CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Tariefstelling afvalstoffenheffing

Commissie BEDRIJVIGHEID 25 augustus 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Discussienotitie Afvalvisie1.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inzicht in de afvalstoffenheffing Gemeenten dragen de zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en stellen om de kosten hiervan beheersbaar te houden een afvalstoffenheffing in. Deze mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Er zijn meerdere varianten mogelijk, welke we hieronder met rekenvoorbeelden op een rij zetten. Varianten afvalstoffenheffing De meest voorkomende vormen van afvalstoffenheffing zijn: 1. Vast tarief per huishouden 2. Tarief op basis van grootte huishouden 3. Tarief op basis van hoeveelheid (rest)afval. 1. Vast tarief Bij een vast tarief betaalt elk huishouden hetzelfde bedrag, ongeacht de hoeveelheid afval. Bijvoorbeeld ieder huishouden betaalt €300 per jaar. 2. Tarief op basis van grootte huishouden Variant 2 wordt veel gebruikt in Nederland. Veelal gaat het om een onderscheid tussen een- en meerpersoonshuishoudens. Dan betalen eenpersoonshuishoudens bijvoorbeeld €230 en meerpersoonshuishoudens €300 aan afvalstoffenheffing. In ’sHertogenbosch hanteren wij ook deze variant. Sommige gemeenten hebben een nog uitgebreider systeem; bijvoorbeeld naast eenpersoons en tweepersoons ook tarieven voor een driepersoons en vierpersoonshuishouden. 3. Tarief op basis van hoeveelheid (rest)afval Variant 3 wordt het meest toegepast in Nederland, ook wel diftar genoemd.

Naast een gedeelte vastrecht betalen huishoudens dan per lediging of – in beperkte mate toegepast - voor het gewicht dat men aanbiedt. Dit tarief wordt vaak toegepast op het restafval, maar soms ook voor een kleiner bedrag op GFT. Het betreft met name gemeenten in OostNederland (minder stedelijke gebieden). Dit omdat diftar lastig te combineren is met nascheiding van PBD, of zoals bij ons in ’s-Hertogenbosch met inzamelmiddelen waar (nog) geen toegangscontrole op zit (inpandige verzamelcontainers). Bij diftar betaal je dus op basis van de hoeveelheid afval die je produceert. Rekenvoorbeeld: Dan is het vastrecht dat je jaarlijks betaalt bijvoorbeeld €210 en betaal je daarnaast €15 per lediging van een 240L container. In diftargemeenten wordt gemiddeld genomen zes keer per huishouden per jaar de restafvalbak geleegd. Dan is de rekensom: €210 + (6x €15 = €90) = €300. Of bij het betalen voor gewicht à €0,40 per kilo: €210 + (225 kilo x €0,40 = €90) = €300. Deze variant gaat uit van ‘de vervuiler betaalt’ en is zeer effectief om het scheidingspercentage te verhogen en de hoeveelheid restafval te verlagen. De dekking van kosten in de afvalbegroting is bij diftar deels ondergebracht onder een vast deel van de opbrengst (vastrecht) en deels onder het variabele gedeelte.

Belangrijk is vervolgens om de ‘diftar-paradox’ te voorkomen, door te zorgen dat een groot deel van de vaste kosten ook door het vastrecht gedekt worden (bijv. 80%). Anders worden bij een lager aantal ledigingen dan verwacht (of ingezamelde kilo’s) de gemaakte kosten niet gedekt. Milieustation Waar ook verschillen bestaan tussen de gemeenten betreft de tarieven die bij het milieustation gehanteerd worden of bij het aan huis ophalen van grof vuil, uitgaande van of de gemeente wel of niet het principe ‘de vervuiler betaalt’ hanteert. Sommige gemeenten brengen de kosten voor het milieustation (incl. verwerkingskosten) geheel onder in het vastrecht, met als gevolg dat inwoners altijd gratis het milieustation bezoeken. Andere gemeenten (waaronder ’s-Hertogenbosch) laten inwoners (deels) betalen voor hun bezoek aan het milieustation, afhankelijk van het soort afval dat men komt brengen. Weer in andere gemeenten mogen inwoners bijvoorbeeld drie of tien keer per jaar gratis gebruik maken van het milieustation. Afval naar huishoudsamenstelling Variant 2, die wij in ‘s-Hertogenbosch hanteren, gaat ervan uit dat meerpersoonshuishoudens ook meer afval produceren. Dat voelt eerlijk, maar is eigenlijk moeilijk te bewijzen. Er zijn eenpersoonshuishoudens met grote tuinen, die bijvoorbeeld

veel GFT-afval produceren. Of meerpersoonshuishoudens die heel bewust inkopen en weinig PBD-afval hebben. Er zijn huishoudens die minutieus alles scheiden en huishoudens waar men het niet zo nauw neemt met afvalscheiding. Wanneer je daarnaast kijkt naar de kosten van afvalinzameling en de verwerking hiervan, is het restafval een grote kostenpost, gezien de hoeveelheid en de hoge afvalstoffenbelasting. Dan zou het logischer zijn om daar in de tariefstelling voor de afvalstoffenheffing rekening mee te houden. Écht restafval (na goede afvalscheiding) is namelijk niet per se afhankelijk van hoeveel personen er in een huis wonen. Het gaat dan bijvoorbeeld om stofzuigerzakken, kattenbakvulling, sanitair papier, een kapot wijnglas, tissues of nat papier. Een sterke onderbouwing voor een differentiatie in het vastrecht op grootte van huishouden ontbreekt. Helaas is niet mogelijk om aan te tonen hoeveel afval er per huishouden in ‘s-Hertogenbosch ingezameld wordt. De tonnages die we inzamelen zijn totalen op basis van hele inzamelroutes. De minicontainers zelf worden niet gewogen. Dit geldt ook voor het legen van de ondergrondse containers en inpandige verzamelcontainers, die gewichten zijn niet herleidbaar naar huishoudens. Een relatie leggen met de samenstelling van deze huishoudens is ook niet mogelijk.

Wanneer variant 2 eenmaal in gebruik is, wordt het overstappen naar variant 1 lastig, omdat het verschil in tarieven meestal groot is en de eenpersoonshuishoudens er dan vaak sterk op achteruit gaan. Sturen op kosten van de afvalinzameling- en verwerking De afvalbeheerskosten van een gemeente bestaan voor het grootste deel uit de volgende componenten:  Inzameling van afval: Dit omvat de kosten voor het ophalen van huishoudelijk afval, zoals de inzet van vuilniswagens en personeel. Hieronder valt ook de overslag en transport van afval en de exploitatie van het milieustation.  Verwerking van afval: Dit zijn de kosten voor het sorteren, recyclen of verbranden van afval. Verwerking van restafval is vaak de grootste kostenpost.  Beheer van inzamelmiddelen: Hieronder valt het plaatsen en onderhouden van inzamelmiddelen, zoals minicontainers, rolcontainers en ondergrondse containers.  Communicatie en handhaving: Kosten voor voorlichting aan inwoners over afvalscheiding en het handhaven van afvalregels.  Flankerend beleid: Dit omvat kosten voor bijvoorbeeld een afvalcoach of het organiseren van inzamelacties voor specifieke afvalstromen. Zoals al in de discussienotitie beschreven is het zeer aannemelijk dat de kosten voor afvalbeheer de komende jaren vooral zullen stijgen.

Dit is deels vanwege externe factoren, zoals stijgende belastingen, maar ook doordat we als gemeente nog zoveel restafval hebben en de verwerkingskosten hiervoor ook stijgen. Mogelijkheden om de afvalbeheerskosten te beperken zijn er wel. Dit zit ‘m in een efficiëntere bedrijfsvoering, zoals een route- en kalenderoptimalisatie bij de inzameling en minder inhuur van extern personeel (zie ook het integraal verbeterplan ‘Blik naar voren’). De belangrijkste winst zit echter in het terugdringen van het restafval. Minder frequent inzamelen (bijvoorbeeld 1x per 4 weken) bespaart inzamelkosten en heeft tegelijkertijd als effect dat er ook beter gescheiden wordt. Dit scheelt dan weer in verwerkingskosten van het restafval. Een meer uniforme inzamelmethode is ook efficiënter en leidt logischerwijs tot lagere kosten. Zie hiervoor ook het kopje ‘standaardisering’ in de discussienotitie. Hiermee raken we wel aan de beleidsautonomie van de gemeenten waar we inzamelen, dus het is schipperen tussen het leveren van bepaalde diensten als service en een efficiëntere bedrijfsvoering wat kan leiden tot lagere kosten. In de Afvalvisie 2020 staat een meer uniforme inzameling binnen ’s-Hertogenbosch ook al genoemd. Van ‘binnen naar buiten’ gaan met de verzamelcontainers bij hoogbouw (van inpandige rolcontainers naar ondergrondse containers in de openbare ruimte) draagt hieraan bij.

Dit vergt dan wel weer een investering in containers. Tariefstelling afvalstoffenheffing Er zijn dus allerlei manieren om de afvalstoffenheffing te tariferen. Het is een politieke keuze of je hierbij wil kijken naar wat het meest ‘solidair’ is of het meest ‘eerlijk’ is. Het tariferen naar huishoudsamenstelling is hierbij lastig te verantwoorden. De belangrijkste keuze die gemeenten moeten maken is of je wel of niet het principe ‘de vervuiler betaalt’ hanteert. Zo ja, in welke mate je dit vervolgens doorvoert en of je hierbij ook een gedragssturend element zoals diftar wil inbrengen. Uiteindelijk is het lastig om een tarifering te hanteren die maximaal tegemoetkomt aan individuele wensen. Het is van belang om te kiezen voor een heffingswijze die past bij de gemeenschap, met haar eigen culturele componenten en fysieke mogelijkheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15601427/2