CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c bestemmingsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas (bijlage 5-8))

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas12.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense plas Bijlagen 5 t/m 8 bij toelichting

's-Hertogenbosch

Bestemmingsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas vastgesteld

oktober 2022

2

Bijlagen bij toelichting

55

56

Bijlage 5 Onderzoek externe veiligheid Rosmalense Plas

65

66

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase)

projectnummer 0461026.100 definitief 22 januari 2021

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase)

projectnummer 0461026.100 definitief 22 januari 2021

Adviesgroep SAVE

Opdrachtgever Gemeente 's-Hertogenbosch Wolvenhoek 1 5211 HH 'S-HERTOGENBOSCH

datum vrijgave 20-01-2021

beschrijving revisie definitief

goedkeuring J.L.M. EskensJ.L.M Eskens

vrijgave J.L.M. Eskens

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1

Leeswijzer

1

2

Beleidskader

2

3

Risicobeschouwing

4

3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3

Transport gevaarlijke stoffen over spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Oss Transport gevaarlijke stoffen over A2-A59 Uitgangspunten Bevolkingsinventarisatie Resultaten

4 4 4 5 8

4

Verantwoording groepsrisico

10

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Algemene beschouwing veiligheidssituatie Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen Bronmaatregelen Mogelijke bouwkundige maatregelen Zelfredzaamheid Bestrijdbaarheid

10 11 11 11 11 12

5

Conclusies

13

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

1

Inleiding De gemeente ’s-Hertogenbosch is voornemens het bestemmingsplan voor de Rosmalense Plas (als onderdeel van Empel 3e fase) te herzien. Met deze herziening wordt het voor een deel van het plangebied (direct langs de Rijksweg A2) mogelijk om solitaire kantoorgebouwen te realiseren. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. In de nabije omgeving van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de A2 en de A59. Daarnaast vindt er vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de spoorweg ’s-Hertogenbosch-Oss die op ruim 1,5 kilometer van het plangebied is gelegen. In het kader van de ruimtelijke procedure, dient het aspect externe veiligheid te worden beoordeeld en dient het groepsrisico te worden verantwoord. Antea Group is gevraagd in relatie tot de voorgenomen de beoordeling ten aanzien van externe veiligheid uit te voeren.

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied Rosmalense Plas met de geprojecteerde kantoorruimte langs de A2 (roze)

1.1

Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt ingegaan op enkele hoofdzaken met betrekking tot externe veiligheidsbeleid. In hoofdstuk drie worden de relevante transportroutes in relatie tot het plangebied beschouwd. In hoofdstuk vier worden de elementen voor de invulling van de verantwoordingsplicht gegeven. Ten slotte worden in hoofdstuk vijf de conclusies beschreven.

Blad 1 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

2

Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 2.1: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport

Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de

Blad 2 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.

Figuur 2.2: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico

Omgevingsveiligheid (Omgevingswet) Omgevingsveiligheid is een begrip dat hoort bij de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking zal treden. Door alle wetten en regelingen binnen het omgevingsrecht samen te voegen ontstaat een verandering onder het motto ‘Eenvoudig beter’. De Omgevingswet introduceert (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) een aantal aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden verschillen per risicobron. Voor transportroutes uit het Basisnet gaan bijvoorbeeld de volgende aandachtsgebieden gelden:  Een brandaandachtsgebied van 30 meter;  Een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Binnen deze aandachtsgebieden kunnen aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn. De afwegingsruimte ligt hierbij primair bij het bevoegd gezag, met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen (zoals gebouwen bestemd voor het verblijf van jonge kinderen). Voor zeer kwetsbare gebouwen binnen het aandachtsgebied gelden de aanvullende bouwkundige maatregelen (of gelijkwaardige maatregelen) altijd.

Blad 3 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

3

Risicobeschouwing In de omgeving van het plangebied vindt over de A2,de A59 en de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Oss transport van gevaarlijke stoffen plaats. In dit hoofdstuk is ten aanzien van deze risicobronnen het aspect externe veiligheid beoordeeld.

3.1

Transport gevaarlijke stoffen over spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Oss Het plangebied bevindt zich op meer dan 200 m (+- 1,75 km) van deze risicobron, ingevolge artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) hoeft de hoogte van het groepsrisico dan ook niet nader beschouwd te worden. Wel dient in te worden gegaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid ten aanzien van de voor deze risicobron relevant ongevalsscenario’s.

3.2

Transport gevaarlijke stoffen over A2-A59 Het plangebied bevindt zich binnen 200 m van deze risicobron. Ingevolge artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient het groepsrisico dan ook berekend en verantwoord te worden. Om het groepsrisiconiveau van deze transportroutes te bepalen zijn risicoberekeningen uitgevoerd. In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten en resultaten van deze risicoberekeningen beschreven.

3.2.1

Uitgangspunten Rekenprogramma De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met het softwarepakket RBM II, versie 2.3.0 build 535. RBM II is het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma voor de evaluatie van de externe veiligheid ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Trajecten Over de A2 en A59 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De trajectdelen die zijn aangewezen in de Regeling basisnet én die zich binnen 200 meter van het plangebied bevinden zijn relevant om te beschouwen in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. De volgende trajectdelen voldoen aan deze criteria: 1. A2: doorgaand vervoer van gevaarlijke stoffen (wegvakken B107 en B60); 2. A2: verbindingsboog naar de A59 richting Heusden; 3. A59: verbindingsboog naar de A2 richting Kerkdriel. De ligging van deze trajecten ten opzichte van het plangebied is weergegeven in figuur 3.1.

Blad 4 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

1

2

3

1

Figuur 3.1: Onderscheiden trajectdelen ten opzichte van globale ligging van het plangebied (zwart)

In de Handleiding Risicoanalyse Transport is aangegeven dat een groepsrisicoberekening van een knooppunt inclusief de verbindingsbogen alleen noodzakelijk is wanneer het groepsrisico van de doorgaande route ter plaatse van het knooppunt relatief hoog is of toeneemt. Derhalve wordt eerst het groepsrisico van het doorgaande vervoer over de A2 (trajectdeel 1) berekend. Transportintensiteit In de Regeling basisnet is de transportintensiteit voor deze wegen aangegeven die dient te worden gehanteerd bij groepsrisicoberekeningen: het aantal transporten GF3 (brandbaar gas) per jaar. Deze transportintensiteit bedraagt voor de A2 ter hoogte van het plangebied 4000 transporten GF3 per jaar. Overige uitgangspunten In tabel 3.1 zijn overige uitgangspunten voor de risicoberekeningen weergegeven. Tabel 3.1: Overige uitgangspunten (conform de Handleiding Risicoberekeningen Transport)

Type wegtraject Breedte Faalfrequentie Verhouding dag/nacht Verhouding werkweek/weekend Weerstation

3.2.2

Snelweg 60 meter 8,300 x 10-8 (1/vtg.km; standaard autosnelweg) 70%/30% (standaard) 100%/0% (standaard) Eindhoven

Bevolkingsinventarisatie Voor de berekening van het groepsrisico zijn twee bevolkingssituaties relevant:  bevolking op basis van de vigerende situatie (huidige situatie);  bevolking op basis van het voorgenomen ruimtelijke besluit en de vigerende omgevingssituatie (toekomstige situatie). De beoogde herziening voorziet in de mogelijkheid kantoren te realiseren langs het deel van het plangebied dat direct aan de A2 ligt. Ten behoeve van de berekening is (worstcase) aangenomen dat de bestemmingsplancapaciteit volledig wordt ingevuld (zie figuur 3.2 en tabel 3.2).

Blad 5 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

P3

P2

P1

Figuur 3.2: Uitsnede verbeelding met verdeling bevolkingsvlakken kantoren Tabel 3.2: Uitgangspunten kantoorruimte plangebied

Nr. P1 P2 P3

Oppervlak 5.223 m2 3.783 m2 19.344 m2

Maximum bebouwingspercentage 25 procent 25 procent 25 procent

Maximum bouwhoogte 20 meter 14 meter 17 meter

Maximum kantooroppervlak1 9.140 m2 4.729 m2 29.016 m2

Populatieservice Voor de berekening van het groepsrisico is het noodzakelijk de bevolking binnen het invloedsgebied van de trajecten inzichtelijk te maken. Voor de inventarisatie en modellering van de personendichtheden in de omgeving van het onderscheiden traject is gebruik gemaakt van de Populatieservice. De Populatieservice is gebaseerd op de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). De populatiegegevens van de Populatieservice zijn opgevraagd (januari 2021) voor het invloedsgebied van de weg plus enige marge (circa 450 meter). Hierbij heeft een controle op de volledigheid van het bevolkingsbestand plaatsgevonden voor het gebied binnen 200 meter van de weg, de correcties zijn in tabel 3.2 opgenomen (nummer 001 tot en met 005). Daarnaast is in tabel 3.2 aangegeven hoe het plangebied in de huidige en toekomstige situatie is gemodelleerd.

1

Om het maximum oppervlak te bepalen is het maximaal te bebouwen oppervlak per deelgebied en het aantal bouwlagen bepaald, waarbij is uitgegaan van een hoogte per bouwlaag van 2,6 meter (worstcase).

Blad 6 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

Tabel 3.2: Toegevoegde bevolkingsvlakken aan het populatiebestand

Aanwezigheid Per ha / Dag Nacht absoluut 40 8 1/ha 40 8 1/ha 25 25 1/ha 40 8 1/ha 40 8 1/ha

Nr. Omschrijving van de bevolking 001 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 002 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 003 Volkstuinen/Sport 004 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 005 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) Plangebied: huidige situatie P1 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 40 8 1/ha P2 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 40 8 1/ha P3 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 40 8 1/ha P4 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 40 8 1/ha Plangebied: toekomstige situatie P1 Kantoor (9.140 m2; 1 p./30 m2) 305 0 absoluut P2 Kantoor (4.729 m2; 1 p./30 m2) 158 0 absoluut P3 Kantoor (29.016 m2; 1 p./30 m2) 967 0 absoluut P4 Bedrijven (gemiddelde dichtheid) 40 8 1/ha HVG = Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007) PGS = Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 1: deel 6 (Aanwezigheidsgegevens) BP = Bestemmingsplan; vigerende planologische situatie

Fractie buiten Dag 0.05 0.05 1.00 0.05 0.05

Nacht 0.01 0.01 1.00 0.01 0.01

Bron HVG HVG PGS HVG HVG

0.05 0.05 0.05 0.05

0.01 0.01 0.01 0.01

BP BP BP BP

0.05 0.05 0.05 0.05

0.01 0.01 0.01 0.01

HVG HVG HVG HVG

Een overzicht van het gehele bevolkingsmodel binnen het invloedsgebied van de weg is weergegeven in figuur 3.3. Een detail van het plangebied in de verschillende varianten is weergegeven in figuur 3.4 (de ligging van de bevolkingsvlakken is in de toekomstige situatie gelijk aan de huidige situatie).

Figuur 3.3: Overzichtsweergave van het gehanteerde bevolkingsmodel

Blad 7 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

Figuur 3.4: Detailweergave van het gehanteerde bevolkingsmodel

3.3

Resultaten Plaatsgebonden risico Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg is vastgelegd in de Regeling basisnet. Hierin is aangegeven dat voor de A2 ter hoogte van het plangebied een maximale PR 10-6-contour geldt van 0 meter. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Plasbrandaandachtsgebied Voor de A2 geldt conform de Regeling basisnet geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) ter hoogte van het plangebied. Hiermee gelden geen aanvullende bouwvoorschriften vanuit het Bouwbesluit ten aanzien van het PAG niet voor nieuwbouw binnen het plangebied. Groepsrisico Aan de hand van de uitgangspunten en de bevolkingsinventarisatie is het groepsrisico voor de verschillende trajecten berekend voor de huidige situatie en de toekomstige situatie. RBM II geeft als een berekeningsresultaat van het groepsrisico de normwaarde weer. In RBM II wordt de normwaarde gedefinieerd als de maximale waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De maximale waarde wordt berekend op basis van het punt in de groepsrisicocurve welke het dichtst bij de oriëntatiewaarde ligt in het geval dat deze onder de oriëntatiewaarde ligt. Wanneer er wel een groepsrisicocurve boven de oriëntatiewaarde ligt is dit het punt dat het verst over de oriëntatiewaarde ligt.

Een normwaarde groter dan 0,01 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. De hoogte van het groepsrisico voor de Rijksweg A2 is weergegeven in figuur 3.5 en tabel 3.3.

Blad 8 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

Figuur 3.5: Groepsrisico van de A2 Legenda: — = Huidig groepsrisico — = Toekomstig groepsrisico Tabel 3.3: Groepsrisico van de A2

Traject 1. Rijksweg A2

Normwaarde groepsrisico: huidige situatie 0,00110

Normwaarde groepsrisico: toekomstige situatie 0,00322

Uit figuur 3.5 en tabel 3.3 blijkt dat het groepsrisico van het onderzochte trajectdeel onder de orientatiewaarde is gelegen. Het groepsrisico van de A2 neemt in de toekomstige situatie toe ten opzichte van de huidige situatie, maar blijft onder de oriëntatiewaarde. Een nadere beschouwing ten aanzien van de overige trajectdelen (paragraaf 3.1) is derhalve niet nodig. Daar komt bij dat het groepsrisico voor de doorgaande route maatgevend (hoger) zal zijn. Voor het groepsrisico van het knooppunt geldt namelijk weliswaar dat het hart van de verbindingsboog van de A2 naar de A59 iets dichterbij het plangebied ligt dan het hart van de doorgaande route, maar de overige trajectdelen van het knooppunt liggen op significant grotere afstand wat resulteert in een lager groepsrisico. Ook daarom kan volstaan worden met uitsluitend een beschouwing van het groepsrisico van de doorgaande route. Verantwoording van het groepsrisico is conform artikel 7 en 8 van het Bevt verplicht in het kader van de ruimtelijke procedure. Het groepsrisico bedraagt meer dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt met meer dan 10 % toe. Er is dan ook sprake van een uitgebreide verantwoordingsplicht ingevolge artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes. In hoofdstuk 4 worden elementen aangedragen die de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch kan gebruiken ter verantwoording van het groepsrisico.

De kilometer met het hoogste groepsrisico is weergegeven in figuur 3.6. De ligging van deze kilometer verschuift in de toekomstige situatie naar het noordwesten ten opzichte van de huidige situatie.

Blad 9 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

Figuur 3.6: Ligging van de kilometer met het hoogste groepsrisico in de huidige (links) en toekomstige situatie (rechts)

Blad 10 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

4

Verantwoording groepsrisico Een verantwoording van het groepsrisico is, zoals geconcludeerd in hoofdstuk drie, verplicht ten aanzien van de rijksweg A2-A59. Daarnaast is een beperkte verantwoording van het groepsrisico verplicht ten aanzien van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Oss. Ter verantwoording van het groepsrisico dienen, naast de hoogte van het groepsrisico, enkele kwalitatieve elementen beschouwd te worden. Deze elementen zijn afgeleid uit het Bevt en zijn tevens beschreven in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007) en in algemene zin beschreven in hoofdstuk twee. In dit hoofdstuk worden elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoordingsplicht door het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk zijn alle elementen beschouwd. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd:  Algemene beschouwing veiligheidssituatie;  Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen;  Bronmaatregelen;  Bouwkundige maatregelen en bouwvorm;  Zelfredzaamheid;  Bestrijdbaarheid.

4.1

Algemene beschouwing veiligheidssituatie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Oss. De afstand tussen het plangebied en deze transportroute gevaarlijke stoffen (+- 1700 meter) maakt dat alleen het toxisch scenario relevant is ten aanzien van deze risicobron. Daarnaast bevindt het plangebied zich binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A2-A59. De afstand tussen het plangebied en ze transportroute voor gevaarlijke stoffen (+- 60 meter) maakt dat ten aanzien van deze bron het BLEVE scenario en het toxisch scenario relevant zijn. In deze paragraaf wordt het scenario verduidelijkt. BLEVE scenario Een koude BLEVE wordt veroorzaakt door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketel open. Hierbij komt een vloeibaar gemaakt brandbaar gas vrij en dit ontsteekt direct. Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketel doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Vloeibaar gemaakt brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Vanuit de Safety Deal, hittewerende bekleding geldt in Nederland dat voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg enkel rekening gehouden wordt met een instantaan effect, dus een koude BLEVE.

Bij een BLEVE geldt dat er een vuurbal en een drukgolf ontstaat, met hittestraling, overdruk, scherfwerking en secundaire branden tot gevolg. Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de ketelwagen lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang,

Blad 11 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Hoogte groepsrisico De hoogte van het groepsrisico van de spoorlijn is niet nader beschouwd (conform het Besluit externe veiligheid transportroutes), omdat de afstand tussen deze risicobron en het plangebied meer dan 200 meter bedraagt.

4.2

Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen De grootste veiligheidswinst kan geboekt worden door het plan buiten het invloedsgebied van de transportroutes te realiseren. Er is echter in de nabije omgeving planologisch gezien geen ruimte om het bedrijventerrein elders te ontwikkelen. Het treffen van effectieve maatregelen tussen de risicobron en het plangebied is vanwege het BLEVE scenario niet realistische. Het epicentrum van een BLEVE bevindt zich namelijk op tientallen meters boven maaiveld, waardoor de drukgolf en hittestraling van bovenuit op het plangebied neerstralen. Het treffen van ruimtelijke maatregelen is dan ook geen haalbare optie.

4.3

Bronmaatregelen Bronmaatregelen zijn niet te treffen in het kader van onderhavige ruimtelijke procedure. De onderhavige procedure betreft namelijk het mogelijk maken van solitaire kantoren, waar voorheen een bedrijfsbestemming aanwezig was. Het toestaan van het transport van gevaarlijke stoffen is geen bevoegdheid van de gemeente en zij kunnen hier dan ook geen invloed op uitoefenen.

4.4

Mogelijke bouwkundige maatregelen Om de kans op slachtoffers te verkleinen zouden er maatregelen aan de bebouwing kunnen worden getroffen. Ten aanzien van een BLEVE zou er bijvoorbeeld glas kunnen worden toegepast dat geen scherfwerking tot gevolg heeft wanneer het breekt. In geval van een calamiteit met toxische stoffen is het van belang dat (ruimtes in) de geprojecteerde bebouwing bescherming biedt, nieuwbouw wordt in ieder geval beschouwd als geschikte schuillocatie. Van belang daarbij is dat de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Mechanische ventilatie is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn. Bovenstaande maatregelen zijn echter niet te borgen via de ruimtelijke procedure. Na de invoering van de Omgevingswet, bestaat echter wel de mogelijkheid om deze maatregelen via de ruimtelijke procedure af te dwingen. De gemeente ’s-Hertogenbosch kan dit bewerkstelligen door ter hoogte van het plangebied een voorschriftengebied aan te wijzen.

4.5

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Voor het toxisch scenario is dat in principe schuilen.

Blad 12 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

Gerichte risicocommunicatie met bewoners en andere aanwezigen in de omgeving (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van een gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling kan worden gegeven. Op de website van de Veiligheidsregio Noord-Brabant instructies wat iemand kan doen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen. Alarmering Het is belangrijk dat in geval van een (dreigende) calamiteit (BLEVE) personen uit het invloedsgebied van de A2-A59. In het geval van een toxisch incident is binnen schuilen het beste scenario. Personen dienen hiervoor gewaarschuwd te worden. Door aanwezigen periodiek alert te maken op de risico's, gevolgen en effecten van een incident kan de slagvaardigheid in geval een van een (dreigend) incident verbeterd worden. Gerichte risicocommunicatie met aanwezigen direct na een incident via NL-Alert kan ertoe bijdragen dat alarmering en ontruiming sneller verlopen. Het verbeteren van de alarmering is echter niet te borgen in deze ruimtelijke procedure. Vluchtwegen De beoogde wegenstructuur is rondom plangebied dusdanig georganiseerd dat men van de risicobron af kan vluchten. De externe ontvluchtingmogelijkheden worden daarmee voldoende geacht.

Het wordt verder aanbevolen om te voorzien in nooduitgangen die op het noorden zijn georiënteerd, zodat de gebouwen de vluchtroutes afschermen. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. De zelfredzaamheid kan sterk verbeterd worden door mechanisch afschakelbare ventilatie toe te passen. Hierdoor wordt de concentratie toxische stoffen binnen beperkt en de overlevingskans van gebruikers van de panden vergroot.

4.6

Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario’s vragen allen een ander aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). BLEVE scenario Het ontstaan van een koude BLEVE gebeurt plotseling en is dan ook niet te bestrijden. Wel kunnen hulpdiensten zich richten op de verzorging van slachtoffers en het blussen van secundaire branden. Toxisch scenario Bij een ongeval met toxische vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. De veiligheidsregio heeft protocollen voor het bestrijden van deze incidenten.

Blad 13 van 14

Externe veiligheid: kwantitatieve risicoanalyse Bestemmingsplan Werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase) projectnummer 0461026.100 22 januari 2021 Gemeente 's-Hertogenbosch

5

Conclusies De gemeente ’s-Hertogenbosch is voornemens om het bestemmingsplan voor de Rosmalense Plas (als onderdeel van Empel 3e fase) te herzien. Met deze herziening wordt het voor een deel van het plangebied (direct langs de Rijksweg A2) mogelijk om solitaire kantoorgebouwen te realiseren. In de omgeving van het plangebied vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats over de A2 en de A59. In het kader van de ruimtelijke procedure is in deze rapportage het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze transportroutes beschouwd. Uit de analyse blijkt dat alleen een groepsrisicoberekening relevant is ten aanzien van het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen over de A2. Plaatsgebonden risico De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour van de A2 bedraagt ter hoogte van het plangebied respectievelijk 0 meter. Er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Plasbrandaandachtsgebied Voor de A2 geldt conform de Regeling basisnet geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) ter hoogte van het plangebied. Hiermee gelden geen aanvullende bouwvoorschriften vanuit het Bouwbesluit ten aanzien van het PAG voor nieuwbouw binnen het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico van de A2 bevindt zich zowel in de huidige als de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde.

Het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie toe ten opzichte van de huidige situatie tot circa 0,3 keer de oriëntatiewaarde. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A2 -A59 en de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Oss is verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid transportroutes verplicht in het kader van de ruimtelijke procedure. In hoofdstuk 4 zijn elementen aangedragen ter verantwoording van het groepsrisico.

Blad 14 van 14

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T. 0570 - 66 39 93 E. Jeroen.Eskens@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Bijlage 6 Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico, plangebied Rosmalenseplas, (als onderdeel van Empel 3e fase) te herzien.

67

68

Inventarisatie van risicobronnen en verantwoording groepsrisico, plangebied Rosmalenseplas, (als onderdeel van Empel 3e fase) te herzien. Inleiding De gemeente ’s-Hertogenbosch is voornemens het bestemmingsplan voor de Rosmalense plas )als onderdeel van Empel 3e fase) te herzien. Met deze herziening wordt een deel van het plangebied (direct aan de Rijksweg A2) mogelijk om solitaire kantoorgebouwen te realiseren. Wettelijk kader Algemeen Externe veiligheid beschrijft de risico’s die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen, Dit heeft betrekking op inrichtingen(bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico’s overwogen moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico’s en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. Toetsingskader De volgende besluiten zijn van belang bij ruimtelijke procedures: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) 2. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 3.

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Binnen het toetsingskader van deze drie typen risicobronnen staan altijd drie kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. Daarnaast heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch een uitvoeringskader Externe veiligheid vastgesteld. Hierin zijn drie hoofdambities benoemd:  Bedrijven met opslag van gevaarlijke stoffen op de juiste plaats. 's-Hertogenbosch wil dat de vestiging van nieuwe inrichtingen waar gevaarlijke stoffen opgeslagen of verwerkt worden mogelijk blijft, maar bestaande inrichtingen die geen belemmering vormen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of hoge risico's opleveren in de bestaande situatie kunnen blijven bestaan op de huidige plaats. Nieuwe inrichtingen moeten gesitueerd worden op een geschikte locatie met name op De Rietvelden of De Brand.  Verantwoord ontwikkelen nabij risicobronnen door de aanpak van externe veiligheid te stroomlijnen en uniformeren.  Optimalisatie van de beheersbaarheid creëert meer ruimte Inventarisatie van risicobronnen Hieronder volgt de inventarisatie van risicobronnen die in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Daarbij is beoordeeld of de risicobronnen relevant zijn voor de verantwoordingsplicht. Bij de beoordeling is gebruik gemaakt van de Signaleringskaart.

Daarnaast is toegelicht wat de voorwaarden zijn die gelden vanuit de beleidsvisie externe veiligheid (uitvoeringkader Externe Veiligheid) Inrichtingen

Het bestemmingsplan maakt het planologisch niet mogelijk om risicovolle inrichtingen op te richten binnen het plangebied. In en rond het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen, waarvan Het invloedsgebied reikt tot het plangebied (meest risicovolle inrichting bevindt zich op ongeveer 770m (LPG tankstation(met een invloedsgebied van 150m)). Hogedruk aardgasleidingen

In het Besluit externe veiligheid buisleidingen worden de veiligheidsaspecten geregeld van hogedruk buisleidingen. Er ligt geen invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding over het plangebied.

Transport gevaarlijke stoffen

Transportas

Bepalende stof invloedsgebied Stof(code)

Spoor Vught-’sHertogenbosch (Dieze brug) Spoor ’sHertogenbosch (Dieze brug)Meteren

D4

Spoor ’sHertogenbosch (Dieze brug)Oss Rijksweg A2 Rijksweg A59

D4

(overige hoofdspoorweg)

LT2 LT2

Invloedsgebied

Afstand tot plangebied

>4.000m

3.3 km

Uitsluitend incidenteel vervoer gevaarlijke stoffen Zeer toxische vloeistof

0m

3.3 km

>4.000m

1.7 km

Toxische vloeistof Toxische vloeistof

880m 880m

Ongeveer 50m Ongeveer 90 m

Naam (typering van de stof) Zeer toxische vloeistof

Zoals uit de bovenstaande tabel blijkt, ligt het invloedsgebied van zowel het spoortraject ’sHertogenbosch-Oss en Vught-’s-Hertogenbosch, en A2/A59 over het plangebied. Plaatsgebonden risico Zowel het spoortraject als de A2/A59 hebben geen PR 10-6 contour. Er is dan ook geen sprake van een PR 10-6 contour bij transportroutes dat belemmeringen oplevert. Plasbrandaandachtsgebieden Vanaf het moment dat het Bevt in werking is getreden moet voor bepaalde (spoor)wegen rekening worden gehouden met de zogenaamde plasbrandaandachtsgebieden. Het gaat hier om (spoor)wegen waarover veel transport van brandbare vloeistoffen plaatsvindt (zoals benzine). Voor ’sHertogenbosch geldt dat er geen transportas binnen haar gemeentegrenzen aanwezig is met een plasbrandaandachtsgebied. Er gelden dan ook geen aanvullende bouwvoorschriften voor nieuwe (beperkt)kwetsbare objecten binnen het plasbrandaandachtsgebied. Groepsrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoortrajecten Vught-’s-Hertogenbosch/’sHertogenbosch-Meteren/’s-Hertogenbosch-Oss en de Rijkswegen A2 en A59. Vanwege de ligging binnen 200m van de A2 is het groepsrisico berekent1.

Gezien de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de spoortrajecten Vught-’s-Hertogenbosch/’s-Hertogenbosch-Meteren/’sHertogenbosch-Oss en de Rijkswegen A2 en A59 is de groepsrisicoverantwoording conform het Besluit externe veiligheid transportroutes (artikel 7 en 8) verplicht. Uitvoeringskader Externe veiligheid (Beleidsvisie) In het Uitvoeringskader Externe veiligheid zijn drie hoofdambities te onderscheiden:  Bedrijven met opslag van gevaarlijke stoffen op de juiste plaats. 's-Hertogenbosch wil dat de vestiging van nieuwe inrichtingen waar gevaarlijke stoffen opgeslagen of verwerkt worden mogelijk blijft, maar bestaande inrichtingen die geen belemmering vormen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of hoge risico's opleveren in de bestaande situatie kunnen blijven bestaan op de huidige plaats. Nieuwe inrichtingen moeten gesitueerd worden op een geschikte locatie met name op De Rietvelden of De Brand.  Verantwoord ontwikkelen nabij risicobronnen door de aanpak van externe veiligheid te stroomlijnen en uniformeren.  Optimalisatie van de beheersbaarheid creëert meer ruimte Het verkleuren van bedrijventerrein naar een kantoorlocatie betekent een wijziging van beperkt kwetsbare objecten naar kwetsbare objecten.

Hierbij moet overeenkomstig het uitvoeringskader een 1 Kwantitatieve risicoanalyse, Bestemmingsplan werklandschap Rosmalense Plas (Empel 3e fase), Anteagroup, projectnummer

0461025.100 definitief, 22 januari 2021

afstand van 30m in acht worden genomen tot aan de rand van de weg, hier dient volgens het uitvoeringskader geen kwetsbare objecten te worden toegestaan. Binnen 30m van de rand van de weg zijn geen kwetsbare objecten toegestaan bij de Rosmalens plas. Daarnaast zijn maatregelen genomen ter verbetering van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Dit is verwoord in de paragraaf verantwoordingsparagraaf Verantwoording groepsrisico, bestemmingsplanwijziging Rosmalense plas. Verantwoording groepsrisico, bestemmingsplanwijziging Rosmalense plas Toepasselijke scenario’s voor het plangebied

Explosie Een koude BLEVE wordt veroorzaakt door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketel open. Hierbij komt een vloeibaar gemaakt brandbaar gas vrij en dit ontsteekt direct. Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketel doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Vloeibaar gemaakt brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Bij een BLEVE geldt dat er een vuurbal en een drukgolf ontstaat, met hittestraling, overdruk, scherfwerking ontstaat en secundaire branden tot gevolg. Gifwolk Er komt een wolk met giftige stoffen vrij die zich verspreidt in de omgeving. Deze kan ontstaan als gevolg van het lek raken van een container/tankwagen met gevaarlijke stoffen (door uitdamping vindt verspreiding plaats in de omgeving). Aanwezigen in het projectgebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen en kwetsbare groepen (o.a. longpatiënten) kunnen in de ‘worstcase scenario’ overlijden. Overige gevolgen zijn last van de luchtwegen en branderige ogen. Bronbestrijding is bij een toxische stof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan de bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De Brandweer kan dan proberen om het gat te dichte.

Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank. Zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis va n de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. 1.

De dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroutes op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn.

Voor de dichtheid van personen treedt een wijziging op van bedrijven met een relatief lage bezetting naar kantoren waar de bezettingsgraad hoger is. Bij bedrijven wordt er uitgegaan van ongeveer 40 personen per hectare, terwijl in een kantoorpand wordt uitgegaan van 1 persoon per 30 m² BVO. In de berekening is uitgegaan van een worst case scenario waarbij maximale invulling is gegeven aan de bebouwingsmogelijkheden. 2.

De als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft.

-

Voor de berekening van het risiconiveau van de A2/A59 is uitgegaan van De bevolking in de huidige plansituatie De bevolking met de maximaal ingevulde voorgenomen ontwikkeling Het groepsrisico van het spoor is niet berekend aangezien de afstand tot het spoor te groot is, en de ontwikkeling daardoor geen toename van het groepsrisico teweeg brengt.

3.

Het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde.

Het groepsrisico neemt toe van 0,1 keer de oriëntatiewaarde naar 0,3 keer de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico ligt daarmee zowel in de huidige als toekomstige situatie onder oriëntatiewaarde. 4.

De maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte. Bouwkundige maatregelen ter bescherming tegen een explosie Bij het opstellen van deze verantwoording wordt geanticipeerd op de omgevingswet. Tevens heeft de veiligheidsregio geadviseerd om te anticiperen op deze nieuwe regelgeving en geadviseerd om ter beperking van het aantal slachtoffers bij een BLEVE scherfvrij glas voor te schrijven. Dit zal worden opgenomen in de overeenkomst bij de verkoop van de grond. Bouwkundige maatregelen ter bescherming tegen een toxische wolk Door de mechanische ventilatie afschakelbaar te maken kan worden voorkomen dat bij een incident op de rijksweg giftige stoffen versneld het gebouw worden ingezogen. Het bedienen van deze schakeling dient onderdeel uit te maken van de instructies van de bedrijfshulpverlening. Bij het bespreken van deze voorziening is aangegeven dat deze maategel wordt meegenomen bij de verkoop van de grond. Vluchtroutes De standaard brandpreventie-eisen vereisen maximale interne vluchtroutes.

Er wordt verwacht dat aan de zijde van de wisent er hoofdingangen komen, waardoor er een vluchtroute vanuit het gebouw afzijdig van de rijksweg voorhanden is. Helaas zal door de inrichting van het bedrijventerrein de vluchtroute niet optimaal zijn, doordat de wegenstructuur niet haaks geprojecteerd is op de weg. De noord-zuid gerichte wegstructuur is vanwege de huidige inrichting van het bedrijventerrein niet langer haalbaar. Opstelplaats Om een incident op de Rijksweg te kunnen bestrijden wordt geadviseerd een opstelplaats te creëren in de nabijheid van de Rijksweg. Er wordt bekeken of er een opstelplaats kan worden gecreëerd aan de zuidelijke zijde van het plangebied of direct aan de snelweg. Hierover vindt ten tijden van het opstellen van de verantwoording nog overleg plaats. Er wordt gezorgd voor een opstelplaats nabij de A2. Het water direct naast de Rijksweg kan dienen als bluswater. Communicatie Kennis van incidenten die kunnen plaatsvinden en het opnemen van handelingsperspectieven in het bedrijfsnoodplan kunnen de zelfredzaamheid van aanwezigen in het pand verbeteren. De veiligheidsregio neemt dan ook het initiatief om te zorgen voor informatie over deze incidenten waarmee deze kunnen worden opgenomen in het bedrijfsnoodplan. De bovengenoemde maatregelen zijn voorgesteld door de veiligheidsregio die hierover per brief (zie bijlage) heeft geadviseerd d.d.

18 januari 2021. Deze adviezen zijn overgenomen. In de adviesbrief is ook gevraagd om de kantoren buiten de 100% letaliteitscontour (ongeveer 100m van de weg) van een explosie te projecteren. Dit advies wordt niet overgenomen. Immers is deze wijziging van het bestemmingsplan juist ingegeven voor het toelaten van kantoren op deze locatie en is juist de zichtlocatie vanaf de weg een meerwaarde voor de kantoren.

De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater Vanwege de ligging nabij de weg is de veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld om te adviseren over het bestemmingsplan. Belangrijk is dat de hulpdiensten ook de locatiespecifieke veiligheidsmaatregelen in hun (aanvals)plannen betrekken. Bereikbaarheid De bereikbaarheid van een incident op de Rijksweg is over het algemeen goed . Om het gebied de Rosmalense plas te ontvluchten is geen optimaal wegennet voorhanden. Wel is semi-optimaal het gebied te verlaten richting het noorden. Aangezien delen van het gebied al uitgegeven zijn, is het niet meer mogelijk om ontvluchtingsroutes te maken die haaks staan op de weg. Bluswatervoorziening Overeenkomstig het bouwbesluit wordt voorzien in bluswater. Aanvullend is het water dat direct ligt aan de Rijksweg. Hier wordt een opstelplaats gemaakt voor de brandweer.

Voor zover het plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet Er is hier sprake van een wijziging van beperkt kwetsbare objecten (bedrijven) naar kwetsbare objecten (kantoren groter dan 1500m² bvo). Deze personen worden als overwegend zelfredzaam beschouwt. Bij het waarschuwen via NL-alert dienen de aanwezigen in het gebied een duidelijke instructie te krijgen of er geschuild danwel gevlucht dient te worden. Scherf vrij glas Bij een explosie kunnen verwondingen optreden als gevolg van rondvliegend glas, om dit te voorkomen wordt in de overeenkomst bij de grondverkoop de randvoorwaarde opgenomen om scherfvrij glas toe te passen. Ventilatie Door de ventilatie afschakelbaar te maken kan bij een toxische wolk een safe haven worden gecreëerd inpandig. Dit centraal af kunnen schakelen van de ventilatie wordt als randvoorwaarde meegegeven bij de verkoop van de grond. Ontvluchting gebouwen De kantoren worden ontsloten aan de Wisent, wat tevens een goede wijze is om het gebied te verlaten bij een incident.

Het projectgebied ligt binnen het invloedsgebied van het spoor en de A2. Personen in het projectgebied worden aan een externe veiligheidsrisico blootgesteld, ook na maatregelen. Vanwege de ligging van de ontwikkeling binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is invulling gegeven aan de verantwoordingsplicht. Het bevoegd gezag accepteert het restrisico.

Bijlage 7 Advies Veiligheidsregio Rosmalense Plas

69

70

Advies: Wijziging bestemmingsplan/ Werklandschap Rosmalense Plas

> Gegevens risicobeheersing Behandeld door:

Paul de Kort

Telefoon:

06-51138317

E-mail:

p.dekort@brwbn.nl

Datum brief:

18 januari 2021

> Gegevens aanvrager Aanvrager

Gemeente 's-Hertogenbosch

Contactpersoon:

C Vleer

Telefoon en e-mail:

073-6155702 / c.vleer@s-Hertogenbosch.nl

> Gegevens aanvraag Locatie

Rosmalense Plas, , 's-Hertogenbosch

Zaaknummer aanvrager:

Wijziging bestemmingsplan

Zaaknummer brandweer:

2020-001504

> Beschouwing plangebied en adviezen Uw gemeente is voornemens om meer ontwikkelingen op reeds bestemde bedrijventerreinen mogelijk te maken. Een van deze terreinen betreft het bedrijventerrein Empel 3e fase. Op dit ogenblik is het lokaliseren van zelfstandige kantoren hier niet toegestaan. De gemeente wil dit in de toekomst hiervoor wel mogelijkheden bieden. U heeft de Veiligheidsregio gevraagd om u hierover te adviseren en in het advies rekening te houden met de Omgevingswet welke na verwachting medio 2022 van kracht zal worden. Een belangrijke verandering voor externe veiligheid is het werken met aandachtsgebieden. Hierbij onderscheidt men brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden. Bij ontwikkeling binnen deze aandachtsgebieden dient de gemeente rekening houden met het groepsrisico. Een 2e belangrijke verandering betreft het introduceren van een nieuw beschermingsniveau naast de bestaande beschermingsniveaus beperkt kwetsbaar en kwetsbaar het beschermingsniveau zeer kwetsbaar. Het plangebied de Rosmalense Plas ligt grotendeels binnen het explosie- en gifwolkaandachtsgebied. Hieruit volgt dat de incidentscenario's BLEVE en toxische wolk relevant zijn in het kader van ontwikkelingen in dit gebied. Ongeveer 50% van het plangebied ligt binnen het explosieaandachtsgebied, binnen dit specifieke gebied ligt ca 15% binnen de 100% letaliteitcontour.

Het gifwolkaandachtsgebied reikt over het hele plangebied. De vereiste of gewenste mate van bescherming bij ontwikkelingen is afhankelijk van de kwetsbaarheid van objecten of locaties. Kantoorpanden vallen in de categorie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar1

Pagina 1 van 6

Kantoren met een bruto oppervlakte van max. 1500m2 vallen in de categorie beperkt kwetsbaar, andere kantoren vallen in de categorie kwetsbaar. Vertaald naar aantal mensen ligt de grens op meer of minder dan 50 personen aanwezig. Het aantal aanwezige personen beïnvloed o.a. het slachtofferbeeld en bijv. mogelijkheden om te vluchten. Op dit ogenblik vormt bestemmingsplan bedrijventerrein Empel 3e fase het planologisch/juridisch kader voor het plangebied. In het plan is een stedenbouwkundige structuur opgenomen. Voor gebouwen in de A2 zone worden voorschriften gegeven t.a.v. de positionering t.o.v. de A2/A59 en het maximaal te bebouwen oppervlak. Dit leidt waarschijnlijk tot hogere gebouwen. Als gevolg van de gewenste kwaliteitseisen zowel binnen-als buitenhuis ligt het in de lijn van de verwachting dat kantoren met veel glaspartijen hier gesitueerd gaan worden. Tenslotte wordt opgemerkt dat parkeren in of onder gebouwen of in een landschappelijk "verborgen" situatie dient te worden opgelost. In de lijn van voorgaande beschouwing willen wij graag een aantal uitgangspunten mee gegeven bij het concreet invullen van het plan. • Voor het scenario toxisch, hitte en rook die bij een externe calamiteit vrij komen geldt schuilen als beste maatregel om het risico op slachtoffers te minimaliseren.

Hiervoor dient de ventilatie van gebouwen op een eenvoudige manier afgesloten te kunnen worden. De luchtaanvoer bevindt zich bij voorkeur op een hoge locatie aan de lijzijde van gebouwen. Voorkomen moet worden dat aanwezigen trachten geparkeerde auto's te bereiken omdat de meeste gevaarlijke stoffen zwaarder zijn dan lucht en deze als 1e de laag gelegen gebieden bereiken. Omdat een gifwolk en rook het hele plangebied kunnen bestrijken geldt deze maatregel voor alle ontwikkelingen in het plangebied. • Voor het scenario BLEVE geldt dat de omvang en aard van letsels sterk afhankelijk zijn van de afstand tussen de bron van de explosie en de locatie waar personen zich bevinden.(zie tabel bijlage) Letsels ontstaan als gevolg van de zeer hoge hittestraling, de drukeffecten en rondvliegende scherfdelen en ander losse materialen in de omgeving. De meest effectieve maatregel om slachtoffers te voorkomen is het creëren van afstand tussen gebouwen en de A2/A59. Wij adviseren om binnen de 100% letaliteitcontour geen kantoren toe te staan. Deze ruimte kan evt. gebruikt worden t.b.v. een half verdiepte /half open parkeerstalling. Wordt deze aan de zijde van de A2 afgedekt en wordt hierover een groenstructuur gelegd gaan beeldkwaliteit en veiligheid hand in hand en kan deze stalling evt. ook als schuilplaats bij een dreigende BLEVE gebruikt worden.

(zie schets) • De aanwezigheid van veel glas in gevels waar een drukgolf ongehinderd op terecht kan komen leidt tot een veel grotere kans op letaal en ernstig letsel als gevolg van de hoge hittestraling en rondvliegend glas. In het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt het gebruik van scherfvrij glas voorgeschreven indien het gebied door de gemeente als explosieaandachtsgebied is aangewezen2. Wij adviseren nadrukkelijk om het gebied als zodanig aan te wijzen. Wil het bevoegd gezag dit niet, adviseren wij om tenminste de beschreven gevels van scherfvrije beglazing ter voorzien. Beperking van glasoppervlaktes en het toepassen van gevelbekledingen voor de raampartijen waardoor drukeffecten afgeleid (zie voorbeeld) worden kunnen bijdragen aan de veiligheid in het gebouw. Een second best oplossing is er voor te zorgen dat de vluchtwegen niet achter glazen gevels liggen en zodanig geconstrueerd zijn dat rondvliegend glas en voorwerpen de vluchtwegen niet kunnen bereiken. De vluchtweg vormt in deze een safe haven. Gedacht kan worden aan een ondergrondse verbinding met de beschreven parkeerstalling.

• Om veilig en snel vluchten mogelijk te maken dient binnen het explosieaandachtsgebied ieder gebouw en de omgeving waarin het gebouw zich bevindt zo ontworpen te zijn dat iedereen die niet in een safe-haven kan schuilen binnen een tijdsbestek van maimaal.15 minuten na alarmering een afstand van minimaal 200 meter van de A2/A59 kan bereiken. Wij adviseren om meer noord-zuid georiënteerde ontsluitingen in het plan op te nemen. Dit kunnen ook voet- of fietspaden zijn. Hiermee wordt de interne bereikbaarheid voor de hulpverlenende diensten verbetert. Laat initiatiefnemers aantonen dat aan deze prestatie-eis kan worden voldaan.

Pagina 2 van 6

• Zeker voor de gebouwen binnen 200 meter van de A2/A59 geldt dat bij dreiging van een BLEVE geldt dat een ontruiming snel georganiseerd wordt. De ervaring leert dat alleen op ontruimingssignaleringen slecht reageert wordt. Door gebouwen te voorzien van installaties waarin voorgeprogrammeerde gesproken instructies (ook t.a.v. externe veiligheidsscenario's) zijn opgenomen wordt de kans op het negeren van ontruimingsopdrachten sterk gereduceerd. Stimuleer initiatiefnemers om dit soort middelen in te zetten om de zelfredzaamheid zo goed mogelijk te faciliteren. • De bluswatervoorziening langs snelwegen laat in algemeenheid te wensen over en onvoldoende om bijv. snel een effectieve koeling op een tankwagen in te kunnen zetten. Indien aan de A2/A59 rijbaan links ter hoogte van het plangebied bluswatervoorzieningen. (capaciteit minimaal 90m3/uur) worden aangelegd of de watergangen snel bereikbaar zijn heeft dit een positieve invloed op de bestrijdingsmogelijkheden ter plaatse. • In het zuidoostelijk deel van het plangebied loopt een 150kV hoogspanningsleiding. Bij het opstellen van ladderwagens en/of hoogwerkers hanteert de brandweer een veiligheidsafstand van 36 meter tot het hart van de masten. Opstelplaatsen gelieerd aan gebouwen dienen dus buiten deze afstand gerealiseerd te worden.

Dat in opstelplaatsen voorzien moet worden is vrijwel zeker gezien het feit dat zonnepanelen op de kantoorpanden geïnstalleerd gaan worden. Bij incidenten in dit type gebouwen en installaties is de inzet van dit soort middelen onvermijdelijk.

> Bijlage Schadebeeld scenario BLEVE

Parkeren-schuilen.

geleiding drukgolf door lamellen in bepaalde hoek te plaatsen

Pagina 3 van 6

1 bijlage VI Bkl

2 artikel 4.96 Bkl

Pagina 4 van 6

Pagina 5 van 6

Pagina 6 van 6

Bijlage 8 Ontwerp beeldkwaliteitsplan Werklandschap Rosmalense Plas

71

72

Ontwerp Beeldkwaliteitsplan Werklandschap Rosmalense Plas Herziening kantorenstrook

1

WERKLANDSCHAP ROSMALENSE PLAS

2

3

VOORWOORD

INHOUDSOPGAVE

Het Werklandschap Rosmalense Plas is vol in ontwikkeling. In de afgelopen jaren hebben zich hier al een aantal bedrijven gevestigd, wat resulteert in een toenemende vraag naar kavels en mogelijkheden om ook zelfstandige kantoren te vestigen op deze unieke plek. De kantorenstrook waar dit beeldkwaliteitsplan op van toepassing is, geeft ruimte aan de groeiende vraag naar hoogwaardige kantoren. In 2021 is het bestemmingsplan ‘Werklandschap Rosmalense Plas’ vastgesteld. Hierin is de kantorenstrook niet opgenomen. De reden hiervoor is dat deze strook een stedenbouwkundige herziening vereiste. Daarmee kan er ingespeeld worden op de eisen van de kantorenmarkt en die van het Waterschap. Dit heeft gezorgd voor een geheel nieuwe invulling met sterk gewijzigde opzet. Hierdoor is het noodzakelijk om een nieuw beeldkwaliteitsplan op te stellen voor deze specifieke strook. Het nieuwe beeldkwaliteitsplan richt zich enkel op de Kantorenstrook en vormt hierdoor een aanvulling op het vastgestelde beeldkwaliteitsplan ‘Werklandschap Rosmalense Plas’. Samen met de Welstandsnota van de gemeente ’s-Hertogenbosch vormen deze beeldkwaliteitsplannen het toetsingskader voor de welstandscommissie.

NIEUWE OPZET 6

Kaarten en beelden in dit beeldkwaliteitsplan zijn ter impressie. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

OPENBARE RUIMTE 14

BEELDKWALITEITSEISEN 20

Plankaart Rosmalense Plas - geheel rechts de Kantorenstrook 4

5

6 7

1 NIEUWE OPZET

HOOGWAARDIGE KANTOREN AAN DE ROSMALENSE PLAS In de afgelopen jaren hebben er al meerdere ontwikkelingen plaatsgevonden op het Werklandschap. De doorontwikkeling van de Kantorenzone op de Rosmalense Plas vereist een herziening van het bestemmingsplan. Door de opgelegde keur van het Waterschap is de eerder vastgestelde visie voor deze strook niet meer uitvoerbaar. Door deze veranderende opzet is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Daarnaast sluiten de beeldkwaliteitseisen die eerder zijn vastgesteld voor deze Kantorenstrook niet meer aan op de nieuwe invulling ervan. Het voorliggende beeldkwaliteitsplan geeft in woord, in kaarten en in (referentie) beelden een aantal richtlijnen voor de invulling van de Kantorenstrook op het werklandschap Rosmalense Plas. In essentie beschrijft dit beeldkwaliteitsplan de kwaliteitseisen en randvoorwaarden die aan het beeld van de uit te geven kantorenkavels gesteld worden. Het biedt dan ook een kader voor de beoordeling van de individuele bouwplannen van de kantoren en de daarbij behorende inrichtingsvoorstellen van de kavel. Zowel in het proces van gronduitgifte als in de toetsing van bouwplannen door de Welstandscommissie geeft het beeldkwaliteitsplan de spelregels aan. Het beeldkwaliteitsplan geldt dan ook als vertrekpunt en inspiratiebron.

Imposante hal van Appèl, de eerste ontwikkeling op het Werklandschap.

8

9

VERNIEUWDE PLANOPZET WERKLANDSCHAP ROSMALENSE PLAS

10

Mogelijke verkaveling, geheel onderaan de Kantorenstrook

N

11

PLANOPZET

CONCEPT & AMBITIES Poolv o

s

Snee uw

haas

Wisen t

Het werklandschap Rosmalense Plas heeft als doel om een modern, groen en hoogwaardig bedrijventerrein te worden. Hier is het goed werken en ondernemen, maar ook verblijven in een omgeving met veel groen en hoogwaardige, duurzame, bedrijfspanden. In het gebied speelt de verbinding met het Kanaalpark en de Rosmalense Plas een belangrijke rol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11785500/1