CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2) BBN23-25090 Ontwerp Gemeenschappelijke regeling VRBN 2024 - wijzigingen zichtbaar

Gemeenteraad 10 oktober 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord6.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2024

Veiligheidsregio Brabant-Noord

2021

1

HOOFDSTUK 1

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begrippen 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. WGR: Wet gemeenschappelijke regelingen b. WVR: Wet veiligheidsregio’s c. PolW: Politiewet 2012 d.c. regeling: deze gemeenschappelijke regeling e.d. veiligheidsregio: Veiligheidsregio Brabant-Noord f.e. het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de veiligheidsregio g.f. het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio h.g. de voorzitter: de voorzitter van de veiligheidsregio i.h. gemeente: aan deze regeling deelnemende gemeente j.i. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant k.j. de brandweer: de brandweer als bedoeld in artikel 25 WVR l.k. de regionaal commandant: commandant brandweer, zoals bedoeld in artikel 25 lid 3 van de WVR m.l. de GHOR: geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio; de door het bestuur ingestelde organisatie GHOR als bedoeld in artikel 10 onder f van de WVR, als zodanig onderdeel uitmakend van de veiligheidsregio n.m. de directeur publieke gezondheid (DPG): functionaris zoals bedoeld in artikel 32 van de WVR o.n. Bevolkingszorg: de verzamelnaam van alle gemeentelijke processen in de crisisbeheersing. Het doel van Bevolkingszorg is om zo snel mogelijk, zo adequaat mogelijke zorg te verlenen aan burgers die het nodig hebben bij een ramp of crisis. p.o.

Expertteams Bevolkingszorg: teams van ongeveer 5 – 15 ambtenaren in diverse functies vanuit alle verschillende gemeenten binnen Veiligheidsregio Brabant-Noord. De expertteams Bevolkingszorg nemen de voorbereiding, organisatie en uitvoering van hun eigen hoofdproces binnen Bevolkingszorg voor hun rekening. Er zijn zeven verschillende hoofdprocessen: Communicatie, Evacuatie, Omgevingszorg, Publieke Zorg, SIS (slachtofferinformatiesystematiek), Informatie en Ondersteuning. q.p. de coördinerend gemeentesecretaris: de secretaris van één van de deelnemende gemeenten, welke ‒uit hun midden‒ is aangewezen r. RAV: Regionale Ambulance Voorziening s.q. Hulpverlening: hulpverlening door brandweer en GHOR t.r. Meldkamer: de fysieke plaats waar de meldkamerfunctie wordt uitgevoerd. De politie heeft meldkamers, artikel 25a en 25b PolWPolitiewet 2012. u.s. Meldkamerfunctie: het ontvangen, registreren en beoordelen van meldingen waarbij wordt gevraagd om acute inzet van brandweer, politie of Koninklijke marechaussee, en om inzet van ambulancezorgambulancezorgvoorzieningen, het bieden van een adequaat hulpaanbod, en het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten v. LMS: Landelijke Meldkamer Samenwerking: herkenbare en zelfstandig gepositioneerde dienst binnen de politie voor het landelijk beheer van de meldkamers w.

Regionaal coördinatiecentrum: gezamenlijk centrum van waaruit (multidisciplinair) grootschalig en bijzonder optreden kan worden gecoördineerd x.t. Operationele leiding: bevoegdheid tot het geven van bindende aanwijzingen aan commandanten van de bij de bestrijding van branden, zware ongevallen en rampen samenwerkende diensten, zonder daarbij te treden in de bevoegdheden van de commandanten van die diensten aangaande de wijze van uitvoering van de aan hen opgedragen taken y.u. rampenbestrijding: het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio treft met het oog op een ramp, het voorkomen en het beperken van een ramp z.v. crisisbeheersing; het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenhang met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen van de gevolgen van een ramp.

2

aa.w. Sector Crisisbeheersing & rampenbestrijding: een voorziening waarbinnen op projectbasis werkzaamheden worden uitgevoerd. 2. Waar in de regeling de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard, treden – voor zover relevant– in plaats van 'de gemeente', 'de raad', 'het college' en 'de burgemeester' onderscheidenlijk: ‘het openbaar lichaam', 'het Algemeen bestuur', 'het dagelijks bestuur' en 'de voorzitter'. 3. Waar in de regeling met betrekking tot personen, een mannelijk voornaamwoord of een mannelijk functionarisbegrip gebruikt wordt, worden zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld.

HOOFDSTUK 2

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 2.1 Het openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd “Veiligheidsregio Brabant-Noord”. 2. Het openbaar lichaam is een rechtspersoon en is gevestigd in de gemeente ’s-Hertogenbosch. 3. De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2.2 Toepassing Gemeentewet Voor zover daarvan niet in deze regeling is afgeweken is de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op deze regeling.

HOOFDSTUK 3

DOELSTELLING, BELANGEN, TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN

Artikel 3.1 Doelstelling De veiligheidsregio behartigt het belang van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde, waar mogelijk integrale, uitvoering van de hulpverlening in het werkgebied alsmede de voorbereiding daarop. Artikel 3.2 Belangen De veiligheidsregio behartigt daartoe de belangen van de deelnemende partijen op de volgende terreinen: a. brandweerzorg; b. geneeskundige hulpverlening; c. rampenbestrijding en crisisbeheersing; d. bevolkingszorg. Artikel 3.3 Taken 1. Ter behartiging van de in artikel 3.2 genoemde belangen is de veiligheidsregio, gelet op de artikelen 10, 14, 15, 16 en 17 van de Wet veiligheidsregio’s, artikel 6, tweede lid van de Wet publieke gezondheid en artikel 25b, eerste lid van de Politiewet 2012 belast met de volgende wettelijke taken: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crisis; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico's van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; Hiertoe behoort tevens de bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 61 lid 3 van de Wet Veiligheidsregio’s, om ambtenaren aan te wijzen die zijn belast met het toezicht op de brandveiligheid in het kader van artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de brandweerzorg; d.

het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening op de meldkamer; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;

3

i.

het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f en g genoemde taken; j. het vaststellen van het risicoprofiel; k. het tenminste één maal in de vier jaar vaststellen van een beleidsplan; l. het tenminste één maal in de vier jaar vaststellen van een crisisplan; m. het vaststellen van rampbestrijdingsplannen voor zover dit bij Algemene maatregel van Bestuur voorgeschreven is; n. het zorg dragen voor de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, als bedoeld in artikel 1 onder e Wet publieke gezondheid alsmede op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat. 2. In aanvulling op de in het eerste lid genoemde taken, kan het algemeen bestuur besluiten om tegen betaling andere taken uit te voeren of een hoger voorzieningenniveau te leveren. Artikel 3.4 Taken brandweerzorg 1. De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een Brandweer Brabant-Noord. 2. De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op het terrein van de brandweerzorg tot taak: a.

het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; Hiertoe behoort in ieder geval: i. het adviseren van gemeenten over brandveiligheid in het kader van vergunningverlening; ii. het uitvoeren van brandveiligheidscontroles; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan door brand; c. het feitelijk uitvoeren van de werkzaamheden terzake van de onder a en b genoemde onderwerpen alsmede terzake van het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen als bedoeld in artikel 1 van de Wet rampen en zware ongevallenVeiligheidsregio’s; d. het instellen en in stand houden van een meldkamerfunctie Brandweer; e. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; f. het benoemen, schorsen en ontslaan van de commandant en het overige personeel van de regionale brandweer en het vaststellen van een instructie voor het personeel; g.f. het beschikbaar stellen van personeel en materieel voor bijstandverlening; h.g. het voorbereiden van de coördinatie bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen; i.h. het voorbereiden van de organisatie voor het optreden van de brandweer in buitengewone omstandigheden en het regelen van de operationele leiding bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen; j.i.

het verzamelen en evalueren van gegevens ten behoeve van de waarschuwing en alarmering van de bevolking in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan; k.j. het waarschuwen van de bevolking door middel van het sirenenet; l.k. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; m.l. de coördinatie van de bijstandverlening bedoeld onder d.; n.m. de coördinatie van de brandweerkwaliteitszorg in het werkgebied; o.n. het verzorgen van oefeningen met het oog op het optreden in groter verband; p.o. het verzorgen van opleidingen. 3. Het niveau voor de basisbrandweerzorg wordt bepaald door het Regionaal risicoprofiel, het Regionaal Beleidsplan en de diverse uitvoeringsplannen tezamen. Artikel 3.5 Taken geneeskundige hulpverlening 1. De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een organisatorisch samenwerkingsverbandbureau GHOR voor de geneeskundige hulpverlening bij ongevallencoördinatie, aansturing en rampen: het bureau GHORregie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. 2. De veiligheidsregio Brabant-Noord heeftHet bepaalde op het terrein van de geneeskundige hulpverlening tot taak: c. het instellen en in stand houden van een centrale post voor het ambulancevervoer; d.

het vaststellen van de taken van de binnen het werkgebied werkzame gezondheidsdiensten in het kader vanin de geneeskundige hulpverlening en de realisering daarvan;

4

e.

het instellenWVR en in stand houden van een organisatorisch samenwerkingsverband gericht op geneeskundige hulpverlening; f. het zorgdragen voor onderlinge bijstand bij de uitvoering van de geneeskundige hulpverlening; g. het instemmen met het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur Wet publieke gezondheid door het bestuuris van de GGD. 8.2. het stellen van regels ten aanzien van het beslissenovereenkomstige toepassing op aanvragen van ambulancevervoer zoals bedoeld in artikel 7 lid 3 van de Wet ambulancevervoerde GHORtaak. Artikel 3.6 Taken meldkamerfunctie 1. De veiligheidsregio Brabant-Noord is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. 2. Deze meldkamerfunctie behelst het ontvangen, registreren en beoordelen van meldingen, het bieden van een adequaat hulpaanbod, en het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten. 3. De veiligheidsregio Brabant-Noord is verantwoordelijk voor de organisatie, operationele aansturing en wijze van invulling van de operationele prestaties van meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak. 4.

De veiligheidsregio Brabant-Noord is ‒zodra is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering‒ verantwoordelijk om binnen vijf minuten op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident te geven. 5. Met betrekking tot de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de meldkamerfunctie, zoals omschreven in lid 3 en 4, hebben de Veiligheidsregio, de regionale eenheid van de politie en de regionale ambulancevoorziening een verplichting zich in te spannen voor een zo groot mogelijke integrale samenwerking op de meldkamers. Artikel 3.7 Taken sector Crisisbeheersing & Rampenbestrijding 1. De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een sector Crisisbeheersing & Rampenbestrijding. 2. De sector Crisisbeheersing & Rampenbestrijding heeft tot taak: het projectmatig samenwerken aan het opstellen van plannen voor het voorkomen, beperken en bestrijden van crises, rampen en ongevallen in de regio met behoud van de eigen verantwoordelijkheid van de samenwerkende organisaties. Artikel 3.8 Bevolkingszorg 1. De Veiligheidsregio faciliteert en regisseert de bevolkingszorgprocessen, zodat de gemeenten zich regionaal kunnen voorbereiden op het bestrijden van rampen en crises. Hieronder wordt tevens begrepen de advisering en ondersteuning van de coördinerend gemeentesecretaris.

In de samenwerking met de gemeenten wordt uitgegaan van de volgende taakverdeling. a. De gemeenten nemen de basiskennis crisisbeheersing van de functionarissen van de eigen gemeente (inclusief de collegeleden) voor hun rekening; b. De regionale expertteams Bevolkingszorg nemen de organisatie van hun eigen hoofdproces voor hun rekening; c. De Veiligheidsregio coördineert Bevolkingszorg Brabant-Noord en neemt de hoofdstructuur Bevolkingszorg en de organisatie van het proces crisiscommunicatie voor haar rekening. 2. De Veiligheidsregio geeft uitvoering aan de bovenregionale bevolkingszorgtaken. 3. De coördinerend gemeentesecretaris is ambtelijk eindverantwoordelijk voor het functioneren van de expertteams, alsmede voor de organisatie van de Hoofdstructuur Bevolkingszorg en het proces crisiscommunicatie.

HOOFDSTUK 4

HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 4.1 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur wordt gevormd door de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. 2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hij of zij vertegenwoordigt. 3. Het lidmaatschap van de ambtsopvolger vangt aan op het moment dat een lid is benoemd als burgemeester van de gemeente die hij of zij gaat vertegenwoordigen.

5

4.

Een burgemeester wordt waargenomen op de wijze zoals is bepaald in artikel 77 en 78 van de Gemeentewet.

Artikel 4.2 Bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur is bevoegd tot alle daden van regeling en bestuur nodig voor de behartiging van het belang van deze regeling en de uitoefening van de bevoegdheden van het openbaar lichaam. 2. Alle bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan een ander bestuursorgaan zijn opgedragen behoren toe aan het algemeen bestuur. 3. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 4. Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen en wijzigen van het Risicoprofiel, het Beleidsplan en het Crisisplan; b. het vaststellen en wijzigen van de begroting; c. het vaststellen van de bestuursrapportages en de jaarrekening; d. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen door strafbepalingen of bestuursdwang te handhaven; e. het oprichten of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan. f. het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk 12. 5.

Het algemeen bestuur besluit slechtskan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 6. Het besluit zoals bedoeld in lid 5 wordt niet genomen dan nadat de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 7. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast. Artikel 4.3 Vergaderingen en besluitvorming 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal of zoveel vaker als de voorzitter of het dagelijks bestuur nodig oordeelt of tenminste twee leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoeken. De vergaderingen zijn openbaar, tenzij tenminste drie van de aanwezige leden om beslotenheid vragen of indien de voorzitter dit nodig acht. 2. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. de toelating van nieuw te benoemen leden; b. het vaststellen en wijzigen van het Regionaal Beleidsplan en het Regionaal Crisisplan; c. het vaststellen en wijzigen van de begroting; d.

het vaststellen van de bestuursrapportages en de jaarrekening; e. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen door strafbepalingen of f. bestuursdwang te handhaven; g. het oprichten of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan. h. het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk 12. i. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening; j. de vaststelling, wijziging en opheffing van deze regeling. De artikelen 19, 20, 22, 25, 26 en 28 tot en met 32 van de Gemeentewet zijn, voor zover daarvan bij de wet niet is afgeweken, op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van overeenkomstige toepassing. 3. Het algemeen bestuur neemt besluiten met gewone meerderheid van stemmen. Artikel 4.4 Genodigden vergaderingen algemeen bestuur 1. De leden van de Veiligheidsdirectie treden op als vaste adviseur van het algemeen bestuur en worden voor alle vergaderingen uitgenodigd.

6

2.

3.

De voorzitter nodigt andere functionarissen uit om als adviseur deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur, wanneer dat in het belang is van de te behandelen onderwerpen. De hoofdofficier van justitie, de voorzitter van het waterschap, de politiechef voor de regionale eenheid Oost-Brabant van de Nationale Politie, een vertegenwoordiger van het ministerie van Defensie, de Commissaris van de Koning en een vertegenwoordiger van het ministerie van J&V&J worden uitgenodigd om bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig te zijn.

Artikel 4.5 Zienswijzen 1. Voorafgaand aan het nemen van een besluit van het bestuur worden de raden van de gemeenten in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het een van de volgende besluiten betreft: a. Het risicoprofiel, als bedoeld in artikel 15 WVR b. Het beleidsplan, als bedoeld in artikel 14 WVR c. De kadernota met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders, als bedoeld in artikel 34b WGR 2. Het dagelijks bestuur biedt de raden de termijn van minimaal acht weken voor het naar voren brengen van een zienswijze. 3. Tegelijkertijd met de toezending van het definitieve bestuursvoorstel stelt het dagelijks bestuur de raden van de gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4. Het algemeen bestuur kan besluiten om ook bij andere onderwerpen de raden in gelegenheid te stellen hun zienswijze naar voren te brengen. Artikel 4.6 Participatie 1. Het bestuur kan de mogelijkheden bepalen om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, zoals bedoeld in artikel 10 zevende lid WGR. 2.

Gedurende een langdurige bovenlokale crisis worden, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken over het geheel van maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van een crisis.

HOOFDSTUK 5

HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 5.1 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en 4 minimaal twee andere leden. 2. De leden en de plaatsvervangende leden worden aangewezen door en uit de leden van het algemeen bestuur. 3. Een (plaatsvervangend) lid dat ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur. 4. Een (plaatsvervangend) lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen, met dien verstande dat het lidmaatschap in dat geval eindigt op het tijdstip waarop de opvolger in functie is getreden. 5. De aanwijzing ter aanvulling van een plaats in het dagelijks bestuur geschiedt in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na het openvallen van die plaats. 6. Het algemeen bestuur kan een (plaatsvervangend) lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen indien dit lid niet meer het vertrouwen bezit van het algemeen bestuur. 7. Artikel 49 van de Gemeentewet is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel 5.2 Vergaderingen 1. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar of zoveel vaker als de voorzitter nodig oordeelt, of indien tenminste twee leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoeken. 2. Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur geldt dat elk van de leden één stem heeft. 3. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. 4.

De leden van de veiligheidsdirectie treden op als vaste adviseur van het dagelijks bestuur en worden voor alle vergaderingen uitgenodigd. 5. Het dagelijks bestuur kan zich in een vergadering voorts door andere adviseurs doen bijstaan. 6. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere

7

werkzaamheden vast en zendt dit aan het algemeen bestuur. 7. De artikelen 54 t/m 60 van de Gemeentewet zijn op de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing. Artikel 5.3 Bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur is belast met en bevoegd tot: a. het voeren van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. het voorbereiden en uitvoeren van beslissingen van het algemeen bestuur; c. het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. het benoemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren; e. het nemen van besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet; f. het nemen van besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur, of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. het nemen, ook alvorens besloten is tot het voeren van een rechtsgeding, van alle conservatoire maatregelen en het doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit; h.

het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is; i. de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de veiligheidsregio; j. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; k. het houden van toezicht op alles wat de veiligheidsregio aangaat; l. de zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen. 2. Het dagelijks bestuur oefent verder, voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit, de aan het algemeen bestuur wettelijke toegekende of krachtens deze regeling toevallende bevoegdheden uit. 3. Het algemeen bestuur kan regels stellen inzake de wijze waarop het dagelijks bestuur de aan hem toegewezen taken uitvoert en bevoegdheden uitoefent. 4. Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.

HOOFDSTUK 6

DE VOORZITTER

Artikel 6.1 Aanwijzing en vervanging 1. De voorzitter van de veiligheidsregio wordt overeenkomstig artikel 11, tweede lid van de Wet veiligheidsregio’s bij Koninklijk Besluit benoemd. 2. De voorzitter kan uitsluitend bij Koninklijk Besluit worden geschorst en ontslagen. 3. De voorzitter is zowel voorzitter van het algemeen bestuur als van het dagelijks bestuur. 4. De voorzitter oefent alle taken uit die bij of krachtens de wet aan hem zijn opgedragen. 5. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. 6. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 7. Het algemeen bestuur wijst een lid uit het dagelijks bestuur aan als plaatsvervangend voorzitter van de veiligheidsregio.

HOOFDSTUK 7

INSTELLEN ADVIES- EN BESTUURSCOMMISSIES

Artikel 7.1 Instellen advies- en bestuurscommissies Het algemeen bestuur kan commissies instellen als bedoeld, en met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 24, 24a en 25 van de WGR.

HOOFDSTUK 8

INFORMATIE EN, VERANTWOORDING EN EVALUATIE

8

Artikel 8.1 Informatie- en verantwoordingsplicht leden algemeen bestuur 1. Een lid van het Het algemeen bestuur geeft het orgaan dat hem heeft aangewezen ongevraagdde raden alle informatieinlichtingen die de raden voor een juiste beoordeling van het door de veiligheidsregio Brabant-Noord gevoerde en te voeren beleidde uitoefening van hun taak nodig is.hebben 2. Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 3. Inlichtingen zoals bedoeld in lid 1 en 2 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via hun griffie. 2. Een lid van het algemeen bestuur geeft het orgaan dat hem heeft aangewezencollege en de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van dat orgaan gevraagde inlichtingen. Schriftelijk gevraagde inlichtingen worden schriftelijk gegeven. 3.4. Alvorens dedie organen gevraagde inlichtingen te verstrekken kan het lid van het algemeen bestuur zich daarover laten adviseren door het dagelijks bestuur. De inlichtingen kunnen schriftelijk of mondeling worden gegeven. 4.5. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad en het college van burgemeester en wethouders voorzijn gemeente over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 5.

Het afleggen van verantwoording vindt plaats overeenkomstig het reglement van orde van het desbetreffende orgaan met dien verstande dat termijnen worden verdubbeld om het lid van het algemeen bestuur de gelegenheid te geven zich door het dagelijks bestuur te laten informeren. Een lid van het algemeen bestuur geeft geen inlichtingen en legt geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen geheimhouding is opgelegd. 6. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voor 115 juli een jaarverslag vast waarin verslag wordt gedaan over het door de veiligheidsregio Brabant-Noord gevoerde bestuur en bereikte resultaten. Het jaarverslag wordt gezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. 7. Het bestuur zet zich in om op regelmatige basis de raden actief te informeren over het te voeren beleid. Artikel 8.2 Informatie- en verantwoordingsplicht (leden) dagelijks bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur verstrekken zowel gezamenlijk als iederof afzonderlijk de door het algemeen bestuur of door een of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen. Schriftelijk gevraagde inlichtingen worden zo mogelijk schriftelijk gegeven. 2. De leden van het dagelijks bestuur verstrekken zowel gezamenlijk als iederof afzonderlijk de, door de organen van de deelnemers of een of meer leden daarvan, gevraagde inlichtingen. 3.

De leden van het dagelijks bestuur leggen zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk verantwoording af aan het algemeen bestuur voor het door hen gevoerde bestuur. Artikel 8.3 Informatie- en verantwoordingsplicht voorzitter Het bepaalde in artikel 8.2 is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem als zodanig gevoerde bestuur. Artikel 8.4 Evaluatie 1. Het bestuur draagt er zorg voor dat er een kostenevaluatie en visitatie wordt verricht. Het bepaalde in artikel 56 WVR is hierbij van toepassing. 2. Het bestuur kan het functioneren van de regeling evalueren en betrekt de raden bij die evaluatie.

HOOFDSTUK 9

FUNCTIES, PERSONEEL EN ORGANISATIE

Artikel 9.1 Regionaal Commandant brandweer/ directeur/ secretaris 1. De veiligheidsregio Brabant-Noord heeft een regionaal commandant brandweer die door het dagelijks bestuur wordt benoemd, geschorst en ontslagen. 2. De regionaal commandant brandweer is belast met de operationele leiding bij buitengewone omstandigheden, rampen, zware ongevallen en grootschalige incidenten of ernstige vrees daarvoor, tenzij het bevoegde gezag een andere voorziening treft.

9

3. De regionaal commandant brandweer vervult tevens de functie van directeur van de ambtelijke organisatie alsmede die van secretaris van het bestuur. Het dagelijks bestuur kan hiervan gemotiveerd afwijken. 4. De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, bij de uitoefening van hun taak terzijde. 5. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur stellen nadere regels voor de taak en de bevoegdheden van de secretaris. 6. De secretaris is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur aanwezig. 7. De stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan worden door de secretaris mede ondertekend tenzij de ondertekening door de voorzitter aan hem is opgedragen. 8. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de secretaris. Artikel 9.2 Directeur publieke gezondheid 1. De GHOR staat onder leiding van de directeur publieke gezondheid, die directeur van de GGD Hart voor Brabant is en door het algemeen bestuur van deze GGD wordt benoemd, geschorst en ontslagen in overeenstemming met het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio. 2. De directeur publieke gezondheid is belast met de operationele leiding over de geneeskundige hulpverlening. Artikel 9.3 Overig personeel Overig personeel in dienst van het openbaar lichaam wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.

Artikel 9.4 Organisatiebesluit 1. Het dagelijks bestuur stelt een organisatiebesluit vast. 2. Het organisatiebesluit bevat in ieder geval bepalingen betreffende a. de onderlinge verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de secretaris/directeur/regionaal commandant, de directeur publieke gezondheidengezondheid en de coördinerend gemeentesecretaris. b. de voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming en de wijze waarop daarbij een of meer adviseurs worden betrokken; c. de samenwerking op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding.

HOOFDSTUK 10

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 10.1 Algemene bepaling Voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet of deze regeling is afgeweken is op dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing Titel IV van de Gemeentewet. Artikel 10.2 Financiële administratie, geldelijk beheer en controle 1. Het Algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Artikel 212 Gemeentewet is hierop van overeenkomstige toepassing. 2. Het Algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Het Algemeen bestuur wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen. Artikel 213 Gemeentewet is hierop van overeenkomstige toepassing. 3. Het Algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor het periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur de Artikel 213a Gemeentewet is hierop van overeenkomstige toepassing. Artikel 10.3 Begroting 1.

In de begroting worden aangegeven de door elke aan deze regeling deelnemende rechtspersoon naar raming verschuldigde bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. De begroting vermeldt tevens de termijnen waarin de bijdrage is verschuldigd en de daarbij behorende vervaldata.

10

2.

3.

In de begroting wordt aangegeven in hoeverre deze bijdragen verdeeld worden naar verhouding van de inwonertallen van de in de regeling deelnemende gemeenten en/of in hoeverre een andere verdeelsleutel wordt toegepast. Voor zover de in lid 2 bedoelde bijdrage berekend wordt naar verhouding van de inwonertallen, wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

Artikel 10.4 Kaders en Begrotingsprocedure 1. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. 1.2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting jaarlijks voor 1 meitenminste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2.3. De ontwerpbegroting wordt door de deelnemende gemeenten voor een iedereenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Dagelijksdagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeenalgemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 4.5.

Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur daarover bericht aan de raden van de deelnemende gemeenten, zo nodig vergezeld van de vastgestelde begroting, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 5.6. Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 6.7. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen in dit artikel van overeenkomstige toepassing tenzij die wijziging geen verhoging geeft voor de bijdrage van de gemeenten. Artikel 10.5 Jaarrekening 1. Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening met daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van bevindingen van de accountant(s) overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 3. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening voor 30 april van het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3.4.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten, aan het regionaal college en aan Gedeputeerde Staten. 4.5. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer. 5.6. In de jaarrekening wordt –overeenkomstig de in de desbetreffende begroting opgenomen verdeelsleutel‒ het door elk van de onderscheidenlijke rechtspersonen over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. Artikel 10.6 Middelen 1. De deelnemers dragen er overeenkomstig de Circulaire aansprakelijkheid voor schulden van openbare lichamen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Circulaire van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 juli 1999, kenmerk FO99/U5911) zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

11

2. Indien aan het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. 3. De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van de Veiligheidsregio een liquiditeitsplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van de Veiligheidsregio over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

HOOFDSTUK 11

ARCHIEFFUNCTIE EN OMBUDSFUNCTIE

Artikel 11.1 Archiefbescheiden 1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast op de zorg voor de archiefbescheiden van het openbaar lichaam alsmede op het beheer daarvan en op het toezicht op het beheer. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archieven. 3. De aan de uitvoering van deze zorg verbonden kosten komen voor rekening van deze regeling. Artikel 11.2 Ombudsfunctie De behandeling van verzoekschriften zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vindt plaats door de ombudscommissie van de gemeente ’s-Hertogenbosch.

HOOFDSTUK 12

TOETREDEN, UITTREDEN, WIJZIGEN, OPHEFFEN

Artikel 12.1 Toetreden Na het aangaan van Toetreding tot deze regeling kan een bestuursorgaan alleen toetredenis slechts mogelijk na instemmingwijziging van de indeling van het algemeen bestuur, dat de gevolgen van toetreding regelt.gemeenten in regio´s, als bedoeld in artikel 8 WVR Artikel 12.2 Uittreden 1. Na het aangaan van Uittreding uit deze regeling kan een bestuursorgaan alleen uittreden is slechts mogelijk na instemmingwijziging van de indeling van het gemeenten in regio´s, als bedoeld artikel 8 WVR. Het algemeen bestuur, datregelt de gevolgen van het toetreden of uittreden en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of uittreding. 2. Bij het uittreden regeltwordt, bij het bepalen van de financiële gevolgen ervan, in ieder geval de volgende bepalingen gehanteerd: a. Indien het uittreden van een bestuursorgaan leidt tot overdracht materiaal, materieel of gebouwen van de regeling vindt de overdracht van duurzame gebruiksgoederen plaats tegen boekwaarde op de uittredingsdatum. Over de overdracht van personeel worden in goed overleg afzonderlijke afspraken gemaakt. b.

Indien het uittreden van een bestuursorgaan leidt tot een daling van opbrengsten worden de negatieve financiële gevolgen ervan aangemerkt als frictie- en desintegratiekosten, deze worden als volgt over een periode van drie jaar door het uittredend bestuursorgaan gecompenseerd: Het eerste jaar na uittreding voor 100%, het tweede jaar 66% en het derde jaar 33% van deze kosten. De frictie- en desintegratiekosten worden als volgt bepaald, de daling van opbrengsten vermindert met de directe kosten op jaarbasis van de overgedragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel. a.c. Voor opgebouwde voorzieningen die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan overdragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel vindt compensatie plaats naar rato van die overdragen onderdelen. Artikel 12.3 Wijzigen 1. Deze regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van tenminste 2/3 van de deelnemende bestuursorganen. 2. Van de in het eerste lid gestelde 2/3 meerderheid is alleen sprake als hierdoor tenminste 2/3 van het aantal inwoners van de regio wordt vertegenwoordigd. Artikel 12.4

Opheffen

12

1. DezeDe gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven bij eensluidende besluiten, indien dit door een wijziging van tenminste 2/3artikel 8 jo. artikel 9 van de deelnemende bestuursorganen.WVR mogelijk wordt. 2. Bij opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt, nadat de organen van de deelnemende gemeenten zijn gehoord, een liquidatieplan op. dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van de Veiligheidsregio over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Daarbij kan hij van deze regeling afwijken. 3. In dit liquidatieplan wordt een regeling getroffen voor de bewaring en het toekomstig beheer van de archieven. 4. De organen van het openbaar lichaam blijven na de opheffing in functie tot dat de liquidatie volledig is voltooid.

HOOFDSTUK 13

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 13.1 1. Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in werking per 1 januari 20212024. 2. Met de inwerkingtreding van deze verordening treedt deze in de plaats van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 20172021. 3. Deze regeling kent een toelichting. 4. Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord”. 5. Het bestuur van de gemeente ’s-Hertogenbosch wordt aangewezen als het gemeentebestuur zoals bedoeld in artikel 26 van de wetWGR.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13110859/1