CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitiestrategie & format omgevingsplan

Gemeenteraad 9 maart 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Transitiestrategie & format omgevingsplan2.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingswet “Samen sturen op een goede leefomgeving” Transitiestrategie & format omgevingsplan

1

Samenvatting Het omgevingsplan bevat alle juridische regels over de fysieke leefomgeving die gelden in onze gemeente. Deze regels gelden voor inwoners, organisaties, bedrijven én de overheid. De bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen en te wijzigen ligt bij de gemeenteraad. De voorbereidingen worden getroffen door het college. In het omgevingsplan staan de regels die nu in gemeentelijke bestemmingsplannen en verordeningen staan. Ook komen in het omgevingsplan de regels die het Rijk decentraliseert naar de gemeenten (bruidsschat). Na invoering van de Omgevingswet (01-01-2022) worden tot en met 31 december 2029 de huidige regels bevroren in het tijdelijk omgevingsplan. We kunnen die regels dan nog wel uitvoeren, maar niet meer aanpassen. Daarna vervallen de regels. Voor 1 januari 2030 moeten we een gemeente dekkend nieuw omgevingsplan hebben gemaakt. Dit is een opgave die meerdere jaren in beslag neemt. Daarom hebben we de ‘transitiestrategie & format omgevingsplan’ opgesteld. De werkwijze is stapsgewijs zodat de winkel zoals iedereen mag verwachten open blijft, terwijl we ook werken aan het vullen van het ‘nieuwe’ omgevingsplan. Uitgangspunt voor het opstellen van het nieuwe omgevingsplan is het format voor het omgevingsplan van de VNG.

Bij de transitiestrategie naar het nieuwe omgevingsplan gaan we er van uit dat; - Zodra de gemeenteraad besluit tot het opnemen van regels in het nieuwe omgevingsplan, besluit zij tegelijkertijd om de ‘oude’ regels hierover in het tijdelijke omgevingsplan te schrappen. - De ruimtelijke regels en een deel van de bruidsschat in het nieuwe omgevingsplan per gebied worden gevuld. We sluiten daarvoor aan bij de gebiedsindeling en volgordelijkheid die voor de omgevingsvisie is gekozen. - De verordenende regels en het deel van de bruidsschat dat over milieubelastende activiteiten gaat, themagericht worden opgenomen in het nieuwe omgevingsplan. Bij het maken van het omgevingsplan zal participatie aan de orde zijn. De wijze waarop dat zal gebeuren werken we nog uit en hierover informeren we u later dit jaar in de RIB Participatieplan omgevingsplan.

2

1. Inleiding Het omgevingsplan is één van de instrumenten van de Omgevingswet. Het bevat alle juridische regels over de fysieke leefomgeving in onze gemeente. Deze regels gelden voor inwoners, organisaties, bedrijven én de overheid. De bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen en te wijzigen ligt bij de gemeenteraad. 1.1 ‘Tijdelijk’ omgevingsplan Bij inwerkingtreding van de omgevingswet (01-01-2022) worden alle huidige regels over de fysieke leefomgeving in onze gemeente automatisch overgezet in een ‘tijdelijk’ omgevingsplan. Het gaat dan om de regels die nu in onze bestemmingsplannen staan, in enkele specifieke verordeningen en om regels die het Rijk naar de gemeenten decentraliseert (bruidsschat). Op deze manier kan het fysieke domein blijven functioneren zoals het voor de inwerkingtreding van de wet al deed. Het ‘tijdelijk’ omgevingsplan kunnen we niet aanpassen, het is alleen mogelijk er regels uit te verwijderen. Dit omgevingsplan is dus ‘bevroren’. 1.2 Uiterlijk 31 december 2029 moet een ‘nieuw’ omgevingsplan operationeel zijn De wetgever laat uiterlijk 31-12-2029 het ‘tijdelijk’ omgevingsplan vervallen. Dan dienen al onze regels in een ‘nieuw’ omgevingsplan te zijn opgenomen. Als de regels niet uiterlijk 31 december 2029 zijn opgenomen in het omgevingsplan verliezen ze hun rechtskracht.

1.3 ‘Nieuwe’ omgevingsplan Als de gemeenteraad nieuwe regels wil vaststellen, dan moeten die regels in het ‘nieuwe’ omgevingsplan gezet worden. Tegelijkertijd met het vaststellen van deze nieuwe regels moet de gemeenteraad besluiten dat strijdige regels uit het ‘tijdelijk’ omgevingsplan worden verwijderd. Het vaststellen van nieuwe regels is pas aan de orde als: - de regels voor een bepaald gebied of onderwerp gewijzigd worden omdat deze geactualiseerd en/of vereenvoudigd worden; - medewerking wordt verleend aan een initiatief op een locatie dat in strijd is met de regels in het ‘tijdelijk’ omgevingsplan; - nieuwe algemene regels voor een bepaald thema worden vastgesteld(regels die nu in een verordening staan of nieuw beleid vertalen in regels). Het vullen van het ‘nieuwe’ omgevingsplan is een opgave die meerdere jaren in beslag neemt. Daarom is dit document opgesteld.

3

2. Vertrekpunten transitiestrategie In dit hoofdstuk zijn de vertrekpunten voor de transitiestrategie uiteengezet. 2.1 Relatie met de andere instrumenten De Omgevingswet gaat uit van een sluitende beleidscyclus, waarin alle instrumenten van de omgevingswet hun rol hebben. De uitgangpunten voor de fysieke leefomgeving staan in de omgevingsvisie. Deze kan het college meer concreet uitwerken in de vorm van een programma. Het programma geeft handen en voeten aan de uitvoering van de visie. Het kan om allerlei soorten maatregelen gaan, behalve juridisch bindende regels. Deze staan in het instrument omgevingsplan. In het omgevingsplan wordt bepaald voor welke activiteiten wel en welke geen omgevingsvergunning nodig is.

2.2 Parallel met het spoorboekje Omgevingswet ‘Samen sturen op een goede leefomgeving’ In het spoorboekje zijn vertrekpunten voor de implementatie van de Omgevingswet in ’s-Hertogenbosch opgenomen. Voor het omgevingsplan gelden dezelfde vertrekpunten, maar met een bepaalde accentuering. A. Eenvoudiger in beleid en regelgeving Het omgevingsplan voegt alle regels over de fysieke leefomgeving samen. Hierdoor zijn deze regels voortaan op één plek vindbaar en worden eventuele tegenstrijdigheden en overlap in de regels opgelost. Bij het samenvoegen van de regels in het omgevingsplan is het behoud van de inhoudelijke essentie leidend. Bij het aan de gemeenteraad ter vaststelling aanbieden van (delen van) het ‘nieuwe’ omgevingsplan, maken we de ‘niet beleidsneutrale wijzigingen’ inzichtelijk. B. Optimale dienstverlening Bij het opstellen van de regels voor het ‘nieuwe’ omgevingsplan is de begrijpelijkheid van de regels een belangrijk aspect. Aanvullend hierop maken we regels waarvan veel gebruik wordt gemaakt ‘machine leesbaar’, waardoor aan de hand van een digitale vragenboom voor een inwoner, bedrijf of organisatie snel inzichtelijk is of er voor de activiteit een vergunning nodig is en/of welke documenten voor de aanvraag zijn vereist.

4

C. Digitaal waar kan Het omgevingsplan is digitaal raadpleegbaar conform de wijze die de wetgever voorschrijft. D. Borging van continuïteit Bij het vullen van het omgevingsplan anticiperen we zoveel mogelijk op de mogelijkheid om ‘werk met werk’ te maken. Bijvoorbeeld: als we zien aankomen dat voor een bepaald onderwerp nieuw beleid komt, dan gaan we het op dit moment geldende beleid niet eerst opnemen in het nieuwe omgevingsplan. We wachten dan op het nieuwe beleid, dat we direct verwerken in het nieuwe omgevingsplan. E. Continue verbeteren We willen onszelf continu verbeteren. We zetten met elkaar kleine stappen en richten ons op samen leren. Dit betekent dat we het omgevingsplan niet in één keer vullen, maar stapsgewijs in delen. De ervaringen die we bij ieder deelplan opdoen nemen we mee in de vervolgstappen richting een volledig gevuld omgevingsplan. 2.3 Juridische (on)mogelijkheden Het omgevingsplan is een sterk juridisch instrument. Dat betekent dat er ook allerlei regels voor dit instrument gelden waaraan we gebonden zijn bij het vullen ervan. Ruimtelijke regels (deze regels staan nu in het bestemmingsplan) De ruimtelijke regels die nu in bestemmingsplannen staan, kunnen alleen per gebied in het nieuwe omgevingsplan worden opgenomen. Dit komt omdat deze regels alleen per locatie in het ‘tijdelijk’ omgevingsplan kunnen vervallen.

Bruidsschat (deze regels decentraliseert het Rijk naar gemeenten) Voor deze regels geldt dat ze per regel voor de hele gemeente, maar ook voor alleen een specifiek gebied mogen vervallen. Dit betekent dat we de regels uit de bruidsschat per thema in het nieuwe omgevingsplan kunnen opnemen. Verordeningen Voor verordeningen die effect hebben op de fysieke leefomgeving geldt dat deze voor 31 december 2029 opgenomen moeten zijn in het omgevingsplan, anders vervalt de rechtskracht ervan. Tot die tijd kunnen voor de fysieke leefomgeving nog steeds verordeningen worden vastgesteld. Enkel voor de verordeningen die bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet rechtstreeks onderdeel zijn gaan uitmaken van het omgevingsplan geldt dat deze bij herziening niet meer als verordening kunnen worden vastgesteld. Hiervoor geldt dat dat ze alleen maar direct in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Dit betreft in ieder geval de regels uit de Geurverordening, de regels uit de Erfgoedverordening over archeologie en de Hemelwaterverordening. Het opnemen van de verordenende regels in het omgevingsplan kan gebiedsgericht (per zelfgekozen locatie) of per thema (zoals kappen of bodem).

5

3. Transitiestrategie Voor het vaststellen van de transitiestrategie voor het vullen van het nieuwe omgevingsplan is het volgende relevant: 1. het tempo; 2. de wijze waarop; 3. hoe we omgaan met initiatieven die in strijd zijn met het ‘tijdelijk’ omgevingsplan; 4. participatie. 3.1 Het tempo In de transitieperiode blijft ook de huidige praktijk aan de orde. Met andere woorden: de winkel blijft open terwijl we ook het ‘nieuwe’ omgevingsplan moeten vullen. Om het nieuwe omgevingsplan gevuld te krijgen kunnen we aan het begin van de transitieperiode extra inzet plegen, waardoor het omgevingsplan ruim voordat het tijdelijke omgevingsplan vervalt gevuld kan zijn. Een andere optie is het stapsgewijs vullen van het omgevingsplan. Bij deze optie werken we met behapbare extra inspanningen aan een volledig gevuld omgevingsplan op 31 december 2029. We geven de voorkeur aan de stapsgewijze variant, omdat deze het beste past bij de eerder geformuleerde vertrekpunten. Namelijk: - op deze manier kan de relatie met de omgevingsvisie - waarvoor ook de maximale implementatietijd geldt - het beste worden geborgd (beleidscyclus); - in deze variant is ruimte voor ‘werk met werk’ maken (borging van continuïteit); - continue verbeteren kan in deze variant het beste worden toegepast.

Door het plan in delen te vullen leren we van iedere stap, de ervaringen kunnen we toepassen bij het vullen van het volgende deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan wordt daardoor steeds beter, zonder dat we het steeds voor de hele stad hoeven aan te passen. 3.2 De wijze waarop we de bruidsschat, verordeningen en ruimtelijke regels opnemen in het ‘nieuwe’ omgevingsplan Bruidsschat De regels in de bruidsschat komen voort uit het huidige Activiteitenbesluit milieubeheer, de Activiteitenregeling milieubeheer en het Bouwbesluit 2012. Het gaat in de bruidsschat over algemene milieuregels voor activiteiten zoals kleinschalige voedselbereiding, horeca, dierenpensions, dagrecreatie en supermarkten. Ook bevat de bruidsschat algemene bouwregels. Denk daarbij aan regels voor erfafscheidingen en vergunningsvrije bouwwerken. Deze regels kunnen niet één op één worden overgenomen in het ‘nieuwe’ omgevingsplan. De transitiestrategie voor de bruidsschat is niet voor de gehele bruidsschat gelijk. Er is een tweedeling gemaakt tussen alle regels die over milieuaspecten gaan en de overige regels. De overige regels hangen nauw samen met de ruimtelijke regels en worden daarom tegelijkertijd met die regels in het nieuwe omgevingsplan opgenomen. De regels van de bruidsschat die gaan over de milieubelastende activiteiten nemen we per thema op in het omgevingsplan.

Hierbij blijven gebiedsaccenten mogelijk. Verordeningen Over het algemeen genomen komen de regels over de fysieke leefomgeving die nu in verordeningen staan straks in het nieuwe omgevingsplan terecht. In de Omgevingswet is bepaald welke regels moeten, welke mogen en welke niet mogen worden opgenomen in het ‘nieuwe’ omgevingsplan. Er is een eerste aanzet gemaakt voor het op hoofdlijnen categoriseren van onze gemeentelijke verordeningen in deze drie categorieën.

6

De wijze waarop we de verordenende regels in het omgevingsplan gaan opnemen ziet er als volgt uit. Systematisch vullen van het omgevingsplan met verordenende regels We starten in het derde kwartaal van 2022 met het voorbereiden van het opnemen van een eerste tranche verordenende regels in het omgevingsplan. Het gaat om regels die in het omgevingsplan moeten worden opgenomen en beleidsneutraal kunnen worden opgenomen. In deze eerste tranche nemen we (in ieder geval) de volgende verordeningen mee: - Verordening Bomen, Water en Groen (uitgaande van vaststelling door de gemeenteraad) - Erfgoedverordening - Verordening bodemsanering Deze eerste tranche houdt een wijziging van het omgevingsplan in die op zijn vroegst einde 2022 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Met deze eerste tranche doen we ervaring op met het verwerken van verordenende regels in het omgevingsplan. Na deze eerste tranche zullen nieuwe tranches volgen. Dit, zodat uiterlijk 31 december 2029 alle verordenende regels die in het omgevingsplan moeten zijn opgenomen ook daadwerkelijk onderdeel zijn geworden van het omgevingsplan. Voor de verordenende regels die in het omgevingsplan mogen worden opgenomen (de magcategorie) geldt dat we er pas mee aan de slag gaan nadat de ervaringen met de eerste tranche van de moet-categorie zijn geëvalueerd.

Het is op dit moment namelijk nog onduidelijk hoe een en ander er in het omgevingsplan precies uit komt te zien. Aan de hand van de evaluatie en kennisontwikkeling wordt bepaald welke verordenende regels aanvullend kunnen worden opgenomen in het omgevingsplan. Bij de keuze is onder andere het volgende van belang: - in hoeverre het voor gebruikers overzichtelijker en bruikbaarder is dat de regels in een separate verordening of in het omgevingsplan staan; - in hoeverre het in het omgevingsplan mogelijk is de gewenste samenhang tussen de regels te borgen (integraliteit); - wat juridisch gezien de beste keuze is (bezwaar en beroep, is het wel/niet eenvoudig om het omgevingsplan te wijzigen?). Werk met werk maken Voor verordenende regels die in het omgevingsplan moeten worden opgenomen, maar waarvoor geldt dat een beleidswijziging in het verschiet ligt, geldt dat deze regels niet in de systematische tranches meelopen. Hiervoor geldt dat de beleidswijziging leidend is voor de planning van het opnemen van de verordenende regels in het omgevingsplan. In dit geval is het opnemen van verordenende regels in het omgevingsplan onderdeel van het reguliere beleidsproces. Klik voor achtergrondinformatie op de onderstaande link: Website VNG met een handreiking voor ‘Verordeningen in het omgevingsplan’ Ruimtelijke regels De ruimtelijke regels staan op dit moment in de bestemmingsplannen.

Deze regels kunnen we alleen per locatie (gebiedsgericht) opnemen in het nieuwe omgevingsplan. Het omgevingsplan is in principe een regelgerichte uitwerking van de omgevingsvisie. Aangezien de omgevingsvisie een gebiedsgerichte aanpak kent is het logisch om bij het vullen van de ruimtelijke regels in het omgevingsplan aan te sluiten bij de gebiedsindeling en de volgordelijkheid die de omgevingsvisie kent. Dit sluit aan bij de doorlopende beleidscyclus die de Omgevingswet nastreeft. Aanvullend biedt het de volgende voordelen:

7

- het geeft helderheid voor de inwoners, ondernemers en organisaties; - de huidige grotere bestemmingsplannen kennen al grotendeels deze gebiedsindeling, wat efficiëntie biedt in de transitie.

3.3 De omgang met initiatieven die in strijd zijn met het ‘tijdelijk’ omgevingsplan; Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn er twee mogelijkheden om medewerking te verlenen aan initiatieven die in strijd zijn met het ‘tijdelijk’ omgevingsplan door: 1. voor de locatie waar het initiatief betrekking op heeft regels op te nemen in het nieuwe omgevingsplan die het initiatief mogelijk maken en de regels in het tijdelijke omgevingsplan schrappen (wijziging omgevingsplan); 2. afwijken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Route 1 betekent dat we een nieuw stukje omgevingsplan opstellen dat het tijdelijke deel geheel of gedeeltelijk vervangt. Het gaat dan om de vervanging van de ruimtelijke regels die nu in de bestemmingsplannen staan en enkele bruidsschatregels die samenhangen met de te vervangen ruimtelijke regels. De andere regels kunnen in het tijdelijk omgevingsplan blijven staan. Dit is een geschikte route indien het initiatief ruimtelijk niet aanvaardbaar is als de oude functies mogelijk blijven, dan wel omliggende functies niet worden ingeperkt. Ook is deze route meer geschikt voor initiatieven die nog niet concreet, maar meer globaal, zijn uitgewerkt.

Route 2 betekent dat het tijdelijk omgevingsplan niet wordt aangepast, maar dat een omgevingsvergunning wordt verleend voor het handelen in strijd met de ruimtelijke regels in het tijdelijk omgevingsplan. Deze route maakt het zonder veel operationele risico’s mogelijk medewerking te verlenen aan een gewenst initiatief. Bij deze route wordt het tijdelijk omgevingsplan niet aangepast. Het blijft na vergunningverlening dus mogelijk om die ‘oude’ functies en activiteiten op de initiatieflocatie ook uit te voeren. Voor deze route is het nodig dat het initiatief al concreet is uitgewerkt. In feite wordt een specifiek ‘bouwplan’ of ‘gebruik’ vergund. Deze route is in het begin eenvoudiger uitvoerbaar, omdat nog geen stukje omgevingsplan hoeft te worden gemaakt.

8

Aan het begin van de transitieperiode zullen we initiatieven zoveel mogelijk via route 2 mogelijk maken. Naar mate het einde van de transitieperiode dichterbij komt zal route 1 vaker aan de orde zijn. We sluiten hiermee aan bij de overwegingen van de VNG zoals vermeld in de factsheet ‘Behandelen van initiatieven tijdens de overgangsfase’. Klik voor achtergrondinformatie op de onderstaande link: Website VNG met de factsheet ‘Behandelen van initiatieven tijdens de overgangsfase’ 3.4 De omgang met participatie Bij het vullen van het omgevingsplan en voorafgaand aan het verlenen van buitenplanse omgevingsplan activiteiten is participatie aan de orde. De wijze waarop dat zal gebeuren werken we nog uit en hierover informeren we u later dit jaar in de RIB Participatieplan omgevingsplan.

9

4. Format De opzet van het omgevingsplan, het casco, is vormvrij. Zoals dit ook geldt voor verordeningen op dit moment. Voor bestemmingsplannen is dit op dit moment niet zo, deze moet voldoen aan de eisen zoals geformuleerd in de SVBP (standaard vergelijkbare bestemmingsplannen). De VNG heeft voor het opstellen van het omgevingsplan een casco ontwikkeld. Het gaat om een format dat gemeenten richting en houvast kan bieden bij het ontwikkelen van het omgevingsplan. Het is aan gemeenten om te kiezen of zij geheel, deels of niet gebruik maken van dit casco om het omgevingsplan op te zetten. Het casco en de ontwikkelingen er rondom heen worden door ons nauw gevolgd. Hetgeen inmiddels beschikbaar is, is al sterk ontwikkeld ten opzichte van de eerste variant en biedt in de basis een goede houvast voor het opzetten van het omgevingsplan. Om het in de praktijk beter werkbaar te maken en aan te sluiten bij de vertrekpunten van dit document, zullen hier en daar wijzigingen nodig zijn. Voor het opstellen van het omgevingsplan sluiten we, zo veel mogelijk, aan bij het casco van de VNG.

Deze is voldoende flexibel om onze Bossche waarden en uitgangspunten op te nemen en zorgt ervoor dat we gebruik kunnen maken van externe continue verbetering en ondersteuning met de mogelijkheid om te sparren met andere gemeenten Daarnaast kiest het grootste gedeelte van de Nederlandse gemeenten voor aansluiting bij de modellen van VNG. We vinden het wiel niet opnieuw uit, maar maken efficiënt gebruik van gezamenlijke kennis. Klik voor achtergrondinformatie op de onderstaande link: Website VNG met ‘Het casco voor het omgevingsplan’

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9831682/1