CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a bestemmingsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas (bijlage 1-4)

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Kantorenstrook Werklandschap Rosmalense Plas12.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

13

QuickScan Soortenbescherming realisatie fietspad Rosmalense plas – Gemeente ‘s- Hertogenbosch

4.4 Vissen Bronnenstudie In de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde vissoorten. Het plangebied bevat geen geschikt biotoop voor beschermde vissoorten. Voorkomen beschermde vissen: • Beschermde vissoorten zijn niet te verwachten binnen het plangebied.

4.5 Amfibieën Bronnenstudie In de NDFF zijn meldingen bekend van de kamsalamander. Deze meldingen zijn gedaan buiten het plangebied. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is gelet op het voorkomen van geschikte biotopen voor amfibieën. Geschikt habitat is voor deze soorten niet aanwezig binnen het plangebied. De kamsalamander moet stilstaand, iets voedselrijk water hebben met een goed ontwikkelde water- en oevervegetatie om zich voort te kunnen planten (Kennisdocument, Bij12). Voorkomen beschermde amfibieën: • Voorkomen van beschermde amfibieën kan binnen het plangebied en de invloedsfeer ervan worden uitgesloten. • Voorkomen van algemeen voorkomende amfibieën (groene kikker, bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad) binnen het plangebied en gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan niet worden uitgesloten.

4.6 Reptielen Bronnenstudie In de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde reptielen. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is gelet op het voorkomen van geschikte biotopen voor reptielen. Geschikt habitat is voor deze soorten niet aanwezig binnen het plangebied.

4.7 Ongewervelde diersoorten Bronnenstudie In de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde ongewervelde diersoorten. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde ongewervelde diersoorten. Door het ontbreken van geschikt biotoop binnen het plangebied voor deze soorten worden deze ook niet verwacht. Voorkomen beschermde ongewervelde diersoorten: • Beschermde ongewervelde diersoorten zijn niet te verwachten binnen het plangebied.

4.8 Invasieve exoten In de NDFF zijn meldingen van invasieve exoten aanwezig. Het gaat hierbij om meldingen van de muskusrat, nijlgans, rode Amerikaanse rivierkreeft, Chinese wolhandkrab, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw en smalle waterpest. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen invasieve exoten aangetroffen. Voorkomen invasieve exoten: • Binnen de invloedsfeer van het plangebied zijn geen groeiplaatsen/verblijfplaatsen van invasieve exoten aanwezig.

QuickScan Soortenbescherming realisatie fietspad Rosmalense plas – Gemeente ‘s- Hertogenbosch

14

5. Toetsing aan de Wet natuurbescherming In dit hoofdstuk is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten op de soorten en natuurgebieden die aanwezig zijn of verwacht mogen worden. Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek is het voorkomen van beschermde vaatplanten, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelde diersoorten uitgesloten. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op deze soorten of soortgroepen uitgesloten en worden zij onderstaand niet verder behandeld. 5.1 Grondgebonden zoogdiersoorten Marterachtigen Het voorkomen van (kleine) marterachtigen zoals de steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel kan binnen het plangebied niet uitgesloten worden. Het struweel in het plangebied biedt een geschikt biotoop voor deze soorten. In de huidige plannen blijft bij realisatie van het fietspad het biotoop voor deze soorten behouden. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is derhalve niet nodig. Algemene grondgebonden zoogdiersoorten Voor de te verwachten algemene grondgebonden zoogdiersoorten binnen het plangebied geldt in de Provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling. D.w.z. dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd.

5.2 Vleermuizen De bomenrij als lijnvormige structuur dient als een belangrijk element voor vleermuizen. Deze lijnstructuur dient als vlieg- en foerageerroute. Wanneer bomen gekapt worden en hierdoor de lijnvormige structuur verdwijnt, kan dit leiden tot overtredingen van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming. Bij het aanleggen van het fietspad zal eveneens verlichting gerealiseerd worden. Kunstmatige verlichting heeft een verstorende werking op vleermuizen. Als algemeen principe geldt daarom ook dat kunstmatige verlichting, waar mogelijk, vermeden moet worden. Aanvullend onderzoek naar vliegroute en foerageergebied van vleermuizen is nodig.

5.3 Broedvogels 5.3.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Verblijf-/broedplaatsen en bijbehorend functioneel leefgebied van vogels (waaronder buizerd, havik, sperwer, ransuil en boomvalk), die deze het hele jaar door gebruiken of elk jaar terugkeren naar hetzelfde nest, zijn permanent beschermd. In de directe omgeving van het plangebied zijn bovengenoemde soorten niet waargenomen. Verblijfplaatsen zijn eveneens niet aangetroffen. Daarnaast worden de voorgenomen werkzaamheden over een dermate klein oppervlak uitgevoerd dat het niet tot het essentiële leefgebied van soorten als sperwer, ransuil, sperwer, buizerd, havik en boomvalk behoord. De voorgenomen werkzaamheden leiden dus niet tot vernietiging van functioneel leefgebied en dus ook niet tot overtreding van verbodsbepalingen binnen de Wet natuurbescherming. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich nesten van zwarte kraaien en enkele bomen met holtes die in gebruik kunnen zijn door soorten als grote bonte specht, boomklever en koolmees. Dit soort verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd indien zwaarwegende ecologische omstandigheden aan de orde zijn. Rondom het plangebied is genoeg geschikt leefgebied voor bovengenoemde soorten.

Wanneer werkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen (globaal van maart – medio augustus) zal er een broedvogelcheck gedaan moeten worden om vast te stellen dat er geen gebruikte nesten verdwijnen en geen overtredingen van verbodsbepalingen binnen de Wet natuurbescherming begaan zullen worden.

15

QuickScan Soortenbescherming realisatie fietspad Rosmalense plas – Gemeente ‘s- Hertogenbosch

5.3.2

Overige broedvogels (houtduif, roodborst etc.)

De meeste vogelsoorten maken elk jaar een nieuw nest. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Binnen het plangebied dient het aanwezige struweel als geschikte nestlocatie voor overige broedvogels. Door de voorgenomen werkzaamheden in de periode eind oktober tot en met medio maart uit te voeren, worden de werkzaamheden voor de start van het broedseizoen van algemene broedvogels uitgevoerd. Echter is het incidenteel mogelijk dat bij warme winters stads-/bosvogels (houtduif, merel en Turkse tortel) al aan het broeden zijn in maart. Hier kan niet worden uitgesloten dat in gebruik zijnde nesten worden verstoord dan wel vernietigd en hiermee overtredingen van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming niet worden uitgesloten. Aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 6.

5.4 Zorgplicht Voor alle soorten blijft ten allen tijde de algemene zorgplicht van kracht. Deze houdt in dat de ingreep en werkzaamheden zorgvuldig en met zo min mogelijk schade aan de aanwezige flora en fauna uitgevoerd moeten worden. Dit houdt o.a. in dat wanneer dieren worden aangetroffen, deze de gelegenheid moeten krijgen om te kunnen vluchten of (indien mogelijk) worden verplaatst naar buiten het plangebied.

QuickScan Soortenbescherming realisatie fietspad Rosmalense plas – Gemeente ‘s- Hertogenbosch

16

6. Conclusie en advies In dit hoofdstuk is de conclusie en het advies opgenomen. Er is aangegeven of er sprake kan zijn van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, er voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om overtreding te voorkomen, of dat aanvullend onderzoek en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Indien een ontheffing noodzakelijk is wordt dit aangegeven. De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Voor de volgende soortgroepen zijn vervolgstappen vereist. Hierbij is rekening gehouden met de overlap van de meest gewenste werkperiode en dus minst kwetsbare periode: Vleermuizen: • Aanvullend onderzoek is nodig naar essentiële vliegroute en foerageergebied. Broedvogels • Werkzaamheden in de periode september-half maart uitvoeren. • Indien werkzaamheden opgestart worden in het broedseizoen: o Broedvogelcheck maximaal 3 dagen voorafgaand aan werkzaamheden door een ecoloog laten uitvoeren. Indien nesten aanwezig zijn dienen werkzaamheden uitgesteld te worden totdat de nestjongen het nest hebben verlaten. Overige soortgroepen: • Voldoen aan zorgplicht: o Indien tijdens de uitvoering van het werk dieren worden waargenomen, dan moeten zij de gelegenheid krijgen om te kunnen vluchten.

Minder mobiele dieren kunnen eventueel worden verplaatst tot buiten de werkgrens. Tabel 6.1. Werkbare perioden ten opzichte niet werkbare/kwetsbare perioden van aanwezige natuurwaarden. Groen: minst kwetsbare periode, werkbare periode; Oranje: kwetsbare periode, maar werkbare periode mits ecologische begeleiding /vrijgave ecoloog idverde; Rood: kwetsbare periode werkzaamheden niet mogelijk. Soort

jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

Vleermuizen Broedvogels

17

QuickScan Soortenbescherming realisatie fietspad Rosmalense plas – Gemeente ‘s- Hertogenbosch

aug

sep

okt

nov

dec

Advies Het te realiseren fietspad moet verlicht worden. Wanneer vleermuisvriendelijke verlichting kan worden gerealiseerd is aanvullend onderzoek naar vliegroute en foerageergebied niet nodig. Wanneer dit niet mogelijk is om te realiseren dan moet er toch aanvullend onderzoek uitgevoerd worden naar vliegroute en foerageergebied. Onderstaand is de werkwijze van het aanvullend onderzoek naar vliegroute en foerageergebied beschreven. Aanvullend onderzoek vliegroute en foerageergebied Voor het onderzoek naar vliegroute moet 2 keer 2 uur geïnventariseerd worden in de periode 15 april tot 1 oktober. Hiervan moet 1 veldbezoek gedurende de kraamperiode (half mei tot en met juli) plaatsvinden. De periode tussen de 2 veldbezoeken moet minstens 8 weken zijn. Aanwezigheid van vleermuizen en gebruik van plangebied wordt vastgesteld door middel van een batdetector waar geluidswaarnemingen op te horen zijn en mogelijk zichtwaarnemingen. Voor het onderzoek naar foerageergebied moet 2 keer 2 uur geïnventariseerd worden in de periode 15 april tot 1 oktober. Hiervan moet 1 veldbezoek in de periode van 1 augustus tot 1 oktober plaatsvinden. De periode tussen de 2 veldbezoeken moet minstens 8 weken zijn. Aanwezigheid van vleermuizen en gebruik van plangebied wordt vastgesteld door middel van een batdetector waar geluidswaarnemingen op te horen zijn en mogelijk zichtwaarnemingen.

Advies ecologische voorzorgsmaatregelen De volgende maatregelen kunnen (maar zijn niet verplicht) voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden toegepast worden: • Opstellen ecologisch werkprotocol • Ecologische begeleiding bij de voorgenomen werkzaamheden Indien de voorgenomen werkzaamheden niet buiten de kwetsbare periode van de vleermuizen, kleine marterachtigen en broedvogels uitgevoerd kunnen worden, zijn aanvullend onderzoek en eventueel een ontheffingsaanvraag noodzakelijk.

QuickScan Soortenbescherming realisatie fietspad Rosmalense plas – Gemeente ‘s- Hertogenbosch

18

7. Literatuurlijst Geraadpleegde literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center. P. 236-264. Dietz, C., Helversen von, O., Nill, D., Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Utrecht 2011. NDFF. (2022). https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul.

19

QuickScan Soortenbescherming realisatie fietspad Rosmalense plas – Gemeente ‘s- Hertogenbosch

Bijlage 4 BEA - Fietspad Rosmalense Plas

63

64

BEA – Fietspad Rosmalenseplas.

Inhoud: 1. Uitvraag voor maken BEA. 2. Inventarisatie gebied. 3. Wet Natuurbescherming. 4. Alternatief. 5. Conclusie 6. Advies

1: Uitvraag voor maken BEA. Opdrachtgever: Gerard Verbeek. Langs de Grote Vliet (watergang langs Rosmalenseplas) is de gemeente voornemens om een fietspad aan te leggen. Verzoek om een BEA te laten uitvoeren van de relevante bomen die binnen een strook van 10 meter uit insteek talud staan. Graag ook onderzoek doen naar het wortelgestel, omdat we immers voor de aanleg van het fietspad ook grondwerk gaan uitvoeren. Gegevens: Het fietspad komt 2 meter uit de waterlijn. Breedte fietspad is 4 meter. De OV verlichting wordt aan de zijde van de bomen aangebracht. De OV kabel wordt op maximaal 1 meter uit het fietspad aangebracht. Het fietspad wordt tot een diepte van 1 meter uitgegraven en krijgt een fundatie van 50-60 cm zand, 30 cm puinfundatie en 12 cm asfaltdek. De OV kabel wordt gelegd op ongeveer 1 meter uit de rand fietspad op – 0.60 meter beneden maaiveld aangebracht.

Optische weergave werkzaamheden.

Schematisch tracé fietspad.

2. Inventarisatie gebied.

Inventarisatie bomen in Bosje. De bomen welke binnen de afstand van 10 meter van de waterlijn staan zijn essen. (De meeste bomen zoals aangegeven zijn essen, tot 15 m1 uit de waterlijn) In de waterlijn staan enkele

struikvormers welke meerdere malen zijn afgezet. Deze zijn verder niet meegenomen in de beoordeling. De essen welke op 10 meter afstand staan van de waterlijn: 6 stuks met een diameter van 80-100 cm 3 stuks met een diameter van 50-80 cm Bij de te realiseren doorsteek van het bestaande fietspad (zijde Informatiecentrum ’s-Hertogenbosch) staan minimaal 4 essen met een diameter van 80-100 cm welke binnen de grens van de genoemde 10 meter staan. (5 m1 links en 5 m1 rechts uit het hart van het te realiseren fietspad.

Oversteeksituatie bestaand fietspad naar toekomstig fietspad. De onderhoudstoestand van de essen zoals genoemd zouden onder de nieuwe situatie vallen onder Begeleidingsnoei verwaarloosd. Dit vanwege de opkroonhoogte van 3.5 meter voor een vrij liggend fietspad. In de huidige situatie zijn het bomen in bos. (vrij groeiend) De situatie door aanleg van het geplande fietspad heeft hierop een grote invloed.

Foto: Opkroonhoogte en breedte traject. De bomen zijn alleen opgekroond aan de zijde van de watergang voor de schouw watergang.

Dit houdt in dat de bomen allemaal gesnoeid dienen te worden om de genoemde opkroonhoogte te halen. Gezien de dikte van de onderste takken is opkronen niet acceptabel omdat de snoeiwonden te groot worden en dit van invloed is op de conditie van de bomen. Innemen van de takken is dan ook de enige optie. Zwaar dood hout bevindt zich in de kronen. De leeftijd van de bomen wordt geschat op 50 jaar. De boomhoogte 18-24 meter. De conditie van de bomen bevinden zich in de categorie verminderd. ( dit in de klassering Normaal, verminderd, sterk verminderd, slecht, dood) De vitaliteit van de bomen bevinden zich in de klasse redelijk tot goed. ( dit in de klassering Goed, Redelijk, Matig, Slecht, Zeer slecht) Enkele aandachtspunten: De essen hebben of krijgen te maken met essentaksterfte. De toekomstverwachting is daardoor onzeker. Nu staan de essen er nog goed tot redelijk voor. Wortelgestel: Het traject zoals afgebeeld op de afbeelding Schematisch tracé fietspad. Is te verdelen in 3 delen. Dit omdat per deel de situatie anders is.

Deel 1: Oversteeksituatie bestaand fietspad (A) naar waterkant (A1) Deel 2: A1 tot B Deel 3: B tot C Deel 1: Oversteeksituatie bestaand fietspad (A) naar waterkant (A1) Bij de te realiseren doorsteek van het bestaande fietspad (zijde Informatiecentrum ’s-Hertogenbosch) staan minimaal 4 essen met een diameter van 80-100 cm welke binnen de grens van de genoemde 10 meter staan. (5 m1 links en 5 m1 rechts uit het hart van het te realiseren fietspad. Hierbij nog geen rekening gehouden met de te realiseren OV. Het wortelgestel van deze bomen bevinden zich in het traject van de bomen en zouden volledig aan de zijden van het fietspad verwijderd dienen te worden. Behoud van de 4 bomen is dan ook niet mogelijk.

Situatie vanaf zijde oversteekplaats. Foto met afrastering wildscherm. Paal is as fietspad!

Deel 2: A1 tot B Dit deel van het traject is onverhard en wordt minimaal betreden.. De beworteling van de essen is dan ook te verwachten in het traject van de waterkant tot de genoemde 10 m1. Bij het graven van proefsleuven op 7 m1 vanaf de waterlijn worden al snel wortels gevonden in de zone van 0 - 30 cm onder maaiveld welke dikker zijn dan 3 cm. Dieper graven was niet mogelijk door de hoeveelheid wortels.

Foto van proefsleuf. Afstand 7 m1 vanaf de waterlijn. Diverse haarwortels en op – 0,30 m1 wortels > 3 cm. Deel 3: B tot C Dit deel van het traject is voorzien van een pad van halfverharding. De halfverharding is door veelvuldig gebruik sterk verdicht. Plasvorming op het pad is waargenomen. De halfverharding is door veelvuldig gebruik uitgereden naar de zijde van de bomen waardoor graven van proefsleuven op 7 meter van de waterlijn onmogelijk was. Wel zijn naast in de bovenste 10 cm al pakketten van haarwortels waargenomen. In dit traject zien we op meerdere locaties oppervlakkige dikke beworteling (> 5 cm) op 6-7 meter vanuit de waterlijn Welke vanuit de bomen groeien naar dit pad en dan langs het pad afbuigen.

Haarwortels in opgereden halfverharding.

Struiken. Bij het realiseren van het fietspad conform de verstrekte gegevens zal de rand van struikenvegetatie ook gerooid dienen te worden welke binnen het traject staan. Hierdoor wordt het achter liggende terrein open.

Midden van deze foto is de grens van 10 meter.

3. Wet Natuurbescherming. Tijdens de inventarisatie van het traject zijn waarnemingen gedaan welke van belang voor de realisatie van het toekomstige fietspad.. In de bosjes langs het traject zijn meerdere takkenrillen aanwezig. In een van de bomen is een uilenkast aanwezig. Deze boom bevind zich buiten het traject. (inschatting op 15 m1 vanuit de waterlijn) In de struiken laag, welke zich wel binnen de 10 m1 vanaf de waterlijn bevind, is een nest waargenomen van een ransuil. Nabij punt C zijn meerdere nesten waargenomen in verschillende bomen. Vermoedelijk behoren deze aan roeken. De groenstrook vormt een lintbeplanting welke als foerageer route kan dienen voor vleermuizen. Met de nieuwe situatie wordt deze onderbroken en kunstmatig verlicht.

Meerdere nesten aanwezig kort bij elkaar.

Uilenkast

Vermoedelijk Nest Ransuil.

Lijnbeplanting.

4. Alternatief. Bij de beoordeling is ook gekeken naar eventuele alternatieven voor het traject. Het traject zoals nu is gekozen heeft invloed een negatieve invloed op het bomen en struikenbestand zoals nu aanwezig. Alternatief 1 is het traject in zijn geheel te verplaatsen naar de andere zijde van de watergang.

Alternatief traject: Groen. Alternatief 2 niet alleen een alternatief maar ook een eis om het huidige beeld en bomenbestand grotendeels te behouden als er niet gekozen wordt voor Alternatief 1. Kijken naar de afstand van te realiseren sleuf voor het ingraven van de OV kabel tot de boom staande op de grens van 10 m1 bedraagt 3 meter. Als we kijken naar de theoretische berekening van kluitgrote voor het verplanten van bomen komen we uit op. Acht keer diameter boom (gemiddeld 90 cm) dan komen we op 7.2 m1. Dit wil zeggen dat de ook buiten de grens van de genoemde 10 meter gekeken dient te worden. Het effect van het te realiseren fietspad conform de verstrekte gegevens op de struiken en bomen is dan ook te groot en onacceptabel. Als alternatief willen we dan ook dit in 3 delen beschrijven. Deel 1: Oversteeksituatie bestaand fietspad (A) naar waterkant (A1) Het traject wordt nu afgebeeld op een locatie waar er minimaal 4 bomen gerooid dienen te worden. Door het traject eerder te laten afbuigen zal de schade aan de bomen geminimaliseerd worden. Zie afbeelding: Alternatief 2 Traject laten afbuigen richting schouwpad.

Alternatief 2 Traject laten afbuigen richting schouwpad. Een ander alternatief voor dit deel is van het traject is om naar de rechter zijde te laten afbuigen. Hierdoor kan de schade aan de bestaande bomen opstand tot een minimum beperkt worden.

Alternatief 2 Traject rechts laten afbuigen. Een nadeel hierin is wel dat het bestaande voetpad en het nieuw te realiseren fietspad elkaar kruisen of parallel lopen aan elkaar. Alternatief 2 traject Deel 2: A1 tot B Als basis is aangegeven de maten twee meter van de waterlijn voor de aanvang linkerzijde fietspad, breedte fietspad vier meter en op één meter de OV kabel. Gezien deze benodigde breedte van het traject willen wij als alternatief dat de OV kabel en verlichting aan de zijde van het water wordt aangebracht en dat het fietspad een maximale breedte van 3 meter bedraagt. ( dit conform de breedte bestaande fietspad)

Foto bestaande fietspad welke aansluit op het geplande fietspad.

Alternatief 2 traject Deel 2: B tot C Ook voor dit traject stellen wij voor dat de OV kabel en verlichting aan de zijde van het water wordt aangebracht en dat het fietspad een maximale breedte van 3 meter bedraagt. ( dit conform de breedte bestaande fietspad) Dit deel van het traject is voorzien van een halfverhardingspad wat sterk is verdicht. Mede hierdoor zien wij oppervlakkige beworteling welke parallel lopen met het pad aan de rechterzijde. Deze wortels dienen behouden blijven waardoor eventueel afgeweken dient te worden van de twee meter vanaf de waterlijn. 5. Conclusie: Het bomenbestand in dit gebied is van goede kwaliteit op dit moment. Ingrijpen op basis van conditie of vitaliteit is niet nodig. Snoeien van de bomen is wel nodig. Het huidige fietstraject en gegevens zoals opgegeven zijn NIET mogelijk zonder grote gevolgen voor het struiken en bomenbestand. - Een groot aantal bomen zou gekapt dienen te worden en de struikenlaag tussen het schouwpad en de 1e bomenrij zou in zijn geheel gerooid dienen te worden. - Door het kappen van de bomen veranderd de gehele situatie. De bomen vormen een gesloten kronendak. Door het kappen ontstaat er een open structuur welke van invloed is op de stabiliteit van de bomen welke blijven staan.

Voorbeeld situatie

Te kappen bomen inductief gemarkeerd. In het veld te markeren! Dit om de invloed van het bestaande plan weer te geven. 6. Advies: - Voorafgaande de werkzaamheden dient een Flora en Faunaonderzoek uitgevoerd te worden. - De bomen dienen voorafgaande de werkzaamheden deskundig gesnoeid te worden. - Bij werkzaamheden moet er gewerkt worden met aanvullende beschermende maatregelen. - Betreding of opslag van materieel/ materiaal en grondstoffen buiten het traject is verboden. - Bij graafwerkzaamheden dienen wortels dikker dan 3 cm behandeld te worden door een ETWer. - Bij de graafwerkzaamheden is een hoogtebeperking aanwezig. - Graven van proefsleuven om het aanwezige wortelgestel verder in beeld te brengen meenemen in de voorbereiding. - Wortelwerend doek of scherm aanbrengen langs de rechterzijde van het traject is te adviseren. - Nieuw fietspad maximale breedte 3 meter. (zo ver als mogelijk naar waterloop) - OV verlichting naar zijde waterloop.

Rapportage opgesteld door: Marchel de Jong iom Dion van Zoggel European Tree Technician Gemeente ’s-Hertogenbosch Marchel.dejong@s-hertogenbosch.nl 06-29656738 11 Februari 2022

Foto: Google Eart

Afbeelding Geovisia.

Breedte meting Geovisia

Foto Van A1 Richting A Oversteek fietspad. Bestaande traject naar nieuwe traject.

Foto Entrée schouwpad, kijkend naar A1.

Foto Kijkend van C naar B. Halfverhardingspad met plasvorming.

Foto Haarwortels in bovenlaag halfverharding, opgereden deel op 7 meter vanuit de waterlijn.

Foto: Proefsleuf in traject A1 – B. Haarwortels en wortel > 3 cm. Waargenomen op 7 m1 uit de waterlijn.

Lijnelement gezien vanuit de straat Wisent ter hoogte van B.

Foto Beeld struikenzone genomen op 10 m1 vanuit de waterlijn. (Vlier, meidoorn, Hondsroos, Hazelaar)

Aanpassing BEA na toevoeging bruggen.

Brug 1.

Brug 1: Het brughoofd komt gelijk te liggen met het maaiveld. Geen grond aanvullingen benodigd. Boom 1 en 2 staan op 10 meter van de insteek van de watergang. Het realiseren van de brug heeft geen toevoeging nodig op de eerdere BEA. De enige toevoeging welke van toepassing kan zijn is de hoogte beperking voor het palendrukken maar deze is benoemd in de BEA. Geen aanpassende maatregelen benodigd. Boom 3 en 4 hebben geen invloed op het werk en zijn niet meegenomen.

Brug 2:

Het brughoofd komt hoger te liggen als het huidige maaiveld en zal in het fietspad middels een drempel opgevangen worden. Hierdoor zal de berm aan beide zijden van de drempel, opgehoogd worden. Het nieuw te realiseren voetpad, (Aansluiting op fietspad/ brughoofd brug 2 naar bestaande voetpad.) Ook hiervoor zal het bestaande maaiveld opgehoogd worden om een goede aansluiting te realiseren. Gezien boom 5 op 7.5 meter van de insteek staat en nu ook nog aan twee zijden te maken krijgt met ophoging van het maaiveld is handhaving van deze boom niet verstandig. Aanpassing op de bestaande BEA. Boom 5 rooien. Nieuw te realiseren voetpad meer richting ( te rooien) boom 5 te verplaatsen. Zie schetsmatig de rode belijning als voorbeeld. Hierdoor kan de aanvulling van het maaiveld richting de boom 6 gelijkmatiger richting de boom aflopen. De aanvulling van de bermen mogen niet verdicht worden. Aanvulling maaiveld onder de druipzone dient handmatig te gebeuren Nieuw te realiseren voetpad, uitgaande van onverharde ondergrond zonder cunet. Herplanten van een nieuwe boom als vervanging van de te rooien boom 5.

Brug 3:

Het brughoofd komt gelijk te liggen met het maaiveld. Geen grond aanvullingen benodigd. Boom 7 staat op 7 meter van de insteek van de watergang. Boom 8 staat op 10 meter van de insteek van de watergang. Het realiseren van de brug heeft geen toevoeging nodig op de eerdere BEA. De enige toevoeging welke van toepassing kan zijn is de hoogte beperking voor het palendrukken maar deze is benoemd in de BEA. Geen aanpassende maatregelen benodigd op de bestaande BEA.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11785502/1