CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: bestemmingsplan ‘Werklandschap Rosmalense Plas’

Commissie OMGEVING 29 juni 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan Werklandschap Rosmalense Plas23.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voorwaarde voor het slagen van dit beeld is aandacht voor groene erfafscheiding op particulier terrein aan alle zijden. De oriëntatie van de bebouwing aan de randen vraagt aan alle zijden een representatieve erfafscheiding. Daarbij moet gedacht worden aan lage, ingetogen en in de natuur opgenomen grenzen. 38

In het plan zit zo min mogelijk verharding. Ten behoeve hiervan en het optimaal gebruik van de bermen als waterberging worden de inritten van twee buurkavels altijd gecombineerd en krijgt elke kavel maximaal één (gezamenlijke) inrit. Voetpaden bevinden zich slechts aan één kant van de rijbaan. In de groene zones mag niet geparkeerd worden, ook niet op straat. In geval van nood is de rijbaan breed genoeg om incidenteel op te parkeren. 5.5.1.3 Het werklandschap als natuurgebied Bij waterrijke natuur hoort afkoppeling van regenwater. Afkoppeling betekent dat het regenwater van daken en terreinen oppervlakkig wordt opgevangen en afgevoerd naar oppervlaktewater en grondwater. Hiermee is veel kwaliteit te behalen, omdat hier sprake is van kalkrijk kwelwater afkomstig van de zandrug van Rosmalen, dat zeer hoogwaardige natuur oplevert voor bijzondere soorten en hoge biodiversiteit.

Figuur 18: ecologische kaart werklandschap Rosmalense Plas Waterrijke natuur is waardevol voor de biodiversiteit (soortenrijkdom van planten en dieren) met positieve intrinsieke effecten op de gebruikers van het werklandschap, zoals de werksfeer, recreatief gebruik en de waarde van onroerend goed. Het water in het gebied heeft verschillende functies: Technisch Ÿ Ÿ

Aan- en afvoer van water binnen het stedelijk watersysteem van 's-Hertogenbosch. Dit water moet zo schoon mogelijk zijn. Terreinbegrenzing / beveiliging (in plaats van hekwerken)

39

Ecologisch / esthetisch Ÿ

Hoge waterkwaliteit (en daarmee ecologische kwaliteit) door natuurzuiver water. Het water wordt gevoed met regenwater en zuivere kalkrijke kwel. Daarbij wordt het regenwater, afkomstig van verharding en daken extra gefilterd door te bezinken in de wadi's, en door rietoevers en waterplanten. Ÿ Door rijk gevarieerde vormen van water, land, beplanting en overgangen daartussen kunnen veel dierenen plantensoorten hier leven. Ÿ Het geheel levert een waterrijk en gevarieerd beeld op met plassen, poelen, watergangen en wadi's als “blauwe” invulling. Met bomen, bosjes, graslandjes, kruidenbermen, rietoevers en waterplanten als “groene” invulling. Ÿ Er liggen mooie architectonische kansen om de afkoppeling van dakwater over de bedrijfskavel naar de wadi's in de groene zone zichtbaar te maken en eventueel met beplanting aan te kleden. Het kan ook in de vorm van een overrijdbare goot of beek. Recreatie Ÿ Ÿ

Variatie in natuur trekt recreanten aan en wordt vaak hooggewaardeerd in de beleving. Toegankelijkheid van de natuur in het gebied en naar de omgeving voor de recreant maakt het mogelijk om kleine en grote rondjes door het buitengebied te maken. Zo zijn de landjes in de natuurplas voorzien van ruimte voor de wandelaar, door de noodzakelijke onderhoudspaden langs het water onderling te verbinden. Ÿ De vaak wat leeg en verlaten bedrijvenparken na werktijd blijven levendiger met toegevoegde waarde voor de recreant en voorziet in sociale controle. Ÿ Een groene uitstraling van uitgegeven terreinen aan deze routes dragen daaraan bij. Vanuit ecologie is het belangrijk om het natte milieu zo divers mogelijk uit te werken, zodat zoveel mogelijk dieren en plantensoorten kunnen leven, die afhankelijk zijn van waterrijke natuur. Ten eerste op kleine schaal op het werklandschap en vervolgens op grote schaal verbonden met andere leefmilieus in de regio. Voor het werklandschap betekent 'zo divers mogelijk uitwerken' het zorgen voor zoveel mogelijk variatie binnen de mogelijkheden met water in combinatie met groen: Verschillende waterdieptes, steile en flauwe oevers en dynamische en rustige waterpartijen. En droge, tijdelijk natte en permanent natte delen en open en meer gesloten sferen / beplanting. Hiervan profiteren vele soorten amfibieën, vlinders, vogels, waterdieren en insecten.

Maar ook vele plantensoorten. 5.5.2 Ecologie Eind 2016 heeft er in het gebied een natuurtoets plaatsgevonden. Deze natuurtoets is een actualisatie van het flora en fauna onderzoek dat in 2011 in het gebied is uitgevoerd. De resultaten van deze toets zijn te lezen in Bijlage 2.

40

Figuur 19: onderzochte gebieden Natuurtoets eind 2016 Uit het rapport komt naar voren dat het plangebied een functie heeft voor algemene soorten van Tabel 1 van de Flora- en faunawet en paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming. Hiervoor geldt een vrijstelling van verbodsbepalingen in het kader van de ruimtelijke ordening. Het plangebied heeft mogelijk ook een functie voor strikter beschermende soorten van tabel 3 van de Flora- en faunawet en paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Ook heeft het een mogelijke functie voor vogels met een jaarrond beschermende nestplaats. Het plangebied heeft ook een functie als broedplaats voor algemeen voorkomende broedvogel. Delen van het plangebied hebben in de potentie de functie van foerageergebied of vliegroute van vleermuizen. de geplande aanleg van een werklandschap, en in het bijzonder de aanleg van de rotonde, de ontsluitingsweg en het fietspad aan de zuidkant van de Nieuwe Vliet kunnen deze functies verstoren. Of er ook werkelijk van een negatief effect sprake is, kan pas na een aanvullend vleermuizen onderzoek geconcludeerd worden. Het is echter ook mogelijk om de geplande ontwikkelingen zodanig aan te passen dat het negatief effect wordt voorkomen. Die aanpassingen hebben vooral betrekking op de locatie van de fietspaden, de locatie en constructie van de rotonde en het opstellen van een vleermuis vriendelijke verlichtingsplan.

De gekozen inrichting, zoals omschreven in paragraaf 5.5.1.3, voegt meer gevarieerde natuur toe dan er nu is. Er komt een variatie van nat naar droog en van hoog naar laag. Onder de weg worden echo-duikers aangebracht. Wildrasters worden aangelegd om het overstekend wild te beschermen. De verlichting in het gebied zal zo worden ingesteld dat deze de natuur zo min mogelijk zal verstoren. Door het aanbrengen van deze voorzieningen wordt een negatief effect voorkomen. Ondanks de verstedelijking in het gebied krijgt de natuur in de nieuwe situatie meer mogelijkheden om zich te ontwikkelen. 5.5.3 Water Hoofdwaterstromen moeten een gemiddelde diepte hebben van 1,1 meter. Indien rietgroei gewenst is, kan hiervan worden afgeweken. Hoofdwaterstromen worden gedimensioneerd op basis van de benodigde afvoercapaciteit. 41

Een waterdiepte van minder dan 1,1 meter zal steeds verder verlanden. De Rosmalense Plas, de Waterpartij in de parkzone en de Grote Wetering een eigen peilbeheersing en zijn (met uitzondering van afvoer in één richting) niet met elkaar verbonden. Poelen hebben een heel geleidelijk profiel op de noordoever (meeste zon) en steilere oevers aan andere zijde; de maximale diepte is daar 1,1 meter. Een wadi vereist een breedte van minimaal 6 meter met taluds van 1:3.

5.6

Waterparagraaf

5.6.1 Watertoets Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het planvormingsproces. Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Zowel waterkwantiteits- als waterkwaliteitsaspecten zijn daarbij belangrijk. Kansen worden benut en functies zoveel mogelijk gecombineerd. De waterparagraaf is tot stand gekomen na diverse overlegmomenten met Waterschap Aa en Maas en gemeente 's-Hertogenbosch. In deze waterparagraaf is toegelicht hoe het waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichting in dit bestemmingsplan. Ten behoeve van de watertoets is overleg gepleegd met het waterschap "Waterschap Aa en Maas. Het resultaat van dit overleg is verwerkt in het eindverslag Vooroverleg in paragraaf 8.1.1.4 en verwerkt in deze Waterparagraaf. 5.6.2 Beleid en uitgangspunten De beleidsdoelen voor integraal waterbeheer zijn door de gemeente vastgesteld in het Waterplan 2016. Hierin staat dat we in 's-Hertogenbosch een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem willen creëren. Ook is hierin het hemelwaterbeleid vastgelegd; het hemelwaterbeleid is verankerd in de gemeentelijke Verordening Hemelwater en Grondwater 2017. De doelen en ambities van het Waterschap Aa en Maas zijn beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021.

In de Keur (Keur 2015, herziening 2018) staan de regels (met name geboden en verboden) die het Waterschap hanteert bij de bescherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Deze regels voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast is met de komst van de Waterwet het Waterschap bevoegd gezag geworden voor de regulering van grondwateronttrekkingen en infiltraties (op een aantal onder de provinciaal bevoegdheid vallende categorieën na; zie art. 6.4 Waterwet). De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Ÿ Ÿ Ÿ

Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. infiltratie/bergen 3. afvoer; Ÿ Hydrologisch neutraal ontwikkelen, zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen er geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruiksfuncties. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied. Daarnaast zien we water als kans voor meervoudig ruimtegebruik en vergroting van de beleving van water.

42

5.6.3 Huidige situatie Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het beheergebied van Waterschap de Aa en Maas. Door het plangebied loopt de hoofdwatergang de Grote Wetering (leggerwatergang), die in het beheer is van het waterschap. Het stedelijke gebied van 's-Hertogenbosch in Noord, Maaspoort en Empel watert af via de Grote Wetering (deze heet stroomafwaarts de Nieuwe Vliet); bij Gewande wordt het water op de Maas geloosd. Het peil van de Grote Wetering is 1,5m +NAP; het waterpeil op dit traject ligt gemiddeld tussen 1,55m en 1,60m +NAP. Hemelwater Een aantal kavels is al in gebruik genomen en een deel van de wegstructuur is aangelegd. Naast de nieuwe wegen zijn greppels aangelegd. Hemelwater wordt deels bij de percelen vastgehouden en geïnfiltreerd. Overtollig water voert af naar de nieuwe waterpartij en naar bestaande sloten; de sloten zijn middels een duiker (in het verlengde van Balkbrug-Oost) verbonden met het water aan de andere kant van de Empelseweg. Afvalwater In het zuidwestelijk deel van het plangebied is reeds een vuilwaterriool aangelegd langs de Wisent en Sneeuwhaas. Het vuilwater wordt met een persleiding naar het eindgemaal in Empel gevoerd, van waaruit het naar de rioolwaterzuivering van Oijen wordt getransporteerd. Grondwater Het peil van het grondwater varieert tussen 1,4 en 2,2 m +NAP. De verwachting is dat het grondwater een verhoogd ijzergehalte heeft.

Mogelijk is ontijzering nodig bij bronbemalingen. 5.6.4 Waterbergingsopgave In de toekomstige situatie zal een groot deel van het gebied worden verhard. Om het plan klimaatrobuust te ontwikkelen wordt waterberging aangelegd. De nieuwe situatie moet voldoen aan de norm van 60 mm waterberging. In het plangebied werklandschap Rosmalense plas is sprake van een toename van de verharding van 11,5 hectare. Dit betekent een waterbergingsopgave van minimaal 6.900 m3. Aangezien de waterberging voor het bedrijventerrein Empel-Zuid zal worden afgevoerd naar dezelfde waterpartij, dient deze hiervoor ook voldoende capaciteit te hebben. Dit betreft een toename van de verharding (uitgegaan van zowel het deel langs Balkbrug-Oost als Balkbrug-West) van 11,9 hectare en een waterbergingsopgave van minimaal 7.100 m3. De totale bergingsopgave betreft dan minimaal 14.000 m3. 5.6.5 Toekomstige situatie De voormalige terreinhoogte in het gebied ligt gemiddeld op 2,4 m +NAP (en varieert tussen 2,00 en 3,40 meter +NAP). Om problemen met wateroverlast te voorkomen worden ophogingsmaatregelen genomen. De toekomstige terreinhoogte ligt tussen 3,0 en 3,2 m + NAP. Invulling hemelwaterbergingsopgave In dit plan wordt hemelwater volledig gescheiden van het vuilwater. In het plangebied is gekozen voor het vergroten van het wateroppervlak en het gebruik van wadi's om te kunnen infiltreren.

Het hemelwater wordt lokaal opgevangen en zal deels in de bodem infiltreren. Naast de wegen worden wadi's aangelegd die het overtollig water van de bedrijfspercelen en de wegen opvangen. Naast de wegen worden wadi's aangelegd die het overtollig water van de bedrijfspercelen en de wegen opvangen, laten infiltreren en bij hevige neerslag afvoeren naar de centrale waterpartij. De centrale waterpartij wordt aangelegd in de natuurzone, de reeds aangelegde watergang wordt hiervoor verbreed. Met deze maatregelen zal de waterbergingsopgave kunnen worden ingevuld: -

Berging op bedrijfspercelen Werklandschap Rosmalense plas 10 mm: Berging op bedrijfspercelen Empel Zuid 10 mm: Wadi’s langs de wegen van werklandschap Rosmalense plas: 43

berging 1.016 m3 berging 925 m3 berging 1.730 m3

Centrale waterpartij met een oppervlakte van 27.000 m2 en maximale peilstijging van 40 cm: berging 10.800 m3 De totale berging is dan minstens 14.400 m3. Daarmee voldoet het plan aan de waterbergingsopgave. Bij extreme neerslag zal het overtollig water vanuit het plangebied vertraagd worden afgevoerd naar de leggerwatergang De Grote Wetering. -

Oppervlaktewater Het streefpeil in de nieuwe centrale waterpartij wordt 1,80m +NAP. Het peil kan stijgen tot 2,20 m +NAP. Overtollig water zal ter hoogte van de Mammoet vertraagd via V-stuw worden afgevoerd naar de Grote Wetering. De eerder genoemde duiker onder de Empelseweg zal worden afgesloten. Afvalwater Er wordt een vuilwaterriool aangelegd. Het vuilwater (en evt. proceswater) komt in een pompput. Vanuit de pompput wordt het water naar het eindgemaal in Empel verpompt. Dit gemaal pompt het water naar de zuivering in Ooijen. Grondwater Er worden geen peilwijzigingen voorzien in het grondwater. Overtollig kwelwater zal via de wadi's worden afgevoerd naar de centrale waterpartij. Het kwelwater is naar verwachting kalkrijk. Bouwmaterialen Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater moet bij her- en nieuwbouw worden afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen in daken, gevels, verhardingen en regenwatervoorzieningen (goten en leidingen). Beheer en onderhoud De natuurzone, wadi's en overige watergangen komen in onderhoud en beheer bij de gemeente. De Nieuwe Vliet vormt een onderdeel van het hoofdwaterlopensysteem en daarmee een A-watergang. De A-watergang is in onderhoud en beheer van het waterschap Aa en Maas.

In de Keur van waterschap Aa en Maas is te lezen, wanneer er werkzaamheden verrichten gaan worden in of nabij het A-watergangen, er een watervergunning aangevraagd dient te worden. Daarnaast is in de Keur een verbod opgenomen om aan weerszijden van A-watergangen binnen 5,00 meter breedte uit de insteek (beschermingszone) obstakels te plaatsen of geplaatst te hebben. Gelet op het doelmatig beheer van het waterschap en waterhuishoudkundige belangen is het noodzakelijk om deze de onderhoudsstrook vrij te houden van alle obstakels. Wanneer er een voornemen is waarbij obstakels in de beschermingszone wordt geplaatst, is een watervergunning verplicht. Gelet op deze verplichting is het wenselijk ook in het bestemmingsplan met deze beschermingszone rekening te houden. Om die reden is besloten het deel van de strook langs De Nieuwe Vliet waar bebouwing was aan het water gepland ter nadere bestudering buiten het plangebied te houden. 5.6.6 Conclusie Waterparagraaf In deze waterparagraaf is de waterbergingsopgave van het plangebied bepaald en ingevuld met een passend ontwerp voor hemelwater, grondwater en afvalwater. Het plan voldoet hiermee aan het huidige hemelwaterbeleid. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden.

5.7

Externe veiligheid

Bij de ruimtelijke planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen.

44

De gemeente 's-Hertogenbosch is voornemens het bestemmingsplan voor de Rosmalense plas) als onderdeel van Empel 3e fase) te herzien. Met deze herziening wordt het plangebied (direct aan de Rijksweg A2) van bedrijventerrein gewijzigd in een kantoorlocatie met solitaire kantoorgebouwen Deze wijzing betekent vanuit externe veiligheid een wijziging van beperkt kwetsbare objecten naar kwetsbare objecten. Voor de Rosmalense plas heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de risicobronnen. Hieruit blijkt dat de bestemmingsplanwijziging ligt binnen 200m van de A2/A59. Vandaar dat er een groepsrisicoberekening is uitgevoerd. De groepsrisicoberekening is te vinden in de bijlage Kwantitatieve risicoanalyse, Bestemmingsplan werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase), Anteagroup, projectnummer 0461025.100 definitief, 22 januari 2021. (Bijlage 3). De verantwoording is opgenomen in de bijlage 'Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico' (Bijlage 4) Voor de wijziging van het bestemmingsplan Rosmalense plas is advies gevraagd aan de veiligheidsregio. De adviesbrief is als bijlage opgenomen (Bijlage 5). Ter verbetering van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid worden bij de grondverkoop aanvullende gebouw gebonden voorwaarden opgenomen waaronder gebruik van scherfvrij glas, afschakelbare ventilatie, ingang aan de Wisent (afzijdig van de A2/A59).

Daarnaast wordt een opstelplaats gerealiseerd ter bestrijding van een eventuele calamiteit op de weg. De veiligheidsregio draagt zorg voor risicocommunicatie richting de nieuw te vestigen kantoren. Op die manier kunnen incidenten op de weg opgenomen worden in het bedrijfsnoodplan. Het bevoegd gezag accepteert het restrisico.

5.8

Beeldkwaliteit

Een middel om de ambities ten aanzien van de beeldkwaliteit van dit bedrijvenpark verder inhoud te geven is het gebruik van een beeldkwaliteitsplan (BKP). Het BKP beschrijft de kwaliteitseisen die aan het beeld van de bebouwing op en de inrichting van de uit te geven bedrijfskavels gesteld worden en biedt een kader voor de beoordeling van de bouw- en inrichtingsplannen. Het BKP geeft zowel in het proces van gronduitgifte als in de toetsing van bouwplannen door de Welstandscommissie "spelregels" aan. Daarnaast geldt het BKP als vertrekpunt en inspiratiebron voor architecten en opdrachtgevers bij het ontwikkelen van bouw- en inrichtingsplannen. Gezien de hoge ruimtelijk-kwalitatieve ambities voor het bedrijvenparkgedeelte gelegen aan de Rosmalense Plas kan de gemeenteraad, voor start van de uitgifte van de verschillende kavels een beeldkwaliteitsplan vaststellen. Gemeenten zijn volgens de wet gehouden aan een toetsbaar, objectief en transparant welstandsbeleid. Dit betekent dat er duidelijkheid moet zijn over de beoordeling van bouwplannen door de welstandscommissie. De criteria waarop beoordeeld wordt dienen objectief toetsbaar te zijn. Dit houdt niet in dat deze criteria altijd 100% meetbaar, dus absoluut van aard, dienen te zijn. De in het BKP opgenomen criteria gelden als toetsingskader voor de beoordeling door welstand van bouwplannen.

Uitgangspunt van heet beeldkwaliteitsplan is om in dialoog met bouwer tot een gezamenlijke oplossing voor de inrichting van de kavel en het bouwplan te komen. Het beeldkwaliteitsplan geeft de richtlijnen weer, aan welke esthetische en duurzame kwaliteiten het gebouw en de inrichting minimaal moet voldoen. Het biedt echter ook de nodige flexibiliteit om tot maatwerk te komen, zodat ook rekening kan worden gehouden met de specifieke wensen van de bouwer. De welstandscommissie kan bouwplannen beoordelen op basis van de in de, door de gemeenteraad vastgestelde, welstandsnota opgenomen algemene toetsingscriteria of op specifiek voor gebieden geformuleerde en vastgestelde criteria. Het beeldkwaliteitsplan fungeert dan als onderbouwing van deze specifiek geformuleerde criteria. Dit betekent dat de commissie over een plan: 1. positief moet adviseren indien deze in overeenstemming is met het gestelde in het BKP 2. negatief moet adviseren, indien deze afwijkt van het gestelde in het BKP. De welstandscommissie kan van de geformuleerde criteria in het BKP afwijken, wanneer zij van mening is 45

dat dit leidt tot een verdere verbetering met een uitzonderlijke ruimtelijke kwaliteit. Deze afwijking dient de welstandscommissie nadrukkelijk te motiveren. De welstandscommissie heeft op 25 februari 2021 positief over het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 6) geadviseerd.

5.9

Duurzaamheid

5.9.1 Inleiding De gemeente Den Bosch zet bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein Rosmalense Plas in op een duurzame kwaliteit. Dat betekent voor de openbare ruimte een groene inrichting waarin water, ecologie, natuur en biodiversiteit veel aandacht krijgen. Bij de inrichting van de kavels – op maaiveld, eventueel ook op/aan de bedrijfspanden zelf - dient zoveel mogelijk te worden aangesloten op dit groene karakter. Handvatten hiervoor zijn gegeven in dit document en in het Beeldkwaliteitsplan. Aanvullend zal ook bij de ontwikkeling van de bedrijfsgebouwen volop aandacht zijn voor duurzaamheid. Drie thema's zijn hierbij prioritair. 5.9.2 Energieneutraal Doel van de gemeente 's-Hertogenbosch is in zijn totaliteit klimaatneutraal te zijn in 2050. Hiervoor zet de gemeente in op forse energiebesparing bij alle sectoren, het zoveel mogelijk benutten van lokale duurzame energiebronnen en het lokaal opwekken van duurzame energie. Doel voor nieuwbouw in de dienstensector/kantoren/utiliteit is dat dit vanaf 2020 energieneutraal of energieleverend is. Voor de industrie geldt dit in ieder geval voor het gebouw, en streeft de gemeente naar zoveel mogelijk toepassen van duurzame energiebronnen in het productieproces. Voor de Rosmalense Plas is uitgangspunt aardgasvrij en energieneutraal. Energieneutraal houdt in ieder geval in dat alle gebouw gebonden energie zelf wordt opgewekt.

Het streven is om ook de energievraag voor de bedrijfsvoering zoveel mogelijk zelf op te wekken (richting nul op de meter). Verwarmen van gebouwen zonder aardgas vraagt een slim alternatief. Op dit moment lijkt bodemenergie (Warmte en Koude Opslag, WKO) de meest voor de hand liggende optie eventueel in combinatie met warmte uit oppervlakte water (Rosmalense Plas) of uit rioolwater. Collectieve systemen zijn daarvoor zeer geschikt vanwege de hogere rendementen. In ieder geval dienen de gebouwen geschikt te zijn voor een transitie naar deze nieuwe vormen van warmtelevering. Dat betekent onder andere een lage temperatuur afgiftesysteem in de gebouwen en voldoende beschikbare ruimte in de panden waarin de installatietechniek ondergebracht kan worden die nodig is voor de warmte- en koudedistributie. De gemeente streeft naar zo veel mogelijk duurzame energie opwekking op eigen terrein. Elektriciteitsopwekking kan door middel van zonnepanelen, vooral op de (groene) daken, maar ook op gevels of parkeerterrein mits dit aansluit op het Beeldkwaliteitsplan. Het toepassen van windenergie is toegestaan mits dit op een passende wijze kan worden geïntegreerd in het gebouw, waarbij deze maatregelen voldoen aan regelgeving en hindernormen. Deze maatregelen moeten bovendien passen in het Bestemmingsplan.

Figuur 20 en 21:twee voorbeelden toepassing zon, op groen dak en geïntegeerd zon en wind op het dak.

46

5.9.3 Circulair De gemeente 's-Hertogenbosch volgt de landelijke doelstelling rond circulariteit: 50% in 2030 en in 2050 100% circulair. Bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein vormt dit naast energieneutraal een belangrijk uitgangspunt. Circulair is een abstract begrip, maar bij de ontwikkeling van de Rosmalense Plas volgen we de volgende 5 strategieën benadering: 1. Benut het beschikbare: behouden van bestaande elementen, gebruik maken van beschikbare producten uit de directe omgeving of van elders, gebruik van secundaire grondstoffen. 2. Gebruik het hernieuwbare: biobased producten, hernieuwbare energie, gebruik van grijs of hemelwater. 3. Minimaliseer de milieubelasting: toepassen van materialen met een zo laag mogelijke milieubelasting. 4. Creëer voorwaarden voor een lange cyclus: zo lang mogelijk vasthouden van water in het gebied en voorwaarden voor een zo lang mogelijke levensduur van het gebouw (flexibiliteit, belevingswaarde, gezondheid, belasting riolering). 5. Creëer voorwaarden voor een toekomstige cyclus: het gebouw als grondstoffenvoorraad, maakt herbruikbaarheid en recyclebaarheid mogelijk, zorg voor demontabele gebouwelementen. 5.9.4 Klimaatadaptief Klimaatverandering zal onherroepelijk leiden tot ernstige gevolgen op het gebied van onder andere de natuur, de biodiversiteit, onze veiligheid en gezondheid.

Om de effecten van klimaatverandering beheersbaar te houden dienen maatregelen te worden getroffen die zowel extreme wateroverlast als droogte en hittestress moeten voorkomen. Verder heeft de gemeente in de “Verordening hemelwater en grondwater 's-Hertogenbosch 2017” voorschriften opgenomen waarin het lozen van hemelwater op de riolering wordt verboden en het lozen van hemelwater in openbaar gebied alleen met ontheffing toegestaan.. Voor de gebouwen draagt het toepassen van groene daken (naast een positieve invloed op luchtkwaliteit, verkoeling en biodiversiteit) bij aan het langer vasthouden van water in het gebied (en voorziet dus voor een deel in de waterberging). Het beperken van verharding (met een dichte structuur) is een noodzakelijke maatregel ter voorkoming van wateroverlast door extreme neerslag. In paragrafen 5.5 en 5.6 zijn deze en andere aspecten uitgewerkt die hierin voorzien. Ook in het Beeldkwaliteitsplan zijn al handvatten geboden om invulling te geven aan klimaatadaptatie. 5.9.5 Aanvullende maatregelen Naast de prioritaire thema's kan ook nog gedacht worden aan: Ÿ Ÿ Ÿ

Plaatsen van laadvoorzieningen voor elektrisch vervoer Voorzieningen voor afvalscheiding, bij voorkeur via collectieve contracten Coöperatieve bedrijventerrein / mogelijkheid voor opzetten parkmanagement

5.10

Milieueffectrapportage

Er is nagegaan of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings) plichtig. Dit project kan aangeduid worden als de wijziging van een - reeds bestemd - industrieterrein (bijlage D 11.3). Onder industrieterrein worden voor wat betreft de m.e.r. beoordeling terreinen verstaan die bedoeld zijn voor de vestiging van industriële bedrijven. Hierbij worden niet alleen terreinen voor vestiging de grote, zware industrie bedoeld, maar ook terreinen voor de vestiging van kleinere bedrijven waarbinnen industriële activiteiten plaatsvinden. Daarmee valt ook een 'bedrijventerrein' hier onder het begrip 'industrieterrein'. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein is m.e.r.

beoordelingsplichtig indien het een gebied betreft met een oppervlakte van 75 hectare of meer. Aan deze criteria voldoet het plangebied niet waardoor op grond hiervan geen m.e.r. nodig is. Verder blijkt uit de in het vervolg van dit hoofdstuk genoemde onderzoeken dat 47

er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, eventueel na het treffen van maatregelen, aanwezig zijn. ad b. Het plangebied ligt pal naast de Rijksweg A2, tussen de woongebieden Empel en Rosmalen. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is het Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek op 4.5 km ten zuiden van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden in de nabije regio betreffen Rijntakken, Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Voor het nieuwe bestemmingsplan werklandschap Rosmalense Plas is voor het gehele bedrijventerrein – zowel voor de aanleg als het gebruik - een stikstofonderzoek uitgevoerd om de eventuele effecten vanwege stikstofdepositie op de omliggende Natura-2000 gebieden inzichtelijk te maken. Dit stikstof-onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7. Uit het onderzoek blijkt dat - voor zowel de gebruiksfase als voor de aanlegfase – er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. De gewenste ontwikkelingen in het plangebied zullen geen significant negatief effect hebben op de omliggende Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning nodig volgens de Wet natuurbescherming. Een rechtstreekse m.e.r.-(beoordelings-)plicht is derhalve niet aan de orde. Een vormvrije mer beoordeling heeft – middels de beoordeling van alle relevante milieu en hinderaspecten plaatsgevonden.

Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen aan de orde die een milieueffectrapportage rechtvaardigen. Dit blijkt uit de milieuparagraaf behorende bij dit bestemmingsplan. Daarbij wordt ook verwezen naar paragraaf 5.5, waarin ingegaan wordt op de ecologische - en landschappelijke investeringen die in het plangebied worden gedaan. De conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Het bevoegd gezag heeft dan ook besloten dat voor de voorgenomen activiteit geen milieueffectrapportage nodig is.

48

Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.

6.1

Inleiding

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen de grenzen van dit bestemmingsplan. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten en de RO standaarden 2008 die per 1 januari 2010 verplicht zijn. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels zoals aangegeven de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2008), die zijn vertaald in een gemeentelijke standaard. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is het bieden van een flexibele, juridische regeling, zonder dat hierdoor de rechtszekerheid wordt geschaad. Met het bestemmingsplan kunnen met direct recht omgevingsvergunningen voor het bouwen (voorheen: bouwvergunningen) worden verleend. De gekozen bestemmingen en aanduidingen en de daarbij behorende regels geven helder aan welke functies op welke plaats zijn toegestaan en welke bouwregels er gelden. De regels zijn onderverdeeld in de volgende 4 delen: Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ

6.2

Inleidende regels. Hierin wordt aangegeven wat in de overige regels verstaan wordt onder bepaalde begrippen en hoe bij toepassing van de voorschriften moet worden gemeten; Bestemmingsregels. Hierin zijn steeds per bestemming de daarop van toepassing zijnde regels weergegeven. Daarbij is, al naar gelang de bestemming, onderscheid gemaakt in verschillende onderdelen; Algemene regels. Dit deel geeft algemene regels, zoals algemene afwijkingsregels; Overgangs- en slotregels. Hierin zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen.

Artikelsgewijze toelichting

6.2.1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen: In artikel 1 is een aantal begrippen nader uitgelegd. Door het opnemen van definities wordt inzicht gegeven in de betekenis van de gebruikte termen. Het doel is het scheppen van duidelijkheid en eenduidigheid. De begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen. Artikel 2 Wijze van meten: In artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Ook hier is het doel het wegnemen van onduidelijkheden. De termen zijn in alfabetische volgorde opgenomen. 49

6.2.2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijventerrein - 2: Deze bestemming heeft betrekking op de gronden van het bedrijventerrein Rosmalense Plas. De gronden zijn bestemd voor bedrijven in de categorieën 2 tot en met 3.2, zoals die zijn genoemd in de bij deze bestemming behorende staat van bedrijfsactiviteiten. Kantooractiviteiten zijn alleen toegestaan indien deze ondergeschikt zijn aan de hiervoor genoemde bedrijven. De gronden zijn tevens bedoeld voor de bij de bestemming behorende verkeers-, groen- en parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Over parkeren is in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen, dat bij de aanvraag omgevingsvergunning vast dient te staan dat er op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2016. Deze normen zijn in paragraaf 5.4.2 van de toelichting in dit bestemmingsplan opgenomen. Als de parkeernormering in de toekomst wijzigt dan moet met die wijziging rekening worden gehouden. Onder in de regels genoemde voorwaarden kan het college van burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van de parkeernormen.

Er kan een omgevingsvergunning worden verleend, indien de situering van de parkeervoorzieningen het stedenbouwkundig beeld van de omgeving, de verkeersveiligheid, de landschappelijke inpassing en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantasten. Vanuit landschappelijke inpassing houdt dit in, dat het maaiveld kan worden opgetild en de parkeervoorzieningen, daardoor in een landschappelijk "verborgen" situatie worden aangelegd. Ten aanzien van het bouwen geldt dat gebouwen binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd. Het minimale respectievelijk maximale bebouwingspercentage van een bouwperceel varieert van 50% - 70% (randzone) tot 55% - 70% (binnengebied). Er gelden minimale en maximale bouwhoogtes. Deze zijn in de bouwvlakken aangeduid. Binnen de bestemming mogen geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen en/of geen bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden gevestigd. Ook gebruik van gronden en bouwwerken door zelfstandige kantoren en detailhandel is in strijd met de bestemming. Het college van burgemeester en wethouders kan onder voorwaarden met een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de vestiging van bepaalde vormen van detailhandel toestaan.

Ook kunnen via een omgevingsvergunning onder voorwaarden bedrijven worden toegestaan die niet in de staat van bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, mits deze bedrijven naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de bedrijven die wel in de staat van bedrijfsactiviteiten zijn genoemd. Artikel 4 Groen: De gronden met de bestemming Groen zijn bestemd voor groenvoorzieningen, water(berging), park, plantsoen, fiets- en voetpaden en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals in- en uitritten voor de bedrijfspercelen en (fiets)bruggen. Binnen de bestemming mogen alleen gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd. De totale oppervlakte aan gebouwen in deze bestemming mag 100 m2 bedragen. De oppervlakte van een gebouw mag maximaal 50 m2 bedragen. Tevens mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Parkeervoorzieningen zijn niet toegestaan. Ter bescherming van de watervoorzieningen binnen deze bestemming en ter bevordering van het hemelwaterafvoer zijn op een aantal plekken binnen de bestemming Groen beschermingsmaatregelen in de regels opgenomen. In het kader van de verkeersveiligheid zijn op een langs de hoofdontsluitingsweg (Mammoet) grotendeels in- en uitritten uitgesloten. Artikel 5 Kantoor: In dit artikel wordt de vestiging van kantoren geregeld. De kantoorzones liggen aan de zijde van de A2 en aan de Rosmalense plas.

De kantoren dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht. De gronden zijn tevens bedoeld voor de bij de bestemming behorende verkeers-, groen- en parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Ook hier geldt dat de hoofdbebouwing binnen de bouwvlakken moeten worden gebouwd. Voor de A2 zone is een minimale bebouwingspercetage van 20% en een maximale bebouwingspercentage van het bouwperceel van 25% opgenomen. Dit komt overeen met de maximale bebouwingspercentage die de markt vraagt voor kantorenlocaties. Deze ligt ook in de lijn van het de bebouwingspercentage van het al bebouwd terrein Appèl. Voor de plaszone is een bebouwingspercentage van minimaal 80% tot maximaal 90% opgenomen. De bebouwingsvlakken zijn hier kleiner. Parkeren kan hier plaatsvinden op het overige deel van het perceel. Er gelden minimale en maximale bouwhoogtes. Deze zijn in de bouwvlakken aangeduid.

50

Voor een groot deel van de kanteren in de A2-zone geldt dat ten minste één deel van de gevel (hoekpunt, bouwonderdeel, punt) richting de A2 in de bouwgrens richting de A2 dient te worden gebouwd. Zes kantoorvilla's in de plaszone staan twee aan twee in principe los van elkaar met daar tussen in een fietspad. In de regels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het koppelen van deze kantoorvilla's op verdieping. Het college kan met een omgevingsvergunning afwijken van het gebruik voor de vestiging van bedrijven die vallen binnen categorie 1 tot en met 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten - bedrijventerrein 2. Ook hier is in de regels opgenomen dat bij de aanvraag omgevingsvergunning dient vast te staan dat er op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2016. De normen uit deze Nota worden ook genoemd in paragraaf 5.4.2 van de toelichting. In de regels wordt in dit bestemmingsplan in eerste instantie naar deze Nota verwezen. Als de parkeernormering in de toekomst wijzigt dan moet met die wijziging rekening worden gehouden. Parkeren kan bij kantoren ondergronds, halfverdiept of in het gebouw plaats te vinden in de vorm van een gebouwde parkeergarage. Bij de percelen in de A2-zone wordt dat via het uitgifteprotocol geregeld.

De percelen langs de Rosmalense Plas hebben de aanduiding parkeergarage, waarbij geldt dat deze parkeervoorzieningen minimaal halfverdiept moeten worden aangelegd. Onder in de regels genoemde voorwaarden kan het college van burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken van de parkeernormen. Er kan een omgevingsvergunning worden verleend, indien de situering van de parkeervoorzieningen het stedenbouwkundig beeld van de omgeving, de verkeersveiligheid, de landschappelijke inpassing en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantasten. Vanuit landschappelijke inpassing houdt dit in, dat het maaiveld kan worden opgetild en de parkeervoorzieningen, daardoor in een landschappelijk "verborgen" situatie worden aangelegd. Artikel 6 Verkeer: De voor verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen met ten hoogste 2x1 doorgaande rijstrook, straten en paden en wegverkeer en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals een brug. Binnen de bestemming mogen gebouwen ten dienste van de bestemming worden gebouwd. De totale oppervlakte aan gebouwen in deze bestemming mag 100 m2 bedragen. De oppervlakte van een gebouw mag maximaal 50 m2 bedragen. Tevens mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

Artikel 7 Water: De voor water aangewezen gronden zijn bestemd voor water, waterberging, groenvoorzieningen, natuur en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals steigers, voetpaden e.d. Ter plaatse van de aanduiding brug is een brug toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding "ecologische verbindingszone" zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, herstel en/of versterking van de aanwezige of potentiële natuurwaarden. Op de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd. Er is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden vereist voor het uitvoeren van verschillende werken/werkzaamheden, zoals het afgraven of ophogen van gronden, op gronden met de aanduiding "ecologische verbindingszone". Voor werken ten behoeve van behoud, herstel en/of versterking van de aanwezige of potentiële natuurwaarden is een dergelijke vergunning niet nodig. Artikel 8 Leiding - Hoogspanningsverbinding: Deze bestemming is een zogenaamde dubbelbestemming. De gronden met deze bestemming zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een bovengrondse hoofdtransportleiding, met een strook van 25 meter ter weerszijde van de hoogspanningsleiding.

Binnen deze dubbelbestemming mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals hoogspanningsmasten, ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd. Het college van burgemeester en wethouders kan hiervan onder voorwaarden van afwijken. Voorafgaand dient advies te worden gevraagd aan de leidingbeheer/directeur van het energiebedrijf. Het is bovendien verboden zonder vergunning bepaalde werken/werkzaamheden, zoals het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bomen, uit te voeren. Voorafgaand aan het besluit omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden moet advies worden gevraagd aan de leidingbeheer/directeur van het energiebedrijf.

51

6.2.3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Met de anti-dubbeltelbepaling wordt geregeld dat grond die reeds eerder bij een verleende vergunning of een mededeling op een meldingsplichtig bouwwerk is meegenomen niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels: In dit artikel is bepaald, dat op de gronden met de aanduiding 'vrijwaringszone - weg', ongeacht het bepaalde in de betreffende bestemming, geen bebouwing mag worden opgericht anders dan met de rijkswegen A2 en A59 verband houdende bouwwerken. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde voor het bouwen van bouwwerken, mits door de bouw van dit bouwwerk de verkeersbelangen niet onevenredig worden geschaad. Daartoe dient de betrokken wegbeheerder vooraf een verklaring van geen bezwaar af te geven. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels: In dit artikel is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders onder voorwaarden met een omgevingsvergunning kunnen afwijken van hetgeen in de planregels is bepaald. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om vermeerdering dan wel vermindering van de voorgeschreven maten en normen, mits de vermeerdering of vermindering ten hoogste 10% bedraagt.

6.2.4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht: In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan en mits niet strijdig met het voorheen geldende bestemmingsplan met de daaronder begrepen overgangsbepaling. Voor gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het strijdig gebruik mag worden gecontinueerd. Hierop zijn echter twee uitzonderingen gemaakt. Gebruik dat reeds onder het hiervoor geldende bestemmingsplan illegaal is aangevangen en ook volgens het nieuwe bestemmingsplan niet kan, blijft illegaal en mag dus niet worden gecontinueerd. Zo wordt in dit artikel bepaald dat de bestaande bouwwerken en vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze van de overige bepalingen af. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel opnieuw op te bouwen. Evenmin is het geoorloofd om een bouwwerk geleidelijk aan geheel te vernieuwen. In geval een bouwwerk door een calamiteit geheel verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van twee jaren na de calamiteit is aangevraagd.

De onder het overgangsrecht geplaatste bouwwerken mogen via een omgevingsvergunning voor het bouwen, eenmalig nog met maximaal 10% worden uitgebreid. Het voorgaande is niet van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd in strijd met het geldend bestemmingsplan (met inbegrip van de hierin opgenomen overgangsbepaling). Artikel 15 Slotregel: Deze bepaling bevat de citeertitel van de regels.

52

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Het totaal te ontwikkelen plangebied heeft betrekking op bedrijventerrein Empel Zuid eerste fase, Empel Zuid tweede fase en bedrijventerrein Rosmalense plas. Het totaal plangebied heeft een oppervlak van ca. 34 hectare, waarvan 54% uitgeefbaar is als bedrijventerrein, 33% bestemd is voor water en groen en 13% voor verkeersdoeleinden. De gemeente heeft voor het plangebied bedrijventerrein Empel Zuid eerste fase en Empel Zuid tweede fase alle betrokken gronden in eigendom. De gronduitgifte geschiedt tegen markconforme prijzen en dekt de totale exploitatiekosten. Het bestemmingsplan is voor dit onderdeel financieel economisch uitvoerbaar. Voor het onderdeel bedrijventerrein Rosmalense plas heeft de gemeente inmiddels alle gronden in eigendom. Daarmee is het vaststellen van het ontwerpexploitatieplan niet langer noodzakelijk. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeente verplicht om tegelijkertijd met het bestemmingsplan één of meerdere exploitatieplan(nen) vast te stellen, tenzij het kostenverhaal van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd.

Aan deze laatste voorwaarde is voldaan, nu de gemeente alle gronden voor het onderdeel Rosmalense Plas in eigendom heeft. Gesteld kan worden dat voor dit plangebied, de ruimtelijke planvorming zoals neergelegd in dit ontwerp bestemmingsplan financieel economisch uitvoerbaar is en dat alle exploitatiekosten worden gedekt door marktconforme uitgifteprijzen.

53

54

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke haalbaarheid 8.1

Vooroverleg en inspraak

8.1.1

Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

8.1.1.1 Inleiding Het voorontwerp is voor vooroverleg voorgelegd aan Rijkswaterstaat (A2), de Provincie (toelaten kantoorfunctie in het plangebied), Waterschap Aa en Maas (waterhuishouding en aanwezigheid waterleggers) en TenneT (aanwezigheid hoogspanningsleiding). 8.1.1.2 Rijkswaterstaat Omdat het plangebied (gedeeltelijk) binnen 50 meter van de A2 plaatsvindt is het bestemmingsplan voorgelegd aan Rijkswaterstaat. Het plangebied valt buiten de afstanden van de hoofdweg zoals als aangegeven in het Barro. De bebouwing is volgens het (concept) voorontwerp bestemmingsplan op (meer dan) 50 meter van de A2 geprojecteerd. De bestemming “vrijwaringszone – weg”, zoals deze in het verleden met Rijkswaterstaat is afgesproken en opgenomen in het geldende bestemmingsplan, blijft van kracht. Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat de afstanden van de geprojecteerde bebouwing tot de A2 in lijn zijn met de afspraken uit het verleden. Wel merkt Rijkswaterstaat op dat in het plan geen uiteenzetting wordt gegeven van de effecten van onderhavig planvoornemen op het verkeersafwikkeling in het gebied en mogelijk op de aansluiting van de A2. Zij verzoekt hier bij het ontwerp nader op in te gaan. Naar aanleiding van dit verzoek is het volgende overwogen.

Het planvoornemen voorziet slechts in een geringe wijziging van het voorheen geldend planregime in het gebied, dat weinig tot geen effect heeft op de te verwachte verkeersbewegingen van en naar het gebied. Het bestemmingsplan uit 2012 voorzag in het plangebied in een bedrijventerrein dat al verkeersbewegingen van en naar de A2 genereert. Het voorliggend bestemmingsplan voorziet in het plangebied enkel een accentverschuiving van bedrijventerrein naar een werklandschap. Gelet op de invulling van het plangebied dat het voorheen geldend bestemmingsplan al toeliet, levert deze accentverschuiving weinig tot geen effect op de verkeersafwikkeling in het gebied en op de aansluiting van de A2.

55

8.1.1.3 Provincie Het voorontwerp bestemmingsplan is op 3 december 2018 voor vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de provincie. Op 25 februari 2019 heeft de provincie op het plan gereageerd. In deze reactie overweegt de provincie dat sinds de vaststelling van het moederplan in 2012 de vraag en de behoefte is veranderd. De vraag naar kantoorlocaties is toegenomen en op grond daarvan is het gemeentelijk kantorenbeleid aangepast. Op grond van dit beleid voorziet het voorliggende bestemmingsplan in de zone langs de A2 en aan de plaszijde in kantoren locaties. Op de locaties waar de kantoren zijn voorzien laat het geldende bestemmingsplan ook categorie 1 bedrijven toe. Op het gehele bedrijventerrein zijn ondergeschikte kantoren toegestaan. Het voorliggend plan spreekt dan ook niet meer uitsluitend over een bedrijventerrein maar over een werklandschap met een mix van bedrijven en kantoren. In het plan is gemotiveerd aangegeven wat de behoefte is aan kantoorlocaties en dat de vestigingsmogelijkheden voor kantoren niet leidt tot frutratie van de ontwikkeling of vraag naar bedrijfslocaties. De kantorenlocaties zijn geprojecteerd aan de plaszijde en langs de snelweg, waar volgens het moederplan ook lichte bedrijven toegestaan.

Mede gelet op het moederplan en de behoefte naar kantoorlocaties aande randen van het bedrijventerrein waarbij de mogelijkheid voor et vestigen van categorie 1 bedrijven ook blijft bestaan, past het voorliggende bestemmingsplan binnen het provinciale beleid. 8.1.1.4 Waterschap Op aangeven van het Waterschap Aa en Maas is de Waterparagraaf in het bestemmingsplan geactualiseerd. Het Waterschap spreekt voor de duidelijkheid de voorkeur uit dat de waterberging van het Werklandschap bij het plangebied wordt getrokken. De waterberging tussen het Werklandschap Rosmalense plas en bedrijventerrein Empel - Zuid ligt in het plangebied. Neemt niet weg dat deze waterberging ook als zodanig functioneert voor het bedrijventerrein Empel-Zuid. De Nieuwe Vliet langs de Rosmalense Plas is volgens de keur van het Waterschap een leggerwatergang (een A-watergang). Langs leggerwatergangen liggen aan beide zijden een beschermingsstrook / onderhoudszone van 5 meter breed. Het Waterschap constateert dat in het voorontwerp bestemmingsplan binnen de zone aan één van de zijden langs de waterlegger bebouwing toelaat. Voor bebouwing in deze onderhoudszone is een vergunning nodig van het Waterschap. Het is onduidelijk of het Waterschap deze vergunning voor de voorgestelde bebouwing wil afgeven.

Nu niet vaststaat of het Waterschap een ontheffing aan bouwen binnen de beschermingszone / onderhoudstrook wil afgeven, is besloten dit gedeelte uit het bestemmingsplan te halen. Te zijner tijd zal hiervoor een nieuwe stedenbouwkundige invulling worden opgesteld waarin rekening wordt gehouden met ruimte voor het onderhoud van de A-watergang. Langs het gedeelte van de A-watergang dat binnen het plangebied ligt, ligt openbaar gebied dat ook als onderhoudsstrook kan worden gebruikt. Het Waterschap is bezig om langs de leggerwatergangen natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Graag wil het Waterschap dat deze in het bestemmingsplan worden beschermd. De leggerwatergang is vanwege de bovenstaande reactie van het Waterschap grotendeels uit het voorliggend bestemmingsplan gehaald. Op dit gedeelte blijft het geldende bestemmingsplan van toepassing. In het geldende bestemmingsplan heeft de leggerwatergang de aanduiding "ecologische verbindingszone". Ook op het gedeelte A-watergang dat binnen het plangebied van dit bestemmingsplan is gelegen is de aanduiding "ecologische verbindingszone" neergelegd. 8.1.1.5 TenneT Tennet heeft op 20 augustus 2019 een reactie in het kader van het vooroverleg gegeven. Deze reactie is hieronder opgenomen. Het antwoord op de reactie is cursief aangegeven. Het plan betreft het realiseren van een duurzaam kwalitatief hoogwaardig werklandschap.

Binnen de grenzen van dit plan bevindt zich de 150.000 Volt hoogspanningsverbinding 's Hertogenbosch Noord – Oss. Reactie op de regels Ÿ

56

In artikel 8 zijn de regels opgenomen voor de dubbelbestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding. Onder 8.2 staat dat uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming mogen worden gebouwd. Bij een bovengrondse hoogspanningsverbinding behoren geen gebouwen, dus ik verzoek om dit te verwijderen.

Ÿ

In artikel 8.6 onder a lid 1 verzoek ik een toevoeging te maken van "en/of rooien", omdat tijdens het rooien zeer gevaarlijke situaties kunnen ontstaan (overslag) en wij dit te allen tijde willen voorkomen. Ÿ In artikel 8.6 onder a lid 3 verzoek ik om de tekst te verwijderen vanaf "die onder bepaalde….." . Eventueel kan het vervangen worden door "het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen of materialen". Het is verboden om materialen of stoffen op te slaan vanwege de bereikbaarheid van de verbinding. Ÿ Graag een toevoeging maken van "het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen". Motivatie hiervoor is, dat elke wijziging in de ondergrond van invloed kan zijn op de stabiliteit van masten en gevolgen kan hebben voor de bereikbaarheid. De regels zijn zoals in de reactie door TeneT verzocht, aangepast Uitzondering BRZO bedrijven Er wordt naar gestreefd geen assets te realiseren op minder dan 800 meter van locaties waar een gebruik is toegestaan wat omschreven is in de Wet milieubeheer als '(overige) gevaarlijk gebruik / stoffen' en/of een milieucategorie hoger dan 3.1 of daarmee vergelijkbaar te stellen categorie. Dit geldt ook andersom voor zover een gebruik wordt gerealiseerd of gewijzigd dat invloed kan hebben op assets van TenneT. Als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen kan namelijk brand of explosiegevaar aan de orde zijn.

Dat kan de ongestoorde ligging of aanwezigheid van assets nadelig beïnvloeden. Denk hierbij bijv aan de situatie dat als gevolg van brand moet worden geblust in de nabijheid van de lijn of station en op grond van het brandweerprotocol geen veilige situatie voor de brandweer kan worden gegarandeerd tenzij de lijn of het station uit bedrijf wordt genomen (wat niet wenselijk is). Voor TenneT geldt dat vooral BRZO-bedrijven met explosiegevoelige stoffen en/of brandbare materialen in de directe omgeving van invloed kunnen zijn op de leveringszekerheid. Wij willen verzoeken om een uitsluiting van BRZO bedrijven met explosiegevoelige stoffen en/of brandbare materialen op te nemen in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Dit om te voorkomen dat bij doorverkoop van een bedrijf er zich een bedrijf gaat vestigen wat wel een gevaar voor de veiligheid van de hoogspanningsverbinding (en daardoor voor de omgeving) kan zorgen. Door deze uitsluiting op te nemen is dat niet mogelijk, tenzij er een bestemmingsplanwijziging wordt aangevraagd. Praktijkervaring heeft ons geleerd dat het op dit moment voor komt dat er BRZO bedrijven zijn gevestigd via doorverkoop en dat is voor ons geen wenselijke situatie.

Het bestemmingsplan sluit op grond van de ambitie uit het uitvoeringskader als het mogelijk maken van kwetsbare functies in het plangebied het vestigen van Bevi (BRZO+) -bedrijven in het Werklandschap uit. Groen De enkelbestemming 'groen' is aan de belemmerde strook gegeven. Tennet gaat hierbij vanuit dat deze strook op zo'n manier wordt ingericht dat dit geen gevolgen heeft voor de bereikbaarheid en leveringszekerheid van de verbinding. Het groen zal zo worden ingericht dat deze geen gevolfgen heeft voor de bereikbaarheid en leveringszekerheid van de verbinding. 8.1.1.6 Conclusie vooroverleg Gelet op de reacties van de Provincie en het antwoord richting Rijkwaterstaat, is het vooroverleg positief afgerond. Naar aanleiding van de opmerkingen van het Waterschap is het bestemmingsplan in de ontwerp fase aangepast. 8.1.2 Inspraak Het moederplan heeft de inspraakprocedure doorlopen. De planologische wijzigingen die dit plan in zich heeft ten opzichte van het moederplan is gering. Daarom is besloten geen voorontwerp bestemmingsplan in de inspraak te brengen.

57

8.2

Ontwerpfase

8.3

Conclusie maatschappelijke haalbaarheid

58

Bijlagen bij toelichting

59

60

Bijlage 1 Ladder toets kantoorruimte Rosmalense Plas en De Brand

61

62

Bijlage 2 Natuurtoets ’s-Hertogenbosch

Brabantse

63

Poort

64

Bijlage 3 Onderzoek Rosmalense Plas

externe

65

veiligheid

66

Bijlage 4 Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico, plangebied Rosmalenseplas, (als onderdeel van Empel 3e fase) te herzien.

67

68

Bijlage 5 Advies Rosmalense Plas

Veiligheidsregio

69

70

Bijlage 6 vastgesteld beeldkwaliteitsplan Werklandschap Rosmalense Plas

71

72

Bijlage 7 stikstofdepositie gebruiksfase en aanlegfase Rosmalense Plas

73

onderzoek Werklandschap

74

Regels

75

76

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan 's-Hertogenbosch.

Werklandschap

Rosmalense

Plas

(Empel

3e

fase)

van

de

gemeente

1.2 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.3 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.4 bebouwingspercentage: een op de kaart of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwvlak aangeeft, dat maximaal bebouwd mag worden. 1.5 bedrijfsvloeroppervlakte: de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke.

bedrijfsruimte,

inclusief

de

1.6 Besluit externe veiligheid inrichtingen Het besluit externe veiligheid inrichtingen zoals deze is vastegsteld op 27 mei 2004 en bekend gemaakt in de staatscourant nummer 2005 op 10 juni 2004. 1.7 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.8 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0796.0002389-1401 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen. 77

1.9 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.10 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.11 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.12 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.13 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.14 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel. 1.15 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.16 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.17 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10266519/1