Bijlage 1. Veiligheidsmonitor 2021
Tekst van het document
Veiligheidsmonitor 2021
Onderzoek & Statistiek April 2022
Samenvatting Elke twee jaar verschijnt er een nieuwe veiligheidsmonitor. Met daarin inzichten in de actuele veiligheidssituatie en ontwikkelingen in de gemeente ’s-Hertogenbosch. De leidraad voor de monitor is het ‘Integraal Veiligheidsplan’ (IVP) . In het IVP staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk veiligheidsbeleid. In de periode 2019-2022 zijn er vier belangrijke prioriteiten genoemd: 1. Veilige en leefbare wijken en buurten 2. Veilig uitgaan en veilige evenementen 3. Problematische jeugd en jeugdgroepen 4. Ondermijning Veiligheidsplannen In het IVP en de Begroting zijn doelstellingen geformuleerd met betrekking tot een groot aantal veiligheidsthema’s. Die doelstellingen moeten gerealiseerd zijn in 2022. Doelstellingen Op de volgende pagina staat een overzicht met de doelstellingen uit het IVP en de Begroting. Hierin is in één oogopslag te zien: 1. De doelstelling voor 2022 2. De waarde van de nulmeting (2017)1 3. De waarde van 2019 4. De waarde van 2021 5. Wordt de doelstelling in 2022 gehaald? Voldoet (momenteel) aan de doelstelling Voldoet (nog) niet aan de doelstelling, maar heeft zich wel gunstig ontwikkeld Voldoet (nog) niet aan de doelstelling en heeft zich niet gunstig ontwikkeld Corona en veiligheid Sinds maart 2020 heeft Nederland te maken met de uitbraak van het coronavirus (COVID-19).
De coronapandemie en de maatregelen om verspreiding tegen te gaan hebben onder andere invloed op overlast en criminaliteit. Bij de onderwerpen waar de coronapandemie of de maatregelen een relatief grote invloed hebben gehad, worden de ontwikkelingen gedurende de coronapandemie besproken. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen van 2021. Overkoepelend veiligheidsbeleid Een algemene indicatie van de objectieve veiligheid is het totaal aantal geregistreerde misdrijven. Misdrijven zijn relatief zware strafbare feiten. Bijvoorbeeld diefstal, mishandeling of vernieling. In 2021 registreerde de politie bijna 8.400 misdrijven in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Dat komt neer op 53,8 misdrijven per 1.000 inwoners. Hiermee voldoen we aan de doelstelling uit het Integraal Veiligheidsplan dat er maximaal 60 misdrijven per 1.000 inwoners zijn in 2022. In 2021 waren er 8% minder misdrijven dan in 2019. De coronapandemie en bijbehorende maatregelen zijn van invloed geweest op het aantal misdrijven in de gemeente. Zo zijn er met name tijdens de lockdown in het begin van de coronapandemie en tijdens de harde lockdown van half december 2020 tot en met april 2021 minder misdrijven geregistreerd. 1
De doelstellingen van het IVP zijn geformuleerd voor de periode 2019-2022. De doelstellingen zijn destijds gebaseerd op de resultaten van 2017. Deze waarden gelden als nulmeting. Om de ontwikkelingen voor de gehele beleidsperiode inzichtelijk te maken worden daarom ontwikkelingen ten opzichte van 2017 gepresenteerd.
2
Tabel 1: Veiligheidsdoelstellingen gemeente ’s-Hertogenbosch Doelstelling 2022
Nulmeting 2017
2019
2021
Totaal aantal misdrijven per 1.000 inwoners
Max. 60
64,2
58,9
53,8
Rapportcijfer veiligheid in de buurt
Min. 7,3
6,9
7,0
6,9
% vaak overlast van buurtbewoners
Max. 4%
5%
7%
7%
Overlast verwarde personen per 1.000 inw.
Max. 4,0
5,0
5,2
8,1
Woninginbraken per 1.000 inwoners
Max. 6,0
6,4
4,2
3,5
Diefstallen uit/vanaf auto’s per 1.000 inwoners
Max. 6,5
8,3
5,1
4,1
Diefstallen van motorvoertuigen per 1.000 inw.
Max. 1,3
1,8
0,8
0,3
Rapportcijfer veiligheid in de buurt
Min. 7,3
6,9
7,0
6,9
Rapportcijfer veiligheid per buurt
Min. 6,0
3 buurten
7 buurten
8 buurten
% veel criminaliteit in de buurt
Max. 9%
12%
12%
10%
% vaak onveilig rondom uitgaansgelegenheden
Max. 2%
3%
3%
3%
% vaak overlast van horecagelegenheden
Max. 2%
2%
3%
2%
Overlast jeugd per 1.000 inwoners
Max. 4,8
5,9
5,5
10,5
% vaak overlast van rondhangende jongeren
Max. 4,5%
7%
9%
11%
% vaak onveilig bij groepen jongeren
Max. 5%
8%
8%
9%
Wordt de doelstelling gehaald?
Overkoepelend veiligheidsbeleid
Veilige en leefbare wijken en buurten
Veilig uitgaan en veilige evenementen
Problematische jeugd en jeugdgroepen
Bron: Politie, vragenlijst Leefbaarheid & Veiligheid
Veruit de meeste misdrijven vinden doorgaans plaats in de Binnenstad. In de Binnenstad zorgt de concentratie van veel mensen in een relatief klein gebied met uiteenlopende functies, zoals winkels en horeca, voor een hoger incidentenpatroon als het gaat om overlast en criminaliteit. Door de coronapandemie waren er minder bezoekers in de Binnenstad. Dit kwam onder andere door de oproep om zoveel mogelijk thuis te blijven en de (tijdelijke) sluiting van bijvoorbeeld horecagelegenheden, niet-essentiële winkels en publiek toegankelijke locaties zoals musea, theaters en bioscopen. De daling van het aantal misdrijven in de Binnenstad was dan ook groter dan gemiddeld in de gemeente. In 2021 waren er 22% minder misdrijven in de Binnenstad dan in 2019. Zorg & Veiligheid Op het gebied van ‘zorg & veiligheid’ zien we gedurende de coronapandemie verschillende ongunstige ontwikkelingen. Doordat meer mensen thuis zijn (zoals door thuiswerken, thuisonderwijs, gesloten sport- en horecagelegenheden) wordt er meer woonoverlast ervaren. Ten opzichte van 2019 waren er in 2021 meer incidenten van burengerucht (zoals burenruzies) (+43%) en geluidshinder (+104%). Ook ervaren sinds 2017 meer respondenten wel eens overlast van buurtbewoners. In 2021 ervaart 7% vaak en 30% soms overlast van buurtbewoners.
Een doelstelling in het Integraal Veiligheidsplan is dat er in 2022 maximaal 4% van de inwoners vaak overlast van buurtbewoners ervaren. Dat is niet gehaald.
3
Ook andere vormen van overlast op het gebied van ‘zorg & veiligheid’ namen toe. Zo waren er in 2021 meer incidenten van overlast door daklozen (+50%) en overlast door personen met verward gedrag (+56%) dan in 2019. Zo steeg het aantal incidenten van overlast door personen met verward gedrag tussen 2019 en 2021 van 5,2 naar 8,1 incidenten per 1.000 inwoners. Een doelstelling in het Integraal Veiligheidsplan was dat er in 2022 maximaal 4 overlastincidenten zijn door personen met verward gedrag per 1.000 inwoners. Dat is niet gehaald. Vermogenscriminaliteit Een positieve ontwikkeling zien we op het gebied van vermogenscriminaliteit. Zo daalde tussen 2019 en 2021 het aantal woninginbraken (-15%), diefstallen uit/vanaf auto’s (-20%), diefstallen van motorvoertuigen (-58%), diefstallen van bromfietsen/snorfietsen (-49%), diefstallen af/uit/van overige voertuigen (-33%) en zakkenrollen (-61%). Wel nam het aantal inbraken in garages, schuurtjes, tuinhuizen en fietsdiefstallen tussen 2019 en 2020 toe, waarna deze in 2021 weer daalden. De doelstellingen voor 2022 met betrekking tot het aantal woninginbraken, diefstallen uit/vanaf auto’s en diefstallen van motorvoertuigen zijn gehaald. Fraude en online criminaliteit Een onderwerp dat opvalt is horizontale fraude. Horizontale fraude is een fraudevorm die is gericht tegen burgers, bedrijven en financiële instellingen.
Denk hierbij aan fraude met betaalproducten of online handel, identiteitsfraude of online oplichting via WhatsApp. Het aantal misdrijven van horizontale fraude nam tussen 2019 en 2020 met 50% toe, van 832 naar 1.252 misdrijven. Vervolgens daalt het aantal misdrijven weer iets naar 1.202 misdrijven in 2021 (-4%). Ook het aantal misdrijven van cybercrime is de afgelopen 2 jaar sterk gestegen. In 2019 waren er 21 misdrijven van cybercrime in de gemeente, dit is gestegen naar 87 misdrijven in 2020 en 109 misdrijven in 2021. Landelijk zijn er soortgelijke ontwikkelingen te zien. Veiligheidsbeleving De respondenten uit de gemeente ’s-Hertogenbosch beoordelen de veiligheid van hun buurt gemiddeld met een 6,9. In 2019 was dit een 7,0. Om aan de doelstelling te voldoen moet het rapportcijfer stijgen naar minimaal een 7,3 in 2022. Dat is niet gelukt. Een andere doelstelling is dat maximaal 3 buurten een rapportcijfer hebben van lager dan een 6. Ook dat is niet gelukt. In 2021 hebben 8 buurten een rapportcijfer lager dan een 6: de Gestelse buurt, Grevelingen, Graafsebuurt zuid, de Hambaken, de Muziekinstrumentenbuurt, de Edelstenenbuurt, de Schutskamp en de Kruiskamp. De respondenten uit deze buurten geven de veiligheid van hun buurt gemiddeld een rapportcijfer van 5,6 tot 6,0. Aan de respondenten is gevraagd of zij vinden dat er veel, weinig of geen criminaliteit is in hun buurt.
In 2021 geeft 10% van de respondenten aan dat er veel criminaliteit is in hun buurt. Volgens 55% is er weinig criminaliteit in hun buurt en volgens 19% geen criminaliteit. Ten opzichte van 2019 geven minder respondenten aan dat er veel of weinig criminaliteit is in hun buurt en geven meer respondenten aan dat er geen criminaliteit is in hun buurt. Om aan de IVPdoelstelling te voldoen, willen we dat maximaal 9% van de respondenten vindt dat er veel criminaliteit is in hun buurt. Ondanks de positieve ontwikkeling is dit niet gehaald. In deel 2 wordt ingegaan op de veiligheidssituatie, ontwikkelingen en aandachtspunten van de verschillende wijken, dorpen en aandachtsbuurten in de gemeente ’s-Hertogenbosch. De resultaten presenteren we aan de hand van profieltaarten. Deze geven op een eenvoudige wijze inzicht in hoe het voorstaat met de veiligheid van een wijk. Volgens de profieltaarten hebben twee wijken een ongunstige veiligheidssituatie: de Binnenstad en West. Ook een groot deel van de aandachtsbuurten heeft een ongunstige veiligheidssituatie.
4
Veilig uitgaan en veilige evenementen De coronapandemie heeft veel invloed op het uitgaansleven en evenementen. Sinds de start van de coronapandemie waren eet- en drinkgelegenheden met periodes gesloten en in andere periodes onder voorwaarden open. De beperkingen waren het grootst voor discotheken, nachtclubs en vergelijkbare dansgelegenheden; deze zijn nauwelijks open geweest. Ook zijn veel evenementen afgelast of aangepast. Dit heeft vanzelfsprekend ook invloed op bijvoorbeeld overlast en criminaliteit in de Binnenstad, zoals uitgaansgeweld. Het aantal respondenten dat in hun buurt wel eens overlast ervaart van horecagelegenheden, zoals cafés, restaurants en snackbars, is ten opzichte van 2019 licht afgenomen. In 2021 ervaart 2% vaak overlast van horecagelegenheden in hun buurt. Hiermee voldoen we aan de IVPdoelstelling. Een andere doelstelling is dat maximaal 2% zich vaak onveilig voelt rondom uitgaansgelegenheden. Dit is niet gehaald. Net als in voorgaande jaren voelt 3% van de respondenten zich vaak onveilig rondom uitgaansgelegenheden. Wel geven in 2021 minder respondenten aan zich soms onveilig te voelen rondom uitgaansgelegenheden. Dit is tussen 2019 en 2021 afgenomen van 30% naar 25%. Mogelijke oorzaak hiervoor is de coronapandemie; horecagelegenheden waren gedeeltelijk gesloten of onder voorwaarden open. Door de maatregelen waren er minder bezoekers in de Binnenstad.
In vergelijking met 2019 waren er in 2021 minder openlijke geweldplegingen en mishandelingen. Zowel in de totale gemeente als in de Binnenstad zien we een afname voor deze geweldsdelicten. In de Binnenstad daalde het aantal openlijke geweldplegingen met 72%. Daarnaast daalde het aantal mishandelingen in de Binnenstad met 40%. Dit is een sterkere daling dan gemiddeld in de gemeente (-19%). Kijken we naar de ontwikkelingen van het aantal mishandelingen dan zien we dat er met name tijdens de lockdown in het begin van de coronapandemie en tijdens de gedeeltelijke en harde lockdown van half oktober 2020 tot en met mei 2021 minder mishandelingen zijn geregistreerd. In deze periodes was de horeca (deels) gesloten. Problematische jeugd en jeugdgroepen Eén van de onderwerpen die zich sinds de coronapandemie erg ongunstig heeft ontwikkeld is jongerenoverlast. Hierdoor zijn de drie doelstellingen ten aanzien van jongerenoverlast niet gehaald. Het aantal respondenten dat in hun buurt wel eens overlast ervaart van rondhangende jongeren is toegenomen. De stijging is het grootst tussen 2019 en 2021. In 2021 ervaart 11% vaak en 33% soms overlast van rondhangende jongeren in hun buurt. In 2019 was dit respectievelijk 9% en 28%. Ook steeg tussen 2019 en 2020 het aantal geregistreerde incidenten van jongerenoverlast van 5,5 naar 10,4 incidenten per 1.000 inwoners. Dit is een toename van 91%.
In 2021 bleef het aantal incidenten van jongerenoverlast hoog met 10,5 incidenten per 1.000 inwoners. De cijfers worden beïnvloedt door de coronapandemie en de daarmee samenhangende sluiting van scholen. In periodes dat scholen (gedeeltelijk) gesloten waren, lag het aantal incidenten van jongerenoverlast een stuk hoger dan in dezelfde periode in 2019. Doordat jongeren meer thuis zijn, zie je ze op sommige plekken meer op straat, bijvoorbeeld om bij te kletsen of voor een potje voetbal. Soms met de nodige overlast en tot ergernis van buurtbewoners. Het gaat echter niet altijd gepaard met ‘echte overlast’. De politie nuanceert daarom het aantal meldingen van jongerenoverlast en geeft aan dat een deel van de meldingen gaat om het niet houden van 1,5 meter afstand of samenscholen. Ook de inschatting van professionals is dat de stijging van het aantal registraties van jongerenoverlast grotendeels te verklaren is door de coronapandemie.
5
Enerzijds doordat meldingen van het overtreden van coronaregels werden geregistreerd als jongerenoverlast. Anderzijds doordat jeugd meer op straat was dan voor de coronapandemie (bijvoorbeeld door sluiting van scholen en andere voorzieningen). Dit leidt tot meer overlast, maar vindt de oorsprong wel in corona.
6
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................ 9 Deel 1: Veiligheidssituatie gemeente ’s-Hertogenbosch ........................................................ 11 1.
2.
Overkoepelend veiligheidsbeeld ............................................................................................. 12 1.1
Algemene indicatie objectieve veiligheid ........................................................................ 12
1.2
Algemene indicatie subjectieve veiligheid ...................................................................... 17
Veilige en leefbare wijken en buurten ..................................................................................... 18 2.1
2.1.1
Woonoverlast ........................................................................................................... 18
2.1.2
Overlast van verwarde personen en daklozen ........................................................ 21
2.1.3
Alcohol- en drugsoverlast ........................................................................................ 26
2.1.4
Huiselijk geweld ....................................................................................................... 29
2.1.5
Aanpak overlast en geweld op het snijvlak zorg & veiligheid ................................. 31
2.2
4.
5.
Vermogenscriminaliteit en High Impact Crimes .............................................................. 33
2.2.1
Vermogenscriminaliteit ............................................................................................ 33
2.2.2
High Impact Crimes ................................................................................................. 38
2.2.3
Preventie en repressie............................................................................................. 44
2.2.4
Fraude en online criminaliteit .................................................................................. 49
2.3
3.
Overlast en geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid .............................................. 18
Wijkgerichte aanpak ........................................................................................................ 53
2.3.1
Leefbaarheid woonbuurt .......................................................................................... 53
2.3.2
Veiligheidsbeleving .................................................................................................. 59
2.3.3
Aanpak ..................................................................................................................... 66
Veilig uitgaan en veilige evenementen ................................................................................... 67 3.1
Ervaren overlast en onveilig voelen ................................................................................ 67
3.2
Algemene indicatie objectieve veiligheid Binnenstad ..................................................... 68
3.3
Geweldsmisdrijven .......................................................................................................... 68
3.4
Overlast ........................................................................................................................... 70
3.5
Maatregelen .................................................................................................................... 71
Problematische jeugd en jeugdgroepen ................................................................................. 73 4.1
Ervaren overlast en onveilig voelen ................................................................................ 73
4.2
Geregistreerde jongerenoverlast .................................................................................... 74
4.3
Verwijzingen naar bureau HALT ..................................................................................... 76
4.4
Aanpak jongerenoverlast ................................................................................................ 77
Ondermijning ........................................................................................................................... 79 5.1
Ondermijning ................................................................................................................... 79
5.2
Drugscriminaliteit ............................................................................................................. 80
5.3
Bibob ............................................................................................................................... 80
7
6.
Overige strategische thema’s ................................................................................................. 81 6.1
Veilig winkelgebied, veilige bedrijventerreinen ............................................................... 81
6.2
Verkeersveiligheid ........................................................................................................... 83
6.3
Brandveiligheid, externe veiligheid en crisisbeheersing ................................................. 85
6.4
Polarisatie en radicalisering ............................................................................................ 86
6.5
Informatieveiligheid ......................................................................................................... 86
6.6
Veilige publieke taak (VPT) ............................................................................................. 87
6.7
Ambtelijke en bestuurlijke integriteit................................................................................ 87
7.
Functioneren gemeente en politie........................................................................................... 89 7.1
Gemeente ........................................................................................................................ 89
7.2
Politie ............................................................................................................................... 89
Deel 2: Veiligheidssituatie wijken en aandachtsbuurten ........................................................ 92 1.
Binnenstad .............................................................................................................................. 94
2.
Zuidoost ................................................................................................................................. 105
3.
Graafsepoort ......................................................................................................................... 111
4.
Muntel/Vliert .......................................................................................................................... 118
5.
Rosmalen zuid....................................................................................................................... 121
6.
Rosmalen noord .................................................................................................................... 123
7.
De Groote Wielen.................................................................................................................. 125
8.
Empel .................................................................................................................................... 127
9.
Noord ..................................................................................................................................... 129
10.
Maaspoort ......................................................................................................................... 143
11.
West .................................................................................................................................. 145
12.
Engelen ............................................................................................................................. 154
13.
Nuland ............................................................................................................................... 156
14.
Vinkel................................................................................................................................. 158
Bijlage A: Doelstellingen IVP en Begroting .................................................................................. 160 Bijlage B: Onderzoeksverantwoording ......................................................................................... 161 Bijlage C: Overzichtskaart wijken en buurten .............................................................................. 166
8
Inleiding Elke twee jaar verschijnt er in de gemeente ’s-Hertogenbosch een veiligheidsmonitor. Met daarin inzichten in de actuele veiligheidssituatie en -ontwikkelingen in de gemeente ’s-Hertogenbosch. De leidraad voor de veiligheidsmonitor is het Integraal Veiligheidsplan (IVP)2. In het IVP staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk veiligheidsbeleid beschreven. In de periode 2019-2022 zijn er vier belangrijke prioriteiten genoemd: 1. Veilige en leefbare wijken en buurten 2. Veilig uitgaan en veilige evenementen 3. Problematische jeugd en jeugdgroepen 4. Ondermijning De veiligheidsmonitor is gebaseerd op twee basisbronnen: politiegegevens en de vragenlijst leefbaarheid & veiligheid. Afhankelijk van het onderwerp worden er ook andere bronnen gebruikt. De meest recente cijfers gaan over het jaar 2021. Zo niet, dan staat dit in de tekst vermeld. Naast cijfers komen ook verklaringen, achtergronden en maatregelen ten aanzien van overlast en criminaliteit aan bod. Deze informatie is afkomstig van beleidsmedewerkers en (wijk-) professionals/beroepskrachten van de gemeente en politie. Wijkveiligheidsscans Naast dat we elke twee jaar de veiligheidsmonitor opstellen, hebben we de afgelopen bestuursperiode wijkveiligheidsscans uitgevoerd in alle wijken en dorpen binnen de gemeente.
Beschikbare informatie over de wijk is gebruikt en aangevuld met professionele beelden en een korte wijkveiligheidsenquête. De resultaten hiervan zijn vervolgens met bewoners besproken, zodat samen gezocht kan worden naar oplossingen voor de veiligheidsproblemen. Bijna alle wijkveiligheidsscans zijn afgerond en een overkoepelende evaluatie wordt medio mei aan het bestuur aangeboden. De wijkveiligheidsscans verschillen op een aantal punten van deze veiligheidsmonitor. De wijkveiligheidsscans schetsen een veiligheidsbeeld per wijk, terwijl deze monitor een veiligheidsbeeld voor de hele gemeente schetst. Hierbij wordt ingegaan op meer veiligheidsthema’s dan in de wijkveiligheidsscans. Daarnaast zijn de wijkveiligheidsscans een eenmalig onderzoek, terwijl deze monitor elke twee jaar verschijnt. Meer informatie over de wijkveiligheidsscans staat in §2.3.3. Corona en veiligheid Sinds maart 2020 heeft Nederland te maken met de uitbraak van het coronavirus (COVID-19)3. De coronapandemie en de maatregelen om verspreiding tegen te gaan hebben onder andere invloed op overlast en criminaliteit. Bij de onderwerpen waar de coronapandemie of de maatregelen een relatief grote invloed hebben gehad, worden de ontwikkelingen gedurende de coronapandemie tekstueel besproken. Bij sommige onderwerpen worden hierbij ook figuren met de ontwikkelingen per maand gepresenteerd.
Hierdoor is (deels) de invloed van de coronapandemie in cijfers terug te zien4.
2
Bron: Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 gemeente ’s-Hertogenbosch (oktober 2018). In het gemeentelijke dashboard Gevolgen van Corona in ’s-Hertogenbosch wordt in de samenvatting een tijdlijn met belangrijke maatregelen gepresenteerd. Het dashboard is te vinden via: www.s-hertogenbosch.nl/corona 4 De verschillen per maand kunnen naast de coronapandemie ook andere oorzaken hebben, zoals verschillen in weersomstandigheden. 3
9
Leeswijzer De veiligheidsmonitor bestaat uit twee delen: Deel 1: Veiligheidssituatie gemeente ’s-Hertogenbosch Deel 2: Veiligheidssituatie wijken en aandachtsbuurten In deel 1 wordt ingegaan op de veiligheidssituatie en -ontwikkelingen van de totale gemeente ’s-Hertogenbosch. De opzet van de hoofdstukken sluit zoveel mogelijk aan bij het IVP. Het eerste hoofdstuk gaat in op het ‘overkoepelend veiligheidsbeleid’. Hierbij wordt een algemeen beeld geschetst van de veiligheidssituatie in de gemeente. Vervolgens wordt per hoofdstuk ingezoomd op specifieke veiligheidsthema’s: Veilige en leefbare wijken en buurten Veilig uitgaan en veilige evenementen Problematische jeugd en jeugdgroepen Ondermijning Overige strategische thema’s De resultaten zijn gekoppeld aan doelstellingen uit het IVP en andere ‘veiligheidsplannen’, zoals de Begroting 20225 en het Regionaal Veiligheidsplan 2019-20226. De prioriteiten, ambities en doelstellingen uit de veiligheidsplannen staan in grijze blokken. Met vinkjes en kruisjes wordt duidelijk of een doelstelling wordt behaald: Voldoet (momenteel) aan de doelstelling Voldoet (nog) niet aan de doelstelling, maar heeft zich wel gunstig ontwikkeld Voldoet (nog) niet aan de doelstelling en heeft zich ongunstig ontwikkeld Bij het presenteren van de resultaten wordt gebruik gemaakt van grafieken.
Hierbij worden de ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar gepresenteerd. Bij enkele onderwerpen worden daarnaast door middel van kaarten ook de resultaten op wijk- of buurtniveau gepresenteerd. In bijlage C is een overzichtskaart van alle wijken en buurten in de gemeente opgenomen. In deel 2 wordt ingegaan op de veiligheidssituatie, -ontwikkelingen en aandachtspunten van de verschillende wijken, dorpen en aandachtsbuurten7 in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Ook komen enkele andere buurten aan bod, die aandacht vragen op het thema veiligheid8. Het rapport bevat de volgende bijlagen: Doelstellingen IVP en Begroting Onderzoeksverantwoording Overzichtskaart wijken en buurten in ’s-Hertogenbosch
5
Bron: Begroting 2022: https://s-hertogenbosch.begroting-2022.nl/ . In bijlage A is een overzicht opgenomen uit welk veiligheidsplan welke doelstelling afkomstig is. 6 Bron: Regionaal Veiligheidsplan Oost-Brabant 2019-2022 (november 2018). In het RVP zijn geen ‘concrete’ doelstellingen opgenomen. Wel komen de onderwerpen genoemd in het RVP in dit rapport zoveel mogelijk aan bod. 7 De aandachtsbuurten van de gemeente ’s-Hertogenbosch zijn: de Gestelse buurt, Hinthamerpoort zuid, de Hambaken, de Sprookjesbuurt, de Muziekinstrumentenbuurt, de Edelstenenbuurt, Orthen west en Boschveld. Aanvullend worden ook de Schutskamp en de Kruiskamp meegenomen. 8 Dit wordt aangevuld met buurten met een ongunstige veiligheidssituatie.
10
Deel 1: Veiligheidssituatie gemeente ’s-Hertogenbosch
11
1.
Overkoepelend veiligheidsbeeld
In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op de verschillende prioriteiten van de gemeente. Daarnaast werken we met een overkoepelende veiligheidsdoelstelling. Daarbij maken we gebruik van de indicatoren ‘totaal aantal misdrijven’ en ‘rapportcijfer veiligheid van de buurt’. Deze twee indicatoren geven een algemene indicatie van respectievelijk de objectieve en subjectieve veiligheid in ’s-Hertogenbosch. Indicatoren:
In 2022 zijn er maximaal 60 misdrijven per 1.000 inwoners. In 2022 is het rapportcijfer voor de veiligheid in de buurt minimaal een 7,3. 1.1
Algemene indicatie objectieve veiligheid
Geregistreerde misdrijven Een algemene indicatie van de objectieve veiligheid is het totaal aantal geregistreerde misdrijven. Misdrijven zijn relatief zware strafbare feiten. Bijvoorbeeld diefstal, mishandeling of vernieling. In 2021 registreerde de politie bijna 8.400 misdrijven in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Dat komt neer op 53,8 misdrijven per 1.000 inwoners (zie afbeelding 1). Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling uit het Integraal Veiligheidsplan dat er maximaal 60 misdrijven per 1.000 inwoners zijn in 2022. In 2021 waren er 8% minder misdrijven dan in 2019. De coronapandemie is van invloed geweest op het aantal misdrijven in de gemeente (zie afbeelding 2). Toen in maart 2020 de eerste lockdown werd afgeroepen, daalde het aantal geregistreerde misdrijven sterk, zowel in ’s-Hertogenbosch als gemiddeld in Nederland. Vanaf mei 2020 vinden de eerste versoepelingen plaats en vanaf juli 2020 is er weer meer mogelijk. Zo mogen horeca, musea, theaters en bioscopen weer meer bezoekers ontvangen. Dit is ook terug te zien in de cijfers. Vanaf juli 2020 vinden er weer ongeveer evenveel misdrijven plaats als in 2019. Vanaf half oktober 2020 geldt er weer een gedeeltelijke lockdown, waarbij onder andere de horeca wordt gesloten. Vanaf half december 2020 geldt er een strenge lockdown, waarbij onder andere de niet-essentiële winkels worden gesloten.
In januari 2021 wordt een avondklok ingevoerd, waarbij mensen niet zonder goede reden naar buiten mogen na 21 uur. Er vinden vanaf februari enkele kleine versoepelingen plaats, zoals in maart winkelen op afspraak. Eind april vinden er meerdere versoepelingen plaats, zoals het einde van de avondklok, winkelen zonder afspraak en de terrassen mogen open. Daarna volgen meer versoepelingen. De harde lockdown van half december 2020 tot eind april 2021 zien we terug in het aantal geregistreerde misdrijven. Dit aantal was lager dan in voorgaande jaren. Zo waren er in de eerste vier maanden van 2021 21% minder misdrijven dan in dezelfde maanden in 2019. Vanaf juni 2021 is het aantal misdrijven weer vergelijkbaar met voorgaande jaren. Vervolgens is er een negatieve ontwikkeling te zien; in de laatste vier maanden van 2021 zijn er meer misdrijven geregistreerd dan in dezelfde maanden in 2019 (+7%).
12
Afbeelding 1: Totaal aantal misdrijven per 1.000 inwoners
Gemeente 's-Hertogenbosch 2021
53,8
2020
57,0
2019
58,9
2018
57,6
2017
64,2 Binnenstad
2021
137,2
2020
146,3
2019
178,1
2018
176,6
2017
203,8
Bron: Politie
Afbeelding 2: Aantal misdrijven per maand
Bron: Politie
Op een kaart wordt weergegeven in welke mate misdrijven plaatsvinden in de verschillende buurten in de gemeente (zie afbeelding 3). Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. Relatief de meeste misdrijven vonden in 2021 plaats in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand, Orthenpoort, Rosmalen centrum, Vlietdijk, de Rompert, Willemspoort, Ertveld en Vinkeloord. In deze buurten werden meer dan 80 misdrijven per 1.000 inwoners geregistreerd9. Veruit de meeste misdrijven vinden doorgaans plaats in de Binnenstad. In de Binnenstad zorgt de concentratie van veel mensen in een relatief klein gebied met uiteenlopende functies, zoals winkels en horeca, voor een hoger incidentenpatroon als het gaat om overlast en criminaliteit. Door de coronapandemie waren er minder bezoekers in de Binnenstad. Dit kwam onder andere door de oproep om zoveel mogelijk thuis te blijven en de (tijdelijke) sluiting van bijvoorbeeld horecagelegenheden, niet-essentiële winkels en publiek toegankelijke locaties zoals musea, theaters en bioscopen. De daling van het aantal misdrijven in de Binnenstad was dan ook groter dan gemiddeld in de gemeente. In 2021 waren er 22% minder misdrijven in de Binnenstad dan in 2019 (zie afbeelding 1).
9
De politiecijfers worden gepresenteerd voor buurten met ten minste 100 huishoudens. 5 van de 10 buurten waar relatief veel misdrijven plaatsvinden betreffen relatief kleine buurten (minder dan 300 huishoudens). Hierdoor kan het aantal misdrijven per 1.000 inwoners met absoluut een klein aantal misdrijven relatief hoog uitvallen.
13
Afbeelding 3: Aantal misdrijven per 1.000 inwoners per buurt (2021)
Bron: Politie
Positie ’s-Hertogenbosch landelijk Hoe doet de gemeente ’s-Hertogenbosch het qua geregistreerde criminaliteit vergeleken met andere (grote) gemeenten en gemiddeld in Nederland? Gemiddeld in Nederland werden er vorig jaar 42 misdrijven per 1.000 inwoners geregistreerd. Dat is minder dan in ’s-Hertogenbosch. Dit is te verklaren doordat er in stedelijk gebied meer criminaliteit is. Vergeleken met de andere grote Noord-Brabantse gemeenten (B5) Breda, Eindhoven, Helmond en Tilburg doet ’s-Hertogenbosch het redelijk gemiddeld. In ’s-Hertogenbosch worden ongeveer evenveel misdrijven geregistreerd als in Breda en Helmond. In Eindhoven ligt het aantal misdrijven hoger dan in de andere B5 gemeenten. Dit is waarschijnlijk te verklaren aan de hand van stedelijkheid. Eindhoven behoort tot de 5 grootste gemeenten van Nederland. Afbeelding 4: Aantal misdrijven per 1.000 inwoners in Nederland en B5-gemeenten
Bron: Politie, CBS
14
Geregistreerde verdachten Naast het aantal geregistreerde misdrijven, geeft ook het aantal (geregistreerde) verdachten een algemene indicatie van de objectieve veiligheid. Hiervoor gebruiken we gegevens van het CBS10. In 2021 telde de gemeente ’s-Hertogenbosch gemiddeld 8,8 verdachten per 1.000 inwoners. Dit is meer dan de helft minder dan 10 jaar geleden (18,7 verdachten per 1.000 inwoners in 2011). Het aandeel verdachten is in ’s-Hertogenbosch iets hoger dan gemiddeld in Nederland (7,8 per 1.000 inwoners in 2021). Afbeelding 5: Totaal aantal verdachten per 1.000 inwoners in de gemeente ’s-Hertogenbosch
Verdachten 2021
8,8
2020
9,2
2019
10,0
2018
10,3
2017
11,2
2011
18,7
Bron: CBS StatLine
Het CBS presenteert naast het totaal aantal verdachten, ook het aantal verdachten voor enkele categorieën misdrijven11. In 2021 is het aandeel verdachten het hoogst bij de vermogensmisdrijven (zoals diefstallen, inbraken, heling, oplichting, valsheid in geschifte en witwassen). Vervolgens is het aandeel verdachten het hoogst bij de gewelds- en seksuele misdrijven (zoals mishandeling, bedreiging, stalking en zedenmisdrijven), verkeersmisdrijven (zoals verlaten plaats ongeval, rijden onder invloed, joyriding) en vernieling en openbare orde (zoals vernielingen, openlijke geweldplegingen, huisvredebreuk, brandstichting, discriminatie en misdrijven tegen het openbaar gezag). In mindere mate worden er personen verdacht van het plegen van drugsmisdrijven (verboden drugsbezit of drugshandel, zoals bereiden, verwerken, verkopen, afleveren drugs) en vuurwapenmisdrijven (zoals verboden wapenbezit en wapenhandel). Afbeelding 6: Aantal verdachten per 1.000 inwoners naar categorie misdrijf in de gemeente ’s-Hertogenbosch (2021)
Bron: CBS StatLine
10
Bron: CBS StatLine (verdachten van misdrijven). De cijfers van 2020 en 2021 zijn voorlopige cijfers. De indeling naar categorieën misdrijven van het CBS wijkt af van de indelingen die verder in de veiligheidsmonitor wordt gebruikt. Om inzichtelijk te maken wat het CBS onder een categorie rekent, worden er per categorie enkele voorbeelden genoemd. 11
15
Naast het CBS presenteert ook de KIS Wijkmonitor12 gegevens over verdachten. Zij presenteren onder andere het aantal verdachten per wijk. In 2020 is het aantal verdachten het hoogst in Graafsepoort, Noord en West. In deze wijken werden respectievelijk 14, 10 en 10 personen verdacht van het plegen van een misdrijf per 1.000 inwoners. Afbeelding 7: Totaal aantal verdachten per 1.000 inwoners naar wijk (2020)
Bron: KIS Wijkmonitor
De KIS Wijkmonitor kijkt ook naar verschillen tussen groepen inwoners. Als we hiernaar kijken, dan zien we dat in de gemeente ’s-Hertogenbosch het aantal verdachten per 1.000 inwoners het hoogst is onder groepen met een migratieachtergrond. Zo is het aantal verdachten onder inwoners met een Midden- en Oost Europese, Zuid Europese, Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond relatief hoog, net als onder inwoners uit vluchtelingenlanden. Onder deze groepen worden ten minste 15 personen per 1.000 inwoners verdacht van het plegen van een misdrijf. Bij mensen zonder migratieachtergrond is dit 6 verdachten per 1.000 inwoners. Wel is het aantal verdachten sinds 2010 sterker gedaald onder mensen met een migratieachtergrond dan onder mensen zonder migratieachtergrond. Zo daalde het aantal verdachten tussen 2010 en 2020 onder mensen met een migratieachtergrond van 40 naar 18 verdachten per 1.000 inwoners en bij mensen zonder migratieachtergrond van 12 naar 6 verdachten per 1.000 inwoners. De verschillen tussen de verschillende groepen inwoners zijn kleiner geworden, maar zijn wel nog aanwezig.
12
Bron: Kennisplatform Inclusief Samenleven: https://kis-wijkmonitor.nl/dashboard/dashboard/veiligheid. De meest recente cijfers gaan over 2020. Het KIS presenteert afgeronde aantallen per 1.000 inwoners. N.B. de relatieve cijfers van de KIS Wijkmonitor wijken iets af van het CBS.
16
1.2
Algemene indicatie subjectieve veiligheid
Een algemene indicatie van de subjectieve veiligheid is het rapportcijfer voor de veiligheid in de buurt. In 2021 geven respondenten hiervoor gemiddeld een 6,9. Dit is iets lager dan in 2019. Om aan de doelstelling uit het Integraal Veiligheidsplan te voldoen moet het rapportcijfer stijgen naar minimaal een 7,3. Dat is niet gelukt. In § 2.3 wordt verder ingezoomd op de beoordeling van de veiligheid in de buurt. Afbeelding 8: Welk rapportcijfer geeft u voor…? De veiligheid in uw buurt 2021
6,9
2019
7,0
2017
6,9
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
17
2.
Veilige en leefbare wijken en buurten
De veiligheid en leefbaarheid van onze wijken en buurten kunnen onder druk staan door verschillende vormen van overlast, geweld en vermogenscriminaliteit. We richten ons op twee deelthema’s in het bijzonder, namelijk ‘Overlast, geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid’ en ‘Vermogenscriminaliteit en High Impact Crimes’. In bepaalde delen van de stad komen verschillende van deze bedreigingen bij elkaar. Dit zijn onze aandachtswijken en –buurten. Voor deze wijken en buurten volgen we een speciale gebiedsgerichte aanpak. Op deze manier voeren we maatwerk per wijk.
2.1
Overlast en geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid
Het accent ligt hier op complexe sociale gevallen – individuen of gezinnen – waarbij sprake is van overlast en soms ook geweld. De overlast kan betrekking hebben op geluid, stank en andere vormen van verloedering, verbale uitingen. Psychiatrische factoren spelen vaak een rol, net als alcohol en/of drugs. Zowel de veiligheid van deze personen zelf als die van omwonenden/omgeving kan in het gedrang zijn. Dit soort complexe, soms snel escalerende situaties trekken een stevige wissel op de veiligheid en leefbaarheid van wijken en buurten. Door factoren zoals afnemende intramurale zorg en groeiende complexiteit, in bepaalde opzichten zelfs ‘tweedeling’ van de samenleving, komt dit fenomeen vaker voor dan in het verleden. We intensiveren onze aanpak op dit thema. Doelstelling 2022: Een zodanige infrastructuur van samenwerkende professionals en toegesneden voorzieningen in stand houden dat de veiligheid van en rond personen en gezinnen in alle gevallen van een aanvaardbaar niveau is of zo snel mogelijk weer wordt. Deze infrastructuur sluit aan op, maakt zo goed mogelijk gebruik van de mogelijkheden van de samenleving zelf. Indicatoren:
In 2022 ervaart maximaal 4% van de inwoners vaak overlast van buurtbewoners
zijn er maximaal 4 incidenten van overlast door personen met verward gedrag Inper2022 1.000 inwoners. 2.1.1
Woonoverlast
Ervaren woonoverlast Tijdens de coronapandemie waren er meer mensen thuis. Bijvoorbeeld door thuiswerken, thuisonderwijs en gesloten sport- en horecagelegenheden. Doordat er meer mensen thuis waren, leefden we meer ‘op elkaars lip’. Dit kan leiden tot woonoverlast. Het aantal respondenten dat in hun buurt wel eens overlast ervaart van buurtbewoners neemt sinds 2017 toe. In 2021 ervaart 7% vaak en 30% soms overlast van buurtbewoners. Een doelstelling in het Integraal Veiligheidsplan is dat er in 2022 maximaal 4% van de inwoners vaak overlast van buurtbewoners ervaren. Dat is niet gehaald. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is de buurtscore voor overlast van buurtbewoners berekend (zie bijlage B). De ervaren overlast is relatief groot in de buurten de Hofstad, de Bossche Pad, Grevelingen, Graafsebuurt zuid, de Reit, de Hambaken, de Muziekinstrumentenbuurt, Maasstroom en de Schutskamp.
18
Afbeelding 9: Ervaren van overlast/intimidatie door buurtbewoners
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid Afbeelding 10: Buurtscore voor overlast van buurtbewoners
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
Het aantal respondenten dat aangeeft dat er in hun buurt wel eens sprake is van intimiderende buurtbewoners is ten opzichte van 2019 afgenomen. In 2021 is er volgens 2% vaak sprake van intimiderende bewoners in hun buurt en volgens 9% soms. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is de buurtscore voor intimidatie door buurtbewoners berekend. De ervaren intimidatie door buurtbewoners is relatief groot in de Gestelse buurt, de Muziekinstrumentenbuurt, Orthen en Orthen west.
19
Geregistreerde woonoverlast Sinds 2017 neemt het aantal incidenten van burengerucht toe. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om burenruzies. Sinds de start van de coronapandemie stijgt het aantal incidenten sterker dan daarvoor. Zo steeg tussen 2019 en 2021 het aantal incidenten van burengerucht met 43% van 3,0 naar 4,3 incidenten per 1.000 inwoners. In Bazeldonk, Graafsebuurt zuid, de Slagen, de Haren, de Reit, de Sprookjesbuurt, de Muziekinstrumentenbuurt, de Edelstenenbuurt, Maasstroom, Maasoever en Ertveld waren het afgelopen jaar relatief veel incidenten van burengerucht. In deze buurten werden in 2021 minimaal 8 incidenten van burengerucht per 1.000 inwoners geregistreerd. De politie registreert ook incidenten van ruzie/twist. Dit is geen fysiek geweld, maar betreft bijvoorbeeld scheldpartijen, ruzies en andere conflicten. Het aantal incidenten van ruzie/twist steeg tussen 2017 en 2020. Vervolgens daalde het aantal incidenten in 2021 weer naar het niveau van 2019. In 2021 gaat het om 14,6 incidenten van ruzie/twist per 1.000 inwoners. In het Zand, de Gestelse buurt, de Bossche Pad, Orthenpoort, de Donk, de Sprookjesbuurt en de Edelstenenbuurt waren relatief veel incidenten van ruzie/twist. In deze buurten werden het afgelopen jaar minimaal 30 incidenten van ruzie/twist per 1.000 inwoners geregistreerd.
Sinds de start van de coronapandemie stijgt het aantal incidenten van geluidsoverlast. Tussen 2019 en 2021 verdubbelde het aantal incidenten. In 2019 waren er 9,0 incidenten van geluidsoverlast per 1.000 inwoners. Dit steeg naar 18,2 incidenten per 1.000 inwoners in 2021. Bij geluidsoverlast kan het gaan om geluidsoverlast van horeca, geluidsoverlast van evenementen of ‘overige’ geluidsoverlast. In 2021 gaat het bij 99% van de geregistreerde incidenten om ‘overige’ geluidsoverlast. Relatief de meeste incidenten werden geregistreerd in Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand, de Gestelse buurt en de Haren. In deze buurten werden minimaal 40 incidenten van geluidsoverlast per 1.000 inwoners geregistreerd. Afbeelding 11: Aantal incidenten van burengerucht, ruzie/twist en geluidshinder per 1.000 inwoners
Burengerucht 2021
4,3
2020
3,8
2019
3,0
2018
2,8
2017
2,5 Ruzie/tw ist
2021
14,6
2020
15,6
2019
14,5
2018
13,7
2017
12,6 Geluidshinder
2021
18,2
2020
13,3
2019
9,0
2018
10,6
2017
11,4
Bron: Politie
20
Aanpak woonoverlast De gemeente pakt de regie op de aanpak van woonoverlast op basis van afspraken. Onder andere vanuit het convenant Gegevensuitwisseling bestrijding woonoverlast en vanuit de mogelijkheden die de Wet aanpak woonoverlast biedt. Deze wet, inwerking getreden op 1 juli 2017, is inmiddels uitgegroeid tot een bruikbaar instrument. Politie, corporaties en gemeenten maken steeds meer gebruik van de mogelijkheden die de Wet aanpak woonoverlast biedt. Gemeenten en corporaties zetten blijvend in op het voorkomen of aanpakken van (zware) overlast en woonfraude en het signaleren van (complexe) problematiek. Uitgangspunt daarbij is om problematiek snel te signaleren en woonoverlast in de kiem te smoren voordat het escaleert tot een burenconflict. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen niet-willers en niet-kunners. Voor de laatste categorie wordt gezorgd voor passende huisvesting (zoals time-out voorzieningen en hostels). Daarnaast is een voorziening langdurig verblijf in voorbereiding. Bestanddelen/instrumenten die onderdeel uitmaken van de aanpak zijn onder andere buurtbemiddeling, gedragsaanwijzing (Wet aanpak woonoverlast) en selectieve woningtoewijzing (Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek). De aanpak woonoverlast wordt afgestemd met de aanpakken overlast personen met verward gedrag, drugsoverlast en huiselijk geweld. 2.1.2
Overlast van verwarde personen en daklozen
Ervaren overlast Het aantal respondenten dat in hun buurt wel eens overlast ervaart van daklozen neemt sinds 2017 toe. In 2021 ervaart 4% vaak en 12% soms overlast van daklozen. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is de buurtscore voor overlast van daklozen berekend. Veruit de meeste overlast wordt ervaren in de Binnenstad, met name in Binnenstad centrum, Binnenstad oost en het Zand. Ook in de Hofstad, Graafsebuurt zuid, Aawijk noord, Boschveld en Paleiskwartier ervaren relatief veel respondenten overlast. Ook het aantal respondenten dat aangeeft dat er in hun buurt wel eens sprake is van overlast van verwarde personen neemt sinds 2017 toe. In 2021 geeft 3% van de respondenten aan dat in hun buurt vaak overlast is van verwarde personen en nog eens 16% geeft aan dat dit soms voorkomt. Afbeelding 12: Overlast van daklozen en verwarde personen
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
21
Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is de buurtscore voor overlast van verwarde personen in de buurt berekend. De ervaren overlast is relatief groot in de Binnenstad. Ook in de buurten de Bossche Pad, Grevelingen, de Hinthamerpoort, Graafsebuurt zuid, Aawijk noord, de Buitenpepers, de Slagen, de Reit, de Edelstenenbuurt, Orthen en Boschveld wordt relatief veel overlast ervaren van verwarde personen. Naast de mate waarin overlast wordt ervaren, is respondenten ook gevraagd hoe vaak zij zich onveilig voelen in de buurt van verwarde personen. In 2021 voelt 7% zich vaak en 29% zich soms onveilig in de buurt van verwarde personen. Dit is ongeveer hetzelfde als twee jaar geleden. In de Binnenstad voelen relatief veel respondenten zich vaak onveilig in de buurt van verwarde personen (17%). Afbeelding 13: Buurtscore voor overlast van verwarde personen in de buurt
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid 2021
Geregistreerde overlast In 2020 en 2021 zijn er meer incidenten van overlast door daklozen geregistreerd dan in 2019. Met name in de periode augustus 2020 t/m augustus 2021 was het aantal incidenten relatief hoog. Vanaf september 2021 neemt het aantal incidenten weer af in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. In 2021 vonden er gemiddeld 3,8 incidenten van overlast door daklozen plaats per 1.000 inwoners. In 2021 werden relatief de meeste overlastincidenten door daklozen geregistreerd in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand, Orthenpoort, Boschveld, Willemspoort en Heeseind. In deze buurten werden minimaal 10 incidenten van overlast door daklozen per 1.000 inwoners geregistreerd. Het aantal incidenten van overlast door personen met verward gedrag is sinds de start van de coronapandemie sterk gestegen. Tussen 2019 en 2021 steeg het aantal incidenten van 5,2 naar 8,1 incidenten per 1.000 inwoners. Dit komt neer op een stijging van 56%. Een doelstelling in het Integraal Veiligheidsplan was dat er in 2022 maximaal 4 overlastincidenten zijn door personen met verward gedrag per 1.000 inwoners. Dat is niet gehaald.
22
Afbeelding 14: Aantal incidenten van overlast door daklozen en verwarde personen per 1.000 inwoners
Overlast door daklozen 2021
3,8
2020
4,1
2019
2,6
2018
3,4
2017
2,5 Overlast door verw arde personen
2021
8,1
2020
7,0
2019
5,2
2018
5,1
2017
5,0
Bron: Politie
Op een kaart wordt weergegeven in welke mate er overlastincidenten door personen met verward gedrag waren in de verschillende buurten in 2021. Met blauwe en oranje kleuren wordt aangegeven of een buurt gunstig of ongunstig scoort. Veruit de meeste overlastincidenten werden geregistreerd in de buurten Binnenstad oost, de Hofstad, Binnenstad noord, het Zand, Graafsebuurt zuid, Graafsebuurt noord, Orthenpoort, Binckhorst en Willemspoort. In deze buurten werden minimaal 20 incidenten van overlast door personen met verward gedrag per 1.000 inwoners geregistreerd. Afbeelding 15: Aantal incidenten van overlast door verwarde/overspannen personen per 1.000 inwoners per buurt (2021)
Bron: Politie
23
Aanpak overlast door verwarde personen De problematiek rondom personen met verward gedrag heeft in de samenleving veel aandacht. Landelijk deden zich enkele ernstige incidenten voor. De politie en woningcorporaties ervaren een toename van mensen met psychische klachten in de wijken. Hierdoor wordt de integrale aanpak van complexe casuïstiek en vroegsignalering/preventie van escalatie extra belangrijk. Op de schaal van de regio Brabant-Oost heeft ten behoeve van de aanpak verwarde personen het project ‘Verward en dan…’ en projecten voor de invoering van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) gedraaid. Daarnaast zijn deze onderwerpen belegd in het regionaal overleg Wvggz en de Programmaraad Zorg en Veiligheid. Inmiddels loopt in de regio sinds 2020 de pilot Ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde intensieve zorg. Dit betreft een sluitende aanpak voor personen met een ernstige psychiatrische aandoening en/of een licht verstandelijke beperking die ook andere problemen hebben (zoals een verslaving) die daardoor gevaarlijk gedrag vertonen of een risico hebben op gevaarlijk gedrag. Vanuit ’s-Hertogenbosch zijn er sinds het begin 6 cliënten geïncludeerd in de ketenveldnorm. In de subregio Meierij en Bommelerwaard zijn het crisisinterventieteam (CIT) van Farent en het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg (CvTB) actief.
Het CIT is een integraal team dat 24/7 bereikbaar en inzetbaar is voor mensen die (acuut) psychosociale ondersteuning nodig hebben. Het team werkt hierbij nauw samen met politie, CvTB en Reinier van Arkel (GGZ). Het CvTB biedt sinds 2008 een integraal hulpaanbod (zoals toeleiding naar passende zorg en behandeling voor de mensen met de meest complexe problemen. Sinds 2020 zijn de taken uitgebreid met de uitvoering van de gemeentelijke taken in de Wvggz. Daarnaast wordt in de subregio Meierij en Bommelerwaard het Uitvoeringsprogramma beschermd wonen (BW) en maatschappelijke opvang (MO) uitgevoerd. Onder het motto ‘wonen is de beste zorg’ wordt gekeken naar passende huisvesting voor de meest kwetsbare inwoners. Het palet aan woonzorgvormen wordt de komende tijd getransformeerd. Onderdeel van dit palet zijn de kleinschalige opvangvoorzieningen, woningen voor uitstroom uit BW en MO, Housing First (gestart in 2019) een tweede hostel (BW, realisatie in 2022/Q1) en een voorziening langdurig verblijf (VLV, beoogde realisatie afhankelijk van beroepsprocedure). Op lokaal niveau hebben de gemeentelijke regisseurs en de regisseurs zorg en veiligheid (inzet op pers, publiek en politiek gerelateerde casuïstiek) een regietaak ten aanzien van de zorg en aanpak van kwetsbare personen die verward kunnen zijn.
Verder werkt de gemeente ’s-Hertogenbosch vanuit Thuis in de Wijk met de doorbraakmethode van het Instituut voor Publieke Waarden. Op de schaal van de gemeente ’s-Hertogenbosch en Vught wordt integraal samengewerkt door partners die betrokken zijn bij de aanpak personen met verward gedrag. Dit gebeurt middels een actieoverleg. Door intensieve samenwerking tussen politie en CIT kan zorgcasuïstiek sneller en beter worden overgedragen aan de zorgsector. Hierdoor krijgt de politie weer ruimte voor de invulling van haar eigen taak. Doordat de gemeente haar regietaak heeft uitgebreid (met regie ten behoeve van de inwoner) kunnen verder het CIT en het CvTB zorgcasuïstiek sneller overdragen waardoor zij zich beter kunnen focussen op hun kerntaak.
24
Aanpak overlast door daklozen Dat in de Binnenstad de meeste overlast door daklozen plaatsvindt is volgens professionals logisch. In de Binnenstad zit de dag- en nachtopvang het Inloopschip en de dag- en nachtopvang voor drugsverslaafden van Novadic-Kentron. Het streven is de overlast zoveel mogelijk te verminderen. In 2021 zijn er daarom diverse maatregelen ingezet rondom de Wilhelminabrug en de Oranje Nassaulaan: Er is een beheergroep gestart met omwonenden, handhavende partijen en zorgpartijen onder de regie van de gemeente. De (ervaren) overlast en bijbehorende maatregelen worden daar gemonitord. In 2021 heeft het eerste onderzoek plaatsgevonden naar de leefbaarheid & veiligheid in de omgeving13. Er is wekelijks op maandagmiddag een inloop bij het stadsklooster San Damiano waar mensen terecht kunnen voor een kop koffie, een goed gesprek en kunnen prikken in de omgeving. De Loods, de Fransiscanen en het Straatpastoraat verzorgen deze inloop. Alle mensen die veelvuldig overlast veroorzaken zijn gekoppeld aan een regiemedewerker van de gemeente om te zorgen dat mensen de juiste zorg/ondersteuning krijgen. Daarnaast is er intensief ingezet op het uitplaatsen van mensen naar de juiste zorgvoorziening in de regio of elders in het land. Er is een straatcoach ingezet voor 8 uur per dag van OVZV. De straatcoach werkt samen met Novadic-Kentron en de handhavende partijen.
Zij kunnen het goede gesprek aangaan en waar nodig Novadic-Kentron of de handhavende partijen inschakelen. Er zijn bloembakken geplaatst op de hoeken van de Wilhelminabrug om hangen tegen te gaan. Ook zijn er alcoholverbodsbordjes geplaatst bij de Wilhelminabrug. In 2021 is er besloten om in 2022 een pilot te starten met camera’s bij de Wilhelminabrug. De aanpak is gebaseerd op samenwerking tussen omwonenden, handhavende partijen (politie, stadstoezicht en OVZV), zorgpartijen (CvTB, Farent/CIT, gemeente, Reinier van Arkel, Maatschappelijke Opvang Den Bosch en Novadic-Kentron) en gemeente.
13
Monitor leefbaarheid & veiligheid, omgeving dag- en nachtopvang Oranje Nassaulaan en Wilhelminabrug, 2021, Dimensus beleidsonderzoek
25
2.1.3
Alcohol- en drugsoverlast
(Overmatig) alcohol- en drugsgebruik In de gezondheidsmonitoren van de GGD worden vragen gesteld over (overmatig) alcohol- en drugsgebruik. Deze onderzoeken vinden plaats onder jongeren, volwassenen en ouderen. In onderstaande afbeeldingen worden de resultaten uit het onderzoek onder jongeren (2019) en volwassenen (2020) gepresenteerd. De formuleringen in de vragenlijsten van jongeren en volwassenen verschillen van elkaar. Hierdoor zijn de antwoorden van jongeren niet (één-op-één) te vergelijken met de antwoorden van volwassenen. In 2019 heeft gemiddeld 21% van de jongeren (12 t/m 18 jaar) in de afgelopen 4 weken bij één gelegenheid 5 glazen alcohol of meer gedronken (binge drinker). Dit wordt vaker dan gemiddeld aangegeven door jongeren uit Binnenstad en Vinkel. Daarnaast heeft gemiddeld 5% van de jongeren in de afgelopen 4 weken drugs gebruikt. Hierbij gaat het veelal om wiet of hasj (5%) en minder vaak om lachgas (0,2%) of andere drugs (XTC, cocaïne, paddo’s, amfetaminen, LSD, GHB en/of heroïne) (0,7%). Jongeren uit de Binnenstad en Muntel/Vliert hebben in de afgelopen vier weken vaker drugs gebruikt dan gemiddeld (zie afbeelding 16a). Afbeelding 16: Alcohol- en drugsgebruik a) onder jongeren (12 t/m 18 jaar)
b) onder volwassenen (19 t/m 64 jaar)
Bron: GGD Jongerenmonitor 2019
GGD Gezondheidsmonitor volwassenen 2020
26
In 2020 is gemiddeld 8% van de volwassenen (19 t/m 64 jaar) bingedrinker. Zij drinken minimaal één keer per week op één dag 6 glazen alcohol of meer. Daarnaast gebruikt 9% van de volwassenen in het afgelopen jaar (af en toe) softdrugs en 5% (af en toe) harddrugs. In de Binnenstad en Muntel/Vliert geven relatief veel respondenten aan (af en toe) softdrugs te gebruiken. Daarnaast geven relatief veel respondenten uit Muntel/Vliert en Graafsepoort aan (af en toe) harddrugs te gebruiken (zie afbeelding 16b). Aan ouderen (65-plussers) zijn alleen vragen gesteld over alcoholgebruik. In 2020 is gemiddeld 5% van de ouderen bingedrinker. Dit aandeel is het hoogst in de Binnenstad (10%) en Muntel/Vliert (9%). Ervaren alcohol- en drugsoverlast Het aantal respondenten dat aangeeft dat er in hun buurt wel eens dronken mensen op straat zijn is afgenomen ten opzichte van 2017. In 2021 geeft 7% van de respondenten aan dat dit vaak voorkomt in hun buurt en nog eens 23% soms. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is de buurtscore voor dronken mensen op straat berekend. Veruit de meeste overlast wordt ervaren in de Binnenstad. Ook in de Bossche Pad, de Hinthamerpoort, Graafsebuurt zuid en Paleiskwartier ervaren respondenten relatief veel overlast door dronken mensen op straat.
Aan de respondenten is ook gevraagd hoe vaak overlast drugsgebruik of drugshandel, zoals op straat of rond coffeeshops, voorkomt in hun buurt. In 2021 geeft 12% van de respondenten aan dat in hun buurt vaak overlast is van drugsgebruik of drugshandel en volgens 17% soms. Dit is ongeveer hetzelfde als in 2019. Op basis van de antwoorden die respondenten hebben gegeven is de buurtscore voor drugsgebruik of drugshandel berekend. Ook hiervan is de ervaren overlast het hoogst in de Binnenstad. Maar ook in de Bossche Pad, Grevelingen, de Hinthamerpoort, Graafsebuurt zuid, de Slagen, de Rompert, de Edelstenenbuurt, Boschveld en de Schutskamp ervaren respondenten relatief veel overlast door drugsgebruik of drugshandel. Afbeelding 17: Ervaren van alcohol en drugsoverlast in de buurt
Bron: Vragenlijst leefbaarheid & veiligheid
27
Landelijk en lokaal zijn er signalen over een toename van (overlast door) het gebruik van lachgas. Dit jaar is daarom voor het eerst gevraagd in welke mate mensen overlast ervaren door het gebruik van lachgas, zoals metalen patronen op straat. Gemiddeld 6% van de inwoners ervaart hier vaak overlast van en 16% soms. Overlast door het gebruik van lachgas wordt relatief veel ervaren in de buurten Binnenstad noord, Aawijk zuid, de Hinthamerpoort, de Slagen, de Hambaken, de Sprookjesbuurt, de Muziekinstrumentenbuurt en de Schutskamp. Geregistreerde alcohol- en drugsoverlast Het aantal incidenten van alcohol- en drugsoverlast is sinds 2019 redelijk stabiel. In 2021 waren er 4,2 incidenten van alcohol- en drugsoverlast per 1.000 inwoners. In 2021 zijn relatief de meeste overlastincidenten geregistreerd in de buurten Binnenstad centrum, Binnenstad oost, het Zand, de Bossche Pad, Orthenpoort, de Sprookjesbuurt, Willemspoort en Ertveld. In deze buurten werden minimaal 8 incidenten van alcohol- en drugsoverlast per 1.000 inwoners geregistreerd. Afbeelding 18: Aantal incidenten van drugs/drankoverlast per 1.000 inwoners
Alcohol- / drugsoverlast 2021
4,2
2020
4,2
2019
4,1
2018
3,3
2017
3,2
Bron: Politie
Aanpak alcohol- en drugsoverlast Het college heeft in de afgelopen jaren enkele plekken in de gemeente aangewezen waar een alcoholverbod geldt. Alcoholgebruik is op deze locaties niet toegestaan. Met een verbod om in het openbaar alcohol te drinken wil de gemeente een einde maken aan 'grote overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers'. Ook mag je op deze plekken geen aangebroken flessen of blikjes met alcoholhoudende drank bij je dragen. Met dit instrument kunnen toezichthouders optreden bij overlast op basis van alcoholgebruik. Sinds kort is in de algemene plaatselijke verordening (APV) aangepast. Naast het ‘openlijk gebruik’ van soft- en harddrugs zijn nu ook ‘gelijkende waar’ toegevoegd aan de verbodsbepaling. Denk hierbij aan nieuwe middelen als lachgas en nepdrugs. Deze zijn toegevoegd aan de APV zodat er nu een bredere juridische basis is om op te treden door politie en handhaving. Gebruikers riskeren een boete van € 100.