Bijlage 1. Prioriteitennota RNOB
Tekst van het document
Prioriteitennota Samenwerkingagenda RNOB ‘Prioriteren voor meer slagkracht’
Prioriteren voor meer slagkracht! Voor u ligt een voorstel voor prioritering van de vijf hoofdopgaves uit onze Regionale Samenwerkingsagenda. Aanleiding is de constatering van het dagelijks bestuur RNOB dat de in 2020 opgestelde ambities voor de lange termijn ('Richting 2030’), maar dat de actualiteit zoals nieuwe gemeentelijke bestuursakkoorden, nieuwe regeerakkoord, coronapandemie en de Oekraïne-oorlog een nieuwe en scherpere focus vragen. De beperkte capaciteit en middelen van werkorganisatie RNOB maken dat we niet alles even goed en even snel kunnen oppakken. Daarom zijn we genoodzaakt om onze opgaven te gaan prioriteren. In plaats van te wachten tot het einde van de lopende convenantsperiode (2021-2024) leggen we de prioritering nu aan u voor en vragen wij uw instemming om met genoemde prioriteiten (verder) aan de slag te gaan. Dat maakt het mogelijk om te kunnen schakelen op de nieuwe ontwikkelingen. We realiseren ons daarbij dat sommige prioriteiten op het vlak van de uitvoering zitten, maar het geeft wel een betere politiek-bestuurlijke focus. In die zin is het wel degelijk kaderstellend. Daarnaast zien wij in toenemende mate een verbinding en verwevenheid tussen verschillende maatschappelijke opgaven. Ook tussen de ‘hardere’ (fysieke en economische) en ‘zachtere’ (mensgerichte) opgaven. We verkennen daarom of en zo ja hoe we die verbinding tot stand brengen.
Dit alles zet ons aan het denken over waar wij in de toekomst met onze regionale samenwerking naar toe willen, zowel over het ‘wat’ als het ‘hoe’. De prioritering is gebaseerd op de huidige capaciteit en middelen van onze regionale samenwerking (RNOB). Bij wijzigingen in de voorgestelde prioriteiten zullen we de impact daarvan verwerken in de nieuwe samenwerkingsafspraken. In 2024 leggen wij hiervoor u een nieuw samenwerkingsconvenant voor de periode 2025-2028 voor. Laten we samen met nog meer bestuurlijke focus werken aan welvaart en welzijn voor onze inwoners en bedrijven!
Jack Mikkers, Voorzitter RNOB
René Peerenboom, Regiomanager RNOB
Juni 2023
Inhoudsopgave Prioriteren voor meer slagkracht! ........................................................................................... 2 Samenvatting ........................................................................................................................ 4 1. Waarom prioriteren? .......................................................................................................... 6 2. Waardoor prioriteren?........................................................................................................ 7 2.1. Lokale coalitie- en bestuursakkoorden............................................................................ 7 2.2. Regeerakkoord huidig kabinet ........................................................................................ 8 2.3. Samenwerking met provincie Noord-Brabant en Rijk ...................................................... 8 2.4. Actuele ontwikkelingen ................................................................................................... 9 2.5. Adviezen over (door)ontwikkeling van de regionale samenwerking ...............................11 3. Wat betekent prioriteren voor onze regionale samenwerking? ..........................................13 3.1. Wat betekent het voor onze hoofdopgaven?..................................................................13 3.2.
Wat betekent het voor onze samenwerking? .................................................................19 3.3. Wat betekent het voor onze samenwerking met provincie Noord-Brabant en Rijk?........21 4. Wat doen we niet? ............................................................................................................22 Bijlage 1: Ontwikkelingen relevant voor regionale opgaven ..................................................23 Bijlage 2: Kansen uit het Regeerakkoord ..............................................................................24
Samenvatting Voor u ligt een voorstel voor prioritering van de vijf hoofdopgaves uit onze Regionale Samenwerkingsagenda1. Wij hebben de prioriteiten alsook de onderdelen die voor nu geen prioriteit hebben, per hoofdopgave samengevat in onderstaande tabel.
Prioriteit
Geen prioriteit Vitaal Landelijk Gebied
Transitie landelijk gebied
Klimaatfonds
Wonen (verstedelijking) Natuurnetwerk complementeren Klimaatadaptatie Water en bodem sturend Actuele omgevingskoers Duurzaam en bereikbaar Fiets en OV Bereikbaarheid kleine kernen Veiligheid Mobiliteit gekoppeld aan wonen (Verstedelijkingsakkoord) Aantrekkelijk vestigen Verduurzamen bedrijventerreinen
Groeifonds
Innovatie en experimenteerruimte
Innovaties (onderzoeksfonds)
XXL logistiek onder voorwaarden
Economische focus verbreden
Agrifood verbinden aan hightech, data en life science Behoud van talent Betaalbaar wonen voor jongeren, jonge gezinnen en internationale medewerkers Sterk verhaal Lobby op regiodeal, transitie landelijk gebied en wonen (verstedelijkingsakkoord en bereikbaarheidsarmoede)
Inzetten op EU-fondsen, anders dan landbouw
Regionale samenwerking Opgave gericht werken
1
www.samenwerkingsagendarnob.nl
Betrekken regionale maatschappelijke ecosystemen
Intensiveren samenwerking met waterschappen
Meer strategische capaciteit
Mensgerichter
Nieuwe bestuurscultuur Samenwerking met Rijk en provincie
Regio Deal Transitie Landelijk Gebied Wonen (verstedelijking)
1. Waarom prioriteren? De looptijd van onze huidige Regionale Samenwerkingsagenda ‘Richting 2030’ is in 2021 van start gegaan. Sindsdien is er heel wat gebeurd dat impact heeft op de ambities van de agenda. Denk aan de coronapandemie, de gemeenteraadsverkiezingen in 2022, een nieuw regeerakkoord in 2021 en de oorlog in Oekraïne. Daarnaast zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd naar onze samenwerking. De geringe omvang van RNOB maakt dat we door deze ontwikkelingen kritisch naar onze opgaven moeten kijken. Door beperkte menskracht en middelen kunnen we niet alles oppakken. Dat vraagt om prioriteren en scherpe keuzes maken: wat doen we wel en wat (tijdelijk) niet? Deze prioritering is tegelijkertijd ook de opmaat naar een nieuwe Samenwerkingsconvenant in 2024. ‘Regionaal samenwerken betekent over je eigen gemeentegrenzen heen durven te kijken. Maar ook om gunnen, soms een stapje terug doen of juist je nek uitsteken. Dat zal niet altijd makkelijk zijn. Met elkaar hebben we daarom spelregels gemaakt om zo goed mogelijk uitvoering te kunnen geven aan deze Samenwerkingsagenda. Zo blijven we op koers om de ambities voor inwoners, ondernemers en alle andere talenten in onze regio waar te maken. Ik wens ons allen een vruchtbare en vooral fijne samenwerking toe. En hoop u daarbij vaak te ontmoeten in onze regio!’ Jack Mikkers over de nieuwe Regionale Samenwerkingsagenda (2020)
Bestuurders op de Regiodag in maart 2022.
2. Waardoor prioriteren? 2.1. Lokale coalitie- en bestuursakkoorden De Regionale Samenwerkingsagenda is een verlengde van de lokale coalitie- en bestuursakkoorden. We zijn nagegaan of dat sinds de verkiezingen in 2022 nog steeds zo is. De grootste gemene delers in de huidige akkoorden zijn: 1. Een leefbaar landelijk gebied met meer balans in het natuurlijk systeem (water, bodem en lucht, biodiversiteit), voedselsysteem (slim, verbonden, circulair en gezond voedsel systeem) maatschappelijk systeem (leefbaar en gezond); 2. Een versnelling in de woningbouw met bijzondere aandacht voor specifieke doelgroepen (statushouders, migranten, jongeren) en om de vitaliteit in landelijk gebied en de leefbaar in kernen te versterken; 3. Een verduurzaming van de energieproductie (groen), afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen en energiebesparing; 4. Een verduurzaming van de mobiliteit en verbetering van de bereikbaarheid van (voorzieningen in) de kernen door meer in te zetten inzet op (snel)fiets en openbaar en collectief vervoer; 5. Een verduurzaming van de inrichting van werklocaties (klimaatbestendig circulariteit en regionale afstemming) en zorgen voor een betrouwbare energievoorziening (aanpak netcongestie); 6. Aanpak van de krapte op de arbeidsmarkt2 door de juiste voorwaarden te scheppen voor werknemers om te komen en te blijven, o.a.
door te bouwen voor de juiste doelgroepen; 7. Een stimulering van de ‘nieuwe’ economie (duurzaam en circulair). Hoofdambitie RNOB “Een slimme, veerkrachtige regio, op weg naar een circulaire economie. Een regio waarinruimte blijft om te pionieren. Waarin hard wordt gewerkt en het leven nog steeds goed is. Een regio waarin stad en platteland in balans zijn, elkaar waarderen en elkaar ook nodig hebben. Een regio met sterke steden met een menselijke maat en een leefbaar platteland dat aan de basis staat van een duurzame, slimme en maatschappelijk houdbare voedselproductie.”
Conclusie De conclusie is dat de Regionale Samenwerkingsagenda in grote lijnen nog steeds aansluit bij de lokale ambities. Wel moeten we op regioniveau nog scherpere keuzes maken om de Regionale Samenwerkingsagenda nog meer ‘verlengd lokaal bestuur’ te laten zijn. Dat maakt ons als regio sterker en biedt een betere positie in gesprekken met andere overheden en partners zoals provincie en Rijk. In die overleggen wordt de positie van de regio steeds belangrijker als toegang tot de lokale overheden.
2
Het regionaal arbeidsmarktbeleid wordt in onze regio opgepakt door Noordoost Brabant Werkt. Daar werkt RNOB intensief mee samen.
2.2. Regeerakkoord huidig kabinet Een analyse van het nationale regeerakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' (zie bijlage 2) laat zien dat er kansen zijn voor onze regio om te verzilveren in onze regionale programma’s. Het betreft vooral het klimaatfonds (energie en water), het transitiefonds voor het landelijk gebied (landbouw en natuur), het woonimpuls- en mobiliteitsfonds (wonen en bereikbaarheid), een groei- en onderzoeksfonds (nieuwe economie), regio deal (brede welvaart) en cofinanciering vanuit EU- fondsen. De verwachting is dat regiobrede aanpak op deze thema’s kansrijker isdan wanneer gemeenten individueel een beroep gaan doen op deze fondsen.
Conclusie Met name de grote transitieopgaven in het regeerakkoord vormen een uitdaging om als regio op in spelen, omdat veel daarvan in onze regio spelen en complex zijn doordat er veel onderlinge samenhang is. Daarom is het van groot belang dat RNOB zoveel mogelijk een beroep gaat doen op de daaraan gelieerde middelen.
2.3. Samenwerking met provincie Noord-Brabant en Rijk De lokale opgaven, die we in regionaal verband oppakken, zijn steeds meer verbonden met elkaar en met de opgaven van andere overheden. Denk aan verstedelijking en mobiliteit, landbouw en stikstof, arbeidsmarkt en woningbouw, etc. Daarom moeten we zoveel mogelijk samen met provincie en Rijk als één overheid optreden. Dat is niet altijd eenvoudig omdat verschillende belangen, prioriteiten en manieren van werken hierop van invloed zijn. Door de samenwerking in RNOB kunnen gemeenten en waterschappen met één mond in gesprek met provincie en Rijk gaan. Dat maakt ons samen krachtiger en zorgt voor een betere aansluiting tussen beleid op hoger bestuursniveau en uitvoering op lokaal niveau. Daarnaast kunnen we gebruik maken van elkaars kennis en middelen. Zo heeft Regio Deal Noordoost-Brabant3 een hele mooie multiplier en daardoor impuls gegeven aan de leefbaarheid in onze regio. In de Regio Deal werken gemeenten, waterschappen, regio, provincie en Rijk samen in 17 projecten om een extra impuls te geven aan ambities uit de Regionale Samenwerkingsagenda. Daar is € 40 miljoen mee gemoeid: € 10 miljoen rijkssubsidie, € 10 miljoen provinciale subsidie, € 10 miljoen bedrijfsleven en onderwijs en € 10 miljoen cofinanciering van de gemeenten en waterschappen.
3
www.rnob.nl/regio-deal-noordoost-brabant-2020
Raadsleden en bestuurders ‘vieren’ Regio Deal.
De Regio Deal is ook een belangrijke aanjager geweest van een betere samenwerking met provincie en Rijk op andere opgaven. Zoals bijvoorbeeld de verstedelijkingstrategie (met provincie en ministerie BZK), de mobiliteitsopgave (met provincie en ministerie I&W) en het programma landelijk gebied (met provincie en ministerie LNV). We zijn met andere overheden en partners ook intensief aan het samenwerken in gebiedsontwikkelingen. Hiervan is de NOVEX De Peel een goed voorbeeld. We werken regiogrensoverschrijdend samen met Rijk, provincies, waterschappen en regio’s Zuidoost en Noord-Limburg aan de transitie van het Peelgebied. Wij zien de aanpak van de opgaven in De Peel als een eerste stap om ook in andere gebieden de maatschappelijke opgaven die spelen in het landelijk gebied (zoals landbouw, natuur, energie, water, klimaat, woningbouw, bedrijventerrein, etc.) integraal en gebiedsgericht aan te pakken. Ook hier geldt dat in regionaal verband de samenwerking tussen gemeenten en waterschappen een daadkrachtigere aanpak oplevert.
Conclusie We moeten blijven investeren in een goede samenwerking met de andere overheden en partners om onze positie te versterken, als regio en als individuele gemeente en waterschap. Vanwege de beperkt beschikbare capaciteit moeten we wel prioriteren stellen.
2.4. Actuele ontwikkelingen Oekraïne De actualiteit wordt sinds 2022 vooral bepaald door de oorlog in Oekraïne en de als gevolg daarvan de torenhoge energieprijzen, tekort aan grondstoffen en leveringsonzekerheid van gas en andere producten. Daarnaast heeft de corona uitbraak in 2020 veel effect gehad op bijv. leefbaarheid, gezondheid en economie. De verwachting is dat dit nog wel enige tijd aanhoudt, in meer of mindere mate. Een terugkeer naar de ‘oude’ situatie (vóór de coronapandemie en voor de oorlog in Oekraïne) is niet waarschijnlijk. Mondiale brandhaarden zullen (blijven) zorgen voor een vluchtelingenstroom met gevolgen voor o.a. de (regionale) woningmarkt, omdat ook vluchtelingen huisvesting moeten krijgen.
Aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt Een andere verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt nog enkele jaren zal aanhouden. Werk alleen bieden is niet meer voldoende. Dat vraagt, naast goed werkgeverschap, ook om extra investering in een aantrekkelijk blijfklimaat zoals in aantrekkelijke onderwijsvoorzieningen en huisvesting. Maar vooral ook om voldoende en betaalbare woningen voor specifieke doelgroepen (jongeren, jonge gezinnen, internationale medewerkers en statushouders). Klimaatverandering De aanpak van de klimaatverandering vraagt om een lange termijn aanpak. De gevolgen op korte termijn zoals toenemende verdroging enerzijds en wateroverlast anderzijds vragen echter om een spoedige aanpak. Dat kan niet jaren wachten. Het Rijk heeft al aangegeven dat water en bodem op korte (en lange termijn) sturend moeten worden in de aanpak van de inrichting van onze ruimte. Steeds complexer We zien dat opgaven steeds complexer worden en dat de aanpak van de ene opgave van invloed is op die van andere opgaven . Ze worden steeds ‘maatschappelijker’ waardoor onze bestuurlijke en ambtelijke systeemwereld van ‘portefeuilles’ en ‘sectoren’ steeds minder voldoet. Zo komen in het landelijk gebied landbouw- stikstof-natuur-leefbaarheid-water-bodem samen en is er een relatie tussen arbeidsmarktbeleid en het kunnen beschikken over de juiste woningen, etc.
Dat vraagt iets van onze manier van werken. Brede welvaart De Regio Deal Noordoost-Brabant heeft ons bewuster gemaakt van het begrip Brede Welvaart (kwaliteit van leven in de brede zin van het woord) en de (brede) inhoud daarvan. Een relatief nieuw begrip dat we mee moeten nemen bij besluitvorming en dat bovendien verbinding vraagt met (mensgerichte) opgaven. Die laatste waren tot op heden (nog) niet direct onderdeel van de opgaven van RNOB. Denk hierbij o.a. aan de opgaven in het sociale en welzijnsdomein, veiligheid en zorg. Kortom, opgaven waarin ‘de mens’ centraal staat en in mindere mate grote transitieopgaven zoals transitie landbouw en klimaat. In een volgende ronde Regio Deals zullen we nog meer focussen op mensgerichte opgaven zoals op leefbaarheid, gezondheid en sociale ongelijkheid. Veranderende behoeften De behoeften en verwachtingen van burgers veranderen. Minder (en niet alleen) focus op (harde) economische vraagstukken maar meer focus op (zachtere) vraagstukken als ruimte, klimaatopgave, leefbaarheid, gezondheid, cultuur en onderwijs. Deze vraagstukken gaan over het verdelen van schaarste. Het ‘maatschappelijker’ (mensgerichter) worden van deze opgaven vraagt om een betere balans tussen maatschappelijke, economische en bestuurlijke ecosystemen (BRE onderzoek 2021 door Berenschot/RU Groningen).
Dit betekent in de toekomst wellicht een verbreding van de Samenwerkingsagenda en een andere organisatie van de regionale samenwerking. De vraag is of, en zo ja hoe, we daar nu al op kunnen anticiperen.
Conclusie Als samenwerkende gemeenten en waterschappen moeten we de actualiteiten blijven volgen en door vertalen in onze aanpak en wijze van samenwerking. We kunnen echter niet alles en niet alles tegelijk. Dat vraagt om scherpe prioritering. In de jaarlijkse planning- en controlinstrumenten wordt inzichtelijk gemaakt de inzet van de ambtelijke capaciteit van de aangesloten gemeenten en waterschappen gerelateerd aan de uitvoering van de regionale samenwerkingsagenda. Hiermee houden we inzicht in de balans tussen gestelde prioriteiten en beschikbare capaciteit. Op basis van de gestelde prioriteiten in deze nota en de huidige capaciteit verwachten wij dat er een goede balans is.
2.5. Adviezen over (door)ontwikkeling van de regionale samenwerking BRE-onderzoek In 2021 heeft Berenschot en RU Groningen een onderzoek gedaan naar de ‘Bestuurlijk Regionale Ecosystemen’ in Nederland en een verdiepend onderzoek in onze regio door (BRE onderzoek4). Dit onderzoek gaf de volgende aanbevelingen: • “Maak de piramide van ecosystemen in de regio af”: maatschappelijke organisaties (ecosystemen) zijn op regionaal niveau onvoldoende aangehaakt bij onze samenwerking en bij de totstandkoming van programma’s; • Verbreed de slagkracht van je triple helix organisatie (stichting AgriFood Capital): richt je niet alleen op de agri en food-ecosysteem, maar verbreed de agenda naar de stimulering van ook andere economische onderdelen; • Meer opgavegericht werken en als 1 overheid; • Ga anders om met capaciteit: verstevig het Regiobureau met meer capaciteit, vooral ook op strategisch niveau, om de gezamenlijke ambities te kunnen realiseren (bijvoorbeeld in de samenwerking met Rijk en provincie) en de kwetsbaarheid van de organisatie te beperken; • Nieuwe bestuurscultuur: probeer met elkaar meer de verschillen op te zoeken en dat explicieter te bespreken.
Regionale Ondernemerstafels
4
www.rnob.nl/nieuws/bre-onderzoek-schijnt-licht-op-de-regio
Rekenkameronderzoek In 2019 is een onderzoek uitgevoerd naar de regionale samenwerking door de rekenkamers van Bernheze, Boxtel en Meierijstad (Rekenkameronderzoek Bernheze, Boxtel en Meierijstad5). Samengevat zijn de belangrijkste aanbevelingen voor RNOB: • Zorg voor een duidelijk organisatiemodel en dito communicatielijnen; • Regel niet alles op regionale schaal, benut ook de subregionale schaal en zoek verbinding over de regiogrenzen; • Zoek partnerschap met Rijk en provincie Noord-Brabant; • Opereer vanuit een gedeelde visie, zorg voor een helder procesverloop en organiseer invloed van raadsleden op ambitie en communicatie (formeel en informeel); • Organiseer als individuele gemeenten een ‘intern samenspel’ waarmee je raadsinvloed organiseert en een verbinding maakt tussen lokale en regionale opgaven.
Conclusie We staan open voor adviezen die onze samenwerking kunnen versterken (zie ook 3.2.). Hoe relevant ook, we zijn niet in de mogelijkheid deze (allemaal) op korte termijn, en met de huidige middelen, op te pakken. De aanbevelingen van de Rekenkamercommissies aan het adres van RNOB zijn wel opgepakt. De aanbeveling aan het adres van individuele gemeenten is een zaak van die gemeenten. De regionale samenwerking in RNOB-verband (en democratische legitimering) heeft er baat bij als (meer) gemeenten het aanbevolen ‘ínterne samenspel’ organiseren.
5
www.rnob.nl/nieuws/heen-en-weer-notitie-over-beter-intern-samenspel
3. Wat betekent prioriteren voor onze regionale samenwerking? 3.1. Wat betekent het voor onze hoofdopgaven?
Hoofdopgave 1: Vitale Leefomgeving Ons strategisch doel is een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving met sterke steden en een vitaal platteland, waarbij we nog nadrukkelijker de samenwerking opzoeken tussen stad en platteland. De belangrijkste uitdagingen liggen hier nog steeds in de woningbouwopgave en het leefbaar houden van de dorpen in het landelijk gebied. Het verduurzamen van de woningvoorraad en het opwekken van niet-fossiele energie moet sneller als we nationale en internationale doelen willen halen. We staan nog steeds aan het begin van de transitie van het landelijk gebied, te weten in het (gebiedsgericht) omgaan met de landbouwopgave, stikstof, water, groen, biodiversiteit, energie en klimaatadaptatie. De gebieden in onze regio en gebiedsprogramma’s hebben we grotendeels in beeld. Het gaat nu vooral om de uitvoering en het verkrijgen van de benodigde middelen daarvoor. Prioriteiten in hoofdopgave 1: Vitale Leefomgeving • We organiseren een Programma ‘Vitaal Landelijk Gebied’ (VLG) om uitvoering te geven aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied6 en Brabants Programma Landelijk Gebied7 en waarbij: o RNOB vooral lopende regionale programma’s in het landelijk gebied verbindt; o RNOB opereert als gesprekspartner richting Rijk en provincie Noord-Brabant om de uitvoering ervan mogelijk te maken;
6
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet/nationaal-programma-landelijk-gebied https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/landbouw-en-voedsel/2023/samenwerken-aan-brabants-programma-landelijkgebied#%3A~%3Atext%3DIn%20Brabant%20noemen%20we%20dit%2CTransitiefonds%20Landelijk%20Gebied%20en%20Na tuur 7
We inzetten op meerdere lopende gebiedsprocessen in de regio: Novex De Peel, Moerputten-’t Ven-Bossche Broek, Loonse en Drunense Duinen, Dommelvallei- Kampina, Duurzame Polder ’s-Hertogenbosch-Oss, Herperduin, Aadal, Maashorst, Raamvallei en Unesco Maasheggen. We passen de gebiedsgerichte benadering toe in de transitie landbouw door vanuit de landbouw, conform de regionale Koersnotitie Landbouw op dreef8 te sturen op kringlooplandbouw: o Welke vormen van kringlooplandbouw zijn waar in de regio mogelijk? o Welke kennis en vaardigheden zijn er nodig om vanuit de regio de transitie van de landbouw te realiseren? En hoe gaan we dat organiseren? We completeren het Natuurnetwerk Brabant (NNB)9 door actualisering van het groenblauwe netwerk in de regio; Het principe van ‘water en bodem sturend’ (Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening) vraagt om een nieuwe ruimtelijke weging en ordening in onze regio. Water en Bodem sturend (WBS) betekent dat we als samenwerkingspartners binnen RNOB met elkaar integrale keuzes moeten maken in de opgaven in het landelijk- en stedelijk gebied die allemaal om ruimte vragen en goed op elkaar moeten worden afgestemd; Het huidige programma klimaatadaptatie loopt af.
De actualiteit van verdroging en vernatting, bovengenoemde Kamerbrief 'water en bodem sturend' en de koppelkansen met de andere opgaven in het landelijk gebied vragen om: o Een actualisering van het huidige programma klimaatadaptatie; o Een integrale weging van ‘water’ t.o.v. andere ruimtevragers. We zetten in op duurzame (energiezuinige) woningbouw en verduurzaming van de bestaande voorraad woningen. Bedrijventerreinen worden circulair en voorzien van duurzame (niet-fossiele) energiebronnen. Het voorkomen van een ‘stroomstop’ door een overbelast net (netcongestie) is (en was al) daarbij een prioriteit. Dat geldt ook voor de uitvoering van de Regionale Energie Strategie (RES), maar dat was al een prioriteit en mag zeker geen vertraging oplopen; o
•
• •
•
•
Provinciale prognoses Nieuwe woningen Woningen aardgasvrij Werklocaties Duurzame energiewinning Energiebesparing Vrijkomende agrarische gebouwen Natuurnetwerk Klimaatadaptatie Rijksopgaven Duurzame energiewinning Reductie stikstof
8
2023-2030 33.500 60.000 (4%) 80-130 ha 1,6 TWh = 100 windmolens = 3500 voetbal velden (nu: 0,1 TWh) 11% 1.500.000 – 2.000.000 m2 3500 ha natuurnetwerk 3500 ha nieuw bos 225 ha verbindingszones 70% (klimaatakkoord) 74% onder KDW Prognoses van ruimtevragers
www.rnob.nl/programmas/transitie-landbouw https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natuur/natuurnetwerk-brabant(nnb)#%3A~%3Atext%3DHet%20Natuurnetwerk%20Brabant%20is%20een%2Caan%20planten%20en%20dieren)%20bevorde rd 9
•
•
•
Er komen de nodige ruimte vragende ontwikkelingen op ons af. We zullen daarmee gepaard gaande ruimtelijke vraagstukken in het landelijk gebied, locaties voor wonen en werken en locaties voor (duurzame) energievoorziening (RES Noordoost Brabant10) meer met elkaar moeten verbinden. Dit is nodig om o.a. afwegingen in (investeringen in) de toekomstige energie infrastructuur zo goed mogelijk te kunnen maken; Ruimtelijke ontwikkelingen moeten een plek krijgen in een geactualiseerde, regionale omgevingskoers 2023. Het opstellen van die omgevingskoers zal voor de periode 2023 de belangrijkste activiteit zijn binnen het programma ruimte. Waarbij de omgevingskoers uiteindelijk het belangrijkste hulpmiddel wordt om binnen onze regio ruimtelijke opgaven integraal af te stemmen en met elkaar scherpe keuzes te maken in welke ruimtevragers we waar willen faciliteren. Rijk en provincie vragen ook om die keuzes als onderdeel van een 'Startpakket voor een nieuwe Nota Ruimte in 2024'11. Dit is overigens op het moment van schrijven van deze Prioriteitennota een buitengewoon dynamisch en intensief proces dat zich op het moment lastig laat plannen; De woningbouwopgave, incl. afspraken in de regionale Woondeal, en de opgave van werklocaties krijgen hun ruimtelijke vertaling in deze Omgevingskoers. In Noord-Brabant komen er tot 2030 130.600 woningen bij waarvan ca. 34.000 in Noordoost-Brabant.
Op basis van de Regionale woondeal12 worden afspraken gemaakt over hoe en waar de woningen daadwerkelijk gerealiseerd worden. Prioriteit krijgen: o Duurzame woningbouw en verstedelijking; o Verduurzamen (label A,B, van het gas af) van de bestaande voorraad huizen; o Inbreiding (woningen in centra) en transitie (wijzigen woonbestemmingen); o Circulair bouwen.
Hoofdopgave 2: Duurzaam bereikbaar Noordoost-Brabant is een echte ‘autoregio’: de auto is al jaren het belangrijkste vervoersmiddel op alle afstanden. De fiets is een goede ‘tweede’ op de korte afstand (< 6 km). Kansen voor meer gebruik van de fiets liggen er op die korte én middellange afstand (< 25km). Binnen de regio werken we aan een verschuiving van autogebruik naar fiets en (H)OV en bundelen dit aan ruimtelijke ontwikkelingen. We zorgen primair voor goede verbindingen voor fiets en (H)OV. Daarmee verduurzamen we de mobiliteit en proberen voorzieningen voor iedereen bereikbaar te houden. Het infranetwerk ín de regio, en de verbinding met netwerken buiten de regio, bevatten nog steeds - bekende - knelpunten. De kwaliteit van het OV staat met name in het landelijk gebied onder druk. Positief is dat de verduurzaming van het wagenpark versneld plaatsvindt. Een zorgelijke ontwikkeling is dat de veiligheid in het verkeer is afgenomen in de laatste jaren. Prioriteiten in hoofdopgave 2: Duurzaam Bereikbaar • Er moet een versnelling komen in de mobiliteitstransitie binnen de hele regio, inclusief een systeemwijziging van individueel autogebruik naar collectief (H)OV en fiets: o RNOB maakt daarom een regionaal mobiliteitspakket voor de verstedelijkingsstrategie (inclusief Land van Cuijk) en regionale woondeal;
10
www.resnob.nl https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/12/12/startpakket-met-nationale-ruimtelijke-opgaven-naar-provincies 12 https://www.rnob.nl/nieuws/regionale-woondeal-in-voorbereiding 11
Van gemeenten vraagt dit een actievere rol om met regionale projecten/kansen van rijk en provincie mee te kunnen doen; o RNOB organiseert een betere verdeling van de beperkte gemeentelijke capaciteit; o RNOB coördineert de ambitie om in 2027 één slim vervoersysteem te hebben met een passend vervoersaanbod voor alle reizigers. Duurzame bereikbaarheid van kleine kern tot grote stad/stad land via het programma gedeelde mobiliteit dat oplossingen moet gaan bieden om voorzieningen voor inwoners beter bereikbaar te maken. Op dit thema ‘bereikbaarheidsarmoede’ voeren wij actief lobby richting Provincie Noord-Brabant. Naast het spoor zet RNOB samen met gemeenten en de provincie Noord-Brabant in op: o Versterking van het hoogwaardig openbaar vervoer; o De verbinding tussen Eindhoven en Nijmegen via Veghel en Uden via Bus Rapid Transit (BRT), als alternatief voor ontbrekend spoor. Spoor, HOV, BRT en hubs zijn/worden de dragers van het gedeelde mobiliteitsconcept. RNOB werkt aan de volgende concrete projecten: o De Samenwerkingsagenda A50 waarbij de aanpak breder is dan alleen een infrastructurele aanpassing (o.a.
snelfietsroute Oss-Nijmegen); o Het bewaken van de afspraken over de Maaslijn13 (lobby); o De multimodale bereikbaarheid van de vitale toplocaties in de regio; RNOB ondersteunt gemeenten in de lopende infrastructurele verbetertrajecten met Rijk en provincie: o N279; o A2 Deil-Vught; o A2 Randweg Eindhoven-Veghel; o Programma hoogfrequent spoor (PHS); o A50 Bankhoef-Paalgraven inclusief strategische agenda NijmegenEindhoven, station en regionaal knooppunt ’s-Hertogenbosch; o N65; o Gebiedsontwikkeling Langstraat (GOL). RNOB coördineert voor onze regio de door Rijk, provincies, gemeenten en koepelorganisaties afgesproken uitwerking van het strategisch plan verkeersveiligheid14. o
•
•
•
•
•
Hoofdopgave 3: Aantrekkelijk Vestigen We werken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bieden ruimte voor de banen van de toekomst. We creëren voldoende ruimte voor innovatie- en experimenteerruimte in de sectoren waar de regio sterk in is. Ook willen we vernieuwende circulaire bedrijventerreinen. Economisch doet Noordoost-Brabant het nog steeds goed. Zelfs na twee coronajaren en de oorlog in Oekraïne. De brede basis van de economie (meerdere sterke economische sectoren) ligt daaraan ten grondslag. Een actueel zorgpunt is wel de afnemende beschikbaarheid van ruimte en (duurzame)energie in de regio. Er wordt een Provinciaal Meerjarenprogramma voor 13
www.rnob.nl/nieuws/rnob-dringt-aan-op-elektrificatie-maaslijn
14 www.kennisnetwerkspv.nl/Downloads/Risicoaanpak/Stappenplannen/Stappenplan-Risicoanalyse/Stappenplan-
Uitvoeringsprogramma.aspx
Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) opgesteld. Een eerste versie moet medio dit jaar gereed zijn. RNOB heeft hiervoor een platformfunctie. Net als het BRE-onderzoek zijn er ook andere adviseurs, zoals Otto Raspe (RABO, 2021), die constateren dat regio en bedrijfsleven nog onvoldoende investeren in de nieuwe (en verbreding van de ) economie: circulariteit, groene energie, inclusief ondernemen, biodiversiteit, inclusieve prijzen, transparante ketens. We zijn op dit moment onvoldoende in staat hiervoor, over de gehele linie een stimuleringsbeleid te voeren. Prioriteiten in hoofdopgave 3: Aantrekkelijk Vestigen • Als wij spreken over transformatie naar een circulaire economie dan leggen we daarbij de focus op verduurzaming van bedrijventerreinen, het delen van kennis daarover en over de samenwerkingsvormen voor de uitvoering daarvan én een gezamenlijke lobby voor die uitvoering richting het klimaatfonds. Concreet gaan we aan de slag met de uitrol van de pilot 'De Grote Oogst'15.
De resultaten van deze pilot, waar 8 bedrijventerreinen uit de regio aan deelnemen, worden later breder uitgerold; • Als we spreken over een verbreding van de economie dan hebben we het vooral over het specifiek koppelen (‘cross-over’) van de kracht van Noordoost-Brabant als agrifoodregio aan de (lokale) kracht van de regio in logistiek, ICT/data/hightech en farma; • We maken XXL logistiek enkel mogelijk op speciaal daarvoor aangewezen bedrijventerreinen in de regio. Binding met, en waarde toevoegen aan de regionale economie en structuur, zijn belangrijke vestigingsvoorwaarden. Op overige bedrijventerreinen ontmoedigen we – waar mogelijk – XXL logistiek. • We creëren voldoende innovatie- en experimenteerruimte in de sectoren waar de regio sterk in is. Hiervoor zetten wij de komende jaren in op een groeimodel naar een toegankelijke digitale én fysieke entree van een ondersteuningsstructuur voor regionale ondernemers en netwerken; een digitaal loket. Daarnaast starten wij een ‘Start Up Scale Up programma voor startende en doorgroeiende innovatieve bedrijven. Beschikbaarheid van bedrijventerreinen voor lokale en regionale bedrijven blijft een continue prioriteit. Hoofdopgave 4: Behoud van Talent We vinden het belangrijk om jongeren langer in Noordoost Brabant te houden en jonge gezinnen terug te laten keren naar onze streek.
Daarmee willen we én een oplossing bieden aan knelpunten op de arbeidsmarkt én de leefbaarheid van de regio op de lange termijn borgen. De economie in de regio is gegroeid in de afgelopen jaren. Een stijging van het aantal bedrijven en de werkgelegenheid aan de ene kant en een toename van de beroepsbevolking in de arbeidsmarkt aan de andere kant. Tegelijkertijd is er een grote spanning op de arbeidsmarkt, groter dan landelijk. De werkloosheid is lager dan landelijk. Dit vertaalt zich in groot aantal openstaande vacatures (bijna 19.000 medio 2022). Met een vergrijzende bevolking neemt de kans op een structurele krapte op de arbeidsmarkt verder toe. Daarnaast zien we dat het aantal alleenstaande jongeren en jonge gezinnen (jonger dan 30) sinds 2014 met 6% is toegenomen (16.300) en dat er sprake is van een positief buitenlands migratiesaldo (+1800).
15
www.brabant.nl/subsites/groteoogst/project-grote-oogst
Prioriteiten in hoofdopgave 4: Behoud van Talent • In de Regionale Woondeal zijn afspraken gemaakt over de bouw van betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen. Hiermee sturen we op het bouwen van woningen voor o.a. jongeren en jonge gezinnen; • N.a.v. signalen uit de ondernemerstafels gaan we (RNOB) met geïnteresseerde gemeenten en bedrijven aan tafel om te verkennen of bedrijven bereid zijn aan woningbouwprojecten voor hun werknemers te gaan trekken. Concreet zullen we ondernemersinitiatieven (pilots) aanjagen die het mogelijk maken om versneld (flex)woningen te realiseren voor werknemers; • Het thema internationale medewerkers blijft op de regionale agenda. Het betreft niet alleen huisvesting maar een, met gemeenten, afgestemde aanpak op volkshuisvesting, veiligheid, voorzieningen voor participatie en integratie. Hoofdopgave 5: Een sterk verhaal De regio Noordoost-Brabant staat nationaal en internationaal op de kaart. De deuren staan zichtbaar open voor innovatie en voor nieuwe bedrijven, bewoners en talenten. Het is ook algemeen bekend dat onze regio een betekenisvolle rol speelt in Brabant, Nederland en Europa. Op economisch gebied (met sterke sectoren als agrifood, hightech, logistiek en farma), op onderwijsgebied en als prettig woongebied. We zijn een regio van doeners en aanpakkers, van samenwerken en samen vieren.
We dragen onze kracht en trots zichtbaar en proactief uit. De boodschap over onze regio dragen we actief uit in projectuitingen en lobbytrajecten. Wie en wat is Noordoost-Brabant16? Zo hebben we onze boodschap vertaald in een oproep aan het kabinet bij de landelijke verkiezingen in 2021. Europees profileren we ons steeds meer en beter via FoodNL, een samenwerking van AgriFood Capital, Regio FoodValley en Greenport Venlo. Behalve op het gebied van agrifood zijn er echter ook andere onderwerpen waar internationale samenwerking meerwaarde heeft voor RNOB (bijv. klimaat, mobiliteit, sociale cohesie). Op dit moment is daar echter geen capaciteit voor. Landelijk geven we onze ‘boodschap’ af in en rond verkiezingen. We slagen er echter nog onvoldoende in om op inhoudelijke dossiers een sterke en duurzame (= consequent en vervolg geven aan) lobby te organiseren. Prioriteiten in hoofdopgave 5: Een sterk verhaal We zullen met de huidige capaciteit beperkt kunnen inzetten op de lobby. Prioriteit ligt bij: • Een volgende Regio Deal Noordoost Brabant; • Transitie landelijk gebied (Nationaal en Brabants Programma Landelijk Gebied en NOVEX De Peel); • De verstedelijkingsopgave (NOVEX-proces in Bestuurlijk Overleg MIRT en Bestuurlijk Overleg Leefomgeving).
16
www.rnob.nl/onze-regio
•
We sluiten (daarom) met onze lobby-agenda (meer) aan bij relevante stakeholders zoals de bestaande VNO-NCW klankborgroepen in onze regio (o.a. klankbordgroep infrastructuur en ruimte17).
3.2. Wat betekent het voor onze samenwerking? De gemeenten en waterschappen in Noordoost-Brabant werken sinds 2021 vanuit een gedeelde visie op regionale samenwerking die is vastgelegd in de Regionale Samenwerkingsagenda ‘Richting 2030’. Sinds de start van uitvoeringsperiode van die agenda hebben we een aantal belangrijke stappen gezet. Die hebben ertoe geleid dat we in de samenwerking binnen de regio zijn gegroeid. We vinden elkaar makkelijker en sneller en we leren van elkaar. Het vertrouwen is toegenomen, we laten meer aan de ander over. De gunfactor wordt steeds groter. De bestuurlijke regiodagen en ambtelijke contactdagen worden steeds drukker bezocht en krijgen nog meer een inhoudelijk karakter. Duidelijkere profilering We hebben de naam van de samenwerking gewijzigd in RNOB om de bestuurlijke samenwerking én de organisatie te onderscheiden van de triple helix samenwerking stichting AgriFood Capital. Duidelijker is geworden wie waarover gaat. Een eigen en herkenbare identiteit en heldere profilering, met eigen communicatiekanalen, heeft geleid tot meer duidelijkheid en meer saamhorigheid. Dat heeft ook geholpen in de samenwerking met andere overheden o.a. in de Regio Deal. Met de klankbordgroep raadsleden overleggen wij 4 keer per jaar om vooral de communicatie met naar colleges en gemeenteraden en algemeen besturen van waterschappen helder en scherp houden.
Lokale regiotafels Een aantal gemeenten heeft een lokale ‘regiotafel’ opgezet om de gemeenteraden en algemeen besturen van waterschappen beter in de positie te brengen in het vervullen van hun regionale rol (zie ook ‘Heen en weer’ notitie over beter intern samenspel, voetnoot 5). En dat vraagt om duidelijkheid over waar we staan per hoofdopgave. Wat we doen per opgave staat toegelicht in openbare jaarplannen en jaarverslagen18. Maar wat bereiken nu? Hoe staan we er voor en wat is de trend? Om daar meer duidelijkheid in te krijgen hebben we recent een Staat van de Regio Noordoost Brabant (SvdR)19 opgesteld. Rollen RNOB We organiseren ‘eigenaarschap’ op de regionale opgaven en hebben de verschillende rollen van RNOB explicieter geduid (trekker, partner, verbinder, platform) om helderheid te geven. Dat lukt overigens nog niet altijd even goed, maar wel steeds beter. Om tegemoet te komen aan de complexe maatschappelijke opgaven gaan we ook experimenteren met ‘opgavegericht werken’, te beginnen in de opgaven in het landelijk gebied. Verschillende schaalniveaus
17 18 19
www.vnoncwbrabantzeeland.nl/infrastructuur-en-ruimte www.rnob.nl/zoeken?q=publicaties
https://public.tableau.com/app/profile/onderzoekstatistiek/viz/DeStaatvandeRegioNoordoostBrabant20221129_1669739409556 0/Landingspage
We werken op verschillende schaalniveaus afhankelijk van het onderwerp en de problematiek. Zo heeft RNOB de Ondernemerstafels subregionaal georganiseerd omdat dat beter aansluit bij de behoeftes van ondernemers. In het landelijk gebied zoeken we weer de samenwerking op bovenregionaal niveau (o.a. met MRE in Zuidoost Brabant) omdat problematiek en opgaven erg overeenkomen en grensoverschrijdende oplossingen vragen. Dit is echter niet in beton gegoten, de actualiteit vraagt ieder keer om een nieuwe overweging over het beste schaalniveau. Voor de intensivering van de contacten met andere regionale samenwerkingen is een portefeuillehouder ‘interregionale samenwerking’ benoemd. Deze portefeuille wordt vanuit het Land van Cuijk ingevuld, inclusief ambtelijke ondersteuning. Een van de eerste opgaves is het verkennen van internationale samenwerkingsmogelijkheden op andere thema’s dan agrifood: wat is daarvoor nodig? Water en bodem leidend Water en bodem worden steeds meer sturend (Kamerbrief Water en Bodem sturend20). We gaan daarom water- en bodemopgaven meer koppelen aan andere regionale opgaven, en vice-versa. Dat komt het best tot uitdrukking in de samenwerking in het landelijk gebied en in de gebiedsgerichte aanpakken. De één overheid gedacht wordt hier steeds meer realiteit.
Met de waterschappen, die al jaren deel uitmaken van RNOB, gaan we een nieuwe fase in door programma’s daadwerkelijk met elkaar te verbinden aan elkaar. Om water en bodem sturend te laten zijn worden ook instrumenten aangeboden aan gemeenten. BRE-onderzoek Het BRE-rapport hield ons ook een spiegel voor. De onderzoekers constateerden ook dat we vaak te lief waren voor elkaar. We zoeken te weinig de verschillen op en gaan confrontaties uit de weg. Prima voor de sfeer op de korte termijn, ondermijnend voor een samenwerking op de lange termijn. Dat pakken we wel op, maar een dergelijke cultuurverandering vraagt om een specifieke aanpak, die momenteel door gebrek aan capaciteit niet gerealiseerd kan worden. Prioriteiten regionale samenwerking • We experimenteren met opgavegericht werken.
Te beginnen bij de complexe en integrale opgave om te komen tot een vitaal landelijk gebied met een natuurlijk, voedsel- en maatschappelijk systeem die meer met elkaar in balans zijn; • We gaan een intensievere samenwerking aan met waterschappen Aa en Maas en Dommel vanwege verwevenheid van de wateropgave met andere regionale opgaves en de noodzaak om water en bodem meer sturend te maken; • We verkennen hoe we onze Regionale Samenwerkingsagenda en onze lopende programma’s meer kunnen verbinden aan de sociale (‘zachtere’) thema’s waarin de mens centraler komt te staan in de grote transitie-opgaven waar we voor staan.
20
www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/11/25/water-en-bodem-sturend
3.3. Wat betekent het voor onze samenwerking met provincie Noord-Brabant en Rijk? We beseffen dat we niet alle kansen kunnen pakken in de samenwerking met Rijk en provincie. Onze capaciteit is daarvoor onvoldoende, zoals geconcludeerd in het onderzoek naar Bestuurlijk Regionale Ecosystemen, het BRE-onderzoek. Dat vraagt om prioriteren. Prioriteiten • Uit de analyse (zie bijlage 2) van het nationale regeerakkoord Coalitieakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst'21 blijkt dat er kansen zijn voor onze regio om te verzilveren. We geven prioriteit aan die trajecten die op de korte en middellange termijn de meeste kans op succes geeft en waar het Rijk op korte termijn duidelijkheid biedt over de procesgang: o Een nieuwe Regio Deal; o De transitie van het landelijk gebied (stikstof aanpak in combinatie met verduurzaming landbouw en aanleg en herstel van natuur en wateropgave); o De verstedelijkingsopgave (wonen en mobiliteit/bereikbaarheidsarmoede). • De strategische samenwerking met de provincie Noord-Brabant willen wij versterken door aan de voorkant van majeure processen verwachtingen scherper te krijgen én door meer en eerder in ‘co-creatie’ te gaan werken (één overheid gedachte). Omdat de complexe opgaves ons daartoe dwingen en omdat we daarmee effectiever en efficiënter kunnen werken als overheden. RNOB brengt daarbij de kennis en het netwerk in de regio in.
We zoeken daarbij in eerste instantie de verbinding op dezelfde thema’s als met het Rijk.
21
www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/01/10/coalitieakkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst
4. Wat doen we niet? Vanwege onvoldoende capaciteit en middelen worden de volgende aanbevelingen uit het eerder genoemde BRE-onderzoek (november 2021) nu niet opgepakt: • Het betrekken van regionale maatschappelijke organisaties (ecosystemen) bij de samenwerking moeten we beperken tot het in de Regionale Samenwerkingsagenda genoemde bedrijfsleven (met name MKB) in de vorm van de Regionale Ondernemerstafels22). Voor meer is onvoldoende capaciteit; • Als het gaat om de verbreding van de slagkracht van onze triple helix organisatie (Stichting AgriFood Capital) geldt dat de focus blijft op agrifood. Wel worden zogenaamde crossovers tussen agrifood en hightech, ICT/data en life sciences verkend en omgezet in projecten; • Er is door een aantal gemeenten (beperkte) strategische capaciteit beschikbaar gesteld. Hierdoor blijft de lobby voor de strategische opgaven beperkt tot de drie eerder genoemde opgaven. Een aantal kansen kunnen we hierdoor niet oppakken (zie hierna); • Nieuwe bestuurscultuur: probeer met elkaar meer de verschillen op te zoeken en dat explicieter te bespreken. Dat pakken we wel op, maar een cultuurverandering vraagt om een specifieke aanpak, die momenteel niet geleverd kan worden.
Ook als we kijken naar de kansen uit het Coalitieakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' moeten we constateren, om dezelfde reden als hierboven, dat RNOB een aantal zaken niet regionaal kan oppakken. Zoals daar zijn: • Klimaatfonds (vergroenen industrie, verbeteren elektriciteitsnetten, verduurzamen energieproductie etc.); • Groeifonds (fonds voor economische topsectoren); • Innovaties (onderzoeksfonds); • EU-fondsen, anders dan die gaan over de agrifoodsector.
22
www.rnob.nl/nieuws/eerste-regionale-ondernemerstafels-geslaagd
Bijlage 1: Ontwikkelingen relevant voor regionale opgaven Hieronder staat het overzicht van actuele ontwikkelingen, die van invloed zijn op onze regionale opgaven uit de Samenwerkingsagenda ‘Richting 2030’. Het voorstel is prioriteit te geven aan de zwarte onderwerpen te prioriteren en niet aan de rode onderwerpen. Opgaven
Lokale coalitie en bestuursakkoorden
Regeerakkoord
Vitale leefomgeving
1. Transitie landelijk gebied 2. Kringloopland-bouw: wat kan waar? 3. Natuurnetwerk completeren 4. Klimaatadaptatie 5. Water en bodem sturend maken 6. Actuele omgevingskoers 7. Woondeal
1. Transitie landelijk Gebied 2. Wonen (verstedelijking) 3. Klimaatfonds
1. Transitie landelijk gebied 2. Wonen (verstedelijking)
Duurzaam bereikbaar
1. Fiets en OV 2. Bereikbaarheid kleine kernen 3. Veiligheid
Mobiliteit gekoppeld aan wonen (Verstedelijkingsakkoord)
1. Mobiliteit gekoppeld aan wonen (Verstedelijkingsakkoord) 2. Onze regionale prioriteiten zijn onderdeel van samenwerking met PNB
Aantrekkelijk vestigen
1. Verduurzamen bedrijventerreinen 2. Innovatie en experimenteerruimte 3. XXL logistiek onder voorwaarden
1. Groeifonds 2. Innovaties (onderzoeksfonds)
Behoud van talent
Betaalbaar wonen voor jongeren, jonge gezinnen en internationale medewerkers Lobby op: 1. Regio Deal 2. Transitie landelijk gebied 3. Verstedelijkingsakkoord
RNOB
Sterk verhaal
Samenwerking met PNB
actualiteit
1. Agrifood verbinden aan: hightech, data, life science 2. Economische focus verbreden
Inzetten op EUfondsen, anders dan landbouw 1. Opgave gericht werken 2. Intensiveren samenwerking met waterschappen 3. Mensgerichter 4. Betrekken regionale maatschappelijke ecosystemen 5. Meer strategische capaciteit Regiobureau 6. Nieuwe bestuurscultuur
Regionale samenwerking
Samenwerking met Rijk en PNB
Adviezen en
Regio Deal
Regio Deal
Bijlage 2: Kansen uit het Regeerakkoord Hieronder staat een overzicht van de belangrijkste kansen uit het (nationale) regeerakkoord voor onze regio. De kansen zijn gerubriceerd per hoofd- en deelopgave uit onze Regionale Samenwerkingsagenda: Opgave uit Samenwerkingsagenda
Deelopgave
Regeerakkoord*
Klimaatadaptatie
Klimaatfonds € 35 mrd. Extra middelen beekdalen
Natuur en Landschap
Nationaal Programma LandelijkGebied € 25 mrd. (stikstof) Extra middelen beekdalen Grondbank NOVI De Peel (RIA)
Energietransitie (wordt opgepakt in RES) Transitie Landbouw
Klimaatfonds € 35 mrd.
Vitale Leefomgeving
Duurzaam Bereikbaar
Aantrekkelijk Vestigen
Slimme en schone mobiliteit Verkeersveiligheid Robuuste infrastructuur en netwerken Vestigingslocaties - verduurzamen bedrijventerreinen Innovaties en bedrijvigheid Experimenteerruimte
Behoud van talent
Blijfklimaat Wonen Leefbaar en aantrekkelijk
Een sterk verhaal
(Inter)regionale samenwerking Nationale samenwerking Internationale samenwerking Communicatie/lobby
Nationaal Programma Landelijk gebied € 35 mrd Kringlooplandbouw Nieuwe verdienmodellen Grondbank NOVEX De Peel (RIA) Mobiliteitsfonds € 7,5 mrd. Mobiliteitsfonds € 7,5 mrd. Mobiliteitsfonds € 7,5 mrd. Klimaatfonds € 35 mrd.
Topsectorenbeleid, Groeifonds € 17 mrd Onderzoeksfonds € 5 mrd. Nationaal Programma LandelijkGebied, Groeifonds, Topsectorenbeleid Nvt. Woon- en Bouwagenda/verstedelijkingsstrategie woonimpuls € 1,75 mrd. p/j Aantrekkelijke winkelstraten NOVI De Peel Groeifonds € 17 mrd. Regiodeal € 0,9 mrd. EU fondsen Nvt.
* inhoudelijk genoemd in regeerakkoord en voorzien van middelen in regeerakkoord.