BIJLAGE 2: Was-wordt lijst Verordening Maatschappelijke Ondersteuning ‘s-Hertogenbosch 2021
Tekst van het document
Was-Wordt lijst Verordening maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2021 Bestaande tekst Voorpagina Verordening maatschappelijke ondersteuning 2017
Nieuwe tekst Voorpagina Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente ‘s-Hertogenbosch 2021
Soort aanpassing inclusief toelichting Actualisatie data
Bestaande tekst Voorpagina Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2017 en 7354920;
Nieuwe tekst Voorpagina Gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van 15 december 2020.
Soort aanpassing inclusief toelichting Actualisatie data
Bestaande tekst Voorpagina Gezien het advies van de Adviesraad Wmo van 26 oktober 2016
Nieuwe tekst Voorpagina Gezien het advies van de Adviesraad Wmo en Jeugdhulp van 25 november 2020
Soort aanpassing inclusief toelichting Actualisatie data
Bestaande tekst Voorpagina Besluit vast te stellen dat gewijzigde Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente ’sHertogenbosch 2017
Nieuwe tekst Voorpagina Besluit vast te stellen dat gewijzigde Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente ’sHertogenbosch 2021
Soort aanpassing inclusief toelichting Actualisatie data
Bestaande tekst In gehele verordening: Gebruik van terminologie ‘klant’ of ‘cliënt’.
Nieuwe tekst In gehele verordening: Gebruik van term ‘inwoner’
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing. In navolging van o.a. het nieuwe WMO beleidsplan en traject ‘Proces 21.0’ wordt één lijn getrokken in aanspreek term van de burger: ‘inwoner’.
Bestaande tekst Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen Lid 1.1.c
Nieuwe tekst Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Lid 1.1.m PGB plan: Een plan waarmee de inwoner een persoonsgebonden budget aanvraagt om zelf zorg in te kopen. In dit plan maakt de inwoner inzichtelijk welke zorg hij wil inkopen voor het beschikbare budget, het te besteden bedrag per zorgverlener, de gewenste resultaten van deze hulpverlening en indien van toepassing; wie vertegenwoordigt de inwoner voor welke taken.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing: verduidelijking tekst ten behoeve van aansluiting op werkproces.
Bestaande tekst Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen N.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen Lid 1.1.i Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing. Toelichting: toevoeging begripsomschrijving mantelzorg.
Bestaande tekst Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen N.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen Lid 1.1.e Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvatting in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten, als bedoeld in artikel 1.1.1. van de wet.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing. Toelichting: toevoeging begripsomschrijving gebruikelijke hulp.
Bestaande tekst Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen N.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen Lid 1.1.n respijtzorg Een tijdelijke overname van zorg ter ontlasting van een mantelzorger.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing. Toelichting: Toevoeging begripsomschrijving respijtzorg
Bestaande tekst Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen Lid 1.1.c: pgb-plan Lid 1.1.d: college Lid 1.1.e: hoofdverblijf Lid 1.1.f: ingezetene Lid 1.1.g: maatwerkvoorziening Lid 1.1.h: melding Lid 1.1.i: PGB Lid 1.1.j: financiële tegemoetkoming Lid 1.1.l: wet Lid 1.1.m: zzp’er
Nieuwe tekst Hoofdstuk 1: Begripsomschrijvingen Lid 1.1.m: pgb plan Lid 1.1.c: college Lid 1.1.f: hoofdverblijf Lid 1.1.g: ingezetene Lid 1.1.h: maatwerkvoorziening Lid 1.1.j: melding Lid 1.1.l: PGB Lid 1.1.e: financiële tegemoetkoming Lid 1.1.o: wet Lid 1.1.p: ZZP’er
Soort aanpassing inclusief toelichting Redactionele aanpassing. Toelichting: lid aanduidingen wijzigen door invoeging nieuw lid.
Bestaande tekst Hoofdstuk 2: Procedure melding, onderzoek en aanvraag Artikel 2.2 De aanvraag De aanvraag voor een maatwerkvoorziening moet schriftelijk (per post of per e-mail) via een door het college vastgesteld aanvraagformulier of een ondertekend onderzoeksverslag plaatsvinden.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 2: Procedure melding, onderzoek en aanvraag Artikel 2.2 De aanvraag De aanvraag voor een maatwerkvoorziening moet schriftelijk (per post of digitaal) via een door het college vastgesteld aanvraagformulier of een ondertekend onderzoeksplan plaatsvinden.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing. Toelichting: Per email wordt vervangen door digitaal omdat de mogelijkheid voor aanvragen in de toekomst wordt uitgebreid naar bijvoorbeeld mogelijk Digid.
Bestaande tekst Hoofdstuk 4: Beoordeling van de aanspraak. Artikel 4.1 Uitgangspunt beoordeling maatwerkvoorziening Bij het beoordelen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening, neemt het college het onderzoeksverslag, indien aanwezig, als uitgangspunt.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4: Beoordeling van de aanspraak. Artikel 4.1 Uitgangspunt beoordeling maatwerkvoorziening Bij het beoordelen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening, neemt het college het onderzoeksplan, indien aanwezig, als uitgangspunt.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: Wijziging terminologie n.a.v. project ‘proces 21.0’.
Bestaande tekst Hoofdstuk 4: Beoordeling van de aanspraak. n.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4: Beoordeling van de aanspraak. Artikel 4.2.f (Geen aanspraak op een maatwerk voorziening bestaat:) indien het niet mogelijk is om de zorgvraag weg te nemen door inzet van gebruikelijke hulp.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: Term ‘gebruikelijke hulp’ nadrukkelijker in verordening laten terugkomen om noodzaak tot zorg beter uit te vragen.
Bestaande tekst Hoofdstuk 4: Beoordeling van de aanspraak. Artikel 4.2.2 Criteria voor maatwerkvoorziening Lid a t/m i.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4: Beoordeling van de aanspraak. Artikel 4.2.2. Criteria voor maatwerkvoorziening Lid a
Soort aanpassing inclusief toelichting Redactionele wijziging. Toelichting: Verschuiving lid aanduiding door komst lid f.
Bestaande tekst Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Lid 4.4.2: Criteria maatwerkvoorziening voor vervoer Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening geldt het primaat van de collectieve voorziening, zoals het collectief vervoer.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Lid 4.4.2: Criteria maatwerkvoorziening voor vervoer Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening m.b.t. vervoer- of een aanpassing van een vervoersmiddel geldt het primaat van de collectieve voorziening, zoals het collectief vervoer.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing. Toelichting: Verduidelijking bedoeling artikel ten behoeve van aansluiting op uitvoering.
Bestaande tekst Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 4.5.2 Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald komt een klant niet in aanmerking voor beschermd wonen all-inclusive indien (…).
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 4.5.2 Onverminderd de wet en hetgeen elders in deze verordening is bepaald komt een klant niet in aanmerking voor beschermd wonen indien (…).
Soort aanpassing inclusief toelichting Correctie. Toelichting: Schrappen term ‘all inclusive’: de toelichting op het artikel geldt voor alle vormen van beschermd wonen.
Bestaande tekst Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Lid 4.5.2.a De klant zelfstandig kan wonen, zonder noodzaak voor specifieke ondersteuning die 24/7 (op afroep) beschikbare bescherming en/of begeleiding vereist;
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Lid 4.5.2.a De klant zelfstandig kan wonen, zonder noodzaak voor specifieke ondersteuning die 24/7 beschikbare bescherming en/of begeleiding vereist;
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: Term ‘op afroep’ blijkt onduidelijk voor praktijk. De drie vormen van ondersteuning zijn nu ondervangen in de term ‘beschikbaar’. Hiermee is een meer precieze omschrijving van de praktijk gegeven.
Bestaande tekst n.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 4.5.3 Bovengenoemde voorwaarden hebben betrekking op de hierop volgende vormen van beschermd wonen. a. Kenmerkend voor de zorgvorm Beschermd Wonen is de 24-uurs zorg/hulp. Het betreft wonen in een accommodatie (zelfstandig, geclusterd of binnen een instelling) waarmee een veilige leefomgeving wordt geboden met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en sociaal functioneren, het voorkomen van verwaarlozen of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de inwoner of anderen. Bestemd voor personen met psychiatrische problematiek met beperkt psychisch /psychosociaal functioneren en eventueel gecombineerd met beperkt intellectueel functioneren en/of gedragsproblemen die (tijdelijk) niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. b. Binnen beschermd wonen worden drie vormen onderscheiden. Het voornaamste verschil tussen deze vormen is of er 24 uurs aanwezigheid (beschermd wonen all-inclusive), 24 uurs nabijheid (beschermd wonen thuis) of 24 uurs bereikbaarheid van zorg (beschermd wonen begeleid) nodig is. De verschillende vormen gaan gepaard met verschillende tarieven.
Voor een traject hulp in natura geldt een tarief voor beschermd wonen all inclusive van maximaal € 46.004 per kalenderjaar; voor beschermd wonen thuis is dat maximaal € 35.781 per kalenderjaar en voor beschermd wonen begeleid is dat maximaal € 18.401 per kalenderjaar. Dit wordt verder in de beleidsregels uitgewerkt en toegelicht.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: meer precieze omschrijving van de praktijk.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 4.6 Criteria maatschappelijke opvang 1. Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald kan een klant alleen in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang indien de regio Meierij en Bommelerwaard de regio is waarbinnen de opvang van de klant het meest kansrijk is. 2. Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald kan een klant in aanmerking komen voor opvang als hij: a. Feitelijk of residentieel dakloos is en tijdelijk onderdak nodig heeft; en b. beperkt zelfredzaam is waardoor hij zich niet op eigen kracht kan handhaven in de maatschappij; en c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen.
Soort aanpassing inclusief toelichting Wettechnische wijziging. Toelichting: Bestaande tekst maatschappelijke opvang integraal opnemen in verordening, beleidsregels en besluit nadere regels.
Bestaande tekst N.v.t.
Correctie. Toelichting: De tarieven voor beschermd wonen zijn gebaseerd op de tarieven van 2020, inclusief indexering 2,23% in 2020. In 2021 komt hier in de loop van het jaar de indexering van 2021 nog bij.
3. Onder maatschappelijke opvang worden de voorzieningen dag- en nachtopvang, opvang met intensieve zelfstandigheidstraining, jongerenopvang en kleinschalige opvang verstaan. 4.. De centrumgemeente ’s-Hertogenbosch voert deze opvang uit voor de 7 gemeenten Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, ’sHertogenbosch, Vught en Zaltbommel. Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 4 Beoordeling van de aanspraak Artikel 4.7 Criteria vrouwenopvang 1. Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald kan een klant in aanmerking komen voor de vrouwenopvang als die: a. slachtoffer is van geweld in huiselijke kring, dan wel slachtoffer is van mensenhandel, en vanwege aspecten van veiligheid de thuissituatie moet verlaten, of indien er sprake is van kindermishandeling en opvang van kind(eren) met de beschermende ouder/verzorger in de opvang noodzakelijk is; en b. 18 jaar of ouder is, al dan niet met kinderen; en c. geen mogelijkheid heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden een veilige situatie te creëren, of in alternatieve huisvesting te voorzien.
Soort aanpassing inclusief toelichting Wettechnische wijziging. Toelichting: Bestaande tekst maatschappelijke opvang integraal opnemen in verordening, beleidsregels en besluit nadere regels.
2. De centrumgemeente ’s-Hertogenbosch voert deze opvang uit voor de 17 gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Landerd, Maasdriel, Meierijstad, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, ’s-Hertogenbosch, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught en Zaltbommel. Bestaande tekst Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget Lid 5.2.2.b 84% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die lagere CAO hanteert, inschakelt;
Nieuwe tekst Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget Artikel 5.2.2.b. 84% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die geen CAO hanteert, inschakelt;
Soort aanpassing inclusief toelichting Correctie. Toelichting: In de praktijk hebben aanbieders wel of geen CAO, er is geen sprake van ‘een lagere CAO’. Uitvoering of praktijk verandert niet met deze wijziging.
Bestaande tekst Artikel 5.2.3.b 85% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die lagere CAO hanteert, inschakelt;
Nieuwe tekst Artikel 5.2.3.b 85% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die geen CAO hanteert, inschakelt;
Soort aanpassing inclusief toelichting Correctie. Toelichting: In de praktijk hebben aanbieders wel of geen CAO, er is nooit sprake van ‘een lagere CAO’. Uitvoering of praktijk verandert niet met deze wijziging.
Bestaande tekst Artikel 5.2.4.b 85% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die lagere CAO hanteert, inschakelt;
Nieuwe tekst Artikel 5.2.4.b 85% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die geen CAO hanteert, inschakelt;
Soort aanpassing inclusief toelichting Correctie. Toelichting: In de praktijk hebben aanbieders wel of geenn CAO, er is nooit sprake van ‘een lagere CAO’. Uitvoering of praktijk verandert niet met deze wijziging.
Bestaande tekst Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget Artikel 5.2.6 Het PGB voor beschermd wonen bedraagt maximaal: a. 88% van het natura-tarief voor beschermd wonen all-inclusive; b. 86% van het natura-tarief als bedoeld in lid 1 voor beschermd wonen thuis; c. 88% van het natura-tarief als bedoeld in lid 1 voor beschermd wonen begeleid
Nieuwe tekst Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget Artikel 5.2.6 Het PGB voor beschermd wonen bedraagt maximaal per kalenderjaar: a. € 40.484 voor beschermd wonen all-inclusive; b. € 30.772 voor beschermd wonen thuis; c. € 16.193 voor beschermd wonen begeleid;
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: Deze tarieven zijn de percentages van de naturatarieven, namelijk: 88% BW all-in, 86% BW thuis en 88% BW begeleid. Ze zijn gebaseerd op de berekende gemiddelde jaarlijkse zorgkosten per cliënt in 2014. Deze tarieven gelden voor 2021. Voor 2022 zullen deze tarieven wijzigen i.v.m. nieuwe de nieuwe inkoop.
Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 5: Persoonsgebonden budget Artikel 5.2.7 Het persoonsgebonden budget voor beschermd wonen bedraagt maximaal: a. 100% van het tarief als bedoeld in lid 6 indien de klant een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT); b. 85% van het tarief als bedoeld in lid 6 indien de klant een zzp’er of een zorgorganisatie die geen cao hanteert, inschakelt; c. 50% van het tarief als bedoeld in lid 6 indien de klant iemand uit het sociaal netwerk inschakelt.
Soort aanpassing inclusief toelichting Inhoudelijke, correctionele verandering. Toelichting. Eerder is de korting op PGB voor ZZP’ers en sociaal netwerk niet toegepast bij beschermd wonen. Deze differentiatie hanteren we al bij pakketen als als groepsbegeleiding (voorheen dagbesteding) en individuele begeleiding (voorheen begeleiding). Hiermee hanteren we één lijn binnen de WMO.
Bestaande tekst Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget Artikel 5.2.7 De hoogte van een PGB voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt maximaal de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende maatwerkvoorziening, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals die door het college aan de aanbieder zou zijn verschuldigd.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget Artikel 5.2.8 De hoogte van een PGB voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt maximaal de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende maatwerkvoorziening, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals die door het college aan de gecontracteerde aanbieder zou zijn verschuldigd.
Soort aanpassing inclusief toelichting Correctie. Toelichting: toevoeging ‘gecontracteerde’. Geen wijziging in werkproces.
Bestaande tekst Hoofdstuk 5: Persoonsgebonden budget Artikel 5.2.8
Nieuwe tekst Hoofdstuk 5: Persoonsgebonden budget Artikel 5.2.9
Soort aanpassing inclusief toelichting Redactionele wijziging. Toelichting: lidnummer wijzigt i.v.m. invoegen nieuw lid.
Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 6: Bijdrage in kosten Artikel 6.1.7 Maatwerkvoorziening Het collectief vraagafhankelijk vervoer (regiotaxi) wordt uitgesloten van een eigen bijdrage op grond van het Abonnementstarief. De klant met een Wmo-indicatie voor het collectief vervoer betaalt een ritbijdrage die bestaat uit een opstaptarief van € 0,75 en € 0,75 voor iedere ov-zone waar hij doorheen reist, tot een maximum van 5 zones.
Soort aanpassing inclusief toelichting Correctie. Toelichting: Vorige jaren is gewacht met aanpassing in afwachting op een wijziging van de algemene maatregel van bestuur (AmVB). Omdat deze wijziging er nog niet is, is het nodig om het in de verordening op te nemen.
Bestaande tekst n.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 6 Bijdrage in kosten Artikel 6.4.1 Eigen bijdrage voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 1. Het college is bevoegd tot vaststelling, inning en verrekening van de eigen bijdrage van klanten van de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. 2. Er is een eigen bijdrage verschuldigd indien een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van de volgende voorzieningen: • voltijd vrouwenopvang (waaronder crisisopvang); • voltijd jongerenopvang; • voltijd opvang met intensieve zelfstandigheidstraining. 3. De eigen bijdrage is verschuldigd vanaf de tweede dag, voor iedere dag dan wel nacht waarop de klant verblijft in de voltijd opvang. De eigen bijdrage wordt bepaald per maand. 4. Voor voltijdopvang maatschappelijke opvang en vrouwenopvang bedraagt de eigen bijdrage het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de norm voor persoonlijke uitgaven, behoudens wat volgens deze verordening op de eigen bijdrage in mindering mag worden gebracht. Indien bij gehuwden een van beide partners gebruik maakt van voltijd maatschappelijke opvang of vrouwenopvang wordt bij het bepalen
Soort aanpassing inclusief toelichting Wettechnische wijziging. Toelichting: Bestaande tekst maatschappelijke opvang integraal opnemen in verordening, beleidsregels en besluit nadere regels.
Correctionele wijziging nummering i.v.m. invoeging nieuw lid 5.2.7
Inhoudelijke wijziging. Toelichting: In verband met transformatie maatschappelijke opvang zijn de opvangmogelijkheden gewijzigd. Tekstuele wijziging. Toelichting Aanpassing van verwijzing van oude wetgevingnaar nieuwe wetgeving.
van de bijstandsnorm de regelgeving in de Participatiewet voor opname in een inrichting gevolgd. 5. Indien de instelling bij voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang aan de klant geen voeding verstrekt, wordt de eigen bijdrage verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het normbedrag dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent. 6. Voor klanten die gebruik maken van voltijd maatschappelijke opvang of vrouwenopvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de eigen bijdrage gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20% van de bijstandsnorm. 7. De hoogte van de eigen bijdrage voor voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt jaarlijks op 1 januari opnieuw bepaald op basis van de dan geldende bijstandsnormen, de hoogte van de premie voor ziektekosten (minus de zorgtoeslag) en de norm voor persoonlijke uitgaven. Het college hoeft hier geen nieuw besluit over te nemen, zonder nader besluit worden de bedragen automatisch aangepast op basis van deze verordening. 6.4.2 Inning eigen bijdrage 1. Het college mandateert de instelling, die voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang verzorgt, om de eigen bijdrage bij de klanten te innen. 2. De instellingen nemen de reële te verwachte opbrengsten aan eigen bijdrage op in de begroting.
De instellingen dienen het college minimaal jaarlijks te informeren over de eigen bijdrage die zij innen. 6.4.3 Bijzondere omstandigheden In het geval dat het werkelijk inkomen verminderd met de op basis van deze verordening bepaalde eigen bijdrage, minder bedraagt dan de norm voor persoonlijke uitgaven, wordt de eigen bijdrage zodanig verminderd dat de norm voor persoonlijke uitgaven beschikbaar blijft. 6.4.4 Eigen bijdrage kosten overige opvang voorzieningen 1. Voor de kleinschalige opvang en woon-werk trajecten is de eigen bijdrage van de klant het huurbedrag dat de instelling ten behoeve van de klant aan de woningcorporatie is verschuldigd en welk bedrag is vastgelegd in de woonbegeleidingsovereenkomst. 2. Voor de dag- en nachtopvang is geen eigen bijdrage verschuldigd. Het is de instelling toegestaan om een vergoeding te vragen voor verblijf en voeding. Deze vergoeding kan nooit meer bedragen dan de kostprijs en moet direct bij binnenkomst aan de klant kenbaar worden gemaakt. De instelling is verplicht het college te informeren over de hoogte van de gevraagde vergoeding. Bestaande tekst Hoofdstuk 8 Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik Artikel 8.1 Fraudepreventie Het college informeert de inwoner over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 8 Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik Artikel 8.1 Fraudepreventie Het college informeert de inwoner over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik van de voorziening.
Soort aanpassing inclusief toelichting Correctionele wijziging. Toelichting: Correctie van zin naar wens van Toezichthouder Wmo en Jeugd.
Bestaande tekst Hoofdstuk 8 Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik Artikel 8.2 Onderzoek rechtmatigheid Het college doet onderzoek naar de rechtmatigheid van de maatwerkvoorziening indien er een vermoeden bestaat van misbruik dan wel onredelijk gebruik van de wet.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 8 Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik Artikel 8.2 Onderzoek rechtmatigheid Het college doet onderzoek naar de rechtmatigheid van de maatwerkvoorziening indien er een vermoeden bestaat van fraude, misbruik dan wel oneigenlijk gebruik van de verstrekte of nog te verstrekken voorziening. Het college heeft hiervoor een toezichthouder met bevoegdheden aangesteld.
Soort aanpassing inclusief toelichting Inhoudelijke wijziging. Toelichting: Naar aanleiding van aanstelling van twee toezichthouders wordt het lid uitgebreid. De bevoegdheden van deze toezichthouders staan vermeld in ‘Aanwijzingsbesluit toezichthouders Jeugd, Wmo en ASV ’s-Hertogenbosch.’ (202037662).
Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 8 Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik
Soort aanpassing inclusief toelichting Inhoudelijke wijziging. Toelichting: In 2020 zijn twee toezichthouders aangesteld op het gebied van de Wmo, Jeugdhulp en Algemene subsidieverordening. Het nieuwe lid is een uitwerking van de bestaande wetgeving. De bevoegdheden van de toezichthouder staan omschreven in de artikelen 5.15 t/m 5.20 Algemene Wet Bestuursrecht.
8.3 Weigering maatwerkvoorziening of beste-
ding PGB Het college kan de aanvraag voor een maatwerkvoorziening of PGB weigeren indien de zorg wordt ingekocht bij een aanbieder waarbij eerder fraude is geconstateerd of waarbij twijfels zijn over de integriteit van de aanbieder. In dit geval wordt een verzoek tot beoordeling gevraagd bij de Toezichthouder Wmo, Jeugd en Algemene Subsidieverordening. Hiervan is sprake als de aanbieder: a. betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen; b. Veroordeeld is voor strafbare feiten die de veiligheid en de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar brengen; c. een bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boete opgelegd heeft gekregen; d. bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd heeft gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of een dwangsom; e. in/of zijn directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een zakelijk samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten; f. Niet danwel onvoldoende medewerking verleend aan het onderzoek door de gemeente waardoor het recht op de maatwerkvoorziening niet op voldoende wijze kan worden vastgesteld.
Bestaande tekst Hoofdstuk 9 Kwaliteit en inspraak Artikel 9.1 Kwaliteitseisen, lid 2 2. Het college kan nadere regels vaststellen over welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 9 Kwaliteit en inspraak Artikel 9.1 Kwaliteitseisen, lid 2 2. Het college kan nadere regels vaststellen over welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de aanbieder, voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: Benoemen van ‘aanbieder’ specifiek in mogelijkheden.
Bestaande tekst Hoofdstuk 10: artikel 10.1 Jaarlijkse blijk van waardering mantelzorgers Het college stelt nadere regels vast, waarin wordt bepaald waaruit de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van inwoners in de gemeente bestaat.
Nieuwe tekst Hoofdstuk 10: artikel 10.1 Jaarlijkse blijk van waardering mantelzorgers Naast de mogelijkheid tot respijtzorg biedt de gemeente ook de jaarlijkse blijk van waardering mantelzorgers. Het college stelt nadere regels vast, waarin wordt bepaald waaruit de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van inwoners in de gemeente bestaat.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele aanpassing. Toelichting: Mogelijkheid tot respijtzorg verduidelijken in verordening.
Bestaande tekst Hoofstuk 11 slotbepalingen Artikel 2.2 Deze bepaling regelt dat een aanvraag alleen schriftelijk kan worden ingediend. De klant heeft twee mogelijkheden: het gebruiken van een vastgesteld aanvraagformulier of het ondertekenen van het onderzoeksverslag.
Nieuwe tekst Hoofstuk 11 slotbepalingen Artikel 2.2 Deze bepaling regelt dat een aanvraag schriftelijk of digitaal kan worden ingediend. De klant heeft twee mogelijkheden: het gebruiken van een vastgesteld aanvraagformulier of het ondertekenen van het onderzoeksplan.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: Doorwerking wijziging artikel 2.2 verordening.
Bestaande tekst Hoofstuk 11 slotbepalingen Lid 11.4.1 De verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente ’s-Hertogenbosch 2018 wordt ingetrokken met de intredingwerking van deze geactualiseerde verordening
Nieuwe tekst Hoofstuk 11 slotbepalingen Lid 11.4.1 De verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente ’s-Hertogenbosch 2017 wordt ingetrokken met de intredingwerking van deze geactualiseerde verordening
Soort aanpassing inclusief toelichting Actualisering data. Toelichting: De verordening geldig in 2020 wordt naar verwezen als De verordening (…) ’s-Hertogenbosch 2017. In het jaar hiervoor was dit De verordening (…) ’s-Hertogenbosch 2018. Deze wijziging is geen foutieve verwijzing.
Bestaande tekst Hoofstuk 11 slotbepalingen Artikel 11.5 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017
Nieuwe tekst Hoofdstuk 11 slotbepalingen Artikel 11.5 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2021
Soort aanpassing inclusief toelichting Actualisering data
Bestaande tekst Hoofdstuk 11 slotbepalingen Artikel 11.6 citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2019’
Nieuwe tekst Hoofdstuk 11 slotbepalingen Artikel 11.6 citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2021’.
Soort aanpassing inclusief toelichting Actualisering data
Aldus vastgesteld in openbare vergadering van de Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van gemeenteraad op 12 december 2017 de gemeenteraad op 2 februari 2021 Bestaande tekst n.v.t.
Nieuwe tekst Toelichting op verordening Inleiding Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke Ondersteuning 2015. Via een verordening vult de gemeenteraad, op basis van het door haar aangepaste beleid, haar kaderstellende rol verder in. In dit beleid is de ondersteuning gericht op de persoon en diens plek in de samenleving, in plaats van uitsluitend gericht op diens aandoening, beperking of indicatie. Hierbij wordt verder gekeken dan naar de specifieke zorgvraag van een inwoner, maar meegekeken naar de gehele situatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een aanvraag voor een hulpmiddel, waar bij door een goede analyse en het gesprek duidelijk wordt er ook sprake is van een overbelaste mantelzorger of eenzaamheid. We willen dat zo veel mogelijk inwoners van de stad hun leven zelfstandig kunnen leiden, maar waar nodig met ondersteuning. Waar mogelijk wordt laagdrempelige hulp of een eerstelijnsvoorziening ingezet, waar nodig wordt verwezen naar specialistische ondersteuning. Dit gebeurt op een klantgerichte, resultaatgerichte en efficiënte wijze waardoor de schaarste middelen bij de meest kwetsbare groep inwoners belandt, zoals de bedoeling is van een sociaal zorgbedrijf.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: Inleidende tekst voor toelichting op verordening. Geen inhoudelijke wijziging.
Bestaande tekst Toelichting op verordening. Hoofdstuk 1 begripsbepaling artikel 1.1 begripsbepalingen
Nieuwe tekst Toelichting op verordening Hoofdstuk 1 begripsbepalingen, artikel 1.1. begripsbepalingen
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: Wijziging lid aanduiding in verband met wijziging lid aanduiding artikel 1.1
Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Toelichting op verordening Hoofdstuk 1 begripsbepaling, artikel 1.1 begripsbepalingen Onder e; gebruikelijke hulp Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening zal vooraf gekeken worden naar de inzet van gebruikelijke hulp vanuit de directe omgeving van de inwoner. Bij gebruikelijke hulp gaat het om de normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten waarvan redelijkerwijs geacht wordt deze te bieden aan elkaar. Gebruikelijke hulp is voorliggend aan een maatwerkvoorziening en haalbaarheid en inzet zal per situatie worden afgewogen.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: N.a.v. invoegen ‘gebruikelijke hulp’ wordt de uitwerking van de term toegelicht in de toelichting van de verordening.
Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Toelichting op verordening Hoofdstuk 1 begripsbepaling, artikel 1.1 begripsbepalingen Onder n: Respijtzorg Een mantelzorger kan tijdelijke respijtzorg aanvragen ter ontlasting van de mantelzorg. Door af en toe vrij te zijn van mantelzorgtaken kunnen mantelzorgers hun eigen leven beter in balans houden en de zorg voor een ander langer volhouden. Mantelzorgers kunnen zowel via Farent als via de gemeente vormen van mantelzorg aanvragen. Bij de gemeente betreft dit groepsbegeleiding (voorheen dagbesteding), logeeropvang of huishoudelijke hulp.
Soort aanpassing inclusief toelichting Tekstuele wijziging. Toelichting: N.a.v. invoegen nieuwe begrippen wordt de uitwerking van de term toegelicht in de toelichting van de verordening.
Bestaande tekst Toelichting op de verordening Artikel 2.1 Melding hulpvraag Dit artikel beschrijft wie de melding kan doen en hoe de melding kan worden gedaan. De melding kan door of namens de klant worden gedaan. In principe kan iedereen namens de klant een signaal afgeven dat de klant behoefte heeft aan maatschappelijke ondersteuning. Echter de melding in de zin van artikel 2.3.2 van de wet (en daarover gaat artikel 2.1) kan alleen worden gedaan door of namens de klant. Voor die formele eis is bewust gekozen. Het college moet namelijk binnen zes weken na een melding een uitgebreid onderzoek hebben uitgevoerd.
Nieuwe tekst Toelichting op de verordening Artikel 2.1: Melding hulpvraag Dit artikel beschrijft wie de melding kan doen en hoe de melding kan worden gedaan. De melding kan door of namens de inwoner worden gedaan. In dit geval moet de inwoner en de vertegenwoordiger een machtigingsformulier hebben ondertekend. Hierin wordt vastgelegd waartoe de inwoner zijn of haar vertegenwoordiger machtigt. In principe kan iedereen namens de inwoner een signaal afgeven dat de inwoner behoefte heeft aan maatschappelijke ondersteuning. Echter de melding in de zin van artikel 2.3.2 van de wet (en daarover gaat artikel 2.1) kan alleen worden gedaan door of namens de inwoner. Voor die formele eis is bewust gekozen. Het college moet namelijk binnen zes weken na een melding een uitgebreid onderzoek hebben uitgevoerd.
Soort aanpassing inclusief toelichting Inhoudelijke wijziging. Toelichting. Om grip te hebben op wie een melding maakt voor de inwoner, wordt de verplichting van gebruik van machtigingsformulier toegevoegd. Om een aanvraag te doen voor de inwoner zal dus van beide partijen (inwoner en aanvrager) een handtekening nodig zijn. De gemeente levert hierbij het machtigingsformulier. In het machtigingsformulier staat opgenomen welke zaken een gemachtigde mag aanvragen- en uitzetten voor de inwoner.
staande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Toelichting op verordening artikel 6.4.1 Artikel 6.4.1 In aansluiting op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is de verordening alleen van toepassing op natuurlijke personen van 18 jaar en ouder. Dit betekent niet dat personen jonger dan 18 jaar uitgesloten zijn van het gebruik van het aanbod van opvang door de instellingen, maar voor hen geldt geen eigen bijdrage. Bij het bepalen van de bijstandsnorm is rekening gehouden met de afwijkende bepalingen in de Participatiewet voor personen van 18 tot 21 jaar. Voor de berekening van de eigen bijdrage worden de toeslagen die vanuit de Bijzondere Bijstand mogelijk zijn meegerekend. Bij het bepalen van de norm voor de persoonlijke uitgaven gaan wij uit van de premie voor de collectieve ziektekostenverzekering die de gemeente ‘s-Hertogenbosch aanbiedt.
Soort aanpassing inclusief toelichting Wettechnische wijziging. Toelichting: Bestaande tekst maatschappelijke opvang integraal opnemen in verordening, beleidsregels en besluit nadere regels.
Zowel bij de bijstandsnorm als bij de norm voor persoonlijke uitgaven wordt de vakantietoeslag buiten beschouwing gelaten. Deze toeslag is voor de klant noodzakelijk voor bijzondere uitgaven zoals de aflossing van schulden en om te sparen voor grotere uitgaven. Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Toelichting op verordening artikel 6.4.1 Artikel 6.4.1 lid 5 In het geval de instelling geen voeding verstrekt aan klanten in de voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt de bijdrage verlaagd met een redelijk bedrag voor voeding. Daarbij sluiten wij aan bij een onafhankelijke norm, namelijk van het Nibud. Bij volwassenen wordt uitgegaan van het bedrag voor een man van 14-65 jaar met een 1 persoonshuishouden. Voor kinderen wordt het bedrag gehanteerd, dat het Nibud hanteert op basis van de leeftijd van het kind (1-3 jaar, 4-8 jaar en 9-13 jaar). Dit bedrag wordt op basis van dit lid in mindering gebracht op de bijdrage. Dat leidt nooit tot een negatieve bijdrage, maar bij alleenstaanden jonger dan 21 jaar mogelijk wel tot nihil. In het geval het Nibud dit bedrag niet meer vaststelt of bekend maakt, bepaalt het college een andere basis voor dit bedrag.
Soort aanpassing inclusief toelichting Wettechnische wijziging. Toelichting: Bestaande tekst maatschappelijke opvang integraal opnemen in verordening, beleidsregels en besluit nadere regels.
Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Toelichting op verordening artikel 6.4.1 Artikel 6.4.1 lid 6 Bij de voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang is het mogelijk dat de klant nog kosten heeft voor een zelfstandige woonruimte en zodoende redelijkerwijs de berekende bijdrage niet kan betalen. Het uitgangspunt is dat maatschappelijke opvang en vrouwenopvang kortdurende voorzieningen zijn, waarbij een termijn van 6 maanden voldoende is om ofwel weer zelfstandig te kunnen wonen dan wel om door te stromen naar een andere vorm van opvang. De eigen bijdrage wordt daarom voor een periode van maximaal 6 maanden verlaagd met een forfaitair bedrag van 20% van de bijstandsnorm.
Soort aanpassing inclusief toelichting Wettechnische wijziging. Toelichting: Bestaande tekst maatschappelijke opvang integraal opnemen in verordening, beleidsregels en besluit nadere regels.
Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Toelichting op verordening artikel 6.4.1 Artikel 6.4.2 lid 1 Het innen van de eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang kan niet door het CAK plaatsvinden, zoals bij de inning van de eigen bijdragen van individuele Wmo-voorzieningen. Direct gevolg is dat de bevoegdheid om een eigen bijdrage te innen is neergelegd bij het college, waarbij de uitvoering gemandateerd kan worden aan de instellingen van maatschappelijke opvang. Gelet op de veelal kortdurende opvang en het grote aantal mutaties, zijn de instellingen het beste in staat om vast te stellen hoeveel dagen de bewoner in de opvang is verbleven en de eigen bijdrage te innen.
Soort aanpassing inclusief toelichting Wettechnische wijziging. Toelichting: Bestaande tekst maatschappelijke opvang integraal opnemen in verordening, beleidsregels en besluit nadere regels.
Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Toelichting op verordening artikel 6.4.3 Artikel 6.4.3 De instellingen beschikken over alle relevante informatie om de bijdrage te bepalen. Op basis van artikel 6.4.1 lid 6 en artikel 6.4.3 kan de instelling beoordelen of een eventuele verlaging van de eigen bijdrage binnen de verordening past. De gemeente kan desgewenst achteraf, middels ontvangen overzichten, controleren of de verordening juist wordt toegepast.
Soort aanpassing inclusief toelichting Wettechnische wijziging. Toelichting: Bestaande tekst maatschappelijke opvang integraal opnemen in verordening, beleidsregels en besluit nadere regels.
Bestaande tekst N.v.t.
Nieuwe tekst Toelichting op verordening artikel 6.4.4 Artikel 6.4.4 lid 1 Het uitgangspunt bij kleinschalige opvang en woon-werktrajecten is dat de klant zelfstandig woont maar geen zelfstandig huurcontract heeft met een woningcorporatie. Klanten huren een woning/kamer van de instelling en krijgen van deze instelling begeleiding. Daar waar zij leren met begeleiding zelfstandig te leven én te huren wordt het betalen van de huur en de directe woonlasten aan de instelling aangemerkt als eigen bijdrage. Zodra een huurcontract op naam van de klant staat is er sprake van begeleid zelfstandig wonen en valt dit buiten de werking van deze verordening.
Soort aanpassing inclusief toelichting Wettechnische wijziging. Toelichting: Bestaande tekst maatschappelijke opvang integraal opnemen in verordening, beleidsregels en besluit nadere regels.
Bestaande tekst Toelichting op de verordening artikel 6.4.2: algemene voorziening. Voor de algemene voorziening is de inwoner geen eigen bijdrage verschuldigd conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.. Wel kan de inwoner een kleine vergoeding moeten betalen aan de aanbieder van de algemene voorziening voor het gebruik. Hierbij valt te denken aan een vergoeding van bijvoorbeeld € 2,50 voor het gebruik van een welzijnsdienst. Denk hierbij aan het eigen aandeel wat een inwoner betaald aan een huishoudelijke hulp leverancier bij de HHT(TO) (Huishoudelijke Hulp Toelage Tuin Onderhoud) regeling voor mantelzorgers. ( over te nemen voor ’s-Hertogenbosch)
Nieuwe tekst Voor de algemene voorziening is de inwoner geen eigen bijdrage verschuldigd conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.. Wel kan de inwoner een kleine vergoeding moeten betalen aan de aanbieder van de algemene voorziening voor het gebruik. Hierbij valt te denken aan een vergoeding van bijvoorbeeld € 2,50 voor het gebruik van een welzijnsdienst.
Soort aanpassing inclusief toelichting Inhoudelijke wijziging. Toelichting: In verband met verdwijnen huishoudelijke hulp toelage (tuin onderhoud) / HHT(TO) verdwijnt extra toelichting in lid.