Bijlage 3 BP Duyn en Daelseweg 35, Nuland_Toelichting
Tekst van het document
Groene daken:
Groene daken hebben veel voordelen. Naast dat het er mooier uitziet, dan standaard bitumendak vergroten ze de sponswerking van een rainproof stad/dorp , warmen ze (en omliggende ruimtes en boven geplaatste zonnepanelen) minder op, in combinatie met de zonnepanelen (die minder opwarmen) wordt een hogere efficiëntie van de panelen behaald , en groene daken dragen bij aan biodiversiteit. Verder verminderen groende daken geluidshinder en de luchtkwaliteit kan verbeterd worden doordat ze fijnstof opvangen. Tenslotte beschermen groene daken de oorspronkelijke daklaag die eronder ligt, waardoor daken langer meegaan. Er bestaan verschillende soorten groene daken. Het groene dat wordt toegepast is het Standaard (extensief) groen dak: standaard groene daken zijn de dunste variant van een groen dak. Ze hebben een dunne substraatlaag en sedum als begroeiing, eventueel aangevuld met kruiden en grassen. Sedum is zeer geschikt voor een dak, omdat deze planten veel water opslaan en tegen lange droogte kunnen. Vanwege het lage gewicht wordt het standaard groen dak vaak toegepast op bestaande bebouwing. Deze laag begroeide daken kunnen ook gecombineerd worden met zonnepanelen. Het groen zorgt voor een hogere efficiëntie van de panelen. Het groene dak heeft een bergingscapaciteit van 25 mm/m2.
Wadi:
Bij het wadisysteem stroomt het water van de hellende daken via bovengrondse goten en/of greppels in de wadi. Het wadisysteem buffert en infiltreert regenwater. Hierdoor minimaliseert het systeem overstort, verbetert het de oppervlaktewaterkwaliteit en beperkt het verdroging. De wadi heeft een beplante bovenlaag met doorlaatbare bodem. Onder deze laag bevindt zich een koffer die gevuld is met grind, om dichtslibben te voorkomen en waardoor het regenwater kan afstromen. Onder in de koffer bevindt zich een infiltratie/drainbuis. De infiltratie/drainbuis in de koffer werkt in de winter bij hoge grondwaterstanden ook als drainage. Het drainagesysteem heeft de functie om water uit een gebied met een grondsoort met weinig infiltratiecapaciteit naar gebieden met een betere infiltratiecapaciteit te vervoeren. Bij toepassing van een wadisysteem is bovengrondse afvoer praktisch in vrijwel alle situaties noodzakelijk. Om doorworteling te voorkomen is de koffer in geotextiel ingepakt. Om overstroming van de wadi tijdens sterke regenval te voorkomen kan de wadi voorzien worden van slokops. Dat zijn overloopvoorzieningen die direct op de infiltratie/drainbuis zijn aangesloten. Als het water boven het niveau van de slokop stijgt, stroomt het water via de slokop naar de drain. Afvoer van overtollig hemelwater wordt zo bovengronds op de perceelsgrens aangeboden.
Bij een diepte van 0,5 meter en een natuurvriendelijke, flauwe talud van 1:3 in verband met maaien (Boogaard et al. 2003) is het benodigde wadisysteem oppervlak circa 16% van het schuinedakoppervlak, 16% van 179 m2= 28 m2.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 23 van 40
Het gemiddelde maaiveld is 5,30 +NAP en de grondwaterstand is 3.28 +NAP, het grondwater ligt 2.02 meter onder maaiveld (Zie rapport grondonderzoek d.d 15 juli 2022 in bijlage 6) Dorpel hoog te bestaand bebouwing (en nieuwe plan)= 0 peil is 5,65+ NAP (bestaand gebouw).
Natuurvriendelijke wadi:
De natuurvriendelijke wadi is beplant met vochtminnende planten en vraagt minder onderhoud dan een reguliere wadi waarvan het gras regelmatig gemaaid moet worden. De natuurvriendelijke wadi heeft als bijkomend voordeel dat de hoog opgaande vegetatie bijdraagt aan de stedelijke biodiversiteit. Gevarieerde beplanting zorgt bovendien voor een beter doorwortelde bodem die op de lange termijn waterdoorlatend blijft. Soorten die worden toegepast in de natuurlijke wadi zijn: - Hoger opgaande plantensoorten (geen helofyten) heesters) - Gewone engelwortel, Knoopkruid, Wilgenroosje, Koninginnekruid, Moerasspirea, Moeraswalstro, Gewone kattenstaart, Watermunt, Moeras-vergeetmijnietje, Poelruit, Grote valeriaan, Grote waterweegbree, Zwanebloem Advies behandeling vuilwater (DWA) In het plangebied wordt een appartementengebouw met 15 wooneenheden gerealiseerd. Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners (bron: Leidraad Riolering) en een gemiddelde vuilwaterproductie van 120 liter per persoon per dag, met een piek van 12 liter per persoon per uur dient er vanuit het plangebied dagelijks (15 x 2,5 x 120 l/dag =) 4,5 m³ vuilwater te worden afgevoerd naar het rioolstelsel.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 24 van 40
De piekbelasting bedraagt (15 x 2,5 x 12 l/uur =) 0,45 m³/uur. Het vuilwater vanuit het plangebied dient te worden aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. De verdere uitwerking hiervan dient in samenspraak met de gemeente ‘s Hertogenbosch te worden uitgevoerd. Ontwatering planlocatie en verdiept bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen, wordt in stedelijk bebouwd gebied gestreefd naar ontwateringsdiepte van minimaal 0,70 meter ten opzichte van het maaiveld bij de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Doordat de GHG zich bevindt op 1,1 meter te opzichte van het maaiveld is de kans op grondwateroverlast gering.
Inrichtingsplan met verharding, groene daken en de locatie van de wadi’s blauw gemarkeerd (d.d. 20-10-2022)
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 25 van 40
4.5
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader
Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijn Bij het beoordelen van de (binnen het plangebied of elders gelegen) bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG-brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ‘rustige woonwijk’.
Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNGrichtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter). De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG publicatie gaat uit van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied of van een gemengd gebied. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van invloeden van wegverkeer. Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één stap worden verlaagd. De richtafstandenlijst biedt voor een scala aan typen bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geur, stof, geluid en gevaar.
Voor het aspect gevaar wordt hierbij wel de kanttekening geplaatst dat mogelijke specifieke regelgeving van toepassing kan zijn zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of het Vuurwerkbesluit. De afstand tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de milieubelastende activiteit wordt bepaald vanaf de gevel van milieugevoelige objecten (die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk zijn) tot de grens van de inrichting.
Beoordeling
De nieuwe ruimtelijke ontwikkeling bestaat uit vijftien appartementen en is gelegen in een rustige woonwijk. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen is verder weinig verstoring van verkeer. Op basis van voornoemde omschrijving van het plangebied en zijn omgeving is het plangebied getypeerd als een 'rustige woonwijk'.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 26 van 40
De bouw van vijftien appartementen als milieugevoelige activiteit Het plangebied wordt aan alle zijden omsloten door een woongebied. Dichtstbijzijnde milieuhinderlijke functies concentreren zich aan het Prins Bernhardplein op circa 75 meter van het plangebied. Gezien de ruime afstand ligt het plangebied niet binnen de richtafstand van deze functies.
Conclusie
Op basis van deze beoordeling kan gesteld worden dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling kan worden gegarandeerd. Vanuit bedrijven en milieuzonering gelden er geen belemmeringen voor de planvorming. De nieuwe woningen zijn ook niet van invloed op de bedrijfsactiviteiten. 4.6
Geluid wegverkeerslawaai
Toetsingskader
Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij een nieuw geluidgevoel objecten (zoals een woning) wordt gerealiseerd moet worden aangetoond of aan de gestelde grenswaarden van de Wet geluid-hinder (Wgh) wordt voldaan. Daarnaast dient op grond van de Wro, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, het akoestische klimaat inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij dient aange-toond te worden dat er geen sprake is van onaanvaardbare woon- en leefklimaat. Wettelijk kader Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. De breedte van een geluids-onderzoeks-zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). De beoogde ontwikkeling ligt binnen de geluidzone van de doorgaande route Duyn en Daelseweg - Elzenstraat. Voor de geluidsbelasting op de gevels van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de wettelijke geluidszone van deze weg geldt een ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. Onder voorwaarden is een hogere waarde mogelijk tot 53/63 dB.
Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt overschreden, zijn maatregelen noodzakelijk gericht op het verminderen van de geluidsbelasting aan de gevel. Voor zulke maatregelen wordt onderstaande volgorde aangehouden: • Bronmaatregelen (bijvoorbeeld aanpassing intensiteiten of soort wegdekverharding) • Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld geluidsafscherming) • Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld aanbrengen extra geluidsisolatie aan de gevel of woningindeling) Zijn deze maatregelen niet mogelijk, niet gewenst of niet doeltreffend, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden voor nieuwe geluidsgevoelige objecten een hogere (geluid)waarde verlenen. Voorwaarden die worden gesteld aan een te verlenen hogere waarde zijn ten gunste van de geluidsituatie en dus het woon- en leefklimaat bij de gevoelige objecten. Hiervoor heeft gemeente ’s-Hertogenbosch een ‘hogere waarde beleid’ vastgesteld. De voorwaarden waaronder een eventuele hogere waarde wordt verleend zijn afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting en het type gebied waarin het plan zich bevindt. Per gebiedstype geldt een ambitie voor wat betreft de geluidsbelastingen. Zo wordt bijvoorbeeld in een (normaliter rustig) buitengebied een lager geluidsniveau nagestreefd dan in een rumoerig gebied langs een drukke snelweg met verhoogde geluidsbelastingen.
Een hogere waarde mag – zoals gezegd - de maximale geluidsbelasting van 53/63 dB niet overschrijden. Voorwaarden voor een vast te stellen hogere waarde zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van een geluidsluwe (rustige) zijde en een geluidsniveau in de buitenruimte (zoals achtertuin/balkon) dat voldoet aan de ambitie voor het betreffende gebied. Voor geluidsbelastingen op gevels meer dan 53/63 dB kan formeel geen ontheffing worden verleend.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 27 van 40
Naast het toetsingskader en wettelijke eisen van de Wgh dienen er altijd zodanige gevelmaatregelen te worden genomen dat wordt voldaan aan de maximale geluidsbinnenwaarde op grond van het Bouwbesluit. Deze maximale geluidsbinnenwaarde is ten gunste van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in betreffend object. Met de aanvraag om omgevingsvergunning zal moeten worden aangetoond dat deze binnenwaarde wordt voldaan.
Beoordeling
De wegverkeersgegevens voor de in het onderzoek betrokken wegen zijn doorberekend voor het prognosejaar 2032. Voor de appartementen zijn de cumulatieve geluidbelastingen berekend. Deze worden in onderstaande tabel weergegeven. Deze zijn getoetst aan de Milieukwaliteitsmaat (MKM Lden). In het onderzoek is de geluidbelasting van verschillende wegen berekend. Vanuit de Duyn en Daelseweg – Elzenstraat, wat een asfaltweg betreft, wordt de hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB niet overschreden. De omliggende 30 km/uur-wegen betreffen klinkerwegen en deze zorgen wel voor een hogere geluidbelasting op de straatgevel. Op de eerste verdieping is een geluidbelasting van 49 dB gemeten. Op de begane grond en tweede verdieping, en de overige gevels, is de geluidbelasting gelijk aan of lager dan de hoogst toelaatbare geluidbelasting. Met de geluidbelasting van 49 dB wordt weliswaar de ambitiewaarde overschreden, maar er is geen overschrijding van de bovengrenswaarde. Dergelijke geluidbelastingen leiden niet tot belemmeringen voor de realisatie van het nieuwe appartementengebouw. Daarnaast is ook gekeken naar de gecumuleerde geluidbelasting. Dat wordt gedaan aan de hand van een toetsing aan de Milieukwaliteitsmaat (MKM L den). Hieruit blijkt dat de MKM Lden ter plaatse van de straatgevel redelijk is en de overige gevels goed.
Vanuit akoestisch oogpunt is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Conclusie
Op basis van het akoestisch onderzoek zijn geen belemmeringen aan te wijzen voor onderliggend plan. Op basis van de cumulatieve geluidbelastingen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4.7
Geluid parkeerterrein
Toetsingskader
In navolging van het voorgaande onderzoek is in het kader van goede ruimtelijke ordening ook een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van het parkeerterrein dat binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Het toetsingskader voor geluid bestaat uit 4 stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee ook het belang van de onderzoeks- en motiveringsplicht. Stap 1 is het toetsen aan de richtafstanden voor het aspect geluid. Als stap 1 niet toereikend is, is een geluidonderzoek noodzakelijk in stap 2 waarbij het geluidsniveau wordt getoetst aan een bepaalde richtwaarde. Als stap 2 niet toereikend is, gelden in stap 3 maximale geluidbelastingen. Indien ook stap 3 niet toereikend is, dient te worden onderzocht c.q. gemotiveerd waarom de ontwikkeling passend is op de locatie.
Beoordeling
Het parkeerterrein beschikt over een richtafstand van 30 meter. Binnen deze afstand liggen al woningen, waardoor niet wordt voldaan aan de eerste stap, namelijk dat de richtafstanden niet worden overschreden. Vanuit de worst-case benadering wordt uitgegaan van 113 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etm) als verkeersaantrekkende werking van het parkeerterrein. Uit de berekeningen blijkt dat geluidbelasting vanwege het rijden op het parkeerterrein, ter plaatse van de gevels van de bestaande woningen, lager is dan de richtwaarde van 45 dB(A) (stap 2 uit de VNG-handreiking). 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 28 van 40
Hierdoor wordt gesteld dat het verkeer op het parkeerterrein geen belemmeringen oplevert ter plaatse van de omliggende bestaande woningen. Ook blijkt dat ter plaatse van bestaande woningen langs de Duyn en Daelseweg geen overschrijding optreedt van de equivalente geluidnormstellingen van 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van de indirecte hinder. Naast het geluid van de auto’s is ook berekend welk effect het dichtslaan van portieren heeft. De maximale geluidniveaus in de dagperiode voldoen aan de richtwaarde van 65 dB(A) (stap 2 VNGhandreiking). Gedurende de avond- en nachtperiode wordt de richtwaarde van respectievelijk 60 dB(A) en 55 dB(A) (stap 2 VNG-handreiking) ter plaatse van meerdere bestaande woningen overschreden. Ter plaatse van alle woningen wordt aan de richtwaarde volgens stap 3 voldaan in de dagperiode (richtwaarde 70 dB(A)) en in de avondperiode (richtwaarde 65 dB(A)). Voor de nachtperiode geldt volgens stap 3 een richtwaarde van 60 dB(A). Aan deze waarde wordt, behalve op de toetspunten 10 t/m 13 en 18, voldaan (zie het rapport voor de ligging van de toetspunten). Hierna wordt nader ingegaan op geluidreducerende maatregelen zodat wel ter plaatse van alle bestaande woningen wordt voldaan aan de richtwaarde voor de nachtperiode zoals genoemd in stap 3.
Akoestisch afschermende tuinmuur Vanwege privacy-overwegingen wordt rondom het terrein een erfafscheiding gerealiseerd. Door een deel van de erfafscheiding als een geluidwerende voorziening uit te voeren worden de geluidniveaus gereduceerd. Geadviseerd wordt om aan de noordoostzijde van de locatie een geluidwerende erfafscheiding te plaatsen met een hoogte van 2 meter achter de voorgevelrooijlijn en van 1 meter voor de voorgevelrooilijn. Aan de westzijde wordt geadviseerd een scherm te plaatsen van 3,3 meter hoog. Daarmee worden de maximale geluidsniveaus gereduceerd tot 60 dB(A) voor de nachtperiode. Zie de bijlage voor de plaatsing van de schermen.
Conclusie
Zonder het realiseren van een geluidwerende erfafscheiding zijn ter plaatse van gevels van bestaande woningen maximale geluidniveaus berekend die hoger zijn dan de richtwaarde van 70 dB(A) etmaal-waarde die hoort bij stap 3. Met de realisatie van een geluidwerende erfscheiding aan de noordoostzijde van de locatie (2 meter hoog achter de voorgevelrooilijn en 1 meter hoog voor de voorgevelrooilijn) en de westzijde van de locatie (3,3 meter hoog) is het mogelijk om de maximale geluidniveaus te reduceren waardoor ter plaatse van de gevels van de omliggende woningen die allen voldoen aan de richtwaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde. Het parkeerterrein wordt ontsloten op de Duyn en Daelseweg. Vanwege de verkeersaantrekkende werking op de Duyn en Daelseweg (indirecte hinder) zijn ter plaatse van de straatgevels van de bestaande woningen langs deze weg geluidbelastingen berekend die voldoen aan de equivalente geluidnormstellingen voor de verkeersaantrekkende werking. De indirecte hinder door het extra verkeer op de Duyn en Daelseweg levert dan ook geen belemmering op. 4.8
Luchtkwaliteit Wet milieubeheer
Toetsingskader
Luchtkwaliteit is geregeld in de Wet milieubeheer. Een specifiek onderdeel van deze wet is de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Hierin is bepaald wanneer de mate van de bijdrage aan de luchtverontreiniging verwaarloosbaar klein is. In zo'n geval hoeft een project niet langer meer getoetst te worden, ongeacht of in de huidige situatie al sprake is van een overschrijding van grenswaarden.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 29 van 40
Een project kan als NIBM worden beschouwd als aannemelijk is, dat het project niet leidt tot een toename van de concentraties van NO2 of PM10 van meer dan 3% van de grenswaarde.
Beoordeling
Om het beoordelen van plannen voor overheden eenvoudiger te maken is in de Regeling NIBM het percentage van 3% uitgewerkt in concrete getallen. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over, bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd. In het voorliggend plan is er sprake van het toevoegen van vijftien appartementen, zodat de ontwikkeling als NIBM kan worden beschouwd. Een toetsing aan de grenswaarden kan daardoor achterwege blijven. Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)
Toetsingskader
Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening dient ook beoordeeld te worden of het aanvaardbaar is om het project op deze locatie te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan de ter plaatse bestaande luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project zelf 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur onder andere bij een woning, school of sportterrein. Om inzicht te geven in de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging wordt gebruik gemaakt van de, door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, beschikbaar gestelde digitale monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Met de jaarlijkse monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt de ontwikkeling van de luchtkwaliteit gevolgd en wordt de uitvoering van de maatregelen en projecten (die zijn opgenomen in het NSL) bijgehouden. De Monitoringstool is het instrument waarmee de stand van zaken in de uitvoering van de projecten en maatregelen in het NSL wordt gevolgd, en de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden berekend voor het achterliggende kalenderjaar en de toekomstige jaren die relevant zijn voor het NSL (2020). De kaart van de monitoring van het NSL biedt de mogelijkheid om de verschillende resultaten van de monitoring zichtbaar te maken.
Via de NSL-Monitoringstool zijn voorts de concentraties voor de jaren 2020 en 2030 afgelezen.
Beoordeling en conclusie
Voor de kwaliteit van de buitenlucht bestaan verschillende soorten normen. Wettelijke grenswaarden en actiedrempels zijn meestal een compromis tussen haalbaarheid en gezondheid. Veel van de wettelijke normen komen direct uit Europese richtlijnen. De Monitoringstool is het instrument waarmee de stand van zaken in de uitvoering van de projecten en maatregelen in het NSL wordt gevolgd, en de concentraties luchtverontreinigende stoffen worden berekend voor het achterliggende kalenderjaar en de toekomstige jaren die relevant zijn voor het NSL (2020 en 2030). De kaart van de monitoring van het NSL biedt de mogelijkheid om de verschillende resultaten van de monitoring zichtbaar te maken. Via de NSL-Monitoringstool zijn voorts de concentraties voor de jaren 2020 en 2030 afgelezen. Via de NSL-Monitoringstool zijn de volgende grenswaarden voor het plangebied bepaald:
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 30 van 40
Tabel 1.1: luchtkwaliteitswaarden Parameter
2020
2030
NO2 PM10
23,3 µg/m3 19,4 µg/m3 11,9 µg/m3
14.8 µg/m3 16,4 µg/m3
PM2,5
9,3 µg/m3
Jaargemiddelde maximale grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Aantal overschrijdingsdagen (max. = 35 dagen) 7,1 -
Uit de monitoringstool blijkt dat in de omgeving van het plangebied de maximale concentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 voor 2020 de jaargemiddelde grenswaarden niet overschrijden.
Ligging rekenpunten luchtverontreinigingsparameters
Conclusie
In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ter plaatse van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. Deze waarden zijn veel lager dan de gestelde grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Vanwege de algemene trend dat de emissies en achtergrondconcentraties zullen dalen worden er ook in de toekomst geen overschrijdingen verwacht. 4.9
Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorische waardenkaart In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant staat aangegeven welke archeologische en cultuurhistorische waarden (in potentie) aanwezig zijn. Uit navolgende uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie blijkt dat het plangebied is gelegen binnen enkele cultuurhistorisch waardevolle gebieden.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 31 van 40
Het provinciaal cultuurhistorisch belang bestaat uit 5 kaartlagen: regio's, cultuurhistorische landschappen, cultuurhistorische vlakken, archeologische landschappen en complexen van cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit en om de meest waardevolle gebieden en ensembles. Binnen het plangebied zijn slechts drie kaartlagen van belang: regio, cultuurhistorische landschappen en archeologisch landschappen. Per kaartlaag wordt hierna ingegaan op de cultuurhistorische waarde, die van belang is voor het onderhavige plangebied. Regio Het plangebied is gelegen in de regio De Meijerij, een gebied dat bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Er is een kleinschalige mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Woningen werden van oudsher aangelegd op de randen van de beekdalen en dekzandruggen. Binnen de Meijerij bevinden zich veel kleine dorpen, die elk hun eigen karakter hebben. Cultuurhistorisch landschap Binnen De Meijerij is het van belang dat oude agrarische cultuurlandschappen, beemden en broekgebieden behouden blijven, evenals dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen, kastelen, kloosters, landgoederen en buitenplaatsen. Aangezien het plangebied zich niet binnen deze delen van De Meijerij bevindt, heeft dit geen invloed op de plannen.
Wel is het van belang dat de dragende structuren van de regio behouden of versterkt worden door ontwikkeling. Aangezien het plangebied zich in de kern van Nuland bevindt, wordt verwacht dat de plannen hier geen negatieve invloed op hebben. Cultuurhistorische vlakken Het plangebied bevindt zich niet binnen cultuurhistorische vlakken. Wel ligt het plangebied aan de Duyn en Daelsweg, één van de oorspronkelijke uitloopwegen uit het dorp. Aangezien de ontwikkelingen op een perceel plaatsvinden en er geen veranderingen plaatsvinden aan de openbare weg, zorgt dit niet voor belemmeringen aan het plan. Het bouwvolume voegt zich naar het bestaande dorpslint met lichte verspringingen. Het appartementengebouw bestaat uit twee woonlagen met kap. Daarmee is het plan passend binnen het huidige aanzicht van de straat.
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 32 van 40
Archeologie
Toetsingskader
In 2016 is een archeologische waarden- en verwachtingenkaart opgesteld voor de gemeente ’sHertogenbosch. Conform deze verwachtingenkaart is ter bescherming van deze aanwezige waarden in het huidige bestemmingsplan ‘Kom Nuland’ aan het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 toegekend. Binnen deze dubbelbestemming zijn in beginsel geen bodemingrepen toegestaan, waarbij het een grondoppervlakte betreft groter dan 100 m² en meer dan 0,5 meter beneden maaiveld. Ook bij sloopactiviteiten van bouwwerken en/of funderingen geldt een dergelijke beperking.
Beoordeling
Om de ontwikkeling mogelijk te maken is middels een inventariserend archeologisch onderzoek (bureau- en veldonderzoek) de archeologische waarden ter plaatse nader in beeld gebracht. Het volledige onderzoeksrapport, uitgevoerd door VUhbs, is als bijlage aan de toelichting toegevoegd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een dekzandrug ligt. De ondergrond bestaat uit een podzolprofiel in het dekzand dat afgedekt is door een esdek. Gezien de landschappelijke situatie geldt een middelhoge verwachting op archeologische resten van de jager-verzamelaars uit het Laat- Paleolithicum en Mesolithicum. Het was voor landbouwers vanaf het Neolithicum een aantrekkelijkere locatie, gezien de hoge ligging en goed ontwaterde condities. Op kaarten is het plangebied onbebouwd sinds de 18e eeuw tot de 20e eeuw. Het plangebied is in die periode in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de oorspronkelijke dekzandpodzol grotendeels intact is. Alleen de bovenste A- en E-horizonten hiervan zijn afgetopt, maar een duidelijke B- of BChorizont is in vier van de vijf boringen waargenomen. Deze horizonten zijn aangetroffen vanaf 100 cm -Mv. Hiermee is het archeologisch relevante niveau van de top van het dekzand grotendeels intact. Het bovenliggende esdek is deels verstoord, tot een diepte van minimaal 50 cm -Mv.
Naar verwachting hangen deze verstoringen samen met de bebouwing uit de 20e eeuw. Op basis van het veldonderzoek blijft de hoge verwachting voor de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen eeuw gelden.
Conclusie
Op basis van de resultaten van het inventariserend archeologisch onderzoek geldt een hoge archeologische verwachting voor het plangebied, met name voor de top van het dekzandprofiel. Het dekzand is aanwezig vanaf 100-150 cm-maaiveld (cm-mv), onder een esdek. Het onverstoorde esdek is aangetroffen vanaf een diepte van 50 cm-mv. Voor bodemingrepen dieper dan 50 cm-mv (4,8 m +NAP) dient een vervolgonderzoek uit te worden gevoerd. In het kader van de bestemmingswijziging is daarom archeologische dubbelbestemming conform het geldende beschermingsregime opgenomen. Vervolgonderzoek Het vervolgonderzoek betreft een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), dat is uitgevoerd op het onbebouwde deel van het plangebied. Binnen het plangebied is een vindplaats aangetroffen. Het gaat hierbij om een greppel die vanaf 1811 op historisch kaartmateriaal verschijnt. De subrecente greppel heeft geen toevoeging op de cultuurhistorie van Nuland. Binnen het terrein zijn verder alleen off-site sporen aangetroffen. De overige sporen zijn recent en hebben geen archeologische waarde. De subrecente greppel gaat de hoek om richting het noorden, waarschijnlijk net ten oosten van de proefsleuf. Het archeologische niveau bevindt zich circa 120 cm – MV en wordt met de voorgenomen nieuwbouw niet verstoord.
Uit het booronderzoek is gebleken dat onder de huidige bebouwing het archeologische relevante niveau op circa 100 cm -mv nog intact is. De nieuwbouw zal tot circa 80 cm -MV reiken. 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 33 van 40
Enkel ter plekke van de liftschacht zal dieper worden gegraven (150 cm -MV). Deze verstoring is echter zo minimaal dat vervolgonderzoek niet nodig wordt geacht. Voorgesteld wordt om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het gebied vrij te geven voor archeologisch onderzoek. 4.10 Externe veiligheid
Toetsingskader
Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico’s – met het voldoen aan normen – aanvaardbaar zijn en wanneer ze verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De aanvaardbare risico’s zijn vast gelegd in diverse besluiten. De belangrijkste in de ruimtelijke ordening zijn: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) 2. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen.
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico wordt gedefinieerd als "de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit". In Nederland heeft de overheid bepaald dat in principe nergens in Nederland iemand een groter plaatsgebonden risico mag lopen dan 1 op de 1 miljoen per jaar (10−6/jaar). Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten (zoals woningen, ziekenhuizen, scholen) geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren, winkels en bedrijfsgebouwen) geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.
Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 34 van 40
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Activiteitenbesluit (eventueel vuurwerkbesluit) Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit (of vuurwerkbesluit) Beleidsvisie externe veiligheid gemeente ‘s-Hertogenbosch De gemeente ‘s-Hertogenbosch beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (Uitvoeringskader externe veiligheid gemeente ’s-Hertogenbosch, deel A t/m C, 2010). Hierin zijn aanvullende kaders gegeven voor de integrale aanpak van externe veiligheid. Voor ontwikkelingen bevat deze beleidsvisie ook een kleurenkaart van het gemeentelijk gebied, waarin met een kleur (groen, oranje of rood) is aangegeven welke objecten (kwetsbaar, beperkt kwetsbaar of extra kwetsbaar) juist wel (groen), niet (rood) of onder voorwaarden (oranje) toelaatbaar zijn op een bepaalde locatie.
Beoordeling en conclusie
Het initiatief voorziet in de realisatie van vijftien appartementen waardoor het plan zelf geen risico’s voor de omgeving oplevert. Met het plan worden woningen en dus nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Daarom is met behulp van de risicokaart nagegaan of risicobronnen, in de omgeving van het plangebied, een risico vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied zich niet bevindt binnen risicocontouren en/of invloedsgebied van risicovolle BEVI-inrichtingen of buisleidingen. Uitgaande van de risicokaart bevindt het plangebied zich wel binnen het invloedsgebied van transportroutes gevaarlijke stoffen van de Rijksweg A59 en/of de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Oss. Uit nader onderzoek blijkt echter dat geen van de invloedsgebieden van gevaarlijke stoffen die over de Rijksweg A59 worden vervoerd over het plangebied zijn gelegen. Omdat de afstand tussen de spoorlijn en het plangebied groter is dan 200 meter is het uitvoeren van een onderzoek naar de hoogte en toename van het groepsrisico voor deze transportroute niet benodigd. Wel blijkt dat het invloedsgebied van toxische stoffen voor de spoorlijn over het plangebied ligt. Op basis van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) dient daardoor inzicht te worden gegeven in de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
Een verantwoording wordt nader toegelicht in de memo externe veiligheid, zoals opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Omdat het plangebied op meer dan 325 van de spoorlijn wordt gerealiseerd volstaat de verantwoording zoals benoemd in het ‘Uitvoeringskader externe veiligheid’ van de gemeente ’s-Hertogenbosch. 4.11 Technische infrastructuur Kabels, leidingen en straalpaden dienen te worden beschermd tegen ingrepen die de werking ervan kunnen bedreigen. Aan de andere kant dient de omgeving te worden beschermd tegen het gevaar dat van bestaande en toekomstige leidingen, kabels en hoogspanningslijnen kan uitgaan. Uit inventarisatie is gebleken dat er zich binnen of in de directe omgeving van het plangebied geen relevante kabels, leidingen of straalpaden bevinden. Voor aanvang van de (graaf-)werkzaamheden wordt evenwel de ligging van kabels en leidingen door middel van een KLIC-melding opgevraagd bij de betrokken leidingbeheerders. 4.12 Duurzaamheid Voor alle nieuwbouwprojecten geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Daarmee zijn strengere eisen gesteld om zo het energiegebruik te beperken. 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 35 van 40
BENG vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Aan deze norm zal bij de beoogde ontwikkeling worden voldaan. Verder worden conform nieuwe wetgeving de appartementen gasloos gebouwd. Daarnaast dient in ’s-Hertogenbosch de plannen te voldoen aan de duurzaamheidsvisie van de gemeente, die is vastgesteld in de Nota Duurzaam ’s-Hertogenbosch. In paragraaf 3.3 is hier al nader op ingegaan. 4.13 M.e.r.-beoordeling
Toetsingskader
Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist.
Beoordeling
In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings) plichtig. Dit project kan aangeduid worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r. beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. Aan al deze criteria voldoet het plangebied (er komen beschrijving bouwenvelop) niet dus op grond hiervan is geen m.e.r. nodig. Verder blijkt uit de in dit hoofdstuk genoemde onderzoeken dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, eventueel na het treffen van maatregelen, aanwezig zijn.
Conclusie
Aangezien de ontwikkeling valt onder de activiteit D 11.2 van het Besluit m.e.r. is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Het plan heeft geen belangrijke negatieve gevolgen het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Op 22 november 2022 heeft het college van ’s-Hertogenbosch besloten dat geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld. De aanmeldnotitie is als bijlage bij deze toelichting opgenomen.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 36 van 40
5
Juridische planbeschrijving
5.1
Inleiding Een bestemmingsplan bestaat uit planregels, een verbeelding, en gaat vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De indeling en inhoud van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de systematiek van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. De systematiek van de regels sluiten aan bij de systematiek zoals deze wordt gehanteerd in het bestemmingsplan ‘Kom Nuland’. Voor het overige is de plansystematiek gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkebare Bestemmingsplan) en IMRO20212 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening).
5.2
Algemene toelichting verbeelding Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen, kleuren en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
5.3
Algemene toelichting planregels De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer bestemmingsregels, bouwregels en afwijkingsmogelijkheden; ▪ Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin algemene, bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels; ▪ Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin de overgangsregels en de slotregel. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Wonen: Het bestemmingsplan maakt in de bestemming ‘Wonen’ de ontwikkeling van gestapelde woningen mogelijk. Daarnaast zijn tuinen en erven, en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groen en groenvoorzieningen, parkeer- en verkeersvoorzieningen toegestaan. Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend zijn toegestaan. Het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Er zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan. Op de verbeelding is vastgelegd dat er maximaal 15 woningen mogen worden gerealiseerd.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 37 van 40
De goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw is gemaximeerd op respectievelijk 6 en 11 meter. Ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding – balkons’ zijn balkons, inclusief ondersteunende constructie, toegestaan met een maximale diepte van 2 meter. Binnen het bouwvlak of ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ zijn bijgebouwen en overkappingen toegestaan tot een maximum van 150 m 2. De maximale bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt 3,3 meter. Als met hellende dakvlakken wordt gebouwd, is de maximale goothoogte 3 meter, de maximale bouwhoogte 4,5 meter en de maximale dakhelling 50°. De bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de voorgevellijn is vanaf de voet gemeten 1 meter. Achter de voorgevellijn is de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen vanaf de voet gemeten 3,3 meter. Ook zijn minimale bouwhoogtes vastgelegd daar waar dit benodigd is voor het behouden van een aanvaardbaar geluidniveau op de gevels van bestaande woningen op aangrenzende percelen als gevolg van verkeersbewegingen op het parkeerterrein. Voor de realisatie en instandhouding van deze geluidwerende erfafscheidingen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Waarde – Archeologie 2: In het bestemmingsplan is, ter bescherming van de archeologische waarden, een dubbelbestemming opgenomen.
De met 'Waarde – Archeologie 2' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met te verwachten archeologische waarden. Binnen deze dubbelbestemming zijn geen bouwwerkzaamheden toegestaan, die een grondoppervlakte betreffen groter dan 100 m² en meer dan 0,5 m beneden maaiveld. Naast bovenstaande bestemmingen is ook een gebiedsaanduiding opgenomen: Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied: Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Hiermee is onder andere bepaald dat de verticale diepte van een bouwwerk niet meer dan 3 meter onder maaiveld mag bedragen.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 38 van 40
6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Alle voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente ‘s-Hertogenbosch en de ontwikkelende partij is een anterieure overeenkomst gesloten. Het plan is voor de gemeente ‘sHertogenbosch derhalve een kostenneutrale ontwikkeling. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het opstellen van een exploitatieplan achterwege kan blijven. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Naast de wettelijke procedures, besteedt de initiatiefnemer aandacht aan de communicatie met belanghebbenden middels een omgevingsdialoog. Omwonenden en omliggende bedrijven is de gelegenheid geboden om bezwaren en suggesties naar voren te brengen. Op 14 januari 2020 heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden in het winkelpand aan de Duyn en Daelseweg 35. Daarbij is het plan door de ontwikkelaar en architect toegelicht, waarna omwonenden de kans kregen vragen te stellen en suggesties te doen over het gehele plan. Dit kon die avond ter plekke en tot 6 weken na de dialoog per e-mail. Aanvullend hierop is nog per telefoon, e-mail of persoonlijk bezoek contact gezocht met omwonenden. Wat het meest naar voren kwam bij de commentaren van de omwonenden waren de zorgen over gebrek aan privacy. Naar aanleiding van de omgevingsdialoog zijn enkele aanpassingen in het plan doorgevoerd om deze privacy te waarborgen. Voorbeelden zijn blinde zijgevels en dakramen in plaats van dakkappelen. Door het plaatsen van groenvoorzieningen en erfafscheidingen op de perceelsgrenzen wordt het privacyniveau ook geborgd. Andere zorgen waren er over de verkeersveiligheid en de parkeermogelijkheden. Door de huidige functie van detailhandel is er sprake van veel vrachtverkeer. Aangezien het winkelpand zal verdwijnen, zal het vrachtverkeer afnemen.
Bovendien wordt op het terrein voldoende parkeergelegenheid ontwikkeld (zie ook paragraaf 2.2). De parkeerdruk in het openbaar gebied zal daarom niet toenemen. In vervolg op de omgevingsdialoog van 14 januari 2020 is door de initiatiefnemer op 1 december 2022 een informatiebijeenkomst gehouden. Op deze avond hebben omwonenden gewezen een eerder gemaakte afspraak die niet juist is verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Er is in 2020 afgesproken dat op de perceelsgrenzen een erfafscheiding met een hoogte van 3 meter zal worden gebouwd. In het ontwerpbestemmingsplan was deze mogelijkheid alleen opgenomen voor de westelijke perceelsgrens. Het voorliggende bestemmingsplan is op dit punt aangepast. Een volledig verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage toegevoegd. Vooroverleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het onderhavige bestemmingsplan aan de daarvoor in aanmerking komende instanties toegezonden. De provincie en het waterschap Aa en Maas hebben een reactie gegeven. De provincie heeft aangegeven dat het plan de provinciale belangen niet schaadt. Het waterschap Aa en Maas merkt op dat de ligging van het plangebied in een boringvrije zone niet is toegelicht in de waterparagraaf. Volledigheidshalve is hiervoor een passage opgenomen (zie 4.4).
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 39 van 40
Ontwerp bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Duyn en Daelseweg 35 Nuland’ heeft met ingang van 28 november 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar kunnen maken bij de gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is gewijzigd vastgesteld. In artikel 3.2.5 van de planregels is de maximale bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen achter de voorgevellijn aangepast naar 3,3 meter. Daarnaast is in de bijlagen bij de toelichting de memo stikstofdepositie vervangen omdat er begin 2023 een nieuw rekenmodel is verschenen.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 40 van 40
samen onze omgeving creëren 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Vastgesteld bestemmingsplan
| 1 van 1