Bijlage 2 Ingekomen stukken externe partijen
Tekst van het document
verantwoordelijkheden en rollen, en de capaciteitsinzet in geval van crisis. Bijkomend is het feit dat in het geval van een NAVO artikel-5 scenario, of in het kader van host nation support, reservisten kunnen worden opgeroepen. Hiermee valt dus mogelijk een deel van de capaciteit weg. Het is daarom van belang dat gemeenten in kaart brengen welk personeelslid reservist is en wellicht in tijden van crisis niet kan worden ingezet voor andere doeleinden. Daarbij is het van belang dat er in de koude fase geïnventariseerd wordt waar er al krapte is en waar er krapte kan ontstaan tijdens een ramp of crisis. Oefenen met verschillende crisisscenario’s, zowel met de eigen gemeentelijke organisatie als samen met veiligheidsregio’s, maatschappelijke partners en inwoners, kan helpen met het verkrijgen van inzicht in de kwetsbaarheden en stelt gemeenten in staat hierop te anticiperen en passende maatregelen te nemen om de kwetsbaarheden te verkleinen. Deze versterkte inzet op maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht heeft tevens financiële implicaties voor gemeenten. Er zijn vanuit het rijk middelen beschikbaar gesteld voor het inrichten van noodsteunpunten en burgerhulpverlening. Onder het kopje ‘Financiën’ staat een nadere toelichting van de financiële middelen waar gemeenten een beroep op kunnen doen. Weerbaarheid raakt alle domeinen van het gemeentelijk beleid.
Het is dan ook aan te raden om vanuit dat besef weerbaarheid expliciet onderdeel te maken van bredere afwegingen binnen het publieke domein. Daardoor raakt het verweven met bestaande taken en processen en krijgt het op efficiënte wijze een vaste plaats binnen het beleidsproces. De hiernavolgende lijst met maatregelen is geen vaststaand eindpunt maar een uitnodiging tot lokale vertaling en doorontwikkeling. Niet iedere maatregel is in de lokale context even urgent of haalbaar. Gemeenten wordt dan ook geadviseerd om de lijst met maatregelen te gebruiken als leidraad voor gesprekken met partners zoals de veiligheidsregio, maatschappelijke organisaties en inwoners over wat lokaal nodig en mogelijk is. Uitgangspunt is hierbij dat de maatregelen gelden als aanvulling op huidig beleid.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6
Maatregelen weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau 1. Eigen continuïteit Bevoegd gezag: wethouder/gemeentesecretaris Maatregel
Fase
Eindverantwoordelijk
Samenwerkingspartner
1. Gemeenten brengen de kritieke bedrijfsprocessen, zoals uitkeringen, betalingen en taken op het gebied van openbare orde en veiligheid in beeld en leggen duidelijke waarborgen vast voor de continuïteit ervan.
Gemeenten
2. Gemeenten zorgen ervoor dat er in hun Business Continuity Management een prioritering komt voor de meest kritieke bedrijfsprocessen.
Gemeenten
3. Gemeenten zorgen ervoor dat de gemeentelijke informatievoorziening robuust en bereikbaar is, zowel online als offline. Denk hierbij aan combinaties van digitale en fysieke informatiekanalen.
Gemeenten
4. Gemeenten versterken de digitale infrastructuur door afspraken met ICT-leveranciers en cloudaanbieders met aandacht voor: bescherming tegen cyberaanvallen en hacks, inclusief detectie- en responsprocedures; opslag van gevoelige data op dataservers binnen Europees grondgebied, conform de Europese privacy- en veiligheidsrichtlijnen. Gemeenten hebben hiervoor een standaard gemeentelijk Service Level Agreement (SLA) met eisen rondom beschikbaarheid, herstelcapaciteit en communicatie bij incidenten ontwikkeld.
Gemeenten
BZK, JenV (NCSC)
5. Gemeenten oefenen op langdurige crises met een brede vertegenwoordiging uit de gemeentelijke organisatie (dus breder dan de veiligheidskolom en MT-niveau).
Gemeenten
Veiligheidsregio’s
6. Gemeenten hebben afspraken over interne communicatie: wie is waarvoor aan zet? Wie moet wat weten? Daarbij is een inschatting gemaakt van de gevoeligheid van de informatie: gedetailleerde informatie over voorbereidingshandelingen van de gemeente kan ook misbruikt worden.
Gemeenten
7. Gemeenten hebben oog voor de continuïteit onder eigen personeel, waarbij een deel persoonlijk betrokken zal zijn bij crises. Denk bijvoorbeeld aan het samenstellen van een gemeentelijk kernteam, het inventariseren van reservisten en mantelzorgers binnen de gemeentelijke organisatie.
Gemeenten
Koude fase
< Warme fase (<72 uur)
> Warme fase (>72 uur)
Nafase
Meest cruciale maatregel Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7
2. Crisisorganisatie Bevoegd gezag: burgemeester Maatregel
Eindverantwoordelijk
Samenwerkingspartner
1. Gemeenten ontwikkelen een duidelijk communicatieplan richting inwoners in tijden van crisis maar ook in de voor- en nafase.
Gemeenten
Veiligheidsregio’s
2. Gemeenten richten noodsteunpunten in, in samenwerking met veiligheidsregio's. De noodsteunpunten voorzien in informatieverstrekking, ook worden de mogelijkheden verkend in het kader van noodstroom en maatschappelijke initiatieven. Sociale partners weten welke noodsteunpunten voor hun wijk relevant zijn. Er zijn afspraken gemaakt over de taakverdeling tussen noodsteunpunten en hulpdiensten.
Gemeenten
Veiligheidsregio’s, maatschappelijke partners
3. Test en borg de werking van de Nood Communicatie Voorziening (NCV) en de crisisnoodlijn binnen de gemeente en sluit deze aan op de noodstroomvoorziening.
Gemeenten
4. Gemeenten hebben afspraken gemaakt met veiligheidsregio's in het kader van bevolkingszorg, ook na 72 uur.
Gemeenten
Veiligheidsregio’s
5. Gemeenten ondersteunen de veiligheidsregio's bij het geven van een situationeel en actueel beeld (overzicht van wat er aan de hand is, waar, wie etc.). Contacten en verbindingen met de relevante partners zijn op orde zodat alle relevante informatie in beeld komt.
Gemeenten
Veiligheidsregio’s
6. Veiligheidsregio's ontwikkelen met hulpdiensten alternatieve en analoge (crisis)communicatiemiddelen, bijvoorbeeld DARES en satellietcommunicatie.
Veiligheidsregio’s
Gemeenten, GHOR, brandweer
7. Gemeenten verkennen of bepaalde sleutelfiguren ook in een lijn van crisiscommunicatie kunnen worden opgenomen zoals het inzetten via noodsteunpunten.
Gemeenten
8. Gemeenten en veiligheidsregio's integreren burgerhulpverlening in de planvorming en benutten indien mogelijk burgerinitiatieven in de warme fase van een crisis op een gecoördineerde wijze.
Gemeenten
Koude fase
Fase
< Warme fase (<72 uur)
> Warme fase (>72 uur)
Nafase
Veiligheidsregio’s
Meest cruciale maatregel Vereniging van Nederlandse Gemeenten
8
3. Vitale voorzieningen Bevoegd gezag: wethouder Maatregel
Fase
Eindverantwoordelijk
Samenwerkingspartner
1. Gemeenten hebben een back-up en/of alternatieven voor stroomvoorziening zoals batterijen en aggregaten (en dan ook voor de daarvoor benodigde diesel) en weten waar die zich bevinden en hoeveel er nodig zijn voor bedrijfskritische processen (onder meer afvalverwerking en crisisvoorzieningen in het kader van bevolkingszorg).
Gemeenten
2. Gemeenten en veiligheidsregio's hebben een protocol in geval van uitval van de drinkwatervoorziening. Bij uitval van waterzuiveringsinstallaties zijn er nood(drink)waterpunten ingericht om de watervoorziening in samenwerking met drinkwaterbedrijven tijdelijk te waarborgen.
Gemeenten, drinkwaterbedrijven
3. Gemeenten hebben met de afvalketen afspraken gemaakt over continuering van afvalinzameling en -verwerking.
Gemeenten
4. Gemeenten gaan in gesprek met hun corporaties over autonome energievoorziening voor en in corporatiewoningen.
Gemeenten
Woningbouwcorporaties, energieleveranciers
5. Gemeenten gaan in gesprek met maatschappelijke partijen over het borgen van voedselvoorziening aan kwetsbaren in tijden van crisis.
Gemeenten
EU en rijk komen mogelijk met nationale voedselstrategie en kader voor voedseldistributie
6. Gemeenten hebben bij uitval van het rioolstelsel of waterdruk alternatieve sanitaire voorzieningen beschikbaar en weten wat de kwetsbaarheden zijn bij langdurige uitval. Gemeenten stemmen af met het verantwoordelijke waterschap op welke manier deze kwetsbaarheden weggenomen kunnen worden.
Gemeenten
Waterschappen
Koude fase
< Warme fase (<72 uur)
> Warme fase (>72 uur)
Nafase
Veiligheidsregio’s, IenW
Meest cruciale maatregel Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9
3. Vitale voorzieningen Bevoegd gezag: wethouder Maatregel
Eindverantwoordelijk
Samenwerkingspartner
7. Gemeenten houden in hun mobiliteits- en verkeersplannen rekening met noodsituaties waarbij voldoende ruimte moet zijn voor aanrijroutes voor hulpdiensten en meerdere uitvalswegen (evacuatiemogelijkheden) per wijk voor inwoners.
Gemeenten
Nationale politie
8. Vitale infrastructuur zoals wegen, bruggen en dijken wordt versterkt. De gemeente brengt in kaart welke infrastructuur in eigen beheer is en zoekt de samenwerking met Rijkswaterstaat en waterschappen om bestand te zijn tegen extreme (weers)omstandigheden (evacuatieroutes) of langdurige of bovenmatige belasting in crisistijd.
Gemeenten
Rijkswaterstaat, waterschappen, veiligheidsregio’s
9. Gemeenten werken samen met provincies en vervoerspartners om de continuïteit van het openbaar vervoer te waarborgen tijdens langdurige crisissituaties.
Gemeenten
Provincies, vervoerspartners
10. Gemeenten maken afspraken met vervoersbedrijven op lokaal en regionaal niveau, voor crisisbestendige plannen, inclusief scenario’s voor personeelstekort, brandstofschaarste en verstoring van dienstregelingen.
Provincie en vervoersbedrijven
Gemeenten
Koude fase
Fase
< Warme fase (<72 uur)
> Warme fase (>72 uur)
Nafase
Meest cruciale maatregel Vereniging van Nederlandse Gemeenten
10
4. Sociaal weefsel Bevoegd gezag: wethouder Maatregel
Eindverantwoordelijk
Samenwerkingspartner
1. De gemeente brengt lokale maatschappelijke en (in)formele netwerken in kaart en versterkt de netwerken/ sociale infrastructuur in de wijken met extra aandacht voor verminderd zelfredzame doelgroepen zoals alleenstaande ouders, mindervaliden, ouderen, statushouders, vluchtelingen, etc.
Gemeenten
Veiligheidsregio’s, maatschappelijke partners
2. Gemeenten faciliteren participatieprojecten/ burgerinitiatieven in de wijken en buurten (leer je buren beter kennen/ samenredzaamheid).
Gemeenten
Maatschappelijke partners
3. In een crisissituatie mobiliseert de gemeente sleutelfiguren, (getrainde) vrijwilligers en netwerken, zoals Bondgenoten.
Gemeenten
4. Gemeenten bieden dienstverlening om de bestaanszekerheid van hun inwoners te versterken.
Gemeenten
5. Gemeenten zorgen dat er in iedere wijk of buurt een wijkagent en een sociaal werker is die herkenbaar en bereikbaar is en/of zet sleutelfiguren in. Betrek hen bij het opzetten en inrichten van de lokale noodsteunpunten.
Gemeenten, politie, welzijnsorganisaties
6. Burgemeester (en college) organiseert het gesprek met inwoners en ondernemers over wat zij nodig hebben om weerbaar en veerkrachtig te worden of dit te versterken, bijvoorbeeld via de gesprekstool van de NCTV.
Gemeenten
7. Gemeenten zorgen voor laagdrempelige en goed functionerende (zorg-, veiligheid en openbare ruimte) meldpunten, luister- en gespreksinitiatieven, en monitoren spanningen in de samenleving actief, zodat escalatie kan worden voorkomen en vertrouwen behouden blijft.
Gemeenten
Koude fase
Fase
< Warme fase (<72 uur)
> Warme fase (>72 uur)
Nafase
Meest cruciale maatregel Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11
5. Zelfredzaamheid inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties Bevoegd gezag: wethouder Maatregel
Eindverantwoordelijk
Samenwerkingspartner
1. Gemeenten en veiligheidsregio's bevorderen zelf- en samenredzaamheid door voorlichting (risicocommunicatie) en bieden inwoners en bedrijven handelingsperspectief over hoe zij zich kunnen voorbereiden op en wat ze kunnen doen bij langdurige verstoringen. Gemeenten sluiten hierbij aan op landelijke campagnes, zoals Denk vooruit.
Gemeenten
Veiligheidsregio's
2. Gemeenten informeren inwoners en ondernemers over de lokale noodsteunpunten in hun wijk en over handelingsperspectieven, bijvoorbeeld met een meterkastkaart.
Gemeenten
Veiligheidsregio's
3. Gemeenten en veiligheidsregio's stimuleren brede maatschappelijke oefening en voorbereiding, waarbij zowel inwoners, maatschappelijke verenigingen als ondernemers actief deelnemen. Interne crisisoefeningen worden aangemoedigd binnen bedrijven en instellingen, om de respons bij verstoringen te verbeteren.
Veiligheidsregio's
Gemeenten, maatschappelijke partners
4. Gemeenten vergroten de digitale weerbaarheid van inwoners en ondernemers en zijn voorbereid op digitale ontwrichting onder andere door aansluiting bij programma’s zoals het VNG-programma Agenda Digitale Veiligheid. Voorzie in laagdrempelige voorlichting, trainingen en bewustwordingscampagnes over cyberrisico's en digitale veiligheid.
Gemeenten
Regionale veiligheidsnetwerken
5. Gemeenten faciliteren in het kader van burgerhulpverlening de samenwerking met partners, zoals trainingen in eerste hulp- en benodigde (crisis)vaardigheden voor inwoners, vrijwilligers en leden van (sport)verenigingen.
Gemeenten
6. Gemeenten ondersteunen en maken afspraken met organisaties zoals het Rode Kruis en Leger des Heils, die bij kunnen dragen aan de ontlasting van de reguliere zorg- en hulpverleningsketen in tijden van crisis.
Gemeenten
Koude fase
Fase
< Warme fase (<72 uur)
> Warme fase (>72 uur)
Nafase
Maatschappelijke organisaties, veiligheidsregio’s
Meest cruciale maatregel Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12
6. Samenleving als overkoepelend systeem Bevoegd gezag: wethouder Maatregel
Eindverantwoordelijk
Samenwerkingspartner
1. Gemeenten zorgen ervoor dat democratische processen (o.a. beraadslaging, besluitvorming, verkiezingen en demonstraties) kunnen doorgaan, ondersteund door doordachte en goed geoefende scenario’s voor uiteenlopende situaties.
Gemeenten
BZK
2. Gemeenten hebben de publieke gezondheidszorg op orde, waarbij GGD's structureel zijn ingericht om ook onder druk hun taken te blijven uitvoeren, en Wmo- en jeugdtaken ook ten tijde van crisis geborgd zijn.
Gemeenten
VWS
3. Gemeenten gaan (samen met GGD) in gesprek met de regionale uitvaartbranche over de continuïteit en capaciteit van regionale crematoria en mortuaria bij langdurige crisis in het kader van de Wet op de lijkbezorging, publieke gezondheidszorg en hygiëne.
Gemeenten
GGD, BZK, VWS
Koude fase
Fase
< Warme fase (<72 uur)
> Warme fase (>72 uur)
Nafase
Meest cruciale maatregel Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13
Enkele maatregelen uitgelicht Een aantal maatregelen uit de bovenstaande lijst zijn in een wat verder stadium uitgewerkt. Voor een aantal van deze acties zijn middelen vanuit het rijk beschikbaar (zie voor meer informatie onder het kopje Financiën). Noodsteunpunten Noodsteunpunten vormen een essentieel onderdeel van een landelijk dekkend netwerk ter versterking van de maatschappelijke weerbaarheid. Momenteel werken het Veiligheidsberaad en de VNG een voorstel uit voor deze noodsteunpunten. Het idee is dat er een netwerk van coördinerende noodsteunpunten op regionaal niveau komt en daarnaast lokale noodsteunpunten op wijk- of buurtniveau. Het zal fysieke reeds bekende locaties in wijken betreffen waar inwoners tijdens een (langdurige) crisis terecht kunnen voor informatie en mogelijk aanvullende ondersteuning. Vanaf het najaar van 2025 starten er waarschijnlijk in iedere veiligheidsregio in samenwerking met gemeenten pilots gericht op het ontstaan van dit landelijk netwerk van noodsteunpunten. Welke functies ondergebracht kunnen worden bij de noodsteunpunten binnen de financiële kaders wordt in de pilots onderzocht en medio 2026 geëvalueerd aan de bestuurlijke tafel weerbaarheid. Publiekscampagne Onder de noemer ‘Denk vooruit’ heeft het ministerie van JenV eerder dit jaar inwoners opgeroepen een noodpakket samen te stellen en voldoende contant geld in huis te halen.
Uitgangspunt is hierbij het stimuleren van zelfredzaamheid van inwoners. Vanaf het najaar van 2025 gaat er een nieuwe publiekscampagne van start, die onder andere oproept een noodplan te maken en elkaar te helpen in geval van (langdurige) crisis. Onderdeel van deze publiekscampagne is een huis-aan-huis publicatie. Gemeenten krijgen van het ministerie een communicatie-toolkit om ook lokaal op maat bij te kunnen dragen aan de campagne. Een eerste versie van deze toolkit met stylesheet is beschikbaar. Rol en positie gemeenteraad Uit de lijst met maatregelen blijkt dat het belangrijk is dat op een groot aantal maatregelen een goede samenwerking tussen gemeenten en veiligheidsregio’s essentieel is. Gemeenten hebben een formele positie binnen de aansturing van de veiligheidsregio. De veiligheidsregio is een
samenwerkingsverband op basis van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Het algemeen bestuur van een veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de inliggende gemeenten en is het hoogste besluitvormende orgaan. Hier worden besluiten genomen over beleid, inzet van middelen en de begroting van de veiligheidsregio. De gemeenteraad heeft een rol via de controlerende bevoegdheden op de burgemeester en via de begrotingscyclus. Sinds de wijziging van de Wgr in 2022 is de positie van de raad versterkt. Gemeenteraden moeten vroegtijdig betrokken worden bij beleidsvoornemens van de gemeenschappelijke regeling en hebben het recht om een zienswijze te geven. Ook moeten gemeenteraden instemmen met de bijdrage aan de begroting van de veiligheidsregio. Deze wettelijke structuur waarborgt dat gemeenten via zowel de burgemeester als de gemeenteraad invloed kunnen uitoefenen op het beleid en de inzet van middelen binnen de veiligheidsregio. Het is van belang deze formele lijnen actief te benutten, zodat er sprake is van democratische verankering en regionale samenhang in de besluitvorming. Zie voor meer informatie de Kennisbank Openbaar Bestuur. Financiën Op dit moment zijn nog geen directe en structurele middelen beschikbaar gesteld aan individuele gemeenten voor het versterken van maatschappelijke weerbaarheid.
In de Voorjaarsnota is vanaf 2027 structureel € 70 miljoen beschikbaar gesteld voor maatschappelijke weerbaarheid, met een voorinvestering van € 10 miljoen in 2025 en € 20 miljoen in 2026. Deze middelen worden vooralsnog ingezet op het ontwikkelen van noodsteunpunten en burgerhulpverlening, het versterken van veiligheidsregio’s, het lanceren van een landelijke publiekscampagne (zie hierboven) en evaluatie en onderzoek. Het geld wordt verdeeld via de veiligheidsregio’s, waarbij het uitgangspunt is dat besteding plaatsvindt op basis van gezamenlijke besluitvorming met de betrokken gemeenten (zie ook ‘Rol en positie gemeenteraad’). Dit betekent dat gemeenten via de bestaande begrotings- en verantwoordingsstructuren van de veiligheidsregio’s invloed kunnen uitoefenen op de inzet van de middelen. Tegelijkertijd vraagt de actualiteit om een stevigere positionering van gemeenten in het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Een mogelijke route hiervoor is via de verhoogde NAVO-norm voor defensie-uitgaven (5%). Naar verwachting kan circa 1,5% van deze middelen worden ingezet voor defensiegerelateerde onderdelen zoals kritieke
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
14
infrastructuur, civiele paraatheid, maatschappelijke weerbaarheid en innovatie. De exacte invulling hiervan is echter nog onderwerp van overleg en besluitvorming in NAVO- en EU-verband en is mede afhankelijk van het beleid van het nieuwe kabinet dat aantreedt na de verkiezingen op 29 oktober 2025. De VNG blijft zich inzetten voor meer middelen om de inzet van gemeenten en veiligheidsregio’s op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht te versterken en concreet vorm te geven. Dit vergt nadere onderlinge afstemming over de verdeling, besteding en verantwoording van de middelen, evenals duidelijkheid over de rolverdeling tussen rijk, regio en gemeenten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15
3 Good practices en toolkit Denk vooruit-campagne Sinds juli 2025 zijn de eerste communicatiemiddelen voor de publiekscampagne ‘Denk vooruit’ te vinden op de website van Denk vooruit. Gemeenten kunnen deze communicatiemiddelen lokaal inzetten en sluiten hierbij aan bij de landelijke campagne, die vanaf het najaar van 2025 van start gaat.
Platform WeerbaarNL Platform WeerbaarNL is een verbindend kennis- en netwerkplatform dat organisaties ondersteunt bij het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid in Nederland. Het platform is ontstaan vanuit een beleidsvoornemen in de Landelijke Agenda Crisisbeheersing en richt zich op het faciliteren van samenwerking tussen veiligheidspartners, sectorale organisaties en maatschappelijke actoren, zowel binnen als buiten het traditionele veiligheidsdomein. In een tijd waarin de samenleving geconfronteerd wordt met complexe transities en een toenemend aantal dreigingen, waaronder klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, geopolitieke spanningen en economische ontwrichting, stimuleert WeerbaarNL het vormen van communities en het delen van kennis, ervaringen en goede voorbeelden. Gemeenten, veiligheidsregio’s en maatschappelijke partners kunnen via het platform actuele inzichten opdoen, relevante initiatieven volgen en aansluiting vinden bij bredere netwerken gericht op het versterken van de weerbaarheid. De VNG en WeerbaarNL werken intensief samen om elkaar te versterken en aan te vullen.
Bondgenoten Een Bondgenotennetwerk kan een belangrijke rol spelen in het vergroten van de veerkracht en het draagvlak binnen een gemeente. Bondgenoten zijn vertegenwoordigers van lokale gemeenschappen, maatschappelijke organisaties en sleutelfiguren die beschikken over toegang tot specifieke
doelgroepen, kennis hebben van lokale netwerken en het vertrouwen van inwoners. Door deze partijen actief te betrekken, kan de gemeente sneller schakelen, signalen beter duiden en effectiever communiceren, ook in situaties waarin de overheid zelf minder zichtbaar of overtuigend is. In meerdere steden is het bondgenotennetwerk actief en wordt de agenda van het overleg niet bepaald door de gemeente. Verschillende gemeenten zoals Deventer, Utrecht en Amersfoort maken gebruik van het Bondgenotenoverleg, waarin vertegenwoordigers van onder andere de Somalische, Syrische, Eritrese, Joodse en LHBTQI+-gemeenschappen samen met de politie en gemeente structureel in gesprek zijn. Dit overleg vindt plaats in rustige tijden en wordt ingezet om spanningen vroegtijdig te signaleren, polarisatie te voorkomen en onderling vertrouwen te versterken. Juist doordat deze relaties zijn opgebouwd vóórdat een crisis zich voordoet, kunnen bondgenoten in de warme fase snel en effectief worden ingezet. Daarmee zijn zij geen incidentele hulpbron, maar een vast onderdeel van een duurzame en inclusieve crisisaanpak.
Gesprekstool NCTV De NCTV heeft een gesprekstool maatschappelijke weerbaarheid ontwikkeld om gemeenten en andere organisaties te ondersteunen bij het voeren van gesprekken over weerbaarheid en de voorbereiding op verstoringen of crises. De tool is laagdrempelig en breed inzetbaar, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als in samenwerking met maatschappelijke partners, bedrijven of bewonersinitiatieven. De gesprekstool bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder instructies, themakaarten en scenariokaarten, die kunnen worden gebruikt om op gestructureerde wijze met elkaar in gesprek te gaan over kwetsbaarheden, mogelijke scenario’s en te nemen maatregelen. Gemeenten kunnen de tool benutten om intern het bewustzijn onder medewerkers te vergroten en gezamenlijk handelingsperspectieven te verkennen, maar ook om in gesprek te gaan met inwoners, wijknetwerken of maatschappelijke
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
16
organisaties over de betekenis van weerbaarheid in de lokale context. Door ruimte te bieden voor dialoog, reflectie en het delen van perspectieven draagt de gesprekstool bij aan een inclusieve en gedeelde benadering van maatschappelijke weerbaarheid.
Voorbeelden uit de praktijk Aanpak weerbaarheid, gemeente Utrecht De gemeente Utrecht laat zien hoe je als lokaal bestuur invulling kan geven aan een weerbaarheidsaanpak. Sinds 2023 werkt Utrecht aan een integrale weerbaarheidsaanpak, waarin realistische crisisscenario’s, zoals langdurige uitval van het elektriciteitsnet, het vertrekpunt zijn. De stad ontwikkelt concrete plannen: van steunpunten in de wijk met eigen stroomvoorziening tot scenario’s voor waterdistributie en extra aandacht voor kwetsbare groepen. Utrecht bewijst dat dit geen theoretische opgave is. De afhankelijkheid van digitale systemen, druk op de zorg en de noodzaak van betrouwbare communicatie maken duidelijk dat gemeenten nu moeten investeren in weerbaarheid. Gesprek met inwoners, gemeente Haarlemmermeer De gemeente Haarlemmermeer laat zien hoe samenredzaamheid op lokaal niveau handen en voeten krijgt. In dorpen als Burgerveen wordt actief gewerkt aan buurtplannen, waarin inwoners, dorpsraden en vrijwilligers samenwerken aan praktische afspraken voor als het misgaat, bijvoorbeeld bij een langdurige stroomstoring. Deze plannen gaan verder dan alleen bewustwording: ze bevatten concrete afspraken over wie de sleutel van het dorpshuis heeft, wie medische kennis heeft in de buurt, en welke middelen beschikbaar zijn, van een radio tot een EHBO-kit.
Haarlemmermeer kiest voor een aanpak die voortbouwt op het bestaande vertrouwen in de gemeenschap. De gesprekken in dorpen en wijken vormen het vertrekpunt, niet alleen voor het versterken van zelfredzaamheid, maar juist ook voor het stimuleren van samenredzaamheid: het vermogen om elkaar te helpen als systemen falen. De buurtplannen sluiten aan bij een breder beleidskader waarin veerkracht, bereikbaarheid en lokale betrokkenheid centraal staan.
een gezamenlijke, regionale aanpak waarin publieke en private partijen, maatschappelijke organisaties en inwoners worden betrokken bij de aanpak van crisisbeheersing en rampenbestrijding. De publiek-private coalitie die gevormd is om weerbaarheid regionaal en maatschappijbreed op te pakken, richt zich op het creëren van beweging die begint bij het voeren van gesprekken met maatschappelijke organisaties, bedrijven en decentrale overheden in de regio. Met behulp van een mobiele app wordt er duidelijkheid geschapen over de verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. Deze aanpak wordt vormgegeven vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid, en is daarom breed gedragen door gemeenten, veiligheidsregio’s, maar ook het bedrijfsleven.
Relevante literatuur •
Werken aan weerbaarheid en veerkracht - NIPV
•
Visiedocument ‘Verkenning naar versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht’ - NIPV
•
Bestuurlijke netwerkkaarten crisisbeheersing: nooddrinkwater en noodwater - NIPV
•
Safer Together: Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness – Europese Commissie
•
Risico- en crisisbarometer voorjaar 2025 - NCTV
•
Kamerbrief Weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen 6 december 2024 – Ministerie van Justitie en Veiligheid
•
Kamerbrief maatschappelijke weerbaarheid en militaire paraatheid tegen militaire en hybride dreigingen 11 juli 2025 – Ministerie van Justitie en Veiligheid
‘Whole-of-society’-aanpak, Stedendriehoek De Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen) werkt aan een wholeof-society aanpak van weerbaarheid en veerkracht, waarin ze toewerken naar
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
17
4 Geleerde lessen Geleerde lessen uit Oekraïne De effecten van de grootschalige Russische aanval in Oekraïne slaan ook neer in Oekraïense gemeenten. Deze Oekraïense gemeenten zetten in tijden van nood en crisis alles op alles om de samenleving te beschermen. Hieruit zijn een aantal belangrijke lessen te trekken, die ook voor Nederlandse gemeenten relevant zijn. Uit Oekraïense ervaring blijkt dat de samenwerking tussen de gemeente en de rest van de samenleving, het bedrijfsleven, NGO’s en vrijwilligers cruciaal is. Gemeenten met nauwe samenwerking tussen de overheid en alle relevante partners in de lokale samenleving, blijken weerbaarder tegen de constante dreigingen dan gemeenten waar dit niet het geval is. Daarnaast is continuïteit van leiderschap van belang; de herkenbaarheid van de lokale burgemeester en andere bestuurders zorgt voor vertrouwen en draagt bij aan de draagkracht van de samenleving. Bovendien is ook in Oekraïne gebleken dat informatievoorziening en goede risico- en crisiscommunicatie richting inwoners cruciaal is. Het gebruik van digitale apps waarop inwoners live updates ontvangen van de risico’s en gevaren blijkt effectief, maar het is ook noodzakelijk om alternatieve (analoge) communicatiekanalen te ontwikkelen. Uitgangspunt bij dit alles is de inzet op zelfredzaamheid van de inwoners.
In september 2025 wordt door Veiligheidsregio Utrecht en VNG International een gezamenlijke policy brief gepubliceerd met een uitgebreide toelichting op geleerde lessen uit Oekraïense gemeenten.
netwerken. Daarnaast werd duidelijk dat het vertrouwen van de samenleving in hoge mate wordt bepaald door de kwaliteit van de overheidscommunicatie en een brede belangenafweging. Een effectieve crisisaanpak wekt vertrouwen maar het tijdig afschalen van de crisisstructuren evenzo. De praktijk liet zien dat lokaal maatwerk werkt: gemeenten die ruimte kregen of namen voor eigen afwegingen bleken beter in staat om aan te sluiten bij de specifieke behoeften van hun gemeenschap. De sociale samenhang binnen buurten en wijken fungeerde als een stille kracht die bijdroeg aan veerkracht, wat het belang onderstreept van investeren in sociale infrastructuur en gemeenschapsnetwerken. Tegelijkertijd werd de kwetsbaarheid van vitale processen zichtbaar en groeide het besef dat weerbaarheid niet alleen een technische, maar ook een organisatorische en sociale opgave is. Tot slot heeft de pandemie aangetoond dat een structurele voorbereiding noodzakelijk is; het opbouwen van maatschappelijke weerbaarheid vraagt om beleidsmatige verankering, duidelijke taakverdeling en een continue investering in voorbereiding, scenariodenken en oefening, ook voor langdurige of minder zichtbare crises.
Geleerde lessen coronacrisis De coronapandemie heeft het belang onderstreept van een brede en tijdige samenwerking tussen overheden en maatschappelijke partijen. Een effectieve (crisis)respons bleek niet alleen afhankelijk van formele ketenpartners, maar juist ook van het vroeg betrekken van maatschappelijke organisaties, zorginstellingen, ondernemers, wijknetwerken en inwoners. Dit vraagt om het voorafgaand aan een crisis al structureel opbouwen en onderhouden van deze
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
18
5 Contact Met vragen of opmerkingen over deze handreiking kunt u contact opnemen met het team Weerbaarheid van de VNG via weerbaarheid@vng.nl. Via dit e-mailadres kunt u zich ook aanmelden als u wilt deelnemen aan het besloten VNG-forum ‘Weerbare Samenleving’, waar gemeenten en veiligheidsregio’s kennis, ervaringen en good practices uitwisselen. We raden u aan om lid te worden van het VNG-forum ‘Weerbare Samenleving’. Hier vindt u actualiteiten, bijeenkomsten en verdiepende documenten. We gaan u verder ondersteunen in het operationaliseren van deze handreiking binnen uw gemeente en regio. Bijvoorbeeld met scenario-studies, digital twins en impactanalyses. Zodra daar meer over bekend is informeren we u daarover via bovengenoemde kanalen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
19
6 Bijlagen Definities • Maatschappelijke weerbaarheid kenmerkt zich door het aanpassingsvermogen van inwoners en gemeenschappen om zich tegen verstoringen te wapenen en zich ertegen te beschermen. Het gaat om het voorkomen of beperken van de impact van een risico of bedreiging. Het is in feite de bescherming tegen de eerste klappen van een ramp of crisis. • Maatschappelijke veerkracht is een dynamisch proces van het collectief en verwijst naar het vermogen van een samenleving om na een ramp of crisis terug te veren naar een normale of nieuwe toestand. Bij het ontwikkelen en versterken van de maatschappelijke veerkracht zijn sociaal kapitaal en vertrouwen een belangrijke kernelementen, maar ook de samenwerking tussen verschillende gemeenschappen.
• Burgerhulpverlening (first responders) houdt in dat inwoners die, al dan niet opgeleid of georganiseerd (zoals via burgernetwerken of EHBOvrijwilligers), snel eerste hulp kunnen verlenen of informatie kunnen bieden bij incidenten of rampen voordat professionele hulpdiensten arriveren. Gemeenten en veiligheidsregio’s kunnen deze informele netwerken faciliteren en integreren in crisisvoorbereiding en -respons. • NCV is een communicatienetwerk dat specifiek bedoeld is voor gebruik door overheid en hulpdiensten tijdens een ramp of crisis als het reguliere openbare telefoonnet geheel overbelast raakt of uitvalt.
• De whole-of-society aanpak houdt in dat álle onderdelen van de samenleving, overheid, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen én inwoners worden betrokken bij het voorkomen, voorbereiden, reageren op en herstellen van crises. • De all-hazard benadering is een beleidsaanpak waarbij (mede)overheden en hulpdiensten zich voorbereiden op alle typen risico’s en crises ongeacht hun oorzaak (o.a. natuurrampen, cyberdreigingen, militaire hybride dreigingen),
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
20
Bestuurlijke opdracht VNG Het VNG-bestuur heeft op 24 januari 2025 ingestemd met de volgende bestuurlijke opdracht, om als VNG nader uit te werken: In het kader van kennisdeling en dienstverlening: 1. Te onderzoeken of een gezamenlijk basisniveau of actielijst voor gemeenten wenselijk en haalbaar is ten aanzien van de aanpak van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht; 2. Te onderzoeken op welke wijze de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau versterkt kan worden door gemeenten; 3. Te verkennen hoe gemeenten zicht krijgen op hoge concentraties verminderd zelfredzame inwoners, kwetsbare voorzieningen en locaties, zodat gemeenten daarop adequaat kunnen anticiperen in het kader van bevolkingszorg; 4. Te verkennen op welke wijze gemeenten maatschappelijke netwerken in beeld krijgen en kunnen inzetten en/of benutten bij (dreigende) rampen en crisis; 5. Uit te werken op welke manier gemeenten good practices en kennis met elkaar kunnen uitwisselen via de VNG-kanalen en op het platform WeerbaarNL; In het kader van belangenbehartiging: 6. Te verkennen in hoeverre lokale herkenningspunten ingezet kunnen worden als ‘resillience points’, punten waar inwoners naartoe kunnen gaan voor informatie en levensbehoeften bij calamiteiten en dreigingen; 7.
Te onderzoeken in hoeverre lokaal handelingsperspectief voor gemeenten ontbreekt in relatie tot de meest urgente dreigingsscenario’s en bijbehorende effecten aan de hand van de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden. De volledige tekst van de bestuurlijke opdracht is te vinden op ons Forum.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
21
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl augustus 2025
BRABANTSE NORM WEERBARE OVERHEID
Voorwoord In onze dorpen en steden, tussen de bedrijvigheid en het gewone leven door, zoeken criminelen naar openingen. Soms klein, soms geraffineerd. Een vergunning hier, een kwetsbare medewerker daar, een proces dat nét niet sluitend is. Het zijn die momenten waarop zichtbaar wordt hoe belangrijk onze gezamenlijke alertheid is. Want dáár, in die kleine keuzes van alledag, begint onze weerbaarheid. Maar weerbaarheid gaat over meer dan alleen het tegengaan van criminele inmenging. Zij raakt aan integriteit, aan het herkennen van oneigenlijke beïnvloeding van besluitvorming, aan belangenverstrengeling en aan het omgaan met druk die soms voelbaar op de schouders rust. Het gaat om koers houden in een tijd waarin de verwachtingen van de overheid hoog zijn en de uitdagingen complex. In die context is de Brabantse norm weerbare overheid van grote waarde. Het is een gezamenlijke afspraak over wat we minimaal van onszelf mogen verwachten. Geen lijstje om af te vinken, maar een instrument dat gesprekken opent, bewustzijn vergroot en beweging brengt. Een norm die niet afvinkt, maar aanvonkt. Uniformiteit is daarbij essentieel. De Brabantse norm helpt om de dijken tegen ondermijning overal even hoog te maken. Want waar verschillen ontstaan, ontstaat ruimte – en die ruimte wordt benut. Dat vraagt soms extra inspanningen. 2 Brabantse norm weerbare overheid maart 2026
Die opgave gaan we samen aan, vanuit de overtuiging dat niemand er alleen voor staat en dat we elkaar hierop mogen aanspreken én ondersteunen. Weerbaarheid vraagt bovendien om een positieve blik. Het gaat niet om defensief denken, maar om veerkracht: om het vertrouwen en de lenigheid om met veranderende omstandigheden om te gaan. Of het nu gaat om ondermijning of andere actuele dreigingen, wij staan aan de poort. En ons dagelijks handelen maakt daarin het verschil.
integer en weerbaar is. Niet omdat we ‘crime fighters’ zijn, maar omdat we willen bijdragen aan een eerlijke en fatsoenlijke samenleving. Andere overheden die zich in deze Brabantse ambitie herkennen, nodig ik van harte uit om aan te sluiten. Ina Adema – Commissaris van de Koning in Noord-Brabant
Sinds haar introductie in 2022 is de Brabantse norm uitgegroeid tot hét centrale instrument waarmee gemeenten en provincie aan hun weerbaarheid werken, en met deze actualisatie bevestigen en verstevigen we die gezamenlijke basis. De norm herinnert ons eraan dat een effectieve aanpak van ondermijning begint bij een overheid die zelf stevig staat. De norm is niet vrijblijvend; zij vraagt om aandacht, om keuzes en om handelen. Maar zij is wél van ons samen. En juist in dat samen schuilt onze kracht. Ik ben trots op de manier waarop de Brabantse gemeenten deze opgave gezamenlijk oppakken. Die erkenning wil ik hier uitspreken. Ik zie de inzet en volharding, maar ook de dilemma’s waar u in de dagelijkse praktijk mee te maken heeft. We vragen veel van elkaar, maar niemand staat er alleen voor. Samen blijven we werken aan een overheid die sterk, maart 2026 Brabantse norm weerbare overheid 3
Inleiding Weerbaarheid is van ons allemaal Een goed functionerende samenleving vereist een sterk, integer en betrouwbaar openbaar bestuur. Overheden krijgen echter steeds vaker te maken met uiteenlopende vormen van druk, dreiging en verstoring, van buitenaf én van binnenuit. Deze ontwikkelingen kunnen het dagelijks functioneren van organisaties raken en in het uiterste geval de democratische gang van zaken frustreren. Weerbaarheid is daarom geen abstract begrip, maar een essentiële voorwaarde om de continuïteit, betrouwbaarheid en legitimiteit van het openbaar bestuur te waarborgen. Weerbaarheid is het vermogen om weerstand te bieden aan druk, dreigingen en verstoringen, en om daar effectief mee om te gaan. Het gaat om voorbereid zijn, het herkennen van signalen, netwerkbewustzijn en het voorkomen dat kwetsbaarheden worden misbruikt. Dat geldt voor organisaties als geheel, maar ook voor de mensen die er werken. Iedere bestuurder, volksvertegenwoordiger en medewerker heeft daarin een eigen rol en verantwoordelijkheid. Weerbaarheid is daarmee niet iets van ‘de organisatie’, maar van ons allemaal.
4 Brabantse norm weerbare overheid maart 2026
Weerbaarheid tegen ondermijning De Brabantse norm is ontstaan vanuit de integrale aanpak van ondermijning. De afgelopen jaren hebben de provincie en gemeenten hierin forse stappen gezet, zij het in verschillend tempo en vanuit uiteenlopende uitgangsposities. Die inzet blijft onverminderd nodig. De ondermijnende effecten van georganiseerde criminaliteit vormen nog steeds een reële bedreiging voor de integriteit en slagkracht van het openbaar bestuur. Tegelijkertijd vragen maatschappelijke ontwikkelingen om een bredere kijk op weerbaarheid. Naast ondermijning zien we ook andere tendensen die het functioneren van overheden onder druk zetten, zoals corruptie, agressie en intimidatie tegen ambtenaren en politici, cyberaanvallen en misbruik van overheidsmiddelen. De norm richt zich daarom niet alleen op veiligheid en criminaliteit, maar op de weerbaarheid van de hele organisatie tegen ondermijnende invloeden in brede zin.
Weerbaarheid is een organisatiebrede opgave Weerbaarheid is als gezegd geen opgave van één afdeling of één beleidsterrein. Vanwege de brede scope raakt het aan alle onderdelen: van bestuur en directie tot personeelszaken, van beleidsafdelingen tot uitvoering en ondersteuning. Een duurzame aanpak vraagt om expliciet eigenaarschap en voorbeeldgedrag aan de top, én om betrokkenheid van alle medewerkers.
Met ‘wij’ bedoelen we in deze norm de gemeenten en de provincie. Binnen deze organisaties beschouwen we de driehoek van burgemeester, gemeentesecretaris en griffier, evenals hun provinciale evenknieën, als de belangrijkste ‘eigenaren’ van de norm. Zij geven richting, bewaken de samenhang en verankeren weerbaarheid als een structureel onderdeel van het dagelijks handelen. In het bijzonder spelen de gemeentesecretarissen, als spil van de ambtelijke organisatie, een cruciale rol bij het laten doorwerken van de norm in beleid, processen en cultuur.
Weerbaarheid vraagt om samenwerking, uniformiteit en houvast in de praktijk Weerbaarheid stopt niet bij de gemeente- of provinciegrens. Kwaadwillenden zoeken de zwakste schakel; wat in de ene organisatie wordt tegengehouden, kan elders alsnog plaatsvinden. Juist daarom zijn uniformiteit en samenwerking essentieel. Deze Brabantse norm is ontwikkeld in samenspraak met gemeenten, de provincie, het RIEC Zeeland West-Brabant en het RIEC Oost-Brabant (hierna: de RIEC’s). De norm heeft als doel te komen tot een gezamenlijk basisniveau van weerbaarheid waaraan iedereen zich committeert. De norm is een leer- en ontwikkelinstrument: we spreken gezamenlijk af wat nodig is, terwijl hoe en in welk tempo per organisatie kan verschillen. Maatwerk is mogelijk en soms ook noodzakelijk, zolang het gezamenlijke basisniveau maar wordt geborgd. De norm is geen toezichtsinstrument, maar een middel om elkaar te versterken, van elkaar te leren en elkaar aan te spreken op voortgang. Om die voortgang inzichtelijk te
maken, monitoren we de implementatie en toepassing van de norm periodiek, zodat we gericht kunnen bijsturen en leren van wat werkt. De RIEC’s ondersteunen ons in de monitoring van de Brabantse norm en voorzien in een passend ondersteuningsaanbod. Zo bouwen we samen aan een weerbaar openbaar bestuur dat het vertrouwen van de samenleving verdient en beschermt.
Handelingskader bij de norm De ervaringen met de Brabantse norm laten zien dat de stap van papier naar praktijk niet vanzelf gaat. In het kader van de actualisatie hebben gemeenten daarom expliciet de behoefte uitgesproken aan meer houvast bij de uitvoering. Juist in de dagelijkse praktijk is het helpend om scherp te hebben wat de norm concreet vraagt, hoe dat zichtbaar wordt in het handelen van alledag en welke afwegingen daarbij horen. Die les hebben we nadrukkelijk meegenomen in deze actualisatie. Daarom voegen we aan de norm nu ook een Handelingskader toe. Dit is een praktisch ondersteuningsinstrument dat helpt om de norm concreet toe te passen. In het Handelingskader bundelen we werkwijzen, goede voorbeelden en ervaringen uit Brabant en daarbuiten. Door deze kennis te delen ontstaat een gezamenlijke basis die samenwerking versterkt en het mogelijk maakt sneller in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Het Handelingskader helpt om kwetsbaarheden tijdig te herkennen, maatregelen in samenhang uit te voeren en elkaar te versterken in de uitvoering.
maart 2026 Brabantse norm weerbare overheid 5
Het Handelingskader is een digitaal instrument dat via de provincie wordt aangeboden en voortdurend wordt geactualiseerd. Zo blijft het aansluiten bij de praktijk van vandaag én bij toekomstige opgaven. Mede hierdoor is aan deze norm geen einddatum gekoppeld: via het Handelingskader kan worden ingespeeld op veranderingen en de actualiteit zonder dat de norm zelf steeds hoeft te worden herzien.
6 Brabantse norm weerbare overheid maart 2026
maart 2026 Brabantse norm weerbare overheid 7
De zes pijlers van de Brabantse norm De Brabantse norm vormt het fundament voor een weerbare overheid. Het hierin opgenomen basisniveau maakt inzichtelijk wat overheidsorganisaties minimaal op orde moeten hebben om weerbaar te zijn. De norm introduceert geen nieuwe kaders, maar bundelt bestaande wet- en regelgeving, afspraken, richtlijnen en ambities die gemeenten en provincie ook nu al hanteren en toepassen in hun dagelijkse praktijk. Het fundament krijgt vorm in zes samenhangende pijlers.
1. Bewustwording en organisatie Een weerbare overheidsorganisatie is toegankelijk, transparant en levert betrouwbare dienstverlening. Van medewerkers tot college en raad, iedereen is zich bewust van de risico’s van ondermijning. De organisatie is zo ingericht dat signalen van ondermijning effectief worden herkend en gemeld. Weerbaarheid en het voorkomen van ondermijning staan centraal en worden structureel onder de aandacht gebracht, waarbij ze een vast onderdeel vormen van beleidsontwikkeling en uitvoering.
8 Brabantse norm weerbare overheid maart 2026
2. Integriteit Integer handelen is een onvoorwaardelijke verplichting voor iedereen die voor de overheid werkt. Van ambtenaar tot politieke ambtsdrager wordt verwacht dat zij onafhankelijk, eerlijk en betrouwbaar optreden in het algemeen belang van de samenleving. De eed of belofte bij aanstelling benadrukt deze verantwoordelijkheid en de voorbeeldfunctie die zij vervullen. De organisatie zorgt ervoor dat medewerkers en politieke ambtsdragers zijn toegerust om integer te handelen en dat zij worden beschermd tegen ongepaste druk, beïnvloeding of bedreiging. Preventieve maatregelen verkleinen de kans op integriteitsschendingen. Heldere kaders en protocollen waarborgen dat signalen en incidenten tijdig, zorgvuldig en consequent worden opgepakt. Alleen in een organisatie waar integriteit leidend is, kan het vertrouwen in de overheid worden behouden en versterkt.
maart 2026 Brabantse norm weerbare overheid 9
3. Veilige publieke taak
5. Beleid, toezicht en handhaving
Het waarborgen van een veilige publieke taak is essentieel voor een weerbare overheid. Ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers moeten hun taken kunnen uitoefenen zonder intimidatie, agressie of andere vormen van ongewenste beïnvloeding. Dit vraagt om preventieve beveiliging, zoals goede fysieke en digitale bescherming, maar ook om een snelle en effectieve aanpak van incidenten. Op deze manier zorgt de overheid voor een veilige omgeving waarin publieke taken met vertrouwen en gezag worden uitgevoerd.
Het hebben van actueel en goed doordacht beleid, én het consequent uitvoeren daarvan, is essentieel voor de betrouwbaarheid van de overheid. Om weerbaarheid te versterken, is het van groot belang dat de 'gereedschapskist' van bestuurlijke instrumenten goed gevuld is. Dit stelt overheden in staat om snel en effectief op te treden tegen ondermijning en deze zowel preventief als repressief aan te pakken.
4. Informatiepositie en informatiebeveiliging
Een weerbare overheidsorganisatie communiceert actief over hoe zij ondermijning voorkomt en bestrijdt. Bijvoorbeeld door het publiek te informeren over genomen maatregelen en behaalde resultaten, of door campagnes te voeren die signalen van ondermijning herkenbaar maken en meldingen stimuleren. Dergelijke open communicatie versterkt het bewustzijn rondom ondermijning en benadrukt het belang van weerbaarheid binnen de organisatie en in de samenleving. Bovendien kan communicatie zelf een effectieve interventiestrategie zijn om ondermijning te verstoren.
Overheidsorganisaties beschikken over grote hoeveelheden informatie die zij verkrijgen bij de uitvoering van hun wettelijke taken. Het waarborgen van een sterke informatiepositie en informatiebeveiliging is cruciaal voor het betrouwbaar en transparant uitvoeren van deze taken. Daarnaast stelt een goed beheer van informatie de overheid in staat om patronen van ondermijning en mogelijke risicofactoren vroegtijdig te signaleren. Hierdoor kunnen overheden hun capaciteit zo effectief mogelijk inzetten om ondermijning te voorkomen en tegen te gaan.
10 Brabantse norm weerbare overheid maart 2026
6. Communicatie
1. 1.1.
1.2.
1.3.
Bewustwording en organisatie Wij beleggen het eigenaarschap voor een weerbare organisatie bij de interne bestuurlijke driehoek van burgemeester, gemeentesecretaris en griffier. Wij hebben het versterken van de weerbaarheid tegen ondermijning opgenomen in ons integrale veiligheidsplan (IVP) en geven de aanpak verder vorm in een uitvoeringsplan. Wij besteden meerdere keren per jaar aandacht aan weerbaarheid en actuele ondermijningsthema’s op het niveau van medewerkers en politieke ambtsdragers. Dit doen wij organisatiebreed, onder meer door het organiseren van bewustwordingsactiviteiten gericht op het herkennen van signalen van ondermijning en criminele inmenging. Dit doen wij in ieder geval bij indiensttreding van nieuwe medewerkers.
1.4.
1.5.
1.6.
Wij organiseren op districts- of basisteamniveau meerdere keren per jaar een gezamenlijke bijeenkomst of activiteit gericht op weerbaarheid tegen ondermijning. Wij benaderen ondermijningsvraagstukken integraal. Alle organisatieonderdelen werken samen aan de aanpak van ondermijning en/of voeren projecten uit waarbij aandacht is voor ondermijning. Wij werken samen met relevante publieke en private partners in de aanpak van ondermijning en zoeken daarin actief de samenwerking op. Dit doen wij onder meer door actief deel te nemen aan de RIEC-samenwerking.
2. Integriteit 2.1.
2.2.
2.3.
2.4.
2.5.
12 Brabantse norm weerbare overheid maart 2026
Wij hebben actueel integriteitsbeleid en passen dit actief en consequent toe. Daarin beschrijven wij hoe onze organisatie werkt aan een integere cultuur en welke rol het bestuur en management daarin hebben. Wij hebben een actuele gedragscode (niet ouder dan vijf jaar) die geldt voor medewerkers (ook externen) en politieke ambtsdragers en passen deze actief en consequent toe. Wij organiseren jaarlijks bijeenkomsten voor medewerkers en politieke ambtsdragers rondom het thema integriteit en netwerkbewustzijn – onder meer in relatie tot ondermijning – waarin zij worden toegerust met kennis en handelingsperspectief. Directie, leidinggevenden en griffie hebben hierin een belangrijke rol. Wij hebben een meldpunt voor mogelijke integriteitsschendingen en brengen de vertrouwenspersonen en het meldpunt minstens jaarlijks organisatiebreed onder de aandacht. Wij hebben een protocol waarin beschreven staat hoe te handelen bij (vermeende) integriteitsschendingen.
2.6.
2.7.
2.8.
2.9.
2.10.
2.11.
Wij zijn alert op mogelijke integriteitsvraagstukken. Wij bevorderen een open cultuur waarin medewerkers en politieke ambtsdragers integriteitsvraagstukken tijdig signaleren, bespreken en ondersteuning krijgen bij twijfel of druk. Wij laten voor kandidaat-bestuurders een risicoanalyse uitvoeren conform de meest recente handreiking van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Wij adviseren politieke partijen een risicoanalyse uit te voeren voor (kandidaat)raadsleden conform de meest recente handreiking van het ministerie van BZK. Wij besteden bij de eed- of belofteaflegging van nieuwe medewerkers specifiek aandacht aan integriteit en netwerkbewustzijn, onder meer in relatie tot ondermijning. Wij nemen in de overeenkomst met ingehuurde medewerkers waarbij geen eed- en belofteaflegging plaatsvindt een clausule op met een geheimhoudingsplicht. Wij hebben in een besluit bepaald welke screeningsmaatregelen (zoals een VOG of VOG-P) plaatsvinden per profiel of functieaspect en in hoeverre deze periodiek worden herhaald.
maart 2026 Brabantse norm weerbare overheid 13
3. Veilige Publieke Taak (VPT) 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
3.5.
3.6.
Wij hebben een organisatienorm van acceptabel gedrag en dragen deze intern en extern actief uit. Wij hebben een actueel agressieprotocol en dragen dit intern en extern actief uit. Wij zorgen voor een veilige fysieke werkomgeving voor onze medewerkers en politieke ambtsdragers. Wij kennen de risico’s in onze werkprocessen en functieprofielen en beschermen onze medewerkers en politieke ambtsdragers actief tegen deze risico’s. Wij zorgen dat onze medewerkers en politieke ambtsdragers getraind zijn in het herkennen, voorkomen van en omgaan met (digitale) agressie, intimidatie en geweld. Wij stimuleren dat medewerkers en politieke ambtsdragers elk voorval van (digitale) agressie, intimidatie en geweld intern melden bij een daartoe aangewezen persoon en ook bij een adequaat registratiesysteem dat voor deze meldingen is ingericht.
3.7.
3.8.
3.9.
3.10.
3.11. 3.12.
14 Brabantse norm weerbare overheid maart 2026
Wij reageren binnen 24 uur richting de betreffende medewerker of politieke ambtsdrager op een melding van (digitale) agressie, intimidatie of geweld en nemen op basis van de binnengekomen melding vervolgstappen conform de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA). Wij reserveren structureel middelen in onze begroting voor passende (fysieke) beveiligingsmaatregelen voor medewerkers en politieke ambtsdragers. Wij zorgen voor het extern melden van voorvallen van (digitale) agressie, intimidatie en geweld en het (laten) doen van aangifte van strafbare feiten bij de politie. Aangiftes worden door de politie en het OM conform de ELA/het protocol VPT opgepakt. Wij bieden proactief nazorg aan de medewerker of politieke ambtsdrager die slachtoffer is geworden van (digitale) agressie, intimidatie of geweld. Wij verhalen de schade van (digitale) agressie, intimidatie of geweld op de dader. Wij evalueren periodiek de inhoud en afhandeling van meldingen binnen onze eigen organisatie en met het Openbaar Ministerie (OM) en de politie.
maart 2026 Brabantse norm weerbare overheid 15
4. Informatiepositie en informatiebeveiliging Informatiepositie 4.1.
4.2.
4.3.
Wij zorgen ervoor dat onze interne informatiepositie op het thema ondermijning inzichtelijk wordt gemaakt en wordt ingezet in de ondermijningsaanpak. Wij verzamelen, verwerken en delen informatie over ondermijning op gestructureerde wijze en conform weten regelgeving. Wij hebben een actueel privacy protocol voor het verwerken van gegevens binnen de aanpak van ondermijning waarmee wij borgen dat wij gevoelige informatie volgens de meest actuele wet- en regelgeving behandelen en de privacy van betrokkenen respecteren. Wij hebben een centraal meldpunt voor het ontvangen van signalen van ondermijning. Wij brengen dit meldpunt actief onder de aandacht en zorgen ervoor dat het voor personen binnen en buiten de organisatie laagdrempelig toegankelijk is. Wij stimuleren het melden van signalen en zorgen voor een duidelijke opvolging.
16 Brabantse norm weerbare overheid maart 2026
4.4.
4.5.
4.6.
4.7.
Wij delen, verrijken en analyseren signalen uit verschillende organisatieonderdelen in een periodiek overleg (Gemeentelijk Signalenoverleg Ondermijning). Wij hebben minimaal één medewerker die de rol vervult van informatiecoördinator bestuurlijke aanpak ondermijning. Deze bewaakt het werkproces, volgt meldingen op en verbindt relevante interne en externe partners waar nodig. Wij nemen deel aan periodieke ondermijningstafels met andere overheidspartners in RIEC-verband onder de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) en brengen daar actief onze signalen van ondermijning in. Wij werken actief aan het opstellen van informatiebeelden over specifieke thema’s of gebieden waar sprake is van risico’s op ondermijning. Daarbij brengen wij beschikbare informatie uit interne en externe bronnen samen, analyseren deze in samenhang en vertalen de uitkomsten naar concrete aandachtspunten en handelingsperspectieven voor beleid, toezicht en handhaving. Wij doen dit volgens een vastgestelde methodiek, met inachtneming van geldende wet- en regelgeving en privacykaders.
4.8.
Wij doorlopen periodiek de Datavolwassenheidsscan Ondermijning onder begeleiding van het RIEC om kansen in beeld te krijgen om onze eigen informatiepositie structureel te verhogen en geven uitvoering aan de aanbevelingen uit het adviesrapport.
Informatiebeveiliging 4.9.
4.10.
Wij bevorderen bewustwording over het belang van informatiebeveiliging in onze organisatie op het niveau van medewerkers en politieke ambtsdragers en stimuleren veilig gedrag, onder andere door voorlichting, training en communicatie. Wij zorgen minimaal elk half jaar voor een overleg tussen de Chief Information Security Officers (CISO) op districts- of basisteamniveau om gezamenlijk te werken aan onze weerbaarheid ten aanzien van informatieveiligheid.
4.11.
Wij voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) 2. Hiermee borgen wij dat wij werken volgens de actuele, internationale standaarden (NENISO/IEC 27001 en NEN-ISO/IEC 27002) en dat we risicogestuurd te werk gaan. Daarnaast voldoen wij aan de vereisten uit de Cyberbeveiligingswet (NIS2). Dit betekent dat informatiebeveiliging bestuurlijk is belegd, dat incidenten tijdig worden gemeld, dat risico’s in de keten worden beheerst en dat de naleving periodiek wordt getoetst en verantwoord.
maart 2026 Brabantse norm weerbare overheid 17
5. Beleid, toezicht en handhaving Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 5.1.
Wij hebben ondermijningsartikelen opgenomen in onze APV op basis van de ‘Handreiking APV en ondermijning’ van de VNG, houden hier toezicht op en handhaven bij geconstateerde overtredingen. Deze artikelen richten zich onder meer op: bevoegdheid tot het sluiten van voor het publiek · De toegankelijke gebouwen; voorschrijven van een vergunningplicht en/of het · Het stellen van vergunningseisen; beschermen van de woon- en leefomgeving en · Het het ondernemersklimaat tegen ondermijnende activiteiten.
5.3.
5.4.
5.5.
5.6.
Wet Bibob 5.2.
Wij hebben actueel Bibob-beleid ten aanzien van alle rechtshandelingen die onder het toepassingsbereik van de Wet Bibob vallen en passen dit actief en consequent toe.
18 Brabantse norm weerbare overheid maart 2026
5.7.
Wij hebben voor alle rechtshandelingen Bibobwerkprocessen uitgewerkt en ingericht en passen deze actief en consequent toe. Wij beschikken over voldoende medewerkers om bestendig uitvoering te kunnen geven aan ons Bibobbeleid. Wij borgen dat het uitvoeren van de Wet Bibob is opgenomen in de functieprofielen en opleidingsplannen van deze medewerkers. Wij borgen dat onze Bibob-medewerkers voldoende kennis en ervaring hebben voor de toepassing van de Wet Bibob. Minimaal eens per half jaar komen zij op districts- of basisteamniveau bijeen om kennis en ervaringen uit te wisselen. Wij zorgen dat medewerkers uit de verschillende beleidsdomeinen die betrokken zijn bij de behandeling en beoordeling van rechtshandelingen die onder het toepassingsbereik van de Wet Bibob vallen, bekend zijn met het Bibob-beleid, het Bibob-werkproces en dit consequent toepassen. Wij maken actief en optimaal gebruik van de tipbevoegdheid en onderlinge informatiedeling zoals bedoeld in artikelen 26 en 28 lid 2 onder m van de Wet Bibob.
Opiumwet (Wet Damocles)
Uitvoeringskracht
5.8.
5.13.
5.9.
Wij hebben actueel Damoclesbeleid (artikel 13b Opiumwet) en passen dit actief en consequent toe. Wij beschikken over medewerkers die voldoende zijn toegerust om uitvoering te geven aan de Wet Damocles. Minimaal eens per jaar komen zij op districts- of basisteamniveau bijeen om kennis en ervaringen uit te wisselen.
5.14.
5.15.
Financiële weerbaarheid 5.10.
5.11. 5.12.
Wij borgen dat binnen de afdeling financiën (in het bijzonder debiteurenbeheer) kennis en bewustzijn over de risico’s van openstaande vorderingen in relatie tot ondermijning aanwezig zijn. Wij hebben inzicht in onze openstaande vorderingen en welke daarvan een risico op ondermijning meebrengen. Wij pakken openstaande bestuurlijke vorderingen (boetes, dwangsommen, kostenbeschikkingen, invorderingsbeschikkingen, leges, uitkeringen, etc.) in relatie tot ondermijning actief aan.
5.16. 5.17.
Wij zijn onderdeel van een bestuurlijk interventieteam op districts- of basisteamniveau waarin wij samen met andere gemeenten onze uitvoeringskracht borgen. Wij beschikken over voldoende toezichthouders, boa’s en (handhavings)juristen om (integrale) controles uit te voeren en af te handelen. Wij borgen dat onze toezichthouders, boa’s en (handhavings)juristen getraind en opgeleid zijn in het herkennen en melden van signalen van ondermijning en het toepassen van bevoegdheden. Wij stimuleren dat zij deelnemen aan kennisuitwisseling binnen de organisatie en met partners. Wij voeren informatiegestuurde controles uit en handhaven op (bestuursrechtelijke) overtredingen. Wij komen periodiek op districts- of basisteamniveau bijeen om de inzet van ons bestuurlijk instrumentarium te evalueren, kennis en ervaringen te delen, eventuele knelpunten in de aanpak te bespreken en de speerpunten voor de komende periode te bepalen.