CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Toelichting en regels bestemmingsplan Kerkstraat 6-8 Nuland

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Kerkstraat 6-8 te Nuland21.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2?g/m3).

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

31

Middels de NSL-monitoringstool kunnen de achtergrondwaarden met betrekking tot stikstof en fijnstof op een locatie worden achterhaald. Op basis hiervan wordt beoordeeld of op de locatie sprake is van een goed leef- en verblijfsklimaat. Beoordeling Invloed initiatief op luchtkwaliteit Om te bepalen of het project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de NIBM-tool. In deze tool wordt de toekomstige verkeersgeneratie ingevoerd. Om de verkeersgeneratie te berekenen die de supermarktuitbreiding met zich meebrengt, is gebruik gemaakt van de CROW-tool. In de tool zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ

Hoofdgroep: winkelen en boodschappen Type: Fullservice supermarkten (middelhoog en hoog prijsniveau) Hoeveelheid: 300 m2 bvo Gemeente: 's-Hertogenbosch Ligging: Rest bebouwde kom

Aan de hand van deze uitgangspunten neemt de verkeersgeneratie van de supermarkt met deze uitbreiding toe met circa 353 mvt/etmaal (gemiddelde openingsdag). Daarnaast is bij het 'aandeel vrachtverkeer' 1% ingevoerd, vanwege het laden en lossen van de supermarkt. Deze gegevens zijn gebruikt in de NIBM-tool. In de tool is het jaar 2021 als jaar van planrealisatie aangehouden. De resultaten van de tool zijn in navolgend figuur weergegeven.

Geconcludeerd wordt dat het plan "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Een nader luchtkwaliteitonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Invloed luchtkwaliteit op initiatief Daarnaast moet aangetoond worden dat sprake is van een goed werk- en leefklimaat ter plaatse van de supermarkt. Om deze reden zijn de achtergrondwaarden (m.b.t. de luchtkwaliteit) ter plaatse van het plangebied onderzocht middels de NSL-monitoringstool. In figuur 5.2 zijn de dichtstbijzijnde/maatgevende meetpunten weergegeven. De navolgende tabel laat de achtergrondwaarden ter plaatse van deze meetpunten zien. Geconcludeerd wordt dat de achtergrondwaarden hier ruim onder de norm liggen. Hierdoor kan worden gezegd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed werk- en leefklimaat met betrekking tot de luchtkwaliteit.

32

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Figuur 5.2: Meetpunten NSL-monitoringstool ten opzichte van plangebied Id NO2 ug/m3 PM10 ug/m3 PM10 overschrijdingsdagen 1 686332 21,2 19,0 6,8 2 715115 20,2 18,8 6,7 3 732436 21,0 18,9 6,8 4 729357 21,2 19,0 6,8 5 15810062 21,0 18,9 6,8 6 724336 21,1 19,0 6,8 7 714706 22,0 19,1 6,9 Norm 40 40 35

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

PM2.5 11,5 11,5 11,5 11,5 11,5 11,5 11,6 25

33

5.6

Bodem

Algemeen Bij plannen en ontwikkelingen, het daarvoor opstellen van bestemmingsplannen of het wijzigen daarvan is altijd de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Derhalve dient de bodemkwaliteit binnen het plangebied bekend te zijn. Hiermee kan worden beoordeeld of de aanwezige bodemkwaliteit wel of niet geschikt is voor de toekomstige bestemming. Bodemsituatie Om de bodemsituatie ter plaatse inzichtelijk te maken is er een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is om aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Onderstaand wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies van het onderzoek. Voor verdere details wordt verwezen naar de bijlagen.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek en de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat in de grond verhogingen van lood, zink en PAK’s ten opzichte van de achtergrondwaarde worden aangetroffen. In het grondwater worden verhogingen van molybdeen ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen. De locatie kan daarom niet meer als onverdacht worden beschouwd, de resultaten van het bodemonderzoek geven echter geen aanleiding om een nieuw onderzoek met een gewijzigde onderzoeksstrategie uit te voeren. Verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarde, respectievelijk de streefwaarde worden vaker aangetroffen tijdens bodemonderzoeken en geven geen bezwaar voor het geplande gebruik van de locatie. Op basis van dit bodemonderzoek zijn er geen bezwaren voor de bestemmingsplanwijziging en het toekomstige gebruik van de locatie als detailhandel. Het aspect 'bodem' zorgt niet voor belemmeringen.

5.7

Water

Ruimte maken voor water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Met de ondertekening van de 'Startovereenkomst Waterbeheer' door verschillende overheden, is de watertoets van toepassing op ruimtelijke plannen. Vanaf 1 november 2003 is deze juridisch vastgelegd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). De watertoets moet ingevuld worden als een procedure. Het omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het planvormingsproces. Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Zowel waterkwantiteits- als waterkwaliteitsaspecten zijn daarbij belangrijk. Kansen worden benut en functies zoveel mogelijk gecombineerd. De beleidsdoelen voor integraal waterbeheer zijn door de gemeente vastgesteld in het Waterplan (2017). Hierin staat dat we in 's-Hertogenbosch een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem willen creëren ook is hierin het hemelwaterbeleid vastgelegd. Dit is gebiedsspecifiek gedaan, kijkend naar de watersystemen en de uitgangspunten per wijk. Het hemelwaterbeleid is verankerd in de gemeentelijke Verordening Hemelwater en Grondwater 2017.

34

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

De doelen van het waterschap Aa en Maas zijn vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021. In de Keur van het Waterschap staan de regels (met name geboden en verboden) die een waterschap hanteert bij de bescherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Deze regels voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Het plangebied ligt binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Vanuit het vooroverleg met het Waterschap Aa en Maas is naar voren gekomen dat voor het bouwrijp maken van de gronden er mogelijk activiteiten plaatsvinden in een boringsvrije zone. Deze moeten in een aantal gevallen bij het Waterschap gemeld worden en kan er sprake zijn van extra regels. Wanneer hiervan sprake is zal deze melding gedaan worden. Daarnaast is met de komst van de Waterwet het waterschap bevoegd gezag geworden voor de regulering van grondwateronttrekkingen en infiltraties (op een aantal onder de provinciaal bevoegdheid vallende categorieën na; zie art. 6.4 Waterwet. De afspraken uit de watertoets worden in een waterparagraaf vastgelegd. In deze waterparagraaf is toegelicht hoe het waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichting in dit bestemmingsplan.

Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Uitgangspunten voor integraal waterbeheer De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Ÿ Ÿ Ÿ

Ÿ

Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. infiltratie/bergen 3. afvoer; Hydrologisch neutraal ontwikkelen, zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen er geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruiksfuncties. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

Daarnaast zien we water als kans voor meervoudig ruimtegebruik en vergroting van de beleving van water. Deze uitgangspunten dragen bij aan een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem. Aan de hand van deze waterparagraaf wordt toegelicht hoe het waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichting in dit plan. Verordening hemelwater en grondwater 's-Hertogenbosch 2017 Voor onderhavig plan is de Verordening hemelwater en grondwater 's-Hertogenbosch van belang. Hierin is namelijk het volgende opgenomen met betrekking tot het verbod op het lozen van hemelwater op de riolering: 1. Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein; 2. De eigenaar van een perceel heeft de verplichting het hemelwater op eigen terrein te verwerken en heeft daarbij vrije keuze tussen de toe te passen voorzieningen waarbij het volgende geldt: a. De minimale te realiseren hemelwatervoorziening moet 60 mm (per m² verhard oppervlak)

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

35

3. 4.

5.

6.

kunnen verwerken; b. In de binnenstad is de vereiste hemelwatervoorziening 30 mm (per m² verhard oppervlak); zie de kaart in de toelichting; c. Voor het oppervlak aan groen dak (in m²) wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist. Bij elke activiteit geldt dat de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging niet af mag nemen. De voorzieningen als bedoeld in lid 2 dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand gehouden worden. De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod. De aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid wordt tegelijk met de aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwen of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, ingediend.

Beoordeling In het kader van de beoogde supermarktuitbreiding heeft Aeres een watertoets uitgevoerd. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. In voorliggende bestemmingsplantoelichting wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies. Door de geplande uitbreiding van het winkelpand en parkeerterrein is een lichte toename aan verharding van ca. 348 m² te verwachten. Gezien de kleine herontwikkeling is vanuit het waterschap Aa en Maas geen compensatie vereist voor de voorgenomen uitbreiding. Vanuit de gemeente ’s Hertogenbosch wordt retentie op eigen terrein geëist bij (ver)nieuw(d)e oppervlakken. Dit volgt uit de gemeentelijke Hemelwaterverordening. Voor de toename en wijzigingen aan de bestaande verharding van in totaal ca. 1.481 m² dient op eigen terrein retentie aangelegd te worden. Deze hoeveelheid bedraagt voor een bui van 60 mm ca. 89 m³. Door de ligging in een grondwaterbeschermingsgebied is infiltratie in de bodem niet wenselijk geacht. Bij gebrek aan ruimte bovengronds zal hemelwaterberging ondergronds ter plaatse van het nieuwe parkeerterrein ingepast worden. Onder het aan de leggen parkeerterrein kan de benodigde berging aangelegd worden vooraleer het infiltreert of vertraagd afstroomt naar het gemeentelijk stelsel. Door het stelsel op eigen terrein te scheiden, kan hierop bij toekomstige scheiding van het stelsel eenvoudig aangesloten worden.

De ondergrondse berging kan bestaan uit IT-kratten, een dik pakket grind of een vergelijkbare voorziening waarbij de berging boven de GHG aangelegd dient te worden. Hiervoor is ruimte op het perceel aanwezig. Bij de nadere uitwerking van de bouwplannen zal de uiteindelijke verwerkingsmethode op de bouwtekeningen opgenomen worden. De (wijzigingen aan de) aansluiting op het gemeentelijk stelsel zal te zijner tijd met de gemeente afgestemd worden. Door de gescheiden aanlevering op het gemeentelijk stelsel, de aanvullende waterberging op eigen terrein en het aanhouden van een vloerpeil hoger als de weg (net als de bestaande bebouwing), is bij de voorgenomen planontwikkeling geen (grond)wateroverlast binnen het plangebied en bij derden te verwachten en vindt het planvoornemen hydrologisch gezien positief plaats. Afhankelijk van de werkzaamheden in of nabij het oppervlaktewater of een eventuele bronnering voor de bouwwerkzaamheden kunnen meldingen of vergunningen benodigd zijn. Deze kunnen via het Omgevingsloket aangevraagd worden.

36

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

5.8

Duurzaamheid

Nederland staat voor ingewikkelde opgaven. Niet alleen moeten er steeds meer mensen gehuisvest worden, ook moet er rekening gehouden worden met klimaatverandering en een toenemende schaarste aan energie en grondstoffen. Ook ontwrichten hoosbuien steeds vaker de openbare ruimte. Op dit moment wordt intensief gewerkt aan het verduurzamen van de gemeente 's-Hertogenbosch. Hierbij is 'energie' een belangrijk speerpunt binnen de gemeente. Enerzijds door het realiseren van duurzame energievormen (zoals windturbines, zonnepanelen, warmtepompen) en anderzijds door het energiezuinig (neutraal) laten bouwen. Ook oplossingen voor waterbeheer dragen bij aan de ontwikkeling van een duurzame (toekomstbestendige) gemeente. Energie Zoals gezegd is energiebeheer een belangrijk speerpunt binnen duurzaamheids-ambities van de gemeente 's-Hertogenbosch. De gemeente heeft doelen gesteld waaraan wordt gewerkt om te komen tot een klimaat neutrale gemeentelijke organisatie in 2020, een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2035 en 's-Hertogenbosch volledig klimaatneutraal in 2050. Deze ambities zijn fors te noemen, waarbij 'alles uit de kast' moet worden gehaald. Deze doelstelling betekent dat niet alleen de gemeente veel doet, maar ook de Bossche bedrijven, inwoners, ontwikkelaars, maatschappelijke groepen, woningcorporaties zullen hierin moeten investeren, samenwerken, creatief zijn en vooruitdenken.

De gemeentelijke energie-ambitie en -doelstellingen zijn vastgelegd in het "Energie-transitieprogramma 's-Hertogenbosch 2016-2020", vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2017. Ook het recente bestuursakkoord (2018-2022) stelt dat de gemeente een serieuze bijdrage moet leveren om de klimaatverandering tegen te gaan, bijvoorbeeld via het opwekken van duurzame energie en het energiezuinig laten bouwen in onze gemeente. Klimaatverandering Het klimaat verandert. Nederland krijgt volgens de meest recente KNMI-modellen in de toekomst te maken met meer extreme weersomstandigheden zoals langere droge periodes, heftigere buien (met mogelijk meer onweer, neerslag, hagel en wind) en gemiddeld zal de temperatuur stijgen. Door hierop tijdig te anticiperen en aanpassingen door te voeren aan de fysieke leefomgeving van de stad en adaptief gedrag van haar inwoners te ondersteunen, blijft de stad van de toekomst veilig en leefbaar. Doorwerking plangebied Met de uitbreiding van de Albert Heijn te Nuland wordt rekening gehouden met de duurzaamheidsambities van de gemeente 's-Hertogenbosch. Gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving Ÿ

Ÿ Ÿ

Nuland is een dorp met een gezonde en groene leefomgeving. Albert Heijn Nuland wil hier graag aan bijdragen. Er zullen bij de uitbreiding van de winkel enkele bomen sneuvelen. Om dit op een juiste wijze te compenseren zijn er nieuwe groene borders met nieuwe bomen voorzien op het perceel. Door de juiste positionering van dit nieuwe groen kan voorzien worden in een uitstraling passend bij Nuland. Zo kunnen de bomen uiteindelijk een belangrijke bijdrage leveren aan de accumulatie van warmte. (in overleg met de gemeente zullen op de aangegeven posities nieuwe bomen geplant worden. Uitgangspunt zijn regionale en inheemse soorten. E.e.a. in overleg met de gemeente) Ook de gevels van de uitbreiding worden voorzien van groen. Op deze wijze kan de bebouwing ook een bijdrage leveren aan de groene, gezonde uitstraling van Nuland. Tegenwoordig is water een belangrijk thema bij duurzame ontwikkelingen. Voor de Albert Heijn wordt er voorzien in een ondergrondse waterberging waardoor water vertraagd afgevoerd kan worden op het gemeentelijk riool. Infiltratie niet mogelijk gezien het hier een grondwaterbeschermingsgebied betreft. Door een “gesloten” systeem toe te passen door middel van een ondergrondse waterberging kan mogelijke wateroverlast bij extreme buien voorkomen worden.

CO2 neutrale gemeente Ÿ

De duurzaamheidspijlers van Ahold zijn: Gezonde leefstijl, minder verpakkingen (en meer recycling), minder voedselverspilling, keten transparantie en beter voor het klimaat. Een

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

37

belangrijk onderdeel hiervan is het verminderen van CO2. De huidige installaties, waarbij met name de koelingen een belangrijke rol spelen, worden vervangen door de nieuwste duurzame installaties van Ahold. Deze nieuwe installaties zullen de belangrijkste bijdrage leveren aan het reduceren van CO2 uitstoot. “We doen er alles aan om de CO2 -uitstoot van Albert Heijn zoveel mogelijk te beperken. In 2019 bouwden we 120 oude Albert Heijn-winkels om tot gloednieuwe winkels. Bovendien verduurzamen we onze koelinstallaties. De bijdrage van diverse koudemiddelen aan het broeikaseffect, wordt vergeleken op basis van het GWP (Global Warming Potential). Koudemiddel is een gasvormige stof die warmte kan transporteren. Bij iedere winkelverbouwing stappen we over op CO2 als koudemiddel, dat – in tegenstelling tot chemische koudemiddelen – een zeer lage GWP heeft. Sinds 2010 bouwen we al onze winkels (aard)gasvrij. We hergebruiken namelijk de restwarmte uit onze koelinstallaties. Op deze manier is Albert Heijn altijd op zoek naar innovatieve technieken om ons energieverbruik te verminderen.” Bron: Duurzaamheidsverslag 2019 Albert Heijn Ÿ

Ÿ Ÿ

Naast de duurzamere opwekking van warmte en koude wordt ook de verlichting aangepast naar energiezuinig LED. Welke installaties worden toegepast is op het moment van dit schrijven nog niet inzichtelijk. Er is een continue ontwikkeling gaande wat betreft de toe te passen installaties. Ahold streeft er naar de nieuwste technieken toe te passen. De warmteweerstand van de gevels van de uitbreiding voldoet ruimschoots aan het vigerende bouwbesluit. Er wordt zelfs een hogere waarde toegekend aan de gevels wat betreft de warmteweerstand. De Albert Heijn Nuland heeft een groot dakoppervlakte. Dit oppervlak wordt daar waar de constructie dat toelaat, volledig ingezet om duurzame energie op te wekken dmv. PV-panelen. Uitgangspunt zijn zoveel mogelijk panelen, echter is het aantal afhankelijk van de huidige dakconstructie. Er wordt nu uitgegaan van ca. 300 - 400 PV-panelen.

Waardebehoud van grondstoffen Ÿ

Ÿ

Door de Albert Heijn Nuland uit te breiden kan de huidige opzet van de winkel gehandhaafd blijven zonder te veel concessie te doen aan het bestaande vastgoed. Daarnaast kan ook het laden en lossen op dezelfde plek behouden blijven, waardoor onnodige sloop en kostbare aanpassingen achterwege blijven. Bij de uitbreiding van de supermarkt wordt zoveel mogelijk gebouwd met duurzame en hernieuwbare materialen.

Natuurinclusief bouwen Duurzaamheid is meer dan alleen energiebesparing. Ook het behoud en ontwikkeling van biodiversiteit kan als duurzaamheid worden gezien. Met voorzieningen aan gebouwen kan veel bereikt worden voor de biodiversiteit en de leefbaarheid van de stad. Natuurinclusief bouwen is een manier van duurzaam bouwen, waarbij de natuur er ook grote voordelen bij heeft. Naast het voldoen aan de Wet Natuurbescherming wordt er bij natuurinclusief bouwen een stap verder gedacht, zodat er een meerwaarde ontstaat voor de natuur. Het basisprincipe en tevens uitgangspunt voor natuurinclusief bouwen is: Ontwikkel verblijfplaatsen en voedselplekken, pas variatie toe in het landschap en realiseer bescherming (veiligheid, broedplaatsen en voedselproductie). Groen kan namelijk een belangrijke rol spelen in het beperken van de effecten van klimaatverandering. Zo heeft groen een positieve invloed op het urban heat island-effect, oftwel hitte-eilandeffect. Door verdamping kan het op een groen dak tot wel 40 graden koeler zijn dan op een bitumen dak. Onder een boom in de straat kan het door schaduw en verdamping wel 15 graden koeler zijn dan in de volle zon. Daarnaast verbeterd groen de luchtkwaliteit. Zo kan een volgroeide boom jaarlijks tot wel 100 gram fijnstof uit de lucht filteren. Ook maakt natuur mensen gezonder, zowel fysiek als mentaal.

Er is een veelvoud aan maatregelen beschikbaar om de biodiversiteit te bevorderen in de huidige maatschappij. Voorbeelden hiervan zijn inbouwkasten en speciale dakpannen voor broedende vogels of voor vleermuizen. Daarnaast kan het toepassen van groene daken en groene muren de leefomgeving voor mens en dier sterk bevorderen. Naast de positieve effecten voor onze gezondheid

38

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

kan groen ook praktische oplossingen bieden als het gaat om waterberging en de gevolgen van piekbuien. Tijdens de planontwikkeling van onderhavig initiatief is er rekening gehouden met het aspect natuurinclusief bouwen. Er worden (natuurlijke) elementen aan het plangebied toegevoegd zodat het terrein en de relatief kleine uitbreiding van de winkel een zo natuurlijk mogelijk karakter krijgen. Een veelvoud van deze elementen zijn bovenstaand reeds benoemd. Deze elemaenten maken onderdeel uit van het natuurinclusief bouwen. Het parkeerterrein wordt voorzien van nieuwe groene borders. De exacte inrichting hiervan is nog niet bekend, maar uitgangspunt wordt een ruime variatie aan begroeiing. Hierbij wordt uitgegaan van regionale en inheemse plantensoorten. De gevel van de uitbreiding wordt voorzien van klimplanten. Te denken valt hierbij aan Slingerplanten of Ranker, zoals: Blauwe regen / Wilde wingerd. Daarnaast zullen de erfafscheidingen voor een groot deel worden gerealiseerd met klimplanten. Tegen de nieuwe gevel zullen enkele nestkasten worden ophangen voor (broed)vogels. Deze gevel heeft een beschutte plek en is niet gericht op de hoofdingang van de supermarkt. Tot slot wordt het hemelwater afgekoppeld en vertraagd afgevoerd naar het riool. Infiltratie is niet mogelijk in verband met het grondwaterbeschermingsgebied.

De gevelbeplanting zorgt voor een stijging van de biodiversiteit en voldoet aan de drie uitgangspunten van natuurinclusief bouwen: veiligheid, broedplaatsen en voedselproductie. Onderstaande afbeelding geeft de nieuwe bomenstructuur binnen het plangebied weer.

Duurzame mobiliteit Ÿ

Ÿ Ÿ

Bij de verbouwing van de Albert Heijn Nuland wordt de bereikbaarheid verbeterd. Door het toepassen van een groot plein voor de Albert Heijn met voldoende ruimte voor het langzaam verkeer wordt bijgedragen aan de ambitie van meer duurzame mobiliteit. Waar voorheen werd geparkeerd voor de supermarkt wordt er nu ruimte gemaakt voor het fiets parkeren. Op het nieuwe parkeerterrein worden laadpalen geplaatst om het elektrische rijden te stimuleren. Door gebruik te maken van lokale ondernemers zijn de lijntjes letterlijk en figuurlijk kort. Hierdoor hoeven er geen onnodig grote afstanden te worden afgelegd en is de expertise dicht bij het werk.

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

39

Naast alle technische aspecten zal de Albert Heijn Nuland ook een duurzame uitstraling en karakter krijgen. Het huidige pand wordt voorzien van een houten gevel waarbij de schuine kappen het dorpse karakter blijven accentueren. De supermarkt krijgt echt een adres aan de kerkstraat in plaats van de huidige uitstraling van de winkel op een parkeerterrein. Door deze aanpassingen zal de nieuwe Albert Heijn bijdragen aan een duurzame toekomst voor Nuland.

40

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

5.9

Ecologie

Toetsingskader De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag. Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden.

Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd 'Natuurnetwerk Nederland'. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

41

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; Ÿ Ÿ Ÿ

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Onderzoek Met onderhavig plan wordt een woning gesloopt en worden enkele houtopstanden verwijderd. Er is derhalve een ecologisch onderzoek, bestaande uit quickscans naar gebieds- en soortenbescherming alsmede de ecologische waarden van de houtopstanden uitgevoerd. Het volledige onderzoek is als bijlage opgenomen. Hieronder volgen de conclusie en aanbevelingen. Gebiedsbescherming (incl. stikstofdepositie) Op basis van onderhavige quickscan wordt vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNN) niet noodzakelijk geacht. Er zijn berekeningen uitgevoerd naar de stikstofdepositie van het plan. Uit de uitgevoerde berekeningen (zie bijlage) blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j.

Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. Soortenbescherming In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Tabel: Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten/gebieden en te nemen vervolgstappen Soortgroep Algemeen Broedvoge ls

Potentieel Sprake van Vervolgtraject / Bijzonderheden / aanwezig overtreding maatregelen opmerkingen Te Plangebied buiten Globale broedseizoen voorkomen broedseizoen Ja loopt van maart tot half bouwrijp maken of augustus controle vooraf Nee Nee -

Jaarrond beschermd Vleermuiz Verblijfplaats Nee en en Foerageerha Ja bitat Minimaal Vliegroutes Grondgebonden zoogdieren Reptielen

42

Ja Nee

Nee Nee

-

-

Beperkte hoeveelheid, niet essentieel Nee Geen lijnvormige elementen Te Zorgplicht afdoende Heeft betrekking op een voorkomen soort als de egel Nee -

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Amfibieën

Ja

Vissen Ongewervelden Vaatplanten

Nee Nee Nee

Te Handelen volgens voorkomen het ecologisch werkprotocol aan de Zorgplicht heeft hand van betrekking op een soort goedgekeurde als de gewone pad gedragscode; Zorgplicht Nee Nee Nee -

Uit het onderzoek komt naar voren dat gelet op de potentiele ecologische waarden het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid kan worden uitgevoerd. Dit betekent dat voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht te worden genomen: Ÿ Ÿ Ÿ

Met betrekking tot algemene amfibieën in de vijvers wordt geadviseerd te handelen volgens een goedgekeurde gedragscode. Uit te voeren werkzaamheden welke hieruit voortvloeien dienen vooraf te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Houtopstanden Er is geen sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag ten aanzien van houtopstanden. Er is wel een onderzoek naar de effecten van het plan op de te behouden bomen uitgevoerd (BoomEffectAnalyse). Conclusie Het aspect 'flora en fauna' zorgt niet voor belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

5.10

Archeologie en cultuurhistorie

Toetsingskader Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente 's-Hertogenbosch is Nuland niet opgenomen aangezien het dorp pas na het maken van de kaart onderdeel werd van de gemeente 's-Hertogenbosch (in 2015). Het archeologiebeleid van de gemeente is vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan "Kom Nuland". Op het westelijke deel van het plangebied is dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' van toepassing, op het oostelijke deel is dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' van toepassing. 'Waarde - Archeologie 1' komt overeen met een hoge verwachting en geldt in een zone van ongeveer 30 meter breed langs de Kerkstraat. Binnen deze zone zijn geen bouwwerkzaamheden toegestaan die een grondoppervlak groter dan 50 m² betreffen en dieper dan 0,5 m beneden maaiveld verstoren. Op de oostzijde van het perceel geldt Waarde - Archeologie 2, hier geldt een middelhoge verwachting en zijn geen bouwwerkzaamheden toegestaan die een grondoppervlak groter dan 100 m² betreffen en dieper dan 0,5 m verstoren. In totaal wordt binnen het plangebied een oppervlak van 309 m² verstoord. Deelgebied A van het plangebied valt uiteen in een zone van ongeveer 213 m² die valt onder 'Waarde - Archeologie 1,' en een zone van 96 m2 die valt onder Waarde Archeologie 2. Deelgebied B valt in de zone 'Waarde - Archeologie 2' en heeft een oppervlak van 60 m².

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

43

Figuur 5.3: Locatie van het deelgebied van het plangebied met de onderzochte deelgebieden A en B inclusief Archeologische Dubbelbestemmingen op een uitsnede van het bestemmingsplan (www.ruimtelijkeplannen.nl/) Onderzoek Er is door Salisbury BV een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het complete onderzoek is in de bijlagen van deze toelichting opgenomen. Hieronder worden de belangrijkste resultaten, conclusies en aanbevelingen behandeld. Bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek is geconstateerd dat er een middelhoge verwachting geldt voor het aantreffen van archeologische resten in de top van het pleistocene dekzand. Hierin kunnen resten worden aangetroffen uit de periode Laat-Paleolithicum - Vroege Middeleeuwen. Tevens kunnen resten uit de Middeleeuwen - Nieuwe tijd vanaf het maaiveld voorkomen, in en onder een eventueel nog aanwezig esdek. Voor het westelijk deel van het plangebied, waarop dubbelbestemming Archeologie - waarde 1 rust, geldt een hoge verwachting voor het aantreffen van bewoningsresten uit de Middeleeuwen - Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op historisch kaartmateriaal waaruit blijkt dat dit deel van het plangebied in ieder geval in de vroege 19e eeuw bebouwd is geweest. Veldonderzoek Bij het verkennend booronderzoek is een bodemopbouw aangetroffen van een esdek op dekzand.

De oorspronkelijke top van het dekzand is niet meer aanwezig, deze zal bij het ontstaan van het esdek ofwel zijn afgestoken, of in het esdek opgenomen zijn. Ondiepe sporen uit de periode Laat-Paleolithicum - Vroege Middeleeuwen worden daarom in het plangebied niet meer verwacht. Diepere sporen uit deze periode en sporen die zijn ontstaan met of na de aanleg van het esdek (Middeleeuwen - Nieuwe tijd) kunnen nog wel in het dekzand worden aangetroffen. In het westelijke deel van het plangebied waarvoor een hoge verwachting was opgesteld voor het aantreffen van bewoningsresten op basis van historisch kaartmateriaal, is onder een recente verstoring een laag aangetroffen die hier inderdaad verband mee kan houden. De hoge verwachting voor dit deel van het plangebied blijft daarmee in stand. Voor deelgebied B geldt dat de daar aangetroffen recente verstoring tot in het archeologisch relevante niveau reikt. Daarom wordt de archeologische verwachting voor dit deel bijgesteld naar laag.

44

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Conclusie en advies Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek wordt geadviseerd om in deelgebied A een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding, variant proefsleuven (AB -IVO-P) uit te voeren. Dit houdt in dat de graafwerkzaamheden ten behoeve van het aanleggen van de fundering voor de nieuwe bebouwing begeleid worden door een archeoloog, die tevens instructies geeft over de graafwijze. Op basis van het bureau- en verkennend booronderzoek geldt een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de Middeleeuwen - Nieuwe tijd in het westelijke deel van het plangebied. Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat hier in ieder geval vanaf de vroege 19e eeuw bebouwing heeft gestaan en bij het verkennend booronderzoek is een laag aangetroffen die hier mogelijk verband mee houdt. De middelhoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum t/m de Vroege Middeleeuwen in de top van het dekzand blijft ook in stand. Hoewel de top van het dekzand verstoord is bij de aanleg van een esdek, is het mogelijk dat diepere sporen nog in het plangebied voorkomen. Vanwege de geringe omvang van deelgebied A (ca.

280 m2) wordt geadviseerd om, wanneer er sprake is van een behoudenswaardige vindplaats, in overleg met opdrachtgever en bevoegd gezag door te starten naar een archeologische begeleiding, variant definitieve opgraving. Voor deelgebied B wordt geadviseerd deze vrij te geven voor de voorgenomen plannen. De verstoring die hier is aangetroffen reikt tot in het archeologisch relevante niveau waardoor er geen archeologische resten meer in dit deelgebied worden verwacht. Ook voor het vrijgegeven deel van het plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Met betrekking tot de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente 's-Hertogenbosch. Ter bescherming van het archeologisch bodemarchief blijven de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 1 en 2' gehandhaafd in het plangebied. Cultuurhistorie De cultuurhistorische waarden ter plaatse van het plangebied en haar omgeving, kunnen achterhaald worden middels de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van Noord-Brabant. Een uitsnede van deze kaart is in figuur 5.4 weergegeven.

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

45

Figuur 5.4: Uitsnede CHW-kaart Noord-Brabant (plangebied rood omkaderd) In figuur 5.4 is te zien dat het plangebied niet is gelegen binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied. Ten westen van het plangebied loopt een historisch geografische lijnstructuur met een 'hoge' waarde, namelijk de Kerkstraat. Met dit plan worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die deze lijnstructuur doorbreken of aantasten. Gezien de aard en omvang van het plan zijn geen negatieve effecten op cultuurhistorisch waardevolle bouwkunsten of gebouwen te verwachten. In het kader van het welstandsbeleid wordt gezorgd dat de toekomstige bebouwing aansluit bij de andere gebouwen in deze straat. Er zijn geen belemmeringen met betrekking tot het aspect cultuurhistorie. Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' zorgen niet voor belemmeringen.

5.11

Milieueffectrapportage

Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) nodig. Beoordeling In het plangebied wordt de uitbreiding van een supermarkt en parkeerplaats mogelijk gemaakt. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r. overschrijdt.

46

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet aan te merken als een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat. De activiteit is wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit m.e.r. De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar het valt onder de drempelwaarden die hier genoemd worden. Derhalve is uitsluitend een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde. Activiteiten Gevallen Besluit De aanleg, wijziging of In gevallen waarin de activiteit De vaststelling van het uitbreiding van een stedelijk betrekking heeft op: plan, bedoeld in artikel ontwikkelingsproject, met 1: een oppervlakte van 100 3.6, eerste lid, onderdelen inbegrip van de bouw van hectare of meer, a en b, van de Wet winkelcentra of 2. een aaneengesloten gebied ruimtelijke ordening --> het parkeerterreinen. en 2.000 of meer woningen bestemmingsplan omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Onderzocht is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Hiertoe is een aanmeldingsnotitie opgesteld. De aanmeldingsnotitie D.11.2

met vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als separate bijlage. De gemeente dient, voorafgaand aan de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan, een separaat besluit te nemen omtrent het al dan niet doorlopen van een m.e.r.-procedure. Conclusie Gezien de bevindingen als beschreven in de aanmeldingsnotitie, en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r., kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een relatief klein schaalniveau met bijbehorende minimale effecten. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat deze geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg hebben die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. In de aanmeldingsnotitie wordt daarom aanbevolen om een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan “Kerkstraat 8 te Nuland” geen milieueffectrapportage wordt vereist.

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

47

48

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 6.1

Juridisch-bestuurlijke aspecten

Algemeen

Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische (bindende) kader. Voor de regels en de verbeelding is naast aansluiting bij de SVBP2012 ook aansluiting gezocht bij de gemeentelijke standaard. Dit betekent onder meer dat de opbouw van de regels (zoveel mogelijk) standaard is.

6.2

Toelichting op de verbeelding

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de gronden in het plangebied aangegeven. In dit geval is uitsluitend de enkelbestemming 'Centrum' opgenomen. Daarnaast zijn er twee dubbelbestemmingen (betreffende archeologie) en enkele maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding opgenomen, alsmede een bouwvlak. De juridische betekenis van deze aanduidingen is in de regels van het bestemmingsplan terug te vinden. De bestemmingen worden in de volgende paragraaf nader toegelicht.

6.3

Toelichting op de planregels

De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Ÿ Ÿ

Ÿ Ÿ

Inleidende regels: hierin worden de begrippen toegelicht en de wijze van meten omschreven. Deze aspecten zijn belangrijk voor het toepassen en interpreteren van de regels in de overige hoofdstukken. Bestemmingsregels: hierin zijn de regels verbonden aan de bestemmingen en aanduidingen opgenomen. Deze regels geven per bestemming een doeleindenomschrijving, bouwregels, mogelijke afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden aan. Ook geven de regels onder bestemmingen bevoegdheden aan tot het stellen van nadere eisen en/of de plicht voor een werk, geen bouwwerk zijnde, een omgevingsvergunning aan te vragen. Algemene regels: in dit hoofdstuk staan de anti-dubbeltelregel en de algemene aanduidings-, bouw-, gebruiks- en afwijkingsregels; Overgangs- en slotregels: in dit hoofdstuk zijn de gebruikelijke regels voor elk bestemmingsplan te vinden, namelijk de overgangsregels voor bouwwerken en gebruik en de citeertitel.

Inleidende regels De artikelen in deze paragraaf hebben betrekking op de toepassing van de bestemmingsplanregels. In artikel 1 wordt een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen gegeven. De bepalingen, welke verplicht gesteld zijn en opgenomen in de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012), zijn opgenomen in de regels. Daarnaast zijn in artikel 1 de begrippen overgenomen die ook worden gehanteerd in de Wet algemeen bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Verordening ruimte van de provincie. In artikel 2 is vastgelegd hoe bij toepassing van de regels er wordt gemeten. Bestemmingsregels De regels behorende bij de bestemmingen hebben een uniforme opbouw. Voor zover aanwezig zijn de regels als volgt opgebouwd: Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ

bestemmingsomschrijving bouwregels nadere eisen afwijken van de bouwregels specifieke gebruiksregels afwijken van de gebruiksregels wijzigingsbevoegdheid

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

49

In de bestemmingsomschrijving wordt beschreven waar de als zodanig aangewezen gronden voor zijn bestemd. De bouwregels en de specifieke en algemene gebruiksregels zijn gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Het bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Centrum Het gehele plangebied heeft de bestemming 'Centrum' met functieaanduiding 'supermarkt' gekregen. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor een supermarkt, detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen tuinen en erven, en bijbehorende ondergeschikte voorzieningen, zoals parkeer- en verkeersvoorzieningen, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. De laad- en losvoorziening is specifiek aangeduid op de verbeelding. In de bouwregels zijn de bebouwingsmogelijkheden beschreven per type bouwwerk. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak. De maximum goot- en bouwhoogte zijn op de verbeelding aangegeven. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn ook buiten het bouwvlak toegestaan. Voor bijgebouwen zoals de laad- en losvoorziening is een specifiek aanduidingsvlak opgenomen; deze mogen tevens binnen het bouwvlak worden gebouwd. Waarde – Archeologie 1 en 2 Conform het huidige bestemmingsplan zijn in het plangebied de archeologische dubbelbestemmingen gehandhaafd.

Hiermee is de bescherming en veiligstelling van eventuele archeologische (verwachtings)waarden verzekerd. Er geldt een onderzoeksplicht voorafgaand aan het uitvoeren van bouw- of andere werkzaamheden dieper dan een bepaalde diepte en een bepaalde oppervlakte. Algemene regels In de algemene regels komen de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, de algemene gebruiksregels en de algemene afwijkingsregels aan de orde. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. In dit hoofdstuk is onder meer een regeling ten aanzien van het parkeren opgenomen. Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn tot slot de voor elk bestemmingsplan op te nemen overgangs- en slotregels opgenomen.

50

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van afdeling 6.4 van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ

Ÿ

de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte.

Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een supermarkt en parkeerplaats. Daarmee wordt een bouwplan mogelijk gemaakt. Derhalve is tussen de initiatiefnemer en de gemeente een planschade overeenkomst afgesloten, waarmee het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De economische uitvoerbaarheid is daarmee in voldoende mate aangetoond.

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

51

52

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Hoofdstuk 8

Inspraak, vooroverleg en zienswijzen

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Omgevingsdialoog Voorafgaand aan en tijdens de daadwerkelijke planprocedure hebben initiatiefnemers de belangen van omwonenden bij de ontwikkeling betrokken. Op 6 juni 2019 heeft een plenaire bijeenkomst plaatsgevonden en in de periode 2019-2020 hebben er met de verschillende omwonenden ook individuele gesprekken plaatsgevonden. Er is in de afgelopen maanden overleg gevoerd met de eigenaren van de volgende adressen Kerkstraat 4, 6, 12 en 43. Diverse maatregelen zoals het amoveren/herplanten van bomen,het aanpassen van laad- en lostijden, aanpassen/plaatsen van de afscheiding tussen de parkeerterreinen van de supermarkt en de tuinen van omwonenden zijn doorgesproken en tot stand gekomen na overleg. Een verslag van de omgevingsdialoog is opgenomen in Bijlage 11. Om privacyredenen betreft het hier een geanonimiseerde versie van het origineel.

Wettelijk (voor)overleg Het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Vanuit het vooroverleg met het waterschap Aa en Maas is naar voren gekomen dat gelet op de ligging van het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied er voor het bouwrijp maken van deze gronden er mogelijk activiteiten plaatsvinden in een boringsvrije zone. Deze activiteiten moeten in een aantal gevallen bij het waterschap gemeld worden en kan er sprake zijn van extra regels. Wanneer hiervan sprake is zal deze melding gedaan worden. Inspraak De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken.

Gezien het feit dat er een goede omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden, kiest de gemeente ervoor geen inspraakprocedure te doorlopen. Het ontwerpbestemmingsplan is conform artikel 3.8 Wro voor een periode van 6 weken ter visie gelegd. Ontwerpfase Het ontwerp bestemmingsplan heeft samen met de ontwerp omgevingsvergunning met ingang van 1 februari 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. De terinzagelegging is bekend gemaakt in het Gemeenteblad en de Stadscourant van 29 januari 2021. Tijdens deze termijn heeft iedereen schriftelijk of mondeling een zienswijze over het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning kenbaar kunnen maken. In deze periode zijn 3 zienswijzen ingediend tegen het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsgsvergunning. De ingediende zienswijzen zijn deels gegrond en deels ongegrond. Op basis van de ingediende zienswijzen is de verwijzing naar de Bomenverordening toegevoegd in de toelichting.

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

53

54

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlagen bij toelichting

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

55

56

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 1

Ruimtelijk-functionele onderbouwing Albert Heijn

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

57

58

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 2

Parkeeronderzoek

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

59

60

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 3

Boomeffectanalyse

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

61

62

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

63

64

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

65

66

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 6

Onderbouwing wateraspect

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

67

68

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

69

70

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 8

Stikstofonderzoek

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

71

72

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 9

Archeologisch onderzoek

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

73

74

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 10

Aanmeldingsnotitie MER

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

75

76

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Bijlage 11

Verslag omgevingsdialoog

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

77

78

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Regels

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

79

80

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan 'Kerkstraat 6-8 Nuland' met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002479-1401 van de gemeente 's-Hertogenbosch; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit:

een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijk uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar, ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7

bestaand:

a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, waarvoor –indien vereist- de benodigde vergunning is verleend en voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, die vóór dat tijdstip is aangevraagd; b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; 1.8

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

81

1.9

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10

bijgebouw:

een (vrijstaand of aangebouwd) gebouw behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zowel in functioneel als in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.11

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.12

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.13

bouwlaag:

doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijk hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.14

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.16

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.19

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;

82

Bestemmingsplan "Kerkstraat 6-8 Nuland" (vastgesteld)

1.20

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen; 1.21

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Hieronder wordt niet begrepen bouwwerken ten behoeve van stalling voor fietsen en stalling voor winkelwagens, welke zijn voorzien van maximaal 3 wanden; 1.22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10259922/1