CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Ontwikkelkader (m.e.r. beoordeling)

Gemeenteraad 10 december 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwikkelkader Van Herpense Weide9.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanmeldnotitie plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide te ’s-Hertogenbosch

Projectnummer:NL-HtGM-PMSW-965 Datum: 19 augustus 2024 Definitief

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Waarom een plan m.e.r.-beoordeling 1.2.1. Wet- en regelgeving 1.2.2. Noodzaak van de beoordeling 1.2.3. Toetsingscriteria voor activiteiten in een plan m.e.r-beoordeling

3 3 4 4 4 5

2.

Kenmerken en plaats van het plan Van Herpense Weide 2.1. Ligging projectgebied en bestaand grondgebruik 2.2. Aard en omvang van de ontwikkeling 2.3. Gevoelige gebieden 2.4. Overige kenmerken 2.5. Cumulatie met andere projecten

7 7 7 8 10 10

3.

Kenmerken van de potentiële effecten 3.1. Waarde en kwetsbaarheid van het gebied 3.1.1 Bodem 3.1.2 Archeologie 3.1.3 Cultuurhistorie 3.1.4 Verkeer en parkeren 3.1.5 Luchtkwaliteit 3.1.6 Geluid 3.1.7 Natuurbescherming 3.1.8 Weging van de waterbelangen 3.1.9 Omgevingsveiligheid 3.1.10 Trillingen 3.1.11 Geur 3.2. Risico's voor de menselijke gezondheid of het milieu 3.3. Bereik en aard van de effecten 3.4. Waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid 3.5. Cumulatieve aard van de effecten

12 12 12 12 13 14 15 17 19 20 21 23 23 24 24 24 24

4.

Conclusie

25

2

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide

1. 1.1

Inleiding Aanleiding

De locatie was tot voor kort in gebruik als sociale werkplaats Weener XL. De sociale werkplaats heeft een nieuw onderkomen elders in de gemeente gevonden, waardoor de locatie is vrijgekomen voor herontwikkeling. De huidige opstallen worden grotendeels (gefaseerd) gesloopt. De locatie is – gelet op de ligging naast een bestaande woonwijk – uitermate geschikt voor woningbouwontwikkeling. De naastgelegen woonwijk is recent volledig gerenoveerd en in hoofdzaak eigendom van de woningcorporatie die ook aan het onderhavige project deelneemt. De locatie is gelegen in de spoorzone die door de stad loopt en grenst aan de binnenstad. Het gebied wordt aan drie zijden begrensd door spoorwegen en (ontsluitings)wegen, daarvan afgescheiden door een beperkte wateren groenstructuur. Aan de andere zijde van de spoorweg bevindt zich een gezoneerd bedrijventerrein. De ligging en de ruimtelijke opzet van het plangebied, alsmede het naastgelegen verkeersknooppunt zijn weergegeven in onderstaande figuur. De beoogde ontwikkeling bestaat vrijwel geheel uit woningbouw (+/- 470 appartementen), inclusief parkeervoorziening in een parkeerhuis en groene/blauwe ingevulde buitenruimte die dienstbaar zijn aan de te ontwikkelen woningbouw. Mogelijk wordt een zeer beperkt aanvullend programma met een maatschappelijk karakter toegevoegd, zoals een wijk-/buurtcentrum of gezondheidsinstelling.

Dit aanvullend programma wordt alsdan gehuisvest in het enige te handhaven gedeelte van de huidige sociale werkplaats, bestaande uit het huidige entree gebouw.

Figuur1: projectgebied in zijn directe omgeving (bron: Google maps)

3

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide 1.2 1.2.1

Waarom een plan M.e.r-beoordeling Wet- en regelgeving

In paragraaf 16.4.1 van de Omgevingswet zijn regels opgenomen over de milieueffectrapportage voor plannen en programma’s. Uit 16.34, eerste lid, van de Omgevingswet volgt dat deze paragraaf gaat over de milieueffectrapportage voor plannen en programma’s als bedoeld in artikel 2, onder a, van de smb-richtlijn1, waarvan de vaststelling is geregeld in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen en waarin het voor de vaststelling van die plannen en programma’s bevoegde bestuursorgaan en de procedure voor de opstelling ervan is vastgelegd. Uit het tweede lid van dit artikel volgt dat in deze paragraaf onder een plan of programma in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Artikel 16.36, eerste lid, van de Omgevingswet bepaalt dat bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport wordt gemaakt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat het bevoegd gezag voor een plan of programma een milieueffectrapport maakt als bij de voorbereiding een passende beoordeling moet worden gemaakt.

Uit het derde lid van dit artikel volgt dat voor een plan of programma als bedoeld in het eerste of tweede lid dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden op lokaal niveau of voor kleine wijzigingen van een plan of programma als bedoeld in het eerste of tweede lid het bevoegd gezag een milieueffectrapport maakt als dat plan of programma of de wijzigingen daarvan aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Uit het vierde lid van dit artikel volgt dat voor een plan of programma dat het kader vormt voor andere projecten dan bedoeld in het eerste lid het bevoegd gezag een milieueffectrapport maakt als dat plan of programma aanzienlijke milieueffecten kan hebben. 1.2.2

Noodzaak van de beoordeling

Op het moment dat een bepaald document, zoals een ruimtelijk-functioneel kader of ontwikkelkader, materieel moet worden gekwalificeerd als programma in de zin in artikel 3.5 van de Omgevingswet merken we dit document aan als plan of programma in de zin van artikel 16.34, eerste lid, van de Omgevingswet. Bij een ontwikkelkader gaat het bijvoorbeeld om een uitwerking van het te voeren beleid van de ontwikkeling van een bepaald deelgebied. Dit betekent dat het document onder de reikwijdte van paragraaf 16.4.1 van de Omgevingswet over milieueffectrapportage bij plannen en programma’s komt te vallen. Of uiteindelijk een plan-mer(beoordelings)plicht geldt, moet worden nagegaan of sprake is van één van de gevallen als bedoeld in artikel 16.36 van de Omgevingswet. Uit dit artikel volgt dat een plan-mer moet worden gemaakt, indien: het plan of programma het kader vormt voor projectmer-(beoordelings)plichtige projecten, als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, van de Omgevingswet in samenhang gelezen met bijlage V van het Omgevingsbesluit; (of) In bijlage V van het Omgevingsbesluit is aangewezen in welke gevallen een project-mer -plicht (kolom 2) of project-mer-beoordelingsplicht (kolom 3) geldt.

1

De eisen aan een plan-mer-beoordeling (bijlage II Europese SMB richtlijn) en project-mer-beoordeling (bijlage III Europese mer-richtlijn) zijn tekstueel enigszins anders. In jurisprudentie is gesteld dat beide inhoudelijk vergelijkbaar zijn.

4

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide Gevallen zijn: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein (J10) of de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen (J11), (kolom 3) Hier valt de ontwikkeling Van Herpense Weide onder. Er geldt echter daarnaast de volgende belangrijke uitzondering, waarbij geen plan-mer hoeft te worden gemaakt, maar een plan-mer-beoordeling mag worden uitgevoerd (artikel 16.36, derde lid, van de Omgevingswet): Als sprake is van een klein gebied op lokaal niveau Het gaat daarbij om een plan of programma dat betrekking heeft op een klein gebied, dat wordt vastgesteld door een bestuursorgaan van een gemeente. Uit artikel 11.1, derde lid, van het Omgevingsbesluit volgt dat van een klein gebied sprake is als de omvang van dat gebied in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente klein is. Vooralsnog wordt vast gehouden aan het in de Nederlandse rechtspraak geaccordeerde richtcijfer van 1% : een gebied van ongeveer 1% van het grondgebied van de gemeente merken we als ‘klein gebied’ aan.

Omdat we een relatief groot grondgebied hebben, wordt in dit geval bij de ontwikkeling bij Van Herpense Weide (0.04%) voldaan aan het richtcijfer van 1% en geldt dus een plan-mer-beoordeling in plaats van een directe plan-mer-plicht. 1.2.3

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een plan m.e.r-beoordeling

Bij het beoordelen of er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden de toetsingscriteria gehanteerd die zijn gebaseerd op Europese regelgeving. In bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. staan drie criteria met uitgangspunten per criterium benoemd: kenmerken van de activiteit, plaats van de activiteit en kenmerken van het potentiële effect. 1. Kenmerken van de projecten: Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang van het project, b) de cumulatie met andere projecten, c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, d) de productie van afvalstoffen, e) verontreiniging en hinder, f) risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. Plaats van de projecten: Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) het bestaande grondgebruik, b) de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands ii. kustgebieden iii. berg- en bosgebieden iv. reservaten en natuurparken

5

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide v. gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn) vi. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen over milieukwaliteit reeds worden overschreden; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid viii. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: a) het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), b) het grensoverschrijdende karakter van het effect c) 'de waarschijnlijkheid van het effect, d) de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

6

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide 2. 2.1

Kenmerken en plaats van het plan Van Herpense Weide Ligging projectgebied en bestaand grondgebruik

Het plangebied is gelegen in de Noordelijke spoorzone die door de stad loopt en grenst aan de binnenstad. Het gebied wordt aan drie zijden begrensd door twee spoorwegen en twee (ontsluitings)wegen, daarvan afgescheiden door een beperkte water- en groenstructuur. Aan de andere zijde van de spoorweg ’sHertogenbosch - Utrecht bevindt zich een gezoneerd bedrijventerrein. Het perceel is bestemd voor bedrijfsmatige doeleinden, het huidige gebruik is dan ook bedrijfsmatig. De gronden zijn voor een groot deel bebouwd en verhard. Het perceel wordt omringd door groen structuren en een aantal watergangen. In onderstaande afbeeldingen zijn de begrenzing en ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving weergegeven.

Figuur 2: projectgebied Van Herpense Weide

Figuur 3: Ligging projectgebied in de spoorzone

7

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide 2.2

Aard en omvang van de ontwikkeling

De beoogde ontwikkeling bestaat vrijwel geheel uit woningbouw (+/- 470 appartementen), inclusief parkeervoorziening in een parkeerhuis en groene/blauwe ingevulde buitenruimte die dienstbaar zijn aan de te ontwikkelen woningbouw. Mogelijk wordt een zeer beperkt aanvullend programma met een maatschappelijk/ creatief karakter toegevoegd, zoals een wijk-/buurtcentrum of gezondheidsinstelling. Dit aanvullend programma wordt alsdan gehuisvest in het enige te handhaven gedeelte van de huidige sociale werkplaats, bestaande uit een bedrijfsruimte van circa 1.500 m² bvo (huidige entree gebouw). In figuur 4 is een ontwerp planschets van de inrichting van het projectgebied. De uiteindelijke inrichting kan afwijken van deze ontwerp schets afhankelijk van onderzoeken die nog worden uitgevoerd.

Figuur 4: Planschets van het projectgebied (bron: gemeente ’s-Hertogenbosch)

2.3

Gevoelige gebieden

Om te onderzoeken of belangrijke nadelige effecten op het milieu kunnen optreden, is ook van belang in hoeverre de beoogde ontwikkeling van Van Herpense Weide gevoelige gebieden kan raken. Dit betreft zaken als natuurgebieden en cultuurhistorische waarden. Natuurgebieden Het projectgebied ligt op circa 1,9 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, waar stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn (zie figuur 5). Het betreft Nature 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. In die gebied is sprake van een overbelaste situatie doordat op verschillende habitats de achtergronddepositie hoger is dan de kritische depositiewaarde (KDW) van dat habitat.

8

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide

Figuur 5: Projectgebied Van Herpense Weide in omgeving inclusief Natura 2000-gebied

Het projectgebied is geen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 0,4 kilometer van het projectgebied (zie figuur 6).

Figuur 6: Projectgebied Van Herpense Weide in omgeving inclusief Natuurnetwerk Nederland

9

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide

2.4

Overige kenmerken

De beoogde ontwikkeling bestaat vrijwel geheel uit woningbouw (+/- 470 appartementen), inclusief parkeervoorziening in een parkeerhuis en groene/blauwe ingevulde buitenruimte die dienstbaar zijn aan de te ontwikkelen woningbouw en heeft gezien de aard en omvang geen bijzondere kenmerken ten aanzien van:  de mate waarin het plan een kader vormt voor projecten en andere activiteiten met betrekking tot de ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden alsmede wat betreft de toewijzing/ gebruik van natuurlijke hulpbronnen;  de mate waarin het plan, met inbegrip van die welke deel zijn van een hiërarchisch geheel, beïnvloedt;  de relevantie van het plan voor de integratie van milieuoverwegingen, vooral met het oog op de bevordering van duurzame ontwikkeling (zie hoofdstuk 3);  de productie van afvalstoffen;  risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2.5

Cumulatie met andere projecten

De locatie Van Herpense Weide maakt onderdeel uit van ontwikkeling van het centrum van ’s-Hertogenbosch als geheel: de Brede binnenstad. De Brede binnenstad van 's-Hertogenbosch speelt een cruciale rol in het faciliteren van de lokale en regionale woningbouwopgave. Deze stedelijke kern biedt mogelijkheden voor verdichting binnen het bestaande gebied, wat bijdraagt aan het creëren van diverse en levendige wijken met zowel werkplekken als voorzieningen. De ruimtelijke ontwikkelingen richten zich naast Van Herpense Weide op verschillende andere gebieden, waaronder de Bossche Stadsdelta ,het Gasthuiskwartier, de Stationsknoop, het EKP-terrein, het Innovatiedistrict, het Paleiskwartier en Willemspoort Zuid. In totaal zijn ca. 5.600 woningen en ca. 6.300 arbeidsplaatsen in dit gebied voorzien.

Figuur 7: Autonome ontwikkelingen rond Van Herpense Weide

Cumulatie is het tegelijk optreden van effecten waardoor het totaaleffect groter wordt. In het kader van Van Herpense Weide kan sprake zijn van twee soorten cumulatie: • Binnen het project: cumulatie van effecten van de deelgebieden samen; • Met andere projecten in en rond het plangebied (autonome ontwikkelingen). Cumulatie is met name relevant als het effect bij Van Herpense Weide gering is en niet aanzienlijk, maar cumulatie met effecten van andere deelgebieden en/of projecten in de omgeving ervoor zorgt dat het totaaleffect groter en daarmee mogelijk wel aanzienlijk is. Als het effect Van Herpense Weide op zichzelf al aanzienlijk is, zijn sowieso maatregelen nodig om het effect te voorkomen dan wel te beperken (mitigatie). Daar verandert cumulatie met andere projecten niets aan.

10

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide Cumulatie is ook niet relevant als Van Herpense Weide geen negatieve effecten veroorzaakt, omdat er in dat geval geen basis is om aanvullende effecten te beschouwen of te combineren met die van andere projecten in de omgeving. Het gaat bij cumulatie om het toevoegende effect van andere deelgebieden en/of andere projecten op het effect van Van herpense Weide. Het gaat niet om een toetsing van de effecten van de omliggende projecten. Dat gebeurt in het kader van de plan- en besluitvorming voor die projecten. Om te bepalen of er sprake is of kan zijn van cumulatie met andere projecten is (bovenstaand) een inventarisatie gedaan van projecten in en rond het plangebied. Dit globaal, gericht op de grotere projecten met verwachte effecten en waarvan verwacht kan worden dat er sprake kan zijn van cumulatie. Mer-technisch/juridisch hoeven bij cumulatie alleen die projecten betrokken te worden waarover een plan is vastgesteld / besluit is genomen (bv omgevingsplan of vergunning) maar die nog niet zijn gerealiseerd. Projecten die al zijn gerealiseerd behoren tot de achtergrond / huidige situatie.

Projecten waarvoor planvorming is gestart maar waarover nog geen besluit is genomen worden “nog onzekere toekomstige ontwikkelingen genoemd” en hoeven strikt genomen niet bij cumulatie betrokken te worden. Ditzelfde geldt voor trendmatige ontwikkelingen als klimaatverandering e.d. Van de bovengenoemde autonome ontwikkelingen is het EKP terrein vastgesteld, maar nog niet gerealiseerd. Daarnaast is het bestemmingsplan Diezebrug onherroepelijk. De rest is al gerealiseerd of nog in planvorming. Cumulatie van effecten van Van herpense Weide en/of overige stedelijke ontwikkelingen kan met name optreden op de aspecten verkeer en hinderaspecten, zoals geluid en luchtkwaliteit. Voor overige aspecten is het effect lokaal (bijvoorbeeld archeologie, bodem) of de onderlinge afstand te groot voor een gezamenlijk effect (bijvoorbeeld grondwater). In het verkeersmodel is rekening gehouden met autonome ontwikkelingen (voor zover bekend bij het opstellen van het model). Daarmee geeft het verkeersmodel naast de effecten van Van Herpense Weide alleen ook de verkeersintensiteiten van alle ontwikkelingen samen. De toename van geluid van Van Herpense Weide is naar verwachting dermate gering, dat ook in cumulatie met andere ontwikkelingen in de omgeving het effect gering en niet aanzienlijk negatief zal zijn.

Ook de toename van uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door de Van Herpense Weide is naar verwachting dermate gering, dat ook in cumulatie met andere ontwikkelingen in de omgeving het effect gering en niet aanzienlijk negatief zal zijn. Meer nog dan bij geluid geldt dat de luchtkwaliteit in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch vooral bepaald door de (landelijke) achtergrondconcentraties. Conclusie is dat er geen sprake is van wezenlijke cumulatie van effecten van Van Herpense Weide met andere ontwikkelingen in en rond de binnenstad en dat cumulatie er daarmee niet leidt aanzienlijke negatieve milieueffecten. De ontwikkeling van Van Herpense Weide betreft daarnaast een kleine ontwikkeling qua omvang (<1%) binnen het grondgebied van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De effecten van de planontwikkeling zijn er niet of hebben een beperkte omvang (zie hoofdstuk 3) en zullen verwaarloosbaar zijn ten opzichte van de effecten van andere ontwikkeling binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch. Er is dus geen sprake van significante effecten door cumulatie door de toekomstige realisatie van plangebied Van Herpense Weide.

11

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide 3.

Kenmerken van de potentiële effecten

Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste milieueffecten van het plan. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de nieuwe beoogde situatie uit het plan te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de bestaande situatie inclusief de effecten van autonome ontwikkelingen. In de directe omgeving van het plan zijn geen significante ontwikkelingen voorzien die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling van Van Herpense Weide. 3.1 3.1.1

Waarde en kwetsbaarheid van het gebied Bodem

De locatie van het plan is deels onderzocht in een 4-tal bodemonderzoeken. Bij 3 onderzoeken is slechts een lichte verontreiniging met minerale olie en zware metalen in respectievelijk grond en grondwater aangetoond. Daarnaast is in het kader van de BSB-operatie een onderzoek verricht naar potentieel verdachte locatie/ bedrijfsactiviteiten in het verleden. Ook hier bleek sprake te zijn van een lichte verontreiniging. De inpandige opslag van bestrijdingsmiddelen, verf en chemisch afval evenals het ketelhuis en de spuiterij zijn niet beoordeeld. Aangenomen mag worden dat door de aanwezigheid van vloeistofdichte vloeren geen noemenswaardige bodem- bedreiging heeft plaatsgevonden. De ontwikkeling zelf leidt ook niet tot bodemen/of grondwaterverontreiniging. Uit de onderzoeken blijkt dat er op milieu hygiënische gronden geen beperkingen zijn tegen het voorgenomen plan/ nieuwe functies. Mocht onverhoopt de bodemkwaliteit de functie niet toelaten, wordt er gesaneerd, wat betekent dat verbetering van de bodemkwaliteit plaatsvindt. Vanuit het milieuaspect bodem zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. 3.1.2

Archeologie

Op het perceel geldt over het algemeen een lage archeologische verwachting (figuur 8). Uitzondering vormen de zones aan de noord en oostkant. Hier is sprake van een hoge verwachting voor sporen van de Stelling 1629. De precieze ligging van deze stelling werken is onduidelijk omdat het lastig is om de historische kaarten nauwkeurig op de bestaande topografie te projecteren. Bovendien is niet altijd duidelijk of de getekende stellingwerken ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd. In het uiterste zuidwesten is een zone met een middelhoge verwachting aanwezig. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van een oude riviergeul. In grote delen van het plangebied geldt geen noodzaak tot archeologisch onderzoek. Een uitzondering vormen de zones waar resten van de Stelling 1629 te verwachten zijn en de zone waar een riviergeul in de ondergrond aanwezig is. Indien in deze zones graafwerkzaamheden gepland zijn, kunnen deze tot verstoring van archeologische waarden leiden. Afhankelijk van de aard van de geplande ingrepen zal archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Deze onderzoeksverplichting is via een archeologische dubbelbestemming in het bestemmingsplan geregeld.

Figuur 8: Uitsnede archeologische verwachtingskaart met aanwezige bebouwing.

12

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide

Ter plaatse van het plan(gebied) is dus voor een heel klein gedeelte in het tijdelijke omgevingsplan de archeologische dubbelbestemming ‘waarde-archeologie-2’opgenomen. Deze dubbelbestemming (aandachtsgebied) beschermt (potentieel) aanwezige archeologische waarden in de bodem. In dit geval houdt de bescherming in de bouwregels in dat er zonder afwijkingen niet meet dan 50 m2 aan bouwwerken toegevoegd mag worden tenzij de grondroerende werkzaamheden bij bijbehorende plan niet dieper dan 50 cm beneden maaiveld plaatsvinden. Voor het plan zijn geen significante bodemingrepen voorzien die voor een verstorend effect kunnen hebben voor archeologische resten. De gronden in het plan(gebied) zijn in het verleden al deels geroerd waardoor de kans op archeologische vondsten klein tot nihil is. Vanuit het aspect archeologie zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. 3.1.3

Cultuurhistorie

Het plan vindt niet plaats in een cultuurhistorisch waardevol gebied maar op een reeds bestaand bedrijventerrein. In het plan(gebied) zijn geen specifieke cultuurhistorische waarde aanwezig. Het entreegebouw van de voormalige Weener XL locatie bezit kwaliteit en identiteit door de kenmerkende V-vormige kolommen structuur en een fraaie ronde trapopgang met daklicht erboven.

Niet alleen architectonisch is het markant maar juist door het gebruik in de afgelopen decennia is zij een belangrijke symbolische en culturele waarde geworden van dit gebied. Een plek waar niet gewoond werd maar gewerkt. Dit maakt het een typerend pand die de historie van de plek verbeeld en zal worden opgenomen in het nieuwe plan. Om de historische waarde en de karartistiek van de oude weenerXL niet verloren te laten gaan wordt er in het hart van het middengebied een plein gerealiseerd met hergebruikte materialen, gewonnen uit de sloop van het weenerXL complex. Op deze manier zijn het verleden en heden op een fraaie manier zichtbaar met elkaar verbonden. Materialen zoals stalen spanten en betonvloeren zullen worden hergebruikt en krijgen een tweede leven. De stalen spant structuren kunnen worden begroeid waardoor er een prachtig groene pergola kan ontstaat op het plein. Het markante entreegebouw van de weenerXL, met de bijzondere v-vormige kolommen, blijft behouden en is opgenomen in de ruimtelijke planopzet. De vrije ruimte rondom het gebouw laat het toe zich in volle glorie te kunnen blijven tonen aan de omgeving, passend binnen de nieuwe ruimtelijke constellatie Van Herpense Weide. Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten.

13

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide 3.1.4

Verkeer en parkeren

Bereikbaarheid Voor de ontsluiting van de woonbuurt is een structuur gekozen waarbij al het meeste parkeren wordt opgevangen in een gebouwde parkeervoorziening aan de westzijde, langs het spoor. Daarnaast zijn aan de zuidzijde van het plangebied nog parkeervoorzieningen op het maaiveld voor bezoekers gepositioneerd. De gehele ontsluiting van gemotoriseerd verkeer vindt via de zuidzijde plaats richting de weg Orthen. Er wordt geen auto-verbinding gemaakt met de bestaande woonbuurt Orthen-Links. Hier komt wel een calamiteiten doorgang voor hulpdiensten, die gebruik kunnen maken van de aanwezige fietsvoorziening. De twee woonbuurten Orthen-Links en Orthen-Rechts blijven wel met elkaar verbonden via de bestaande onderdoorgang onder de Orthenseweg door. We kiezen er bij het infraknooppunt Zandzuigerstraat/Orthen bewust voor om de parallelstructuur aan weerszijde van de hoofdrijbaan alleen toegankelijk te maken voor fiets en lopen. Hier wordt het gemotoriseerde verkeer geweerd en gedwongen om via de hoofdstructuur te ontsluiten, ten gunste van de leefbaarheid in de omliggende buurten. Voor de fiets/loopstructuur zijn er twee wensen voor de goede verbindingen van de nieuwe buurt. Enerzijds is dat een spooronderdoorgang richting de Ertveldweg. Hierdoor krijgt de buurt een directe aansluiting op de daar te realiseren doorfietsroute Zaltbommel-’s-Hertogenbosch.

Daarnaast ligt er een wens voor een spooronderdoorgang richting het winkelcentrum aan de Gruttostraat. Hierdoor ontstaat een kortere route van de nieuwe woonbuurt naar het winkelcentrum. Beide routes zijn aanvullend op de bestaande routes en zorgen voor een fijnmaziger fiets/loopnetwerk waarbij de barrièrewerking van het spoor wordt verkleind. Tussen de nieuwe woonbuurt en de bestaande buurt Orthen-Links worden verschillende fiets- en wandelpaden gesitueerd voor een zo fijnmazig mogelijk aantakking van de nieuwe buurt op de bestaande. Wandelverbindingen tussen de parkeerplaatsen en de woningen zijn aantrekkelijk, ontspannen en logisch zonder rigide te zijn. Deze routes vormen gelegenheid tot sociaal ontmoeten en maken het verblijven in deze buurt minder anoniem. Nieuwe en verbeterde verbindingen naar de omgeving zoals de Ertveldplas, Orthen-Links, het winkelgebied ten zuiden van de spoorlijn, het groene park van begraafplaats Orthen, de binnenstad, etc. zorgen ervoor dat dit gebied een volwaardige plek inneemt op de schaal van de stad. Openbaar vervoer De huidige bushalte ligt ter hoogte van de kruising met Het Wielsem in Orthen. Bekeken moet worden in hoeverre er een extra halte direct ten noorden van de kruising met het spoor op de Orthenseweg kan komen om de nieuwe buurt aan te sluiten op het ov-netwerk.

Parkeren Autoparkeren Het voorgenomen plan voorziet in circa 470-480 woningen. Voor de berekening van de parkeerbehoefte zijn deze woningen ingedeeld in soort en grote van de woning. Daarnaast gaan we uit van een aantal sociaal maatschappelijke voorzieningen welke in het plan gerealiseerd kunnen worden. De parkeerberekening is gebaseerd op de Nota Parkeernormering 2021. Dit resulteert in een totale parkeerbehoefte van circa 540 autoparkeerplaatsen uitgaande van 470 woningen (nog los van parkeren voor mindervaliden). Gezien de elektrificatie van de auto’s moeten er zowel in de gebouwde voorziening als op maaiveld voldoende laadpunten voor auto komen. Bij de start van het project wordt uitgegaan dat 10% van de parkeerplaatsen moet zijn voorzien van een laadpunt. Het auto-parkeren wordt voor het grootste deel georganiseerd in een gebouwde parkeervoorziening, het parkeerhuis. Deze bevindt zich aan de rand van het projectgebied. Voor het resterende deel wordt er een openbaar toegankelijk parkeerterrein ingericht. De parkeerbehoefte wordt daarmee volledig binnen het plangebied opgelost. Door het parkeren aan de randen te organiseren kunnen we voldoen aan de ambitie om de rest van het gebied autoluw te maken. Hier ontstaat dan ruimte om te verblijven. Voor voetgangers en fietsers blijft het gebied te doorkruisen. Looproutes van ingang woonblok naar parkeervoorziening zijn zo kort

14

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide als mogelijk. In ieder geval korter dan naar een parkeervoorziening in Orthen-Links. Dit om te ontmoedigen dat bewoners en/of bezoek buiten het projectgebied gaat parkeren. Om de parkeeroverlast in de naastgelegen buurt Orthen-Links niet te vergroten wordt er naast de realisatie van parkeerplaatsen in parkeerhuis en op het parkeerterrein voor bezoekers aan de zuidzijde van het plangebied, ook de mogelijkheid geboden om een (half) verdiepte parkeerkelder te realiseren voor de twee bouwblokken die het verst af liggen van het parkeerhuis. Fietsparkeren Vanuit de ambitie om fietsgebruik te stimuleren zijn goede fietsparkeeroplossingen bij woningen van belang. Daarom zijn er normen voor fietsparkeren bij woningen. Dat heeft geresulteerd in een fietsparkeerbehoefte van circa 1532 plaatsen. Bij niet-grondgebonden woningen kan het fietsparkeren aantrekkelijker geregeld worden door middel van een gemeenschappelijke, inpandige fietsenberging, eventueel in combinatie met een losstaande gemeenschappelijke fietsenberging op eigen terrein. Ook hier moet aandacht zijn voor de mogelijkheden voor het opladen van fietsen. De bovenstaande eisen hebben alleen betrekking op fietsparkeervoorzieningen voor bewoners.

Daarnaast is het belangrijk dat ook rekening wordt gehouden met fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers, wanneer dit niet mogelijk is op eigen terrein (richtlijn van het CROW, dat voorschrijft om in de openbare ruimte te voorzien in minimaal 0,5 fietsparkeerplaatsen per woning). Binnen het gebied zal ook rekening moeten worden gehouden met stallingsplaatsen voor deeltweewielers, door middel van fysieke hubs. Ook zal er bij de parkeervoorzieningen ruimte zijn voor het creëren van plaatsen voor deelauto’s. Toegankelijkheid Zowel de wegen, paden en parkeerplaatsen moeten zo worden uitgevoerd dat deze ook toegankelijk zijn voor mindervaliden. Bij de verdere uitwerking is daarnaast aandacht voor de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten. Bij het creëren van een groter autovrij gebied, zullen mogelijk enkele routes als calamiteitenroute moeten worden aangeduid en ook zo vormgegeven. Een autovrij binnengebied vraagt tot slot om goede regulering om te voorkomen dat toch voertuigen het gebied in kunnen/mogen rijden. Deze regeling zal bij de start van het gebied al bekend moeten zijn bij ontwikkelaars, toekomstige bewoners en de beheer/onderhoudsorganisatie. Naast toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten moeten ook afspraken gemaakt omtrent beheer en onderhoud van de gebouwen en verhuizingen. Specifieke aandacht gaat ook uit naar bezorg- en pakketdiensten.

Met het voorgenomen plan worden ongeveer 2260 vervoerbewegingen per dag gegenereerd. Het betreft voornamelijk lichte motorvoertuigen van personen die binnen het plan(gebied) zullen gaan wonen. Daarnaast zullen er bestelbusjes of een enkele vrachtwagen het plan moeten kunnen bereiken voor bevoorrading. Het geheel aan toekomstige vervoersbewegingen komt nagenoeg overeen met het heersende beeld van vervoersbewegingen in de referentiesituatie. Dit is dus van dusdanige beperkte omvang dat dit geen invloed heeft op de verkeersstromen. Vanuit het aspect verkeer en parkeren zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. 3.1.5

Luchtkwaliteit

De stoffen in de lucht die schadelijk kunnen zijn voor onze gezondheid zijn onder andere fijnstof en stikstofoxiden. Fijnstof PM2,5, en PM10 en NO2 zijn categorieën van luchtverontreinigende deeltjes die in de lucht zweven. De aanduidingen " PM2,5" en " PM10" verwijzen naar de grootte van de deeltjes, waarbij PM staat voor Particulate Matter (deeltjes). PM2,5 zijn deeltjes met een diameter van 2,5 micrometer of kleiner, terwijl PM10 deeltjes zijn met een diameter van 10 micrometer of kleiner. Stikstofdioxide is een ander type luchtverontreiniging dat ontstaat door verbrandingsprocessen in voertuigen, industrieën en verwarmingsinstallaties.

15

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide De gemeentelijke ambitie is om de luchtkwaliteit te verbeteren. Hiertoe heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch in 2020 het Schone lucht akkoord ondertekend. Bij het aanbesteden van werkzaamheden in het openbare gebied hanteert de gemeente duurzaamheidseisen, die resulteren in een lagere uitstoot van luchtverontreiniging. Dit is onderdeel van het schoon en emissieloos bouwen (SEB), waar de gemeente een convenant van heeft ondertekend. Dit is een van de uitvoeringsmiddelen van het Schone Lucht Akkoord. In de Omgevingswet is de belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit vastgelegd. De concentratie stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) zijn maatgevend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit. De Omgevingswet bevat de rijksomgevingswaarden voor deze stoffen, deze zijn gebaseerd op de EU-richtlijn luchtkwaliteit 2008/50/EG. De World Health Organization (WHO) heeft in 2005 advieswaarden gepubliceerd die gezondheidskundige grenzen aangeven voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Op 22 september 2021 zijn door de World Health Organization (WHO) nieuwe advieswaarden voor de luchtkwaliteit gepubliceerd, deze zijn aanzienlijk verlaagd ten opzichte van de eerdere richtlijnen uit 2005.

De herziene advieswaarden zijn gebaseerd op recent wetenschappelijk bewijs dat sterke verbanden heeft aangetoond tussen luchtverontreiniging en gezondheidseffecten. De Europese Commissie heeft een voorstel gepubliceerd voor de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit voor 2030. In Onderstaande tabel zijn de wettelijke grenswaarden, de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit uit 2005 en 2021 en het voorstel voor de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit naast elkaar weergegeven.

Het naleven van deze advieswaarden is belangrijk om de negatieve gezondheidseffecten van luchtverontreiniging te verminderen en de algehele kwaliteit van de lucht te verbeteren. De hoogste N02concentratie is ca 25 ug/m3 langs de hoofdinfrastructuur. Dit ligt (ver) beneden de wettelijke norm en de WHO-advieswaarde 2005, maar (nog) boven de Europese en WHO advieswaarde 2021. Voor PM10 ligt de concentratie in een groot deel van het gebied beneden de 20 ug/m3. Dit ligt (ver) beneden de wettelijke norm en (nog) op de WHO-advieswaarde 2005 en Europese advieswaarde, maar (nog) boven de WHO advieswaarde 2021. In het noorden van het plangebied ligt de PM10-concentratie lokaal boven de 20ug/m3, waarmee ook de WHO-advieswaarde 2005 en de Europese advieswaarden overschreden wordt. PM2,5 volgt het beeld van PM10. Autonoom neemt de luchtkwaliteit toe door schonere mobiliteit en bedrijfsprocessen. De verwachting is dan ook dat de concentraties in de toekomst onder de wettelijke norm, Europese advieswaarden en WHO-norm 2005 blijven. De WHO 2021 is dermate streng dat hieraan voldoen langer zal duren en meer landelijke maatregelen zal vragen. De lokale invloed hierop is beperkt. Het planvoornemen leidt naar verwachting niet tot een wezenlijke toename van luchtverontreiniging. De belangrijkste bron, het wegverkeer, neemt niet aanzienlijk.

Woningen en nieuwe functies in het gebied worden “schoon” gerealiseerd zonder wezenlijke uitstoot. Een aantal grote uitstootbronnen in de huidige situatie verdwijnt. Uit het ontwikkelplan blijkt dat de gemeente juist streeft naar een verbetering van de luchtkwaliteit, mede door de plannen voor verkeer en mobiliteit bij Van Herpense Weide.

16

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide Naar verwachting is ontwikkeling van Van Herpense Weide een “niet in betekenende mate (NIBM)” plan: het leidt naar verwachting niet tot een toename van de concentratie NO2 en PM10 groter is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De toename van verkeersintensiteit door de planontwikkeling is beperkt en draagt dus niet in betekende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging door wegverkeer. Met het voorgenomen plan worden ongeveer 2260 vervoerbewegingen per dag gegenereerd. Het betreft voornamelijk lichte motorvoertuigen van personen die binnen het plan(gebied) zullen gaan wonen. Daarnaast zullen er bestelbusjes of een enkele vrachtwagen het plan moeten kunnen bereiken voor bevoorrading. Het geheel aan toekomstige vervoersbewegingen komt nagenoeg overeen met het heersende beeld van vervoersbewegingen in de referentiesituatie. Voor een worst case berekening is uitgegaan van een toename van 400 motor voertuigbewegingen per dag, ten opzichte van de referentiesituatie.

Het voorgenomen plan draagt niet in betekende mate bij aan de luchtkwaliteit, waarbij de toekomstige situatie zich ruim binnen de bestaande normen voor luchtkwaliteit begeeft. Vanuit het milieuaspect luchtkwaliteit zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. 3.1.6

Geluid

De gemeente 's-Hertogenbosch wil een goede kwaliteit van de leefomgeving behouden en kansen benutten om, daar waar mogelijk en noodzakelijk, de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en de blootstelling aan te veel aan geluid te verminderen. De gemeente wil een beheersbaar geluidniveau bij weg-, railverkeer en bedrijvigheid (industrie). De gemeente wil hiervoor onder andere een passende geluidskwaliteit. Het uitgangspunt van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ blijft. Het plangebied Van Herpense Weide ligt grenzend aan twee spoorwegen (’s-Hertogenbosch – Utrecht en ’sHertogenbosch – Oss/Nijmegen) en in en nabij van drukke hoofdinfrastructuur (Zandzuigerstraat en Orthen). Tevens ligt de geluidszone van het gezoneerde industrieterrein Rietvelden-het Ertveld geheel over het plangebied. Geluid van spoor en wegverkeer Op basis van het stedenbouwkundig plan zijn indicatieve geluidsberekeningen uitgevoerd, op basis van data van de spoorwegen en data van het wegverkeersnetwerk. Dit met als doel om inzicht te krijgen wat de geluidsbelasting op de geprojecteerde gebouwen zal zijn en of er ontwerptechnische opgaven uit voortkomen om te kunnen voldoen aan de landelijke wetgeving en gemeentelijke beleid. Hieruit vloeit voor dat er ter alle tijde een geheel gesloten geluidswand (onderdeel van parkeerhuis) langs het spoor ’s-Hertogenbosch – Utrecht

17

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide zal moeten worden gerealiseerd met een minimale hoogte van 12 meter vanaf het bestaande maaiveld van het plangebied Van Herpense Weide. Uit de geluidsberekeningen blijkt dat er enkele locaties in het plangebied zijn die een dusdanig hoge geluidsbelasting ondervinden op meerdere zijden van gebouwen, dat er stedenbouwkundige ingrepen noodzakelijk zullen zijn om aan de wetgeving/ beleid te kunnen voldoen. De hoog belaste locaties in het plangebied zijn met name de gebouwen grenzend aan de Zandzuigerstraat en de sporen ’s-Hertogenbosch – Utrecht / ’s-Hertogenbosch – Nijmegen en de hoge woontoren bij het knooppunt Orthen/Zandzuigerstraat. Geluid dient daarom bij het verdere stedenbouwkundig ontwerp van de gebouwen te worden gehanteerd als een leidend principe, om vergunningverlening mogelijk te maken. Dit komt voornamelijk door de aanstraling van geluid op meerdere zijden van het gebouw en de hoogte van deze geluidsbelasting. En dit in samenhang met de vereiste dat er sprake moet zijn van een geluidluwe gevel. Geluid van industrie Het gehele plangebied ligt in de geluidszone van het gezoneerde industrieterrein De Rietvelden, De Vutter, Het Ertveld, In het plangebied worden binnen deze geluidszone de geluidsgevoelige gebouwen voorzien.

De mogelijkheid is er om tot maximaal 55 dB(A) ontheffing te verlenen. Uit geluidsberekening, uitgaande van volledige opvulling van de geluidszone, blijkt dat de hoogste geluidwaarde berekend is op 54 dB(A). Dit houdt in dat bedrijven op het gezoneerde industrieterrein niet belemmerd zullen worden en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen ten gevolge van industrielawaai (evenwichtige toedeling van functies op locaties). Eveneens zijn de mogelijk optredende maximale geluidsbelastingen (piekgeluiden) als gevolg van plaatsvindende bedrijfsactiviteiten op het gezoneerde bedrijventerrein als worstcase situatie berekend. Hiertoe is de geluidimmissie ten gevolge van het industrieterrein indicatief berekend voor het maximale geluidniveau. De hoogst berekende maximale geluidniveaus ten gevolge van de bedrijven op het industrieterrein bedraagt, met de gehanteerde uitgangspunten, ten hoogste 67 dB(A). Dit geluid kan optreden gedurende de gehele dag. Het maximale geluidniveau dat eventueel een keer kan voorkomen in de nachtperiode (voor 7.00 uur ’s ochtends) voldoet aan de maximaal te stellen grenswaarde op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Overige milieubelastende activiteiten Daarnaast zijn er diverse milieubelastende activiteiten in en rond het plangebied.

Zowel ten westen en zuiden van het gebied zijn terreinen gelegen voor bedrijfsmatige milieubelastende activiteiten. Al deze bedrijfsmatige milieubelastende activiteiten hebben een “milieuruimte” nodig. Met milieuruimte wordt de wederkerige afstand/ruimte aangeduid tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies, zoals woningen. Alle overige milieu belastende activiteiten liggen op een dusdanige afstand van het plangebied dat een knelpunt ten aanzien van milieu hinder/ indicatieve afstand niet aan de orde is. Evenementen Brabanthallen De geluidniveaus in de reguliere bedrijf situatie van de Brabanthallen genereert geluidniveaus op de gevels van de ontwikkellocatie. De hoogste geluidniveaus bedragen 55 dB(A) in de avond en 50 dB(A) in de nacht, inclusief een muziektoeslag van +10 dB. De werkelijke geluidniveaus zijn derhalve respectievelijk 45 en 40 dB(A). Omdat de nieuwe woningen allemaal een gevelwering hebben van 20–25 dB, zijn de geluidniveaus in de woning niet hoger dan 25 dB(A). Dan is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uitgangs-/ aandachtspunten bij verdere uitwerking Geluid is, tot nu toe, bij de opzet van het plan een leidend principe geweest (o.a. parkeerhuis). Geluid dient bij het verdere stedenbouwkundig ontwerp van de gebouwen te worden gehanteerd als een verder leidend principe om vergunningverlening mogelijk te maken.

Per geluidssoort kunnen hoge geluidsbelastingen

18

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide optreden die ook nog eens sommige gebouwen aan meerdere zijden aanstraalt, waardoor er aanvullende stedenbouwkundige ingrepen noodzakelijk zullen zijn. Tevens kan niet zonder meer voldaan worden aan de eis dat er sprake zal zijn van een geluidsluwe gevel. Architectonische ingrepen zijn noodzakelijk. Geluid speelt een belangrijke rol bij het ondervinden van een prettig woon- en leefklimaat. Te veel aan geluid gedurende de dag, avond en nacht kan de gezondheid negatief beïnvloeden. De hinderlijkheid van geluid is per persoon verschillend. Dit hangt ook samen met de aard, omvang, frequentie, duur, tijdstip en dergelijke van de geluidsbron. Het plangebied is (deels) cumulatief gezien een hoog geluid belast gebied, vanwege de diverse bronnen die er zijn en die vanuit verschillende windrichtingen plaatsvinden. Geluid is een grote en complexe opgave voor het plangebied. Geluidshinder zal nooit voor iedereen voorkomen kunnen worden. Wel is het de taak van de ontwikkelende partij, in samenspraak met de gemeente, om ervoor te zorgen dat het geluidsniveau aanvaardbaar en acceptabel is, uitgaande van alle plaatsvindende geluiden. Bij nieuwbouw zijn het treffen van extra geluidswerende voorzieningen om het binnengeluidsniveau te reduceren een verplichting.

Maatregelen treffen aan de ontvanger is mogelijk indien in eerste instantie de geluiden aan de bron en in de overdracht niet te reduceren zijn. Door de gevels en daken van de nieuwe geluidsgevoelige gebouwen dusdanig (extra) te isoleren kunnen bewoners een aanvaardbaar binnengeluidsniveau verkrijgen. De keuze om een raam of deur open te zetten en daarmee geluid binnen in het huis te verkrijgen, is vrijwillig. Met de ramen en deuren gesloten wordt gewaarborgd dat er een goed binnengeluidsniveau is. Hoeveel de extra geluidswering dient te zijn moet nog onderzocht worden en zal worden uitgewerkt in de BOPA’s procedures/ vergunningaanvragen. Vanuit het milieuaspect geluid zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. 3.1.7

Natuurbescherming

In het plangebied van Van Herpense Weide is het belangrijk om een groene natuurinclusieve ruimte en gebouwen te creëren. Een groene leefomgeving reduceert negatieve omgevingseffecten, het draagt bij aan een schonere lucht, zorgt voor meer koelte en een stillere omgeving. Het stimuleert bewoners om naar buiten te gaan, te tuinieren, te bewegen en elkaar te ontmoeten. Bij de vormgeving en uitvoering wordt rekening gehouden met cultuurhistorische structuren en waterhuishoudkundige aspecten. In een later stadium zal een inrichtingsplan worden gemaakt. Nieuwe ontwikkelingen dienen rekening te houden met het behoud, uitbreiden en verbinden van bestaande groen structuren. Ecologische barrières als (spoor)wegen dienen waar mogelijk opgeheven te worden door het nemen van faunagerichte maatregelen. Daarnaast dient bij het ontwerp van gebouwen rekening gehouden te worden de mogelijkheid tot faunavoorzieningen. Waar mogelijk wordt gevelgroen ingezet voor vlinders, vogels en planten. Gebiedsbescherming Voor ieder initiatief / project / plan dient inzichtelijk te worden gemaakt of er significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Dit geldt voor zowel de aanleg- als de gebruikersfase van een plan of activiteit.

Hiertoe moet de initiatiefnemer een stikstofrapportage opstellen waaruit de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden blijkt conform een berekening met de meest actuele versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator. Op basis van reeds bestaande en toekomstige emissiebronnen is de stikstofdepositie berekend op de omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De berekeningen van de stikstofdepositie zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator versie 2021. gebruiksfase In de verschilberekening voor de gebruiksfase is het Aerius Calculatormodel van de gebruiksfase afgezet tegen het Aerius Calculatormodel van de referentiesituatie. Uit deze verschilberekening blijkt dat als gevolg van de

19

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide gebruiksfase van het woningbouwplan Orthen-d’n Herp, ten opzichte van de referentie, nergens sprake is van een depositietoename groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Aanlegfase In de verschilberekening voor de aanlegfase is het Aerius Calculatormodel van de aanlegfase afgezet tegen het Aerius Calculatormodel van de referentiesituatie. Uit deze verschilberekening blijkt dat als gevolg van de aanlegfase van het woningbouwplan Orthen-d’n Herp, ten opzichte van de referentie, nergens sprake is van een depositietoename groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Zowel uit de plantoets voor de gebruiksfase als de uitvoerbaarheidstoets voor de aanlegfase volgt dat geen sprake is van een depositietoename groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Hiermee kunnen negatieve effecten in beschermde stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelige leefgebieden van beschermde soorten op voorhand worden uitgesloten. Het aspect ‘stikstofdepositie’ is daarmee niet belemmerend voor de ontwikkeling van plan(gebied) Orthen-d’n Herp. Soortenbescherming Aanwezige soorten moeten conform de wet- en regelgeving beschermd worden. Een flora- en faunaonderzoek dient hiertoe uitgevoerd te worden. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek worden de eventuele vervolgstappen bekend.

Aanwezige soorten moeten conform de wet- en regelgeving beschermd worden. Een flora- en faunaonderzoek dient hiertoe uitgevoerd te worden. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek worden de eventuele vervolgstappen bekend. Tevens dient per initiatief aangetoond te worden hoe het bijdraagt aan de actieve soortbescherming. Deze is gericht op het actief sturen op essentiële condities en natuurlijke processen, zoals het beschermen, herstellen en in stand houden van biotopen en leefgebieden voor soorten in voldoende gevarieerdheid en omvang, ook buiten de Natura 2000-gebieden. In combinatie met de ambities uit de gebiedspaspoorten dient het gebied ontwikkeld te worden op basis van de habitateisen van de ambassadeurssoorten. In het bijzonder dient het plan bij te dragen aan de gebouwbewonende soorten (zoals vleermuizen, huismussen en zwaluwen) door middel van natuur inclusief bouwen. Vanuit het aspect natuurbescherming zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. 3.1.8

Weging van de waterbelangen

De gemeente wil de hoeveelheid groen in het gebied vergroten. Daarom dient de hoeveelheid verharding geminimaliseerd te worden. In het plangebied van Van Herpense Weide is het belangrijk om een groene natuur inclusieve ruimte en gebouwen te creëren. De openbare ruimte verandert in een parkachtige setting met natuurontwikkeling (groen en blauw). Hittestress is een groot probleem in een versteende omgeving. Er dient gezorgd te worden voor voldoende verkoeling. Dit kan gerealiseerd worden door voldoende grote bomen te plaatsen en/of rekening hiermee te houden in het stedenbouwkundig ontwerp, waardoor schaduwwerking op openbaar toegankelijk gebied ontstaat. Bij de selectie van materialen dient rekening gehouden te worden met de opwarming ervan. Water Het doel is om wateroverlast te voorkomen bij extreme buien, droogte tegen te gaan, hittestress te voorkomen en beleefbaar groen te creëren. Schoon hemelwater wordt zoveel mogelijk binnen het plangebied vastgehouden en wordt afgekoppeld van het rioolstelsel. Het is niet zonder meer toegestaan om hemelwater op een a-watergang af te voeren. Kortom dient het hemelwater binnen het projectgebied opgevangen en geïnfiltreerd te worden. Hierbij wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: Besparen / hergebruik, dan infiltreren en vasthouden, bovengronds bergen, ondergronds bergen, vertraagd afvoeren.

20

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide

De richtlijn bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is een bergingscapaciteit van minimaal 70 mm per m2 nieuw initiatief. Om verdroging van het groen in droge periodes te voorkomen geldt er een aanvullende eis van minimaal 10 mm infiltratie (van de 70mm) per m2 nieuwe of vernieuwde verharding. Dit is hemelwater bij een normale regenbui. De hemelwateropgave gaat hand in hand met groen. Er kan daarom ook worden voorzien in een hemelwaterberging middels de aanleg van een groen- of tuindak met een berging van minimaal 25 liter per m2. Ten aanzien van het milieuaspect water dient rekening gehouden te worden met bovengenoemde uitwerkingsprincipes. Daarnaast is afstemming noodzakelijk met het waterschap. Vanuit het milieuaspect water zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. 3.1.9

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid betreft het voorkomen en beperken van risico's voor mensen en het milieu als gevolg van mogelijke incidenten met gevaarlijke stoffen, branden, explosies of andere calamiteiten in de leefomgeving. Dit omvat zowel preventieve maatregelen als responsstrategieën om de gevolgen van dergelijke incidenten te minimaliseren. De omgevingsveiligheid bij Van Herpense Weide is een belangrijk aandachtspunt. Ontwikkelingen bij Van Herpense Weide betreffen geen nieuwe risicobronnen. Er is daarmee geen toename van risico’s op de omgeving. Maar de ontwikkeling leidt wel tot een toename van het aantal mensen dat woont, werkt en verblijft binnen invloedsgebieden van bestaande risicobronnen, met name door de nabijheid van het spoor waarop gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Bij stedelijke ontwikkelingen wordt het risico van ongelukken met gevaarlijke stoffen zorgvuldig meegewogen, en veiligheidsmaatregelen zijn bedoeld om de gevolgen voor mensen binnen risicogebieden te beperken. Spoor Het voorgenomen plan leiden tot een verdichting van het aantal personen binnen de aandachtsgebieden. Ondanks dat de kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen klein is, kunnen de gevolgen van een incident leiden tot grote aantallen slachtoffers en enorme schade. Door het nemen van veiligheidsmaatregelen kunnen de gevolgen voor mensen in het risicogebied beperkt worden.

Het plan ligt, voor een klein deel (parkeerhuis), in het brandaandachtsgebied (BAG, 30 meter) en geheel het explosieaandachtsgebied (EAG, 200 meter) van het spoor. Het gifwolkaandachtsgebied (GAG) bedraagt 300 meter en omvat ook het volledige plangebied. Tevens geldt er een brandvoorschriftengebied per 1 april 2024 langs het spoor Meteren-Boxtel.

21

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide

Figuur 9: ligging van de aandachtsgebieden BAG en EAG spoor

Voorwaarden is dat aan het plaatselijke risicocontour wordt voldaan en dat risico’s worden afgewogen binnen aandachtsgebieden. Het beleidskader externe veiligheid geeft handvatten om op een verantwoorde en veilige wijze een gebiedsontwikkeling te realiseren en om binnen aandachtsgebieden te bouwen. Hierbij dient een aantoonbare verantwoording plaats te vinden. De Veiligheidsregio moet verplicht om advies gevraagd worden. Onderdeel van de verantwoording is het beschrijven van welke maatregelen zijn/worden getroffen ter bescherming van personen in gebouwen en locaties, of de beperktheid van het gebruik door personen. Hierbij zijn o.a. het handboek Omgevingsveiligheid en de beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorzieningen het uitgangspunt. Binnen 30 meter van het spoor, in het brandaandachtsgebied, mogen geen (zeer) kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen gerealiseerd worden. Binnen 30 meter van het spoor worden geen verblijfsgebouwen gerealiseerd. Het parkeerhuis valt niet onder een verblijfsgebouw. De omgevingsmaatregelen die de basis vormen voor verantwoord veilig ontwikkelen, bestaan uit: 1. Bronmaatregelen 2. Omgevingsmaatregelen 3. Organisatorische maatregelen 4. Bouwtechnische maatregelen Het geheel aan maatregelen moet leiden tot een veilige verantwoorde uitwerking van het plan.

Een initiatiefnemer dient bovengenoemde omgevingsmaatregelen als uitgangspunt te nemen, voor het nemen van doeltreffende maatregelen bij de verdere uitwerking van het plan. Bedrijven In het tijdelijk omgevingsplan (voorheen de bestemmingsplanregeling) worden nieuwe Bevi-inrichtingen toelaatbaar gemaakt op de (middel)zware deelgebieden waarop bedrijfsactiviteiten in de milieucategorieën 4.1 t/m 5.1 zijn toegestaan, mits de PR-contour van 10-6 van de bedrijfsactiviteiten binnen de terreingrenzen van de inrichting blijft. Voor bestaande bedrijven waarvan de PR-contour van 10-6 al buiten de inrichtingsgrens is getreden, geldt een regime waarbij binnen de ruimere PR-contour - welke met de aanduiding veiligheidszone vastgelegd is op de verbeelding behorend bij het tijdelijk omgevingsplan. Een en ander doet recht aan de bestaande vergunde situatie. Voor de overige gebieden van het bedrijventerrein (waar uitsluitend bedrijvigheid in milieucategorieën t/m 3.2 is toegestaan) is met toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid ook vestiging van Bevi-bedrijven mogelijk. Maar dan geldt het aanvullend vereiste dat het invloedsgebied wat gehanteerd wordt voor de bepaling van het groepsrisico binnen het eigen terrein van de inrichting blijft. Daarmee wordt voorzien in genoegzame vrijwaring van toekomstige reguliere woningen in de directe omgeving het industrieterrein.

22

Datum: 19 augustus 2024 Projectnummer: NL-Htgm-PMSW-965 Betreft: Plan m.e.r.-beoordeling Van Herpense Weide Het tijdelijk omgevingsplan laat met deze systematiek voldoende mogelijkheden open voor vestiging van nieuwe Bevi-bedrijven op het bedrijventerrein, maar stuurt daarbij wel primair aan op vestiging van deze bedrijvigheid binnen het zwaardere deel van het bedrijventerrein, op ruime afstand van de omliggende woonwijken. Bestaande vergunningen en rechten van gevestigde bedrijven worden voorts gerespecteerd, zonder buiten de randvoorwaarden van de landelijke wetgeving te treden. De gemeente ’s-Hertogenbosch respecteert aandachtsgebieden van rechtswege en besluit voor nieuwe risico’s als uitgangspunt te nemen dat het brand- en/of explosieaandachtsgebied op een bedrijventerrein binnen de grens van het bedrijventerrein blijft. De omgevingsveiligheid bij Van Herpense Weide vereist specifieke aandacht vanwege de risico’s die samenhangen met het vervoer van gevaarlijke stoffen over het nabijgelegen spoor. Door middel van restricties op de bouw van kwetsbare gebouwen binnen de brandaandachtszone, en door het nemen van passende veiligheidsmaatregelen binnen de explosie- en gifwolkaandachtsgebieden, kan een voldoende hoog beschermingsniveau worden gerealiseerd. Vanuit het milieuaspect omgevingsveiligheid zijn daardoor geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. 3.1.10

Trillingen

In bijna het gehele plangebied dient rekening te worden gehouden met trillingen van het spoor (voor personen in gebouwen). Dit blijkt uit trilingsonderzoek. Dat kan gevolgen hebben voor de constructie van toekomstige gebouwen. Nader onderzoek naar trillingshinder als de plannen van de gebouwen verder zijn uitgewerkt, en er meer bekend is over de constructie van de gebouwen dient veder nader trillingsonderzoek plaats te vinden. Gelet op de relatief hoge trillingsniveaus dient tijdens de constructieve uitwerking van de gebouwen rekening gehouden te worden met trillingen door het ontwerp met een gedetailleerd model te toetsen op trillingen en de uitkomsten mee te nemen in het ontwerpproces. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat kan worden voldaan aan de constructieve uitwerking om trillingshinder tot een acceptabel niveau te beperken. Vanuit het milieuaspect trillingen zijn daardoor geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. 3.1.11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14747612/1