CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting en regels bestemmingsplan Heesch West ( (incl. bijlagen bij de regels)

Gemeenteraad 1 februari 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Heesch-West met bijbehorend bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West40.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

In dit ontwerpbestemmingsplan is de 'oude' wijzigingsbevoegdheid uit het voorontwerp voor de 2e fase omgezet naar een andere constructie, namelijk die van de 'bestemmingsplanactiviteit'. Dit was noodzakelijk omdat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022, het instrument wijzigingsbevoegdheid niet meer als zodanig kan worden toegepast. Inhoudelijk betreft het echter eenzelfde constructie waarbij de voorwaarde is gesteld dat de behoefte aan die 2e fase moet zijn aangetoond.

4.2

Onderzoek

4.2.1

Stedelijke ontwikkeling

Onderhavig plan maakt de ontwikkeling van Regionaal Bedrijventerrein Heesch West mogelijk. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, art. 1.1.1 lid 1 aanhef en onder i Bro) luidt de definitie voor een 'stedelijke ontwikkeling: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". De voorliggende ontwikkeling betreft een bedrijventerrein. Gelet hierop dient te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.2.2

Behoefte en regionale afstemming bedrijventerrein

Regionale samenwerkingsverbanden In de betrokken gemeentes maar ook elders in de regio Noordoost Brabant zijn bedrijvenlocaties in ontwikkeling. Een goede regionale afstemming draagt bij aan het begeleiden en vestigen van bedrijven op de meest passende plek. Binnen de provincie Noord-Brabant en de onderscheiden regio's wordt tussen de verschillende overheden op diverse manieren samengewerkt, zowel op ambtelijk alsook op bestuurlijk niveau. Heesch West wordt nadrukkelijk ontwikkeld als regionaal bedrijventerrein, gefaseerd en met een onderscheidend vestigingsprofiel. De voor Heesch West belangrijkste samenwerkingsverbanden worden hieronder kort toegelicht. Het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) De Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant verdeelt de provincie in een viertal regio's: West-Brabant, Midden-Brabant, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant. Heesch West valt binnen de regio Noordoost-Brabant. Per regio zijn er regionale ruimtelijke overleggen (RRO's) over de Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

46

ontwikkeling en uitvoering van integraal omgevingsbeleid over klimaatadaptatie, energietransitie, duurzame verstedelijking en bereikbaarheid, een duurzame concurrerende economie en zorgvuldig ruimtegebruik. In de RRO's nemen de wethouders RO van de betreffende gemeentes plaats alsmede de gedeputeerde RO van de provincie. Het overleg vindt dus plaats op bestuurlijk niveau. Voor afspraken over werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen en detailhandel) nemen ook de wethouders Economie uit de regio Noordoost Brabant deel in het RRO. In de regio was, als gevolg van aanbodgericht ontwikkelen in het verleden, op diverse plekken een overaanbod aan harde plancapaciteit ontstaan. Een deel hiervan is 'ontprogrammeerd'. Om in de toekomst flexibel en adaptief te kunnen programmeren, en om het vestigingsklimaat op peil te houden, is het wenselijk om blijvend te monitoren. Is er voldoende aanbod, kwantitatief en kwalitatief? Wat is de tendens van uitgifte in de afgelopen periode? Jaarlijks wordt in de RRO's bekeken hoe het aanbod zich ontwikkelt via het IBIS-systeem. IBIS staat voor Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem en wordt door de provincie beheerd en door de gemeenten zelf ingevuld. Naast monitoring van aanbod is voor een zorgvuldige planning een goede analyse van de vraagontwikkeling belangrijk.

Sinds 2016 heeft de regio samen met de provincie Noord-Brabant een afsprakenkader bedrijventerreinen vastgesteld waarin een planning voor bedrijventerreinen is opgenomen met als basis vraaggericht ontwikkelen. Hierbij is de vraag afgezet tegen het aanbod in de regio. Voor grootschalige logistiek heeft bovenregionale afstemming plaats gevonden. In het afsprakenkader is verder vastgelegd dat gemeenten samen gaan werken in een 1-loket om ruimtevragers goed te kunnen bedienen en elkaar te informeren. Daarnaast zijn er regionaal voorwaarden beschreven die bepalend zijn voor de planning van bedrijventerreinen. Er zijn koppelingen gemaakt tussen kwalitatief gelijkwaardige terreinen en er is vastgesteld welke logische, economisch relevante geografisch vast te stellen gebieden er te herkennen zijn in de regio Noordoost Brabant. Met andere woorden: de regio herkent twee verschillende economische clusters: het Land van Cuijk en het cluster 's-Hertogenbosch, Oss, Uden en Meierijstad. Adviesbureau Stec heeft de relatie ook kwantitatief gewogen op basis van historische uitgifte, werkgelegenheid op bedrijventerreinen en aantal hectares uitgeefbaar (bron: Kiezen voor kwaliteit en ruimte voor investeringen, Regionaal afsprakenkader bedrijventerreinen regio Noordoost-Brabant 2016-2025).

In het afsprakenkader is destijds ook aangegeven dat Heesch West met in aanvang 50 hectare ontwikkeld kan worden onder de voorwaarde dat er een Masterplan wordt opgesteld dat aantoont dat er behoefte is, die een vestigingslocatie behoeft die onderscheidend is van het aanwezige regionale aanbod. Het Masterplan Heesch West (2017) werd in opdracht van de Gemeenschappelijke Regeling Heesch West en de provincie Noordoost-Brabant opgesteld door adviesbureau Buck Consultants International en is als bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. Het in het Masterplan gedefinieerde vestigingsprofiel is qua hoofdlijn de basis voor dit bestemmingsplan en de regionale afstemming betreffende vraaggerichte ontwikkeling van Heesch West. Uit het Masterplan bleek aantoonbare behoefte van 50 ha in een beschouwingstermijn van 10 jaar (met aannemelijk maar onder voorwaarden de nader aan te tonen voldoende behoefte voor een mogelijke vervolgfase. Het 1-loket Naast het bestuurlijk overleg zoals georganiseerd in het RRO vindt ook op ambtelijk niveau regionale afstemming over programmering plaats. Dit gebeurt via het ambtelijk vooroverleg poho ez, waar beleidsmedewerkers economie uit de regio (inclusief de provincie Noord-Brabant) de voortgang van het afsprakenkader verzorgen. Zij bereiden de besluitvorming in het poho ez/RRO voor.

Daarnaast verloopt de afstemming over ruimtevragers groter dan 1 ha in de regio via het zogenaamde 1-loket. Het 1-loket is een regionaal samenwerkingsverband tussen de met name werkgelegenheidsgemeenten in de regio Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

47

Noordoost-Brabant, met tot doel ervoor te zorgen dat een bedrijf met een ruimtevraag van groter dan 1 ha, dat zich wil vestigen in de regio, op de meest passende locatie wordt gehuisvest. De provincie Noord-Brabant maakt ook deel uit van dit overleg. Het 1-loket is een ambtelijk overleg en komt minimaal 1x per 6 weken samen, sneller indien wenselijk/noodzakelijk. Het 1-loket baseert zich op het rapport 'Kiezen voor kwaliteit en ruimte voor investeringen, het 'Regionaal afsprakenkader bedrijventerreinen regio Noordoost-Brabant 2016 – 2025' (of diens opvolgers), waarin onder meer is afgesproken dat de 'Ladder voor Duurzame verstedelijking' wordt toegepast. De regio werkte al eerder met een zogenaamd uitgifteprotocol, waarbij stapsgewijs een ruimtevraag behandeld werd. De eerste stap is het faciliteren op de bestaande kavel. Als dat geen oplossing biedt, dan wordt er naar mogelijkheden gezocht op bestaand terrein. Alleen als deze twee stappen geen resultaat opleveren dan mag er nieuw terrein aangeboden worden. De afwegingen vonden in het begin van het uitgifteprotocol nog op individueel gemeentelijk niveau plaats. In het afsprakenkader is dit individuele afwegingskader vervangen voor een regionaal afstemmingsoverleg met de provincie als gelijkwaardige partij. De wijze waarop wordt afgestemd via de stappen uit onderstaand stroomschema.

Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

48

Afbeelding 4.1.: werkwijze vraaggericht ontwikkelen en programmeren Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

49

De ruimtevraag vanaf 1 hectare wordt voor afstemming in het overleg gebracht. Dit gebeurt ook als een ruimtevraag niet past binnen de gemaakte regionale afspraken. Als het verzoek bijvoorbeeld niet past binnen het bestemmingsplan, wordt het behandeld in het 1-loket. In het 1-loket wordt beoordeeld of het bedrijf in de regio geplaatst moet worden (er kan een afwijzing gegeven worden) en geïnventariseerd waar het bedrijf zich eventueel kan vestigen op basis van activiteiten en eisen ten aanzien van de ruimte (kavelgrootte, milieuklasse, activiteiten). Als er voldoende harde voorraad (groen) voorradig is, kan het bedrijf zelf kiezen naar welke locatie het wil. Als er niet meer voldoende en kwalitatief goede harde plancapaciteit is, dan kan er gekeken worden naar de andere mogelijkheden van 'oranje' of nieuw te ontwikkelen bedrijfsterreinen. Voor oranje terreinen zijn de onderzoeken in het kader van de MER al uitgevoerd en is een bestemmingsplanherziening nodig om het gebied om te laten klappen naar bedrijventerrein voor dat deel waar ook vraag naar is. In de evaluatie van het vraaggericht ontwikkelen is dit met name een aandachtspunt, omdat een bestemmingsplanprocedure een tijdrovende en risicovolle activiteit is voor bedrijven die op korte termijn naar een nieuwe locatie willen.

Heesch West richt zich, zowel met de direct bestemde eerste 50 hectare als met de mogelijk te activeren vervolgfase overwegend op bedrijven groter dan 1 hectare en veelal met een regionale herkomst of binding. Deze afstemming komt zoals hiervoor beschreven in het 1-loket aan de orde. Naar aanleiding van de nieuwe prognoses die eind 2018 door de provincie Noord-Brabant werden vastgesteld hebben de regio NOB en de provincie overleg gevoerd om een nieuwe methode te ontwikkelen waarmee sneller ingespeeld kan worden op de directe marktvraag. Hierbij wordt aangegeven dat iedere ruimtevrager maatwerk nodig heeft om het meest passende aanbod te bieden. Voor maatwerk wordt is de voorwaardelijke bestemmingsplanactiviteit toegepast, zoals die als nader afwegingsmoment in Heesch West voor de 2e fase is opgenomen. De voorwaardelijkheid borgt de goede regionale afstemming zoals die in het kader voor vraaggericht ontwikkelen is beoogd (zie stroomschema in afbeelding 4.1). Maar een omgevingsvergunning of een bestemmingsplanwijziging kan ook gebruikt worden. Het inzetten van de bestemmingsplanactiviteit zal in een procesvoorstel via regio en provincie voor afstemming gaan, waarna het door het betreffende college kan worden afgerond. In het Afsprakenkader worden de bedrijventerreinen verdeeld in kleurcategorieën:

Afbeelding 4.2: kleurcodes nieuwe bedrijventerreinen in Regionaal Afsprakenkader Noordoost-Brabant

Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

50

4.2.3 De regionaal overeengekomen afspraken voor het bedrijventerrein Heesch West, geactualiseerd naar februari 2021 Vraag en aanbod hebben zich sinds opstellen Masterplan BCI (2017) en de regionale prognose STEC (2018) snel verder ontwikkeld. 2019 was al een jaar met een zeer hoge uitgifte, de eerste helft van 2020 overtrof het voorafgaande echter jaar al bijna geheel. Ondertussen is gebrek aan aanbod een rem op uitgifte (een geheel tegengestelde situatie ten opzichte van de situatie waar eerder het regionaal afsprakenkader is bepaald). Terreinen die eerder een vestigingsalternatief voor Heesch West waren zijn nu nauwelijks nog beschikbaar. Er is een aanhoudend sterke regionale vraag die inmiddels regiobreed tot een urgente schaarste heeft geleid. De zeer snel gewijzigde marktsituatie raakt niet alleen de vestgingsruimte voor grootschalige bedrijven maar ook die van middelgrote bedrijven (kavels vanaf 5.000 m2). Naast werklocaties met een vergelijkbaar vestigingsprofiel is dit nu ook voor middelgrote bedrijven schaarste aan de orde. In het bestemmingsplan wordt op deze concrete dynamieken regionale schaarste ingespeeld met een meer op de regionale behoefte gericht vestigingsprofiel.

Het nader bepaalde vestigingsprofiel en een beperkte omzetting in het aanbod (beperkt ook middelgrote bedrijven toelaatbaar) is, mede op basis van een update van het regioaanbod per 1 januari 2021, zorgvuldig met de regio en de provincie afgestemd. Vraaggericht ontwikkelen blijft hierbij het uitgangspunt. De actualisatie per februari 2021 is een verfijning met een meer regionale focus, het verandert niet de algemene afspraken voor de onderbouwing en fasering van het bedrijventerrein. De ontwikkeling vindt plaats in twee fases, in de eerste ontwikkelfase ('groen' in regionaal afsprakenkader) wordt maximaal 50 hectare netto direct bestemd Heesch West, mits de behoefte onderbouwd is. De tweede fase Heesch West 2 is circa 30 ha ('oranje' in regionaal afsprakenkader, vraaggericht ontwikkelen). In het Afsprakenkader is aangegeven dat pas gestart wordt met de bestemmingsplanprocedure van nieuw aanbod, in dit geval Heesch West, als er sprake is van concrete vraag en er óf 70% van het gekoppelde terrein is uitgegeven óf als blijkt dat een bepaald vestigingskwaliteit ontbreekt (bijvoorbeeld kavels in een uitzonderlijke grootteklasse of milieucategorie). Bij Heesch West is Vorstengrafdonk het gekoppelde terrein. De voor Heesch West voorwaardelijk bepaalde 70% uitgifte op Vorstengrafdonk is inmiddels al ruimschoots behaald.

Ook Vorstengrafdonk had een groot aandeel in de hoge gronduitgifte in de recente jaren; Bij een nieuwe ontwikkeling (nieuw terrein en ook een tweede fase Heesch West) moet de vraag onderbouwd moeten worden. De behoefte wordt bepaald aan de hand van actuele regionale prognoses en zorgvuldige regionale afstemming. Oranje delen zullen dus niet per definitie in één keer ontwikkeld worden. Er gelden conform regionale afspraken de volgende uitgangspunten (zie ook tabel 4.1): Kleinschalige bedrijvigheid wordt naar mogelijkheden lokaal gehuisvest. Huisvesting op Heesch West is voor deze bedrijven niet mogelijk tenzij het specifiek ondersteunende diensten voor grootschalige logistiek en of energieconcepten betreft; in de doelgroepen en typering van bij recht-toegestane bedrijven zijn aan de logistiek ondersteunende bedrijven dan ook genoemd; Uitgaande van een inwaartse zonering ten opzichte van de omliggende milieugevoelige bebouwing wordt op Heesch West bij recht tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan en na afwijking eventueel ook uit 5.1; Bedrijven groter dan 5 hectare vinden elders geen passend aanbod meer. Deze grootschalige vraag betreft (XL-)logistiek maar ook bouw gerelateerde bedrijvigheid. Heesch West voorziet voor deze bedrijven in een uniek en optimaal kavelaanbod.

Mogelijke interesse vanuit Agrofood bedrijvigheid wordt primair naar Foodpark Veghel begeleid; Elders in Noordoost Brabant is bijvoorbeeld Laarakker qua kwantitatief aanbod een alternatief. Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

51

Afstemming via het regionaal 1-loket draagt eraan bij om bedrijven op de qua ligging en kwaliteit meest passende locaties aan te duiden en hen daarbij te begeleiden. Constatering is dat vanuit marktperspectief er een 'waterscheiding' is binnen de regio. Dit is ook door de regio in het afsprakenkader Bedrijventerreinen zo vastgesteld; Werkgelegenheid is een belangrijke drijfveer voor de ontwikkeling van Heesch West. Het is belangrijk om inzicht te hebben in de onderneming (eindgebruiker) die zich op Heesch West vestigt. Het is ongewenst dat projectontwikkelaars op risico bedrijfshallen ontwikkelen zonder dat de afzet voldoende verzekerd is, oftewel dat de eindgebruiker nog onbekend/ onzeker is. Afwijking is alleen mogelijk met een zorgvuldige motivering en na bestuurlijke afweging. De aanpassingen in het vestigingsprofiel per februari 2021 betreffen: Verlagen van de minimale kavelgrootte van minimaal 1 hectare naar minimaal 5.000 m2 in het westelijke plandeel (circa. 14 hectare); Toelating van bedrijvenclusters, georganiseerd rond gemeenschappelijke faciliteiten. Deze clusters moeten op complexniveau voldoen aan het minimale oppervlaktecriterium. Dit biedt mogelijkheden voor optimaal ruimtegebruik en schaalvoordelen, waarmee ook duurzame ambities gediend zijn.

De verbondenheid moet een basis hebben binnen een bedrijfsketen/-sector die past in het vestigingsprofiel van Heesch West. Algemene bedrijfsverzamelgebouwen en of zakelijke dienstverlening zijn niet toegestaan; Naast regionale verplaatsers (bouw, maakindustrie, logistiek) kan ook ruimte worden geboden aan bedrijven in regionale topsectoren, zoals bijvoorbeeld Life Sciences.

Tabel 4.1.: vestigingsprofiel voor bedrijven op Heesch West conform Masterplan. 4.2.4 Motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien Het regionaal bedrijventerrein Heesch West richt zich op: Algemeen geldt voor de schaal en type bedrijvigheid die op Heesch West kan worden gehuisvest dat dit een ruimtevraag betreft die, vanwege bereikbaarheid en/of omgevingseffecten, niet meer binnen bestaande bedrijvenlocaties of overige bestaand stedelijk gebied kan worden ingepast. Grootschalige logistiek. Vanwege de aard van de bedrijvigheid is het noodzakelijk dat deze percelen vanwege de bereikbaarheid nabij een snelweg worden gerealiseerd. Ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied zou leiden tot ongewenst zwaar verkeer door bestaande stedelijk gebied. Daarnaast is er binnen het bestaande stedelijk gebied geen passend aanbod. Voor de bouwsector worden de komende jaren thema's als duurzaam bouwen en standaardisering (prefabricage) steeds belangrijker. Heesch West is gezien de concentratie van bouwbedrijven in de Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

52

regio en de gunstige centrale ligging een interessante locatie voor het faciliteren van innovatieve concepten binnen deze sector. De transitie naar een meer duurzame en een meer circulaire economie krijgt concreet vorm, waarbij logistieke processen een belangrijke plek hebben. Producenten proberen meer regie te krijgen over de totale keten en kijken ook steeds meer naar retourstromen. Verwerkende bedrijven spelen in op de retourstromen en zoeken daarbij naar strategische partners. Logistieke dienstverleners ontwikkelen omgekeerde ketens met klanten of sluiten aan bij andere partners. Heesch West is met het bedrijvenprofiel, schaalgrootte en duurzame ambities bij uitstek geschikt om voorop te gaan bij innovaties in circulaire economie en grootschalige duurzame lokale opwekking van energie. Een geconcentreerde ontwikkeling van functies biedt schaalvoordelen. Regionale verplaatsers. Binnen de regio Noordoost Brabant, waaronder de gemeenten Bernheze, Oss en 's-Hertogenbosch zijn bedrijven waarvan het gewenst is dat deze naar een meer geschikte locatie verplaatsen. Het gaat om bedrijven die actief zijn in bijvoorbeeld de bouw en infra, maakindustrie, logistiek en recycling die qua bereikbaarheid of hinder veroorzaken voor de omgeving, waardoor ze niet meer in bestaand stedelijke gebied passen.

Heesch West is met de milieuruimte en grootschalige opzet een interessante vestigingslocatie voor dit soort bedrijven. Ook voor bedrijven uit de regio die een snelle groei doormaken en veel ruimte nodig hebben kan Heesch West interessant zijn als opschalingslocatie. De marktvraag vanuit regionale verplaatsers is onderdeel van de marktinventarisatie en de regionale afstemming. In het uitgiftebeleid worden regionale ruimtelijke/economische belangen in de afweging bedrijven toe te laten nadrukkelijk betrokken. 4.2.5

Onderbouwing Heesch West en regio Noordoost-Brabant

Heesch West beoogt onder meer robuuste bedrijven met enige milieu-impact en/of aanzienlijke verkeersbewegingen te vestigen. Deze bedrijven kunnen niet in het bestaande aanbod, kleinschaliger bedrijfskavels worden gemengd of anderszins in een vraaggerichte aanpak in het bestaand stedelijk gebied worden ingepast. Het is bij inpassing van deze bedrijven, ook voor een goede beheersing van omgevingseffecten en verkeer, gewenst dat deze bedrijvigheid geconcentreerd worden. Regionaal bedrijventerrein Heesch West voorziet in die behoefte; Heesch West wordt ontwikkeld in 2 fases, initieel behoedzaam beschouwd in een ontwikkelperiode van 20 jaar (voor de eerste fase van 50 hectare wordt een beschouwingsperiode van 10 jaar aangehouden). Met peildatum januari 2018 heeft adviesbureau Stec - aanvullend op het Masterplan - prognoses gemaakt voor de ruimtebehoefte voor bedrijven voor de periode tot 2030 en een doorkijk naar 2030-2040. De indeling van STEC op basis van functioneel grootschalig en middelgroot/klein en stedelijk geeft een inventarisatie waarbij alle terreinen in de regio gekwalificeerd zijn. De prognoses van STEC 2018 bevestigden de ruimtebehoefte zoals die in het Masterplan is geïdentificeerd en zoals die leidde tot het vestigingsprofiel van Heesch West en wijze waarop Heesch West in de kwalificatie wordt opgenomen.

Bij het opstellen van deze prognoses in 2018 was de forse toename van de gronduitgifte nog niet voorzien. Er werd in 2018 op basis van het toen nog voldoende ruim geachte aanbod en een behoedzame prognose van uitgegaan dat Heesch West, naast overig aanbod in de regio, in een complementair aanbod kon voorzien. Vanaf 2018 is in de regio en met name ook op de werklocaties in de bij Heesch West betrokken gemeenten de gronduitgifte zeer voortvarende verlopen. Er is een aanhoudend sterke regionale vraag die inmiddels regio-breed tot een urgente schaarste heeft geleid. Naast grootschalige werklocaties met een vergelijkbaar vestigingsprofiel is er nu ook voor middelgrote bedrijven (kavels vanaf 5.000 m2) schaarste aan de orde. Binnen bestaand stedelijk gebied kan praktisch niet meer in de Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

53

behoefte van middelgrote en grote bedrijven worden voorzien. Ook bijvoorbeeld bedrijventerrein Vorstengrafdonk kan niet meer voorzien in de ruimtevraag. Onderzoek van Stec Groep naar locatiebeslissingen bedrijven 2020 toont ook de hoge dynamiek die de regio Noordoost Brabant nu aanhoudend kent. Behoudens de regio Rijnmond was er in 2020 geen regio met een hogere ruimtevraag. Het betreft overwegend vraag naar middelgrote en grotere bedrijfskavels.

Afbeelding 4.3: Locatiedynamiek op bedrijventerreinen in vierkante meters per COROP regio

Ten behoeve van de hiervoor beschreven verfijning van het bedrijvenprofiel met een meer regionale focus is als onderdeel van de nadere onderbouwing en afstemming met de regio het regionale aanbod per 1 januari 2021 in beeld gebracht.

Afbeelding 4.4: Aanbod bedrijventerreinen Noordoost Brabant januari 2021 Het is voor een vitale regionale economie en werkgelegenheid belangrijk om middelgrote en grote Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

54

bedrijven die zich doorontwikkelen goede ontwikkelkansen te kunnen bieden. Deze vraag is concreet aanwezig. Dit is onder meer ook naar voren gekomen uit een inventarisatie van bedrijvenverenigingen in de regio. Voorzien dat die vraag zich de komende jaren verder zal ontwikkelen en dat deze behoefte bijvoorbeeld in de dorpen zelf onvoldoende met vraaggericht ontwikkelen kan worden ingepast. Vanwege de regionale krapte en de toenemende regionale vraag wordt de focus van Heesch West meer bepaald op sterke regionale sectoren en bedrijven met een sterke regionale binding. Voor zover in regionale afstemming blijkt dat via vraaggericht ontwikkelen op de actuele vestigingslocatie van een bedrijf wel groeimogelijkheden aanwezig zijn wordt dat in het afwegingskader voor de gronduitgifte en de regionale afstemming betrokken. Doorstroming van bedrijven die hun huidige vestigingslocaties ontgroeien kan effectief bijdragen aan lokale, veelal minder grootschalige, vraag en doorontwikkeling van de achter te laten locaties. Dit zal niet tot grootschalige leegstand leiden. Er is ook een aanzienlijke lokale en regionale vraag van bedrijven kleinere en middelgrote bedrijven die niet of maar beperkt op bestaande bedrijvenlocaties of Heesch West kan worden ingevuld.

Heesch West draagt zo ook indirect bij aan de toekomstbestendige ontwikkeling van de bestaande terreinen in de regio, vanwege de schuifruimte; dynamiek op bestaande terreinen draagt bij aan vitaliteit en investeringskansen op vertreklocaties. Voor sommige bedrijven, daar waar de herkomstlocatie niet (meer) een bedrijvenmilieu betreft maar het een bedrijf betreft dat meer van oudsher gegroeid is kan op de vertreklocatie de leefbaarheid worden verbeterd en kan mogelijk ook transformatie naar andere functies, bijv. woningbouw een overweging zijn. Op basis van de huidige concrete belangstelling van bedrijven (peiling aanmeldingen 1 september 2021) wordt een grote vraag voorzien vanuit regionale ondernemers. De bedrijfssectoren die zich melden is een mix van bedrijven. Sterk vertegenwoordigd in de vraag zijn bouw en infra, maakindustrie, groothandel en logistieke bedrijven met een regionale binding, veelal met een grote ruimtebehoefte. Dat is niet verassend want deze economische sectoren zijn nu al sterk vertegenwoordigd in de regionale economie, ontwikkelen zich goed en kenmerken zich vaak ook door schaalvergroting en innovatie.

Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

55

Afbeelding 4.5: Belangstelling bedrijven, september 2021

De verwachting is dat, ook met aandacht voor regionale prioritering, Heesch West aanmerkelijk sneller zal ontwikkelen dan eerder is verondersteld. 4.2.6

zich

De bestemmingsregeling

De eerste fase: 50 ha netto Zonder actieve acquisitie kan Heesch West zich verheugen op interesse vanuit diverse partijen en sectoren. De vraag sluit goed aan op het vestigingsprofiel en heeft in overwegende mate een regionale herkomst. Met name bestemmingsonzekerheid maakt dat contacten nog niet omgezet kunnen worden in contracten. Voor Heesch West is er behoefte aan een duidelijke, maar flexibele en marktgerichte strategie met afwegingsruimte. De regionale afspraken en de conclusies van het Masterplan zijn doorvertaald naar het voorliggende bestemmingsplan. Gekozen is voor een duidelijke bestemmingsregeling, waarbij de eerste fase (50 ha netto) bij recht kan worden ingevuld door bedrijven op basis van het vestigingsprofiel zoals dat in het Masterplan is bepaald. Voor bedrijven die niet direct passen binnen deze doelgroepen en typering is op Heesch West binnen de eerste 50 ha eventueel ook ruimte (na een vergunningprocedure middels het instrument 'bestemmingsplanactiviteit'), als uit de regionale afstemming – zoals verzorgd door in eerste instantie het 1-loket en vervolgens bestuurlijk in het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) een positief advies volgt. De deelgebieden met de bestemming “Bedrijventerrein” waarbinnen de eerste 50 ha netto bij recht mogelijk is, zijn gezamenlijk overigens groter dan 50 ha, namelijk circa 65 ha netto.

De reden daarvoor is dat zo diverse locatiekwaliteiten (in het bijzonder kavelgrootte, milieucategorie en ruimtelijke kwaliteit) en daarmee de complementariteit van Heesch West in het regionale aanbod optimaal te benutten. Dit dient zowel de optimale bediening van een bedrijf op kortere termijn als een goede regie op schaarse aanbod op iets langere termijn; 'het juiste bedrijf op de juiste plek' is zo het uitgangspunt. Omdat de GR alle gronden zelf in handen heeft, kan zij zelf sturen. Qua milieucategorieën is bij recht maximaal categorie 4.2. toegestaan. Via een afwijkingsbevoegdheid is eventueel ook categorie 5.1. mogelijk. Afgesproken is dat de drie GR-gemeentes unaniem akkoord moeten zijn met een 5.1.-bedrijf.

De tweede fase: 30 ha netto extra Vervolgontwikkeling van Heesch West kan aan de orde zijn als dat in een duidelijke vraag voorziet; vraaggericht ontwikkelen dus. Die doorkijk naar de tweede fase en uitontwikkeling tot uiteindelijk maximaal 80 hectare netto is vanuit meerdere perspectieven zeer belangrijk: Het regionale bedrijventerrein heeft een significante impact op de omgeving en moet daarom vanaf de start van de ontwikkeling integraal beschouwd worden, zowel voor een optimale terreinontwikkeling en verkeersontsluiting als voor de goede, omgevingsbewuste goede ruimtelijke inpassing. Maar zeker ook uit marktperspectief, naarmate de eerste fase zich voorspoedig vult en er ook in de regio steeds meer schaarste ontstaat, is het van belang praktisch en voortvarend het potentieel rechtstreeks in aanbod om te kunnen zetten. Als die behoefte ontbreekt komt dit aanbod uiteraard niet aan de orde. Uitgangspunt: Ja, mits, waar een zorgvuldig afwegingsproces aan vooraf gaat.

Het RRO, het POHO EZ en het 1-loket hebben dan ook een belangrijke rol bij het aanwenden van de Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

56

tweede fase (30 ha netto). Deze extra hectares kunnen alleen worden benut als uit de regionale afstemming – zoals verzorgd door het RRO, voorbereid door het POHO EZ en het 1-loket – blijkt dat de meerderheid binnen het RRO positief is. Deze nadere afweging onder voorwaarden wordt in het bestemmingsplan door een bestemmingsplanactiviteit geborgd, aangezien in de omgevingswet de wijzigingsbevoegdheid komt te vervallen. De tweede fase wordt mogelijk in delen (dus stapsgewijs) ontwikkeld en dus mogelijk met afhankelijk van de concrete ruimtevraag. Ter plaatse van de gronden die via de genoemde bestemmingsplanactiviteit nader worden afgewogen, geldt alsdan uiteraard ook de afwijkingsbevoegdheid voor andersoortige bedrijfsdoelgroepen en typering alsmede de afwijkingsbevoegdheid voor categorie 5.1 zoals hierboven reeds benoemd. Tot het moment dat de toelating van bedrijven door middel van de nadere afweging met een bestemmingsplanactiviteit mogelijk wordt is al duurzame energieopwekking mogelijk binnen dit plandeel. In de bestemmingplanactiviteit voor het toevoegen van 30 ha netto is in de eerste plaats geregeld dat moet worden voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking, en ook dat de behoefte aan een specifieke locatiekwaliteit die binnen de eerste 50 ha niet (meer) voorhanden is. De vestigingskwaliteiten binnen de regio moeten zo optimaal mogelijk benut worden.

4.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt, dat is voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

57

Hoofdstuk 5

Beleid

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ordening. Paragraaf 5.1 behandelt het rijksbeleid. Het provinciale beleid is opgenomen in paragraaf 5.2. Het relevante gemeentelijk beleid staat in paragraaf 5.3.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 11 september 2020 Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, op onze leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio¡¦s vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet komt er een rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland gaat uit van een klimaatbestendige delta, een duurzame, concurrerende en circulaire economie, een hoge kwaliteit van leven in stad en dorp, nabijheid en betrouwbare verbindingen en veilig en gezond leven voor iedereen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.

In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Naar een duurzame en concurrerende economie Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Bij de locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra wordt naast de vraag van bedrijven en economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk, het elektriciteitsnetwerk ook rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en kwaliteit van stad en land. Het kabinet zet daarbij in op clustering van grootschalige logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. Logistieke clusters moeten multimodaal ontsloten zijn voor goederen en voor personen. De kunst is om interventies en investeringen ook ten goede te laten komen aan de ambitie voor de lange termijn: het duurzaam en circulair maken van de Nederlandse economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van onze leefomgeving. Gebouwen moeten circulair ontworpen worden zodat bij leegstand of aan het einde van de levenscyclus weer nieuwe functies voor de ruimte mogelijk zijn. Voor alle clusters geldt de eis van zo optimaal mogelijke inpassing in het landschap, zodat hoogwaardige werklandschappen worden gerealiseerd.

Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

58

Dat geldt ook voor de hoofdinfrastructuur voor transport en opslag van duurzame energie. Naar 2050 toe neemt het aandeel duurzame energie alleen maar toe, en ook de opgave voor ruimte voor de bronnen van duurzame energie zelf is groot. De NOVI geeft daarom richtingen mee die bij inpassing van energieinfrastructuur aandacht vragen voor de kwaliteit van de leefomgeving. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Samen met de NOVI wordt een uitvoeringsagenda gepresenteerd. Hierin is beschreven hoe het Rijk, samen met alle betrokken overheden en andere partijen, uitvoering zal geven aan de Nationale Omgevingsvisie. Doorvertaling van de NOVI naar regionale aanpakken wordt beschreven in Omgevingsagenda’s en regionale verstedelijkingsstrategieën. 5.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het Rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is energiezekerheid aangegeven als één van de middelen om de Nederlandse concurrentiekracht te verbeteren. Deze zekerheid kan bereikt worden door zelf meer energie op te wekken, het liefst op duurzame wijze. Ladder voor duurzame verstedelijk ing In de SVIR is in 2012 ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Op 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe ladder is ten opzichte van de voorgaande ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.

Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de nieuwe ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In Hoofdstuk 4 Ladder voor duurzame verstedelijking is hier uitvoerig op ingegaan. 5.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Barro (voorheen AMvB Ruimte) bevat inhoudelijke regels van de Rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen met ruimtelijke onderbouwing moeten voldoen. Het Barro bevat regels over Project Mainportontwikkeling Rotterdam (Maasvlakte II), Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie (militaire terreinen, munitie, militaire luchtvaart) en Erfgoed (Unesco). Doorwerking in het plangebied Het Barro is niet van invloed op deze voorgenomen ontwikkeling en stelt geen specifieke regels voor het plangebied.

Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

59

5.1.4

Crisis- en herstelwet (Chw)

De Crisis- en Herstelwet (Chw) is in 2010, in de economische crisis, vastgesteld om geplande bouwprojecten naar voren te halen. Het Rijk wilde er op deze wijze voor zorgen dat bouwbedrijven gedurende de crisisjaren voldoende werk bleven behouden, en inmiddels zijn er diverse toevoegingen aan de wet gedaan zodat inmiddels meer sprake is van een wet die anticipeert op de Omgevingswet, die in 2022 in werking treedt. De wet maakt het bijvoorbeeld mogelijk om kortere (aanvraag)procedures te hanteren voor onder andere ruimtelijke plannen, zodat deze versneld gerealiseerd kunnen worden. De Chw stelt ook experimenteerbepalingen in: deze maken het mogelijk om bepaalde wetten tijdelijk opzij te zetten om zo een project of plan mogelijk te maken, dat anders beperkt wordt door deze wet(ten). Dit wordt geborgd in bestemmingsplannen met een verbrede reikwijdte. In paragraaf 1.1.7 Crisis- en herstelwet van deze toelichting is reeds ingegaan op de onderdelen uit dit bestemmingsplan die onder de verbrede reikwijdte vallen.

5.2

Provinciaal beleid

5.2.1

Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant'

De Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt, bundelt de regels voor de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' is vastgesteld op 14 december 2018. De visie spreekt over een 'diepe' manier van kijken, een 'ronde' manier van kijken en een 'brede' manier van kijken, om zodoende aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren. De visie geeft ook expliciet aan dat de verantwoordelijkheid voor het fysieke domein veel meer verschuift naar de gemeenten. De provincie stuurt alleen nog op hoofdlijnen, stimuleert beweging en maakt (wenselijke) ontwikkelingen mogelijk. Er is één basisopgave (werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit) met als één van de vier hoofdopgaven voor 2050: "Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal". Ook wil de provincie in 2050 energieneutraal zijn, en klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.

De provincie wil tevens dat het stedelijk netwerk van Brabant in 2050 functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-West Europese metropool. Tot slot is één van de vier hoofdopgaven dat Brabant in 2050 top kennis- en innovatieregio in Europa is. Visie op werklocaties De provincie Noord-Brabant zet in op het toekomstbestendig maken van de werklocaties in Brabant. Het (kwalitatief) 'up-to-date' houden van de bestaande werklocaties is van vitaal belang voor een concurrerende economie, innovatie, werkgelegenheid, zorgvuldig ruimtegebruik en realisatie van vergroenings- en duurzaamheidsambities. Op bedrijventerreinen liggen grote opgaven en kansen in het kader van klimaatadaptatie, energietransitie (zoals het gebruik van restwarmte, energieopwekking) en slimme mobiliteit. Uitbreiding van het areaal bedrijventerreinen wordt vraaggericht opgepakt, vanuit een kwalitatieve insteek. De ruimtevraag is vooral gekoppeld aan de groei van (zeer) grootschalige logistiek.

Gezien de schaal en de impact van deze ontwikkelingen op het landschap, en mogelijke tijdelijkheid van de ruimtebehoefte van deze doelgroep, hechten de provincie aan een integrale aanpak waarbij de opgaven voor klimaat, energietransitie, bereikbaarheid, circulaire verstedelijking en de kwaliteit van het Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

60

landschap vanaf het begin van het planproces worden meegenomen. De ontwikkeling van Heesch West krijgt in intensieve samenwerking met de provincie vorm. Heesch West gaat zich met name richten op bedrijven die veel ruimte nodig hebben, zoals (zeer) grootschalige logistiek, en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw en circulaire economie, dooraderd met duurzame toepassingen en energieoplossingen. Daarnaast biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers. Hiermee sluit het plan aan op de uitbreiding van het (ruimtelijke) areaal bedrijventerreinen en de kwalitatieve vraag, die verder is toegelicht in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Hoofdstuk 4). Tot slot betreft het plangebied niet alleen het bedrijventerrein, maar ook aanpassing en opwaardering van de infrastructuur er naar toe. Hiermee biedt het plan een integrale aanpak, in lijn met de visie op werklocaties zoals beschreven in de Omgevingsvisie. Visie op duurzame energie De provincie koppelt haar beleid aan het Rijksbeleid en nationale doelen. Nederland heeft voor 2030 een tussendoel gesteld van 49% CO2-reductie. In Noord-Brabant is deze ambitie voor 2030 overgenomen als nieuwe, minimaal te realiseren ambitie van 50%. Dit uitgangspunt is vertaald naar een eigen ambitie voor duurzame energieopwekking, besparing en beperking van CO2-uitstoot.

Het doel voor 2060 is om 100% duurzame energie te gebruiken, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht tweesporenbeleid van de provincie: Verminderen van energieverbruik in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit en; Verduurzaming van energie, door grootschalig gebruik van energie via wind, zon, water en duurzame warmte. Een duurzame energieproductie biedt kansen voor de economische motor, sociale samenhang en het maatschappelijk rendement. Nieuwe digitale toepassingen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te doen. De provincie sluit aan op de vijf nationale transitiepaden: elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik. Elektriciteit Voor de periode tot 2030 zet de provincie vol in op het mogelijk maken van zoveel mogelijk zon- en breedgedragen windprojecten, binnen de spelregels die in de Omgevingsverordening een plek hebben gekregen. Draagvlak en sociale randvoorwaarden zijn daarbij belangrijk. Uitgangspunt is om de elektriciteitsvraag zoveel mogelijk binnen de omgeving op te wekken. Binnen het Natuurnetwerk Brabant is geen plek voor (grootschalige) zonneparken of windturbines, tenzij deze geen afbreuk doen aan de aanwezige natuurwaarden. Heesch West is niet gelegen op gronden die zijn aangemerkt als Natuurnetwerk Brabant.

Industrie Industriële bedrijven hebben veelal een hoge temperatuurvraag. De oplossing ligt in het elektrificeren van de processen en gelijktijdig gebruik maken van duurzaam opgewekte stroom. Daarnaast liggen kansen in het bewaren van een overschot aan elektriciteit. Gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor een energieneutrale gebouwde omgeving. De provincie zet zich in voor de transitie van onze woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing. Mobiliteit Het terugdringen van onnodig energieverbruik bij het vervoer van personen en goederen is een vereiste Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

61

om energiegebruik terug te brengen. Slimmer, efficiënter en schoner personen- en goederenvervoer (op maat), maar ook een andere inrichting van de omgeving om vervoersbewegingen slimmer en efficiënter te kunnen laten plaatsvinden, dragen hieraan bij. Landbouw/landgebruik Behalve door de vermindering van CO2-uitstoot kan de landbouw een grote rol vervullen door ruimte te scheppen voor energie-opwekking en door opslag van CO2 in de bodem via duurzaam bodembeheer. In het energielandschap vormen landbouw en energieopwekking, eventueel in combinatie met de klimaatopgave, steeds vaker een combinatie. Door een integrale benadering houdt de provincie de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk. 5.2.2

Logistieke Agenda provincie Brabant 2.0 (2013)

De Logistieke Agenda Brabant is opgesteld in 2013. De Brabantse logistieke sector heeft sindsdien verschillende ontwikkelingen doorgemaakt. Hij groeide aanzienlijk, ook door de komst van grote distributiecentra. Actuele ontwikkelingen en nieuwe behoeften van ondernemers waren reden voor de Taskforce om de Logistieke Agenda te herijken. Noord-Brabant is dankzij haar strategische ligging tussen de zeehavens van Rotterdam en Antwerpen en het Europese achterland een logistieke regio van formaat. Dit trekt veel nieuwe (inter)nationale bedrijvigheid. Ongeveer de helft van alle nieuwe distributiecentra vestigt zich in Brabant. Van oudsher is Brabant een regio waar veel hightech, agrofood en chemische producten worden geproduceerd en vervolgens geëxporteerd. De logistieke sector in Brabant is groot geworden dankzij deze klanten. Logistiek is van groot economisch belang voor de provincie. Om de logistieke koppositie te behouden mag niet stel worden gezeten. De ontwikkeling van Heesch West draagt bij aan het versterken en het behoud van de logistieke topsector. Met name doordat het bedrijventerrein zich richt op vooral grootschalige logistiek. De komst van het bedrijventerrein biedt kansen voor werkgelegenheid, innovatie en verduurzaming van de sector. Arbeidsmigranten In het algemeen is het mogelijk dat arbeidsmigranten op Heesch West komen te werken.

Dat is niet specifiek voor bedrijven op Heesch West, maar komt algemeen voor. Momenteel wordt er door de gemeenten van Noordoost Brabant regionaal samengewerkt aan regionaal beleid voor goede leefbaarheid en woon- en werkomstandigheden voor arbeidsmigranten. 5.2.3

Interim / ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant

Naast één omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet straks ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen, zoals de provinciale milieuverordening, de verordening natuurbescherming en de verordening ruimte. De omgevingsverordening bevat straks alle provinciale regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een interim omgevingsverordening vastgesteld, geldend vanaf 22 februari 2020. Verder is een nieuwe omgevingsverordening in voorbereiding. Het ontwerp heeft vanaf 9 april 2021 voor de duur van 6 weken ter inzage gelegen. Naar verwachting stellen Provinciale Staten op korte termijn / binnen enkele maanden de Omgevingsverordening vast. De omgevingsverordening treedt dan, gelijk met de Omgevingswet, op 1 juli 2022 in werking. Vooruitlopend op de vast te stellen omgevingsverordening zijn de betreffende artikelen hieronder beschouwd. Omdat formeel de interim omgevingsverordening nog geldt, zijn ook verwijzingen naar deze artikelen opgenomen. De inhoud van deze artikelen is grotendeels overeenkomstig. Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

62

Duurzame energie (art. 4.54) / art. 3.41 interim Omgevingsverordening In afdeling 4.4, artikel 4.54 wordt ingegaan op de voorwaarden waarbinnen het opwekken van duurzame energie via zonneparken kan worden toegestaan. In Heesch West wordt aan de zuidwestzijde een permanent zonnepark gerealiseerd. Er is bij het zonnepark in Heesch West geen sprake van een zelfstandige opstelling, maar van een zonnepark als integraal onderdeel van het bedrijventerrein en van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Daarmee is dit artikel niet van toepassing.

Verkeersdoeleinden (art. 4.60) / art. 3.46 interim Omgevingsverordening Dit artikel bevat randvoorwaarden voor de aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg. Deze regels zijn met name gericht op een goede onderbouwing van de ontwikkeling. De weg omvat ook de aan de weg gerelateerde voorzieningen en de bij de weg behorende kunstwerken. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik wordt een onderbouwing van de noodzaak van een dergelijke voorziening gevraagd. Het bestemmingsplan dient een onderbouwing te bevatten waarom de aanleg van de weg (en eventuele aan de weg gerelateerde voorzieningen zoals carpool-, parkeer- en halteplaatsen, vluchtstroken en berm(slot)en) nodig zijn, gelet op het verkeerskundige probleem of de ontwikkelingen die plaatsvinden. Daarbij moet de keuze van het beoogde tracé worden onderbouwd. De maatregelen voor de inpassing van de weg, waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving, dient een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken. Een goede ontsluitingsstructuur in en rondom Heesch West vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de haalbaarheid van het plan. Ontwikkeling van nieuwe functies in het gebied zorgen immers voor nieuwe verkeersbewegingen.

Toekomstige verkeersstromen moeten op een goede manier worden afgewikkeld, waarbij overlast van vrachtverkeer in de omgeving niet wenselijk is. Daarom zijn in een vroeg stadium diverse verkeers- en geluidsonderzoeken uitgevoerd, die in samenhang met de stedenbouwkundige visie hebben geleid tot het nu voorliggende stedenbouwkundig plan. De nieuwe verkeersstructuur en de hieraan ten grondslag liggende rapportages zijn uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 6.2. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de optimalisatie van de aansluiting van Heesch West op de A59 bij Nuland, een nieuw verkeersplein bij de Bosschebaan-Weerscheut, afsluiting van de Koksteeg voor gemotoriseerd verkeer en een vrachtwagenverbod op de Weerscheut. Hiermee kan het gebied op een goede manier worden ontsloten en vinden geen knelpunten plaats in capaciteit en afwikkeling van het verkeer. De Bosschebaan, het nieuwe fietspad ten zuiden van de Bosschebaan richting het bedrijventerrein en de nieuwe infrastructuur ter plaatse van de aansluiting op de A59 bij Nuland zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Verkeer'. De Koksteeg is bestemd als 'Groen' en is aanvullend voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - waardevolle landschappelijke lijn'. Hier is geregeld dat elk gebruik, dat niet ziet op het behoud en/of het herstel van de lijn, niet is toegestaan.

Hiermee wordt de landschappelijke karakteristiek van de omgeving geborgd.

Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (art. 4.7) / art. 3.5 interim Omgevingsverordening De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is in de verordening opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten. In afdeling 4.1, artikel 4.7 is een algemene zorgplicht verankerd. Hierin is bepaald dat er een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet plaatsvinden, waarbij invulling wordt gegeven aan een veilige, gezonde leefomgeving met Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

63

een goede omgevingskwaliteit. Daarbij stelt de provincie dat drie zaken belangrijk zijn: zorgvuldig ruimtegebruik, het borgen van waarden in een gebied door de lagenbenadering toe te passen en door meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn gedefinieerd in respectievelijk de artikelen 4.8, 4.9 en 4.10. Deze artikelen komen hierna aan bod.

Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 4.8) / art. 3.6 interim Omgevingsverordening In artikel 4.8 (afdeling 4.1) is een definitie opgenomen van zorgvuldig ruimtegebruik. Deze definitie luidt als volgt: a. een ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand ruimtebeslag, behalve wanneer de activiteit of functie specifiek in de omgevingsverordening wordt uitgesloten; b. bij stedelijke ontwikkeling wordt toepassing gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking; c. en gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Heesch West wordt gebouwd in het landelijk gebied. In artikel 4.56 biedt de verordening mogelijkheden voor het ontwikkelen van Heesch West buiten bestaand ruimtebeslag. Verderop in deze paragraaf komt de toetsing aan de bijbehorende voorwaarden aan bod. Ook is in hoofdstuk 4 de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Met voorliggend plan krijgt het bedrijventerrein Heesch West een passende bestemmingsregeling, waarbij de beoogde inrichting van het terrein wordt voorzien van bestemmingen en hieraan gekoppelde bouwregels. Voor alle op te richten gebouwen, bouwwerken en voorzieningen als bedoeld onder sub c zijn passende regels opgenomen.

Lagenbenadering (art. 4.9) / art. 3.7 interim Omgevingsverordening De provincie hanteert een lagenbenadering om te kunnen beoordelen welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, in samenhang met elkaar en door de factor tijd. Daarbij wordt "verticaal" gekeken naar drie lagen: de laag van de ondergrond (bodem, grond, archeologie), de netwerklaag (infrastructuur, natuur, energie, water en vervoer) en de bovenste laag (o.a. cultuurhistorische en landschappelijke waarden, functies, bebouwing en effecten op gezondheid, veiligheid en milieu) met elkaar verweven. Daarnaast worden "horizontaal" het verleden, heden en de toekomstwaarde beschouwd. Deze benadering vormt onderdeel van zorgvuldig ruimtegebruik (art. 4.8). De nut en noodzaak en vormgeving van het plan voor Heesch West zijn uitgebreid toegelicht in dit bestemmingsplan en de bijlagen. Er wordt onder meer voorzien in economische waarde, werkgelegenheid, landschapscreatie en duurzaamheid. De lagenbenadering speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van het gebied. Met de uitwerking van het stedenbouwkundig plan, het programma en het landschapspark wordt deze lagenbenadering ingezet voor het ontwikkelen van een kwalitatief en toekomstbestendig gebied. Daarbij wordt gestart vanuit een landschappelijke analyse, met historische structuren en kenmerken van het gebied en de bredere omgeving.

Vervolgens wordt gekeken naar de gewenste ontwikkelrichting. Dit in samenspraak met de omwonenden, natuur- en milieuorganisaties en landschapsarchitecten. Ook participatie met omwonenden krijgt hierin een plek. Het doel is om een breed gedragen en kwalitatief hoogwaardig park te realiseren, met aansluiting op de omgeving, goede waterhuishouding en een hoge biodiversiteit.

Meerwaardecreatie (art. 4.10) / 3.8 interim Omgevingsverordening Door ontwikkelingen niet enkel vanuit een economische, sociale of ecologische hoek te bekijken maar bij belangrijke ontwikkelingen met een grote impact op de leefomgeving al deze aspecten te betrekken, Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

64

ontstaat meerwaarde voor de plek en voor de ontwikkeling van Brabant. De Provincie wil meerwaarde-creatie hanteren als basis in plaats van uitzondering. Het juiste samenspel zorgt daarbij voor een gezonde, veilige en mooie leefomgeving. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren zodat meerwaarde ontstaat; de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 4.11 Kwaliteitsverbetering landschap en de bouw-sloop regeling, bedoeld in Artikel 4.12 kunnen deel uitmaken van de meerwaardecreatie. In Heesch West wordt integraal nagedacht over inpassing en kwaliteitsverbetering van het gebied, in samenhang met de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Op die manier wordt zowel economisch, maatschappelijk als ruimtelijk gekeken naar het creëren van meerwaarde. In de volgende paragraaf wordt onderbouwd op welke manier wordt voldaan aan artikel 4.11 Kwaliteitsverbetering. Daarbij vindt de ontwikkeling plaats binnen een zoekgebied voor zonne-energie zoals aangemerkt in de Concept-RES Noordoost Brabant (zie voorts hoofdstuk 12).

Kwaliteitsverbetering landschap (art. 4.11) / art. 3.9 Interim omgevingsverordening In artikel 4.11 is bepaald dat nieuwe activiteiten in het Landelijk gebied gepaard moeten gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De motivatie voor kwaliteitsverbetering is nader uitgewerkt in bijlage 11. Het landschapspark en de landschappelijke inpassing van Heesch West zijn na de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan nader uitgewerkt in een Landschapsplan Heesch West. Vanuit een landschappelijke analyse, met historische structuren en kenmerken van het gebied en de bredere omgeving is gekeken naar de gewenste ontwikkelrichting.

Het plan is opgesteld in samenspraak met de omwonenden, natuur- en milieuorganisaties en landschapsarchitecten. Het plan voorziet kwalitatief hoogwaardig park te realiseren, met aansluiting op de omgeving, mogelijkheden tot extensieve recreatie, doordachte en robuuste waterhuishouding en een hoge biodiversiteit. Bijlage 11 is aangepast op het landschapsplan.

Grondwaterbeschermingsgebieden (art. 4.17) / art. 3.11 Interim Omgevingsverordening Rond de plaats(en) waar grondwater wordt gewonnen ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening zijn beschermingszones gecreëerd. Binnen die zones gelden regels die tot doel hebben de kwaliteit van het grondwater te beschermen. Vanuit een oogpunt integrale benadering is het in deze gebieden niet logisch dat een ruimtelijk plan nieuwe functies of activiteiten mogelijk maakt die Heesch West (gemeente 's-Hertogenbosch) vastgesteld, 30 november 2021

65

de bodem en het zich daarin bevindende grondwater aantasten. De bescherming voor aangewezen grondwaterbeschermingsgebieden is opgenomen in artikel 4.17. Bij het toelaten van activiteiten en functies moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden: risico's voor de kwaliteit van het grondwater mogen niet toenemen. Hierbij geldt dat de provincie verontreiniging van het grondwater wil voorkomen door uitspoeling van schadelijke uitloogbare (bouw)materialen. Daarom is het belangrijk dat het gebruik van dit soort bouwmaterialen binnen grondwaterbeschermingsgebied wordt tegengegaan. Deze regeling geldt in aanvulling op de rechtstreeks werkende regels waarin voorwaarden zijn opgenomen voor de opvang van hemelwater van gebouwen. Overigens liggen de grondwaterbeschermingsgebieden veelal in gebieden waar op grond van andere instructieregels al beperkingen gelden, bijvoorbeeld ten aanzien van stedelijke ontwikkeling. De regels voor grondwaterbescherming zijn hier aanvullend op. In het bestemmingsplan is een algemene aanduiding opgenomen ter plaatse van de grondwaterbeschermingsgebieden binnen het plangebied. Ten opzichte van de regeling in het ontwerpbestemmingsplan, is deze in het vastgestelde bestemmingsplan - op aangeven van de provincie - verder aangescherpt en beter afgestemd op de regels uit de provinciale verordening. Zie artikel 19.3 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10923613/1