CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 (Bijlagen)

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 422.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente ‘s-Hertogenbosch Bestemmingsplan ‘Van Rijckevorselweg 4’ Bijlagenboek toelichting

Oktober 2023

Bijlage 1 Berekening landschapsinvesteringsregeling, 25 augustus 2022

berekening kwaliteitsverbetering landschap - Van Rijckevorselweg 4 te Vinkel Cat. 3 INVOERGEGEVENS UITGANGSPUNTEN

beoordeling

Grondwaarden agrarische cultuurgrond agrarisch bouwblok Ondergrond bedrijfswoning (0-500 m2) Ondergrond bedrijfswoning (0-1000 m2) Bedrijven Groen (bestemd als groen/natuur) Sloopkosten bebouwing sloopkosten erfverharding/sanering asbest WAARDEVERMEERDERING Grondwaarde huidige situatie Ondergrond agrarische bedrijfswoning (0-500 m2) Ondergrond agrarische bedrijfswoning (0-1000 m2) agrarisch bouwblok Totaal Grondwaarde nieuwe situatie Bedrijven Ondergrond bedrijfswoning (0-500 m2) Ondergrond bedrijfswoning (0-1000 m2) Groen agrarische cultuurgrond Totaal Waardevermeerdering benodigde investering in landschap

€ 7,50 /m² € 25,00 /m² € 200,00 /m² € 100,00 /m² € 100,00 /m² € 1,50 /m² € 25,00 /m² € 10,00 /m²

oppervlakte tarief 500 m² € 200,00 /m² 500 m² € 100,00 /m² 10.000 m² € 25,00 /m² 11.000 m²

5.000 m² € 100,00 /m² 500 m² € 200,00 /m² 500 m² € 100,00 /m² 200 m² € 1,50 /m² 4.800 m² € 7,50 /m² 11.000 m²

20%

Geplande investeringen Sloop Resultaten en conclusies resultaten benodigde investering in landschap geplande investering in landschap Overschot investering in landschap Conclusie: De waarde van de geplande kwaliteitsverbetering is voldoende

5.992 m²

€

25,00 /m²

25-8-2022 Dirk Breure

bedrag € 100.000,00 € 50.000,00 € 250.000,00 € 400.000,00

€ 500.000,00 € 100.000,00 € 50.000,00 € 300,00 € 36.000,00 € 686.300,00 € 286.300,00 € 57.260,00

€ 149.800,00

€ 57.260,00 € 149.800,00 € 92.540,00

Bijlage 2 Natuurtoets, Antea Group, 22 september 2022

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan

projectnummer 479857.100 definitief 5 december 2022

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 479857.100 definitief 5 december 2022

Auteurs

Opdrachtgever Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Opdrachtgever

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 28-11-2022

beschrijving revisie definitief

vrijgave

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

1 2 2 3

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

4

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Brabant Groenblauwe mantel Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Bescherming van houtopstanden

4 4 6 6 6 7 7 8

3

Methodiek

9

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

9 9 10 10

4

Resultaten

11

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden

11 12 12 13 18 18 18 19 19

5

Toetsing

20

5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3

Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Bescherming van houtopstanden

20 20 21 23 23 23 24

6

Bronnen

25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Bijlagen Bijlage 1: Wettelijk kader

Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: Streetsmart.

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Conclusies en advies De Gemeenschappelijke Regeling Heesch West is voornemens om het perceel aan de Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel opnieuw te ontwikkelen. De agrarische bestemming van het perceel wordt omgezet in een bedrijfsbestemming. Om dit mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.

Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is geen Natura 2000-gebied aanwezig. In de omgeving liggen wel Natura 2000gebieden. Mogelijk is sprake van een invloed op deze omliggende Natura 2000 gebieden door stikstofdepositie. Om hier duidelijkheid over te geven is een AERIUS-berekening uitgevoerd. De uitkomst van de analyse is een waarde van 0,00 mol/ha/jr. Om deze reden zijn geen vervolgstappen nodig in het kader van Natura 2000-gebieden. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied, wel ligt NNN-gebied binnen de invloedsfeer van het plan. Het voornemen heeft geen negatief effect op dit NNN-gebied. Er is van directe en indirecte aantasting van de NNN dan ook geen sprake. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Zie ook Tabel 0.1. Tabel 0.1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000

NNN

Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Mogelijk

Ja

Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Mogelijk Nee

Nee Nee

Ja

Ja

Conclusies: Beschermde houtopstanden Er zijn in het plangebied geen middels de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden aanwezig.

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: • Bunzing (mogelijk verblijfplaats); • Wezel (mogelijk verblijfplaats); • Steenmarter (mogelijk verblijfplaats); • Vleermuizen (mogelijk verblijfplaatsen); • Huismus (nesten aanwezig, aantal onbekend); • Steenuil (mogelijk nestlocatie); • Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen). In Tabel 0.2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Tabel 0.2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in plangebied?

Is er sprake van een overtreding?

Is een ontheffing noodzakelijk

Is het plan uitvoerbaar?

Bunzing

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Ja, eventueel na mitigerende maatregelen

Wezel

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Ja, eventueel na mitigerende maatregelen

Steenmarter

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Ja, eventueel na mitigerende maatregelen

Vleermuizen

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Ja, eventueel na mitigerende maatregelen

Huismus

Ja

Ja

Ja

Ja, na nemen maatregelen

Steenuil

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Ja, eventueel na mitigerende maatregelen

Algemene broedvogels

Waarschijnlijk

Nee, bij niet werken bij broedgeval

Nee

Ja

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Mogelijk vleermuis/steenmarter/huismus/steenuil. Mogelijk vleermuis/steenmarter/huismus/steenuil. Zeker nesten huismus aanwezig. Groene ruimten buiten de gebouwen geschikt biotoop voor bunzing en wezel. Figuur 0.1. (Mogelijk) aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De Gemeenschappelijke Regeling Heesch West is voornemens om het perceel aan de Van Rijckevorselweg 4 in Vinkel opnieuw te ontwikkelen. De agrarische bestemming van het perceel wordt omgezet in een bedrijfsbestemming. Om dit mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron ondergrond: Streetsmart.

Blad 1 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

1.2

Planvoornemen De agrarische bestemming van het perceel wordt omgezet in een bedrijfsbestemming. Een verbeelding van de toekomstige bestemmingsplankaart is opgenomen in Figuur 1.2. De stallen op het perceel worden gesloopt. Het omliggende groen wordt verwijderd. In voorliggende toetsing wordt er ook van uit gegaan dat de woning op het perceel wordt gesloopt.

Figuur 1.2. Toekomstige bestemming plangebied (bron: concept bestemmingsplan).

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.

Blad 2 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: • Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? • Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: • De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; • Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; • Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; • Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; • Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; • Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 3 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 5) aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).

Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie.

Blad 4 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn.

Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Noord-Brabant bevoegd gezag. In de provincie NoordBrabant zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de bunzing, hermelijn en wezel niet vrijgesteld.

Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. Daarnaast geldt in de provincie Noord-Brabant in tegenstelling tot de landelijke (niet-)vrijgestelde soorten, dat het wild zwijn vrijgesteld is. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.

Blad 5 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

2.3.2

Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Nederland (in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant genoemd) is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De Ruimtelijke Verordening (geconsolideerde versie januari 2019) van de provincie Noord Brabant is op 25 oktober 2019 vervangen door de interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

In de Omgevingsverordening van provincie Noord-Brabant (2019) zijn regels voor het NNN opgenomen in paragraaf 3.2.3 (Artikel 3.15-3.25). Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNB geldt het ‘nee, tenzij’-principe1. Het ‘nee, tenzij’-principe (Artikel 3.19) betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Noord-Brabant voor de gebieden die aangewezen zijn als NNN is vastgelegd in Artikel 3.22 van de Omgevingsverordening. Het regime ter bescherming van het NNB kent in de provincie Noord-Brabant externe werking. Dit houdt in dat niet alleen de effecten van activiteiten die gelegen zijn binnen de grenzen van NNB-gebieden beoordeeld en eventueel gecompenseerd moeten worden, maar ook (potentiële) effecten op NNB-gebieden die in de omgeving van het plangebied liggen (externe effecten).

Dit laatste is in ieder geval aan de orde als een ontwikkeling een negatief effect heeft op de waarden van het NNB vanwege geluid, licht of betreding (of bijvoorbeeld schaduwwerking, windturbulentie of het oprichten van een afscheiding langs een natuurgebied waardoor migratie niet langer mogelijk is). Voor zover er externe effecten optreden vanwege de verspreiding van stoffen door de lucht of water vindt een afweging plaats in het kader van andere wet- en regelgeving. Daarom is dit expliciet in de regels uitgesloten (Artikel 3.16, lid 3). 1

Naast een Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van een kleinschalig ontwikkeling of een NNB/EHS-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.

Blad 6 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

2.3.3

Groenblauwe mantel Naast het NNB zijn in de provincie Noord-Brabant gebieden aangewezen als groenblauwe mantel (Artikel 3.32 Omgevingsverordening). Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen. Een bestemmingsplan dat van toepassing is op de groenblauwe mantel: a) strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b) stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c) borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Ontwikkelingen in de groenblauwe mantel zijn mogelijk indien het gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie betreft, met een meer extensief karakter en die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap.

De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of/en landbouw passen minder bij het karakter van de Groenblauwe mantel. Daarom gelden binnen de groenblauwe mantel voor deze initiatieven aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies.

2.3.4

Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Voor ganzen en smienten zijn in Noord-Brabant een aantal gebieden aangewezen als Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn in Artikel 2.60 regels opgenomen voor activiteiten in deze gebieden. In Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten mogen in de periode 1 november tot 1 april, een aantal soorten niet opzettelijk worden verontrust (het gaat om brandganzen, grauwe ganzen, kolganzen, rotganzen, taigarietganzen, toendrarietganzen en smienten).

Blad 7 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

2.3.5

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m 2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.

Blad 8 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2015-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast zijn indien relevant ook regionale bronnen en atlassen gebruikt. Deze atlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen.

Blad 9 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 3-03-2021 is vanaf circa 10:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij licht bewolkt weer met een temperatuur van circa 10 °C. Het plangebied is te voet beoordeeld en bomen/gebouwen zijn bekeken met een verrekijker.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 10 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt in de provincie Noord-Brabant, in de gemeente Den Bosch (Vinkel). Het plangebied ligt in het buitengebied en bestaat uit een aantal gebouwen en de bijbehorende buitenruimte. De gebouwen zijn in gebruik als woonhuis, varkensstal en opslag. Rond het woonhuis ligt een tuin. Tussen de stallen is het plangebied verhard. Aan de noordkant van het plangebied ligt een groenstrook met bomen en struiken. Een impressie van het plangebied is weergegeven op Figuur 4.1.

Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.

Blad 11 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2015-2021).

Soortgroep

Soort Boomvalk

Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Zoogdieren

Amfibieën

JRB

Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil

X X X X X X X X X X X X X

Wespendief

X

Bunzing Das Steenmarter Eekhoorn Wezel Wolf Vleermuizen** Kamsalamander knoflookpad Poelkikker Rugstreeppad Alpenwatersalamander

Reptielen Insecten - Dagvlinders

Levendbarende hagedis Geen waarnemingen

Insecten - Libellen

Gevlekte witsnuitlibel

HR

A/B

X X X X X X X X X X X X X X

Vissen Grote modderkruiper X Planten Geen waarnemingen Overige soortgroepen Geen waarnemingen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis.

Blad 12 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het projectgebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Het gaat om de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief. In het plangebied zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig voor boomvalk, buizerd, havik, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief. Nesten van dergelijke soorten hadden bij aanwezigheid goed zichtbaar moeten zijn tijdens het terreinbezoek. De grote gele kwikstaart is een soort die broed bij (stromend) water. Dergelijk biotoop ontbreekt in het plangebied. De gierzwaluw is een soort die broed in binnenstedelijke gebieden in voornamelijk hoge gebouwen. De gebouwen in het plangebied voldoen niet aan deze voorwaarden. De kerkuil is een soort die bij aanwezigheid van een nest vooral door de aanwezigheid van grote braakballen en krijtsporen opvalt.

Er zijn nergens braakballen of krijtsporen aangetroffen. Daarmee is het uit te sluiten dat een nest van deze soort aanwezig is in het plangebied. Tijdens het plangebied zijn verschillende paartjes huismussen waargenomen bij het woonhuis. Het aantal nesten moet in de daarvoor vastgestelde periode nog nader worden bepaald (BIJ12, 2017). Een aantal nestlocaties is weergegeven op Figuur 4.2. Van de steenuil kan niet op basis van de huidige gegevens bepaald worden of een nestlocatie aanwezig is. De gebouwen en de omgeving zijn in potentie zeer geschikt voor de soort. Braakballen van de steenuil, die vrij klein zijn, zijn niet aangetroffen. Deze braakballen hoeven echter niet altijd aanwezig of zichtbaar te zijn bij de nestlocatie. Daarmee kan niet worden uitgesloten dat de soort in het plangebied een nest heeft.

Blad 13 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Figuur 4.2. Locaties nesten huismus.

Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) De vegetatie en de gebouwen in het plangebied bieden een geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld de houtduif en merel. Het kan daarmee niet worden uitgesloten dat in het broedseizoen broedgevallen van algemene broedvogels aanwezig zijn in het plangebied. Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen.

In het voorliggende plangebied zijn in verschillende gebouwen ruimtes, kieren en betimmeringen aanwezig die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen of die vleermuizen toegang bieden tot het gebouw. Voorbeelden van dergelijke plekken zijn weergegeven in Figuur 4.3. De potentieel geschikte gebouwen zijn weergegeven in Figuur 0.1. De metalen stal aan de zuidkant van het plangebied is het enige gebouw in het plangebied dat ongeschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen.

Blad 14 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Mogelijk wordt het plangebied ook gebruikt als foerageergebied voor vleermuizen. Het plangebied ligt gekoppeld aan de laanbeplanting langs de Van Rijckevorselweg waardoor vleermuizen uit verblijfplaatsen buiten het plangebied, het plangebied goed kunnen bereiken.

Figuur 4.3. Voorbeeld van toegangen tot mogelijke vleermuisverblijven in de gebouwen, in het plangebied.

Gevolgen van het plan op deze soorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.

Blad 15 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Overige (land)zoogdieren Op basis van de bureaustudie blijkt dat de bunzing, das, eekhoorn wezel en wolf in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. De wolf is een soort die in uitgestrekte natuurlijke gebieden voor komt. De soort is op doortrek in de omgeving van het plangebied waargenomen. Daarmee maakt het plangebied geen essentieel onderdeel uit van het leefgebied van de wolf. De eekhoorn komt in bosgebieden en parkachtige gebieden voor. De soort heeft bomen nodig om in te nestelen en zich langs te verplaatsen. In het plangebied zijn geen nesten van de soort aanwezig. Het is ook onwaarschijnlijk dat de soort in het plangebied voor komt doordat het plangebied geïsoleerd ligt in een intensief agrarisch landschap dat ongeschikt is als leefgebied voor de soort. De das komt voor in de omgeving van het plangebied volgens de bureaustudie. De soort bewoond agrarische gebieden waar natuurlijke landschapselementen aanwezig zijn en in natuurgebieden. In het plangebied is geen burcht aanwezig. Mogelijk komt de soort sporadisch in het plangebied voor, maar de soort komt in agrarisch gebied vooral op plekken waar veel voedsel voor ze aanwezig is, zijnde intensief bemeste graslanden en maisakkers. Het is daarmee onwaarschijnlijk dat de soort in het plangebied voor komt. De bunzing en de wezel komen volgens de bureaustudie in de omgeving van het plangebied voor.

De genoemde soorten leven voornamelijk in kleinschalige landschapselementen en (randen van) bossen. In het plangebied zijn enkele ruigtes aanwezig die geschikt zijn als leefgebied voor de soort. In deze ruigtes zijn vele holtes van knaagdieren aanwezig die gebruikt kunnen worden door de soorten als verblijfplaats. Daarmee zijn ook prooidieren aanwezig. Het kan daarmee niet worden uitgesloten dat de soorten in het plangebied voor komen. Datzelfde geldt ook voor de steenmarter, die in de omgeving is waargenomen volgens de bureaustudie. Al heeft deze soort in tegenstelling tot de bunzing en wezel een voorkeur voor gebouwen als verblijfplaats. Reptielen Op basis van de bureaustudie blijkt dat de levendbarende hagedis in de omgeving van het plangebied is waargenomen. Waarnemingen komen echter van relatief grote afstand van het plangebied. Het plangebied ligt geïsoleerd in intensief agrarisch gebruikt gebied. Het plangebied zelf heeft maar zeer beperkt biotoop dat geschikt kan zijn voor de levendbarende hagedis. Het is daarmee uitgesloten dat de soort in het plangebied voor komt. Amfibieën Uit de bureaustudie blijkt dat de kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad en alpenwatersalamander in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen. In het plangebied en de omgeving zijn geen wateren aanwezig die geschikt zijn als voortplantingsbiotoop voor deze soorten.

De sloot, gelegen langs de weg van het plangebied, is niet geschikt door het sterk geëutrofieerde karakter. Daarnaast ligt het plangebied geïsoleerd in een intensief gebruikt agrarisch landschap, hetgeen geen geschikt biotoop is voor de genoemde soorten. De rugstreeppad vormt hier een uitzondering op. De waarnemingen van rugstreeppadden komen echter van de overzijde van de A59 en van de oostkant van Heesch. Ook zijn in het agrarisch gebied geen poelen aanwezig die geschikt zouden kunnen zijn als voortplantingsplek voor de soort. Het is daarmee zeer onwaarschijnlijk dat de soort in het plangebied voor komt. Daarmee kan worden uitgesloten dat in het plangebied beschermde amfibieën voor komen.

Blad 16 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Figuur 4.4. Potentieel biotoop verblijf bunzing/wezel aan de noordkant van het plangebied.

Vissen De grote modderkruiper is volgens de bureaustudie in de omgeving van het plangebied waargenomen. De sloot in het plangebied is ongeschikt voor deze soort. Het zeer voedselrijke karakter van de sloot en het ontbreken van grote hoeveelheden watervegetatie maken dat de sloot ongeschikt is als leefgebied voor de soort. Daarmee kan worden uitgesloten dat de soort in het plangebied voor komt. Vlinders, Libellen en overige soortgroepen Uit de bureaustudie blijkt dat de gevlekte witsnuitlibel in de omgeving van het plangebied is waargenomen. Deze soort komt voor langs wateren met natuurlijke oevers en veel onderwatervegetatie. Een dergelijk biotoop ontbreekt in het plangebied. Waardoor uitgesloten kan worden dat deze soort in het plangebied voor komt. Er zijn geen aanwijzingen dat andere beschermde soorten uit deze soortgroepen in het plangebied voor komen. Daarmee kan worden uitgesloten dat beschermde soorten uit deze soortgroepen in het plangebied voor komen. Flora Tijdens het terreinbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden gezien het sterk verstoorde, omgewoelde en verruigde karakter van het plangebied en de biotoop-specifieke eisen die die planten aan hun standplaats stellen, ook niet verwacht. Overige soortgroepen Er zijn geen waarnemingen bekend van overige beschermde soortgroepen in het plangebied of de omgeving.

Het biotoop in het plangebied geeft geen aanleiding om te veronderstellen dat soorten uit deze soortgroep aanwezig kunnen zijn in het plangebied.

Blad 17 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Soort Bunzing Wezel Steenmarter Vleermuizen Huismus Steenuil Algemene broedvogels

Beschermingsregime Artikel 3.10 Artikel 3.10 Artikel 3.10 Artikel 3.5 Artikel 3.1 Artikel 3.1 Artikel 3.1

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden

Aanwezigheid Mogelijk Mogelijk Mogelijk Mogelijk Ja

Toelichting Geschikt biotoop aanwezig Geschikt biotoop aanwezig Geschikt biotoop aanwezig Geschikte verblijfplaatsen aanwezig Nestlocaties aanwezig, aantal onbekend

Mogelijk

Geschikte nestlocaties aanwezig

Waarschijnlijk

Geschikte nestlocaties aanwezig

Plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek ligt op circa 10 kilometer afstand ten westen van het plangebied. De ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied is weergegeven op Figuur 4.5.

Figuur 4.5. Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura2000-gebied (rode arcering) (kaartbank.brabant.nl).

Blad 18 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

4.3.2

Natuurnetwerk Nederland In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied is op circa 25 meter ten oosten van het plangebied gelegen. Dit gebied is aangewezen als “Bestaande en nieuwe natuur” en “L01.02 Houtwal en houtsingel”. De ligging van het plangebied ten opzichte van NNN-gebied is weergegeven op Figuur 4.6.

Figuur 4.6. Ligging plangebied (rode contour) ten opzichte van NNN-gebied (licht groen) (kaartbank.brabant.nl).

4.3.3

Bescherming van houtopstanden Het plangebied valt buiten de bebouwde kom boswet, maar bestaat volledig uit bebouwing en het bijbehorende erf.

Blad 19 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

5

Toetsing In paragraaf 5.1 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.2 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Toetsing effect op beschermde soorten

5.1.1

Vogels Jaarrond beschermde nesten Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1-4-vogelsoorten (zie Bijlage 1). Het is niet uit te sluiten dat vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenuil in het plangebied aanwezig is. Daarnaast moet het aantal nesten van huismussen en de locatie van deze nesten in het plangebied binnen de daarvoor gestelde periode worden bepaald. Voor deze soorten geldt dat aantasting van nesten niet zonder meer toegestaan is. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen van de soorten aanwezig zijn in de bebouwing en deze wordt gesloopt dan worden de beschermde verblijfplaatsen verstoord en vernietigd. Dit is een overtreding van gestelde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Om de functie van het plangebied en tevens het effect van de plannen op deze eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten te kunnen bepalen, is een vervolgonderzoek naar het voor komen van deze soorten en hun nesten noodzakelijk.

Nader onderzoek Huismus Om bij de voorbereiding van de realisatie te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is tijdig en nauwkeurig inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van de bebouwing in het plangebied voor de huismus. Dit dient onderzocht te worden aan de hand van het geldende kennisdocument van BIJ12 (BIJ12, 2017). Nader onderzoek, conform het kennisdocument, vindt in het voorjaar plaats (huismus: meerdere malen in de optimale periode 1 april – 15 mei) Steenuil Voor de steenuil geldt dat de beste periode om een territorium van steenuilen aan te tonen 1 februari tot en met 30 april is. Gedurende drie bezoeken kan de aan- of afwezigheid aangetoond worden (BIJ12, 2017). Hierbij moet tussen het eerste en het laatste bezoek minimaal één maand zitten. Tegelijkertijd met de overige onderzoeken wordt gelet op bedelende jongen, geluiden van de steenuil en sporen (zoals braakballen, mestsporen en veren) in het plangebied.

Blad 20 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli 2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

5.1.2

Zoogdieren Vleermuizen Vleermuizen worden verwacht in een aantal gebouwen in het plangebied. Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen neergelegd die in principe niet overtreden mag worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. Door de toekomstige sloop van de gebouwen is mogelijk sprake van het verstoren en aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn en indien het gebouw gesloopt worden, is dit afhankelijk van de ingreep (zonder aanvullende maatregelen) in overtreding met de wet. Een dergelijke aantasting, verstoring of vernietiging is in strijd met de Wet natuurbescherming. Indien vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aanwezig blijken te zijn, hoeft dit vooralsnog geen belemmering te zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, aangezien soortspecifieke maatregelen te combineren zijn met de nieuwe bestemming in, of in de directe omgeving van het plangebied.

Het betekent wel dat voorafgaand aan de werkzaamheden ten behoeve van de ontwikkelingen in het plangebied voorwaarden worden gesteld (en zijn uitgevoerd) aan de wijze en periode van de werkzaamheden en het opnemen/integreren van voorzieningen zoals vleermuiskasten.

2

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 21 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

Nader onderzoek Vleermuizen Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van het plangebied voor de vleermuizen. Dit dient onderzocht te worden aan de hand van het meest recente vleermuisprotocol uit 2021 (Netwerk Groene Bureau’s, 2020). Vleermuizen gebruiken hun leefgebied door het jaar heen op verschillende manieren. Daarom is het nodig om het plangebied verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober) te bezoeken. Enkele bezoeken zijn nodig in de periode mei – augustus én enkele bezoeken zijn noodzakelijk in de periode augustus – september/oktober. Vooralsnog is onduidelijk welke functies in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Derhalve dient zowel in de zomer- en kraamperiode (mei - half augustus) als in de paarperiode (half augustus – september/oktober) onderzoek gedaan te worden. De (potentiële) verblijfplaatsen mogen in de regel van de Wet natuurbescherming niet zonder inzicht in het gebruik aangetast worden. Bunzing, wezel en steenmarter Het is niet uit te sluiten of verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van bunzing, steenmarter of wezel aanwezig zijn in het plangebied. Deze verblijfplaatsen en het essentiele leefgebied daar om heen in beschermd middels Artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming.

Het is niet uit te sluiten dat de genoemde soorten beschermde delen van hun leefgebied in het plangebied hebben en dat deze beschermde delen worden aangetast door het voornemen. Dat zou een overtreding van de Wet natuurbescherming betekenen. Om te kunnen vaststellen of de soorten aanwezig zijn in het plangebied en of er sprake is van een overtreding door het voornemen is een nader onderzoek naar het voorkomen van de srooten nodig. Nader onderzoek Bunzing, wezel en steenmarter Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van de bebouwing, tuinen en bosschages/hoge vegetatie in het plangebied voor de marterachtigen. Dit dient onderzocht te worden door het zoeken naar dieren binnen het foerageergebied en potentiële verblijfplaatsen. Het onderzoek moet voor de bunzing en wezel worden uitgevoerd conform de richtlijnen uit de Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming (Provincie Noord Brabant, 2017). Voor de steenmarter is een dergelijk protocol niet beschikbaar, maar door aan de richtlijnen van het hiervoor genoemde protocol te voldoen wordt ook deze soort volwaardig meegenomen. Het onderzoek kan in het gehele jaar worden uitgevoerd, waarbij de optimale periode maart – augustus is.

In de optimale periode worden drie veldbezoeken uitgevoerd (plaatsen camera’s, eenmaal controle en ophalen camera’s) gedurende zes weken.

Blad 22 van 25

Natuurtoets Bestemmingsplan Van Rijckevorselweg 4 's Hertogenbosch projectnummer 479857.100 5 december 2022 Gemeenschappelijke Regeling Heesch West

5.2

Effecten op beschermde gebieden

5.2.1

Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat op 10 kilometer afstand van het plangebied een Natura 2000gebied ligt. Alle Natura 2000-gebieden liggen daarmee op een afstand groter dan 3 kilometer waardoor de meeste verstoringseffecten zijn uit te sluiten. Enkel kan een effect ontstaan als gevolg van stikstofdepositie (stikstof via de lucht reikt verder dan alle andere storingsfactoren). Het gaat hierbij om depositie door stikstofuitstoot tijdens de werkzaamheden of om verkeer en eventuele andere uitstoot in de toekomstige situatie. Stikstofdepositie De uitvoering van de werkzaamheden gaat gepaard met stikstofemissie als gevolg van de inzet van gemotoriseerd materieel voor realisatiewerkzaamheden. Per 1 juli is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet is stikstofdepositie in de realisatiefase vergunningsvrij. Echter in de toekomstige situatie is mogelijk sprake van extra uitstoot. Dit leidt mogelijk tot een toename van stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebied. De mate waarin deze stikstofdepositie een probleem vormt voor deze Natura 2000-gebieden is afhankelijk van de hoogte van de depositiebijdrage, in combinatie met de stikstofgevoeligheid van betreffende gebieden en de mate waarin sprake is van een overbelaste situatie rondom stikstof.

De enige manier om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het effect van stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden, is het uitvoeren van een stikstofberekening met behulp van AERIUS Calculator. Resultaten AERIUS berekening Met behulp van AERIUS Calculator (versie 2021) is berekend of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename van stikstofdepositie. Uit deze berekening blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. Het rekenresultaat is namelijk 0,00 mol/ha/jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden. Uit deze stikstofberekening blijkt dat het voornemen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van enig Natura 2000-gebied. Significante gevolgen voor de habitattypen in Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Het aspect stikstof staat verdere besluitvorming daarom niet in de weg.

5.2.2

Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Voor wat betreft de NNN is bij directe en indirecte aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel NNNgebieden. Aan de oostkant van het plangebied ligt een strook NNN-gebied. Deze strook ligt op ongeveer 25 meter van het plangebied af. De strook is op dit moment fysiek nog in gebruik als landbouwgrond (zie Figuur 5.1). Het betreft dus een nog te realiseren deel van de NNN.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13427125/1