Bijlage 2 Was-Wordt lijst Wijziging ASV 2021
Tekst van het document
Bijlage 2 Overzicht aanpassingen Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch 2021 In onderstaand overzicht zijn alleen de wijzigingen in de Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch verwerkt. De complete tekst van de Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch wordt in bijlage 1 aan het Raadsvoorstel toegevoegd. Redactionele wijzigingen Noodzakelijke redactionele wijzigingen, zoals het correct gebruik van hoofdletters, leestekens en lidwoorden, zijn niet expliciet opgenomen in deze was-wordt lijst. Huidige tekst Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Raad: raad van de gemeente ‘sHertogenbosch
b. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘sHertogenbosch; c. Eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van eenmalige projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken. d. Jaarlijkse/meerjarige subsidie: subsidie die per (boek/school)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren wordt verstrekt. e. Subsidiebeschikking: het besluit waarmee een subsidie wordt verleend, gewijzigd, ingetrokken, geweigerd of vastgesteld. f. Awb: de Algemene wet bestuursrecht. g. Aanvrager: een (rechts-)persoon die een schriftelijk verzoek indient om subsidie te
Nieuw tekstvoorstel
Opmerkingen / vragen
b. Activiteitenverslag: een overzicht van de activiteiten waaruit blijkt dat de activiteiten zijn verricht waarvoor de beschikking is verleend met een financieel onderbouwing van de besteding (begroting vooraf en realisatie achteraf). c College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch;
Toevoeging definitie.
d. Eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van eenmalige projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken. e. Jaarlijkse/meerjarige subsidie: subsidie die per (boek/school)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren wordt verstrekt. f. Subsidiebeschikking: het besluit waarmee een subsidie wordt verleend, gewijzigd, ingetrokken, geweigerd of vastgesteld. g. Awb: de Algemene wet bestuursrecht. h. Aanvrager: een (rechts-)persoon die een schriftelijk verzoek indient om subsidie te
verkrijgen. h. Boekjaar: het kalenderjaar, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij subsidieverlening anders is bepaald.
i.
Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een boekjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. j. Jaarverslag: een verslag dan wel een jaarverslag dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de activiteiten en resultaten en een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen. k. Jaarrekening: een financiële verantwoording van de verrichte activiteiten. Deze financiële verantwoording bestaat uit een balans met toelichting en een exploitatierekening met toelichting. De financiële verantwoording moet voldoen aan het gestelde in het Burgerlijk Wetboek boek 2 Titel 9. l. Social return: het opnemen van sociale voorwaarden bij subsidieverlening zodat de subsidieontvanger een bijdrage levert aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van het bevorderen van werkgelegenheid van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de breedst mogelijke zin. m. algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daarvoor in de
verkrijgen. boekjaar: het kalenderjaar, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij subsidieverlening anders is bepaald. j. inhoudelijk verslag: een verslag waaruit blijkt in hoeverre de resultaten zijn gerealiseerd, de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en deze hebben bijgedragen aan de resultaten, en in hoeverre aan de verplichtingen is voldaan k. Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een boekjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. l. Jaarverslag: een verslag dan wel een jaarverslag dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de activiteiten en resultaten en een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen. m Jaarrekening: een financiële verantwoording van de verrichte activiteiten. Deze financiële verantwoording bestaat uit een balans met toelichting en een exploitatierekening met toelichting. De financiële verantwoording moet voldoen aan het gestelde in het Burgerlijk Wetboek boek 2 Titel 9. n.Social return: het opnemen van sociale voorwaarden bij subsidieverlening zodat de subsidieontvanger een bijdrage levert aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van het bevorderen van werkgelegenheid van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de breedst mogelijke zin. o. algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr.
651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese
Toevoeging definitie.
plaats tredende Europese regelgeving; n. de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L352), verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L352/9) en verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; o. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; p. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; q. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47). Artikel 10. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college de subsidie in ieder geval: a.
als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de
regelgeving; p.de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L352), verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L352/9) en verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; q Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; r. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; s Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47). Artikel 10. Weigering- en intrekkingsgronden
Het woord “terugvordering” is verwijderd omdat in het artikel niet verwezen wordt naar terugvorderingsmogelijkheden.
interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. Als de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente. b. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente ’sHertogenbosch of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; c. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
d. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; e. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; f. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; g. In de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. h. Als de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in onvoldoende mate bijdragen aan de doelen waarvoor subsidiegelden beschikbaar worden gesteld. Artikel 14. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 50.000,- verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 2. Bij subsidies van meer dan € 50.000 behoeft de subsidieontvanger de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Awb. 3. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37,
i. j.
Als er een doublure ontstaat met activiteiten waarvoor de gemeente al subsidie verstrekt Als de financiële continuïteit of de continuïteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager onzeker is;
Bij subsidies hoger dan € 50.000,- verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Bij subsidies van meer dan € 50.000,- de subsidieontvanger de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Awb.
Sub i. en j. worden toegevoegd om dubbele subsidieverstrekking vanuit verschillende subsidieposten/-regelingen te voorkomen. Daardoor worden de beschikbare gelden eerlijk verdeeld en bestaat de mogelijkheid om geen subsidie te verstrekken als er getwijfeld wordt aan de continuïteit.
eerste lid van de Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 5. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41 tweede lid van de Awb. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. 6. Het niet of niet tijdig voldoen aan de mededelingsplicht als neergelegd in artikel 13 en/of de overige verplichtingen als neergelegd in dit artikel kunnen leiden tot het lager vaststellen van subsidie, het intrekken, het terugvorderen, het stopzetten van bevoorschotting, dan wel het verrekenen van subsidie. Artikel 16. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000,1.
Subsidies tot en met € 5.000,- worden door het college: a. Direct vastgesteld of b. Ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken
Dit lid komt te vervallen.
Hiervoor komt artikel 19 m.b.t vermogensvorming in de plaats.
Artikel 16. Wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 7.500,1. Subsidies tot en met € 7.500,- worden door het college:
Verhoging van het drempelbedrag.
a. Direct vastgesteld of
nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht. 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3. Bij subsidieregeling kan worden afgeweken van het bepaalde in dit artikel Artikel 17. Eindverantwoording Subsidies van meer dan € 5.000,- tot en met € 50.000,1. Bij subsidies van meer dan € 5.000- en ten hoogste € 50.000,- dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in bij het college. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
b. Ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.
Artikel 17. Eindverantwoording subsidies tussen € 7.500,- en € 75.000,1. Bij subsidies van meer dan € 7.500- en ten hoogste € 75.000,- dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in bij het college.
Verhoging van de drempelbedragen.
2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag. 3. De aanvraag tot vaststelling bevat tevens een activiteitenverslag.
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
4. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
4. Bij subsidieregeling kan worden afgeweken van het bepaalde in dit artikel
5. Bij subsidieregeling kan worden afgeweken van het bepaalde in dit artikel.
Artikel 18. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000,-
Artikel 18. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 75.000,-
Nieuwe verantwoordingsvereiste.
Verhoging van de voormalige verantwoordingseis
1. Als de subsidieverlening hoger is dan € 50.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college. De indieningstermijn is: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht. b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie: - vier maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend; - uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar als er een beoordelingsverklaring moet worden overgelegd (lid 2 sub d); - uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar als een controleverklaring moet worden overlegd (lid 2 sub e).
1. Als de subsidieverlening hoger is dan € 75.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college. De indieningstermijn is: a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken nadat de activiteiten zijn verricht. b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie: vier maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend; uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar als er een beoordelingsverklaring moet worden overgelegd (lid 2 sub d); uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar als een controleverklaring moet worden overlegd (lid 2 sub e).
2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de resultaten zijn gerealiseerd, de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en deze hebben bijgedragen aan de resultaten, en in hoeverre aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag en/of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. Bij aanvragen tot subsidievaststelling van een subsidie waarbij het subsidiebedrag, dan wel de som van meerdere door de gemeente verstrekte subsidies € 50.000 tot
2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag; b. een activiteiten verslag; c. Bij aanvragen tot subsidievaststelling van een subsidie waarbij het subsidiebedrag, dan wel de som van meerdere door de gemeente verstrekte subsidies € 75.000 tot € 150.000 bedraagt, wordt een jaarrekening met een beoordelingsverklaring overlegd. Deze wordt opgesteld door een externe onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. d. Bij aanvragen tot subsidievaststelling van een subsidie waarbij het
Verhoging van de voormalige verantwoordingseis en nadere toevoegingen ter verduidelijking hiervan.
€ 100.000 bedraagt, wordt een beoordelingsverklaring overlegd. Deze wordt opgesteld door een onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. e. Bij aanvragen tot subsidievaststelling van een subsidie waarbij het subsidiebedrag, dan wel de som van meerdere door de gemeente verstrekte subsidies meer dan € 100.000, - bedraagt, wordt een controleverklaring overlegd. Deze wordt opgesteld door een onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
subsidiebedrag, dan wel de som van meerdere door de gemeente verstrekte subsidies meer dan € 150.000, bedraagt, wordt een financiële verantwoording met een controleverklaring overlegd bij de verantwoording. Wanneer de subsidiepost afdoende in de jaarrekening is uitgewerkt is een controleverklaring bij de jaarrekening afdoende. Deze wordt opgesteld door een externe onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 393 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd. Artikel 19 Vergoeding voor vermogensvorming 1. De subsidieontvanger moet de gemeente s’Hertogenbosch een vergoeding betalen als hij vermogen heeft opgebouwd met de subsidie van de gemeente. 2. Een vergoeding is alleen verschuldigd in de gevallen als bedoeld in artikel 4:41 lid 2 van de wet. 3. De hoogte van de vergoeding wordt als volgt berekend. De waarde van: a. de bezittingen worden berekend op hun actuele waarde in het economisch verkeer; b. onroerende zaken wordt berekend op basis van de waarde die hieraan is gegeven volgens de Wet waardering onroerende zaken.
4. Bij ontbinding van de rechtspersoon die subsidie ontvangt, komt het positief bedrag van de liquidatierekening toe aan de gemeente, tot maximaal het bedrag dat opgebouwd is met gemeentelijke subsidie.
Artikel 19. Subsidievaststelling 1. Het college stelt een subsidie van meer dan € 5.000, - vast binnen 13 weken na de ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. Artikel 20. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
5. De vergoeding bedraagt maximaal het aandeel van de gemeente in de vermogensvorming. Het aandeel van de gemeente betreft de verhouding tussen de subsidie van de gemeente waarmee is bijgedragen aan de vermogensvorming ten opzichte van de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen. Artikel 20. Subsidievaststelling 4. Het college stelt een subsidie van meer dan € 7.500,- vast binnen 13 weken na de ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. Artikel 21. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
De nummering van het artikel is aangepast.
Artikel 22. Toezichthouders 1. Het college kan toezichthouders aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen. 2. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 21. Hardheidsclausule
Artikel 23. Hardheidsclausule
De nummering van het artikel is aangepast.
Artikel 22. Slotbepalingen
Artikel 24. Slotbepalingen
De nummering van het artikel is aangepast.