CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 ROB

Gemeenteraad 28 februari 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ruimtelijke onderbouwing Zonneveld Graafsebaan Rosmalen15.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

6 alinea's met “verslag”: 17 143 239 244 245 294

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen Gemeente ‘s-Hertogenbosch

Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen NL.IMRO.0796.ntb-0001 Ontwerp 6 januari 2023 88.22.01

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:

IX Zon Dhr. R. Goes

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem Telefoon: E-mail: Internet:

2

Dhr. L. Arends Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Inleiding Aanleiding voor het initiatief Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Relatie met verwijdering van opstallen Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Lichtreflectie Elektromagnetische straling Economische uitvoerbaarheid Procedure Inspraak en overleg Van ontwerp naar vaststelling

5 5 5 6 6 7 7 8 12 13 13 15 21 27 27 31 34 36 36 37 37 38 39 39 41

Bijlagen bij toelichting

43

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

45 47 49 51 53 55 57

Landschapsplan Watertoets Quickscan flora en fauna Aanvullend ecologisch onderzoek AERIUS-berekening Verslag omgevingsdialoog Toelichting financiële participatie omgeving

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

3

4

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het initiatief

Het zonnepark ontwikkelingsbedrijf IX Zon, hierna initiatiefnemer, is voornemens om op een bestaande aardappelveld in het buitengebied van de gemeente 's-Hertogenbosch een zonnepark te realiseren. Het plangebied heeft een oppervlakte van 7,2 hectare. Hiervan wordt circa 6 hectare met zonnepanelen ingericht. Het plan levert daardoor na realisatie een belangrijke bijdrage aan de gemeentelijke energietransitiedoelstellingen. In de omgevingsvergunning voor het zonnepark wordt de bandbreedte opgenomen waarbinnen het zonnepark ontwikkeld kan worden. Deze bandbreedte heeft betrekking op de minimum en maximum hoogtes van de panelen en de afmetingen en het maximum vermogen van de batterij. Deze bandbreedtes zijn reeds afgestemd met de gemeente. Het gaat om:  Zonnepanelen: Minimum 0,70m laag en maximum 2,90m hoog;  Lithium batterij: maximaal 12x20x3m (l,b,h), met een maximaal vermogen van 6 MW. Deze bandbreedtes zijn tevens leidend voor de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening in voorliggende ruimtelijke onderbouwing. De ontwikkeling van het zonnepark is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief gewenst is en passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan deze ontwikkeling. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Voor dit initiatief wordt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure doorlopen.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente 's-Hertogenbosch. Het betreft de kadastrale percelen RML00-D-1008 t/m 1019, RML00-D-1318 en RML00-D-1741 ten zuidoosten van de afrit Kruisstraat. Een nadere beschrijving van het plangebied is opgenomen in paragraaf 2.1. Navolgende afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving.

De ligging van het plangebied in de omgeving (bron: Openstreetmaps.nl)

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

5

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van de projectlocatie geldt het bestemmingsplan "Buitengebied", vastgesteld op 20 juli 2011 door de gemeente 's-Hertogenbosch. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het plangebied binnen het vigerende bestemmingsplan.

Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: Ruimtelijke plannen)

Binnen de projectlocatie geldt de bestemming 'Agrarisch en 'Agrarisch - Bedrijf'. Daarbij geldt er binnen het plangebied de gebiedsaanduiding "Reconstructiewetzone - extensiveringsbeleid". Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan De oprichting en ingebruikname van een zonnepark sluit niet aan bij de gebruiksmogelijkheden van de vigerende agrarische bestemmingen. Daarmee is het initiatief in strijd met het vigerende bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 is het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Tevens wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van overleg en zienswijzen zijn opgenomen.

6

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

Hoofdstuk 2

Het initiatief

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied aan de Graafsebaan 123A in Rosmalen ligt in de zuidoosthoek van een agrarische encalve die omsloten is door bossen en houtsingels. Binnen de enclave liggen, buiten de woningen van de grondeigenaar en familie, geen woningen met zicht op het plangebied. Aan de oostzijde liggen stedelijke functies zoals Autotron, een antislip oefenterrein en Vakantiepark Dierenbos. Aan de noordzijde van de enclave bepaalt de A59 het beeld. De zuidzijde van het plangebied bestaat uit de bosrand van het Vinkelse bos. Dit bos waarin de oorspronkelijke rabatten bewaard zijn gebleven bestaat uit met name naaldbomen. Tussen het bos en de kavel ligt de onverharde Vinkelsestraat die deel uitmaakt van recreatieve routes door de bossen. Dit pad heeft geen directe verbinding met het vakantiepark Dierenbos dat ten zuidoosten van het plangebied ligt. Het plangebied bestaat uit verschillende smalle kadastrale percelen bekend als RML00-D-1008 t/m 1019, RML00-D-1318 en RML00-D-1741. De percelen hebben een gezamenlijk oppervlak van 7,2 ha. Aan de noordwestkant staan drie schuren met een gezamenlijk oppervlak van 2.250 m 2 en twee voedersleuven (875 m2) gelegen die niet meer in gebruik zijn. Het grootste deel van het plangebied bestaat uit akkerland voor de teelt van aardappelen.

Een uitgebreidere toelichting op de bestaande situatie, inclusief een analyse van het landschap, is uitgewerkt in het landschapsplan uit bijlage 1. In paragraaf 3.3.4 van voorliggend onderbouwing komt de vigerende planologische situatie van het plangebied aan bod.

Luchtfoto van de projectlocatie (bron: google maps)

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

7

2.2

Toekomstige situatie

Binnen de projectlocatie wordt een zonnepark gerealiseerd met een maximale instandhoudingstermijn van 25 jaar. Om het zonnepark in te passen in de omgeving is een landschapsplan opgesteld, zie bijlage 1. In het vervolg van deze paragraaf komen de belangrijkste aspecten van het plan aan bod. De omvang van het plangebied bedraagt circa 7,2 hectare, waarvan 6 hectare wordt ingericht met zonnepanelen. De overige gronden worden landschappelijk ingericht. Het zonnepark zal een vermogen krijgen van 9,9 MWp. Er is voldoende netcapaciteit voor het project, er is transportcapaciteit is gereserveerd middels een overeenkomst met de netbeheerder. Ten behoeve van de ontwikkeling van het zonnepark is een landschapsplan opgesteld (bijlage 1). In het landschapsplan is het ontwerp van het zonnepark opgenomen. Het ontwerp is gebaseerd op een aantal uitgangspunten die vanuit een analyse en een visie zijn opgesteld. Het ontwerp wordt hieronder aan de hand van de uitgangspunten toegelicht. Verder wordt er ingegaan op een aantal specifieke aspecten rondom het ontwerp. 2.2.1 Integrale visie gebied Het plangebied is gelegen in een landbouwenclave met een kleinschalig mozaïeklandschap. Een deel van de elementen dat dit landschap vroeger bepaalde, is de afgelopen decennia verdwenen.

De ontwikkeling van Zonnepark Graafsebaan is daarom aanleiding om kenmerkende elementen van het kleinschalige landschap weer terug te brengen. Hieronder is een aantal kernkwaliteiten van het landschap in de enclave beschreven met sterke en zwakke punten. Zonnepark Graafsebaan gaat een bijdrage leveren aan een versterking van een aantal zwakke punten.  Historische verkaveling: sterk is het besloten karakter van de enclave; zwak is de egalisatie van de kavels  Landbouwkundig gebruik: sterk is de akkerbouwfunctie; zwak is dat er geen toekomstgerichte grondgebonden bedrijven meer aanwezig zijn.  Invloed aangrenzende functies: sterk is begrenzing door natuurbossen; zwak zijn de beperkte biodiversiteit in de rest van het gebied en de stedelijke functies grenzend aan het gebied.  Kleinschalig landschapsbeeld: sterk is het mozaïeklandschap; zwak zijn de gekapte houtsingels/ verdwenen landschapselementen.  Openheid van de enclave: sterk is de geleding van de open ruimte met houtsingels; zwak zijn de leegstaande schuren.  Recreatieve toegankelijkheid: sterk is de ontsluiting van de enclave via het viaduct over de A59. Zwak is de verbinding van deze ontsluiting met wandel- en fietspaden in de enclave. Door het herstellen van landschapselementen wordt het landschapsbeeld hersteld. Door inrichting en beheer van het plangebied worden de ecologische waarden van het plangebied verhoogd.

Door reservering van ruimte voor een wandelpad wordt de toegankelijkheid van de landbouwenclave vergroot. Bovenstaande uitgangspunten voor het ontwerp worden hierna verder uitgewerkt. In de landbouwenclave is er sprake van een tweede zonneparkinitiatief, zonnepark Roodeburg, van 3,5 hectare. Voorliggend zonnepark en het tweede zonneparkinitiatief van 3,5 hectare passen beide binnen de maat en schaal van het mozaïeklandschap en versterken door het toevoegen van landschapselementen de kleinschaligheid van het landschap. De draagkracht van het landschap wordt niet overschreden door de toevoeging van de twee zonneparken in de enclave. Vanuit de analyse en visie zijn vier uitgangspunten voor het ontwerp van het zonnepark opgesteld.

8

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

Herstellen van landschapselementen Het plan voorziet in de mogelijkheid om de natuurwaarden van de bestaande bossen uit te breiden richting die gronden die in gebruik zijn voor de landbouw. Tevens biedt het zonnepark een mogelijkheid om landschapselementen terug te brengen die in de loop van de tijd zijn verdwenen. Versterken van ecologische kwaliteiten Met de ontwikkeling van het zonnepark wordt aangesloten op de ecologische functie van het Vinkelse Bos. Het zonnepark grenst direct aan het bos dat is aangeduid als Natuur Netwerk Brabant. Ontstening Naast de ontwikkeling van het zonnepark zal worden bijgedragen aan ontstening van het buitengebied en sanering van asbest door sloop van schuren, waardoor het woon- en leefklimaat verbetert. Versterking recreatieve toegankelijkheid Binnen het plangebied van het zonnepark wordt aan de oostzijde ruimte gereserveerd voor een wandelpad. Dit wandelpad draagt bij aan een verbinding tussen het Autotron en het Vinkelse Bos. Ook draagt het bij aan de toegankelijkheid van de landbouwenclave voor bezoekers van recreatiepark Dierenbos. Samenhang In samenhang met bovenstaande uitgangspunten voor het ontwerp/ versterkingen van het gebied is het zonnepark inpasbaar in het gebied. Het zonnepark is, nadat de nieuwe landschapselementen tot wasdom zijn gekomen, niet zichtbaar voor omwonenden en recreanten.

De landschapselementen zijn blijvende elementen en versterken het landschap raamwerk dus duurzaam. Gebiedsvisie Gemeente 's-Hertogenbosch werkt momenteel aan een gebiedsvisie waar het plangebied onderdeel van uitmaakt.In aanloop naar het opstellen van de gebiedsvisie heeft er afstemming plaatsgevonden tussen de gemeente en de initiatiefnemer van het zonnepark om de plannen op elkaar af te stemmen. 2.2.2 Ontwerp Vanuit de visie, zoals in voorgaande paragraaf 2.2.1 beschreven, is een schetsontwerp opgesteld. In dit hoofdstuk wordt het ontwerp uitgelegd aan de hand van de uitgangspunten die vanuit de visie zijn opgesteld. Daarnaast zal er worden ingegaan op verdere specifieke aspecten rondom het ontwerp. 2.2.2.1 Herstellen van landschapselementen De westzijde van het plangebied bestaat uit een aantal volgroeide populieren en opslag van een rij elzen. Om de geleding van het oorspronkelijk landschap te versterken wordt de rij elzen aan de westzijde van het plangebied versterkt, waardoor er weer een volledige houtsingel ontstaat. Waar nodig worden de volgroeide populieren verwijderd, zodat er ruimte is voor een onderhoudspad en te veel schaduw op de zonnepanelen wordt voorkomen. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt tussen de zonnepanelen en de watergang een houtsingel met een breedte van 16 meter aangeplant.

Op deze wijze worden de natuurwaarden van de bosrand versterkt en wordt het zicht op het zonnepark weggenomen voor de recreanten die gebruik maken van de recreatieve bosroute over de Vinkelsestraat. Tussen de houtsingel en de watergang blijft een 5 meter brede beschermingszone als grasland gehandhaafd, zodat het waterschap het onderhoud van de watergang ook vanaf de noordzijde kan blijven uitvoeren (eis van het waterschap). Het zonnepark is, nadat de nieuwe landschapselementen tot wasdom zijn gekomen, niet zichtbaar voor omwonenden en recreanten. De landschapselementen zijn blijvende elementen en versterken het landschap raamwerk dus duurzaam. Aanvullend worden de houtsingels aan de noord- en westzijde waar nodig hersteld en verbreed met een rij struweel.

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

9

Situatietekening toekomstige situatie

Doorsnede groensingel zuidzijde plangebied

2.2.2.2 Versterken van ecologische kwaliteiten Om de biodiversiteit te versterken wordt het zonnepark, incl. de randen rondom de panelen, ingezaaid met insecten aantrekkend kruidenrijk graszaadmengsel. Daarbij zal een ecologisch zaadmengsel worden toegepast, passend bij de aanwezige grondsoort. Het beheer zal gericht zijn op het bloemrijker worden van de vegetatie en versterken van het bodemleven door bemesting achterwege te laten. Met extensief maaibeheer langs en onder de panelen wordt circa 6,2 hectare kruidenrijk grasland ontwikkeld. De brede groenstrook aansluitend op het Vinkelse bos en de versterking van de bestaande houtsingels rondom het plangebied zullen een positief effect op de biodiversiteit geven, de variatie in hoogte zal leefgebied voor verschillende soorten fauna opleveren. Binnen de zuidelijke houtsingel wordt een paddenpoel gerealiseerd. In het Vinkelse Bos zijn al enkele poelen aanwezig, deze poel zal hierbij aansluiten. Het betreft een ecologische verbinding tussen de poelen (stappen verbinding). Dieren kunnen op korte afstand van elkaar waterrijke omstandigheden vinden. Hiermee versterkt het de ecologische waarden binnen het gebied.

10

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

2.2.2.3 Zonnepanelen De zonnepanelen krijgen een maximale hoogte van circa 2,9 meter. Vanaf de rijweg Veedijk en Graafsebaan zullen de panelen niet zichtbaar zijn. Enerzijds vanwege de grote afstand tussen het zonnepark en de rijwegen, anderzijds door de houtsingels die rondom het zonnepark worden aangebracht en die al elders in de enclave staan. De panelen worden in een zuidopstelling geplaatst en zo gesitueerd dat ze de kavelinrichting volgen, hiermee worden rafelranden van afgebroken rijen zonnepanelen vermeden. Het zonnepark is, nadat de nieuwe landschapselementen tot wasdom zijn gekomen, niet zichtbaar voor omwonenden en recreanten. De landschapselementen zijn blijvende elementen en versterken het landschap op duurzame wijze. 2.2.2.4 Watergangen en overige waterhuishoudkundige aspecten Aan de zuidzijde van het plangebied ligt een A-watergang. Met het waterschap is besproken dat aan de noordzijde van de watergang - in het plangebied - een 5 meter brede beschermingszone als grasland gehandhaafd blijft, zodat het waterschap het onderhoud van de watergang ook vanaf de noordzijde kan blijven uitvoeren (eis van het waterschap). Er is onderzocht of het gedeeltelijk terugbrengen van de oorspronkelijke rabatten door middel van greppels meerwaarde heeft.

De grondwaterstand ise echter te laag om met greppels nattere delen in de kavel te verkrijgen, ten behoeve van natuurontwikkeling. Bovendien leiden de oneffenheden door de greppels tot problemen bij het beheren van de grasvegetatie binnen een zonnepark.e 2.2.2.5 Bodem Om te zorgen dat de kwaliteit van de bodem niet achteruit gaat gedurende de exploitatie van het zonnepark worden de onderconstructies (tafels) op voldoende afstand geplaatst zodat zonlicht en regenwater de bodem kan bereiken en de onderbegroeiing een kans krijgt. Wat het exacte effect van het zonnepark op de bodemkwaliteit en het bodemleven zal zijn, is op dit moment niet aan te geven. Ook in de literatuur is over dit onderwerp niet veel te vinden. In 2018 is dit vraagstuk door Wageningen Environmental Research onderzocht aan de hand van literatuuronderzoek. In dat onderzoek is geconcludeerd dat 'er vrijwel geen empirisch onderzoek is uitgevoerd naar de effecten van zonneparken op de bodemkwaliteit en het bodemleven. Om verder te komen dan expert judgement op basis van aannamen, zijn metingen noodzakelijk'. In het rapport 'Verkenning van bodem en vegetatie in 25 zonneparken in Nederland' uit februari 2021 is beschreven dat bij de zoektocht naar nieuwe publicaties sinds 2018 over effecten van zonneparken op de bodemkwaliteit geen nieuwe studies naar voren zijn gekomen die gebaseerd zijn op empirisch onderzoek.

Daarom is niet (exact) aan te geven wat het effect is op de bodemkwaliteit. 2.2.2.6 Beveiliging Om de zonnepanelen te beschermen tegen indringers wordt een landschappelijk gaashekwerk met ruime mazen en houten palen geplaatst. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere dassenburchten aanwezig, belangrijk is dat dassen ook binnen het plangebied kunnen fourageren. Om dassen (en andere kleine zoogdieren) toegang te bieden tussen de zonnepanelen zullen aan iedere zijde twee kleinwildtunnels geplaatst worden. Om het zonnepark extra te beveiligen worden op meerdere plekken camera's geplaatst. De camera's worden op palen geplaatst, op een hoogte van 3,60m. De palen zijn 3,90m lang. 2.2.2.7 Inkoopstation, transformatoren en batterij De transformatoren worden aan de westzijde, tegen de bestaande houtsingel aan, gerealiseerd. Het inkoopstation en de batterij worden in de noordwestelijke hoek gerealiseerd. Door de omliggende beplanting worden de bouwwerken aan het zicht onttrokken. Alle bouwwerken zullen te bereiken zijn door middel van een halfverhard onderhoudspad; een pad met een 30 cm onderlaag van granulaat/puin afgewerkt met een laag teelaarde waardoor het berijdbaar is en het water kan infiltreren. De gevolgen van de batterij ten aanzien van de aspecten externe veiligheid en water zijn uitgewerkt in hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid van voorliggende onderbouwing.

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

11

2.3

Relatie met verwijdering van opstallen

In de huidige situatie bevinden zich binnen het plangebied drie schuren/stallen en twee voedersleuven. Ten behoeve van het zonnepark dienen deze verwijderd te worden. De initiatiefnemer heeft contractuele afspraken gemaakt met de grondeigenaar over de oplevering van het plangebied bij de start van de bouwwerkzaamheden van het zonnepark. Deze afspraken zien erop toe dat de grondeigenaar het plangebied bouwrijp zal opleveren. Om de uitvoerbaarheid van het zonnepark aan te tonen is ervoor gekozen om in de onderzoeken naar de ruimtelijk relevante aspecten (zie hoofdstuk 4) ook de te slopen opstallen te betrekken. Voor de sloopwerkzaamheden dient de grondeigenaar een sloopmelding in / vraagt een sloopvergunning aan.

12

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Deze afwijking van het bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.

Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro, artikel 3.1.6 onder 2. De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

13

Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is. Daar wordt het volgende onder verstaan: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Zonneladder Om de landschappelijke impact te beperken en ‘wildgroei’ van grondgebonden zonnestroomsystemen te voorkomen, wordt de voorkeursvolgorde van de NOVI gevolgd. Deze brengt hiërarchie aan in het beoordelen van de geschiktheid van locaties. Voor de zonnestroomsystemen voor eigen gebruik leidt deze voorkeursvolgorde tot de volgende stappen: 1. Zonnepanelen op daken en aangevels genieten de voorkeur ten opzichte van grondgebonden zonnestroomsystemen. 2. Daarnaast kunnen grondgebonden zonnestroomsystemen binnen het bestemmingsvlak overwogen worden. Deze verdienen de voorkeur wanneer plaatsing van zonnepanelen op het dak redelijkerwijs niet rendabel kan worden toegepast. Twee voorbeelden hiervoor zijn ongeschikte dakrichting en beschaduwing van het dak. 3.

Wanneer zonnepanelen op daken en grondgebonden plaatsing van zonnepanelen binnen het bestemmingsvlak redelijkerwijs niet mogelijk zijn, kunnen grondgebonden initiatieven buiten het bestemmingsvlak overwogen worden. Drie redenen waarom plaatsing binnen het bestemmingsvlak niet mogelijk is, zijn onvoldoende beschikbare ruimte, schaduwvorming, bestaande gebruik van de tuin. De grond welke wordt aangewend dient een agrarische bestemming te hebben. Beoordeling hiervan is altijd maatwerk. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen gebieden van de NOVI. Het project heeft daarmee geen effect op één van de aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend project voorziet in een zonnepark met een oppervlakte van circa 6 ha op een bestaand agrarisch perceel in het buitengebied. Een zonnepark wordt op basis van jurisprudentie niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Omdat zij zich bij uitstek niet lenen om binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd. Een zonnepark hoeft daarom niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Zonneladder In het kader van voorliggend initiatief is de zonneladder opgenomen en uitgewerkt in paragraaf 3.2 Provinciaal beleid van voorliggende onderbouwing. Het project past binnen het rijksbeleid.

14

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Noord-Brabant Met de Brabantse omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' hebben provinciale staten in december 2018 de visie op de fysieke leefomgeving vastgesteld. De visie bevat de opgaven die er liggen voor de nabije toekomst, welke ambities en concrete doelen de provincie zichzelf heeft gesteld en hoe zij hieraan wil werken. De provincie gelooft dat men met elkaar moet zorgen voor een gezonde, veilige en mooie leefomgeving en dat zij dat kunnen bereiken met een nieuwe manier van (samen)werken. Dat door het juiste samenspel – waarbij zij streven naar synergie en meerwaarde - de kwaliteit van leven hier en nu goed samengaat met de kwaliteit van leven elders en later. Rode draad in de visie is om de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving te behouden, te versterken en door te geven aan volgende generaties. De visie benoemt ambities over hoe Brabant er in 2050 uit moet zien en stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Deze doelen zijn zelfbindend voor de provincie. De provincie heeft vier hoofdopgaven opgesteld. Aan de basis van deze hoofdopgaven liggen veiligheid, gezondheid en een goede omgevingskwaliteit. 1. Werken aan de Brabantse energietransitie 2. Werken aan een klimaatproof Brabant 3. Werken aan de slimme netwerkstad 4.

Werken aan een concurrerende, duurzame economie Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. Dit is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen (milieu, wegen, ontgronden, natuurbescherming, ruimte en water). De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid. Planspecifiek In de Interim Omgevingsverordening zijn een aantal artikelen opgenomen waaraan het project dient te worden getoetst, deze hebben betrekking op Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (Artikel 3.5), Zorgvuldig ruimtegebruik (Artikel 3.6), Toepassing van de lagenbenadering (Artikel 3.7), Meerwaardecreatie (Artikel 3.8), Kwaliteitsverbetering landschap (Artikel 3.9), Grondwaterbeschermingsgebied (Artikel 3.11), Natuur Netwerk Brabant (Artikel 3.16) en Zonneparken in het Landelijk gebied (Artikel 3.41).

Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving (lid 1). Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met (lid 2): a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie.

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

15

Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering Lid 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b.

de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

Toetsing aan Artikel 3.5 t/m 3.8 Voorliggende ontwikkeling geeft invulling aan een goede omgevingskwaliteit door rekening te houden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. De onderbouwing hiervoor is op verschillende locaties in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. De onderbouwing van zorgvuldig ruimtegebruik is opgenomen in de toetsing aan Artikel 3.41. De onderbouwing van de lagenbenadering is opgenomen in deze ruimtelijke onderbouwing en in het landschapsplan.

16

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

De onderbouwing wat betreft de meerwaardecreatie is opgenomen in de toetsing aan Artikel 3.41 en Artikel 3.9. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Elke ruimtelijke ontwikkeling in het Landelijk Gebied van de provincie Noord-Brabant dient gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving (lid 1). In het bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing behorende bij de ruimtelijke ontwikkeling moet gemotiveerd worden dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd (financieel, juridisch en feitelijk) (lid 2). De verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten (lid 3): a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Toetsing aan Artikel 3.9 De gewenste ontwikkeling betreft in voorliggend geval een zonnepark met een oppervlakte van 6 hectare binnen een plangebied van 7,2 hectare. De oppervlakte van het zonnepark betreft in dit geval de gronden binnen het hekwerk. De overige 1,2 hectare wordt gebruikt om het zonnepark in te passen in het landschap en tegelijkertijd het landschap te verbeteren. De verbetering wordt in dit geval gerealiseerd door verschillende landschapselementen in en rondom het plangebied te herstellen, versterken en toe te voegen (lid 3 sub b). Het plangebied is gelegen in een landbouwenclave met een kleinschalig mozaïeklandschap. Een deel van de elementen die dit landschap vroeger bepaalden zijn de afgelopen decennia verdwenen. Het realiseren van het zonnepark geeft de mogelijkheid om kenmerkende elementen van het kleinschalige landschap weer terug te brengen of nieuw aan te brengen. Concreet bestaat het herstellen, versterken en toevoegen uit:  Een 16 meter brede houtsingel bestaande uit verschillende struweel- en boomsoorten parallel aan de houtwal aan de zuidzijde van het plangebied.  Een 4,5 meter brede struweelhaag langs bestaande houtsingels aan de westzijde van het plangebied en een 2 meter brede struweelhaag aan de noordzijde van het plangebied.

 Het versterken van de elzensingel aan de westzijde van het plangebied door populieren te kappen en de singel aan te vullen met elzen.  Een poel met een oppervlakte van circa 400 m2 in de houtsingel. Verder wordt verbetering gerealiseerd door drie schuren/stallen te slopen en twee voedersleuven met omliggende verharding te verwijderen (lid 3 sub d en e) en ruimte te reserveren voor een wandelpad (lid 3 sub g).

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

17

Bovenstaande verbeteringen zijn financieel, juridisch en feitelijk geborgd door de uitvoering van het landschapsplan (bijlage 1) als voorwaardelijke verplichting aan de omgevingsvergunning te verbinden en doordat het initiatief economische uitvoerbaar is (paragraaf 4.8). In de ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de regels ongewijzigd opgenomen in artikel 4.11. Artikel 3.11 Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied bevindt zich op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Ontwikkelingen binnen deze gronden dienen niet te leiden tot aantasting van de kwaliteit van het grondwater, hiervoor geldt een zorgplicht (artikel 2.1). De omgevingsverordening stelt daarbij eisen ten behoeve van ontwikkelingen binnen de eerder genoemde zone:  Functies en activiteiten beperken die risico's geven voor de kwaliteit van het grondwater, zoals stedelijke ontwikkeling, het houden van evenementen en milieubelastende activiteiten die (potentieel) schadelijke stoffen gebruiken;  Het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen;  Het gebruik van schadelijke uitloogbaar bouwmateriaal verbieden. Toetsing aan Artikel 3.11 Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonnepark ter plaatse van de eerder genoemde gronden.

Het realiseren van een zonnepark is geen risicovolle/ milieubelastende activiteit betreffende de kwaliteit van het grondwater, gezien het feit dat er met deze ontwikkeling geen (potentieel) schadelijke stoffen gemoeid zijn. Daarbij voorziet voorliggende ontwikkeling niet in bodemingrepen die kunnen leiden tot aantasting van het grondwater. Bij de provincie zal melding worden gemaakt van deze ontwikkeling binnen grondwaterbeschermingsgebied. Het plan is daarmee op dit punt niet in strijd met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. In de ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de regels voor grondwaterbeschermingsgebied uitgebreid, echter heeft dit geen effect op de voorgenomen ontwikkeling. Artikel 3.16 Natuur Netwerk Brabant en toetsing Direct ten zuiden van het plangebied ligt het Vinkelse bos. Deze gronden maken onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant. In artikel 3.16 is ingegaan op de externe werking op Natuur Netwerk Brabant: bij een ontwikkeling die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant dienen de negatieve effecten waar mogelijk te worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten te worden gecompenseerd.

Gezien de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling is er geen sprake van een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van Natuur Netwerk Brabant, zie hiervoor ook de onderbouwing in paragraaf 4.3. Daarbij omvat voorliggend plan de realisatie van groen- en landschapselementen en stopt het huidige agrarische gebruik en de bijbehorende bemesting en mogelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, derhalve is er sprake van een verbetering. In de ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de regels ongewijzigd opgenomen in artikel 4.31. Artikel 3.41 Zonne-parken in landelijk gebied Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: 1. door de ontwikkeling van andere vormen van energie; 2. binnen Stedelijk gebied;

18

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

3.

b. c. d. e.

door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouwpercelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied. de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit; de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft; de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving.

Toetsing aan Artikel 3.41 onder a In de Regionale Energie Strategie (RES) zijn per regio (in dit geval Noordoost-Brabant) afspraken gemaakt over het opwekken van duurzame energie. De RES(-opgave) komt voort uit het Klimaatakkoord, waarmee zowel het Rijk als de gemeenten, waterschappen en provincies hebben ingestemd. Het Rijk vraagt de regio om vorm te geven aan de taakstelling van 49% CO2-reductie uit de gezamenlijke landelijke doelstellingen van onder andere de klimaattafel Elektriciteit in 2030. Deze taakstelling moet gerealiseerd worden door energiebesparing en nieuwe duurzame energieproductie met bestaande technieken (teneinde in 2030 operationeel te zijn). De bestaande technieken in het kader van de RES zijn zon- en windenergie. In de RES Noordoost Brabant zijn mogelijkheden voor zonne-energie binnen stedelijk gebied onderzocht. Hieruit blijkt dat de mogelijkheden binnen stedelijk gebied onvoldoende zijn om de opgave te behalen. Naast het bedekken van daken met zonnepanelen in stedelijk gebied is het noodzakelijk om andere gebieden aan te wenden. Ook landbouwgronden zijn hierbij nodig. In de Visie Energielandschap van de gemeente 's-Hertogenbosch wordt aansluiting gezocht bij de zonneladder. In dit document wordt een ruimtelijke visie op hoe zonneparken (en windturbines) op te nemen in het landelijk gebied/landschap beschreven.

Op basis van de visie zijn slechts bepaalde gebieden in de gemeente geschikt voor zonnepanelen. De gemeente 's-Hertogenbosch kiest ervoor om energieopwekking mogelijk te maken in een groot deel van haar grondgebied, maar ook om enkele gebieden op basis van landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden te beschermen. Plannen in een open landschap zijn uitgesloten. Nieuwvestiging van het zonnepark is mogelijk, omdat de zonneladder als volgt wordt doorlopen: Trede 1: In de Visie Energielandschap van de gemeente 's Hertogenbosch wordt de zonneladder als belangrijk criterium beschouwd. In de visie wordt echter ook onderkend dat het niet reëel is om eerst alle daken vol te leggen met zonnepanelen en daarna pas overige gebieden aan te wenden. Dan zullen er de komende jaren geen initiatieven voor grondgebonden duurzame energie worden ontwikkeld, terwijl dat wel noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de opgave. Trede 2: Het plangebied sluit aan op stedelijke functies zoals Autotron en vakantiepark Dierenbos. De locatie is tevens gelegen in de invloedzone van de snelweg en snelwegafrit. Bovendien is het gebied binnen de provinciale omgevingsverordening gelegen in een gebied waar verstedelijking afweegbaar is. Trede 3: Het perceel ligt niet los in het open agrarisch gebied en is niet zichtbaar vanaf de rijwegen Veedijk en Graafsebaan. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

19

Voor de Visie Energielandschap is het buitengebied onderverdeeld in 11 deelgebieden en zijn er drie verschillende strategieën onderscheiden om de ontwikkeling van duurzame energie te sturen: vrijwaren, inpassen en transformeren. Voor elk van de 11 onderscheiden deelgebieden is één van de drie strategieën van toepassing. Het project (Zonnepark Graafsebaan) ligt in deelgebied 'Hooge Heide Zuid'. In dit deelgebied wordt ruimte geboden voor zonne-energie middels de strategie 'inpassen', waarbij het NNB-gebied in beginsel wordt gevrijwaard van zelfstandige ontwikkelingsmogelijkheden voor duurzame energie. In de gebieden 'inpassen' worden onder voorwaarden van landschappelijke inpassing en het ontwikkelen van 'ruimtelijke kwaliteit' zonnevelden toegestaan. Hiermee verandert het bestaande landschap zonder dat het essentieel van karakter wijzigt. Voor elke inpassing is de ontwikkeling van een integrale visie nodig, waarin zorvuldig ruimtegebruik en versterking van ruimtelijke functies/omgevingskwaliteit geborgen wordt. Hierin staat de relatie van de locatie tot zijn omgeving centraal en wordt geconcretiseerd waar de ruimtelijke (maatschappelijke) meerwaarde (denk aan verbetering ecologie, recreatie, landbouw of kwaliteit woonomgeving) wordt behaald. De integrale visie moet aantonen dat de beoogde ontwikkeling: 1. is afgestemd met de omgeving (participatie); 2.

passend is bij de maat en schaal van het landschap; 3. het laadvermogen (draagkracht) van het landschap niet overschrijdt; 4. de kernkwaliteiten van de locatie niet aantast en de zichtbaarheid beperkt; 5. indien mogelijk, nieuwe kwaliteiten toevoegt. Denk aan de versterking van de biodiversiteit; ruimte voor waterberging of versterken van het buitengebied als recreatief uitloopgebied; 6. behalve duurzame energie opwekt, ook voorzien is van een strategie en uitvoeringsprogramma waarbij fundamenteel uitgewerkt wordt welke maatregelen genomen worden voor verdere verduurzaming van het bedrijf(sproces) en/ of de omgeving. In het landschapsplan behorende bij het project (zie bijlage 1) is deze integrale visie opgenomen. Deze integrale visie maakte ook onderdeel uit van het plan van aanpak, dat is opgesteld ten behoeve van de selectieprocedure van de gemeente 's Hertogenbosch voor zonnepark-initiatieven in het voorjaar van 2021, op basis waarvan dit project door de gemeente is geselecteerd om verder uit te werken. De verdere uitwerking is in deze ruimtelijke onderbouwing en bijlagen opgenomen. onder b Zie onderbouwing onder a. onder c De ontwikkeling past qua omvang in de omgeving. Het geheel wordt landschappelijk ingepast en er is weinig effect op de omgeving.

onder d Naast de maatschappelijke meerwaarde die duurzame energieopwekking biedt, zorgt de ontwikkeling voor herstel van landschappelijke elementen, voor een versterking van de ecologische kwaliteit ter plaatse en gaat de ontwikkeling gepaard met het verwijderen van asbest. Hiermee is sprake van een maatschappelijke meerwaarde. Daarnaast wordt conform de Visie Energielandschap invulling gegeven aan lokaal eigendom én wordt een omgevingsfonds ingericht zodat de ontwikkeling ten goede komt aan de omgeving. onder e De Visie – op basis waarvan de ontwikkeling kan worden toegestaan - en Regionale Energie Strategie zijn op regionaal niveau afgestemd. Bij de netwerkbeheerder is capaciteit gereserveerd.

20

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

Daarnaast wordt het zonnepark gerealiseerd via een omgevingsvergunning voor een termijn van ten hoogste 25 jaar (lid 3 van artikel 3.41). De oorspronkelijke toestand in het plangebied wordt na verloop van de termijn hersteld. In de ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de regels met een gewijzigde formulering opgenomen in artikel 4.54. Conclusie Het project past binnen de Omgevingsvisie, de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en de ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Ruimtelijke StructuurVisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie (RVS) vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het gemeentelijk grondgebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. Planspecifiek De gewenste ontwikkeling speelt in op de ambitie gesteld door de gemeente 's-Hertogenbosch om klimaatneutraal te worden. De structuurvisie geeft daarom ruimte aan de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen, waaronder zonne-energie. 3.3.2 Visie Energielandschap De Visie Energielandschap is in 2020 door de gemeenteraad van s' Hertogenbosch vastgesteld. Deze visie richt zich op productiemethodes met ruimtelijke impact. Dit betreft zonne- en windenergie. Zonne- en windenergie worden op dit moment gezien als de voornaamste technieken waarmee duurzame energie opgewekt kan worden. De Visie Energielandschap heeft het doel om een kader te scheppen voor besluiten die windturbines en zonnevelden mogelijk maken binnen de gemeente. De visie onderschrijft de navolgende uitgangspunten.

 Structureert een weloverwogen ruimtelijke planning waardoor de ruimtelijk-functionele kwaliteiten zo goed mogelijk worden gewaarborgd;  Geeft initiatiefnemers voor windturbines en zonnevelden en alle andere inwoners, bedrijven en organisaties helderheid over ruimtelijke kansen en beperkingen voor wind- en zonne-energie;  Maakt duidelijk hoe de gemeente aanvragen voor windturbines en zonnevelden afhandelt en erover besluit;  Creëert een perspectief voor bewoners over wat zij kunnen verwachten en hoe ze kunnen participeren.

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

21

Planspecifiek Binnen de Visie Energielandschap van gemeente 's-Hertogenbosch maakt de projectlocatie deel uit van het deelgebied De Hooge Heide Zuid waarvoor bij de ontwikkeling van zonneparken de strategie 'Inpassen' van toepassing is. Eén van de voorwaarden die aan nieuwe initiatieven binnen dit gebied worden gesteld, is dat het zonnepark dient te worden ingepast in het landschap. Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een landschapsplan opgesteld, zie bijlage 1. In het vervolg van voorliggende paragraaf wordt het initiatief aan verschillende onderdelen uit de Visie Energielandschap getoetst. Ruimtelijke en maatschappelijke kwaliteit De Visie hanteert het principe van 'positieve wederkerigheid'. Ontwikkelingen die meerdere doelen nastreven leveren nieuwe maatschappelijke waarde op. Het is de uitdaging om te zoeken naar een manier waarop duurzame energieopwekking ontwikkeld kan worden en tevens de ruimtelijke en maatschappelijke kwaliteit verbetert. Deze ruimtelijke kwaliteit wordt geborgen door het zonnepark in te passen op basis van een integrale visie (zie 'Inpassen'). Daarnaast is verduurzaming van de energievoorziening een brede maatschappelijke opgave. Door als integraal onderdeel maatregelen op te nemen, wordt gezorgd dat de ontwikkeling aan de samenleving als geheel ten goede komt.

Een eventuele onevenwichtigheid tussen de maatschappelijke (en financiële) baten en lasten worden hierbij in balans gebracht.

22

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

Bescherming landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden Ter bescherming van de landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden stelt de Visie zes uitgangspunten centraal. Deze zijn benoemd in paragraaf 3.5 van onderdeel B. Zo wordt gesteld dat de ontwikkeling van zonne-energie een integrale benadering vergt, waarbij meerdere doelen met elkaar verenigd worden (uitgangspunt 1). Dit is opgenomen in de integrale visie van dit plan. Daarin wordt onder meer de maatschappelijke meerwaarde en verbetering van ruimtelijke kwaliteit (uitgangspunt 4) behandel, alsmede de invloed op het woon- en leefklimaat van omwonenden (uitgangspunt 5). De ontwikkeling houdt daarnaast zoveel mogelijk rekening met natuurwaarden en beschermde soorten (uitgangspunt 6). Dit wordt behandeld in paragraaf 4.3 van dit document. Door rekening te houden met de zonneladder is gewaarborgd dat voor voorliggend plan een gedegen afweging is gemaakt met betrekking tot de ontwikkelingslocatie (uitgangspunt 2). Inpassen (alleen zonne-energie) In deze gebieden worden onder voorwaarden van landschappelijke inpassing en het ontwikkelen van ‘ruimtelijke kwaliteit’ zonnevelden toegestaan. Hiermee verandert het bestaande landschap zonder dat het essentieel van karakter wijzigt. Voor elke inpassing is de ontwikkeling van een integrale visie nodig.

Hierin staat de relatie van de locatie tot zijn omgeving centraal en wordt geconcretiseerd waar de ruimtelijke (maatschappelijke) meerwaarde (denk aan verbetering ecologie, recreatie, landbouw of kwaliteit woonomgeving) wordt behaald. Uitvoeringsprogramma Visie energielandschap Voorliggend initiatief wordt opgericht binnen een kleinschalig landschap dat wordt benoemd in paragraaf 3.2.7 van onderdeel B van de Visie Energielandschap. Daarmee is voorliggend initiatief op grond van onderdeel C van de visie aan te merken als een eerste tranche project. Daarmee draagt voorliggend initiatief bij aan de doelstelling uit de visie om 100 hectare aan zonneparken te realiseren die passen binnen het kader van de door de gemeente afgebakende 'eerste tranche' projecten. Handelingsperspectief De ontwikkeling van een zonnepark moet aantoonbaar meerwaarde creëren. Het zonneveld moet ruimtelijk zorgvuldig zijn ingepast en het windpark moet in omvang, situering en plaatsing reageren op de kenmerken van het onderliggend landschap. Aan de hand van de volgende 6 stappen biedt de gemeente kader voor nieuwe initiatieven om deze meerwaarde te behalen: Stap 1: Maak een analyse en start vanuit de bestaande kwaliteit De opgave is om een zonnepark zodanig te ontwikkelen dat energieopwekking bijdraagt aan een waardevol landschap.

Dit kan bereikt worden door het behoud en het versterken van bestaande landschappen of door het ontstaan van nieuwe landschappen. De landschappelijke inpassing van voorliggend initiatief heeft voornamelijk als doel om het bestaande landschap te versterken. Daartoe is allereerst een analyse gemaakt van het bestaande landschap en de daarbinnen voorkomende landschappelijke kwaliteiten en verbeterpunten. Daarbij is niet alleen gekeken naar landschapselementen maar ook naar provinciale- en gemeentelijke beleidskaders. De analyse van het bestaande landschap is nader uitgewerkt in het landschapsplan uit bijlage 1. Stap 2: Organiseer een zorgvuldig omgevingsproces (als onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek, nadat het initiatief is geselecteerd) Door IX Zon is een zorgvuldig proces doorlopen waarbij de omgeving is geïnformeerd en inbreng heeft gehad op het plan voor het zonnepark. Voor het omgevingsproces is gebruik gemaakt van de Bossche Omgevingdialoog. Dit zijn handvatten van de gemeente die initiatiefnemers kunnen gebruiken. De handvatten helpen om de omgevingsdialoog aan te gaan met de omgeving.

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

23

Gedurende het omgevingsproces zijn gesprekken gevoerd met omwonenden, aanliggende grondeigenaren, lokale bedrijven en publieke partijen. Naar aanleiding van de gesprekken zijn beperkte aanpassingen aan het plan gedaan maar de reacties waren overwegend positief. In paragraaf 5.1 is een verslag opgenomen van het omgevingsdialoog. Een uitgebreide versie van dit verslag is te raadplegen in bijlage 6. Stap 3: Maak vervolgens vanuit de analyse een ontwerp In onderdeel C van de visie benoemt de gemeente verschillende ruimtelijke en ontwerpuitgangspunten voor het ontwerp. Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij de uitwerking van het landschapsplan uit bijlage 1 en voorliggende ruimtelijke onderbouwing. In navolgende tekst een korte toelichting van de belangrijkste uitgangspunten. De zonneladder is uitgewerkt in het landschapsplan uit bijlage 1. De nieuwe landschapselementen zijn afgestemd op het ter plaatse voorkomende landschap. Stap 4: Maak de ruimtelijke kwaliteit concreet Voorliggend initiatief creëert op verschillende manieren meerwaarde, onder andere op de onderdelen 'landschap', 'natuur' en 'recreatie'. De landschappelijke meerwaarde wordt in dit geval gerealiseerd door verschillende landschapselementen in en rondom het plangebied te herstellen, versterken en toe te voegen. Het plangebied is gelegen in een landbouwenclave met een kleinschalig mozaïeklandschap.

Een deel van de elementen die dit landschap vroeger bepaalden zijn de afgelopen decennia verdwenen. Het realiseren van het zonnepark geeft de mogelijkheid om kenmerkende elementen van het kleinschalige landschap weer terug te brengen of nieuw aan te brengen. Het nieuwe wandelpad dat onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke inpassing betreft een recreatieve (en maatschappelijke) meerwaarde. Ook draagt de toekomstige inrichting van het zonnepark bij aan de totstandkoming van nieuwe vestigings-, verblijf- en schuilplaatsen voor planten en dieren, bijvoorbeeld door de aanleg van de nieuwe poel (natuurlijke meerwaarde). Stap 5: Maak de maatschappelijke meerwaarde concreet Meerwaarde in brede zin Bij de totstandkoming van voorliggend initiatief en het uiteindelijke ontwerp van het zonnepark is bekeken op welke manier het plan bij kan dragen aan de ontwikkeling van het gebied. Daartoe is een kader gemaakt (integrale visie gebied) waarbinnen het zonnepark nader is uitgewerkt. Dit kader is beschreven in subparagraaf 2.2.1. Uitgangspunten zonenergie Het initiatief moet voldoen aan de provinciale voorwaarde omtrent kwaliteitsbijdrage aan het landschap. Daarvan is sprake, zie verder paragraaf 3.2.

Lokaal eigendom en Bijdrage omgevingsfonds Conform de Visie Energielandschap wordt invulling gegeven aan lokaal eigendom én wordt een omgevingsfonds ingericht zodat de ontwikkeling ten goede komt aan de omgeving, zie verder 3.2. Stap 6: Evaluatie en bijsturing Bij voorliggend initiatief is geen sprake van een gefaseerde aanpak. Een nadere onderbouwing van deze stap is niet aan de orde. Conclusie Het initiatief past binnen de Visie Energielandschap.

24

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

3.3.3 Verordening Bomen, Groen en Water In de 'Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021' zijn regels opgenomen over activiteiten in de fysieke leefomgeving specifiek wat betreft het vellen van beschermde houtopstanden, het lozen van grondwater en hemelwater en het verplicht realiseren in het geval van verhardingstoename. Planspecifiek Met voorliggend initiatief verdwijnt de bestaande verharding van de schuren en de aangrenzende buitenverharding. Door de hellingshoek van de panelen stroomt hemelwater via de panelen naar de onverharde grond onder de panelen. Hemelwater wordt op die manier geïnfiltreerd in de bodem. De panelen worden hierom in het kader van hemelwaterinfiltratie niet tot verharding gerekend. Het onderhoudspad (het pad is waterdoorlatend) wordt tevens niet tot verharding gerekend. Alleen ter plaatse van de transformatoren en de batterij komt verharding. Het verhard oppervlak blijft hiermee kleiner dan 500 m2. Op grond van de Verordening Bomen, Groen en Water is een compensatie niet nodig. In relatie tot de toekomstige inrichting van het zonnepark komt er alleen verharding ter plaatse van de transformatoren en de batterij. Het onderhoudspad (het pad is waterdoorlatend) worden niet tot verharding gerekend. Door de hellingshoek van de panelen stroomt hemelwater via de panelen naar de onverharde grond onder de panelen.

Hemelwater wordt op die manier geïnfiltreerd in de bodem. Op grond van het bepaalde in de Verordening Bomen, Groen en Water is het daarom niet verplicht om groen te realiseren om een toename van verharding te compenseren. Het initiatief is passend binnen de Verordening. 3.3.4 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van de project locatie geldt het bestemmingsplan "Buitengebied", vastgesteld op 20 juli 2011 door de gemeente 's-Hertogenbosch. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het plangebied binnen het vigerende bestemmingsplan.

Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: Ruimtelijke plannen)

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

25

Binnen de project locatie geldt de bestemming 'Agrarisch". Daarbij geldt er binnen het plangebied de gebiedsaanduiding "Reconstructiewetzone - extensiveringsbeleid", en in het westen "Agrarisch bouwvlak". Binnen de geldende bestemmingen zijn er alleen mogelijkheden voor duurzame energieopwekking binnen een bouwvlak. In het plangebied is geen toereikend bouwvlak aanwezig. Daarmee is het initiatief binnen het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied" niet mogelijk.

26

Zonnepark Graafsebaan, Rosmalen

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

Voor een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de uitvoerbaarheid aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1

Milieu

4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming is met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek Voorliggend project maakt de ontwikkeling van een zonnepark mogelijk. Een zonnepark is geen bodemgevoelige functie, waarmee op voorhand kan worden gesteld dat de kwaliteit van de bodem in lijn is met het toekomstig functiegebruik. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5 (fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). De grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12332642/1