Bijlage 2) 20230801 ontwerp gemeenschappelijke regeling VRBN 2024
Tekst van het document
Hij wordt rechtstreeks aangesteld en aangestuurd door het algemeen bestuur van de betreffende GGD; een dergelijke positie is nodig om op bestuurlijk niveau afspraken te kunnen maken met zorginstellingen, De directeur publieke gezondheid coördineert de voorbereiding van de spoedeisende medische hulpverlening op de geneeskundige hulpverlening en stemt de maatregelen ter voorbereiding van de geneeskundige hulpverlening af op de maatregelen van de andere bij de rampenbestrijding betrokken disciplines Op basis van de Wet publieke gezondheidszorg is wordt de directeur Publieke Gezondheidszorg (voorheen directeur GGD) aangewezen als directeur GHOR. Dientengevolge dient de directeur GHOR door zowel het bestuur van de Veiligheidsregio als door het bestuur van de GGD te worden aangewezen. HOOFDSTUK 10
FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 10.2 Financiële administratie, geldelijk beheer en controle Het bestuur van de veiligheidsregio is via de Gemeentewet gedwongen een aantal verordeningen omtrent de administratie en de controle op te stellen. Het betreft de volgende verordeningen:
19
• • •
het financiële beleid, financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie (artikel 212 Gemeentewet); de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie (artikel 213 Gemeentewet); de door bestuur uit te voeren periodieke onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde beleid (artikel 213a Gemeentewet).
Artikel 10.3 De begroting In dit artikel wordt aangegeven wat de bijdrage is van de aan de regeling deelnemende rechtspersonen voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Uitgangspunt daarbij is financiële stabiliteit in meerjarenperspectief. Artikel 10.4 Kaders en Begrotingsprocedure Om te komen tot een betere afstemming in de beleidsprocessen wordt er met de deelnemende gemeenten jaarlijks een procedure voor de behandeling van de kadernota, de begroting en de jaarverantwoording vastgesteld. Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. Artikel 10.5 De jaarrekening Ingevolge artikel 34, derde lid WGR dient de jaarrekening door het algemeen bestuur te worden vastgesteld in het jaar volgende op het jaar waarop het betrekking heeft. Ingevolge het derde lid wordt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling en in elk geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop het betrekking heeft aan gedeputeerde staten toegezonden. Artikel 10.6 Middelen Lid 1. is toegevoegd naar aanleiding van de “Circulaire aansprakelijkheid voor schulden van openbare lichamen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen” van de minister van BZK d.d. 8 juli 1999 (hierna: “Circulaire”).
Volgens deze Circulaire zijn de deelnemers van een gemeenschappelijke regeling verplicht een daarbij opgericht openbaar lichaam van middelen te voorzien waardoor het de taken waartoe het is opgericht naar behoren kan vervullen. Daartoe behoren ook de financiële verplichtingen die het openbaar lichaam ter uitvoering van die taken is aangegaan. Daarnaast behoren tot de verplichte uitgaven van een openbaar lichaam de aflossing van schulden en rente en andere opeisbare schulden. De genoemde geldmiddelen betreffen de normale middelen die de regio ieder jaar ter beschikking heeft. In artikel 50 van de WVR is tevens een bijstandsregeling opgenomen voor gemeenten en veiligheidsregio’s die daadwerkelijk te maken krijgen met de bestrijding van een ramp. De minister kan daarvoor een extra bijdrage leveren. HOOFDSTUK 11
ARCHIEFFUNCTIE EN OMBUDSFUNCTIE
Artikel 11.1 Archiefbescheiden Het algemeen bestuur heeft een archiefverordening vastgesteld. Als bewaarplaats van het statisch archief is de gemeente ’s-Hertogenbosch aangewezen. Artikel 11.2 Ombudsfunctie Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht regelt de Klachtbehandeling. Dit hoofdstuk legt het recht vast voor burgers op een onafhankelijke behandeling van bestuursorganen. Deze is ook van toepassing op de bestuursorganen van alle gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regelingen vallen van rechtswege onder de Nationale Ombudsman tenzij in de gemeenschappelijke regeling zelf wordt aangegeven dat externe klachten behandeld worden via een ombudsvoorziening van één van de deelnemende gemeenten. In de regeling is ervoor gekozen voor invulling van de ombudsfunctie aansluiting te zoeken bij de ombudsvoorziening van de gemeente ’s-Hertogenbosch. HOOFDSTUK 12
TOETREDEN, UITTREDEN, WIJZIGEN, OPHEFFEN
Een gemeenschappelijke regeling dient een regeling te bevatten omtrent de toetreding en uittreding (artikel 9 WGR). Op basis van artikel 9 van de WVR moeten de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in artikel 8 van die wet een gemeenschappelijke regeling treffen. Dit betekent dat een gemeente alleen kan toetreden tot of
20
uittreden uit een gemeenschappelijke regeling als de verdeling van de gemeenten in regio’s wordt gewijzigd. In dat geval zijn de gemeenten waarop de wijziging betrekking heeft zelfs verplicht om over te gaan naar een andere regeling. In het geval dat de regeling wijzigt gelden de (financiële) bepalingen onder lid 2 van artikel 12.2. De Algemene reserve en zeker de bestemmingsreserves hebben een vastgesteld niveau voor bepaalde risico’ s en bestemmingen dat niet wijzigt doordat er een deelnemer uittreedt. Hier dient dan ook geen restitutie plaats te vinden. Als daarvoor wel wordt gekozen dienen de overige deelnemers dat weer aan te vullen. Artikel 12.3 Wijzigen Brabant-Noord kent geen gewogen stemverhoudingen tussen de deelnemende rechtspersonen. Iedere gemeente heeft één stem. Om stagnering in de besluitvorming te voorkomen als gevolg van veto’s van enkele deelnemers, geldt voor de huidige regeling reeds het principe dat de regeling alleen dan kan worden gewijzigd indien er sprake is van een 2/3 meerderheid. Ten einde te voorkomen dat de kleine gemeenten door de grote gemeenten worden overvleugeld en vice-versa, dient bij toekomstige wijzigingen door deze meerderheid tevens 2/3 meerderheid van het aantal inwoners van de regio Brabant-Noord te worden vertegenwoordigd.
Voor de vaststelling van het aantal inwoners worden aangehouden de laatstelijk door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Artikel 12.4 Opheffing Op basis van artikel 9 van de WVR moeten de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in artikel 8 van de WVR een gemeenschappelijke regeling treffen. Dit betekent dat een regeling alleen kan worden opgeheven als daarmee een nieuwe regeling in werking treedt die voldoet aan de eis in de WVR. HOOFDSTUK 13
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
De WGR schrijft voor dat de regeling een gemeente moet aanwijzen voor het contact met de provincie. In de regeling is gekozen voor de vestigingsgemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze keuze ligt voor de hand omdat de burgemeester van de gemeente ’s-Hertogenbosch als voorzitter van de Veiligheidsregio al de contactpersoon is voor de Commissaris van de Koning.
21