CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bijlagen bij de toelichting DPO-leiding Bokhoven (3 van 3)

Commissie OMGEVING 20 april 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan DPO-leiding Bokhoven22.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

NAOORLOGSE PERIODE HEDEN Direct na de Tweede Wereldoorlog werd aangevangen met het opruimen van CE. De resultaten hiervan zijn onbekend, verjaard of inmiddels vernietigd. Van 1971 heden houdt de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) zich bezig met het ruimen van CE in Nederland en worden de munitievondsten systematisch (per gemeente) bijgehouden. Ov er de periode mei 1945 tot en met 1970 is dus niet of nauwelijks informatie bekend over het aantreffen en ruimen van CE. Datum onbekend vermoedelijk naoorlogs De oude Hollandse kazematten bij Hedel, met de nummer 296521 en 297520 werden door de Duitse troepen in gebruik genomen. Er werd in zuidelijke richting geschoten. De exacte locatie van de kazematten is onbekend.86 [Locatie onbekend]

NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 18. Bollen en Vroemen (1993), 220. 81 NIMG, toeg. nr. 466, inv. nr. 18. 82 NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 18. 83 Bollen en Vroemen (1993), 220 en NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 37. 84 Klep en Schoenmaker (1995), 309. 85 NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 32. 86 NIMH, toeg. nr. 575, inv. nr. 492. 79 80

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

33

De gemeenten Hedel, Ammerzoden, Driel en Rossum werden z waar getroffen door artillerievuur. In de gemeente Hedel was 40% van de woningen na de oorlog onbewoonbaar en 50% zwaar beschadigd.87 [Historische context] Melding van schade aan een boerderij aan Hondneststraat B169a in Hedel, bewoond door de heer J . Feteris. De oorzaak van de schade is onbekend.88 [Buiten onderzoeksgebied] 11 mei 1945 In de Luisbroek-Zevenhoef Sectie C No.27, 33 en 34 lag het wrak van een jachtvliegtuig vlakbij een landweg (gemeente Vlijmen).89 Vermoedelijk de op de luchtfoto van 8 maart 1945 waargenomen vliegtuigcrash. 10 juli 1945 In Bokhoven reed een maaimachine op een mijn. Twee personen raakten daarbij gewond. De exacte locatie van het ongeval is onbekend.90 [Locatie onbekend] 11 juli 1945 Mededeling dat landerijen nabij een afgebrande woning aan de Henriëttewaard in de gemeente Engelen nog niet voldoende waren afgezocht naar de daar vermoedelijk nog aanwezige mijnen.91 [Buiten onderzoeksgebied] Mededeling dat er in het poeltje onder Bokhoven, in de gemeente Engelen, een niet ontplofte granaat was gevonden.92 [Locatie onbekend] 21 augustus 1945 In een bericht aan de militaire commissaris van het district Den Bosch maakte de burgemeester van Engelen bekend dat zijn gemeente tussen 5 november 1945 en 5 mei 1945 onder vijandelijk granaatvuur had gelegen.

Tevens gaf hij aan dat in de gemeente terecht waren gekomen.93 [Historische context] 25 maart 1946 In de gemeente Hedel werd door landbouwers een mijn opgegraven. Het vermoeden bestond dat zich hier nog meer mijnen bevonden.94 [Locatie onbekend] 19 en 25 april 1946 Er werd een onderzoek ingesteld naar een perceel land in de gemeente Hedel. De volgende CE werden daarbij aangetroffen: drie S-mijnen, één mijn, 65 granaten, één PIAT, twee pantservuisten en infanteriemunitie. Het perceel waar de munitie gevonden werd is onbekend.95 [Locatie onbekend] 6 juli 1946 Op 6 juli 1946 werd een granaat gemeld in het Poeltje te Bokhoven.96 [Locatie onbekend]

GA, toeg. nr. 1037, inv. nr. 104. Toeg nr. 3159, inv. nr. 1585. BHIC Den Bosch, toeg.nr.127 inv.nr.307 Mijnen en andere explosieven, 1944 - 1945 ; niet gevonden in het Verliesregister van SGLO. 90 SSA, inv. nr. 44 en 45. 91 SSA, inv. nr. 44 en 45. 92 BHIC, toeg. nr. 11, inv. nr. 4. 93 SABD toeg. nr. 11 Engelen (1812) 1821-1921 (1964) en Engelen-Bokhoven 1922-1946 inv. nr. 1279 stukken betreffende de bevrijdingperiode en toeg nr. 11 inv. nr. 494 verzameldossier met stukken betreffende verzoeken tot verlening van financiële 87 88 89

ondersteuning van oorlogsslachtoffers voor het herstel of herbouw van door oorlogsschade getroffen gebouwd onroerend goed gelegen in de gemeente Engelen en uitgevoerd door het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw .

SSA, inv. nr. 46 en 47. SSA, inv. nr. 46 en 47. 96 SADB, toeg.nr.011 inv.nr.4 Bijzondere feiten, gebeurtenissen en situaties als gevolg van handelingen tijdens 94 95

de oorlogsjaren, 1945-1959 19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

34

15 oktober 1946 Mededeling dat tijdens graafwerkzaamheden in de gemeente Engelen munitie is aangetroffen. Het ging zowel om losse granaten als om kisten waarin munitie zat. Het verzoek om de gevonden munitie te verwijderen.97 [Locatie onbekend] 17 april 1947 Mededeling dat er een nauwkeurig onderzoek werd ingesteld naar mijnenveld 10A 10 N.E-83G in de gemeente Hedel. Hierbij werden vier granaten gevonden. De exacte locatie van het mijnenveld is onbekend.98 [Locatie onbekend] 1949 In een schadeformulier van het gemeentebestuur van Engelen werd aangegeven dat de wegen in de gemeente Engelen tussen ok tober 1944 en mei 1945 zijn beschadigd door granaatins lag en de ontploffing van mijnen.99 [Locatie onbekend] Mijnenvelden: 1945-1947 In het reeds uitgevoerde onderzoek met kenmerk 17120685 zijn twee mijnenvelden opgenomen, nummer 38 en 42. Bij mijnenveld 38G miste één mijn, maar er was ook één lege kater aangetroffen. De krater was vermoedelijk ontstaan door de ontploffing van de missende mijn. Op veld 42 was evenveel geruimd als gelegd. Uit het reeds uitgevoerde onderzoek 17P159 zijn mijnenvelden 1 en 13 overgenomen. Deze velden bevonden zich geheel buiten het huidige onderzoeksgebied. 1970-heden In en nabij het onderzoeksgebied EODD: UOnum mer 19760621

Ligplaats

Datum

CE

Bijzonderheden

Engelensestraat 36

17-3-1976

Geen

19763531

Engelseweg 2

20-101976

19812653

Molenhoek 14

31-8-1981

19830227

Biessertweg

28-1-1983

1 brisantgranaat met schokbuis van inch mortier 1 pantsergranaat van 37 mm verschoten en 1 handgranaat Mills 36 met verb. (verbogen?) slagpijp (leeg) 1 verschoten rookgranaat 25 ponder (leeg) 1 rookgranaat 25 ponder (leeg)

19841160

Maasdijk

16-4-1984

19851723

Engelenseweg

1-6-1985

19861940 19881346

Bokhovensemaasdijk 15 Biessertweg

16-6-1986 4-5-1988

19910833

Engelenseweg

13-4-1991

19941942

Harenseweg

19-9-1994

1 brisantgranaat 25 ponder met restant schokbuis (verschoten) 1 handgranaat Mills 36

6 patronen .50 1 rookgranaat 25 ponder (leeg) en één Britse schokbuis nummer 119 1 verschoten antitankbrisantgranaat van 7,5 cm 1 rookgranaat 25 ponder met tijdschokbuis 221 (verschoten)

Geen

In een weiland Aan de linker kant van de weg. Bij de zandafgraving Onder A was de handgranaat vermeld, de CE onder B was op het politiebureau in plaats van aan de Engelenseweg aanwezig. Geen Geen In een akkerland aangetroffen. Geen

BHIC, toeg. nr. 11, inv. nr. 4. SSA, inv. nr. 46 en 47. 99 BHIC toeg. nr. 11 inv. nr. 341 herstel oorlogsschade c.q. reconstructie van wegen in de k om van Engelen, in beheer en onderhoud bij de gemeente Engelen . 97 98

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

35

3.7

UOnum mer 19951032

Ligplaats

Datum

CE

Bijzonderheden

De Biesert

12-5-1995

Geen

19971548

Maasdijk

11-7-1997

19990807

Maasdijk

7-5-1999

20000811

Harenseweg

1-5-2000

20000835

De Gemeint

Onbekend

1 rookgranaat 25 ponder zonder potten met restant ontsteker 221 (verschoten) 1 verschoten rookgranaat 25 ponder. 1 rookgranaat 25 ponder met tijdschokbuis 221 (leeg) 1 brisantgranaat 17 ponder met schokbuis nummer 257 (verschoten) Onbekend

20020965

Maasdijk

19-6-2002

20021517

Hedel Bokhovensemaasdijk 15

23-9-2002

20041114

Moerputterweg

27-7-2004

20051458 20060445 20091836

Maasdijk Maasdijk Harenseweg

9-10-2005 6-4-2006 7-12-2009

1 Britse brisantgranaat 25 ponder met schokbuis nummer 117 (verschoten) 1 rookgranaat 25 ponder met tijdschokbuis nummer 221 (verschoten) 1 verschoten rookgranaat 25 ponder met het restant van een tijdschokbuis nummer 221 Geen 1 scherfhandgranaat Mills 36 1 brisantgranaat 17 ponder met schokbuis nummer 244 (verschoten).

Bij de zandafgraving Geen Gevonden akker.

op

een

MORA niet geleverd door EODD Geen Geen Woonwagenkamp was het bedreigde gebied. Schroot Geen Geen

LUCHTFOTO- ANALYSE De geraadpleegde luchtfot gegeorefereerd in GIS en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen zoals onder andere kraters, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, (geschut)stellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Op de geraadpleegde sporen van oorlogshandelingen waargenomen. In en nabij het onderzoeksgebied zijn sporen van V.1-inslagen waargenomen, zie afbeelding 3. Op basis van de luchtfotoanalyse kon van de meeste inslagen vastgesteld worden dat de V.1 volledig ontploft was. De grootte en vorm van de kraters duidden hierop. 10 à 12 meter in doorsnede. Er is echter één krater waargenomen nabij het onderzoeksgebied, zie afbeelding 4, welke mogelijk ontstaan is door een V.1 blindganger. Op basis van de vorm en de grootte (circa 1,5 meter doorsnede) van de krater is vastgesteld dat hier mogelijk een V.1 is ingeslagen en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Dat hier een V.1 is ingeslagen is goed mogelijk . De krater is waargenomen op de geraadpleegde luchtfoto van 23 december 1944. Sinds begin december 1944 zijn meldingen gedaan van V.1-inslagen in/nabij het onderzoeksgebied. In de direct omgeving zijn geen andere kraters waargenomen; het is vermoedelijk geen krater v an een artillerie-inslag. Deze V.1-inslag is niet gemeld in of niet te koppelen aan meldingen uit de geraadpleegde bronnen.

De krater is ver van wegen en bebouwing waargenomen, waardoor het zeer waarschijnlijk is dat destijds niemand de inslag heeft gehoord of waargenomen en dus niet doorgegeven aan de Luchtbeschermingsdienst. rondom de Maas zijn relatief veel artilleriekraters waargenomen, z oals in afbeelding 5 te zien is. Wapenopstellingen, zie afbeelding 6, zijn tijdens de luchtfotoanalyse voor dit vooronderzoek alleen nabij (niet in) het onderzoeksgebied waargenomen. Dwars door het onderzoeksgebied is op de luchtfoto uit 1944 een rij mangaten waargenomen (zie afbeelding 7). Deze werden gegraven, zodat burgers en soldaten konden s chuilen voor

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

36

oorlogsgeweld. De mangaten (in frontgebied) konden echter ook als schuttersput gebruikt worden. De opstelplaats (afbeelding 8) werd gebruikt om met een voertuig in te schuilen. Op de geraadpleegde luchtfoto van 8 maart 1945 is een vliegtuig waargenomen. Op deze crashlocatie (zie afbeelding 9) staat een vliegtuig nog volledig intact. Het toestel heeft een spanwijdte van ongeveer 12 meter en een lengte van 9 meter. Gezien het formaat en het ontbreken v an zichtbare schade aan het toestel betrof het hier vermoedelijk een éénmotorig jachtvliegtuig dat een succesvolle noodlanding had gemaakt. Het toestel werd niet waargenomen op de luchtfoto van 25 november 1944. Het was dus tuss en 25 november 1944 en 8 maart 1945 neergekomen. Mogelijk was dit het toestel waar op 11 mei 1945 de volgende melding over werd In de Luisbroek-Zevenhoef Sectie C No.27, 33 en 34 lag het wrak van een jachtvliegtuig vlakbij een landweg (gemeente Vlijmen Op de geraadpleegde luchtfoto van 23 december 1944 werd inundatie in het onderzoeksgebied waargenomen. Inundatie kon ervoor zorgen dat sporen van oorlogshandelingen, zoals kraters van geschutgranaten en vliegtuigbommen, van voor (en tijdens) deze datum weggespoeld werden. waren aan oorlogshandelingen waarbij (mogelijk) CE zijn gebruikt.

Een verstoring in het landschap kan veroorzaakt zijn door oorlogshandelingen, door menselijke handelen zonder aan verstoringen waargenomen die z ijn aangeduid als niet definieerbaar: het is niet mogelijk om op basis van de momenteel beschikbare informatie vast te stellen waardoor deze verstoringen zijn veroorz aakt.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

37

Afbeelding 3: uitsnede van de luchtfoto van 8 maart 1945 met daarop een krater van een V.1 in het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 4-2009, foto 4139).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

38

Afbeelding 4: uitsnede van de luchtfoto van 23 december 1944 met daarop een krater mogelijk door een V.1 blindganger nabij het onderzoeksgebied (Bron: WAG, sortie 4-1448, foto 3223).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

39

Afbeelding 5: uitsnede van de luchtfoto van 24 december 1944 met daarop een kraters door geschutmunitie (artillerieinslagen) in en nabij het onderzoeksgebied (Bron: WAG, sortie 4-1460, foto 3020).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

40

Afbeelding 6: uitsnede van de luchtfoto van 28 oktober 1944 met daarop wapenopstellingen buiten het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 16-1292, foto 3143).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

41

Afbeelding 7: uitsnede van de luchtfoto van 23 december 1944 met daarop mangaten in het onderzoeksgebied (Bron: WAG, sortie 4-1448, foto 4223).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

42

Afbeelding 8: uitsnede van de luchtfoto van 6 november 1944 met daarop een opstelplaats in het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 4-1228, foto 4225).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

43

Afbeelding 9: uitsnede van de luchtfoto van 8 maart 1945 met daarop een vliegtuig (van onbekende nationaliteit) dat een noodlanding heeft gemaakt nabij het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 4-2009, foto 4174).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

44

Afbeelding 10: uitsnede van de luchtfoto van 23 december 1944 met daarop inundatie in het onderzoeksgebied (Bron: WAG, sortie 4-1448, foto 4223).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

45

Afbeelding 11: uitsnede van de luchtfoto van 6 november 1944 met daarop niet definieerbare verstoringen nabij het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 4-1228, foto 4225).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

46

3.8

INVENTARISATIEKAART Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen en literatuur zijn ingetekend op de inventarisatiekaart in GIS. In de onderstaande afbeelding is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied weergegeven. In bijlage 4 (losbladig) is de inventarisatiek aart op A1-formaat opgenomen. Hierop zijn zowel alle gebeurtenissen met een RAP, mijnenveldgegevens van de EODD als ook de waargenomen indicaties van oorlogshandelingen uit de luchtfotoanalyse weergegeven.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

47

Afbeelding 12: Inventarisatiekaart onderzoeksgebied.

3.9

LEEMTEN IN KENNIS Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn hieronder beschreven.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

48

Het is onbekend of er in de periode 1940-1945 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Het is onbekend of er in de periode 1945-1970 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Niet v an alle gebeurtenissen kon op basis van de beschikbare gegevens een exacte plaatsbepaling worden vastgesteld; niet van alle verstoringen in het landschap de oorz aak worden vas tgesteld; Door inundatie waren mogelijk niet alle sporen van oorlogshandelingen zichtbaar op de ; Sommige duidelijk dat er een verstoring is, maar de oorzaak hiervan is niet bekend.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

49

4 4.1

INDICATIES EN VERDACHTE GEBIEDEN In de geraadpleegde bronnen zijn indicaties gevonden die erop wijzen dat binnen het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor CE in/op de (water)bodem achtergebleven kunnen zijn. Het gaat om de volgende indicaties: Duitse en geallieerde militaire aanwezigheid in de vorm van mangaten; Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen in de periode van september 1944 tot aan de bevrijding; Een mogelijk niet of slechts deels gedetoneerde V.1 nabij het onderzoeksgebied. Elk verdacht gebied heeft een eigen kenmerk gekregen, bestaande uit een aantal onderdelen: VG: dit is de aanduiding voor Verdacht Gebied; Een letter die de indicatie aangeeft: Z = militaire aanwezigheid; I = Inslag van geschutmunitie/artilleriebeschieting; V = inslag van een V-wapen. Een volgnummer.

4.2

AAN TE TREFFEN CE In de volgende tabellen komen naast de hoofdsoort(en), subsoort(en), kalibers , nationaliteit, de hoeveelheden en vers chijningsvorm(en) van de mogelijk aan te treffen CE aan bod.

In de geraadpleegde bronnen zijn niet voor elke indicatie gegevens beschikbaar over de ingezette hoofdsoorten, subsoorten, kalibers en hoeveelheden. Dit is vastgesteld op De verschijningsvorm houdt verband met de manier waarop de CE in de bodem terecht zijn gekomen. Per indicatie is de verschijningsvorm van de aan te treffen CE vastgesteld. Militaire aanwezigheid: mangaten (VGZ_) Hoofdsoort Kleinkalibermunitie

Subsoort

Kaliber (nationaliteit)

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

Diversen

Honderdtallen

Handgranaten

Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen

n.v.t. (Duits/geallieerd)

Tientallen

Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen

Munitie voor granaatwerpers

Aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant

Tot 2 cm (Duits/geallieerd) n.v.t. (Duits/geallieerd)

Panzerfaust

Enkele

Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen

Munitietoebehoren

n.v.t.

Tientallen

Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen

Kaliber (nationaliteit)

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

Subsoort

Kaliber (nationaliteit)

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

n.v.t.

n.v.t.

Eén

Afgevuurd

Geweer gr anaten

(Duits)/PIAT (geallieerd) Verpakkingen, beschermkappen, e.d. (Duits/geallieerd)

Tientallen

Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen (VGI_001) Hoofdsoort Geschutmunitie

Subsoort

Brisant, rook

Maximaal 8,8 cm (Duits)/25 ponder (geallieerd)

Enkele

Verschoten

Restant V.1 (VGV_001) Hoofdsoort Raketm unitie

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

50

4.3

HORIZONTALE AFBAKENING Op basis van de geraadpleegde bronnen is vastgesteld dat in en nabij het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waardoor het onderzoeksgebied verdacht is op de aanwezigheid van CE in/op de (water)bodem. In afbeelding 14 is de CE-bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied weergegeven. Aanvullend op de richtlijnen voor de horizontale afbakening in het WSCS-OCE is een extra buffer van 5 meter aan de afbakening toegev oegd. Dit is het gevolg van het een foto een vlakke weergave is van de bolling van de aarde en de cameralens niet altijd loodrecht op het aardoppervlakte was geric ht. Om dit op te vangen is rondom de verdachte gebieden de bov engenoemde buffer van 5 meter toegevoegd. Bij de horizontale afbakening van de verdachte gebieden zullen de richtlijnen worden genoemd zoals die staan weergegeven in het WSCS-OCE, met daarachter tussen haakjes de afbakening inclusief de genoemde buffer. Militaire aanwezigheid: mangaten (VGZ_)

mangaten waargenomen. De contouren van deze mangaten, die ook gebruikt konden worden als schuttersput, zijn conform WSCS-OCE verdacht verklaard (plus 5 meter georeferentie-afwijking) op de aanwezigheid van gedumpte kleinkalibermunitie (KKM), handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en munitietoebehoren. Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen (VGI_001) Het onderzoeksgebied was van september 1944 tot aan de bevrijding op 5 mei 1945 frontgebied. Daarbij vormde de Maas een natuurlijke barrière tussen de geallieerde troepen, die zich in het zuiden bevonden en de Duitse troepen die stellingen ten noorden van de Maas hadden en bovendien een bruggenhoofd bij Hedel wilden behouden. Hoewel de geallieerde troepen geen aanstalten maakten om door te stoten naar het noorden en de Duitse troepen slechts af en toe patrouilles naar het zuiden stuurden om plaagstoten uit te delen, vonden er wel met regelmaat vanuit beide zijden artilleriebeschietingen plaats. Zo k wam het gehucht Bokhov en onder zwaar Duits artillerievuur vanuit de Bommelerwaard te liggen. In april 1945 werd de Prinses Irenebrigade naar het zuiden van de Maas gestuurd, waar het een Brits legeronderdeel afloste. Zij kregen de taak de Maas over te steken en een bruggenhoofd bij Hedel en Kerkdriel te vormen.

De brigade stak in de nacht van 22 op 23 april 1945 de Maas over en slaagde erin een bruggenhoofd te vormen. De Duitse troepen gaven zich echter niet zomaar over en er vonden in deze periode dan ook meerdere gevechten en beschietingen plaats rondom het onderzoeks gebied. gebied kraters van ingeslagen en ontplofte geschutmunitie waargenomen. Alleen de kraters waarbij met zekerheid gezegd kon worden dat het om inslagen van geschutmunitie ging zijn ingetekend op de inventarisatiekaart. In een aantal gevallen was het niet mogelijk om waargenomen 1970 tot heden door de EODD meerdere ruimingen van CE in en nabij het onderzoeksgebied uitgevoerd. Het merendeel van de geruimde CE betrof geallieerde rookgranaten van 25 ponder met schokbuis of tijdschokbuis. Van het grootste gedeelte van deze granaten is bekend dat de granaat verschoten en leeg was. Het gehele onderzoeksgebied DPO tracé onder de Maas Ammerzoden is verdacht verklaard op verschoten geschutmunitie. Dit verdachte gebied is overgenomen. Daarnaast is gekeken naar het verdere inslagenpatroon. Het verdachte gebied eindigt bij de laatst krater uit de groep kraters bij de Maas. Dit kom overeen met de grens van het onderz oeksgebied Ammerzoden.

Restant V.1 (VGV_001) ingeslagen V.1. Gezien de grootte en de vorm van de krater is de V.1 mogelijk als blindganger achtergebleven. Conform het WSCS-OCE is het gebied dat is getroffen door de inslag van een 19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

51

V.1 verdacht in een straal van 15 meter rondom het inslagpunt. In dat geval zou er geen verdacht gebied op basis van de V.1 in het onderzoeksgebied liggen. Het is echter niet met zekerheid te zeggen of de V.1 gedetoneerd is. De V.1 is in ieder geval niet volledig gedetoneerd, want dan zou de krater 10 meter of meer in doorsnede zijn. De V.1 is dus ofwel niet ofwel gedeeltelijk gedetoneerd. In het WSCS-OCE geldt v oor een gedeeltelijk gedetoneerde V.1 dat het horizontaal verdachte gebied situationeel wordt afgebakend. Aangezien onderdelen en explosieve lading van de V.1 weggeslingerd kunnen worden bij een gedeeltelijke detonatie, is rondom het inslagpunt 25 meter afgebakend als verdacht gebied. Daaraan is vijf meter toegevoegd in verband met de georeferentie-

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

52

Afbeelding 13: Horizontale afbakening verdacht gebied naar aanleiding van de mogelijke blindganger van een V.1.

In de onderstaande afbeeldingen is de CE-bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied weergegeven; eerst het hele onderzoeksgebied en daarna ingezoomd op details . In bijlage 5 (losbladig) is de CE Bodembelastingkaart op A1-formaat opgenomen.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

53

Afbeelding 14: CE-bodembelastingkaart onderzoeksgebied.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

54

Afbeelding 15: CE-bodembelastingkaart - detail noordelijke deel onderzoeksgebied bij Bokhoven.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

55

Afbeelding 16: CE-bodembelastingkaart - detail onderzoeksgebied ter hoogte van de mogelijke blindganger van een V.1 (het grijze rondje is bebouwing; onderdeel van de onderliggende topografische kaart).

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

56

Afbeelding 17: CE-bodembelastingkaart - detail middenstuk onderzoeksgebied ter hoogte van Voordijk te Vlijmen.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

57

Afbeelding 18: CE-bodembelastingkaart - detail zuidelijke deel onderzoeksgebied bij Vlijmen.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

58

4.4

VERTICALE AFBAKENING In deze paragraaf is de verticale afbakening van het verdacht gebied vastgesteld. De verticale afbakening van het op CE verdachte gebied bestaat uit een minimale en maximale diepteligging. De diepteligging is afhankelijk van het soort oorlogshandeling, de soort munitie en de opbouw van de bodem ter plaatse. 4.4.1 DIEPTELIGGING CE In onderstaande tabel is de minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen CE ten opzichte van het maaiv eld (situatie 1940-1945) in het verdacht gebied weergegeven. De diepteligging van de CE ten opzichte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is als volgt: Militaire aanwez igheid: mangaten (VGZ_) De diepteligging v an de aan te treffen CE in de mangaten is gelijk aan de maximale diepteligging van het militaire werk. Hoofdsoort

Subsoort

Kaliber (nationaliteit)

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld100

Kleinkalibermunitie

Diversen

Handgranaten

Aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant n.v.t.

Tot 2 cm (Duits/geallieerd) n.v.t. (Duits/geallieerd)

De minimale diepte van de verschoten CE is net onder maaiveld indien de bodem sinds 1945 niet is geroerd. De maximale diepteligging is 2 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog, vastgesteld op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. De maximale diepteligging ten opzichte van NAP kon niet worden vastgesteld op basis van gegevens van topotijdreis. De mangaten lagen tijdens de Tweede Wereldoorlog op dijken waarvan de hoogte ten opzichte van NAP niet bekend is.

Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren

n.v.t. (Duits/geallieerd) Panzerfaust

(Duits)/PIAT (geallieerd) Verpakkingen, beschermkappen, e.d. (Duits/geallieerd)

Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen (VGI_001) De diepteligging van de aan te treffen Duitse en geallieerde geschutmunitie naar aanleiding van de artilleriebeschietingen is zoals vastgesteld in het onderzoek bij Ammerz oden 17120685.

100 101

Hoofdsoort

Subsoort

Kaliber (nationaliteit)

Geschutmunitie

Brisant, rook

Maximaal 8,8 cm (Duits)/25 ponder (geallieerd)

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld101

De minimale diepte van de verschoten CE is net onder maaiveld indien de bodem sinds 1945 niet is geroerd. De maximale diepteligging is 2,5 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog, vastgesteld op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. Aan de hand van topotijdreis is vastgesteld dat aan de noordkant van de Maas het maaiveld op ongeveer 4 meter +NAP lag. De maximale diepte is hier dus ongeveer 1,5 meter +NAP. Voor de zuidkant geldt dat maaiveld op ongeveer 3 meter +NAP lag en dat de maximale

Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

59

Hoofdsoort

Subsoort

Kaliber (nationaliteit)

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld101

diepte 0,5 meter +NAP bedraagt.

Restant V.1 (VGV_001) Tussen de Voorste Zeedijk en de Engelenseweg, waar het onderzoeksgebied verdacht is op restanten van een V.1, is een geologisch booronderzoek uitgevoerd. Boorpunt B45A0183 d.d. 1 september 1973 toont een zandprofiel. Er zijn geen representatieve geotechnische s ondeeronderzoeken nabij het verdachte gebied.102 Omdat de bodem ter plaatse bestaat uit voornamelijk zand, is de verwachting dat de V.1 niet dieper dan 4 meter is doorgedrongen in de bodem.

4.5

Hoofdsoort

Subsoort

Kaliber (nationaliteit)

Raketmunitie

n.v.t.

n.v

Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld103

De minimale diepte van de verschoten CE is net onder maaiveld indien de bodem sinds 1945 niet is geroerd. De maximale diepteligging is 4 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog, vastgesteld op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. Aan de hand van topotijdreis is vastgesteld dat het maaiveld op 2,5 tot 3 meter +NAP lag. De maximale diepteligging is 1,5 meter -NAP.

NAOORLOGSE ONTWIKKELINGEN Naoorlogse ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de aanwezigheid van CE in de bodem. In de onderstaande afbeeldingen is voor alle verdachte gebieden een vergelijking gemaakt tuss en de situatie in de Tweede Wereldoorlog en de h nauwelijks naoorlogse ontwikkelingen in de verdachte gebieden plaatsgevonden. In het noordelijke deel van het onderzoeksgebied, zie afbeelding 19, hebben weinig zichtbare veranderingen plaatsgevonden. Het lijkt erop dat de Maasdijk ten noorden van de Maas verhard is en mogelijk is de Maas zelf in de loop der jaren gebaggerd. Een deel van de verdachte gebieden ligt op percelen die vanaf de Tweede Wereldoorlog tot heden in gebruik waren als landbouwgrond. Hier hebben vermoedelijk ploegwerkzaamheden plaatsgevonden. Dit is echter niet duidelijk zichtbaar in de luchtfotovergelijking. In deze gebieden zijn geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen. Ter plaats e van het gebied dat verdacht is op restanten van een V.1 en bij de mangaten in het middenstuk van het onderzoeksgebied te hoogte van Voordijk , zie afbeelding 20 en 21, lijken naoorlogs slechts landbouwactiviteiten te hebben plaatsgevonden. Daarnaast zijn er bomen gegroeid of aangeplant.

Ter plaatse van de mangaten in het zuidelijke deel van het onderz oeksgebied, langs de Aardappelendijk, hebben naoorlogs wel zichtbare bodemroerende activiteiten plaatsgevonden (afbeelding 22). Op de plek van de voormalige Aardappelendijk ligt tegenwoordig de A59 en op/afrit 44 Vlijmen.

102 103

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens, geraadpleegd d.d. 13 augustus 2019 door L.M. Vrielink. Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

60

Afbeelding 19: Naoorlogse ontwikkeling - detail noordelijke deel onderzoeksgebied bij Bokhoven.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

61

Afbeelding 20: Naoorlogse ontwikkeling - detail onderzoeksgebied ter hoogte van de mogelijke blindganger van een V.1.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

62

Afbeelding 21: Naoorlogse ontwikkeling - detail middenstuk onderzoeksgebied ter hoogte van Voordijk te Vlijmen.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

63

Afbeelding 22: Naoorlogse ontwikkeling - detail zuidelijke deel onderzoeksgebied bij Vlijmen.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

64

4.6

INDICATIES EN ONVERDACHTE GEBIEDEN In de geraadpleegde bronnen is een indicatie gevonden die niet heeft geleid tot een verdacht gebied in het onderzoeksgebied. Het gaat om de volgende indicatie: RAP-nummer Geen (luchtfotoanalyse)

Datum

8-3-1945

Indicatie

Vliegtuigcrash

Analyse

Op de geraadpleegde luchtfoto van 8 maart 1945 is een vliegtuigcrash waargenomen. Het toestel ziet er nog in goede staat uit. Vermoedelijk betrof het een geslaagde noodlanding. Er zijn geen indicaties aangetroffen in de geraadpleegde bronnen dat door deze noodlanding buiten het onderzoeksgebied CE binnen de grenzen van het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen. Mogelijk betrof het het vliegtuig waar op 11 mei 1945 een melding over gemaakt werd.

De RAP-nummers op de inventarisatiekaart hadden allen betrekking op de bev rijdingsgevechten. Naar aanleiding van de bevrijdingsgevechten zijn de militaire werken in het onderzoeksgebied verdacht verklaard en is er een verdacht gebied afgebakend rondom de waargenomen geschutinslagen. 4.7

LEEMTEN IN KENNIS Tijdens de analyse van de historische gegevens waren er een aantal leemten in kennis. Deze zijn hieronder beschreven. In de geraadpleegde bronnen zijn niet voor elke indicatie gegevens beschikbaar over de ingezette hoofdsoorten, subsoorten, kalibers en hoeveelheden. Dit is vastgesteld op ; Het is niet bekend hoe diep de militaire werken (mangaten) in het onderzoeksgebied exact waren. De maximale diepte van de aan te treffen CE is op bas is van ervaring vastgesteld op de maximale diepte van een mangat; De maximale doordringingsdiepte van verschoten geschut is niet bekend. Dit is vastgesteld op basis van ervaring; De maximale diepteligging van de restanten van de V.1 is vastgesteld op basis van één geologisch booronderzoek. Er zijn waren representatieve geotechnische sondeeronderzoek en nabij het verdachte gebied; Waarschijnlijk zijn niet alle naoorlogse bodemroerende activ iteiten terug te zien op de geraadpleegde recen

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

65

5 5.1

CONCLUSIE Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied getroffen is door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor CE in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Het gaat om artilleriebeschietingen, militaire aanwezigheid en de inslag van een V.1, waardoor CE in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Aan de hand van deze indicaties zijn de hoofdsoorten, sub-soorten, kalibers, nationaliteit, hoeveelheden en vers chijningsvormen CE vastgesteld. Tevens zijn de horizontale en de vertic ale afbakening vastgesteld en is gekeken naar de naoorlogse ontwikkelingen. 5.1.1 AAN TE TREFFEN CE Op basis van de geraadpleegde bronnen is het onderzoeksgebied gedeeltelijk verdacht verklaard op diverse hoofdsoorten CE. De aan te treffen hoofdsoorten, sub-soorten, kalibers, nationaliteit, hoeveelheden en verschijningsvormen CE zijn toegelicht in paragraaf 4.2. Militaire aanwez igheid: mangaten (VGZ_) Hoofdsoort

Subsoort

Kaliber (nationaliteit)

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

Kleinkalibermunitie

Diversen

Tot 2 cm (Duits/geallieerd)

Honderdtallen

Handgranaten

Aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant

n.v.t. (Duits/geallieerd)

Tientallen

Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen

n.v.t. (Duits/geallieerd)

Tientallen

Panzerfaust

Enkele

Geweergranaten Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren

n.v.t.

(Duits)/PIAT (geallieerd) Verpakkingen, beschermkappen, e.d. (Duits/geallieerd)

Tientallen

Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen

Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen (VGI_001) Hoofdsoort

Subsoort

Geschutmunitie

Brisant, rook

Kaliber (nationaliteit)

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

Maximaal 8,8 cm (Duits)/25 ponder (geallieerd)

Enkele

Verschoten

Restant V.1 (VGV_001) Hoofdsoort

Subsoort

Kaliber (nationaliteit)

Hoeveelheden

Verschijningsvorm

Raketmunitie

n.v.t.

n.v.t.

Eén

Afgevuurd

5.1.2 HORIZONTALE AFBAKENING VERDACHTE GEBIEDEN De horizontale afbakening van het verdachte gebied is voor de indicaties vastgesteld aan de hand van het WSCS-OCE en is uiteengezet in paragraaf 4.3. De contouren van de mangaten plus 5 meter in verband met de georeferentie-afwijking zijn verdacht verklaard. De artilleriebeschietingen zijn afgebakend aan de hand van de op krater van de groep. Rondom het inslagpunt van de V.1 is 25 meter plus 5 meter georeferentie-afwijking verdacht verklaard. 19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9968368/1