CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Praatplaat meerjarenbegroting jeugdhulp en Wmo 2022-2025

Commissie BESTUUR 25 november 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Managementrapportage 20212.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zorgbedrijf: praatplaat 2021-Q3

Basis

Wmo licht (oud)

Wmo licht (nieuw)

Wmo zwaar

Jeugdhulp Werkzaamheden

Werkzaamheden

Werkzaamheden

Werkzaamheden

Werkzaamheden

• informatie en advies • vrijwillige inzet, informele netwerken • ontmoeting en dagactiviteiten • preventie en voorlichting • toegangsverlening tot Wmo en Jeugdhulp

• huishoudelijke hulp • hulpmiddelen, waaronder: woon-, rolstoelvoorzieningen • vervoersvoorzieningen en regiotaxi

• begeleiding • dagbesteding • kortdurend verblijf

• beschermd wonen (BW) • maatschappelijke opvang en verslavingszorg (MO) • vrouwenopvang (VO) • zorg en veiligheid (ZV).

• ambulante jeugdhulp • jeugd GGZ • hulp voor jeugd met een beperking • jeugdzorg plus • residentiële jeugdzorg zowel hulp in natura als PGB Transformatie: regionaal en lokaal

deels via regionale inkoop

deels via regionale inkoop

Wmo licht Gemeente ‘s-Hertogenbosch Verwachting 2021 Inkomsten Uitgaven Saldo (ink. -/- uitg.)

39,5 mln. 35,9 mln. 3,6 mln. V Wmo licht Gemeente ‘s-Hertogenbosch

Meerjarige verwachting Saldo 2022 Saldo 2023 Saldo 2024

0,2 mln. V -1,7 mln. N -2,4 mln. N

Wmo zwaar Regio Meierij + Zaltbommel en Maasdriel 41,8 mln. 35,0 mln. 6,8 mln. V

Jeugdhulp Gemeente 's-Hertogenbosch

Totaal Sociaal Domein Gemeente 's-Hertogenbosch

42,6 mln. 45,4 mln. -2,8 mln. N

123,9 mln. 116,3 mln. 7,6 mln. V

Wmo zwaar Regio Meierij + Zaltbommel en Maasdriel 3,9 mln. V 4,9 mln. V 4,1 mln. V

Jeugdhulp Gemeente 's-Hertogenbosch

Totaal Sociaal Domein Gemeente 's-Hertogenbosch

0,0 mln. V 0,0 mln. V 0,0 mln. V

4,1 mln. V 3,2 mln. V 1,7 mln. V

1

Zorgbedrijf: praatplaat 2021-Q3

Totaal Sociaal Domein De decentralisatie-uitkeringen (dat waren de specifieke rijksbijdragen voor jeugdhulp en Wmo) zijn in 2019 opgegaan in de algemene uitkering van het gemeentefonds. Lokaal is besloten om op basis van verschillende parameters het aandeel voor het budget voor jeugdhulp en Wmo te bepalen uit de algemene uitkering. Gevolg hiervan is dat deze budgetten onderhevig zijn aan de bewegingen die de algemene uitkering vertoont. De diverse circulaires tijdens het jaar geven positieve en negatieve uitslagen. Dat vraagt dus om ook de effecten voor het Sociaal & Zorgfonds goed te monitoren. Om zoveel mogelijk een bestendig begrotingsbeeld te bieden streven we ernaar om de inkomsten- en uitgavenontwikkelingen in samenhang te presenteren. We geven u - op basis van de huidige inzichten - een doorkijk in de tekorten (nadeel) of overschotten (voordeel) van het Sociaal Domein. Vanaf 1 januari 2022 werken we voor Wmo, Jeugd en Beschermd Wonen met een andere bekostigingssystematiek (p*q). Wmo licht Wmo licht bestaat uit de onderdelen Wmo licht oud (woonvoorzieningen, huishoudelijke hulp, hulpmiddelen, trapliften en vervoersvoorzieningen) en Wmo licht nieuw (begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf). Inwoners hebben voor alle Wmo-maatwerkvoorzieningen de keuze tussen een voorziening in natura of persoonsgebonden budget.

Begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf kopen we regionaal in binnen de Meierij. Accountmanagement is belegd bij de Regionale Inkooporganisatie Zorg (RIOZ). Wmo licht oud Er is sprake van vergrijzing en het rijksbeleid Langer Thuis stuurt erop dat mensen langer thuis blijven wonen. Dit leidt tot een toename van de vraag. De kosten voor het verstrekken van hulpmiddelen en het aanbrengen van woningaanpassingen stijgen hierdoor aanzienlijk. De invoering van het abonnementstarief voor de Huishoudelijke Hulp heeft tot een aanzienlijke toename van cliënten geleid en dito kostenverhoging. Een uitgestelde ondersteuningsvraag door de coronacrisis en de afschaffing van de Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) spelen mogelijk ook een rol bij de stijging. Daarnaast is er in 2021 ingezet op een kostenbesparing bij de huishoudelijke hulp door middel van de afschaffing van de HHT en door meer grip op de poort te organiseren. Wmo licht nieuw Bij begeleiding en dagbesteding blijven we ook een toename van de aantallen cliënten zien. Ook hier geldt dat de rijksmiddelen geen gelijke trend houden met de ontwikkeling van de kosten. De (regionale) overgang van de lumpsum-methodiek naar de p*q-methodiek (per 2022) is in deze meerjarige raming verwerkt. We hebben de verwerking gedaan aan de hand van de gegevens die we op dit moment tot onze beschikking hebben.

Om deze prognose te maken hebben we diverse aannames gehanteerd met betrekking tot de aantallen/zorgduur/zorgzwaarte. Deze informatie is door zorgaanbieders aangeleverd en gevalideerd aan de hand van

2

Zorgbedrijf: praatplaat 2021-Q3

informatie binnen de gemeente. De combinatie van deze aannames leidt tot een prognose voor de inkoop 2022 voor begeleiding en dagbesteding. Aangezien dit een nieuwe werkwijze en systematiek is, zien we 2022 als een nulpunt voor de berekening. Daarnaast heeft de p*q-systematiek ook hogere uitvoeringskosten tot gevolg. Deze zijn meegenomen in deze nieuwe prognose. In deze prognose zit door bovengenoemde factoren nog een bepaalde mate van onzekerheid. Per saldo verwachten we voor de Wmo licht in 2021 een incidenteel voordelig saldo van € 3,6 miljoen, dit voordeel wordt veroorzaakt door een voordeel op de pgb’s en hulpmiddelen zoals gemeld in de Marap. Dit voordeel slaat om de genoemde redenen, echter om naar een nadeel in 2023 van € 0,2 miljoen en loopt verder op naar een nadeel van € 2,4 miljoen in 2024. De Wmo is een open-einde-regeling en blijft moeilijk te voorspellen. Een belangrijk risico om hier nog bij te melden is het mogelijke langetermijneffect van Corona in de vorm van weer toenemend zorggebruik. Wmo zwaar Wmo zwaar bestaat uit de onderdelen Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang en verslavingszorg (MO), Zorg en Veiligheid (ZV) en Vrouwenopvang (VO). Voor BW en MO is ’s-Hertogenbosch centrumgemeente in de regio Meierij/Bommelerwaard.

Op basis van de regiovisie BW/MO wordt daarbij samengewerkt met zes regiogemeenten (Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, Vught en Zaltbommel) op het gebied van de inkoop, organisatie en transformatie van BW en MO. Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang en verslavingszorg Voor Beschermd Wonen is per 1 januari 2021 een aantal ggz-cliënten met een blijvende behoefte aan intensieve zorg overgeheveld naar de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarmee samenhangend wordt budget overgeheveld van gemeenten naar de zorgkantoren. In de oorspronkelijke opzet zag onze regio als gevolg daarvan het budget met circa € 8,5 miljoen dalen en de kosten dalen slechts met circa € 4 miljoen. Het verschil zat in de aantallen en de gekozen financiële norm per traject; onze regio koopt voor een substantieel lager bedrag in. Na heroverweging, om ongewenste herverdelingseffecten te voorkomen, zijn VNG en Rijk overeengekomen dat ex post wordt uitgenomen op basis van de werkelijke kosten van centrumgemeenten in 2019. Daarmee is het substantiële nadeel weggevallen. In de septembercirculaire 2021 is dit verwerkt. Dit zorgt in plaats van een nadeel nu voor een extra voordeel in 2021 van € 2,4 miljoen, en vanaf 2022 structureel € 0,8 mln. De (regionale) overgang van de lumpsum-methodiek naar de p*q-methodiek (per 2022) is in deze meerjarige raming doorgevoerd bij Beschermd Wonen.

Dit is gebeurd aan de hand van de gegevens die we op dit moment tot onze beschikking hebben. Om deze prognose te maken hebben we diverse aannames gehanteerd met betrekking tot de aantallen/zorgduur/zorgzwaarte. Deze informatie is door zorgaanbieders aangeleverd en gevalideerd aan de hand van informatie binnen de gemeente. De combinatie van deze aannames leidt tot een prognose voor de kosten van de inkoop 2022 van Beschermd Wonen. In deze prognose zit door bovengenoemde factoren nog een bepaalde mate van onzekerheid.

3

Zorgbedrijf: praatplaat 2021-Q3

Voor het totale beeld voor Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang verwachten we in 2021 een voordeel van € 6,8 miljoen, dit voordeel wordt veroorzaakt door lagere inkoop, zoals gemeld in de Marap, en de incidentele rijksuitkeringen in de septembercirculaire. De verwachting is dat dit in 2023 een voordeel is van € 3,9 miljoen. Hier zit nog een bepaalde mate van onzekerheid in. Een belangrijk risico om hierbij te vermelden is het tijdig realiseren van de Voorziening Langdurig Verblijf, omdat hier op termijn een aanzienlijke kostenbesparing bij de maatschappelijke opvang aan verbonden is. Vrouwenopvang Voor Vrouwenopvang (VO) is ’s-Hertogenbosch centrumgemeente voor de regio Brabant-Noordoost/Bommelerwaard. Bij de inkoop VO wordt regionaal samenwerkt met 16 regiogemeenten (Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Landerd, Meierijstad, Oss, Maasdriel, Mill en Sint Hubert, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Uden, Vught en Zaltbommel). Zorg en Veiligheid Voor Zorg en Veiligheid (ZV) geldt geen centrumgemeenteconstructie. Er wordt wel vrijwillig regionaal samengewerkt bij de inkoop van zorg en veiligheid met zes gemeenten in de regio Meierij/Bommelerwaard (Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, Vught en Zaltbommel).

De regionale inkoop zorg en veiligheid richt zich op de meldfunctie voor personen met onbegrepen- en potentieel gevaarlijke gedrag, de bemoeizorg, het verkennend onderzoek en de hoorfunctie in het kader van de Wet verplichte ggz, de psychosociale crisisinterventies binnen en buiten kantooruren en de liaisonfunctie zorg en veiligheid. Jeugdhulp In 2019 werd na uitvoerige lobby vanuit de gemeenten incidenteel extra rijksbudget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de jeugdhulp; voor ’s-Hertogenbosch ging dat om een bedrag van circa € 3,5 miljoen per jaar in de periode 2019 t/m 2021. Dit extra rijksbudget is eenmalig verlengd voor 2022. Met de genomen maatregelen op het gebied van transformatie en versterking van de toegang zien we sinds 2020 een voorzichtige stabilisatie van de jeugdigen met jeugdhulp. Het is niet ondenkbaar dat de stabilisatie die ook landelijk te zien is, veroorzaakt is door Corona. Gezien de demografische ontwikkelingen in de stad is de verwachting dat het aantal jongeren een zeer lichte daling zal laten zien. Zorgconsumptie wordt bepaald door een combinatie van kind kenmerken, gezinskenmerken en omgevingskenmerken. Om deze reden verwachten wij geen sterkte toe- of afname van het zorggebruik. Het percentage jeugdigen dat hulp nodig heeft zal rond de 11% blijven schommelen.

Eind april 2021 is bekend geworden dat het Rijk in 2021 aanvullend in totaal eenmalig € 613 miljoen beschikbaar stelt voor jeugdzorg in Nederland. Inmiddels zijn deze middelen via de meicirculaire en aanvullend via de septembercirculaire beschikbaar gesteld aan gemeenten. We hebben voor onze gemeente in totaal € 4,3 miljoen ontvangen. Gemeenten zijn hiermee in staat gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en het aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Naar aanleiding van de arbitragezaak die de VNG tegen het Rijk had aangespannen is daarnaast landelijk € 1,3 miljard aan extra middelen voor de jeugdhulp

4

Zorgbedrijf: praatplaat 2021-Q3

beschikbaar gesteld voor de jaren 2022 tot en met 2025. We hebben voor onze gemeente voor het jaar 2022 € 11,6 miljoen ontvangen en we houden conform richtlijnen er rekening mee dat we voor de jaren 2023 tot en met 2025 € 9,5 miljoen, € 9,0 miljoen en € 8,3 miljoen gaan ontvangen1. Achtergrond hiervan is dat gemeenten “het niet redden” met de huidige budgetten. Aan de uitkering van deze middelen is de voorwaarde gekoppeld dat gemeenten ervoor moeten zorgen dat een betere hulpverlening tot stand komt in combinatie met een betere (financiële) beheersing van het jeugdstelsel. Hiermee ligt een verband met het advies van de arbitragecommissie. De daaruit voortkomende Hervormingsagenda jeugd zal afspraken omvatten die raken aan de uitvoering binnen het huidige stelsel als afspraken die vragen om een aanpassing in wet- en regelgeving. De landelijke Hervormingsagenda jeugd komt begin 2022 beschikbaar. Gemeenten dienen hieraan uitvoering te geven. In navolging van landelijke ontwikkelingen zijn we vast begonnen met het ontwikkelen van een lokale hervormingsagenda. Hierbij staat het verbeteren van de kwaliteit van de jeugdhulp en de inhoudelijke transformatie voorop, maar de agenda is tegelijkertijd onlosmakelijk gekoppeld aan de financiële opgave waar we voor staan. We hebben immers jaarlijks structurele tekorten op de jeugdhulp.

Om te zorgen dat we goed inzicht en overzicht houden over onze financiën, en in afwachting van zowel de landelijke als de lokale Hervormingsagenda, hebben we de ontvangen Rijksmiddelen van het Knelpuntenbudget en de Hervormingsagenda deels ingezet om de tekorten voor de jaren 2021 tot en met 2025 op te vangen. Inmiddels is ook regionaal (samenwerking jeugdhulp regio Noordoost Brabant) besloten om gezamenlijk uitvoering te geven aan het oplossen van knelpunten die effectiever regionaal opgepakt kunnen worden. Zo wordt in de jaren 2021 tot en met 2024 extra geïnvesteerd om te zorgen voor een reductie bij de wachtlijsten in de specialistische geestelijke gezondheidszorg. Voor 2021 is het effect van het definitieve regionale inkoopkader verwerkt, de eerste twee regionale tussentijdse bestuursrapportages van de RIOZ en de effecten van zowel de meicirculaire als de septembercirculaire 2021. De (regionale) overgang van de lumpsum-methodiek naar de p*q-methodiek (per 2022) is in deze meerjarige raming doorgevoerd bij de jeugdhulp. Dit is gebeurd aan de hand van de gegevens die we op dit moment tot onze beschikking hebben. Om deze prognose te maken hebben we diverse aannames gehanteerd met betrekking tot de aantallen/zorgduur/zorgzwaarte. Deze informatie is door zorgaanbieders aangeleverd en gevalideerd aan de hand van informatie binnen de gemeente.

De combinatie van deze aannames leidt tot een prognose voor de kosten van de inkoop 2022 van de jeugdhulp. In deze prognose zit door bovengenoemde factoren nog een bepaalde mate van onzekerheid. Doorkijk komende jaren De reserve Sociaal & Zorgfonds blijft een belangrijk instrument om lokaal de schommelingen op te vangen die grotendeels veroorzaakt worden door de effecten van rijksbeleid. Het fonds fungeert als reserve voor frictiekosten en als een ‘remweg’ om de effecten van de ontwikkelingen in het sociaal domein op de algemene middelen van de gemeentelijke begroting te matigen. 1 Gezamenlijke afspraken meerjarenraming gemeenten | Circulaire | Rijksoverheid.nl

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/circulaires/2021/07/15/gezamenlijke-afspraken-meerjarenraming-gemeenten

5

Zorgbedrijf: praatplaat 2021-Q3

Uit de opstelling op pagina 1 blijkt dat, met name vanwege de extra rijksbijdragen, de structurele uitnamen uit het Sociaal & Zorgfonds zijn tot 2023 omgeslagen naar toevoegingen. Door de verdere voorzieningengroei bij de Wmo verwachten we vanaf 2024 weer een lichte afname van de reserve. Voor de Wmo licht zien we ten opzichte van eerdere prognoses een gunstiger beeld met name vanwege hogere rijksuitkeringen voor prijspeilcompensatie. Voor Beschermd wonen zien we een gunstigere definitieve berekening van de uitname Wlz en daarnaast ook voor prijspeilcompensatie. De prognose voor jeugdhulp pakt gunstiger uit vanwege de meerjarige tijdelijke middelen die voortkomen uit de arbitragezaak. De prognose van de ontwikkeling van de reserve Sociaal & Zorgfonds ziet er als volgt uit: PROGNOSE RESERVE SOCIAAL & ZORGFONDS ALLEEN LOKAAL GEDEELT E B W 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16 15

Stand einde jaar (BW gecorrigeerd voor lokaal gedeelte)

21,7

21,9

20,3

20,8

19,1

19,8

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

2020

2021

2022

2023

2024

2025

19,1

20,3

21,7

21,9

20,8

19,8

De stand van de reserve Sociaal & Zorgfonds is gecorrigeerd voor het regionale gedeelte van de reserve BW/MO. Alleen het lokale gedeelte van de reserve BW/MO is (conform de Centrumregeling BW/MO) meegenomen in de stand van de reserve Sociaal & Zorgfonds. Naast het bovengenoemd saldo op de zorgkosten wordt uit de reserve structureel een bedrag van € 0,6 miljoen voor uitvoeringkosten Financiële Dienstverlening onttrokken. Daarmee verwachten in 2025 in totaal uit te komen op een stand van de reserve Sociaal & Zorgfonds van circa € 19,8 miljoen.

Bedreigingen Voor zowel de jeugdhulp als de Wmo begeleiding en dagbesteding geldt dat regionaal is besloten om over te gaan van de lumpsum- naar de p*qsystematiek. Er is sprake van nieuwe productcategorieën en een volumeomvang waarop geïndiceerd zal moeten worden in afstemming met aanbieders. In de bovenstaande meerjarenprognose is uitgegaan van diverse aannames voor de voorziening soorten, zorgduur en de aantal eenheden zorg. Dit is op basis van de informatie die is ontvangen van de zorgaanbieders en van de ervaringscijfers vanuit het verleden. Dit is een inschatting, in 2022 zal dit op basis van

6

Zorgbedrijf: praatplaat 2021-Q3

de eerste ervaringen met de p*q-systematiek worden bijgesteld. Onze rijksinkomsten maken deel uit van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds, waardoor ze afhankelijk zijn de trap-op-trap-af-methodiek. Ook hebben we uiteraard nog geen rekening kunnen houden met nieuw rijksbeleid in het kader van de kabinetsformatie en de herijking van het gemeentefonds. Kansen Nu de reserve Sociaal & Zorgfonds zich de komende jaren in gunstige zin ontwikkelt, zijn er volop kansen om werk te maken van de transformatie binnen het sociale domein. Ook zien wij kansen in de overgang naar de p*q-systematiek om meer grip te krijgen op het zorggebruik en daarmee samenhangende kosten. Hierdoor kunnen we nog beter invulling geven aan de visie van het Zorgbedrijf.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10835312/1