Bijlage 2_Definitief convenant RNOB tbv besluitvorming deelnemers (20240705)
Tekst van het document
Regio Noordoost-Brabant convenant
Definitief: versie 5.0 - 8 juli 2024 - voor definitieve besluitvorming door gemeenteraden en Algemeen Besturen waterschappen
Convenant Regio Noordoost-Brabant De ondergetekenden: de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeester, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft, van de gemeenten: Bernheze, Boekel, Boxtel, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, 's-Hertogenbosch, Sint-Michielsgestel en Vught en de Dagelijkse Besturen van de waterschappen Aa en Maas en De Dommel; OVERWEGENDE DAT: • • •
•
•
•
•
•
Zij op verschillende onderwerpen gemeenschappelijke belangen hebben en om die reden al vele jaren succesvol samenwerken in Regio Noordoost-Brabant (RNOB); Deze samenwerking sinds 2014 is geformaliseerd in een convenant, voor de periodes 2014-2016, 2017-2020 en 2021-2024 en gedurende deze tijd verder is ontwikkeld en geprofessionaliseerd; De deelnemers de samenwerking willen versterken door middel van voorliggend convenant, waaruit hun gezamenlijk belang op regionale opgaven, hun onderlinge verbondenheid en hun wederzijds commitment blijkt; Samenwerking middels een convenant passend is bij deze regio (bevoegdheden blijven bij de gemeenteraden en Algemene Besturen van waterschappen en er ontstaat geen aparte bestuurslaag of juridische entiteit) en daar reeds goede ervaringen mee zijn opgedaan; Het belang om op regionale schaal samen te werken evident is: de opgaven en ontwikkelingen waar gemeenten en waterschappen voor aan de lat staan én die (gemeente)grensoverschrijdend zijn nemen -in aantal, complexiteit en integraliteit- toe; De regio steeds vaker als aanspreekpunt én financieringsbron dient voor Europa, Rijk en provincie, en daarmee kansen biedt voor regio, deelnemers aan dit convenant en dus voor de inwoners en ondernemers in Noordoost-Brabant; Een inhoudelijke regionale agenda als fundament onder de samenwerking dient.
Daardoor is deze samenwerking: o wendbaar: de inhoudelijke agenda beweegt tijdig mee met wat de buitenwereld van de regio vraagt; o krachtig: bestuurlijk commitment en een heldere overleg- en besluitvormingsstructuur; o slagvaardig: noodzakelijke ambtelijke denk- en uitvoeringskracht is regionaal belegd; én o democratisch gelegitimeerd: gemeenteraden en Algemene Besturen van waterschappen zijn in positie om hun kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rollen uit te oefenen. De bestuurlijke en ambtelijke governance en samenwerkingsafspraken door het Bestuur zijn uitgewerkt in de vorm van een organisatieregeling, welke is bekrachtigd door de colleges van B&W en Dagelijkse Besturen van waterschappen. De organisatieregeling en het convenant vormen samen de ‘afsprakenset’ voor alle deelnemers van de samenwerking in het bewerkstelligen van hun gezamenlijke regionale opgaven.
KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN:
HOOFDSTUK 1: DE SAMENWERKING Artikel 1: Definities 1. Deelnemers: gemeenten Bernheze, Boekel, Boxtel, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, ’sHertogenbosch, Sint-Michielsgestel en Vught. En de waterschappen Aa en Maas en De Dommel. 2. Samenwerkingsverband/ RNOB: het geheel van deelnemers. 3. Samenwerkingsagenda: de inhoudelijke agenda die richting geeft aan alle regionale opgaven, programma’s en projecten binnen het samenwerkingsverband. Deze samenwerkingsagenda wordt (tenminste) eens per vier jaar vastgesteld. Artikel 2: Doel van de samenwerking 1. Het bijdragen aan het realiseren en behouden van een prettige leef-, woon- en werkomgeving (brede welvaart) voor alle inwoners en ondernemers binnen de regio Noordoost-Brabant, nú en in toekomstig perspectief. 2. Als deelnemers gezamenlijk en proactief anticiperen op wettelijke, politiek-bestuurlijke, ruimtelijke en/ of sociaal-economische ontwikkelingen, die vragen om een regionale aanpak. 3. Het als deelnemers gezamenlijk realiseren van de regionale maatschappelijke opgaven en ambities, zoals verwoord in de samenwerkingsagenda. 4. Het creëren van een schaalomvang die passend is om een krachtige gesprekspartner te zijn richting ondernemers, (onderwijs)instellingen en mede-overheden binnen de regio NoordoostBrabant en op het niveau van provincie, Rijk en Europa. Artikel 3: Samenwerkingsagenda 1.
In het jaar na de gemeenteraadsverkiezingen stellen de gemeenteraden en Algemene Besturen van waterschappen een samenwerkingsagenda vast, voor een periode van vier jaren, waarin wordt vastgelegd: a. Het gezamenlijke toekomstbeeld van de regio Noordoost-Brabant; b. De regionale opgaven waaraan door de deelnemers in gezamenlijkheid invulling wordt gegeven. 2. Voorafgaand aan behandeling door de individuele gemeenteraden en Algemene Besturen van waterschappen organiseert de Algemene Vergadering (AV) een Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst (VVB), zoals bedoeld in artikel 6. 3. De samenwerkingsagenda is richtinggevend voor de deelnemers in de beleidsvoorbereiding en/ of het voorbereiden van afspraken op de daarin benoemde regionale opgaven. 4. De deelnemers dragen collectief verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de samenwerkingsagenda en spannen zich politiek, bestuurlijk en ambtelijk in voor de realisatie ervan. Daartoe stellen zij conform artikel 11 de benodigde middelen beschikbaar en daarin worden zij ondersteund door het Regiobureau van RNOB.
HOOFDSTUK 2: POSITIE EN BETROKKENHEID VAN GEMEENTERADEN EN ALGEMENE BESTUREN Artikel 4: Gemeenteraden en Algemene Besturen van waterschappen 1. De gemeenteraden respectievelijk de Algemene Besturen van waterschappen zijn en blijven -in dit samenwerkingsverband- ieder voor zich verantwoordelijk voor de kaderstelling, vaststelling van beleid en het beschikbaar stellen van de financiële middelen. 2. De gemeenteraden respectievelijk Algemene Besturen van waterschappen stellen tenminste één keer in vier jaar de beleidskaders voor de samenwerking vast, in de vorm van de samenwerkingsagenda zoals bedoeld in artikel 3. 3. Het Jaarplan en de Begroting van het samenwerkingsverband worden voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden respectievelijk de Algemene Besturen van waterschappen, waarna deze in de Algemene Vergadering worden vastgesteld. Artikel 5: Klankbordgroep 1. De gemeenteraden respectievelijk de Algemene Besturen van waterschappen wijzen ieder uit hun midden twee leden aan als vertegenwoordigers in de Klankbordgroep. Ook benoemen zij ieder twee vaste vervangers. 2. De Klankbordgroep wijst een voorzitter en een vice-voorzitter aan. Indien er een voorzitter wordt gekozen uit het midden van de Klankbordgroep, dan mag de gemeente c.q. waterschap waarvan de voorzitter afkomstig is een extra lid afvaardigen.
De voorzitter leidt de vergaderingen en bewaakt de opvolging van afgesproken acties. Hij is de verbindende schakel vanuit de Klankbordgroep naar het Bestuur en de Algemene Vergadering. 3. De Klankbordgroep heeft de volgende taken: a. Gevraagd en ongevraagd advies geven aan het Bestuur en de Algemene Vergadering over de processen die de gemeenteraden en de Algemene Besturen van waterschappen aangaan, waaronder de samenwerkingsagenda, Begroting en het proces van adviseren door de Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst. Adviseren over inhoudelijke beleidskaders is voorbehouden aan de Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst. b. Meedenken over de inhoud van regionale radenbijeenkomsten ten aanzien van RNOB. c. Adviseren over de verbinding tussen het samenwerkingsverband en de gemeenteraden respectievelijk Algemene Besturen van waterschappen. 4. De leden van de Klankbordgroep zetten zich in om voorafgaand aan een bijeenkomst in hun eigen gemeenteraad respectievelijk Algemeen Bestuur input op te halen en deze gremia nadien te informeren over hetgeen is besproken. 5. De Klankbordgroep vergadert minimaal twee keer per jaar. Bij de vergaderingen zijn de voorzitter van het Bestuur, Regiomanager en een griffier aanwezig. De voorzitter van de Klankbordgroep, ambtelijk secretaris en Regiomanager zorgen tezamen voor de agendavoorbereiding van de vergaderingen.
Artikel 6: Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst 1. De Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst bestaat uit alle leden van de gemeenteraden en Algemene Besturen en burgercommissieleden van de deelnemers.
2. De Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst wordt voorgezeten door de voorzitter van het Bestuur. 3. De Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst heeft de taak om de Algemene Vergadering en het Bestuur van het samenwerkingsverband te adviseren over: a. Kaderstellende documenten van het samenwerkingsverband, waaronder de samenwerkingsagenda; en b. Kwesties die zij van regionaal belang achten. 4. Ieder lid van de Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst heeft één stem. Adviezen worden vastgesteld met een meerderheid van stemmen. 5. De Algemene Vergadering is niet gebonden aan vastgestelde adviezen en geeft binnen vier weken na afloop een gemotiveerde reactie. 6. De Algemene Vergadering organiseert tenminste eenmaal per vier jaar een Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst, ter bespreking van de samenwerkingsagenda. Daarnaast geldt dat indien tenminste drie gemeenteraden en/of Algemene Besturen van waterschappen bij de voorzitter een verzoek doen voor het organiseren van een Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst, de Algemene Vergadering gehouden is om deze op zo kort mogelijke termijn te organiseren.
HOOFDSTUK 3: STRUCTUUR VAN DE BESTUURLIJKE SAMENWERKING Artikel 7: Algemene Vergadering 1. De colleges van B&W en Dagelijkse Besturen van de deelnemers wijzen ieder één lid van de Algemene Vergadering aan, zijnde de burgemeesters en dijkgraaf en watergraaf van de deelnemers. 2. De Algemene Vergadering stelt de financiële en procesmatige kaders voor het samenwerkingsverband. Tevens wordt er het gesprek gevoerd over de langere termijn en cultuur van samenwerken. Inhoudelijke onderwerpen zijn belegd bij het Bestuur en portefeuillehoudersoverleggen. De leden dragen zorg voor verbinding met hun colleges en gemeenteraden respectievelijk Dagelijkse Besturen en Algemene Besturen. 3. De Algemene Vergadering heeft de volgende taken: a. Zorgen voor draagvlak voor de regionale activiteiten van het samenwerkingsverband; b. Monitoren en evalueren van de samenwerking; c. Jaarlijks vaststellen van het Jaarplan, Begroting, Jaarverslag en Jaarrekening; d. Bewaken van de voortgang van de samenwerkingsagenda; e. Besluiten over verzoeken van deelnemers om tijdelijke samenwerkingen en wisselende coalities aan te gaan, zoals bedoeld in artikel 12. 4. Elk lid van de Algemene Vergadering heeft één stem. Besluiten worden genomen bij absolute meerderheid van stemmen. 5. De burgemeester van de gemeente ’s-Hertogenbosch is voorzitter van de Algemene Vergadering.
De Algemene Vergadering wijst uit haar midden de vice-voorzitter aan. 6. De Algemene Vergadering vergadert minimaal twee keer per jaar of vaker als de voorzitter dat nodig acht of als drie of meer leden daartoe verzoeken.
7. De Regiomanager is secretaris van het samenwerkingsverband en is in die rol aanwezig bij vergaderingen van de Algemene Vergadering. 8. De Algemene Vergadering informeert de gemeenteraden en Algemene Besturen van waterschappen over de bereikte vorderingen en resultaten. Artikel 8: Bestuur 1. Het Bestuur bestaat uit: a. De voorzitter én de vice-voorzitter van de Algemene Vergadering; b. Eén uit de Algemene Vergadering afkomstig lid, die door de Algemene Vergadering is aangewezen om zitting te nemen in het Bestuur; c. De voorzitters van de portefeuillehoudersoverleggen die op basis van de samenwerkingsagenda zijn ingericht. 2. Het Bestuur stuurt op de realisatie van de ambities en doelen van het samenwerkingsverband en de integrale uitvoering van de samenwerkingsagenda. Het Bestuur (en in het bijzonder de voorzitter) is het gezicht van RNOB, zowel intern als extern. 3. Het Bestuur heeft de volgende taken: a. Sturen op en bewaken van de integrale regionale strategie op opgaven zoals benoemd in de vigerende samenwerkingsagenda en het borgen van de kwaliteit van de samenwerking. b. Voorbereiden van de vergaderingen van de Algemene Vergadering en al hetgeen er ter overweging en, voor zover van toepassing, ter besluitvorming wordt voorgelegd. c. Uitvoeren van besluiten van de Algemene Vergadering. d.
Voorstaan van de belangen van het samenwerkingsverband bij andere overheden, organisaties of personen, waarmee het contact voor RNOB van belang is (lobby). e. Zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het samenwerkingsverband. f. Voorbereiden van het programma van de Regiodagen. 4. Het Bestuur is verantwoordelijk voor inrichting van een bestuurlijke overlegstructuur voor het samenwerkingsverband, bestaande uit portefeuillehoudersoverleggen op basis van de samenwerkingsagenda. 5. Het Bestuur stelt de Regiomanager aan en draagt zorg voor zijn aansturing. De voorzitter treedt daarbij op als functioneel en hiërarchisch leidinggevende van de Regiomanager. 6. De Regiomanager is secretaris van het samenwerkingsverband en is in die rol aanwezig bij vergaderingen van het Bestuur. 7. Het Bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter oordeelt of tenminste twee leden van het Bestuur dit nodig achten. 8. Besluiten kunnen worden genomen wanneer een meerderheid van de leden aanwezig is. Besluiten worden met meerderheid van stemmen genomen. Gestreefd wordt naar unanieme besluitvorming. Artikel 9: Voorzitter 1. De voorzitter is het boegbeeld van de regio Noordoost-Brabant. In dit kader brengt de voorzitter de samenwerkingsagenda onder de aandacht van provinciale, landelijke en Europese overheden. De voorzitter vertegenwoordigt het samenwerkingsverband richting externe partijen.
2. De voorzitter is belast met de leiding van de Algemene Vergadering en het Bestuur. Tevens leidt de voorzitter de vergaderingen van de Verenigde Voorbereidende Bijeenkomst. 3. Alle stukken die van de Algemene Vergadering en het Bestuur uitgaan worden door de voorzitter en de Regiomanager in rol van de secretaris ondertekend. 4. De voorzitter kan de vertegenwoordiging tijdelijk aan de vicevoorzitter of een ander lid van het Bestuur opdragen. Artikel 10: Deelname van RNOB aan andere samenwerkingsverbanden 1. Het samenwerkingsverband werkt met ondernemers en onderwijsinstellingen samen in triplehelix-samenwerking AgriFood Capital. Het Bestuur maakt meerjarige bindende afspraken met stichting AgriFood Capital, opdat geborgd is dat de bijdrage aan deze organisatie ten goede komt aan de realisatie van overeen te komen tegenprestaties, op basis van de samenwerkingsagenda. De Algemene Vergadering bepaalt, in overleg met het Bestuur, wie namens het samenwerkingsverband afgevaardigd wordt in het bestuur van stichting AgriFood Capital. 2. Indien het samenwerkingsverband een samenwerking met een (of meerdere) andere organisatie(s) wenst aan te gaan ten behoeve van het in artikel 2 geformuleerde doel van de samenwerking, wordt hiertoe door het Bestuur een voorstel voorgelegd aan de Algemene Vergadering.
De Algemene Vergadering kan bij unanimiteit besluiten tot het aangaan van deze samenwerking en de voorwaarden daarbij.
HOOFDSTUK 4: FINANCIËN Artikel 11: Bekostiging 1. Het samenwerkingsverband RNOB en AgriFood Capital worden, voor wat betreft bestuurlijke werkbudgetten op de samenwerkingsagenda en (voor RNOB) ambtelijke uitvoeringskracht in het Regiobureau, ieder voor zich bekostigd op grond van een financiële bijdrage per inwoner. 2. De deelnemers dragen jaarlijks een vast bedrag bij aan de onder 11.1 genoemde samenwerkingsverbanden, waarbij geldt dat: a. De inliggende gemeenten van de regio Noordoost-Brabant dragen een vast bedrag per inwoner binnen hun grondgebied bij, waarbij het aantal inwoners wordt bepaald op basis van CBS-cijfer van 1 januari in t-1. b. De omvang van en de verhouding (tussen RNOB en AgriFood Capital) in de financiële bijdrage per inwoner in 2024 geldt als basisjaar, waarop met ingang van 1 januari 2025 jaarlijks wordt geïndexeerd, conform het CPI-cijfer van t. c. De financiële bijdrage van beide waterschappen gezamenlijk bedraagt 6,5% van het totaalbedrag ingebracht door de deelnemende gemeenten voor Regio Noordoost Brabant en AgriFood Capital. De waterschappen bepalen in onderling overleg de verdeling van dat totaalbedrag dat door hen wordt ingebracht. d. Er geen uitzonderingen of verminderingen op de vaste jaarlijkse bijdrage van de deelnemers worden toegestaan.
3. Tenminste eens per vier jaar, namelijk bij vaststelling van de samenwerkingsagenda, wordt stilgestaan bij de omvang van de financiële bijdrage per inwoner. 4. Tussentijds kan de financiële bijdrage per inwoner incidenteel of structureel worden aangepast, als alle gemeenteraden en Algemene Besturen van waterschappen daartoe besluiten. Artikel 12: Tijdelijke samenwerkingen en wisselende coalities 1. De deelnemers kunnen collectief tijdelijk, en aanvullend op de vigerende samenwerkingsagenda, een regionale opgave, programma of project oppakken en daar onder de vlag van en met ondersteuning door het samenwerkingsverband samen aan werken. Drie of meer deelnemers kunnen hiervoor een verzoek indienen bij de Algemene Vergadering, conform artikel 7. De deelnemers dragen zelf de aanvullend benodigde middelen bij, separaat van de reguliere bekostiging van het samenwerkingsband zoals bedoeld in artikel 11. 2. Twee of meer (maar niet alle) deelnemers kunnen -in uitzonderlijke situaties in een zogenoemde ‘wisselende coalitie’- onder de vlag van het samenwerkingsverband samen een opgave, programma of project oppakken, die aanvullend is op of als verdere uitwerking dient van de samenwerkingsagenda. Zij vragen daartoe om instemming aan de Algemene Vergadering, conform artikel 7. De betreffende deelnemers dragen hiertoe ieder zelf eventueel extra benodigde middelen bij.
HOOFDSTUK 5: TOETREDING, OPZEGGING, BEËINDIGING EN EVALUATIE Artikel 13: Toetreding 1. Deelname aan dit samenwerkingsverband staat open voor andere gemeenten of waterschappen die binnen de kaders van hun publieke en/of maatschappelijke taak een bijdrage kunnen leveren aan de in artikel 2 geformuleerde doel van de samenwerking. 2. Een gemeente of waterschap die tot dit samenwerkingsverband wil toetreden kan daartoe een aanvraag doen bij het Bestuur. 3. Het Bestuur legt een voorstel over toetreding voor aan de Algemene Vergadering. De Algemene Vergadering besluit bij unanimiteit tot toetreding. Artikel 14: Wijzigingen 1. De afspraken in dit convenant kunnen worden gewijzigd bij unanimiteit en op basis van gelijkluidende besluiten van gemeenteraden en Algemene Besturen van waterschappen. 2. Indien er een externe noodzaak is om het convenant te wijzigen, waaronder in ieder geval worden verstaan een gemeentelijke herindeling of opsplitsing waarbij één of meer gemeenten binnen Regio Noordoost-Brabant zijn betrokken, dan gaan de deelnemers met elkaar in overleg over de gevolgen voor het samenwerkingsverband, waaronder de financiële bijdrage van de betreffende deelnemer(s) en eventueel noodzakelijke wijzigingen van het convenant. Artikel 15: Opzegging en beëindiging 1.
Deelnemers kunnen hun deelname aan dit convenant opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste 12 maanden. Zij doen dit schriftelijk, gericht aan de voorzitter van het
Bestuur. Het Bestuur doet binnen zes maanden na de opzegging een voorstel aan de opzeggende deelnemer over de eventuele financiële gevolgen van de opzegging. Uitgangspunt is dat de overige deelnemers geen financieel nadeel ondervinden van de opzegging. Opzegging op grond van dit artikel vindt niet eerder plaats dan per 1 januari van enig jaar met inachtneming van de opzegtermijn. 2. Het Bestuur kan, zonder rechterlijke tussenkomst en met meerderheid van stemmen, na ingebrekestelling, een deelnemer met onmiddellijke ingang tijdelijk uitsluiten van de samenwerking, indien de afspraken zoals neergelegd in dit convenant (herhaaldelijk) niet door de desbetreffende deelnemer worden nagekomen. 3. Verplichtingen die naar hun aard zijn bestemd om ook na uitsluiting of opzegging van dit convenant voort te duren, blijven na uitsluiting of opzegging van dit convenant bestaan. 4. Bij algehele beëindiging van dit convenant worden de kosten verdeeld over alle deelnemers naar rato van ieders inbreng in het lopende boekjaar, dat voortvloeit uit artikel 11. Artikel 16: Evaluatie 1. Het samenwerkingsverband wordt (in wijze van samenwerking: bestuurlijke en ambtelijke structuur én in termen van rolneming en onderlinge verhoudingen) tenminste eens per vier jaar geëvalueerd. 2. Het Bestuur is opdrachtgever van deze evaluatie.
Het Bestuur stelt daartoe een bestuurlijke begeleidingsgroep en ambtelijk kernteam samen, definieert de opdracht en stelt de wijze van uitvoering, verslaglegging en bijbehorend proces (waaronder betrokkenheid van gemeenteraden en algemene besturen) en eventuele middelen vast.
HOOFDSTUK 6: SLOTBEPALINGEN Artikel 17: Aansprakelijkheid 1. Deelnemers zetten zich in voor een goede uitvoering van het bepaalde in dit convenant en zullen zich houden aan de in dit convenant gemaakte afspraken. 2. Dit convenant geeft geen grondslag tot aansprakelijkheidstelling tussen deelnemers. Elke partij verbindt zich slechts tot nakoming van de eigen verplichtingen die voortvloeien uit dit convenant. 3. Deelnemers vrijwaren elkaar voor aanspraken van derden. Voorgaande volzin laat onverlet dat zij in goed onderling overleg de wijze van handelen ten aanzien van de aansprakelijkheid ten opzichte van derden afstemmen. Ieder is aansprakelijk naar rato van zijn inleg. 4. Indien dit convenant om welke reden dan ook wordt beëindigd, dragen deelnemers zelf alle kosten die daaruit voortvloeien voor de eigen organisatie, een en ander met inachtneming van hetgeen in dit convenant overigens is bepaald. 5. Alle situaties omtrent aansprakelijkheid waarin dit convenant niet voorziet zijn ter beoordeling aan de Algemene Vergadering. Artikel 18: Geschilbeslechting 1. De voorzitter van het Bestuur bemiddelt bij verschil van inzicht ten aanzien van dit convenant.
2. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, dan wordt de beslissing van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant ingeroepen. Artikel 19: Inwerkingtreding Het convenant wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt op 1 januari 2025 in werking. Artikel 20: Overgangsbepalingen 1. De inhoudelijke afspraken en verplichtingen die gemaakt zijn op basis van het Bestuursconvenant Regionale samenwerking Noordoost-Brabant 2021-2024 blijven onder de vernieuwde samenwerking onverkort van kracht. 2. Het vermogen van het samenwerkingsverband in de vastgestelde jaarrekening 2024 uit de convenantperiode 2021 t/m 2024 blijft in de regiorekening ten behoeve van de regionale samenwerking in onze regio. Artikel 21: Toepasselijk recht Op dit convenant is Nederlands recht van toepassing. Artikel 22: Ondertekening Het convenant Regionale samenwerking Regio Noordoost-Brabant kan worden ondertekend door deelnemers in verschillende exemplaren, die samengevoegd hetzelfde rechtsgevolg hebben alsof dit convenant is ondertekend door alle deelnemers in één exemplaar.