CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bijlagen bij MER deel 1 (bijlage 1-7)

Commissie BEDRIJVIGHEID 18 maart 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Discussienotitie Concept Voorkeursalternatief Duurzame Polder31.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

A

Door de in de gemeenteraden afgesproken contouren van 2 en 1 km worden de windturbines in het hart van de Duurzame Polder geplaatst, juist in de vogelkerngebieden. Één van de aspecten die in de m.e.r. aan bod dient te komen is een beschrijving van andere alternatieve locaties met een uitgebreide en transparante motivatie. Reclamant raadt aan eerst alle mogelijke windlocaties in Den Bosch en Oss te beoordelen.

Binnen de gemeente ’sHertogenbosch zijn in de Visie energielandschap de mogelijke locaties voor grootschalige windenergie afgewogen. De hoofdmotivering staat op pagina 24 van de Visie. De Visie is op 7 juli 2020 vastgesteld. Dit heeft mede input gegeven voor de vaststelling van het Eindrapport 2e Fase Verkenning Duurzame Polder op 6 oktober 2020 door de gemeenteraad. Voor de gemeente Oss dient de Gebiedsvisie buitengebied als onderbouwing voor de ontwikkeling van windenergie in de Duurzame Polder. De Gebiedsvisie buitengebied is door het college en de raad vastgesteld op 7 oktober 2021 en dient als bouwsteen voor de in ontwikkeling zijnde Omgevingsvisie. Verder heeft de gemeenteraad op 29 januari 2021 besloten de vervolgaanpak voor opwek van duurzame energie in de Duurzame Polder vast te stellen. De locatie van Duurzame Polder is in eerdere besluiten onderbouwd (zie bovenstaande alinea's). Dit MER onderzoekt de effecten van verschillende opstellingsvarianten binnen de Duurzame Polder. In het MER wordt verder een paragraaf opgenomen met de locatieonderbouwing op basis van bovengenoemde besluiten.

25 | 55

nee

Zienswijze

Gevolg voor het MER?

Nr. reclamant A1.1

Reclamant vindt dat er in de Beerse Overlaat een minimale afstand van 1.200 m nodig is tussen de kerngebieden weidevogels en wintergasten en de windturbines. De studie van SOVON beschrijft de unieke waarde van dit gebied en de kwetsbaarheid van de natuurwaarden.

Wat betreft natuur (waaronder de bescherming van vogels) wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.1

41

A1.2

Ter bescherming van de natuurwaarden dringt reclamant erop aan een afstandsnorm tot kerngebieden voor vogels te hanteren van minimaal 1200 meter, net als de Duitse Länderarbeidtsgemeinschaft der Vogelschutzwarten.

Wat betreft natuur (waaronder de bescherming van vogels) wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota, wat betreft mitigatie en compensatie wordt verwezen naar paragraaf 4.2.

nee, zie § 4.1 en 4.2

42

A1.3

Veel soorten die in de Beerse Overlaat voorkomen zijn kwetsbaar voor aanvaringen (kiekendief, boomvalk, buizerd, steenuil, wulp). Een peerreviewed onderzoek van de WUR laat zien dat zelfs bij een mortaliteitsnorm van 1% significant negatieve effecten op de populatiestand kunnen ontstaan.

Wat betreft natuur (waaronder de bescherming van vogels) wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.1

43

A1.4 A1.5

In art. 4.53 van de Omgevingsverordening is bepaald dat alle mogelijke en relevante mitigerende maatregelen worden genomen om dodelijke slachtoffers te voorkomen bij vergunningverlening voor windturbines. Reclamant vraagt om deze mitigerende maatregelen duidelijk te benoemen in uw besluit en raden u aan te onderzoeken welk effect deze verplichte maatregelen hebben op de businesscase van het windpark.

Wat betreft mitigatie en compensatie wordt verwezen naar paragraaf 4.2 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.2

Reactie

Nr. zienswijze nota 40

Er wordt de indruk gewekt dat de komst van windturbines en de nadelige gevolgen daarvan relatief eenvoudig gecompenseerd kunnen worden. Dit is echter niet zo eenvoudig als gedacht. Daarom wil reclamant benadrukken dat het belangrijk is om aantasting en de noodzaak tot compensatie te voorkomen. 44

A2

Reclamant vraagt om de overdraai boven Natura 2000 / NNB mee te nemen als wettelijke beperking bij de afbakening van de zoekgebieden

Wat betreft de overdraai van wieken wordt verwezen naar paragraaf 4.1.5 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.1.5

45

A3

Reclamant vraagt om het waterwingebied Lith en de bijbehorende boringvrije zone op te nemen als uitsluitingsgebied voor zon- en windprojecten.

De effecten op water, waaronder ook drinkwaterwingebieden worden beschreven in het MER (zie beoordelingskader op pagina 17 van de NRD). Uitsluitingsgebieden worden niet expliciet in dit project aangewezen.

nee

46

B1 B2

Reclamant vindt dat het aspect Natuur een expliciete onderverdeling moet maken naar broedvogels, wintervogels, akker- en weidevogels, vleermuizen en overige beschermde soorten.

Wat betreft natuur (waaronder de bescherming van vogels) wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota. Zoals blijkt uit het beoordelingskader in de NRD zijn de mogelijke effecten op NNB en Natura 2000 gebieden onderdeel van de toetsing. Tevens worden de effecten op beschermde plant- en

nee, zie § 4.1

Het onderzoek dient verschillende effecten op vogels en vleermuizen expliciet mee te nemen: aanvaring, verstoring en barrièrewerking en externe werking bij NNB en Natura 2000.

26 | 55

Gevolg voor het MER?

Reactie

Zienswijze

Nr. reclamant

Nr. zienswijze nota

diersoorten inzichtelijk gemaakt (zie beoordelingskader op pagina 17 van de NRD). 47

B3

Reclamant ziet graag dat cumulatieve effecten van meerdere windparken worden meegenomen Bij het aspect natuur moet ook expliciet rekening worden gehouden met windmolens buiten het plangebied. Er moet worden aangegeven hoe dit tot uiting komt in de beoordeling van de effecten.

Wat betreft cumulatie van effecten wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.6

48

B4

Reclamant ziet graag dat stikstofdepositie als aspect wordt toegevoegd om de effecten op natuur te beoordelen.

Stikstofdepositie wordt onderzocht in het MER, dit valt onder het aspect ‘Effecten op Natura 2000gebieden’ onder het thema Natuur (zie beoordelingskader op pagina 17 van de NRD).

nee

49

B5

Bij effecten op landschap vraagt reclamant nadrukkelijk om ongerepte natuurpanorama’s mee te nemen in de beoordeling. Bij het aspect ‘landschap’ moeten de visuele aspecten van de windturbines (en verschillende hoogtes) onderzocht worden

De visuele effecten van windturbines maken onderdeel uit van aspect 'Effecten op ruimtelijkvisuele kwaliteit' binnen het thema 'Landschap' (zie beoordelingskader op pagina 17 van de NRD).

nee

50

B6

Reclamant ziet graag dat u de gehele levenscyclus van windturbines meeneemt in de beoordeling.

Wat betreft het meenemen van de gehele levensduur van de windturbine wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van de zienswijzennota.

nee, zie § 3.2

nr. 5 (gemeente Oss) 51

1

Een gedegen, objectief en onafhankelijk (veld)onderzoek dat het omvattende feitencomplex in beeld moet brengen ontbreekt geheel. Reclamant vindt dat vooraf aan de besluitvorming door onderzoek met wetenschappelijke zekerheid vast dient komen te staan dat het bestaande beschermingsniveau voor een gebied niet zal worden aangetast door de voorgenomen plannen.

In het MER worden de milieueffecten van de verschillende alternatieven onderzocht en beoordeeld. Het MER biedt hiermee beslisinformatie voor de te nemen besluiten door gemeenten Oss en 's-Hertogenbosch. Deze te nemen besluiten zouden gepaard kunnen gaan met een aantasting van het bestaande beschermingsniveau. Dat is op voorhand niet uit te sluiten. Door een integrale afweging te maken worden de effecten op alle aspecten inzichtelijk gemaakt om uiteindelijk te kunnen komen tot een zorgvuldig afgewogen keuze.

nee

52

2

IWT’s vormen serieuze bedreigingen voor de gezondheid. Belangrijkste bedreigingen zijn infrasoon geluid en afbladdering van turbinebladen. Iedere IWT stoot ook afvalstoffen uit (lekt afvalstoffen) en verbruikt grondstoffen. Dit zal ook in kaart moeten worden gebracht. Het in beeld krijgen van de verschillende geluidswaarden kan alleen op locatie worden verricht en in een m.e.r. worden vastgelegd. Uit omgevingservaringen moet worden geconcludeerd dat omwonenden last ervaren van laagfrequent geluid. In het veldonderzoek moeten

Wat betreft geluid (inclusief laagfrequent geluid) wordt verwezen naar paragraaf 4.5 van de zienswijzennota, en wat betreft gezondheid naar paragraaf 4.3. Wat betreft de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen wordt verwezen naar paragraaf 2.6 van de zienswijzennota.

nee, zie § 2.6

27 | 55

Gevolg voor het MER?

Reactie

Zienswijze

Nr. reclamant

Nr. zienswijze nota

ook de frequenties van 0 tot 20 Hz worden meegenomen, uitgedrukt in dB(C). 53

3

Stakeholders zijn tot nu toe niet actief betrokken, terwijl daar een afbreukrisico ligt.

Alle stakeholders in en om de Duurzame Polder zijn uitgenodigd om deel te nemen aan het omgevingsparticipatieproces. Het is aan desbetreffende stakeholder zelf in welke mate deze al dan niet actief deelneemt hieraan.

nee, zie § 4.5

Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.5 van de zienswijzennota. 54

Er wordt voorgesteld om de volgende onderzoeken te realiseren: Onderzoeksvoorstel 1. Windturbinegeluid en gezondheidsgevolgen m.n. voor kinderen. Onderzoeksvoorstel 2. Bisfenol A en microplastics uit wiekenmateriaal Onderzoeksvoorstel 3. Infrasoon en laagfrequent geluid: effecten op het hartvaatstelsel Onderzoeksvoorstel 4. Cumulatie van milieu-/ gezondheidseffecten op omwonenden

Wat betreft geluid (inclusief laagfrequent geluid) wordt verwezen naar paragraaf 4.5 van de zienswijzennota, en wat betreft gezondheid naar paragraaf 4.3. Wat betreft de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen wordt verwezen naar paragraaf 2.6 van de zienswijzennota. Wat betreft cumulatie wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van de zienswijzennota.

nee, zie § 2.6

55

Door de methode en opzet van de NRD feitelijk sprake van omkering van de bewijslast. Er wordt uitgegaan van geen gevolgen voor het milieu tenzij. Dit terwijl ieder vorm van behoorlijk bestuur de advisering en besluitvorming baseert op aantoonbaar maken van de gevolgen, dit afwegen tegenover de uitganspunten en randvoorwaarden en op basis daarvan besluiten.

Gemeenten kunnen de stelling van reclamant niet onderschrijven. Er wordt geen aanname op voorhand gedaan. In het MER worden de milieueffecten van de verschillende alternatieven onderzocht en beoordeeld. Uit het beoordelingskader in het NRD (op pagina 17) blijkt juist dat er vele milieuaspecten zijn waarvan de effecten onderzocht worden in het MER. Het MER biedt hiermee beslisinformatie voor de te nemen besluiten door gemeenten Oss en 's-Hertogenbosch.

nee

-

Wat betreft natuur (waaronder de bescherming van vogels) wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota.

ja, zie §4.1.2

Wat betreft natuur (waaronder de bescherming van vogels) wordt

ja, zie §4.1.3

nr. 6 (gemeente Oss) 56

1

-

57

28 | 55

2

besteed speciale aandacht aan Rode Lijstsoorten; er moet onderscheid worden gemaakt tussen overwinterende vogels en broedvogels. Daarbij moet speciaal aandacht worden besteed aan verstoring in de vestigingsperiode; onderzoek in hoeverre plaatsing van windmolens een negatief effect kan hebben op de overwinterende vogels op en rond de Hertogswetering; roofvogels, insecten en vleermuizen moeten ook worden meegenomen in het onderzoek.

Benut de juiste wetenschappelijke informatie over de invloed van windmolens op met name vogels:

-

onderzoek de negatieve effecten op de vogels, zoals genoemd in het SOVON rapport (nov 2019): Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines. Zowel m.b.t. aanvaringen en verstoring, vermijding, uitwijking; betrek hierbij het onderzoek: ‘Sterftegrenzen die worden gebruikt in de effectbeoordeling van windenergie onderschatten de effecten van windparken op vogelpopulaties’ (Peter Schippers, Ralph Buij, Alex Schotman, Jana Verboom, Henk van der Jeugd, Eelke Jongejans).

verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota

Gevolg voor het MER?

Reactie

Zienswijze

Nr. reclamant

Nr. zienswijze nota

-

58

3

Door de Universiteit van Wageningen is rondom kwetsbare soorten en energie infrastructuur aangegeven dat: gezien de belangrijke kennishiaten dienen belangrijke foerageer-, rust- en broedgebieden voor de kwetsbaarste soorten buiten beschouwing te worden gelaten bij verdere ontwikkeling van windparken en hoogspanningslijnen.

Wat betreft natuur (waaronder de bescherming van vogels) wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota. Wat betreft cumulatie wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.1 en 4.6

59

4

Onderzoek of er in de directe omgeving alternatieve, grootschalige en open weidevogelgebieden mogelijk zijn die tijdig vooraf (aangenomen wordt minimaal 3 jaar) kunnen worden gerealiseerd.

Dit onderzoek maakt deel uit van het ontwerpend onderzoek en de integrale gebiedsontwikkeling, en wordt niet in het MER onderzocht.

nee

60

5

Onderzoek alternatieven waar snellere resultaten te behalen zijn zonder tijdverlies. Bijvoorbeeld: energiebesparing; zon op dak (reclamant dringt aan op een verfijnd onderzoek wat er in Oss en omliggende dorpen en bedrijventerreinen aan energie gewonnen kan worden op dak en gevels); wind op al verstoorde locaties zoals industrieterreinen, spoorwegen, snelwegen, et cetera. Nu wordt er veel energie gestoken in de meest moeilijke (windarme) locatie in Brabant. Bovendien maakte TenneT op 8 juni 2022 bekend dat er geen ruimte meer is op het stroomnet.

Wat betreft de nut en noodzaak van het project en de afbakening c.q. opdracht van het project wordt verwezen naar paragraaf 2.2 van de zienwijzennota. Aanvullend daarop, merken we op dat beide gemeenten al veel inspanningen verrichten op het gebied van energiebesparing en zon op dak; dit is echter niet voldoende en daarom is dus ook grootschalige opwek van windenergie nodig.

nee, zie § 2.2

29 | 55

Het huidige hoogspanningsnet is inderdaad op sommige plaatsen overbelast. TenneT en regionale netbeheerders werken aan uitbreidingen van het elektriciteitsnet, om het groeiende aanbod en de groeiende vraag naar elektriciteit ook in de toekomst te blijven verzekeren. Voor de ontsluiting van dit windpark vinden voortdurend overleggen met TenneT en Enexis plaats om hierover verdere afspraken te maken. Er is op dit moment geen aanleiding om af te zien van de realisatie van de windturbines in de duurzame polder.

Nr. reclamant

Zienswijze

Reactie

Gevolg voor het MER?

Nr. zienswijze nota 61

1a

Het plaatsen van windmolens vormt een bedreiging voor het grootste weidevogelgebied van Brabant en bedreigt de functie van ecologische verbindingszone Hertogswetering.

Wat betreft natuur (waaronder de bescherming van vogels) wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.1

62

1b

Het unieke gebied Beerse Overlaat (bepaald door kwel van de rivieren Maas en Waal) kan moeilijk worden verplaatst, vanwege de bijzondere kwaliteit en de benodigde omvang van het gebied (2.500 ha).

Wat betreft mitigatie en compensatie wordt verwezen naar paragraaf 4.2 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.2

63

1c

Er is onvoldoende aandacht besteed aan de volgorde (zonneladder) wat Oss kan opwekken ‘op dak’ en aansluitend bij de huidige infrastructuur.

Wat betreft varianten voor zonneenergie wordt verwezen naar paragraaf 2.4 van de zienwijzennota. Aanvullend wordt opgemerkt dat weldegelijk is besloten aan de hand van een (voorkeursvolgorde) met opwek door zowel zonne- als winenergie. In het raadsbesluit van 28 januari 2021 is besloten om de Osse opgave voor energieopwek vooral in te vullen door zon op dak, zon op reststroken/gemengde gronden en door windmolens op Elzenburg - de Geer en in de Duurzame Polder. Daarnaast is besloten om gemeentebreed terughoudend te zijn met zonnevelden op waardevolle grond.

nee, zie § 2.4

64

2

Er vindt geen integrale afweging van belangen plaats: Tunnelvisie is leidend: windmolens in de polder zijn duurzaam is de premissie, maar verstoring van een kwetsbaar weidevogelgebied is niet duurzaam; de weidsheid en openheid van de polder is onvoldoende betrokken bij de gemaakte keuzes; voortdurend wordt het belang van een geïntegreerde benadering benadrukt om de tunnelvisie te maskeren.

Wat betreft integraliteit wordt verwezen naar paragraaf 4.7 van de zienswijzennota. Wat betreft mogelijke effecten op weidevogelgebieden, wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota. Het landschappelijke karakter van de polder is in de Verkenningsfase meegenomen en wel degelijk betrokken bij de keuze voor windenergie in de Duurzame Polder. Dit project gaat uit van een integrale gebiedsontwikkeling, zoals opgenomen in alle stukken. Dit is geen poging om iets te maskeren.

nee, zie § 4.1 en 4.7

65

2

Er is ten onrechte niet gekozen voor het instrument programma onder de Omgevingswet.

Er zijn een aantal redenen om niet te kiezen voor het instrument programma: de regie voor Duurzame Polder is overgedragen aan de gemeenten. Een programma is meer toegesneden op een overkoepelende regierol voor de provincie; het programma was bedacht als besluit op basis waarvan de PlanMER opgesteld zou kunnen worden. Nu we ervoor

nee

30 | 55

Gevolg voor het MER?

Reactie

Zienswijze

Nr. reclamant

Nr. zienswijze nota

-

-

kiezen om PlanMER en ProjectMER te integreren in één MER, kunnen we de MER koppelen aan het voorkeursalternatief en de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Koppeling aan een programma is daardoor niet meer noodzakelijk; door het opstellen van één MER en het laten vervallen van het programma wordt het proces versneld, en blijft de gewenste ultieme datum voor besluitvorming van 1 januari 2025 in zicht. In de Bestuursovereenkomst hebben de samenwerkende overheden op dit punt ook flexibiliteit (wel/geen Programma) afgesproken; het is nog onzeker of de Omgevingswet tijdig van kracht wordt. Het programma als juridisch instrument is pas mogelijk als de Omgevingswet van kracht is. Gezien de onzekerheid over de Omgevingswet is het proces zonder programma robuuster.

66

3

De indruk wordt gewekt dat het besluit tot plaatsing is genomen, dit is bestuursrechtelijk onjuist. De eerste wettelijke stap ‘voornemen en participatie’ is overgeslagen. De verkenning wordt ten onrechte als voornemen beschouwd.

Het besluit tot plaatsing wordt pas genomen op grond van concrete aanvragen voor het windpark in de Duurzame Polder. Naar verwachting wordt het windpark vergund met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa), maar dit is onder andere afhankelijk van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Van het voornemen tot de benodigde besluitvorming voor de Duurzame Polder, het opstellen van een milieueffectrapportage en de NRD is op 7 september 2022 kennis gegeven in het Gemeenteblad van gemeente Oss en ‘s-Hertogenbosch en Oss Actueel.

nee

67

3

Nederland voldoet niet aan de Vogelrichtlijn en aan het verdrag van Bern. Door het Rijk is een aanpak voor betering aangegeven per 2027. In de kaart daarbij is ook het weidevogelgebied in deze polder aangegeven.

Voor het opstellen van het MER wordt gebruik gemaakt van de vigerende wetgeving en het vigerende beleid.

nee

31 | 55

Zienswijze Voor het opbouwen van een vertrouwenwekkend proces moet de Commissie m.e.r. vooraf al om advies gevraagd worden.

De Commissie m.e.r. wordt (vrijwillig) om advies gevraagd over de tussenrapportage. In deze tussenrapportage is een verkenning van een aantal varianten opgenomen, en een Quickscan van de milieueffecten van deze varianten.

Gevolg voor het MER?

Nr. reclamant 3

Reactie

Nr. zienswijze nota 68

nee

Daarnaast wordt de Commissie m.e.r. voor het definitieve MER om advies gevraagd. Dit is een verplicht toetsingsadvies. Het (vooraf) vragen om een advies aan de Commissie m.e.r ten tijde van de NRD is geen verplichting en hiervoor is niet gekozen. 69

4a

Gezien het grote belang van vogels in dit project had reclamant meer duiding van nader onderzoek en weging op dit punt in de NRD verwacht. De effecten moeten integraal op verlies aan habitat, vermijdingsgedrag en barrière werking worden beoordeeld. Betrek daarbij ook de mogelijke effecten op de ecologische functie van de Hertogswetering.

Wat betreft natuur (waaronder de bescherming van vogels) wordt verwezen naar paragraaf 4.1 van de zienswijzennota. De NRD benoemt niet afzonderlijk of specifiek benodigde onderzoeken, maar beschrijft de benodigde algemene onderzoeken op een aantal specifieke aspecten binnen het thema Natuur.

nee, zie § 4.1

70

4b

Er wordt verondersteld dat alle opgaven een gelijksoortige benadering krijgen. Het lijkt er alleen sterk op dat de opgaven voor energie en landbouw meer en minder zijn geconcretiseerd (ook natuur, door middel van moties). Voor de landbouw is de opgave nog te ongewis. De tunnelvisie en het gebrek aan een programma zullen elkaar versterken in die zin dat uiteindelijk alleen de inzet op windmolens overblijft en de rest grotendeels in een toelatingsregime.

Wat betreft integraliteit wordt verwezen naar paragraaf 4.7 van de zienswijzennota. Er spelen diverse belangen, kansen, opgaven en waarden in dit gebied. Er wordt niet alleen gekeken naar de mogelijkheden voor energieopwek, ook de kansen en waarden van het gebied worden inzichtelijk gemaakt en maken onderdeel uit van het afwegingsproces. Gedurende het proces wordt in samenspraak met de belangenorganisaties gewerkt aan een afwegingskader voor de keuze tussen alternatieven. Op basis daarvan maken de beide gemeenten uiteindelijk een belangenafweging.

nee, zie § 4.7

71

4b

Het onderzoek is in 2 fasen opgedeeld. Niet helder is welke reikwijdte en diepgang per fase zal worden bereikt.

De MER-onderzoeken zijn opgedeeld in twee fasen. In de eerste fase van het MER worden de verschillende alternatieven onderzocht op onderscheidende effecten. Deze onderzoeken bieden beslisinformatie voor de keuze voor een voorkeursalternatief. Wanneer het voorkeursalternatief is gekozen, worden in de tweede fase van het MER de milieueffecten

nee

32 | 55

Gevolg voor het MER?

Reactie

Zienswijze

Nr. reclamant

Nr. zienswijze nota

van dit alternatief diepgaander onderzocht. nr. 7 (gemeente ’s-Hertogenbosch) 72

1

Onduidelijk is hoe in de kaart voor het zoekgebied (figuur 1.1.) de hoogspanningsmasten zijn meegewogen.

In de ontwikkeling van de varianten voor het MER wordt een afstand van ½ rotordiameter van hoogspanningsverbindingen in acht genomen, in lijn met het Handboek Risicozonering Windturbines.

nee

73

2

De samenhang van gecombineerde overlast ontbreekt (zoals o.a. windmolens, verkeer, trein, vliegtuigen, geur boerenbedrijf).

Wat betreft cumulatie wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van de zienswijzennota. Cumulatie tussen onderwerpen die van invloed kunnen zijn op hinder of gezondheid (bijvoorbeeld geluid, slagschaduw, luchtkwaliteit en geur) worden beschreven onder het thema ‘gezondheid’.

nee, zie § 4.6

74

3

Onduidelijk is hoe onderzoek naar effecten van verschillende vormen van clustering wordt gedaan.

In het MER worden verschillende alternatieven onderzocht, waarbij elk alternatief een andere opstelling van de windturbines kent.

nee

75

4

Onduidelijk is hoe de inrichting van de Duurzame Polder i.c.m. andere doelstellingen zoals natuur, recreatie, klimaatadaptatie wordt onderzocht.

Wat betreft integraliteit wordt verwezen naar paragraaf 4.7 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.7

76

5

Onduidelijk hoe middels welke waardering van de verschillende ontwerpen de Voorkeursalternatief wordt gekozen.

Wat betreft integraliteit en het nog op te stellen afwegingskader wordt verwezen naar paragraaf 4.7 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.7

77

6

Onduidelijk is hoe (fysieke) ruimte wordt gehouden om de doelstellingen naar 2050 te kunnen realiseren.

Dit is een van de punten die zal worden meegenomen in het ontwerpend onderzoek. Per denkrichting (in totaal 4), zal één van de opstellingsvarianten uitgaan van de maximale mogelijkheden van het gebied i.r.t. de maximale te genereren energieopbrengst, voor zover dit past binnen de principes van de betreffende denkrichting.

nee

Gemeente Oss heeft besloten om op dit moment nog geen rekening te houden met de doelstellingen tot 2050. Gemeente Oss richt zich in de Duurzame Polder dan ook alleen op de realisatie van de energieopgave tot 2030. 78

33 | 55

7

Onduidelijk is wat de levensduur van de windmolens is en daarmee in de tijd gezien de datum voor ontmanteling en sloop. Over de milieueffecten hiervan wordt niet gesproken in de NRD. Dit zou nog

Wat betreft het meenemen van de gehele levensduur van de windturbine wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van de zienswijzennota.

nee, zie § 3.2

Gevolg voor het MER?

Reactie

Zienswijze

Nr. reclamant

Nr. zienswijze nota

meegenomen moeten worden voor een juist beeld van de circulaire economie van de Duurzame Polder. 79

18

Duurzame Polder is een project dat tot 2050 kijkt, hoe wordt met ‘uitbreiding’ van de opgave tussen 2030 en 2050 rekening gehouden?

Dit is een van de punten die zal worden meegenomen in het ontwerpend onderzoek. Per denkrichting (in totaal 4), zal één van de opstellingsvarianten uitgaan van de maximale mogelijkheden van het gebied i.r.t. de maximale te genereren energieopbrengst, voor zover dit past binnen de principes van de betreffende denkrichting.

nee

Gemeente Oss heeft besloten om op dit moment nog geen rekening te houden met de doelstellingen tot 2050. Gemeente Oss richt zich in de Duurzame Polder dan ook alleen op de realisatie van de energieopgave tot 2030. 80

19

Wat zijn de gevolgen voor de grondwaterstand van het vele beton en staal (fundering) windmolens? Waar staal en beton zit, kan geen water opgevangen worden.

In het MER wordt onderzocht wat de effecten zijn op grondwater.

nee

81

20

Wordt de fundering ook na de exploitatie weer volledig opgeruimd? Anders veel ijzer in je grondwater (vervuiling) en geen circulaire economie gedachte. Wordt dit betaald (reservering) door de initiatiefnemers?

Wat betreft het verwijderen van de windturbine wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van de zienswijzennota.

nee, zie § 3.2

82

21

Het wegingskader in de NRD is onvolledig. Voorbeelden ter inspiratie: a. Hoogspanningsmasten vs. Aantal molens, wat past? b. Recreatie vs. Landbouw (afweging hoeveel ha t.o.v. elkaar) c. Natuur vs. RES (afweging hoeveel ha t.o.v. op te wekken energie)

Wat betreft integraliteit wordt verwezen naar paragraaf 4.7 van de zienswijzennota.

nee, zie § 4.7

Het NRD bevat geen wegingskader maar een beoordelingskader: de te onderzoeken aspecten in de MER. De genoemde afwegingen maken dus ook geen deel uit van dit kader. Gedurende het proces wordt in samenspraak met de belangenorganisaties gewerkt aan een afwegingskader voor de keuze tussen alternatieven. Op basis daarvan maken de beide gemeenteraden uiteindelijk een belangenafweging.

nr. 8 (gemeente ’s-Hertogenbosch) 83

34 | 55

In de polder is het erg stil, reclamanten zijn erg gehecht aan de rust die ons dat geeft. Reclamanten zijn bang dat het plaatsen van windmolens ten koste gaat van ons woongenot.

Wat betreft geluid wordt verwezen naar paragraaf 4.5 van de zienswijzennota. Aanvullend daarop merken we op dat met de polder als gevolg van dit plan inderdaad zal veranderen van karakter, waardoor er o.a. meer geluidsbelasting zal zijn. In de MER

nee, zie § 4.5

Gevolg voor het MER?

Reactie

Zienswijze

Nr. reclamant

Nr. zienswijze nota

zullen de effecten op het woonklimaat van omwonenden worden onderzocht. 84

De krachten die vrijkomen op de wieken en lagers zijn zo groot dat ze na verloop van jaren meer herrie gaan maken, en de kans op losrakende onderdelen met een dodelijke snelheid groter wordt.

In het MER worden de geluidsbelasting (zie paragraaf 4.5 van de zienswijzennota) en externe veiligheid van windturbines onderzocht. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat de windturbines na verloop van tijd meer geluid veroorzaken.

nee

85

De voormalige gemeente Maasdonk betitelde de polder als cultureel landschap waarin windmolens niet toegestaan waren. Waarom en hoe is dit standpunt gewijzigd?

De gemeenteraad van Oss heeft op 28 januari 2021 besloten om het Osse deel van de Duurzame Polder aan te wijzen als geschikt voor de realisatie van grootschalige windenergie. De Osse raad heeft toen besloten dat er clustering van windmolens in de Duurzame Polder (naast Elzenburg - de Geer) moest komen, en geen windmolens in Stijbeemden zouden worden geplaatst. In het MER worden de effecten op landschappelijke en cultuurhistorische waarden in de polder onderzocht.

nee

De motie ‘uitwerken scenario mogelijkheid woningbouw in de Rosmalense polder westelijk van de Grintweg’ wordt betrokken bij de variantenontwikkeling van het lopende ontwerpend onderzoek. De door reclamant opgenomen interpretatie is echter onjuist. De voorwaarde van 1 km afstand tot de bebouwde kom is in de besluitpunten van het raadsbesluit zelf opgenomen: ‘Het zoekgebied voor windturbines op Bosch grondgebied is gelegen op een afstand van tenminste 1.000 m gemeten vanaf de bebouwde kom van omliggende kernen.’

nee

nr. 9 (gemeente ’s-Hertogenbosch) 86

Het benoemen en juist interpreteren en kwalificeren van de motie (6 oktober 2020) is van essentieel belang voor een juist vertrekpunt voor variantenontwikkeling. De motie noemt geen 1.000 m grens, maar geeft aan dat het wenselijk is dat onderzoek naar de mogelijkheid van eventuele toekomstige woningbouw in de Rosmalense Polder (westelijk van de Grintweg) wordt meegenomen in de uitwerking van de verschillende scenario’s. Door het aanhouden van een 1.000 m grens wordt verdere ontwikkeling tussen De Groote Wielen en westelijk van de Grintweg definitief onmogelijk. Als de motie correct wordt geïnterpreteerd dan moet deze 1.000 m grens worden toegepast vanaf de Grintweg naar het oosten of moet er vanaf de Groote Wielen worden gerekend met 2000 m afstandsnorm.

In de NRD is hierover opgenomen dat in ’s-Hertogenbosch een afstand van ten minste 1 km van tot bebouwde kom van de kernen (en gerekend vanaf de grens van het in procedure zijnde bestemmingsplangebied ‘De Groote Wielen Noordoosthoek’) wordt aangehouden.

35 | 55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13840746/1