ervaart.

De inwaartse zonering is daarmee ook bepalend voor de hoeveelheid berekende geluidsbelasting op nabijgelegen woningen. Voor het aspect geluid is eerst per bron afzonderlijk gekeken (industrielawaai en wegverkeerslawaai). Tegelijkertijd is het zogenaamde cumulatieve geluid, dit is het geluid gecombineerd van alle bronnen, ook relevant, want dit wordt daadwerkelijk ervaren door omwonenden. Voor cumulatief geluid bestaan echter geen wettelijke normen, maar wel gemeentelijk beleid waarin getoetst wordt aan acceptabel woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening: is de toename van geluid acceptabel. Onder het kopje cumulatie wordt dat verder beschreven.

58

Nieuwe geluidberekeningen Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan en de Aanvulling MER is nieuw akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit vanwege het nieuwe verkeersmodel en de planaanpassingen (geen windturbines, verkleining oppervlak waar bij afwijking en onder voorwaarden milieucategorie 5.1 kan worden toegestaan en verkeerskundige maatregelen, zoals het vrachtwagenverbod op de Weerscheut en de snelheidsverlaging op de Zoggelsestraat bij Heesch). Geluideffecten worst-case berekend Er is in het MER 2019 en de aanvulling 2021 uitgegaan van een worst-case invulling van het bedrijventerrein en worst case effecteninschatting. Gebaseerd op de maximale invulling van de 80 ha met de maximale oppervlaktes milieucategorieën volgend uit de inwaartse zonering. Het is op dit moment nog niet bekend welke bedrijven zich gaan vestigen op Heesch West. Daarom is, zoals gangbaar voor MER-ren voor bedrijventerreinen, aan de hand van het ontwerp en de milieuzonering een “representatief geachte maximale invulling en geluidemissie” aangehouden. Deze maximale representatieve bedrijfssituatie is gebaseerd op een dag waarbij het bedrijf bij volledige capaciteit in werking is. In het algemeen zijn veel bedrijven niet dagelijks met hun volledige capaciteit in werking, maar de normstelling houdt wel rekening met deze mogelijkheid.

Daarbij komt dat in de rekenmethodiek voor geluid rekening wordt gehouden met het feit dat geluid ’s avonds en ’s nachts hinderlijker wordt ervaren dan overdag. Dit door het gebruik van “straffactoren / ophoging” van geluid in de avond (+5dB) en nacht (+10dB). De berekende geluidbelastingen ‘s avonds en ’s nachts en daarmee ook de berekende etmaalgemiddelde geluidbelasting zijn daarmee hoger dan de daadwerkelijke geluidbelastingen van de bedrijven. Daar komt bij dat voor geluid nog niet uitgegaan wordt van afschermende werking van gebouwen, maar van een zogenaamde “vrije-veld situatie”, het huidige maaiveld. Uitgaan van afscherming van gebouwen kan ook nog niet omdat nog niet bekend is hoe kavels gevuld gaan worden. Maar dat hiermee geluidreductie van afscherming nog niet meegenomen is, is zeker. Voor verkeer en daarmee wegverkeerslawaai is uitgegaan van 80% (64 ha) logistiek en 20% (16 ha) overige bedrijvigheid. Vervolgens is op basis van kengetallen op basis van ervaringen op bedrijventerreinen elders gekomen tot een getal voor het aantal arbeidsplaatsen per ha: respectievelijk 40 voor logistiek en 32 voor overige bedrijvigheid. Deze getallen zitten aan de “bovenkant” van de kengetallen: op logistieke bedrijventerreinen elders is sprake van gemiddeld 30 tot 35 arbeidsplaatsen per hectare. In het verkeersmodel zijn het aantal arbeidsplaatsen omgezet in verkeersbewegingen.

Door uit te gaan van de maximale 80 ha en de “aan de bovenkant” kengetallen voor het aantal arbeidsplaatsen per ha, is sprake van een worst-case inschatting van het verkeerseffect. Piekgeluiden In diverse inspraakreacties is aangegeven dat alleen gesproken zou worden over gemiddelden en niet over piekwaarden. Ook wordt in diverse inspraakreacties het begrip piekbelasting genoemd. Het begrip “piekwaarde” of “piekbelasting” heeft akoestisch gezien meerdere betekenissen. Om recht te doen aan de inspraakreacties zullen deze verschillende betekenissen afzonderlijk toegelicht worden. Allereerst is in de reacties - in relatie tot windturbines - aangegeven dat sprake kan zijn van een piekbelasting door variërende windrichtingen en – snelheden. Voor wat betreft windturbines is het inderdaad correct dat de geluidemissie afhankelijk is van de windsnelheid. In de hoogte van normstelling is hier echter wel rekening mee gehouden. Nu in het geheel geen windturbines op Heesch-West gerealiseerd zullen worden, is deze bron echter niet relevant en wordt hier niet nader op ingegaan. 59

Voor wegverkeerslawaai en industrielawaai geldt dat de geluidoverdracht afhankelijk is van de meteorologische omstandigheden, zoals de windrichting en windsnelheid. In de praktijk zullen de geluidniveaus die door omwonenden van een weg of industrieterrein worden ervaren dan ook afhangen van deze omstandigheden. In de normstelling en de voorschreven berekeningsmethoden wordt rekening gehouden met deze meteorologische omstandigheden, doordat is voorschreven dat gerekend moet worden onder meewindcondities (worstcase), waarop vervolgens een beperkte meteocorrectieterm in rekening gebracht wordt die rekening houdt met de gemiddelde weersomstandigheden. Naast fluctuatie in meteorologische omstandigheden kan sprake zijn van fluctuatie in het geluidniveau door discontinuïteit in de bedrijfsvoering. Om dit te ondervangen is allereerst een opsplitsing gemaakt in dag-, avond- en nachtperiode en worden deze afzonderlijk beoordeeld. Verder geldt dat voor industrielawaai uitgegaan wordt van de representatieve bedrijfssituatie. Dit betreft de “toestand waarbij de voor de geluidsproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode”, waarbij alle activiteiten die meer dan 12 maal per jaar voorkomen moeten worden meegerekend.

In de praktijk zijn weinig bedrijven continu met volledige capaciteit in werking, terwijl hier bij vergunningverlening wel vanuit wordt gegaan. Voor industrielawaai wordt in de normstelling dan ook feitelijk uitgegaan van een bovengemiddelde situatie. Naast een beoordelingsstelsel voor het gemiddelde geluidsniveau bestaat een separate beoordeling voor de optredende maximale geluidsniveaus, ofwel de piekgeluidniveaus. Het gaat hier om kortstondige geluidspieken die door een bepaalde activiteit veroorzaakt worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het dichtslaan van een autoportier of laadklep, het afblazen van de remmen van een vrachtwagen, het slaan met een hamer of het storten van materiaal in een puinbreker. Bij een melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer of bij het verlenen van een omgevingsvergunning milieu worden deze optredende geluidsniveaus separaat beoordeeld en afgewogen. Hierbij wordt opgemerkt dat deze pieken slechts kortstondig zijn en mogen zijn en in beginsel alleen voor de directe omgeving van het industrieterrein merkbaar zullen zijn. Voor bedrijven waar frequent pieken optreden, zoals bedrijven met een puinbreker, geldt dat deze medebepalend worden in het gemiddelde geluidniveau van het bedrijf.

Om te voorkomen dat het gemiddelde geluidniveau wordt overschreden, zal een bedrijf veelal maatregelen moeten treffen die ook de optredende pieken zullen reduceren. Geluideffecten kleiner dan plan 2019 Het wegvallen van windturbinelawaai is een positief effect van het aangepaste plan ten opzichte van het plan in 2019. Het aangepaste plan is enigszins positiever voor wegverkeerslawaai en industrielawaai dan het plan 2019. Dit komt door de aanvullende verkeerskundige maatregelen (vrachtwagenverbod Weerscheut en snelheidsverlaging Zoggelsestraat bij Heesch) en de verkleining van het oppervlak waarin bij afwijking en onder voorwaarden milieucategorie 5.1 kan worden toegestaan. Daarmee is ook voor het zogenaamde cumulatieve lawaai (geluidbronnen gezamenlijk) het aangepaste plan enigszins positiever (minder negatief) dan het plan in 2019. Er zijn voor wegverkeerslawaai en industrielawaai enigszins minder verslechteringen dan in 2019 en voor wegverkeerslawaai meer verbeteringen ten opzichte van 2019. Wegverkeerslawaai Realisatie van Heesch West zorgt voor een tweeledig effect op wegverkeerslawaai. De toename van verkeer leidt tot een toename van wegverkeerslawaai. Maar de aanpassing van de infrastructuur zorgt voor veranderende verkeersstromen, die op sommige wegen tot een toename van verkeer en 60

wegverkeerslawaai leiden, maar op andere wegen tot een afname van verkeer en wegverkeerslawaai. Wegverkeerslawaai is niet nieuw in het gebied. In de huidige situatie ondervindt het gebied al het geluid van de A59. Op een beperkt aantal woningen langs de Achterstraat, Zoggelsestraat en Weerscheut is sprake van een wezenlijke toename (> 1,5 dB tot max 3 dB) door Heesch West. Dit leidt onder andere tot een verschuiving van woningen naar een hogere geluidbelasting. Tegelijkertijd is er langs bijvoorbeeld de Koksteeg, Zoggelsestraat en Rijksweg Noord een afname van wegverkeerslawaai berekend. Zie paragraaf 6.3.1. van de Aanvulling MER. Per saldo neemt het aantal gehinderden vanwege wegverkeerslawaai door Heesch West zelfs enigszins af ten opzichte van de referentiesituatie. De positieve effecten langs wegen waar het verkeer en daarmee het wegverkeerslawaai afneemt zijn enigszins groter dan de negatieve effecten langs wegen waar het verkeer en daarmee het wegverkeerslawaai toeneemt. Voor een 7 tal woningen ten zuiden van de nieuwe en aangepaste Bosschebaan moet een hogere waarde worden aangevraagd, omdat als gevolg van de aanleg/aanpassing van de Bosschebaan door het verkeer op de Bosschebaan de voorkeursgrenswaarde op die woningen wordt overschreden. De maximale geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai is 54 dB.

Deze overschrijding blijft onder de maximaal te vergunnen grenswaarde van de Wet geluidhinder voor wegverkeer (63 dB) en is dus binnen de wettelijke normen. Vanuit dat oogpunt is ook geen onaanvaardbare geluidssituatie aan de orde nadat Heesch West is gerealiseerd. In het besluit voor hogere waarde moet wel de aanvaardbaarheid binnen het gemeentelijk beleid worden gemotiveerd. De ontwerp besluiten hogere waarden liggen tegelijkertijd ter inzage met het ontwerpbestemmingsplan. Het totaal wegverkeerslawaai ter plaatse is en blijft gedomineerd door de snelweg A59. Hierdoor is beperking van de geluidbelasting, bijvoorbeeld door een geluidscherm langs de Bosschebaan niet doelmatig. Het verkeer op de nieuwe aan te leggen Bosschebaan leidt ter plaatse van de woningen niet tot een hoorbare toename van de geluidsbelasting. De toename is maximaal 0,4 dB. Omdat deze toename niet hoorbaar is, is ook geen sprake van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Onderstaande tabel uit het aanvullende akoestisch onderzoek geeft voor de betreffende woningen de geluidbelasting (hogere waarde) als gevolg van het wegverkeersgeluid vanaf de Bosschebaan, de geluidbelasting als gevolg van het wegverkeersgeluid vanaf de snelweg en de cumulatieve wegverkeersgeluidbelasting als gevolg van beide (Bosschebaan en A59).

Uit de resultaten van de tabel blijkt dat de geluidsbelasting door het verkeer op de A59 op deze adressen minimaal 9 dB hoger is dan het verkeer op het verlegde nieuwe deel van de Bosschebaan. De cumulatieve geluidsbelasting van beide wegen wordt om deze reden bepaald door het verkeer op de A59 en niet door het verkeer op de verlegde Bosschebaan.

61

Adres Verlegde Bosschebaan (inclusief reductie artikel 110g Wgh) Bosschebaan 94 Vismeerstraat 7 Vismeerstraat 11 Voorste Groes 4 Voorste Groes 6 Voorste Groes 10 Voorste Groes 10a

52* 49 49 49 51 53 54

Geluidsbelasting [dB] Cumulatief wegverkeer (inclusief reductie (inclusief reductie artikel 110g Wgh) artikel 110g Wgh) 60,8 61,2 59,9 60,2 59,0 59,4 59,9 60,2 62,0 62,4 63,0 63,4 63,4 63,8 Rijksweg A59

Cumulatief wegverkeer (exclusief reductie artikel 110g Wgh) 63 62 61 62 64 65 66

Geluidssituatie bestaande woningen aanleg verlegde deel Bosschebaan.

Industrielawaai Voor dit plan wordt een geluidgezoneerd industrieterrein vastgesteld voor het geluid van de industriële bronnen. Dat betekent dat er een geluidszone rondom het terrein komt te liggen, waardoor de omgeving wordt beschermd bijvoorbeeld voor cumulatie van industriegeluid. Realisatie van Heesch West zorgt voor een toename van industrielawaai die wel nieuw is in het gebied. Dit leidt tot een toename van industrielawaai door Heesch West op woningen in het gebied, doordat er op dit moment geen industrielawaai in het gebied aanwezig is. Zie paragraaf 6.3.2. van de Aanvulling MER. Dit leidt tot een verschuiving van woningen naar een hogere geluidbelasting en een toename van het aantal gehinderden. Bij de meeste woningen leidt dit echter niet tot een overschrijding van de zogenaamde voorkeursgrenswaarde, en is dus sprake van een aanvaardbare geluidsbelasting. Op 22 woningen is wel sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde en daarmee tot de noodzaak voor de aanvraag van hogere waarden voor 22 woningen binnen de geluidzone. Dit is mogelijk binnen het kader van de Wet geluidhinder. Onderstaande tabel uit het aanvullende akoestische rapport geeft het overzicht van de 22 woningen. De maximale geluidbelasting als gevolg van industriegeluid is 55 dB(A).

Dit komt niet boven de maximale te verlenen hogere waarde voor industrielawaai (60 dB(A) volgens de Wet geluidhinder) en is dus binnen de wettelijke normen. Vanuit dat oogpunt is ook geen onaanvaardbare geluidssituatie aan de orde nadat Heesch West is gerealiseerd. In het besluit voor hogere waarde moet wel de aanvaardbaarheid binnen het gemeentelijk beleid worden gemotiveerd. De ontwerp besluiten hogere waarden liggen tegelijkertijd ter inzage met het ontwerpbestemmingsplan. Voor de woningen waarvoor een hogere waarde van maximaal 55 dB(A) voor industrielawaai wordt vastgesteld, wordt verwacht dat aan de vereiste binnenwaarde wordt voldaan. Dit wordt binnen het gemeentelijk beleid acceptabel geacht. 62

Bij een aantal van de 22 woningen zal tussen de ontwerp- en vaststellingsfase van het bestemmingsplan niettemin nader onderzoek moeten plaatsvinden naar de verwachte binnenwaarden. Zo kan worden beschouwd of de geluidwering van de gevels op dit moment van een dusdanig niveau is, dat de binnenwaarde uit artikel 111 van de Wet geluidhinder kan worden geborgd. Indien nodig kunnen nadere maatregelen aan individuele woningen worden getroffen. Hiervoor zijn voldoende financiële middelen beschikbaar. Concluderend kan worden gesteld dat voor industrielawaai geen sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Tabel: hogere waarden industrielawaai

63

Geluidsbelasting buitenruimten door industrielawaai Insprekers voeren ook aan dat zij vrezen voor een hoge geluidsbelasting van de industrie in de buitenruimte / tuinen van hun woningen. Uit de berekeningen voor industrielawaai zoals hierboven beschreven, blijkt dat er een toename zal zijn op woningen in de omgeving van Heesch West. Er is immers op dit moment nauwelijks industrielawaai aanwezig in het gebied. Bij de meeste woningen leidt dit echter niet tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Daarmee blijft er sprake van een aanvaardbaar woon -en leefklimaat op deze woningen en dit geldt daarmee ook voor het woon -en leefklimaat in de tuinen van deze woningen. Voor de woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld, is in het kader van die hogere waarde-procedure, in het ontwerp besluit hogere waarde nader beschouwd wat de geluidsbelasting in de buitenruimte van die betreffende woningen is. Hierbij is gemotiveerd dat hierbij sprake blijft een aanvaardbaar woon -en leefklimaat. Cumulatief geluid Insprekers hebben ook vaak gesteld dat zij vrezen voor cumulatieve geluidsbelasting door de komst van het bedrijventerrein. Realisatie van Heesch West zorgt voor een toename van de cumulatieve geluidsbelasting (paragraaf 6.3.3 van de Aanvulling MER). Geluid is niet nieuw in het gebied. In de huidige situatie ondervindt het gebied al geluid van de A59.

Op veel van de woningen in de omgeving is de toename in cumulatieve geluidbelasting beperkt. Op 54 woningen in de omgeving neemt de cumulatieve geluidbelasting met 1,5 tot 3 dB toe, bij 7 woningen is sprake van een toename met meer dan 3 dB. Dit betreft woningen in de directe omgeving van Heesch West. Van de 61 woningen met een toename van cumulatieve geluidbelasting > 1,5 dB, blijven er 38 woningen beneden de 50 dB, in Miedemaklasse “goed”. 23 van de 61 woningen hebben een cumulatieve geluidbelasting groter dan 50 dB (Miedemaklasse redelijk tot matig), waarvan 6 groter dan 55 dB (Miedemaklasse matig (5 woningen) tot slecht (1 woning). Geluideffect 24/7 economie Insprekers hebben aangevoerd te vrezen voor geluidsbelasting door het bestaan van de 24/7 economie: bedrijven zijn daardoor continue in bedrijf. Er zijn nog geen standaard kengetallen om de effecten van een 24/7 economie te kunnen berekenen en te vergelijken met de effecten van een “reguliere” economie. Het is uiteraard eerst de vraag of en in welke mate zich 24/7 economie gaat vestigen op Heesch West. Heesch West biedt ruimte voor grote logistieke bedrijven en daarmee ook voor grootschalige distributiecentra. Heesch West richt zich ook op andere types bedrijvigheid en in belangrijke mate verplaatsers. 24/7 economie leidt naar verwachting niet zozeer tot meer verkeer, maar wel tot een andere verdeling van verkeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10218540/1