CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bijlagen bij MER deel 2 (bijlage 8-16)

Commissie BEDRIJVIGHEID 18 maart 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Discussienotitie Concept Voorkeursalternatief Duurzame Polder17.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

DUURZAME POLDER ONTWIKKELING VARIANTEN planMER EN UITWERKING DEELGEBIEDEN

H+N+S Landschapsarchitecten Open Kaart mmv Witteveen+Bos

30-08-2023

2

H+N+S · DUURZAME POLDER

INHOUD

H+N+S Landschapsarchitecten Open Kaart mmv Witteveen+Bos

1. INLEIDING

5

4. D E E LG E B I E D S U IT W E R K I N G E N

35

Aanleiding en doel project Duurzame Polder

5

Overzicht deelgebieden

35

Ontwerpend onderzoek

5

Deelgebied 1 | Stadsrand Den Bosch

37

Over dit rapport

6

Deelgebied 2 | De weide

45

Leeswijzer

7

Deelgebied 3 | Overgang zand-klei

51

Deelgebied 4 | Stadsrand Oss

57

2. PROCES

9

Deelgebied 5 | De oeverwal

63

Ontwerpend onderzoek met inbreng van belanghebbenden

9

Algemene feedback bewoners

68

Terugblik vorige fase: brede verkenning

9

Tussenstand deze fase

10

5. HOE VERDER

71

Bijeenkomsten en consultatie

11

Nieuwe lessen uit het MER en andere onderzoeken

71

Volgende fase

12

Toewerken naar één voorkeursalternatief

71

Inbreng van belanghebbenden in deze fase

72

3 . VA R I A N T E N W I N D E N E R G I E

14

Belemmeringen

14

Varianten voor de MER

14

4

H+N+S · DUURZAME POLDER

INLEIDING

5

1. INLEIDING AANLEIDING EN DOEL PROJECT DUURZAME POLDER De gemeenten Oss en ’s Hertogenbosch werken sinds 2017 samen met de provincie en het Rijk aan plannen voor de Duurzame Polder. In dit gebied, gelegen tussen Oss, ’s-Hertogenbosch en de Maas, hebben de gemeenten het voornemen om een belangrijk deel van de duurzame energieopgave van beide gemeenten te realiseren, als onderdeel van de Regionale Energie

gaat het o.a. om natuur, wonen, klimaatadaptatie, water, landbouw, recreatie, gezondheid en cultuurhistorie. Met de naam Duurzame Polder wordt het integrale karakter van de ontwikkeling aangegeven. Dit rapport vormt de basis voor het programma (instrument omgevingswet) dat in de loop van 2023 verder uitgewerkt wordt.

ONTWERPEND ONDERZOEK

Strategie (RES) Noordoost Brabant. De keuze voor de Duurzame Polder is voor

Ontwerpend onderzoek wordt ingezet als één van de middelen om stap

gemeente ‘s-Hertogenbosch ook verankerd in de Visie energielandschap.

voor stap te komen tot een voorkeursalternatief waarin alle onderdelen op vanzelfsprekende wijze bij elkaar komen. Kenmerk van ontwerpend

Na het Klimaatakkoord kwamen zowel in Oss als in ’s-Hertogenbosch

onderzoek is het verkennen, bespreken en afwegen van uiteenlopende

(particuliere) initiatieven van de grond om in de Duurzame Polder plannen

mogelijkheden. Er wordt getekend, niet alleen als laatste stap van een

voor duurzame opwek te realiseren. De gemeenten hebben gekozen om eerst

planproces maar juist om tijdens dit proces nieuwe ontdekkingen te doen en

gezamenlijk een gebiedsverkenning uit te voeren. In 2020 leidde dat tot het

een gevoel te krijgen over gewenste en minder gewenste opties. Ontwerpend

Eindrapport “Verkenning Duurzame Polder”, door beide gemeenteraden

onderzoek en participatie – ontwerpen samen met belanghebbenden – gaan

vastgesteld, waarin de Duurzame Polder als gebied voor grootschalige opwek

hand in hand. Het ontwerpend onderzoek bestaat uit een divergerende fase,

van duurzame energie is aangewezen. Dit wordt gedaan met windturbines.

waarin verschillende mogelijkheden worden verkend en een convergerende fase waarin wordt getrechterd richting één voorkeursalternatief.

De duurzame energieopgave is een concreet gekwantificeerde en in de

Naast het ontwerpend onderzoek en de participatie geeft ook de MER-

tijd leidende opgave voor het gebied en de directe aanleiding voor de

beoordeling van een aantal alternatieven belangrijke informatie om tot het

planvorming. Daarnaast is er opdracht om integraal te kijken naar waarden en

voorkeursalternatief te komen. Net als de aanscherping van uitgangspunten

kansen voor de Duurzame Polder. Naast de opwekking van duurzame energie

en doelen die gaandeweg het proces plaatsvindt.

H+N+S · DUURZAME POLDER

6

OVER DIT RAPPORT Dit rapport bevat de tussenresultaten van het ontwerpend onderzoek in juli 2023. De inhoud is in mei breed gedeeld middels diverse fysieke momenten en een online tool. De reacties op de tussenresultaten zijn ook in dit rapport weergegeven. Op onderdelen heeft ondertussen al doorwerking plaatsgevonden. De stand van zaken is verwerkt in deze rapportage. De kern van dit rapport bestaat uit één specifieke uitwerking per deelgebied binnen de Duurzame Polder. Door de polder in deelgebieden uit te werken, is het mogelijk specifieker op kwaliteiten en ideeën voor de polder in te gaan. Deze uitwerking is tot stand gekomen op basis van reflectie op de zeer verschillende denkrichtingen voor de polder als geheel in de vorige

Ontwerpend onderzoek fase in de context van de gehele planning

ontwerpfase. Hierbij werd ook geconstateerd dat de exacte plaatsing van de windturbines niet altijd één op één te maken heeft met de andere ambities. De mogelijkheden voor de plaatsing van windturbines en de overige ambities in de polder zijn daarom - tijdelijk - als twee sporen uitgewerkt. Voor een beter beeld over de beste plaatsingszones voor de windturbines wordt nu vooral het planMER-onderzoek benut. Als hierover in de volgende fase meer duidelijk wordt, zullen de mogelijkheden voor windenergie en overige ambities binnen het voorkeursalternatief weer samenkomen. Omwille van het complete beeld zijn beide sporen, dus ook de alternatieven voor het planMER, in dit rapport opgenomen.

INLEIDING

LEESWIJZER Dit tussenrapport bestaat uit vijf hoofdstukken. Na deze inleiding geeft hoofdstuk 2 een overzicht van het planproces als geheel en waar we ons op dit moment bevinden. Hoofdstuk 3 presenteert de planMER-varianten en voorbeeldopstellingen. In hoofdstuk 4 komt de uitwerking van de deelgebieden aan bod. Hoofdstuk 5 blikt vooruit op het vervolg. Voor de eerdere stappen van het ontwerpend onderzoek – een inventarisatie van kenmerken, waarden en kansen én de verschillende denkrichtingen - wordt verwezen naar de tussenrapportage (14/03/2023).

7

8

H+N+S · DUURZAME POLDER

PROCES

9

2. PROCES ONTWERPEND ONDERZOEK MET INBRENG VAN BELANGHEBBENDEN Om mogelijkheden in de breedte te verkennen, lokale kennis te benutten en zorgvuldige afwegingen vanuit verschillende perspectieven te kunnen maken, wordt inbreng van belanghebbenden gevraagd in elke stap van het ontwerpend onderzoek, ook in deze fase.

BIJEENKOMSTEN MET VERTEGENWOORDIGERS VAN DE DIVERSE BELANGEN

In deze fase hebben we twee bijeenkomsten met vertegenwoordigers van belanghebbenden georganiseerd. De conceptresultaten die hieruit voortkwamen, zijn vervolgens breder gedeeld. Alle belanghebbenden en belangstellenden hadden de kans online en indien gewenst ook fysiek kennis te nemen van de tussenresultaten. Online werd feedback verzameld op deze tussenresultaten.

T E R U G B L I K V O R I G E FA S E : B R E D E VERKENNING

We organiseren hiervoor bijeenkomsten met vertegenwoordigers van de

We bouwden in deze fase voort op de resultaten van de vorige fase. In de

diverse belangen in de polder. Betrokken belanghebbenden in de fases tot nu

vorige fase hebben we in de breedte verkend wat mogelijk is in de Duurza-

toe zijn o.a. bewoners (vertegenwoordigd door bewonersgroepen, dorpsbe-

me Polder. Het resultaat was een tussenrapport met 16+8 varianten voor de

langenverenigingen en wijkraden), initiatiefnemers uit Oss, natuurorgani-

Duurzame Polder. Voor deze varianten is een quick scan milieu gedaan, om

saties, de agrarische natuurvereniging, ZLTO, heemkundige kringen, lokale

een eerste indruk te krijgen hoe de varianten scoren op milieuaspecten zoals

energiecoöperaties, waterschap Aa en Maas en Brabant Water.

geluid. Door een breed scala aan varianten te tekenen, konden we concreet in gesprek met belanghebbenden over de toekomst van de Duurzame Polder. In

De resultaten van deze bijeenkomsten delen we vervolgens telkens breder.

deze gesprekken hebben we geleerd waar we rekening mee moeten houden

Zo krijgt iedereen de kans op de hoogte te blijven van de voortgang en kan

vanuit verschillende belangen.

iedereen reageren op de tussenstand. De reacties uit de brede bijeenkomsten verwerken we waar mogelijk en nemen we mee naar de volgende stap, ter verrijking en verfijning van de resultaten.

H+N+S · DUURZAME POLDER

10

T U S S E N S TA N D D E Z E FA S E

voor deze zones onderzocht; het is voor het beoordelen van de milieueffec-

E E N K L E I N E R A A NTA L VA R I A NT E N T E R VO O R B E R E IDING OP HET MER (1)

redenatie. Door met zones te werken krijgen de gemeenten de milieueffecten

In deze fase hadden we de opdracht om toe te werken naar een kleiner aantal varianten, ter voorbereiding op het maken van een milieueffectrapport (MER). Het maken van een planMER is een wettelijk verplicht onderzoek, om het aspect milieu volwaardig mee te kunnen nemen in ruimtelijke ontwikkelingen. De manier waarop milieueffecten dienen te worden onderzocht, bepaalt de vorm van de producten in deze fase. Dit gaat gevoelsmatig wat in tegen de logica van een gezamenlijk ontwerpproces, waarin je itererend steeds een stapje preciezer wordt. Ter voorbereiding op het planMER dienden we juist weer een stapje abstracter te worden. Zo wordt gewerkt met plaatsingszones en niet (alleen) met voorbeeldopstellingen. Naar aanleiding van gesprek met de commissie MER zijn de varianten aangepast tot de definitieve varianten voor de MER. Deze zijn weergegeven in hoofdstuk 3. P L A AT S I N G S Z O N E S V O O R W I N D T U R B I N E S Plaatsingszones zijn zones waarin turbines nog op verschillende manieren geplaatst zouden kunnen worden. In het planMER worden de milieueffecten

ten nog niet relevant wat de exacte locatie van de windturbines is, zo is de van de hele zone in beeld, niet alleen van één turbinepositie. Dit geeft meer informatie om later nog wat te kunnen schuiven met turbines en zo tot een optimaal voorstel te komen. VA R I A N T E N D I E W E Z E N L I J K VA N E L K A A R V E R S C H I L L E N Het is belangrijk dat de varianten waarvan een planMER wordt gemaakt wezenlijk van elkaar verschillen; alleen zo kunnen de gemeenten straks namelijk onderbouwen welke richting het beste voor het gebied is. We hebben daarom nog niet naar één voorstel toegewerkt, maar onderscheidende varianten gemaakt. VA R I A N T E N D I E N O G G E E N R I C H T I N G E N U I T S L U I T E N Om te onderbouwen wat het beste ontwerp voor het gebied is, mogen we bij voorbaat niet zomaar richtingen uitsluiten. Het planMER toetst effecten op basis van wettelijke kaders. Kaders die aanvullend zijn meegegeven door de politiek, zoals de gewenste afstanden tot de bebouwde kom, zijn geen wettelijke kaders. In het planMER moeten daarom ook mogelijkheden buiten het politiek afgesproken zoekgebied meegenomen worden.

PROCES

UITWERKING VAN DEELGEBIEDEN (2) Naast de varianten met plaatsingszones voor windturbines, zijn er natuurlijk

11

B I J E E N K O M S T E N E N C O N S U LT A T I E

ook allerlei andere wensen en ambities voor de Duurzame Polder. Ook hier

BIJEENKOMSTEN 20 APRIL EN 10 MEI

hebben we in de vorige fase veel ideeën en informatie over opgehaald onder

In de bijeenkomsten met vertegenwoordigers van de diverse belangen in en

bewoners, boeren, natuurorganisaties en andere belanghebbenden. Om deze

rond de polder onderzoeken we waar en in hoeverre belangen te verenigen

ideeën een stap verder uit te kunnen werken, hebben we in deze fase inge-

zijn en waar keuzes gemaakt moeten worden. In het geval van keuzes zetten

zoomd op deelgebieden. Sommige opgaven of kwaliteiten zijn immers rele-

we keuzemogelijkheden op een rij en verkennen we de consequenties van die

vanter voor het ene deel van de polder dan voor het andere deel. Zo bleek in de

keuzes vanuit de verschillende perspectieven. In deze fase zijn twee van der-

bijeenkomsten met belanghebbenden dat er aan de randen van de polder, in

gelijke bijeenkomsten georganiseerd, op 20 april en 10 mei 2023.

de overgang naar dichter bewoond gebied, andere kansen en mogelijkheden zijn dan in het open midden van de polder.

Het doel van de bijeenkomst op 20 april was het vergelijken en leren van de 16+8 varianten uit de vorige fase, om met elkaar de wezenlijk onderscheiden-

Voor elk deelgebied is een eigen ruimtelijk verhaal ontwikkeld, waarin ver-

de aspecten te ontdekken. Deze zijn namelijk belangrijk voor het uitwerken

schillende thema’s integraal samenkomen. Deze thema’s zijn o.a. landbouw,

van onderscheidende varianten in deze fase. Minder onderscheidende as-

landschap, water en klimaatadaptatie, natuur, recreatie, cultuurhistorie en

pecten komen later weer aan bod, wanneer we naar één voorkeursalternatief

(woon)beleving.

toewerken. Voor het vergelijken van de 16+8 varianten vroegen we zowel betrokken experts als de belanghebbenden zelf om kennis te delen m.b.t. de

In de zomermaanden worden ook deze thema’s beoordeeld en/of verder on-

verschillende aspecten in relatie tot de varianten. Ook gebruikten we de reac-

derzocht. Zo loopt er bijvoorbeeld een aanvullende onderzoek naar de natuur-

ties van de gemeenteraden.

waarden in de polder. Ook wordt er ondertussen gewerkt aan het Programma Duurzame Polder. De laatste stand ten aanzien van de deelgebiedsuitwerkingen is in deze versie van deze rapportage verwerkt.

H+N+S · DUURZAME POLDER

12

Op basis van de inbreng uit de bijeenkomst op 20 april maakten we een opzet

De reacties geven geen aanleiding de varianten op dit moment aan te pas-

voor vier a vijf varianten ter voorbereiding op het planMER en werkten we een

sen; wat nodig is om te onderzoeken volgt namelijk de logica van de MER.

voorstel voor verschillende deelgebieden in de polder uit. In de bijeenkomst

Wel geeft de feedback inzicht in de manier waarop mensen naar de verschil-

op 10 mei spraken en tekenden we hier samen over door.

lende opties kijken, met welke argumenten ze voorkeur uitspreken of juist bezwaren maken. Deze inbreng is essentieel om straks mee te nemen in de

Op basis van de inbreng uit de bijeenkomsten, werkten we conceptresultaten

beoordeling en weging van de varianten. Hier leggen we immers aspecten uit

uit om breder te delen.

milieuoogpunt naast andere relevante aspecten die door verschillende belanghebbenden, waaronder bewoners, als belangrijk worden ervaren.

B R E D E C O N S U LT A T I E 3 0 M E I – 1 1 J U N I De conceptvarianten en conceptuitwerkingen van de deelgebieden zijn voor-

De deelgebiedsuitwerkingen zijn op een aantal onderdelen aangescherpt naar

gelegd aan een breder publiek. Bewoners en andere belanghebbenden konden

aanleiding van de reacties. Onder andere: minder nadruk op recreatie rond de

online kennis nemen van en reageren op de stand van zaken. Daarnaast zijn

Hertogswetering, meer aandacht voor behoud van bestaande natuurwaarden,

in Oss, Rosmalen, Lith, Nuland en Geffen fysieke momenten georganiseerd

de afschermende werking van bos- en beplanting rond de Groote Wielen en

waarbij mensen werden meegenomen in de tussenresultaten en de mogelijk-

in het overgangsgebied naar het zand. Ook voor de deelgebiedsuitwerkingen

heid hadden te spreken met leden van het projectteam.

geldt ook dat er geen grote wijzigingen zijn, maar dat de reacties helpen bij de verdere afweging en daarna de uitwerking van het voorkeursalternatief. Met

Van de online reactie mogelijkheid is goed gebruik gemaakt (1156 responden-

de feedback daarop -en ook op de varianten- kunnen we straks gerichter en

ten). Wilt u meer informatie over de online consultatie? Hier vindt u de gehele

passender tot een VKA komen.

samenvatting op een rij.

V E R W E R K I N G R E S U LT A T E N

V O L G E N D E FA S E

De binnengekomen reacties helpen ons om de verschillende belangen zo

Na de zomer, wanneer het MER gemaakt is, werken we toe naar één voor-

compleet mogelijk te leren kennen en tot betere resultaten te komen. De reac-

keursalternatief. We hoeven hierbij niet één van de varianten te kiezen, maar

ties op de varianten en deelgebieden zijn opgenomen in dit rapport. Ze laten

mogen opnieuw recombineren, aanpassen en doorontwerpen op basis van de

een uiteenlopend beeld zien, wat aangeeft dat het onderzoek op dit moment

nieuwe inzichten, om tot een uiteindelijk voorstel te komen. Hoe dit proces

nog voldoende breed is om uiteindelijk keuzes te kunnen maken.

eruit ziet, wordt verder toegelicht in hoofdstuk 5.

PROCES

13

Q3-Q4 ‘23

Deze varianten worden in september informerend gedeeld met de gemeenteraden.

DIT RAPPORT

H+N+S · DUURZAME POLDER

14

3. VARIANTEN WINDENERGIE Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van de varianten voor windenergie

paalde voorwaarden mogen staan. Dit is bijvoorbeeld het beschermde natuur-

en bijhorende voorbeeldopstellingen die in het planMER-onderzoek betrok-

gebied (Natuur Netwerk Brabant) en de gebieden die zijn aangewezen voor

ken worden.

ganzen en smienten.

BELEMMERINGEN

VARIANTEN VOOR DE MER

Bij het maken van de varianten wordt er rekening gehouden met waar het

Het gebied dat overblijft als er rekening wordt gehouden met de belemmerin-

niet mogelijk is om windturbines te plaatsen. Dit worden belemmeringen

gen en aandachtspunten, is het gebied waar het effect van het plaatsen van

genoemd.

windturbines zal worden onderzocht.

Geluid

Om de effecten van windturbines in de Duurzame Polder te onderzoeken en

Het is vanwege geluidsnormen in principe niet toegestaan om windturbi-

te vergelijken, zijn er varianten ontwikkeld met verschillende zones waar

nes dicht bij woningen te plaatsen (tenzij de woning een ‘molenaarswoning’

windturbines kunnen staan. Deze varianten worden in de zomer onderzocht.

wordt). De oranje vlekken geven de afstand aan die je (ongeveer) moet aan-

Uit dit onderzoek leren we waar windturbines meer of minder impact hebben,

houden bij een geluidsnorm van 47 dB Lden. De precieze afstand die nodig

bijvoorbeeld op het gebied van geluid of op weidevogels.

is, verschilt per type turbine. Wanneer de keuze voor een type windturbine is gemaakt, wordt de afstand preciezer berekend.

Om na de zomer te onderbouwen wat het beste ontwerp voor het gebied is, worden er bij voorbaat geen richtingen uitgesloten. De varianten die on-

Hoogspanningsleidingen, buisleidingen en waterwingebied

derzocht worden zijn daarom breed. Ze kijken bijvoorbeeld ook buiten het

Verder mogen er geen turbines staan in het waterwingebied in de polder, op

zoekgebied dat door de gemeenteraden is meegegeven. Want alleen als je iets

buisleidingen onder de grond en nabij hoogspanningsleidingen.

onderzoekt, kun je onderbouwen waarom het wel of juist geen goede optie is. Na de zomer wordt er met behulp van deze en andere inzichten stap voor stap

Aandachtspunten

toegewerkt naar het beste ontwerp voor dit gebied. Dit gebeurt ook weer in

Daarnaast zijn er plekken in de polder waar windturbines alleen onder be-

gesprek met belanghebbenden. Alle belangen worden hier zo goed mogelijk afgewogen.

VARIANTEN WINDENERGIE

Tijdens de planMER-procedure worden de milieueffecten van de verschillende ruimtelijke varianten onderzocht. Met deze informatie kunnen we aan de slag met het maken van één ontwerp. We hoeven hierbij niet één variant te kiezen, maar mogen met de nieuwe informatie tot een nieuwe plaatsingszone komen. In het maken van één ontwerp spelen milieuaspecten mee, maar ook andere aspecten. Bijvoorbeeld de politieke afwegingen voor de 1 of 2 km afstand tot de kernen. Er zijn verschillende varianten gemaakt, met elk hun eigen uitgangspunt om te onderzoeken. Dit hoofdstuk beschrijft de vijf verschillende varianten die zijn ontwikkeld tijdens het ontwerpend onderzoek. Per variant worden kort de overwegingen beschreven, en eventueel een voorbeeld uitwerking ter illustratie toegelicht. Vervolgens wordt er per variant een samenvatting gegeven van de feedback van de bewoners (gebaseerd op de input van de online tool). Belemmeringen

◼

Variant 1: basisvariant

◼

Variant 2: geluid

◼

Variant 3: landschap

◼

Variant 4: natuur

◼

Restruimte

Per variant zijn de plaatsingszones voor windenergie op kaart weergeven in twee groentinten. Deze geven aan waar de twee turbinetypes die in het MER onderzocht worden, geplaatst kunnen worden.

Aandachtspunten

15

16

H+N+S · DUURZAME POLDER

VARIANT 1 | BASISVARIANT

VARIANTEN WINDENERGIE

OVER DE VOORBEELDOPSTELLINGEN

VARIANT 1 | BASISVARIANT

Per variant (behalve voor variant 5 – restruimte) zijn 1 of 2 voorbeeldopstel-

De eerste variant houdt in ‘s-Hertogenbosch rekening met de politieke keu-

lingen van windturbines binnen de plaatsingszones gemaakt. Deze sluiten

ze om minstens 1 km afstand te houden tot de bestaande bebouwde kom (en

zoveel mogelijk aan bij het gedachtegoed van de betreffende variant. Ook

gerekend vanaf de grens van het bestemmingsplangebied “De Groote Wielen

wordt er een aantal specifieke plaatsingsprincipes gehanteerd (bijvoorbeeld

Noordoosthoek”). Voor gemeente Oss wordt ten minste 2 kilometer afstand

clusteren of spreiden) en wordt er gevarieerd met de grootte en het aantal

gehouden van de bestaande bebouwde kom. Deze afstanden zijn met de rode

windturbines. Waar mogelijk zijn belemmeringen zoals natuurgebieden ont-

lijn aangegeven. Het beschikbare gebied voor windturbines binnen de 1 en 2

zien, ook als ze wel onderdeel uitmaken van de zoekruimtes. Op deze manier

km grenzen is in groen aangegeven. De eerste variant onderzoekt de effecten

wordt een breed pallet aan concrete mogelijkheden in beeld gebracht. Er is

van windturbines in deze groene zone.

geen volledigheid nagestreefd: ook andere opstellingen zijn mogelijk. Voor het aantal windturbines wordt bij alle opstellingen in eerste instantie telkens

De groene zone noemen we een plaatsingszone. Deze zone wordt bepaald

uitgegaan van de energie-opgave. Opstelling 1.3 laat een grotere opwek zien.

door de belemmeringen, aangevuld met andere uitgangspunten. In dit geval

Ook laat een aantal opstellingen juist minder windturbines zien, als conse-

is dat de politieke keuze om afstand tot de dorpen te houden.

quentie van de beschikbare ruimte en/of ruimtelijke principes in een bepaalde variant. Er wordt echter altijd gestreefd naar zo dicht mogelijk benaderen van de energie-opgave. Voor ’s-Hertogenbosch is hiervoor in een aantal gevallen uitgegaan van 8 windturbines van het grootste type, omdat de opwek hiervan ongeveer overeenkomt met 16 turbines (de formele opgave) van het kleinste type.

17

H+N+S · DUURZAME POLDER

18

VOORBEELDOPSTELLING 1.1

VARIANT 1 | FEEDBACK BEWONERS Veruit de meeste bewoners die via de online consultatie hebben gereageerd op de varianten, geven aan dat ze het zeer belangrijk vinden om afstand te houden tot de kernen in gemeente Oss en Den Bosch. Of dat de 1 km en 2 km afstand moet zijn die de politiek heeft meegegeven, daar zien we verschillende meningen. Iets meer dan de helft van de mensen geeft aan deze afstanden belangrijk te vinden om aan te houden. Iets minder dan de helft van de mensen geeft aan dit niet belangrijk te vinden. In de aanvullende opmerkingen pleit een groot aantal mensen ervoor de afstanden in Oss en Den Bosch gelijk te trekken (bedoeld wordt overal 2 kilometer); Bosschenaren begrijpen niet goed waarom voor hen 1 km wordt gehanteerd. Enkele bewoners vragen aandacht voor de positie van ’t Wild. Deze Osse kern ligt dicht bij de gemeentegrens en ligt daarom ook op de overgang van 1 naar 2 km. Men geeft aan dat het belangrijk is dat er ook 2 km afstand van ’t Wild wordt gehouden. Anderen geven aan niet aan afstanden van 1 en 2 km te hechten omdat ze niet goed zijn onderbouwd. Er zijn al afstanden gekozen, terwijl nog onbekend is welk type windturbine gekozen gaat worden en wat dit type vraagt. De afstand zou bepaald moeten worden op basis van geluidsoverlast en zicht. Kies voor de maximaal mogelijke afstand, geven mensen aan, staar niet blind op de 1 of 2 km.

Een aantal mensen geeft mee: als het meer dan 2 km kan zijn, ga daar dan voor. Anderen vragen zich juist af of de afstand van 2 km niet te beperkend is om tot een goed plan te komen.

Deze reactie is gebaseerd op de concept versie die is voorgelegd in de periode 30 mei – 11 juni 2023.

Uitgangspunt voor deze opstelling is dat voldaan wordt aan de energie-opgave met windturbines van het minst hoge type (uit het MER onderzoek). Voor ’s-Hertogenbosch kunnen er op deze manier de gewenste 16 turbines geplaatst worden en voor Oss zijn 14 turbines nodig (uitgaande van een opwerk van circa 12.000 MWh/jaar). Ruimtelijke principes voor de opstelling zijn clusteren en zoveel mogelijk plaatsing in lange regelmatige lijnen.

VARIANTEN WINDENERGIE

VOORBEELDOPSTELLING 1.2

VOORBEELDOPSTELLING 1.3

Uitgangspunt voor deze opstelling is dat voldaan wordt aan de energie-opgave met windturbines van het grootste type (uit het MER onderzoek). Voor ’s-Hertogenbosch kunnen er op deze manier de gewenste 16 turbines geplaatst worden en voor Oss zijn 7 turbines nodig. Ruimtelijke principe voor de opstelling is clusteren. We zien dat het voor Oss de turbines meer richting de Hertogswetering kunnen blijven, terwijl voor ’s-Hertogenbosch het gehele zoekgebied benut wordt.

Deze opstelling laat zien wat een royale energie-opwek is die binnen het zoekgebied gerealiseerd kan worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het grootste type windturbines. In ’s-Hertogenbosch is de opstelling gelijk aan 1.2. In Oss zijn 15 turbines geprojecteerd, verspreid in het zoekgebied. Er zijn bij deze opstelling geen ruimtelijke principes toegepast.

19

H+N+S · DUURZAME POLDER

20

VARIANT 2 | GELUID

VARIANTEN WINDENERGIE

VARIANT 2 | GELUID De variant Geluid onderzoekt plaatsingszones die rekening houden met een strengere geluidsnorm. Dit wordt gedaan, omdat nog niet duidelijk is welke geluidsnormen in de toekomst van toepassing zijn. Door een strengere geluidsnorm te onderzoeken dan de geluidsnorm die als belemmering is aangehouden (47 dB Lden met 3 dB mitigatie) wordt inzichtelijk wat de potentiële effecten zijn bij een strengere geluidsnorm. Voor woningen in het buitengebied wordt daarom een afstand aangehouden die past bij een geluidsnorm van 45 dB Lden (zonder mitigatie). De afstand van 1 km van de bebouwde kom in de gemeente ’s-Hertogenbosch blijft behouden. Deze afstand wordt in deze variant ook voor de gemeente Oss aangehouden. De 1 km komt namelijk min of meer overeen met een geluidsnorm van 42 dB Lden (zonder mitigatie). In de Quickscan is deze berekend voor een ‘harde’ ondergrond. De contouren die passen bij een ‘zachte’ ondergrond worden op dit moment nog onderzocht. Hierdoor zal de variant nog wijzigen. Daarnaast wordt de mogelijkheid onderzocht om de plaatsingszones binnen bovenstaande belemmeringen en de hiervoor genoemde voorwaarden op een zo groot mogelijk afstand van zoveel mogelijk woningen te plaatsen.

21

22

H+N+S · DUURZAME POLDER

VARIANT 2 | FEEDBACK BEWONERS Variant 2 gaat uit van een strengere geluidsnorm. De meeste mensen geven aan het belangrijk te vinden om een strengere geluidsnorm te gebruiken. Of het een goed idee is om in de kernen rondom de polder een strengere norm te hanteren dan in de polder zelf zijn de meningen verdeeld. Een kleine meerderheid van de respondenten vindt dit niet belangrijk; iets minder dan de helft van de mensen vindt dit juist wel belangrijk. De redenatie daarbij is meestal dat mensen in de polder profiteren van de opbrengsten van de windturbines. Anderen wijzen erop dat dit niet altijd zo is en het dus ook niet zomaar gerechtvaardigd is om een andere norm te hanteren voor mensen die in de polder wonen. Daarnaast licht een aantal mensen toe dat ze in principe voor strengere geluidsnormen zijn, maar het belangrijker vinden dat de 1 en 2 km afstanden gehanteerd worden. Er zijn meer redenen dan geluid om deze afstanden te hanteren.

Deze reactie is gebaseerd op de concept versie die is voorgelegd in de periode 30 mei – 11 juni 2023.

23

VOORBEELDOPSTELLING 2.1

VOORBEELDOPSTELLING 2.2

Bij deze opstelling wordt uitgegaan van het kleinste type windturbines, binnen de plaatsingszones die volgen uit het anders omgaan met geluid. Ook worden de windturbines in deze opstelling zoveel mogelijk geclusterd in het westelijke deel van de polder en worden ‘op zichzelf staande’ individuele turbines vermeden. Dit leidt tot een opstelling met 13 turbines op het grondgebied van Oss en 17 op het grondgebied van ’s-Hertogenbosch.

Bij deze opstelling wordt uitgegaan van het grootste type windturbines, binnen de plaatsingszones die volgen uit het anders omgaan met geluid. Ook worden de windturbines in deze opstelling zoveel mogelijk geclusterd in het westelijke deel van de polder en worden ‘op zichzelf staande’ individuele turbines vermeden. Dit leidt tot een opstelling met 7 grote turbines op het grondgebied van Oss en 4 op het grondgebied van ’s-Hertogenbosch.

24

H+N+S · DUURZAME POLDER

VARIANT 3 | LANDSCHAP

Variant landschap bestaat uit twee soorten plaatsingszones: één grote rond de Hertogswetering voor het geval waarin één cluster van turbines gerealiseerd kan worden en twee plaatsingszones met open ruimte daartussen indien twee clusters gerealiseerd worden. In dit beeld is de overlap tussen beide type plaatsingszones gearceerd weergegeven.

VARIANTEN WINDENERGIE

VARIANT 3 | LANDSCHAP De variant Landschap onderzoekt wat de effecten zijn van plaatsingszones bij het plaatsen van windturbines in een regelmatige opstelling in de vorm van lange lijnen of een grid. De Commissie MER heeft geadviseerd om voor de variant Landschap het landschappelijke belang nog meer voorop te stellen. Om deze reden wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om een landschappelijk optimale invulling te realiseren als windturbines dichter bij de woningen in het buitengebied komen te liggen. Deze variant sluit daarom niet uit dat molenaarswoningen nodig zijn. Op dit moment wordt onderzocht hoe binnen de variant gekomen kan worden tot een optimale plaatsingszone vanuit landschappelijk oogpunt. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met geluidcontouren rond woningen.

25

26

H+N+S · DUURZAME POLDER

VARIANT 3 | FEEDBACK BEWONERS Een groot deel van de mensen geeft aan het belangrijk te vinden dat de turbines zo compact mogelijk geplaatst worden in een klein gebied. Over het opstellen in lijnen zijn de meningen verdeeld. Een deel van de mensen vindt dit belangrijk, anderen geven aan dit niet of niet zo belangrijk te vinden. In de opmerkingen bij deze variant wordt toegelicht dat lijnen mooi zouden zijn, maar niet ten koste van alles. Als het rendement van de turbines negatief beïnvloedt bijvoorbeeld, of als het minder goed voor vogels zou zijn. De compactheid krijgt veelal prioriteit boven orde in de opstelling. Een deel van de respondenten waardeert deze variant. De grotere afstand tot de kernen en de visuele rust worden als belangrijkste argumenten benoemd. Anderen wijzen juist op de nadelen. Een kleiner gebied verkleind de ruimte om energie op te wekken en betekent dat de windmolens in of nabij bestaande natuurgebieden kunnen komen.

Deze reactie is gebaseerd op de concept versie die is voorgelegd in de periode 30 mei – 11 juni 2023.

27

VOORBEELDOPSTELLING 3.1

VOORBEELDOPSTELLING 3.2

Hier is een opstelling met maximale ‘orde’ te zien, waarbij gebruik gemaakt wordt van het kleinste type turbines. Het gaat om twee dubbele lijnopstellingen, op afstand van elkaar. Tussen de opstellingen ligt, ten noorden van de Hertogswetering, bestaand natuurgebied. De windturbines staan op een regelmatige onderlinge afstand. In Oss worden op deze manier 14 turbines geplaatst en in ’s-Hertogenbosch 16, waarmee voldaan wordt aan de energie-opgave. Consequentie van deze opstelling is dat een aantal woningen aangemerkt moet worden als zogenaamde molenaarswoning. Het aantal wordt in het MER bepaald.

Hier is een andere opstelling met maximale ‘orde’ te zien, waarbij gebruik gemaakt wordt van het grootste type turbines. In dit geval gaat het om één dubbele lijnopstelling. De windturbines staan op een regelmatige onderlinge afstand. In Oss én ’s-Hertogenbosch worden op deze manier 7 turbines geplaatst. Consequentie van deze opstelling is dat een aantal woningen aangemerkt moet worden als zogenaamde molenaarswoning. Het aantal wordt in het MER bepaald.

H+N+S · DUURZAME POLDER

28

VA R I A NT 4 | N AT U U R

VARIANTEN WINDENERGIE

VA R I A NT 4 | N AT U U R De variant Natuur onderzoekt wat de effecten zijn als de plaatsingszones beschermde natuurgebieden en gebieden waar veel weidevogels zitten vermijden. In het plangebied liggen twee soorten beschermde natuurgebieden: het Natuurnetwerk Brabant (inclusief ecologische verbindingszones) en een rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Wat betreft windturbines in deze gebieden geldt vanuit de provinciale regelgeving een ‘nee, tenzij’ beleid. Daarnaast liggen er gebieden die onderdeel zijn van de Groenblauwe mantel. Ook zijn er twee kerngebieden voor weidevogels aan te wijzen. Deze gebieden zijn niet wettelijk beschermd, maar de soorten die er voorkomen zijn wel beschermd onder de Wet natuurbescherming. De gebieden tussen de kerngebieden voor weidevogels zijn uitgesloten, om vliegbewegingen mogelijk te maken. Ten slotte zijn er beschermde soorten die instandhoudingsdoelstellingen kennen vanuit Natura 2000-gebieden die het plangebied gebruiken om bijvoorbeeld te foerageren. Om rekening te houden met de vliegbewegingen van en naar Natura 2000-gebied de Rijntakken is het noordwestelijke deel van het plangebied uitgesloten in de variant Natuur. Deze variant gaat er van uit dat zogenaamde molenaarswoningen mogelijk of nodig zijn. Er zijn daarom in de plaatsingszones geen afstandcontouren rond woningen uitgespaard.

29

H+N+S · DUURZAME POLDER

30

VARIANT 4 | FEEDBACK BEWONERS

Deze variant laat in ieder geval zien dat er keuzes gemaakt moeten wor-

De meeste mensen geven aan het belangrijk te vinden om natuurgebieden

den en dat niet alle belangen zomaar te combineren zijn. Men pleit er ook

en beschermde soorten te ontzien. Tegelijkertijd vindt een deel van de men-

voor de natuurafweging te maken met het grotere plaatje in beeld: we

sen dat dit niet boven de gezondheid van mensen mag gaan. Het ontzien van

hebben als land natuur- en energiedoelen te halen; niet per deelgebied.

bewoners heeft daarom voor hen prioriteit. Anderen geven aan dat het een

Als de natuur lokaal kleiner wordt, maar elders groter is dat voor sommi-

geven en nemen is voor zowel mens als natuur; er dient een goede balans

ge mensen verdedigbaar.

gevonden te worden. Het beperken van recreatie om natuur te sparen wordt gezien als een slimme maatregel om aan deze balans bij te dragen.

Ook pleiten enkele mensen om niet te denken vanuit bestaande natuur, maar vanuit de potentiële volhoudbare, toekomstbestendige natuur. De

Mensen die een opstelling van windturbines nabij de Hertogswetering als

opbrengsten van de windenergie zouden nieuwe kansen moeten opleve-

meest gewenste optie zien, geven aan te begrijpen dat dit ten koste van na-

ren, ook voor de natuur.

tuurgebied daar gaat. Ze wijzen er echter op dat een compacte opstelling daar de kans biedt natuurwaarden buiten dit gebied juist te behouden en te versterken, bijvoorbeeld weidevogelgebied. En dat de opwek van duurzame energie ook bijdraagt aan de natuur, ondanks dat het betekent dat er lokaal windturbines in natuurgebied geplaatst moeten worden. Mensen geven aan het een goed idee te vinden dat er nauwkeuriger gekeken wordt naar de natuurwaarden in de polder, bijvoorbeeld vliegroutes van vogels. Wellicht dat de windmolens ook iets opleveren voor de natuur, omdat je gebieden kunt maken waar nauwelijks nog mensen komen, zo geven enkele mensen aan.

Deze reactie is gebaseerd op de concept versie die is voorgelegd in de periode 30 mei – 11 juni 2023.

31

VOORBEELDOPSTELLING 4.1

VOORBEELDOPSTELLING 4.2

Uitgangspunt voor deze opstelling is invulling van de energie-opgave met het kleinste type windturbines binnen de plaatsingszones waar het minste nadelige effect op natuur verwacht wordt. Als ruimtelijk principe wordt aangesloten bij het gebied ten zuiden van de Hertogswetering, het ten opzichte van het midden van de polder iets meer besloten landschap op de overgang van zand naar klei. We zien hier twee door open ruimte gescheiden ‘windvelden’ voor Oss en s‘-Hertogenbosch.

Hier is, uitgaande van dezelfde principes als bij opstelling 4.1, getoond wat er mogelijk is wanneer gebruik gemaakt wordt van het grootste type windturbine. Er is in dit geval voor zoveel mogelijk open houden van het middengebied van de polder en een plaatsing met korte lijnopstellingen. Voor Oss en ’s-Hertogenbosch worden hierbij bovendien verschillende richtingen aangehouden. Met deze acht turbines van het grootste type wordt even veel opwek gerealiseerd als bij de 16 turbines van het kleinere type in opstelling 4.1.

H+N+S · DUURZAME POLDER

32

RESTRUIMTE TURBINE TYPE 1

De variant Restruimte onderzoekt plaatsingszones die nog niet in de andere varianten zijn onderzocht. Daarnaast wordt, net als bij een aantal andere varianten, onderzocht wat de milieueffecten zijn bij het toepassen van zogenaamde ‘molenaarswoningen’. Dit zijn woningen die dichter bij windturbines liggen. Hierbij moet wel worden aangetoond dat deze woningen een binding hebben met de windturbines. Deze variant zorgt er zo voor dat inzicht wordt verkregen in de effecten van windturbines op alle potentieel beschikbare plekken in het plangebied. Deze variant is daarom meer een theoretische exercitie, om bij het voorkeursalternatief een zo optimaal mogelijke keuze te kunnen maken. Voor deze variant zijn geen voorbeeldopstellingen ontwikkeld.

VARIANTEN WINDENERGIE

RESTRUIMTE TURBINE TYPE 2

33

H D +E N EL +G S E· BDI E U DU SR UZ IATM WEE R PK O ILNDGEERN

34

DE OEVERWAL

DE WEIDE

S TA D S R A N D O S S

S TA D S R A N D DEN BOSCH

OVERZICHT DEELGEBIEDEN

OVERGANG ZAND-KLEI

35

4. DEELGEBIEDSUITWERKINGEN OVERZICHT DEELGEBIEDEN In de Duurzame Polder wordt in de toekomst windenergie opgewekt, maar er wordt ook naar andere waarden, ontwikkelingen en kansen gekeken. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van de waterkwaliteit, kansen voor landbouw, het versterken van de biodiversiteit of het verbeteren van de recreatieve mogelijkheden. In eerdere bijeenkomsten zijn allerlei ideeën hiervoor aangedragen door belanghebbenden in en rond de polder. Veel van deze ideeën staan eigenlijk los van de plek waar de windturbines precies komen. De ideeën kunnen gecombineerd worden met verschillende opstellingen. We gaan daarom apart in op deze ideeën. We delen een toekomstige, duurzame koers voor vijf verschillende deelgebieden in de polder, die elk hun eigen accent blijken te hebben. 1.

Stadsrand Den Bosch (gemeente ’s-Hertogenbosch)

2.

De weide (beide gemeenten)

3.

Overgang zand-klei (beide gemeenten)

4.

Stadsrand Oss (gemeente Oss)

5.

De oeverwal (gemeente Oss)

Dit hoofdstuk beschrijft de integrale ontwerpprincipes en beleidsmatige uitgangspunten per deelgebied in de Duurzame Polder. In totaal zijn er 5 deelgebieden gedefinieerd, waarvan deelgebied de Stadsrand Den Bosch alleen het grondgebied van de gemeente ’s-Hertogenbosch beslaat, en deelgebieden

De Oeverwal en Stadsrand Oss alleen het grondgebied van de gemeente Oss. Deelgebieden De Weide en Overgang zand-klei beslaan grondgebieden van beide gemeenten. De beschrijvingen in deze deelgebieden zijn echter voor het merendeel overeenkomstig en worden daarom gezamenlijk beschreven. Waar een uitgangspunt specifiek geldt voor het grondgebied van één gemeente, wordt dit vermeld.

BELEIDSPRINCIPES GEMEENTE ’S-HERTOGENBOSCH Algemene principes voor het grondgebied van de gemeente ’s-Hertogenbosch voor de ontwikkeling van de polder luiden: ◼

Werken aan integrale gebiedsontwikkeling en streven naar ruimtelijke kwaliteit;

◼

Water en bodem leidend;

◼

Verbinden van stad en land;

◼

Verbinden heden – verleden – toekomst: vitaal en toekomstbestendig kunnen functioneren van huidige en toekomstige gebruikers in het gebied.

Deze principes zijn per thema in een aantal algemene beleidsuitgangspunten vertaald, die worden beschreven per deelgebied.

H+N+S · DUURZAME POLDER

36

D E E L G E B I E D 1 | S TA D S R A N D D E N B O S C H

DEELGEBIEDSUITWERKINGEN

S TA D S R A N D D E N B O S C H DEELGEBIED 1 | GEMEENTE ’S-HERTOGENBOSCH

BESCHRIJVING DEELGEBIED EN ONTWIKKELPERSPECTIEF

De verbinding tussen stad en land kan verder versterkt worden in dit gebied

Onderdeel van de stadsrand van Den Bosch is de Groote Wielen. Vanaf 2024

door de ontwikkeling van een duurzaam productielandschap grenzend aan de

wordt verder gebouwd aan de wijk. De nieuwe buurt is geïnspireerd op de

nieuwe stadsrand. Met de toenemende vraag naar lokaal voedsel is er potentie

landelijke omgeving. Buitenleven in een groene omgeving is een belangrijke

voor nieuwe vormen van landbouw, zoals bijvoorbeeld vormen van collectie-

kwaliteit.

ve landbouw (CSA, Herenboeren, etc.), landschapsbeheer en landbouw meer

LANDBOUW

gericht op stedelijke functies (verkoop lokale producten, recreatie, educatie, De Blokkenweg vormt nu een harde overgang van de Groote Wielen naar de

kleinschalige horeca, etc). Zulke landbouwvormen passen binnen de ontwik-

polder. In de gesprekken met bewoners en andere belanghebbenden komt

kelkoers van het ‘klimaatlandschap’.

naar voren dat het gewenst is hier een meer geleidelijke overgang te ontwikkelen met ruimte voor bos en een uitloopgebied met recreatieve functies

In gesprek met belanghebbenden is aangegeven dat boeren een actieve rol

Op de tekening zie je daarom een aantrekkelijk en toegankelijk ‘klimaat-

kunnen spelen in de aanleg van dit klimaatlandschap, met vormen van ex-

landschap’ waarin voedsel-, en mogelijk houtproductie en natuur- en bele-

tensieve landbouw, zoals strokenteelt of een voedselbos. Daarvoor wordt in

vingswaarde samengaan. Hierbij hoort de aanplant van percelen met bossen

dit nieuwe landschap ruimte geboden, alsmede voor de ontwikkeling van een

en ruimte voor water met bermen en oevers die tevens als waterberging en

of meerdere kleine productiebossen. Hierbij past ook een op de stad-landge-

zuivering dienen. Ook zou je in de stadsrand ruimte kunnen maken voor

richte transformatie of verbreding van de activiteiten op de boerderij-erven.

aanvullende nevenfuncties , zoals recreatieve functies. Het nieuwe landschap met meer diversiteit helpt ook om het zicht op de windturbines in de polder te verminderen. In de zuidelijkste rand van dit deelgebied gaat het klimaatlandschap over in een kleinschalig landschap nabij de lintstructuur.

37

H+N+S · DUURZAME POLDER

38

N AT U U R

W O N E N E N ( R E C R E AT I E V E ) B E L E V I N G

Binnen het klimaatlandschap gaan de agrarische functies hand in hand met

Bij de ontwikkeling van het klimaatlandschap in de stadsrand, is verbetering

het verbeteren van de waterkwaliteit, de versterking van biodiversiteit, en

en versterking van de recreatieve kwaliteit een belangrijke doelstelling. Het

landschappelijke kwaliteit. Hierbij wordt ingezet op een verbetering van de

aangrenzende poldergebied wordt een uitloopgebied voor bewoners van Ros-

ecologische waarden. Een mozaïek van verschillend grondgebruik kan hieraan

malen en de Groote Wielen. De toegankelijkheid en doorwaadbaarheid van het

bijdragen. Hierbij is een aandachtspunt het behouden en versterken van de

gebied wordt vergroot door ommetjes in de vorm van struin- vlonderpaden

landschappelijke lijnen en slotenstructuur. Populierenlanen wisselen elkaar

een kleinschalig en toegankelijk (klimaat)landschap. Ook kan gedacht wor-

af met natte plas-dras percelen in het noordelijke deel van het gebied. Langs

den aan het bieden van kleinschalige recreatieve mogelijkheden op en bij het

de Hoefgraaf kan een natuurbufferstrook zorgen voor een natuurlijke verbin-

water, zoals varen en zwemmen.

ding voor verschillende doelsoorten (vogels maar ook zoogdieren, insecten, reptielen en planten).

In dit klimaatlandschap is uitdrukkelijk geen verdere woningbouw toegestaan. Ten zuidwesten van dit landschap is in de toekomst mogelijk wel

Het gebied aan weerszijden van de Rompertweg, dat in de huidige situatie

ruimte voor een landschappelijk ingepaste woningbouwontwikkeling (de

lager is gelegen, biedt kansen om te vernatten. Het opzetten van het waterpeil

Bunders), een locatie grofweg gelegen tussen de Rompertweg, Grintweg,

in combinatie natte hooilanden draagt bij aan de verbetering van de wa-

Kruisstraat en Slagkampweg. Hier zouden compacte woonclusters eventueel

terkwaliteit en de biodiversiteit. Er liggen ook kansen voor een (recreatieve)

kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een landschappelijke en toeganke-

verbinding met de Hooge Heide. Dit kan ook heel nuttig zijn voor vleermui-

lijke omgeving. Mogelijk dient in de stadsrand ruimte te worden geboden aan

zen, die dan vanuit het bos in het zuiden door kunnen vliegen naar het noor-

de nieuwe rondweg langs de Groote Wielen (nog in onderzoek).

den. Tot slot, is ten zuiden van de Rompertweg, aan het lint ruimte op bestaande (agrarische) erven voor verbreding en eventuele herontwikkeling met kleinschalige en passende woningbouw.

39

I D E E Ë N VO O R D E U IT W E R K I N G VA N D E S TA D S R A N D D E N B O S C H

Nieuwe vormen van landbouw De toenemende vraag naar lokaal voedsel biedt kansen voor andere vormen van landbouw, zo dicht bij de stad. Bijvoorbeeld vormen van collectieve landbouw. Klimaatlandschap met vlonder- en struinpaden Een ‘klimaatlandschap’ vormt een geleidelijke overgang van woonwijk naar polder. Met bos, bomenrijen en extensieve landbouw. Bewoners van Rosmalen en de Groote Wielen kunnen wandelen in het klimaatlandschap over nieuwe vlonder- en struinpaden.

i i i

Huidige en toekomstige waterbergingsopgave en natuur aan de rand van de polder In aansluiting bij het waterrijke landschap in de Groote Wielen en om de historische Beerse Overlaat weer zichtbaar te maken. Aansluiten bij bestaande opgave om de Hoefgraaf te verleggen (ivm de bouw van de Groote Wielen).

H+N+S · DUURZAME POLDER

40

L A N D S C H A P E N C U LT U U R H I S T O R I E

W AT E R E N B O D E M

Voor de stadsrand wordt gestreefd naar schaalverkleining en wordt een kli-

In het gebied langs de Hoefgraaf ligt er de opgave voor de aanleg van Ecolo-

maatlandschap ontwikkeld. Hierin moet ruimte worden geboden aan natuur,

gische verbindingszones. Voor het overige, zijn er voor het gebied echter geen

recreatieve mogelijkheden, extensieve landbouw, water, productiebos en

harde waterbergingsopgaven. In het algemeen gelden wat betreft waterkwa-

eventueel wat nevenfuncties (bijv. educatief/kleinschalige horeca). De ont-

liteit en drinkwater de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de

wikkeling van een ‘klimaatlandschap’ biedt de kans om de overgang van de

bescherming en versterking van het waterwinningsgebied van Brabant Water

woongebieden naar de polder te verzachten. De afschermende werking van

en de gebieden van het Natuur Netwerk Brabant.

bos- en beplanting ten opzichte van de windturbines is hiervoor een belangrijk argument. Het is daarbij belangrijk om bestaande landschappelijke waar-

Richting de toekomst is het van belang om de laagstgelegen gebieden te

den te waarborgen. Een van de kenmerkende kwaliteiten van het gebied is de

reserveren voor waterberging en ecologie, ook al is die opgave er nu nog

fijnmazige verkaveling en slotenstructuur. Daarnaast werden de openheid

niet. In 2100 kan die opgave er wel komen (Project “Hoogwateraanpak Bra-

en de doorzichten ook als waardevol in gesprekken met inwoners en andere

bant-Oost” spreekt over een opgave van 36 miljoen m3 en mogelijk nog meer

belanghebbenden. In de bijeenkomsten met belanghebbenden werd genoemd

in de toekomst), waardoor het nu verstandig is deze gebieden vrij te houden

dat het belangrijk en nuttig is om de uitwerking van dit gebied met een af-

van kapitaalintensieve functies.

vaardiging van bewoners van de Groote Wielen verder uit te werken. In de stadsrand wordt, mede vanwege deze reden, een waterrijk gebied voorHet gebied aan weerszijden van de Rompertweg, dat in de huidige situatie

zien, als onderdeel van het nieuwe klimaatlandschap. In dit landschap is het

lager is gelegen, biedt kansen om te vernatten. Dit is plek waar de kans is om

de bedoeling een eigen, zelfstandig watersysteem te creëren dat op termijn

de overgang van zand naar klei en beleving van de Beerse Overlaat zichtbaar

gekoppeld kan worden aan het systeem van de Groote Wielen en daarmee dus

maken. Richting het lint van Kruisstraat loopt het maaiveld op en wordt in-

losgekoppeld wordt van het watersysteem in de polder. In de huidige ontwik-

gezet op het markeren van de kleinschalige verkaveling en het behoud van de

keling van de Groote Wielen is er veel ruimte voor water en wonen aan het

doorzichten naar de polder.

water. De centrale rol die het water en zijn bergende en zuiverende functie in

DEELGEBIEDSUITWERKINGEN

het gebied speelt kan dan ook doorgezet worden naar het landschappelijke gebied ten oosten van de stadsrand. Het gebied aan weerszijden van de Rompertweg, dat in de huidige situatie lager is gelegen, biedt kansen om te vernatten. Dit is plek waar we kansen zien om de overgang van zand naar klei en beleving van de Beerse Overlaat zichtbaar maken. Het opzetten van het waterpeil in combinatie natte hooilanden draagt bij aan de verbetering van de waterkwaliteit en de biodiversiteit.

41

H+N+S · DUURZAME POLDER

42

F E E D B AC K B E W O N E R S O P S TA D S R A N D D E N B O S C H

van de huidige afbakening ook mee te nemen. Ook hier zijn nieuwe ommetjes

Het ‘klimaatlandschap’ springt eruit in de waardering van mensen die on-

namelijk interessant, bijvoorbeeld als verbinding met het Kanaalpark.

line hebben gereageerd op de ideeën voor het deelgebied de stadsrand van Den Bosch. Enkele mensen geven daarbij mee dat er voldoende bos onderdeel

Enkele mensen vragen zich af of het wel nodig is om zoveel recreatief groen

moet zijn van dit klimaatlandschap, om het zicht op de windmolens te beper-

toe te voegen, het Kanaalpark is immers dichtbij. Er zou ook ruimte moeten

ken. Daarnaast wordt ook een meer geleidelijke overgang van Rosmalen en de

zijn voor landbouw in de stadsrand, zo geeft men aan. Hou hierbij rekening

Groote Wielen naar de polder als waardevolle kwaliteit gezien. Ook de nieu-

met de zware komklei; niet alle gewassen doen het goed hierop. Anderen

we ommetjes en struinpaden worden relatief vaak geduid als aansprekend.

geven aan dat ze de stadsrand juist vaak gebruiken om van de natuur te ge-

Stadslandbouw of andere aanvullende functies op erven nabij de stadsrand

nieten, en dus blij zouden zijn met veel mogelijkheden hier.

worden minder vaak als aansprekend benoemd. Als aanvullende ideeën worden o.a. vogelkijkhutten en een voedselbos genoemd. Op bepaalde plekken kunnen huidige wandelroutes aantrekkelijker gemaakt worden. Verder wordt de vraag opgeworpen of er in de nieuwe overgang van stad naar polder niet ook ruimte zou moeten zijn voor extra woningbouw, in het groen. Anderen geven juist aan erven niet verder te willen ontwikkelen, omdat er al zoveel gebouwd is de laatste jaren. Er wordt gevraagd om nabij de woongebieden te kiezen voor snelgroeiende bomen, zodat ze het zicht op de windturbines kunnen wegnemen. Vergeet hierbij, naast Rosmalen en de Groote Wielen, Kruisstraat en Heeseind niet. Ook wordt gepleit de stadsrand iets groter te zien, en delen aan de westkant

m ee

rg e en leid Ee e d o ge p n ‘ e lijk w he kli Gr e er t m oo ov kt g aa te erg (o eb tla W an .a ied n ie g . n v ds le ie an ch n van uw b a na R p i ar os o ’ bo d w de m s ive aa en rs rm po ale ex ite ee ld n er te it ns en aan i w e o Ru v a p im e la ter ga n w ve te Ni vo dbo ord n eu u t or w A w w) e at ra anv om e nd ul rb m , v len er et oo d gi je e ng s rb f en ijv unc st oo ti ru St rb es in ad ee op pa sl ld e de an rv r e n db cr en ea a ou tie an w, ru en de im ed sta te uc ds om at ie ze lf vo ve ed rb se ou l w te en

Ee n

43

W E L K E I D E E Ë N V O O R D E S TA D S R A N D D E N B O S C H S P R E K E N U

HET MEESTE AAN?

Overzicht van de resultaten van de online tool (juni 2023)

H+N+S · DUURZAME POLDER

44

D E E LG E B I E D 2 | D E W E I D E

DEELGEBIEDSUITWERKINGEN

DE WEIDE DEELGEBIED 2 | BEIDE GEMEENTEN

BESCHRIJVING DEELGEBIED EN ONTWIKKELPERSPECTIEF

bruik t.a.v. het aantal stuks vee per hectare. Daarnaast wordt ruimte gezocht

De Weide beslaat het hele, voornamelijk agrarische middengebied. Midden

klimaatadaptatie leiden tot een duurzamer perspectief voor de landbouw.

hoe koppelkansen als energieopwekking, natuurontwikkeling en -beheer en

door de polder loopt de Hertogswetering. Een duurzame koers voor dit gebied kan niet zonder een toekomstperspectief voor de agrarische sector. Het

N AT U U R

gebied is en blijft agrarische gebied, met een sterk accent op (duurzame)

Ook al is het poldergebied voornamelijk agrarisch gebied, er zijn veel natuur-

voedselproductie (voornamelijk melkveehouderij). Intensieve samenwerking

waarden te vinden. Rust, openheid en natte terreinomstandigheden vormen

tussen boeren, terreinbeherende organisaties zoals Waterschap Aa en Maas,

de basis hiervoor. Het gebied is bijvoorbeeld waardevol voor weidevogels.

Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en belangen-

Behoud van de bestaande natuurwaarden is van belang. In ieder geval hoort

groepen kunnen helpen om toe te werken naar een meer circulair landbouw-

hierbij dat zoveel mogelijk van de verspreid gelegen gebieden met natuur-

gebied. Zo kan er gezamenlijk gewerkt worden aan perspectief voor de land-

waarden als grote, ononderbroken en onverstoord eenheid kunnen functio-

bouw in combinatie met bijvoorbeeld het vergroten van de biodiversiteit.

neren. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan het noordwesten van de polder rondom het waterwingebied van Brabant Water en het natuurterrein van

LANDBOUW

Staatsbosbeheer ten noorden van de Hertogswetering (beide grondgebied

De landbouw in de Duurzame Polder bestaat voor het grootste deel uit melk-

gemeente Oss).

veehouderij waarvan de blijvende veehouders de komende jaren verder innoveren. Ze richten zich hierbij op schaalvergroting en efficiëntie of verbreding

Naast één groot, aaneengesloten gebied voor weidevogels is het voor sommi-

en omschakeling, in combinatie met extensivering. Voor het grondgebied van

ge weidevogelsoorten juist belangrijk verspreid door de polder plasdras-per-

’s-Hertogenbosch geldt, dat de bebouwing van de Weide niet mag toe nemen,

celen te vinden. Een idee dat is geopperd tijdens één van de bijeenkomsten

maar vergroting van boerderij-erven is mogelijk, mits elders op vrijkomende

met belanghebbenden is om voor elke windturbine die geplaatst wordt extra

boerderij-erven bebouwing wordt gesloopt.

oppervlak voor weidevogels te realiseren, zodat de kansen voor weidevogels versterkt worden.

Landschappelijke inpassing van de vergrote boerderij-erven is voorwaarde. De kringlooplandbouw vormt het uitgangspunt voor verdere groei of veran-

De weteringen, waterlopen en sloten vormen samen een fijnmazige netwerk

dering van de bedrijfsvoering en leidt mogelijk tot een meer extensief landge-

waar een extensief beheer kan leiden tot het ontstaan van ruigere randen.

45

H+N+S · DUURZAME POLDER

46

Hier hebben bijvoorbeeld insecten baat bij. Kleine diertjes vormen weer een

L A N D S C H A P E N C U LT U U R H I S T O R I E

broodnodige aanvulling op het dieet van de weidevogels. Aandachtspunt is

Het polderlandschap wordt gekenmerkt door zijn weidsheid, grootschalige

het beschermen van weidevogels tegen roofdieren.

verkaveling, grote agrarische huiskavels als solitaire percelen in de ruimte en het ontbreken van beplantingselementen als lanen, singels. De eendenkooien

De Hertogswetering en de Hoefgraaf vormen de doorgaande verbindingen

breken samen met de erven de leegte van het polderland. De uitgesproken

door de polder voor diersoorten die gebonden zijn aan natte natuur. Het

leegte en vergezichten worden door de belanghebbenden zeer gewaardeerd.

vinden van een evenwicht tussen enerzijds het faciliteren van soorten als de

Het ligt niet voor de hand in de polder nieuwe beplantingsstructuren toe te

otter en aan de andere kant het zo optimaal mogelijk inrichten van het gebied

voegen. Het behouden en inpassing van de eendenkooien is een aandachts-

rondom de Hertogswetering voor de weidevogel, vormt nog een stevig dis-

punt. Wel kan aan de randen van de polder, waar al meer lanen en bomenrijen

cussiepunt. Weidevogels zijn gebaat bij een open landschap, de otter gedijt

aanwezig zijn, hier en daar een gat in een laan of bomenrij gevuld worden.

juist bij de aanwezigheid van een variatie aan natuurelementen zoals ruigte,

Meer erfbeplanting is ook een idee.

dichte bosschages, poelen en moerassen. Vanuit cultuurhistorie zijn er ideeën en kansen de beleving van het landschap W O N E N E N ( R E C R E AT I E V E ) B E L E V I N G

te versterken. Zo zijn er plannen de fortificaties van de Zuidwaterlinie weer

Belanghebbenden geven aan dat ze weinig recreatieve kansen zien in het

beleefbaar te maken. Daarnaast kan het verhaal van de Beerse Overlaat weer

middengebied van de polder. De randen van de polder zijn veel aantrekkelijker

herkenbaar en beleefbaar worden gemaakt in het gebied. Letterlijk door bij-

voor de recreant. Wel wordt de wens geuit de onverharde wegen te behou-

voorbeeld waterberging en plas-dras te concentreren langs de oude Beerse

den en zo het extensieve recreatienetwerk zo veel mogelijk intact te houden.

Overlaat. Of meer figuurlijk door bijvoorbeeld een netwerk van kavel- en

Het idee van een fietspad langs de gehele Hertogswetering, dat in het begin

wandelpaden te creëren die het hele traject van de voormalige Overlaat ver-

van het ontwerpproces eens geopperd is, wordt vanuit verstoring van natuur

binden. Het weer betekenis geven van de oude hutten (schuilplekken in de tot

niet door iedereen omarmd. Ook het waterschap heeft aangegeven hier geen

halverwege de 20e eeuw lege polder) kan een andere verhaallijn worden in het

voorkeur aan te geven. Vanuit de belanghebbenden is het wel denkbaar om de

beleefbaar maken van de Beerse Overlaat en de ontginningsgeschiedenis. De

fiets- en wandelverbindingen aan de randen van de polder te versterken en zo

locatie van deze hutten wordt op de kaart aangegeven met een oranje ster.

verbinding te leggen met de kernen aan de randen van het gebied.

DEELGEBIEDSUITWERKINGEN

47

IDEEËN VOOR DE UITWERKING VAN DE WEIDE

Innovatieve kringlooplandbouw De boeren in het gebied werken aan verduurzaming van de landbouw, zodat ook in de toekomst geboerd kan blijven worden. Samen met andere beheerders in de polder, zoals Brabant Water en natuurorganisaties combineren ze innovatieve landbouw met versterking van o.a. bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit.

Weidevogels Het is van belang zo veel mogelijk van de verspreid gelegen gebieden met natuurwaarden voor weidevogels als grote, ononderbroken en onverstoorde eenheden te kunnen laten functioneren. Bijvoorbeeld in het noordwesten van de polder en het natuurterrein van Staatsbosbeheer ten noorden van de Hertogswetering.

Natuur langs de Hertogswetering De Hertogswetering is een geschikte plek om natuurwaarden te versterken. Bijvoorbeeld voor de otter. De otter houdt van bosschages, poelen en moerassen. Aandachtspunt is dat weidevogels juist een open landschap nodig hebben. Openheid en meer groen moeten dus zorgvuldig afgestemd worden.

i i i i i

Fijnmazig netwerk van water en groen De kleinere weteringen en sloten vormen samen een fijnmazig ‘groenblauw’ netwerk. Door extensief beheer van de sloten en oevers, ontstaan er ruiger begroeide randen. Verhaal van Beerse Overlaat beleefbaar maken De Beerse Overlaat werd vroeger bij hoogwater als extra stroomgebied van de Maas gebruikt. Deze historie kan weer beleefbaar worden, bijvoorbeeld letterlijk door waterberging en plasdras te maken langs de oude Beerse Overlaat, of figuurlijk met wandelpaden die het oude stroomgebied volgen.

H+N+S · DUURZAME POLDER

48

W AT E R E N B O D E M

FEEDBACK BEWONERS OP DE WEIDE

Het principe ‘water en bodem sturend’ geldt door de hele polder. Dit betekent

Het versterken van de natuur langs de Hertogswetering is door de mensen

dat de eigenschappen en grenzen van het water- en bodemsysteem worden

die hebben deelgenomen aan de online consultatie het vaakst benoemd als

gerespecteerd. Verduurzaamd bodembeheer vormt de basis. Daarnaast moet

aansprekend idee voor dit deelgebied. Daarnaast springen zowel behoud als

de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater verbeteren. Uitspoeling en

uitbreiding van het weidevogelgebied eruit. Verder worden extensieve kring-

afspoeling van mest en gewasbeschermingsmiddelen naar het water in de

looplandbouw en het versterken van het netwerk van sloten met natuur-

polder moet zoveel mogelijk worden voorkomen. De provinciale reserverings-

vriendelijke oevers relatief vaak gewaardeerd. De ideeën ter versterking van

zones voor waterberging bieden aanleiding voor combinatie van meerdere

de cultuurhistorische waarden in de weide, zoals het zichtbaar maken van

doelen op gebied van water, natuur en landbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13840747/1