CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting en regels DPO-leiding Bokhoven

Commissie OMGEVING 20 april 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan DPO-leiding Bokhoven21.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

79/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf peil tot aan de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de hoogte van een dakopbouw Vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw. 2.4 de hoogte van een kap vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap. 2.5 de inhoud van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren en dakvlakken zulks met inbegrip van erkers en dakkapellen en boven peil, met dien verstande dat bij woonruimten in gebouwen, die niet uitsluitend voor bewoning zijn bestemd, de inhoud van de woning wordt gemeten boven de afgewerkte vloer van de woonlaag of woonlagen. 2.6 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tesamen.

80/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3

Agrarisch met waarden - landschap

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch met waarden - landschap aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

grondgebonden agrarische doeleinden; waterhuishoudkundige doeleinden; groenvoorzieningen met natuur- en landschappelijke waarden; wandel en fietspaden; de bestemming Waardevolle bebouwing, voor zover op de plankaart als zodanig aangewezen; f. kleinschalige agrarische doeleinden; g. extensieve recreatieve doeleinden; een en ander met de daarbij behorende voorzieningen; h. een kampeerterrein zoals aangeduid op de plankaart met de daarbij behorende voorzieningen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen bouwwerken zijnde worden toegestaan ten behoeve van de erfafscheiding en waterhuishoudkundige doeleinden, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. het oppervlak mag niet meer bedragen dan 10 m2; b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 2; c. kuilvooeplaten, sleufsilo's en terreinafscheidingen kunnen worden gebouwd in directe aansluiting op het bouwperceel indien geen ruimte kan worden gevonden op het bouwperceel. 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d.

woon- en/of bedrijfsdoeleinden; kassen(bouw); de uitoefening van enige tak van detailhandel, horeca of dienstverlening; ieder gebruik dat leidt tot aantasting van waterstaatkundige, waterhuishoudkundige voorzieningen en landschappelijke waarden.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Vergunningplicht Het is zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders verboden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, egaliseren, aanvullen of ophogen van gronden; b. het aanleggen van verhardingen; c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen, constructies, installaties of apparatuur, met uitzondering van terreinafscheidingen met een hoogte van niet meer dan 2 meter; d. werken of werkzaamheden, die wijzigingen van de waterhuishouding of de normale waterstand beogen of ten gevolge hebben, anders dan ten behoeve van het normale onderhoud en beheer van de gronden. 3.4.2

Uitzonderingen op de vergunningplicht

81/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Het verbod in 3.4.1 geldt niet voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. nodig voor het aanleggen van de nieuwe brandstofleiding (zoals beschreven in de artikelen 1.16 en 1.34 en weergegeven op de tekening in bijlage 1 bij deze regels) in gronden die samenvallen met de dubbelbestemming Leiding - Brandstof; b. het normale onderhoud, beheer of herstel betreffen van de gerealiseerde bestemming; c. van geringe omvang of ondergeschikte betekenis zijn. 3.4.3 Beoordelingscriteria De werken en/of werkzaamheden 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, wanneer hierdoor of ten gevolge hiervan het functioneren van de waterkering niet in gevaar komt, dan wel door het stellen van de voorwaarden kan worden voorkomen.

82/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 4

Leiding - Brandstof

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding - Brandstof aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse brandstofleiding als bedoeld in 1.16 en 1.34. 4.2 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming of dubbelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 4.3 Bouwregels Op of in de in 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de in 4.1 genoemde leiding worden gebouwd, tot een maximale bouwhoogte van 3 m en een oppervlakte van niet meer dan 50 m2. 4.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.3, voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de veilige ligging en continuïteit van de brandstofleiding moet zijn gewaarborgd; b. voordat wordt beslist op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 4.4 ingediend door een ander dan de leidingbeheerder, wint het bevoegd gezag advies in bij de betrokken leidingbeheerder. 4.5

Specifieke gebruiksregels

4.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het: a. het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen voor inspectie en onderhoud van de brandstofleiding; 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Brandstof zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen die dieper wortelen of kunnen wortelen dan 30 cm; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair dieper dan 30 cm; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage dieper dan 30 cm; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren dieper dan 30 cm; f. het permanent opslaan van goederen; g. het aanleggen van ondergrondse leidingen.

83/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

4.6.2 Uitzonderingen op de vergunningplicht Het verbod in artikel 4.6.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. nodig voor uitsluitend het aanleggen van de nieuwe brandstofleiding, zoals beschreven in de artikelen 1.16 en 1.34 en weergegeven op de tekening in bijlage 1 bij deze regels; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; d. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; e. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 4.6.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning a. de onder 4.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, als het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding(en) zijn gewaarborgd; b. voordat wordt beslist op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 4.6.1, ingediend door een ander dan de leidingbeheerder, wint het bevoegd gezag advies in bij de betrokken leidingbeheerder.

84/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 5

Waterstaat - Waterkering

5.1 Bestemmingsomschrijving De gronden aangewezen voor 'Waterstaat - Waterkering' zijn naast de andere krachtens dit plan hieraan gegeven bestemmingen bestemd voor dijken en kaden met een waterkerende functie. 5.2 Bouwregels Op gronden met de bestemming Waterstaat - Waterkering mag niet worden gebouwd, anders dan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming tot een hoogte van maximaal 3 meter. 5.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2 en toestaan dat de in de onderliggende enkelbestemmingen genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd mits vooraf advies wordt ingewonnen van het waterschap. 5.4 Specifieke gebruiksregels Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.4 voor een gebruik conform de onderliggende enkelbestemmingen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatige functioneren van de waterkering.

5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1

Vergunningplicht Het is zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders verboden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

a. het afgraven, egaliseren, aanvullen of ophogen gronden; b. het aanleggen van verhardingen; c. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen, constructies, installaties of apparatuur, met uitzondering van terreinafscheidingen met een hoogte van niet meer dan 2 meter; d. werken of werkzaamheden, die wijzigingen van de waterhuishouding of de normale waterstand beogen of ten gevolge hebben anders dan ten behoeve van het normale onderhoud en beheer van de gronden. 5.6.2

Uitzonderingen op de vergunningplicht Het verbod in 5.6.1 geldt niet voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:

a. nodig zijn voor uitsluitend het aanleggen van de nieuwe brandstofleiding, zoals beschreven in de artikelen 1.16 en 1.34 en weergegeven op de tekening in bijlage 1 bij deze regels in gronden die samenvallen met de dubbelbestemming Leiding Brandstof; 85/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

b. het normale onderhoud, beheer of herstel betreffen van de gerealiseerde bestemming; c. van geringe omvang of ondergeschikte betekenis zijn. 5.6.3 Beoordelingscriteria a. De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.6.1 zijn slechts toelaatbaar, wanneer hierdoor of ten gevolge hiervan het functioneren van de waterkering niet in gevaar komt, dan wel dat door het stellen van de voorwaarden kan worden voorkomen; b. voordat wordt beslist op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5.6.1 wint het bevoegd gezag advies in bij de beheerder van de waterkering.

86/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 6 6.1

Sport

Bestemmingsomschrijving

De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportveld; b. parkeer- en groenvoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. het oppervlak van de gebouwen voor het speelveld bij het Veersluis mag niet meer bedragen dan 50 m2; b. de hoogte van de bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen, met uitzondering van verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte niet meer dan 10 meter mag bedragen. 6.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. enige vorm van permanent verblijf, of daarmee gelijk te stellen vormen van verblijfsrecreatie, zoals vaste kampeer/standplaatsen en/of stacaravans; b. voor de uitoefening van enige vorm van (detail)handel, horeca, bedrijf of dienstverlening.

87/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 7

Verkeer - verblijf

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor Verkeer - verblijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeers- en verblijfsdoeleinden; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. parkeer- en groenvoorzieningen; een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 7.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd: a. met een oppervlakte van ten hoogte 10 m2; b. met een hoogte van ten hoogste 3 meter, met uitzondering van bewegwijzering, verkeersregeling, straatmeubilair en verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte niet meer dan 10 meter mag bedragen. 7.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. reclamedoeleinden; b. verkoop van motorbrandstoffen.

88/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 8

Water

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishoudkundige doeleinden en waterberging in de vorm van watergangen/singels met bijbehorende taluds/bermen; b. groenvoorzieningen; c. recreatieve voorzieningen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals kunstwerken, kademuren en aanlegsteigers. 8.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd voor de inrichting en het onderhoud en beheer van openbaar nut, kunsttoepassing, kademuren en aanlegsteigers, met een maximale hoogte van 8 meter.

89/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 9

Waterstaat - Stroomvoerend Rivierbed

9.1 Bestemmingsomschrijving Gronden aangewezen voor Waterstaat - Stroomvoerend Rivierbed zijn, naast de andere bestemmingen bestemd voor de afvoer en berging van rivierwater, ijs en sediment. 9.2

Bouwregels a. het is verboden te bouwen, conform de regels van de onderliggende bestemmingen; b. ten behoeve van de bestemming Waterstaat - Stroomvoerend Rivierbed mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd tot een hoogte van maximaal 3 meter;

9.3

Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2 onder a en toestaan dat conform de planregels van de onderliggende bestemmingen wordt gebouwd, als dit niet leidt tot een mogelijke verhoging van de waterstand en/of feitelijke belemmering voor toekomstige vergroting van de afvoercapaciteit en/of tot potentiële schade bij hoog water. b. Voordat wordt beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wordt advies ingewonnen van Rijkswaterstaat.

90/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 10

Wonen

10.1 bestemmingsomschrijving De gronden met de bestemming Wonen zijn bestemd voor: a. wonen, in de vorm van woningen en bijzondere woonvoorzieningen, al dan niet in combinatie met een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en daarbij behorende tuinen, erven en water en dergelijke; een en ander met de daarbij horende voorzieningen. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Algemeen Voor het bouwen geldt dat : a. bebouwing slechts toelaatbaar is, indien ten minste 90% van het gezamenlijk dakoppervlak is voorzien van een hellend dak van tenminste 30 graden en ten hoogste 55 graden; b. de nok van het dak uitsluitend parallel aan of dwars op de ter plaatse geldende as van de weg mag worden gesitueerd; 10.2.2 Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen gelden verder ook de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken en in de op de verbeelding aangegeven verplichte gevellijn worden opgericht; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8,5 meter, behalve waar op de verbeelding, middels de aanduiding maximale bouwhoogte een andere hoogte is aangegeven. Daarbij moet de op de verbeelding aangegeven hoogte worden aangehouden; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,0 meter, behalve waar op de verbeelding, middels de aanduiding 'maximale goothoogte' een andere hoogte is aangegeven. Daarbij moet de op de verbeelding aangegeven hoogte worden aangehouden; d. aanbouwen, zoals erkers, mogen de voorgevel van het hoofdgebouw over niet meer dan tweevijfde van de breedte, tot een diepte van maximaal 1,2 meter overschrijden. 10.2.3 Bijgebouwen a. bijgebouwen mogen in de voor hoofdgebouwen bestemde bouwvlakken en in de 'zone bijgebouwen toegestaan' worden opgericht; b.

onverminderd het in 10.2.1 bepaalde gelden voor bijgebouwen ook de volgende regels: 1. de gezamenlijk oppervlakte van bijgebouwen mag niet meer dan 50 m2 per woning bedragen; 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6,5 meter, tenzij het een aanbouw betreft, waarvan het dakvlak in het verlengde van het dakvlak van het hoofdgebouwen ligt; 3. de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3 meter bedragen; 4. het bijgebouw dient met een kap te worden uitgevoerd.

91/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

10.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. onverminderd het in 10.2.1 bepaalde gelden voor bouwwerken geen gebouwen zijnde ook de volgende bepalingen: 1. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer dan 5,0 meter bedragen; 2. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel mag niet meer bedragen dan 2 meter; voor de voorgevel mag de hoogte daarvan niet meer bedragen dan 1 meter; 3. de hoogte van antennes mag niet meer dan 15,0 meter bedragen; 4. de bouw van schotelantennes is toegestaan mits: - de doorsnede niet groter is dan 2,0 meter; - de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer is dan 3,0 meter; - opgericht in de zone waarin bijgebouwen zijn toegestaan. 10.3 Afwijken van de bouwregels Het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.2.1, 10.2.2, 10.2.3 en 10.2.4 ten aanzien van: a. de bouwgrenzen met ten hoogste 2,0 meter ten behoeve van entreeportalen, erkers, alsmede naar de aard daarmee vergelijkbare delen van bouwwerken en voor carports; b. het bouwen van priëlen, tuin- en theehuisjes en overdekte privezwernbaden of stallen, schuren en garages, alsmede naar aard daarmee vergelijkbare bijgebouwen, mits: 1. het oppervlak van het betreffende perceel meer bedraagt dan 1.000,0 m2; 2. het gezamenlijk oppervlak van bijgebouwen minder dan 150,0 m2 bedraagt; c.

de bouw van bijgebouwen bij vrijstaande woningen langs twee zijgevels, mits de afstand van een aanbouw tot de zijdelingse perceelsgrens tenminste 3,0 meter bedraagt; d. de bestemmingsgrens voor het tegen een zijgevel aanbouwen van een bijgebouw, op tenminste 3,0 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw mits: 1. de hoogte niet meer dan 2,7 meter bedraagt; 2. de breedte van het bijgebouw niet meer dan 3,0 meter bedraagt; 3. de lengte van het bijgebouw niet meer dan 6,0 meter bedraagt; e. de splitsing van woningen in maximaal twee volwaardige woningen indien de: 1. inhoud van elke woning minimaal 750 m3 bedraagt; 2. architectonische vormgeving niet wezenlijk wordt aangetast; 3. het grondoppervlak niet wordt vergroot; 4. de bestaande situering niet gewijzigd wordt. 10.4 Specifieke gebruiksregels Tot strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte. 10.5 Afwijken van de gebruiksregels a. Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.4 en toestaan dat een bijgebouw wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits: 1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; 2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden (agrarische bedrijven); 3.

de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m2; b. Burgemeester en wethouders trekken de omgevingsvergunning als bedoeld in lid a in als de woonruimte niet langer noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg.

92/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

10.6 Nadere eisen a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de afmetingen en de plaatsing van bijgebouwen onderling en in relatie tot het hoofdgebouw en tot het naastgelegen erf, voor zover dat nodig is met het oog op: 1. de stedenbouwkundige structuur van de omgeving: 2. de veiligheid op de openbare weg; 3. de bezonning op het eigen erf zowel als de naastgelegen erven; 4. de bebouwingsmogelijkheden en de bereikbaarheid van naastgelegen percelen;

93/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

11.1 Overige zone - Leiding buiten gebruik a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Overige zone - Leiding buiten gebruik'', vervalt, uiterlijk 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan of zoveel eerder als de leidingbeheerder heeft verklaard dat de ondergrondse buisleiding buiten werking is gesteld, de regels: 1. in de het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof'; 2. in de in het inpassingsplan Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost opgenomen dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof'. b. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Overige zone - Leiding buiten gebruik', voor zover niet gelegen binnen de ruimtelijke plannen in lid a, gelden gedurende twee jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan of tot het moment dat de leidingbeheerder heeft verklaard dat de buisleiding buiten werking is gesteld de regels uit artikel 11.3. 11.2 Specifieke gebruiksregels a. het is verboden om op of in de gronden met de gebiedsaanduiding 'Overige zone Leiding buiten gebruik' een ondergrondse brandstofleiding in gebruik te hebben, nadat de nieuwe brandstofleiding als bedoeld in de artikelen 1.16 en 1.34 in gebruik is genomen. b.

Binnen maximaal één jaar na het vervallen van de dubbelbestemmingen, zoals bepaald in artikel 11.1 onder a, moet de leiding ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Overige zone - Leiding buiten gebruik' zijn verwijderd, wat betekent dat alle leidingen en bijbehorende bouwwerken en werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde en werkzaamheden, moeten zijn verwijderd en de grond uitsluitend gebruikt wordt en in gebruik blijft volgens de onderliggende bestemmingen. c. in afwijking van het bepaalde onder b wordt de leiding ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Overige zone - Leiding buiten gebruik' op een veilige en milieyhygiënische wijze onklaar gemaakt, als het verwijderen van de leiding fysiek niet mogelijk is. 11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 11.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de gebiedsaanduiding 'Overige zone - Leiding buiten gebruik', zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen die dieper wortelen of kunnen wortelen dan 30 cm; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere gesloten oppervlakteverhardingen; c.

het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair dieper dan 30 cm; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage dieper dan 30 cm; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren dieper dan 30 cm; f. het permanent opslaan van goederen.

94/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

11.3.2 Uitzonderingen Het verbod in artikel 11.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, beheer of herstel betreffen van de gerealiseerde bestemming; b. van geringe omvang of ondergeschikte betekenis zijn 11.3.3 Beoordelingscriteria a. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.3.1 wordt slechts verleend, als het behoud van een veilige ligging van de leiding en de continuïteit van de functie van de leiding zijn gewaarborgd. b. voordat wordt beslist op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 11.3.1 ingediend door een ander dan de leidingbeheerder, wint het bevoegd gezag advies in bij de betrokken leidingbeheerder.

95/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

12.1 Stikstofdepositie Het aanleggen van de nieuwe brandstofleiding, zoals beschreven in de artikelen 1.16 en 1.34 en weergegeven op de tekening in bijlage 1 bij deze regels, is uitsluitend toegestaan als wordt gewerkt in overeenstemming met de uitgangspunten in de Aeriusbijlagen bij het besluit op grond van de Wet natuurbescherming van februari 2021, dat als bijlage 2 bij deze regels is gevoegd, dan wel een latere voor dezelfde activiteiten verleende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming.

96/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 13

Van toepassingsverklaring bestemmingsplannen

Op de gronden met de dubbelbestemming Leiding - Brandstof, voor zover gelegen binnen de vigerende ruimtelijke plannen bestemmingsplan Buitengebied, met identificatienummer NL.IMRO.079600002031-1401 en Provinciaal inpassingsplan 'Gebiedsontwikkeling Oostelijke LangstraatOost' (verder: PIP GOL) met identificatienummer NL.IMRO.9930.ipgoloost-va03, zijn de regels van deze plannen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 onverkort van toepassing.

97/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14

Overgangsrecht

14.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

98/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'DPO-Leiding Bokhoven'.

99/99 - vastgesteld - NL.IMRO.0796.0002415-1401 - 8 februari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9968369/1