Bijlage 3 Advies Commissie Mer Woningbouwontwikkeling De Groote Wielen Noordoosthoek
Tekst van het document
Woningbouwontwikkeling De Groote Wielen Noordoosthoek
Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 22 februari 2022 / projectnummer: 3304
Advies over het OER in het kort De gemeente ‘s-Hertogenbosch wil in de Noordoosthoek van de bestaande woonwijk ‘De
Groote Wielen’ 2300 tot 3000 woningen met bijbehorende voorzieningen realiseren. Daarmee wil zij tegemoetkomen aan de woningbehoefte in de gemeente. Voor het besluit hierover is
een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te
adviseren over het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het OER.
Wat blijkt uit het OER?
Het uitgangspunt voor de ontwikkeling van de Noordoosthoek is uitnodigingsplanologie voor woningbouwcoöperaties, projectontwikkelaars en particulieren. In het OER is het plan met
enkele varianten getoetst aan de ambities van de gemeente op het gebied van de kwaliteit van de leefomgeving en duurzaamheid. 1 De maatregelen om te kunnen voldoen aan de
gestelde ambities worden geborgd via de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan, via het vaststellen van omgevingswaarden in het bestemmingsplan en via de ‘Beleidsregel
Ruimtelijke kwaliteit’. Deze laatste heeft een hoog abstractieniveau en wordt bij nadere uitwerking van de verschillende deelgebieden verder uitgewerkt, zo is aangegeven. De
gemeente verwacht dat het bestemmingsplan zo een flexibel kader biedt waarbinnen de ontwikkeling mogelijk is, zonder vooraf een blauwdruk te geven. In het OER wordt
geconcludeerd dat met het voorkeursalternatief wordt voldaan aan de gestelde ambities, met uitzondering voor de aspecten ‘klimaatbestendigheid’ en ‘(her)gebruik van materiaal’.
Figuur 1: Ligging van De Groote Wielen (Bron: OER). 1
De volgende ambities zijn geformuleerd: • • • •
De Noordoosthoek moet een rustige en groene wijk worden met aandacht voor diversiteit.
Er moet ruimte komen voor bewegen, ontmoeten en spelen omdat dit bijdraagt aan gezondheid en sociale cohesie. Er moet slim omgegaan worden met mobiliteit,
De Noordoosthoek moet duurzaam en klimaatrobuust worden ingericht.
-1-
Wat is het advies van de Commissie?
Het OER is goed leesbaar en toegankelijk. De ambities zijn helder beschreven. Naast een basisalternatief zijn diverse varianten onderzocht op hun bijdrage aan het halen van de
ambities en de effecten voor de leefomgeving. De Commissie kan zich goed vinden in het stappenplan dat doorlopen is in het OER/bestemmingsplan om te komen tot een voorkeursalternatief.
De Commissie signaleert dat nog wel informatie ontbreekt die essentieel is om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan. Het gaat om de volgende punten: •
De haalbaarheid van de ambities. De ‘Beleidsregel Ruimtelijke Kwaliteit’ biedt
ontwikkelaars ruimte om met eigen suggesties te komen voor de invulling van het
plangebied. Dit sluit aan bij de gedachte van uitnodigingsplanologie. De regels zijn op
onderdelen echter zodanig flexibel geformuleerd dat ze mogelijk onvoldoende sturing
geven en stimulans bieden om de (hoge) gemeentelijke ambities echt waar maken. Ga
daarom nog na in hoeverre, binnen het uitgangspunt van uitnodigingsplanologie, met meer concrete en meetbare kaders dit risico verkleind kan worden. •
De gevolgen voor water en natuur. Ga nog na in hoeverre het watersysteem voldoende is
toegerust om de gevolgen van weerextremen en klimaatverandering op te vangen. Laat
ook zien wat de kritische nutriëntenbelasting van de Grote Wielenplas is in relatie tot
recreatie en natuurontwikkeling. In het OER ontbreekt daarnaast nog een toetsing van het plan aan de provinciale regels voor het Brabants Natuurnetwerk. 2
•
De gevolgen voor het hoofdwegennet. Ga nog na wat de gevolgen van de ontwikkeling
van de Noordoosthoek zijn voor de verkeersafwikkeling op de A2 en A59.
De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het OER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten mee voor het vervolgtraject.
Aanleiding OER Voor het bestemmingsplan dat de ontwikkeling van de Noordoosthoek van ‘De Groote Wielen’ mogelijk maakt moet een plan-MER opgesteld worden omdat het een stedelijk ontwikkeling is van meer dan 100 hectare en 2000 woningen (categorie D11.2 Besluit m.e.r.). Mogelijk is ook voor de Warmte-Koude Opslag (WKO) een MER nodig (categorie C15.1 Besluit m.e.r.). De gemeente heeft besloten om via het opstellen van een OER invulling te geven aan deze verplichting. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van de gemeente ‘s-Hertogenbosch - besluit over het plan.
2
Zoals opgenomen in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
-2-
De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3304 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te
stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch.
In de tekst wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.
De haalbaarheid van de ambities De gemeente kiest ervoor de Noordoosthoek te ontwikkelen met uitnodigingsplanologie voor ontwikkelaars (woningbouwcoöperaties, projectontwikkelaars en particulieren) als
uitgangspunt. Het bestemmingsplan laat hen ruimte om zelf met ideeën te komen.
Tegelijkertijd heeft de gemeente hoge ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid/mobiliteit, gezondheid en duurzaamheid.
De Commissie constateert dat de gemeentelijke kaders zoals ze nu in het bestemmingsplan
en de ‘Beleidsregel Ruimtelijke Kwaliteit’ staan, dermate flexibel zijn dat ze weinig sturing en mogelijk ook weinig stimulans geven aan ontwikkelaars. Dit brengt het risico met zich mee dat de hoge gemeentelijke ambities wat betreft bereikbaarheid/mobiliteit, gezondheid en
duurzaamheid uiteindelijk onvoldoende gerealiseerd worden. Het advies is daarom nog na te gaan in hoeverre, binnen het uitgangspunt van uitnodigingsplanologie, dit risico verkleind kan worden met meer concrete en meetbare kaders, en/of met een meer concreet
(vastgelegd) raamwerk/ruimtelijke ontwerp voor de Noordoosthoek. Dit zorgt er bovendien voor dat het voor ontwikkelaars en toekomstige bewoners duidelijker en voorspelbaarder
wordt hoe de gemeente bij concrete ontwikkelinitiatieven afwegingen en keuzes gaat maken.
Ook helpt het de effecten op de leefomgeving beter in beeld te brengen.
Tijdens een startoverleg 3 heeft de gemeente aangegeven dat de nu geformuleerde kaders,
zoals voor de parkeernorm, het aantal laadpalen en elektriciteitsproductie in combinatie met
groen, gaandeweg de ontwikkeling van de Noordoosthoek nog kunnen worden aangescherpt. Het lijkt de Commissie echter meer voor de hand liggen te beginnen met ambitieuze kaders gericht op het realiseren van de gemeentelijke ambities en met de ontwikkeling van
deelprojecten die daar (het dichtst) bij aansluiten. Mocht in de praktijk blijken dat één en ander niet haalbaar/realistisch is, kunnen de ambities altijd nog naar beneden bijgesteld
worden.
3
Op 31 augustus 2021 heeft de gemeente het plan aan de Commissie toegelicht.
-3-
Hieronder worden ten aanzien van respectievelijk bereikbaarheid/mobiliteit, gezondheid en duurzaamheid enkele suggesties gegeven voor meer concrete en meetbare kaders, dan wel een meer concreet (vastgelegd) raamwerk/ruimtelijke ontwerp voor de Noordoosthoek.
Bereikbaarheid/mobiliteit
In het OER is aangegeven dat de Noordoosthoek voor iedereen goed bereikbaar moet zijn. Gekeken wordt naar slimme duurzame vormen van mobiliteit, zoals deelmobiliteit en
openbaar vervoer-hubs. De ambitie is het openbaar vervoer- en fietsgebruik te stimuleren.
Het parkeren moet zoveel mogelijk plaatsvinden dicht bij de zogeheten inprikkers waarmee
de verschillende buurten in de Noordoosthoek worden ontsloten op de hoofdstructuur. De wijze waarop bovenstaande concreet wordt (of kan worden) vormgegeven is niet
aangegeven. Daardoor is ook de toetsing van het voornemen aan de bereikbaarheids- en
mobiliteitsambities niet goed mogelijk. Hiervoor is een analyse nodig van de huidige en de in toekomst gewenste modal split. Op basis daarvan kan bepaald worden welke maatregelen
concreet nodig zijn om de gewenste modal shift te bereiken en of, en zo ja hoe dit realiseerbaar is.
In het OER krijgt bijvoorbeeld het openbaar vervoer een positieve beoordeling waar het gaat
om het realiseren van de openbaar vervoersambities, terwijl de toekomstige route, de
routesnelheid en frequentie van het openbaar vervoer pas later worden verkend. Daarmee is nu nog onduidelijk in welke mate het openbaar vervoergebruik daadwerkelijk wordt
gestimuleerd. Door bijvoorbeeld te kijken naar de huidige reistijd van de Groote Wielen naar Den Bosch Centraal Station, daarvoor een ambitie van x % sneller te formuleren en te
onderzoeken wat daarvoor concreet nodig is, kan de beoordeling van de haalbaarheid van de ambitie voor het openbaar vervoer beter onderbouwd worden.
Een concreet en meetbaar kader ter stimulering van de modal shift is bijvoorbeeld dat iedere buurt met de snelfietsroutes naar het centrum van de Groote Wielen en de stations van ’sHertogenbosch en Rosmalen moet worden verbonden, en dat in de hubs directe overstap tussen de verschillende vervoerwijzen mogelijk wordt gemaakt. Of dat in iedere buurt
minimaal x parkeerplaatsen voor deelauto’s en y openbaar vervoerhaltes moeten komen.
Voor parkeren kan ook gedacht worden aan een regel dat de nu gestelde relatief hoge
parkeernorm (2.0 parkeerplekken voor grotere woningen) geldt als maximum en een lagere parkeernorm de voorkeur heeft als de ontwikkelaar kan beargumenteren dat minder
parkeerplaatsen voldoen voor de doelgroep. Een lagere parkeernorm draagt naar verwachting
bij aan de door de gemeente gewenste modal shift.
In het OER is aangegeven dat in de Noordoosthoek voor het totale wagenpark 10% elektrische laadpunten worden gerealiseerd, terwijl het rijksbeleid aangeeft dat vanaf 2030 alleen nog
maar elektrische voertuigen verkocht mogen worden. Zeker in locaties als de Noordoosthoek, met naar verwachting relatief veel bewoners met nieuwe auto's, zal een grote behoefte aan
laadpunten bestaan. De Commissie adviseert na te gaan in hoeverre elektrisch vervoer verder gestimuleerd kan worden door het realiseren van een hoger percentage laadpalen.
-4-
Gezondheid
In het OER is aangegeven dat de Noordoosthoek een rustige en groene woonwijk moet
worden, met aandacht voor diversiteit. De ambitie is om ruimte te geven voor bewegen, ontmoeten en spelen, en daarmee bij te dragen aan gezondheid en sociale cohesie. Geluidhinder en luchtverontreiniging moeten worden beperkt.
Met betrekking tot bewegen en ontmoeten is aangegeven dat er voldoende plekken moeten
komen voor spelen, ‘ommetjes’ of bijvoorbeeld een trimbaan. Wat voldoende is, is echter niet vermeld. Door dit concreter aan te geven kan ook de beoordeling op dit aspect beter
onderbouwd worden. Denk bijvoorbeeld aan een regel waarbij een aangewezen gebied
rondom de plas vrij moet blijven om een ‘rondje-plas’ te realiseren en een regel dat in iedere
buurt in de Noordoosthoek x m2 (groene) speel- en/of sportplekken gerealiseerd moeten
worden. Bewegen kan verder gestimuleerd worden door, naast recreatieve wandelroutes, ook aantrekkelijke en veilige fietsverbindingen te realiseren naar werk en winkels.
Het beperken van geluidhinder en luchtverontreiniging kan concreet gemaakt worden door bijvoorbeeld een omgevingswaarde vast te stellen (bijvoorbeeld voldoen aan de WHO-
advieswaarden), of een regel op te nemen dat eerstelijnsbebouwing langs drukke wegen niet mag bestaan uit woningen, scholen, kinderopvang en zorgvoorzieningen. Ook kunnen bij panden met een hogere geluidbelasting minimale eisen gesteld worden wat betreft geluidsisolatie, of een stille zijde worden gevraagd. 4
De Commissie wijst in dit verband ook op de zienswijze van de GGD Hart van Brabant waarin
enkele kanttekeningen geplaatst worden bij de vertaling van de gezondheidsambities naar concrete maatregelen. Zo wordt geadviseerd voor geluidhinder en luchtkwaliteit
gezondheidskundige advieswaarden aan te houden in plaats van de minder strenge wettelijke grenswaarden. Ook doet de GGD suggesties hoe de geluidbelasting te verminderen via maatregelen bij de bron, de positionering van de woningen en via maatregelen die de
overdracht van geluid beperken. Wat betreft geurhinder wordt door de GGD voorgesteld geen woningen en andere gevoelige bestemmingen te realiseren in gebieden met een
voorgrondgeurbelasting van 2 OU/m3 of een achtergrondgeurbelasting van 5 OU/m3.
Duurzaamheid
In het OER is aangegeven dat de Noordoosthoek energieneutraal en klimaatbestendig wordt,
en op gebieds- en gebouwniveau circulair wordt ontwikkeld. Maatregelen die passen bij deze ambities die worden genoemd: energieneutrale woningen, collectieve duurzame
energieopwekking, voorkomen en beperken van de energievraag, lokaal water bergen en
hergebruiken, groene daken en gevels, demontabel en aanpasbaar bouwen, hergebruik van materialen en werken met een gesloten grondbalans.
Energieneutraal
Dat de Noordoosthoek energieneutraal wordt (dit aspect krijgt in de beoordeling van het voornemen een +) acht de Commissie onvoldoende onderbouwd. De eisen voor Bijna
ENergieneutrale Gebouwen (BENG) hebben namelijk alleen betrekking op warmte en koeling, en niet op het overige elektriciteitsverbruik van de gebouwen en de wijk (voor bemaling,
openbare verlichting, etc.) en het energiegebruik voor mobiliteit. Er lijkt niet genoeg ruimte
voor de opwekking van duurzame energie om ook deze vormen van verbruik energieneutraal
4
Het toekennen van een hogere waarde ontheffing voor geluid lijkt in tegenspraak met de ambitie van de gemeente om met de Noordoosthoek een rustige woonwijk te realiseren.
-5-
te maken, vooral als in de praktijk relatief veel gestapelde bouw wordt gerealiseerd. De
bijdrage die geleverd kan worden door zonnepanelen in combinatie met groene daken lijkt
daarvoor namelijk onvoldoende. De Commissie adviseert op basis van de totale energievraag van de Noordoosthoek een nadere analyse te maken of, en zo ja hoe de ambitie ‘een
energieneutrale wijk’ gerealiseerd kan worden. Een optie om het energiegebruik tijdens de
bouw te verlagen wordt niet genoemd, maar kan ook aan de ontwikkelaars worden opgelegd.
Klimaatbestendig
De centraal gelegen waterplas, de watermotor en de eis dat 40-60% van de wijk groen moet zijn, dragen allen bij aan het realiseren van de ambitie om de Noordoosthoek
klimaatbestendig te maken. De Commissie vraagt nog wel aandacht voor de gevolgen van clusterbuien (zie daarvoor paragraaf 2.2 van dit advies). Ook geeft zij in overweging ter
voorkoming van hittestress concrete en meetbare regels op te nemen. Denk bijvoorbeeld aan een minimaal percentage beschaduwen van de openbare ruimte, het verplichten aan de
zonzijde van woningen aan de buitenzijde zonweringen te realiseren, en aan het stellen van eisen aan het materiaal en de kleur van gevels en bestrating.
Circulair
In het OER ontbreken concrete eisen/kaders met betrekking tot het hergebruik van
materialen en het beperken van de hoeveelheid afval. Voor een belangrijk deel wordt dit
doorgeschoven naar de uitwerking van de deelgebieden. De Commissie acht het bijvoorbeeld denkbaar en realistisch dat ontwikkelaars bij de bouw 25% gerecyclede materialen moeten
gebruiken en ook demontabel bouwen, zodat de materialen na gebruik eenvoudig te recyclen of herbruikbaar zijn.
De Commissie adviseert in een aanvulling op het OER de beoordeling van de haalbaarheid van de ambities voor bereikbaarheid/mobiliteit, gezondheid en duurzaamheid nader te
onderbouwen. Ga na of, binnen het uitgangspunt van uitnodigingsplanologie, met meer concrete (meetbare) kaders en/of een meer concreet (vastgelegd) raamwerk/ruimtelijke ontwerp voor de Noordoosthoek de haalbaarheid van de ambities vergroot kan worden.
Gevolgen voor water en natuur 2.2.1
Water De Commissie heeft van de gemeente begrepen dat de Noordoosthoek het eerste deel van de totale wijk is waarvoor geen ophoogzand beschikbaar is uit de Groote Wielenplas. Daarom
wordt alleen ter plekke van huizen en infrastructuur de grond opgehoogd. Daar komt bij dat
het plangebied al relatief laag ligt (als voormalig onderdeel van de Beersche Overlaat) en ook nog verder daalt. Deze daling kan verhevigen door de tijdelijke bemaling in de bouwfase. Door bovenstaande factoren kan de tolerantie van de wijk voor waterpeilfluctuaties,
bijvoorbeeld bij clusterbuien, verminderen. 5 In het OER zijn geen kwantitatief onderbouwde
uitwerkingen van deze aspecten gemaakt.
5
In de eerdere bouwfasen zijn wel véél oppervlaktewater en lage delen gecreëerd, wat veel mogelijkheden biedt voor water
vasthouden en waterberging in de wijk als geheel.
-6-
Dit geldt ook voor de ‘watermachine’: het systeem van plas, toevoerende watertjes en
natuurlijke zuiveringscompartimenten dat zorgt voor een goede waterkwaliteit in de wijk. Als doel is geformuleerd dat in dit water gespeeld kan worden en zich biodiverse oevers en
watertjes ontwikkelen. Niet is nagegaan waar de kritische nutriëntenbelasting van het huidige watersysteem ligt en of het plangebied hier zonder aanvullende maatregelen, zoals extra wateroppervlakte of zuiveringsmoerassen, op aangesloten kan worden. 6
De Commissie adviseert in een aanvulling op het OER een kwantitatieve onderbouwing te geven van de keuzes ten aanzien van het watersysteem. Geef daarbij aan: •
in welke mate en hoe de bodemdaling door tijdelijke bemaling en (partiële) ophoging voorkomen kan worden;
•
wat de verwachte peilfluctuaties zijn als gevolg van weerextremen en
klimaatverandering. Vertaal deze door naar bouw- en ophoogwijzen en de inrichting van de blauwgroene zones;
•
wat de kritische belasting van de Groote Wielenplas c.q. ‘de watermachine’ is en welke voorwaarden dit stelt aan het aankoppelen van de nieuwe wijk, bijvoorbeeld de benodigde ruimte voor natuurlijke zuivering in blauwgroene zones.
2.2.2
Natuur De gemeente heeft hoge ambities en oppervlaktenormen voor natuur/groen. Van de totale
oppervlakte van de Noordoosthoek moet 40% en bij voorkeur 60% bestaan uit natuur/groen. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan blijkt dat een deel daarvan op particuliere grond gestalte moet krijgen. Met dit bestemmingsplan wordt slechts één gebied concreet
vastgelegd als natuur/groen. Daarnaast is er een reservering voor de verlegde en
oorspronkelijke verbindingszone Hoefgraaf. Voor deze aanpassing van het Brabants
Natuurnetwerk is echter geen ‘Nee, tenzij-toets’ doorlopen en ontbreekt een concrete
uitwerking die is vastgelegd in het plan. 7 Een aanzienlijk deel van de natuur/groen wordt pas
vastgelegd na overleg met ontwikkelaars. Tegelijkertijd is volgens het OER een sterk groen raamwerk essentieel voor de identiteit en het functioneren van de Noordoosthoek.
De Commissie adviseert in een aanvulling op het OER aan te geven hoe en waar de basis van dit raamwerk door de gemeente tot ontwikkeling gebracht wordt, in wisselwerking met
doelen op het vlak van water, beleving en gezondheid. Aangezien natuurzones aan karakter en biodiversiteit winnen naarmate ze ouder worden, is het belangrijk om ook in te gaan op
het moment waarop hun ontwikkeling wordt ingezet. Geef in het verlengde van het ‘openbare groen raamwerk’ aan welke prikkels en waarborgen mogelijk zijn voor de voortzetting van natuur en groen in de particuliere delen van het plangebied. Doorloop voor de aanpassing van het Natuurnetwerk de ‘Nee, tenzij-toets’ volgens de eisen gesteld in de IOV NoordBrabant.
6
Op de website van de wijk wordt aangegeven dat in de zomer van 2021 lokaal algenbloei is opgetreden, een aanwijzing
voor een te hoge nutrientenbelasting. 7
In haar zienswijze geeft de provincie terecht aan dat de aanpassing niet is getoetst aan artikel 5.3 van de Interim Omgevingsverordening (IOV) Noord-Brabant.
-7-
Gevolgen voor het hoofdwegennet In het verkeersonderzoek ontbreken de gevolgen van de ontwikkeling van de Noordoosthoek voor het hoofdwegennet. 8 De prognose voor 2030 geeft weliswaar ook een beeld van de
toekomstige intensiteiten op A2/A59 nabij het plangebied, maar niet duidelijk is welk
aandeel van het verkeer een relatie heeft met de Noordoosthoek van de Groote Wielen en of dat gevolgen heeft voor de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op het hoofdwegennet.
De Commissie adviseert in een aanvulling op het OER de gevolgen te beschrijven van de ontwikkeling van de Noordoosthoek voor het hoofdwegennet.
Gevolgen flexwoningen In enkele zienswijzen worden zorgen uitgesproken met betrekking tot de realisatie van de
250 flexwoningen 9 in de Noordoosthoek en de gevolgen daarvan voor de leefbaarheid in de
wijk. De Commissie acht de milieueffecten van de flexwoningen voldoende beschreven in het OER, maar beveelt aan bij de besluitvorming over het bestemmingsplan nut en noodzaak
ervan en de strategie van uitvoering (wanneer en waar komen ze) nader toe te lichten. Ga
specifiek in voor wie de flexwoningen zijn bedoeld en hoe de milieu- en sociale gevolgen worden gemonitord en geëvalueerd.
8 9
Hier wordt ook op gewezen in de zienwijze van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Dit zijn flexibele woningen op tijdelijke locaties. Hiermee wil de gemeente de druk op de woningmarkt verlichten. De
flexwoningen zijn bedoeld voor een brede doelgroep, van jong tot oud, van alleenstaand tot gezin en voor alle inkomens. De flexwoningen zijn voorzien voor een periode van 15 jaar.
-8-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie
De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of
onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de
ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit
wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het
gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep
Bij dit project bestaat de werkgroep uit: dr. ir. Marieke Dijkema
dr. Geert Draaijers (secretaris) Tanya van Gool (voorzitter) drs. Allard van Leerdam ing. Ben Peters
ir. Frans Rooijers Besluit waarvoor dit omgevingseffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan.
Waarom wordt hiervoor een omgevingseffectrapport opgesteld?
Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist
zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit D11.2, een stedelijke ontwikkeling van meer dan 100 hectare en 2000 woningen. Bevoegd gezag besluit
Gemeenteraad van 's-Hertogenbosch. Initiatiefnemer besluit
College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?
De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld?
U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3304 in te vullen in het zoekvak.