CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Overzicht en toelichting financiële afwijkingen 2023

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Managementrapportage 20236.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Overzicht en toelichting financiële afwijkingen Op basis van de gegevens die voorhanden zijn verwachten we dat we het jaar 2023 afsluiten met een positief rekeningresultaat van € 5,0 miljoen. In deze bijlage behandelen we eerst de budgettaire afwijkingen. Vervolgens komen de budgetneutrale onderwerpen aan bod. 1.

Budgettaire afwijkingen

Het reguliere voordeel bedraagt € 5,0 miljoen. In de geactualiseerde begroting gingen we nog uit van een tekort van € 3,9 miljoen. Onderstaande tabel bevat alle reguliere budgettaire afwijkingen die we verwachten onderverdeeld naar programma’s. Onder de tabel lichten we de belangrijkste afwijkingen toe (bedragen x € 1.000): Structureel; nog niet verwerkt in Structureel; al verwerkt in begroting Incidenteel begroting 2024 2024 Eindtotaal 0. Uitkomst actualisatie

-3.925

-3.925

11 Bestuursorganen en -ondersteuning Afwikkeling tussenrekening licenties O&S

482 -56

-56

ICT voorzieningen Raad

-30

-30

WOO verzoek Theater Externe advieskosten Arbo en Veiligheid

-46

-46

-80

-80

Personeelskosten

83

Rekenkamer

20

20

Vitaliteitsbevordering buitendienst

62

62

Wet Open Overheid

450

450

Wachtgeld ex wethouders

33

33

overige verschillen < € 50.000

46

46

13 Dienstverlening

-51

-51

Kapitaallasten

-1

-1

Inhuur Publieke Dienstverlening 32 Gezondheid, sociale structuur en maatschappelijke ondersteuning Aanstelling kwartiermaker Buurthuis Deuteren Subsidieregelingen Nieuwe Initiatieven, Right to Challenge en Goed Voor Elkaar

-50

-50

392

392

-99

-99

250

250

-144

-144

GGD gemeenschappelijke regeling

74

556

74

157

Kapitaallasten

-1

-1

Samen gezond

500

500

overige verschillen < € 50.000

-114

-114

33 Veiligheid

40

Evenementen

-300

-260

-300

-300

Leges opbrengsten OOV Uitkering overschot Reserve Zorg VeiligheidsHuis

-45

-45

85

85

35 Cultureel klimaat

-191

-250

-441

1

Bossche Zomer

150

Evenementen

-333

150 -250

-583

Exempel

25

25

Kapitaallasten 39 Gelijke kansen op talentontwikkeling

-33

-33

-571

Energie

-142

-142

Kapitaallasten

-400

-400

41

41

Onderwijshuisvesting

-334

-334

Opvoeden en meedoen

60

60

overige verschillen < € 50.000

44

Kinderopvang en onderwijs

-214

-785

44

Personeelskosten

-214

-214

Pluspakketten

95

95

Uitvoeringskosten

65

65

41 Participatie en daginvulling

94

94

Kapitaallasten

-6

-6

overige verschillen < € 50.000

100

100

51 Verstedelijking en wonen

113

Kapitaallasten

65

Omgevingsdienst Brabant Noord

-295

-182

-295

-295

65

Ruimtelijke Ordening Projecten

50

50

Verhoging omslagrente

-2

-2

52 Bereikbare stad Vervoersprojecten en duurzame mobiliteit

746

746

160

160

Kapitaallasten

720

720

Verhoging omslagrente

-134

-134

53 Sport en recreatie

20

20

Coronaherstelfonds

65

65

Energie

-571

-571

Kapitaallasten

355

355

Personeelskosten

99

99

Sporthallen Rodenborch College

114

114

Stelpost ombuigingen

-47

-47

Subsidie Kwekkelstijn

39

39

Verduurzamen sportlocaties

75

75

overige verschillen < € 50.000

-109

-109

54 Energie, duurzaamheid en milieu

55

55

Kapitaallasten

121

121

Verhoging omslagrente

-66

-66

55 Cultuurhistorische kwaliteit

178

178

Kapitaallasten

206

206

Verhoging omslagrente

-28

-28

56 Openbare ruimte, water en groen

936

936

2

Beweegbare kunstwerken

100

100

Energiekosten openbare verlichting

-180

-180

Kapitaallasten

1142

1142

Onderhoud bomen

-350

-350

Onderhoud kunstwerken

180

180

Verhardingen

500

500

Verhoging omslagrente 71 Ruimte voor economie en voorzieningen

-456

-456

-336

-336

Breed perspectief Brede Binnenstad

200

200

Eigendomsbeheer

-66

-66

Grootschalig zon op dak

50

50

Kapitaallasten

-211

-211

Reclame

-425

-425

Overige verschillen < € 50.000

116

116

72 Werk en inkomen

1.640

1.640

BUIG

1.173

1.173

Kapitaallasten

52

52

Hogere omslagrente

-7

-7

Personeelskosten

382

382

Overige verschillen < € 50.000 73 Gelijke kansen op financiële redzaamheid

40

40

559

Bewindvoering

120

Bijzondere bijstand

211

Jongeren Perspectief Aanpak

199

199

Personeelskosten

91

91

-104

-104

42

42

Schulddienstverlening overige verschillen < € 50.000 91 Beleggingen en overige baten en lasten

2.048

-243

316 120

-243

236

-32

2.123

BedrijfsHulpVerlening

-25

-25

Facilitaire kosten

-41

-41

Financieringsresultaat

-121

-121

VPB reclameopbrengsten

110

110

Huisvestingskosten

-104

-104

Kapitaallasten

-883

-883

nieuw beleid

161

161

Omslagrente

2.082

2.082

Regeling vervroegd uittreding (RVU)

-2.000

-2.000

Secretariaat

75

75

Personeelskosten

3.785

3.785

Toegerekende rente

-1.623

-1.623

Veiligheid publieke taak

-86

-86

Vervoerplan (woon-werk)

150

150

Voorziening verlofaanspraken

PM

PM 3

Zaakgericht Werken

36

36

overige verschillen < € 50.000

607

607

92 Gemeentelijke belastingen

145

145

Belastingen

-100

-100

Hondenbelasting

60

60

Kwijtschelding

28

28

Vervolgingskosten

157

157

93 Algemene uitkering gemeentefonds

2.401

Algemene uitkering voorgaande jaren

87

1.400

3.801 87

uitkomsten septembercirculaire

2.314

1.400

Eindtotaal

4.615

1.415

3.714 -1.007

5.022

Algemeen In bovenstaande tabel staan alle onderwerpen per programma uitgesplitst. De personeelskosten, kapitaalslasten, overige verschillen en energiekosten zijn programmaoverstijgend. Hieronder geven we voor deze onderwerpen een korte toelichting. ➢ Personeelskosten (voordeel € 2,4 miljoen) Het voordeel wordt grotendeels veroorzaakt als gevolg van de krappe arbeidsmarkt en het niet kunnen opvullen van vacatures. Daarnaast zijn er ook nadelen te vermelden; de inhuurkosten zijn toegenomen, transitievergoedingen zijn verstrekt en er is een voorziening gevormd vanwege de Regeling Vervroegd Uittreden. ➢ Kapitaallasten en renteomslag (voordeel € 2,4 miljoen) Het voordeel wordt gerealiseerd doordat investeringen worden doorgeschoven naar 2024 in verband met langere levertijden, gebrek aan personele capaciteit en vertraagde aanbestedingen. Voorbeelden zijn MIRT A2, renovaties sportgebouwen en het realiseren van duurzaamheidsmaatregelen aanleg kunstgrasvelden. De gemeentelijke boekhoudregels schrijven voor dat de rente op eigen en vreemd vermogen toegerekend moet worden aan alle taakvelden. Doordat minder investeringen zijn gerealiseerd, moet de renteomslag verhoogd worden van 0,75% naar 1%. Dit leidt tot een voordeel op het programma Beleggingen en Overige baten en lasten en een nadeel op de overige programma’s.

Hiertegenover staat dat door niet gerealiseerde investeringen, juist minder rente wordt toegerekend aan de taakvelden. Dit resulteert in een nadeel op het programma Beleggingen en Overige baten en lasten, maar lagere kapitaallasten op de andere programma’s.

➢ Overige verschillen < € 50.000 (voordeel € 0,8 miljoen) Op diverse onderdelen van de begroting ontstaan kleine voordelen, doordat budgetten niet volledig zijn aangewend. Dat hangt mede samen met de generieke lijn van schaarste grondstoffen en een krappe arbeidsmarkt. ➢ Energiekosten (nadeel € 893.000) In onze begroting hebben we vanaf 2023 rekening gehouden met structureel hogere energielasten ad € 2 miljoen als gevolg van de grote prijsstijgingen eind 2022. In 2023 is sprake van nog hogere tarieven waardoor incidenteel een nadeel ontstaat. Startpunt Managementrapportage 2023 Uitkomst geactualiseerde begroting 2023 (nadeel € 3,9 miljoen) De actualisatie van de begroting en het structurele nieuw beleid 2023 gebaseerd op de Voorjaarsnota 2024 resulteerde in een tekort van € 3,9 miljoen. Feitelijk vormt dit het startpunt van deze managementrapportage.

4

Grote Budgettaire verschillen per programma Bestuursorganen en ondersteuning ➢ Wet open overheid (voordeel € 450.000) Vanuit het gemeentefonds zijn er structureel middelen beschikbaar om aan de wettelijke eisen van de Wet Openbare Overheid (WOO) te voldoen. Voor een goede uitvoering van de WOO moet de informatievoorziening op orde zijn, opdat informatie vindbaar, juist, volledig en betrouwbaar is. Dit zodat we als gemeente eerlijk en transparant antwoord kunnen geven binnen de termijn die hiervoor staat. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft de informatievoorziening grotendeels op orde. Zo is er een zaaksysteem uitgerold en zijn er werkafspraken gemaakt. Hierbij is er zorg geweest dat medewerkers deze afspraken kennen, dat zij het nut en de noodzaak ervan inzien en de juiste handelingen verrichten. Door aanpassing en vertraging van de landelijke ontwikkeling van het Platform lokale overheidsinformatie (Plooi) naar WOO-index is er meer tijd om te voldoen aan de wettelijke eisen voor actieve openbaarheid van informatie. De extra middelen die nu via het gemeentefonds beschikbaar zijn gekomen hoeven daarom niet volledig ingezet te worden voor uitvoering van de WOO. Om die reden kan er in 2023 een bedrag van € 450.000 vrij vallen ten gunste van de algemene middelen.

Gezondheid, sociale structuur en maatschappelijke ondersteuning ➢

Subsidieregelingen Nieuwe Initiatieven, Right to Challenge en Goed voor Elkaar (voordeel € 250.000). Voor de regeling Nieuwe Initiatieven en Right to Challenge zijn er tot nu nauwelijks aanvragen ontvangen, waardoor een budget van € 250.000 resteert. Omdat beide subsidieregelingen eind 2024 aflopen, bezien we begin 2024 of en hoe we deze regelingen aanpassen voor 2025 en verder, uiteraard in aansluiting op de nieuwe basisinkoop. ➢ Gemeenschappelijke regeling GGD (nadeel € 144.000) Er is in 2023 een nieuwe CAO in werking getreden. De goedgekeurde loon- en prijsontwikkeling ad 8% was niet begroot. Het algemeen bestuur van de GGD heeft ingestemd om de gestegen kosten door te berekenen aan de deelnemende gemeenten. Dit betekent voor de gemeente ’s-Hertogenbosch een nagekomen last van € 144.000. ➢ Samen gezond (voordeel € 500.000) In aanvulling op de reguliere gezondheidstaken van de GGD wordt er beleid ontwikkeld gericht op het thema ‘Positieve gezondheid’. De eerste helft stond in het teken van visieontwikkeling en vroeg om zorgvuldige afwegingen, gedegen onderzoek en betrokkenheid van diverse belanghebbenden. De concrete uitvoeringsmaatregelen worden pas in het najaar uitgevoerd, waardoor een voordeel van € 500.000 verwacht wordt. Veiligheid ➢ Evenementen (nadeel € 300.000) De jaren na Covid-19 gaan gepaard met een toename van bezoekers aan volksfeesten, zoals carnaval.

Hierdoor is extra inzet noodzakelijk op het gebied van beveiliging, Stadstoezicht en horecaportiers. Daarnaast heeft de gemeente extra maatregelen genomen in het kader van Crowd Management. Cultureel Klimaat ➢ Bossche zomer (voordeel € 150.000) De Bossche Zomer heeft in 2023 niet plaatsgevonden, waardoor een budgettair voordeel van € 150.000 ontstaat. ➢

Evenementen (nadeel € 583.000)

5

De overschrijding op evenementen heeft diverse oorzaken: - Een deel van de kosten van commerciële evenementen (intocht Sinterklaas, Jazz in Duketown, Koningsdag) worden in rekening gebracht bij organisatoren. Veel kosten kunnen echter niet worden verhaald. - De evenementencoördinator was niet begroot. - Er is geen dekking voor een gedeelte van de kosten voor het faciliteren van evenementen. Gelijke kansen op talentontwikkeling ➢ Onderwijshuisvesting (nadeel € 334.000) Er is leegstand met betrekking tot scholen aan de Rompertsebaan 63 en T.M. Kortenhorstlaan. Daarnaast worden huurinkomsten niet geïnd, omdat er in verband met de huisvestingsverplichting onderwijs om niet ruimte ter beschikking wordt gesteld. Ondanks de gedeeltelijke leegstand worden we wel geconfronteerd met exploitatielasten, zoals kosten voor energie e.d. Ook dient er (correctief) onderhoud uitgevoerd te worden om de scholen in aanvaardbare conditie te houden en de veiligheid te waarborgen. ➢ Personeelskosten (nadeel € 214.000) Er werd in het verleden gebruik gemaakt van personeel van de Weener XL. Doordat er steeds minder mensen bij de WeenerXL beschikbaar zijn, wordt ingehuurd. Hier staan hogere kosten tegenover. Deze trend verandert niet de komende jaren waardoor de kostenstijging in de actualisatie van de begroting 2024 wordt verwerkt.

Verstelijking en wonen ➢ Omgevingsdienst Brabant Noord (nadeel € 295.000) Als gevolg van de stikstofcrises, energiecrises is de complexiteit van werkzaamheden toegenomen. Daarnaast is het uurtarief gestegen als gevolg van de CAO ontwikkelingen. Het nadeel bedraagt € 353.000. Daarnaast is het positieve resultaat 2022 ad € 58.000 in 2023 uitbetaald. Per saldo leiden bovenstaande factoren tot een nadeel van € 295.000. Bereikbare stad ➢ Verkeersonderzoek en duurzame mobiliteit (voordeel € 160.000) Vanwege het gebrek aan personeel zijn er gebiedsontwikkelingsprojecten en projecten op het gebied van verkeersonderzoek en duurzame mobiliteit niet uitgevoerd. Sport en recreatie ➢ Sporthallen Rodenborch College (voordeel € 114.000) In het eerste jaar van exploitatie is het beheer van de sporthallen voor sportgebruik ingevuld door de foyerhouder. In de praktijk blijkt echter de combinatie van beheer en het uitbaten van de foyer niet te werken. Voor het boekjaar 2023 leidt dit tot een incidenteel voordeel van € 114.000. Openbare ruimte, water en groen ➢ Beweegbare kunstwerken (voordeel € 100.000) Als gevolg van een tekort op zowel in- als externe capaciteit wordt uitgegaan van een overschot van € 100.000. ➢ Onderhoud bomen (nadeel € 350.000) Er is in 2023 meer gesnoeid. Dit heeft enerzijds te maken met de droogte het afgelopen jaar en de achterstanden die momenteel worden ingelopen.

Daarnaast zijn er meer werkzaamheden in het weekend uitgevoerd om de bereikbaarheid van de stad te waarborgen. Bovenstaande factoren leiden tot een nadeel van € 350.000. ➢

Onderhoud kunstwerken (voordeel € 180.000) 6

Interne en externe expertise op het gebied van civieltechnische kunstwerken is momenteel beperkt beschikbaar. Hierdoor blijft onderhoud achterwege. ➢ Onderhoud verhardingen (voordeel € 500.000) Bij het onderhoud aan verhardingen wordt aangesloten bij andere projecten. Gevolg hiervan is wel dat een deel van het gepland onderhoud nog niet is uitgevoerd. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de bereikbaarheid van de stad. Ruimte voor economie en voorzieningen ➢ Breed Perspectief Brede Binnenstad (voordeel € 200.000) In het door de raad vastgestelde Economisch Perspectief Brede Binnenstad zijn de scharnierpunten tussen historische binnenstad en overige delen van de brede binnenstad belangrijke plekken om interventies te doen om het concept Brede Binnenstad ook daadwerkelijk te kunnen laten werken en verbindingen en routes te stimuleren. Om op zulke scharnierpunten activiteiten mogelijk te maken is medewerking van de stad belangrijk, dat zijn we nu aan het organiseren. Als gevolg van capaciteitsknelpunten en omdat we afhankelijk zijn van medewerking van partijen in de stad heeft er vertraging opgetreden. Dat resulteert in een voordeel van € 200.000. ➢ Reclameopbrengsten (nadeel € 425.000) Door netcongestie (het niet verkrijgen van elektriciteitsaansluitingen) is aanzienlijke vertraging opgetreden in het exploiteren van de digitale panelen.

Hierdoor kan de afdracht voor deze panelen in het eerste concessiejaar (2023) niet worden gefactureerd aan de concessiehouder. Werk en inkomen ➢ BUIG (voordeel € 1.173.000) Bij de begrotingsactualisatie 2023 is conform de prognose door het CPB in haar Macro Economische Verkenning (MEV) van september 2022, uitgegaan van een daling van 2,78%. In maart 2023 heeft het CPB deze prognose bijgesteld naar een verwachte daling van 1,39%. Actueel zien we in 's-Hertogenbosch een lichte stijging in het aantal uitkeringen door hoge instroom van vergunninghouders en lagere uitstroom door toenemende complexe problematiek van de doelgroep, waardoor deze lastiger aan werk te helpen is. Het gemiddeld aantal uitkeringen in 's-Hertogenbosch wordt verwacht op 3.081 uitkeringen, waar we begin dit jaar in de geactualiseerde begroting nog uitgingen van gemiddeld 3.013 uitkeringen. Ook valt de gemiddelde uitkeringsprijs hoger uit. Dit wordt met name veroorzaakt door een groter dan verwacht nadeel door de gewijzigde regelgeving m.b.t. de kostendelersnorm en door een lager resultaat op de sociaal debiteuren (minder opboekingen en meer afboekingen, deels door toename van het aantal schuldsaneringsverzoeken). Per saldo stijgen de totale verwachte uitkeringskosten daardoor met ca.

€ 1,5 miljoen Daarnaast verwachten we dat het gemiddeld aantal plaatsingen met loonkostensubsidie lager uitvalt dan begroot (582 fte i.p.v. 591 fte). Door de krappe arbeidsmarkt worden relatief meer mensen regulier geplaatst, waardoor minder plaatsingen met loonkostensubsidie nodig zijn. Dit wordt versterkt door de invoering van de Wet Breed Offensief: verhuist een werknemer naar een andere gemeente, dan is de nieuwe gemeente vanaf 1 juli 2023 verantwoordelijk voor het verstrekken van de loonkostensubsidie. Vooralsnog zijn er voor onze gemeente meer uitgaande verhuizingen dan inkomende. Tezamen leidt dit tot ca. € 0,1 miljoen lagere kosten. In april jl. is zoals gebruikelijk in het Nader Voorlopig Bericht de verwachte bijstelling van het macro BUIG budget vanuit het Rijk aan de gemeenten gecommuniceerd. Daarnaast is informatie beschikbaar gesteld over de verwachte LPO compensatie, die eenmalig hoger zal zijn ter compensatie van de stijging van het WML op 1 januari 2023.Op 1 oktober 2023 heeft het Rijk de definitieve BUIG budgetten 2023 gepubliceerd, dit betekent voor de gemeente ’s-Hertogenbosch een voordeel van € 1,8 miljoen. Ook op het BUIG budget met betrekking tot het LKS deel wordt een voordeel verwacht. Dit deel van het budget wordt tussen de gemeente verdeeld op basis van het gemeentelijk aandeel in de totale landelijke LKS kosten van het voorgaande jaar.

Op basis van voorlopige cijfers ligt het aandeel van onze gemeente circa 0,28% hoger

7

dan in de actualisatie begroot. Dit leidt tot een voordeel van €0,9 miljoen. Als gevolg van de positieve bijstelling van het BUIG budget wordt er € 0,2 miljoen meer gestort in de reserve Fonds Werk & Inkomen. Gelijke kansen op financiële redzaamheid ➢ Bewind-exploitatie (voordeel € 120.000) Het gemeentelijk bewindvoerderskantoor groeit minder hard dan verwacht. Daarnaast maken mensen minder gebruik van externe bewindvoerders. Dit is ook het landelijk beeld. ➢ Jongeren Perspectief Aanpak (voordeel € 199.000) De eerste helft van 2023 is als aanloopfase gebruikt. Daarnaast is er een gestage groei van het aantal jongeren. Beide factoren zorgen voor een voordeel van € 199.000. ➢ Bijzondere bijstand (nadeel € 32.000) Bijzondere Bijstand wordt opgesplitst in twee onderwerken o Verstrekkingen/ statushouders (nadeel € 243.000): Doordat het aantal statushouders in 2023 t.o.v. 2022 is verdubbeld ontstaat een overschrijding. Wij verwachten dat de komende jaren meer statushouders geplaatst worden. De stijging van kosten wordt verwerkt in de actualisatie van de begroting 2024. o Maatwerk (voordeel € 211.000): De flankerende maatregelen vanuit het Rijk (huurtoeslag, zorgtoeslag en energietoeslag) zorgen ervoor dat minder beroep op maatwerk is gedaan.

➢ Schulddienstverlening (nadeel € 104.000) Het nadeel wordt veroorzaakt doordat een groeiend aantal ondernemers gebruik maakt van onze dienstverlening. Beleggingen en Overige baten en lasten ➢ Voorziening verlofaanspraken (PM) Er kan op dit moment nog geen inschatting gemaakt worden hoeveel bestaand verlof wordt omgezet naar spaarverlof. Aan het einde van dit jaar zullen er naar verwachting mensen instappen en kan er ook een beeld worden gegeven hoeveel dit financieel gaat kosten. ➢ Financieringsresultaat (nadeel € 121.000) Als gevolg van de renteverhogingen door de ECB ter bestrijding van de inflatie vallen onze financieringskosten hoger uit. ➢ Nieuw beleid (voordeel € 161.000) De maatregelen die genomen zijn om het nieuw beleid 2023 te bekostigen leiden tot een hogere opbrengst. Dit voordeel is reeds structureel verwerkt in de begroting 2024. ➢ Huisvestingskosten (nadeel € 104.000) Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe gebouw van de WeenerXL is een deel van het jaar twee panden in gebruik geweest. Dit zorgt voor dubbele schoonmaakkosten, beveiliging en energiekosten. ➢ VPB reclameopbrengsten (voordeel € 110.000) Doordat de reclame-inkomsten lager uitvallen dan begroot, valt ook de VPB last lager uit. Overigens lopen er nog procedures tegen deze heffing.

➢ Regeling vervroegd uittreden (nadeel € 2.000.000) In het principeakkoord CAO gemeenten is ingestemd met het aanbieden van de RVU regeling aan medewerkers. De regeling vervroegd uittreden geeft de mogelijkheid om eerder te stoppen met werken. De medewerker ontvangt een uitkering om de periode tussen ontslag en pensioen te overbruggen. Op basis van

8

het verwachte percentage deelnemers worden de totale kosten ingeschat op € 2,0 miljoen over de jaren 20242027. ➢ Vervoerplan (voordeel € 150.000) In de actualisatie/voorjaarsnota 2023 is besloten de faciliteiten voor het vervoerplan uit te breiden. De ingangsdatum is 1 juli. De helft van het voor 2023 toegekende budget wordt daardoor niet benut. Gemeentelijke belastingen ➢ Vervolgingskosten (voordeel € 157.000) Het aantal parkeerboete, aanmaningen en dwangbevelen is, als gevolg van de invoering van de scanauto sterk toegenomen in 2023. Hierdoor ontstaat een incidenteel voordeel van € 157.000 Algemene Uitkering Gemeentefonds ➢ Uitkomsten Septembercirculaire (voordeel € 3.714.000) De algemene uitkering 2023 valt vooral hoger uit door een hogere Loon- en prijscorrectie 2023 (€ 1,4 miljoen) en de uitkering van de onderuitputting van het BTW compensatiefonds (€ 2,4 miljoen). Tevens hebben we in 2023 € 1,1 miljoen ontvangen die ingezet is voor lokale steun energiecrisis. In tegenstelling tot eerdere berichten heeft het kabinet niet de volledige L(oon)&P(rijs) correctie 2022 aan gemeenten uitgekeerd, maar enkel slechts de Prijs-component. In plaats van € 300 miljoen is daardoor slechts € 127 miljoen beschikbaar gesteld via de algemene uitkering.

Omdat wij als gemeente wel direct hebben gehandeld op de oproep van het kabinet om lokaal steun te verlenen aan maatschappelijke instellingen en culturele partners vanwege de energiecrisis, is vooruitlopend op de definitieve toekenning van de rijksmiddelen een bedrag van 2,5 miljoen beschikbaar gesteld uit de algemene reserve. Uiteindelijk hebben we 1,1 miljoen ontvangen, dit verrekenen we met de algemene reserve. 2.

Budgettair neutrale afwijkingen

In het rekeningresultaat zijn al diverse verrekeningen met reserves en voorzieningen opgenomen, omdat hierover reeds specifieke afspraken zijn gemaakt met de raad. Een voorbeeld is het Sociale Domein. Voor enkele gesloten circuits, zoals afvalstoffen- en rioolheffing zijn geen majeure afwijking geconstateerd. Onderstaand lichten wij de belangrijkste afwijkingen toe op deze zogenaamde 'gesloten circuits'. WMO Inwoners die extra ondersteuning nodig hebben, kunnen een beroep doen op Wmo-voorzieningen. We zien voor een aantal Wmo-voorzieningen lagere uitgaven dan begroot. Dit lijkt in tegenspraak met de landelijke trends van dubbele vergrijzing, van toename van aanvragen door het abonnementstarief en van stijgende kosten door indexering/prijsstijgingen. De verwachte groei van cliënten valt lager uit in onze gemeente. De krapte op de arbeidsmarkt is een oorzaak van de onderbesteding: zorginstellingen hebben steeds meer moeite om voldoende gekwalificeerd personeel te krijgen dat de zorg kan leveren. Dit leidt bijvoorbeeld tot wachtlijsten bij aanbieders van de huishoudelijke hulp en voor mensen met complexe problematiek. We zien hierdoor bij de huishoudelijke hulp een overschot van € 0,3 miljoen. Bij Wmo begeleiding is er een verwacht overschot van bijna € 3,6 miljoen. De begroting is opgesteld op basis van het VNG-prognosemodel.

We zien wel dat er in de eerste helft van 2023 een lager aantal cliënten zorg krijgt dan het eerste half jaar van 2022, terwijl er in de begroting juist rekening is gehouden met een toename (op basis van de landelijke trends). Voor 2023 lijkt de verwachte toename niet te worden gerealiseerd. Bij de jaarrekening 2023 zal het werkelijke voordeel dat is gerealiseerd worden toegevoegd aan de reserve S&Z. Jeugdhulp ‘Samen zorgen we ervoor dat onze kinderen en jongeren veilig, kansrijk en zo thuis mogelijk opgroeien’, op dit doel richten we de verschillende projecten in het programma jeugdhulp. Met het programma jeugdhulp geven we invulling aan de landelijke hervormingsagenda jeugdhulp (LHA). In april 2023 is de LHA vastgesteld. Een van de highlights in de LHA is de versmalling van de jeugdhulpplicht. Dit heeft de implicatie dat we meer moeten organiseren in het voorliggend veld. Het gaat erom zo thuis mogelijk en zo gezinsgericht mogelijk hulp en ondersteuning bieden. Ons lokale programma jeugdhulp 2023-2026 is ingericht op deze beweging. Zo zijn we gestart met het bieden van hulp bij scheidingen en het organiseren van collectief aanbod onder andere op 9

scholen. Ook zorgen we voor uitbreiding van praktijk ondersteuning jeugd-GGZ bij de huisartsen. We financieren deze projecten vanuit de hervormingsagenda middelen die we in 2022 hebben ontvangen na uitspraak van de landelijke arbitragecommissie voor financiële compensatie jeugdhulp en de hervormingsagenda. We zien ten opzichte van 2022 een afname van jongeren met verblijf en jongeren met een jeugdbeschermingsmaatregel en daarentegen zien we een grotere toename van kosten voor ambulante begeleiding en behandeling. Ook in 2023, 2024 en 2025 ontvangen we middelen voor de hervormingsagenda, waarmee we de gestegen zorgkosten opvangen. In 2023 verwachten we per saldo 4,1 miljoen over te houden van de hervormingsagenda middelen. Bij de jaarrekening 2023 voegen we dit bedrag naar verwachting toe aan de reserve S&Z. In de landelijke hervormingsagenda is afgesproken dat gemeenten maatregelen nemen om te komen tot ‘een financieel houdbaar stelsel’. De beoogde ombuigingsopgave in de hervormingsagenda betekent voor ’sHertogenbosch ongeveer een opgave van 6 miljoen per jaar vanaf 2026. Gesprekken over de hervormingsagenda lopen nog volop. In 2025 buigt een landelijke deskundigencommissie zich over de haalbaarheid van de ombuigingsopgave. Vanuit de regionale samenwerking rondom Geweld Hoort Nergens Thuis is een doorstart gemaakt in de vorm van veiligheid in afhankelijkheidsrelaties.

We hebben een meerjarig regionaal koersplan 2023-2028 opgesteld. We gaan aan de slag met de uitvoering. Dit gaat over de implementatie van stevige lokale teams. En ook het toepassen van de methodiek toekomstscenario jeugd- en gezinsbescherming waarin professionals worden geschoold. Voor de taken veiligheid in afhankelijkheid heeft de centrumgemeente 's-Hertogenbosch vanaf 2022 middelen ontvangen. We nemen het verwacht positief saldo van 0,7 miljoen mee naar 2024 voor de uitvoering van het regionaal koersplan. Beschermd wonen/maatschappelijke opvang De invoering van de Wet Woonplaatsbeginsel en de daaraan gekoppelde doordecentralisatie beschermd wonen is uitgesteld naar 2025. In onze regio kunnen we desondanks verder met de ingezette koers waarbij regiogemeenten ook hun aandeel nemen in toegang, preventie, passende zorg en huisvesting voor de doelgroep BW/MO. Dit maken we als regio ook mogelijk via de lokale middelen en de tussentijdse uitkering van de regionale reservegelden. In oktober 2023 zijn de resultaten van de daklozentelling ETHOS bekend, die we gebruiken voor het opstellen van een regionaal plan voor de aanpak dakloosheid. De regionale begroting Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang ging uit van een voordeel van € 5,1 miljoen in 2023. De verwachting is nu dat de inkoop € 1,1 miljoen lager uitvalt dan begroot.

We zien dat cliënten binnen Wmo-beschermd wonen met lichtere vormen worden ondersteund, dat de zorgduur korter is dan begroot en dat er positieve uitstroom is naar zelfstandig wonen met ambulante ondersteuning (urgentieplus). Cliënten die langdurig op bescherming zijn aangewezen, maken sinds 2021 gebruik van de Wet langdurige zorg (Wlz-ggz). We zien momenteel een grote druk vanuit de Rijksoverheid om de toeleiding van cliënten naar de Wlz-ggz af te remmen, mede vanwege tekorten op Wlz-ggz bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op het regionale uitvoeringsprogramma zien we een overschot van € 1,4 miljoen. We zien dat de vraag naar maatwerkarrangementen sterk dalend is, het huidig aanbod is voldoende om in de vraag te voorzien. Daarnaast is de Voorziening Langdurig Verblijf nog niet operationeel. Bij de jaarrekening 2023 zal het werkelijke voordeel dat is gerealiseerd worden toegevoegd aan het regionale gedeelte van de reserve S&Z Voor het regionale uitvoeringsprogramma 'Geweld hoort nergens thuis 2021-2024' wordt de rijksbijdrage periodiek bijgesteld. Naar verwachting kan het regionale uitvoeringsprogramma voor 2023 worden uitgevoerd binnen de vastgestelde begroting 'Geweld hoort nergens thuis'. In 2023 is de rijksbijdrage hoger bijgesteld dan begroot in het programma, daardoor zien we een overschot op de exploitatie van € 250.000.

Dit wordt toegevoegd aan de reserve Sociaal & Zorgfonds. Arbeidsparticipatie Het totale resultaat op de Wet Sociale Werkvoorziening wordt geprognosticeerd op €0,6 miljoen voordelig. Dit wordt veroorzaakt door diverse ontwikkelingen. Zo valt het IUSD budget voor de sociale werkvoorziening € 0,1 10

miljoen lager uit door een lagere LPO indexatie dan o.b.v CPB cijfers was begroot. Gelijktijdig is extra LPO aangekondigd in de Rijksvoorjaarsnota omdat in de reguliere LPO berekening de verhoging van het wettelijk minimumloon beperkt doorwerkt. Naar verwachting betreft dit voor onze gemeente een bedrag van €0,3 miljoen. Daarnaast worden lagere salariskosten bij de sociale werkvoorziening verwacht van €0,25 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een lagere stijging van de gemiddelde kosten en een grotere afname van het aantal SW medewerkers. Tenslotte wordt op basis van de huidige informatie verwacht dat er dit jaar meer spaarverlof wordt opgenomen dan gestort, waardoor per jaareinde een lager saldo in de SW Spaarverlof Voorziening benodigd zal zijn á €0,14 miljoen. Alle voor- en nadelen worden verrekend met het Sociaal & Zorgfonds. Parkeren Het bruto exploitatie resultaat bedraagt € 667.000 positief. Dit wordt verdeeld in: -

Parkeeropbrengsten (€ 647.000 voordeel): Meer opbrengsten gegenereerd uit naheffingsaanslagen (€ 779.000) en belanghebbenden parkeren (€ 429.000). Daartegenover vallen de parkeeropbrengsten lager uit met € 561.000 op het gebied van ‘kort parkeren’ (straat, parkeergarages en transferia).

-

Parkeerkosten (€ 20.000 voordeel): Het uitstellen van investeringen leidt tot een voordeel van € 460.000. De overige parkeerkosten zijn daarentegenover € 440.000 hoger dan begroot.

Per saldo een voordeel van € 667.000. Dit resultaat is extra gestort in de reserve Parkeren Stand van zaken Sociaal & Zorgfonds In de financiële verordening (art 212 gemeentewet) is het doel van de reserve Sociaal & Zorgfonds vastgesteld als: “Alle middelen binnen het sociaal domein blijven beschikbaar binnen het sociaal domein”. Daarmee is de reserve sociaal & zorgfonds bedoeld als remweg voor het opvangen van financiële risico’s en tekorten in het sociaal domein. In 2023 daalt de reserve S&Z met naar verwachting € 6 miljoen Naar verwachting zal de reserve S&Z dalen van € 67 miljoen naar ca. € 61 miljoen aan het einde van 2023. Zoals bekend bestaat dit uit een lokaal deel (ca. 33 miljoen) en een regionaal deel (ca. 28 miljoen). Hiervan is ca. 14 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van de programma jeugdhulp (hervormingsagenda) en nieuw beleid dat is vastgesteld bij de voorjaarsnota 2024. Tabel Prognose verloop van de reserve S&Z in 2023 (Marap) x € 1.000.000,-

Ontwikkeling reserve 2023 Stand reserve S&Z ultimo '22 Afroming saldo 2022 tgv algemene reserve Uitkering regionale reserve Beschermd Wonen Prognose Beschermd Wonen 2023 Prognose Jeugdhulp 2023 Prognose Wmo 2023 Prognose particpatiewet 2023 Programma jeugdhulp (Hervormingsagenda) 2023 Prognose overig Nieuw beleid 2023 (Voorjaarsnota 2024) Prognose stand reserve S&Z ultimo'23 Programma jeugdhulp (Hervormingsagenda) na 2023 Nieuw beleid 2024/20253 (Voorjaarsnota 2024) Beschikbaar ultimo '23

Lokaal deel

Regionaal deel

Totaal

32 -16 8

34

67 -16 -6 8 4 5 2 -2 -1 -0,4 61 -4 -10 47

4 5 2 -2 -1 -0,4 33 -4 -10 19

-14 8

28 28

Afroming lokale reserve begin 2023

11

We hebben de omvang van het lokale deel van de reserve genormeerd op maximaal 15% van het budget. Het surplus daarboven bedroeg aan het eind van 2022 ca. € 16 miljoen, conform de spelregels is dat in 2023 uitgekeerd ten gunste van de algemene reserve. Regionaal deel Voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang (BW/MO) werken we binnen de daarvoor geldende centrumregeling. Al enige jaren houden we over op de ontvangen rijksmiddelen, in 2023 naar verwachting ca € 8 miljoen positief. In oktober 2023 is besloten om een deel (ca. 14 miljoen) van het opgebouwde saldo uit te keren aan de deelnemende gemeenten. ’s-Hertogenbosch ontvangt hiervan ca. 8 miljoen. Per saldo daalt in 2023 de regionale reserve van € 34 miljoen naar € 28 miljoen. Lokaal deel Het lokale deel bedroeg aan het begin van het jaar ca. € 32 miljoen, per saldo zien we een groei van € 1 miljoen. Naast de hierboven aangegeven afroming van 16 miljoen en de ontvangen uitkering van de regionale reserve beschermd wonen / maatschappelijke opvang van € 8 miljoen zien we per saldo nog € 9 miljoen aan voordelige effecten op de reserve. We noemen de grootste. •

•

•

•

Jeugd, prognose voor 2023 is ruim 4 miljoen positief. In 2022 zijn we overgegaan van de lumpsum naar de PxQ bekostigingssystematiek. We zien in 2023 een beperkte groei in zorginzet. Het grootste deel van het voordeel is te verklaren door extra Rijksinkomsten vanaf 2022 na uitspraak van de landelijke arbitragecommissie. Programma jeugdhulp: Tegenover het voordeel op jeugdhulp staat een onttrekking van bijna 2 miljoen voor de uitvoering van het programma jeugdhulp 2023-2026 waarmee we de landelijke hervormingsagenda jeugdhulp implementeren. We hebben c.a. 4 miljoen van de middelen die 2023 beschikbaar zijn in de reserve S&Z reeds gealloceerd voor de verdere uitrol van het programma jeugdhulp na 2023 Wmo, ruim € 5 miljoen. Ook hier geldt dat het aantal voorzieningen minder groeit dan op grond van de nieuwe PxQ-systematiek was begroot. Daarnaast zien we dat aanbieders minder dan de, op grond van de beschikking, maximaal toegekende zorg declareren. Daarbij zien we geen wachtlijsten bij zorgaanbieders. Huishoudelijke hulp vormt daarop de uitzondering, daar speelt de krappe arbeidsmarkt een belangrijke rol. Het aantal klachten blijft laag. Participatiewet, Sociale Werkvoorziening (WSW), Re-integratie en Beschut werk: verwacht positief saldo van ruim €2 mln. Dit wordt m.n.

veroorzaakt door lagere uitvoerings-, project- en personele kosten door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt waardoor vacatures langer openstaan, lagere kapitaallasten door vertraagde investeringen, een extra rijksbijdrage voor de WSW ter compensatie van de verhoging van het wettelijk minimumloon en minder re-integratieactiviteiten door lage instroom in de bijstand.

De stand van het lokale deel is eind 2023 minder dan 15% van de uitgaven Voor de berekening van het surplus 2023 houden we rekening met een aantal verplichtingen die op de reserve rusten. Bij de Voorjaarsnota 2024 is besloten om in totaal ruim € 10 miljoen in te zetten voor nieuw beleid in 2023, 2024 en 2025. Het grootste aandeel daarvan, € 9 miljoen, gaat naar structuurversterkende maatregelen in het sociaal domein. Voor de uitvoering van het programma jeugdhulp hebben we al ruim € 4 miljoen aan onttrekkingen uit de reserve S&Z begroot. Rekening houdend met deze factoren is de verwachting dat de reserve eind 2023 een stand heeft van € 19 miljoen. Op grond van de norm van 15% van het budget zou het saldo maximaal € 26 miljoen mogen zijn. Lokaal deel van de reserve na 2023 Bij de prognoses voor de komende jaren gaan we ervan uit dat de prijseffecten kunnen worden afgedekt met de compensatie die we daarvoor via het gemeentefonds ontvangen. We volgen hierin de door de VNG geadviseerde indexeringsmethodiek van de overheidsbijdrage voor arbeidskostenontwikkeling (OVA 1). Daarnaast zullen er de nodige risico’s blijven bestaan, we noemen de moeilijke arbeidsmarkt en de mogelijke aanpassingen in het rijksbeleid.

1

Indexering kosten Jeugdwet en Wmo 2024 | VNG

12

Prognose jeugdhulp na 2023 We verwachten groei in onze P x Q uitgaven, door een toenemend aantal meldingen via onze lokale teams en een grotere bijdrage aan de kosten van zware zorg via de regio Noordoost Brabant. We verwachten de kosten van deze ontwikkelingen in 2024 en 2025 op te kunnen vangen met de bestaande begrotingsruimte . Met de landelijke hervormingsagenda jeugdhulp beogen Rijk en VNG vanaf 2026 een aanvullende bezuiniging van structureel 11 miljoen. Van deze 11 miljoen staan we als gemeente aan de lat voor de realisatie van ongeveer 6 miljoen aan structurele bezuinigingen. Het Rijk is verantwoordelijk voor de overige 5 miljoen aan structurele besparingen. Via het programma jeugdhulp 2022-2026 werken we aan de uitwerking van de maatregelen waarvoor we als gemeente een inspanningsverplichting hebben. We hebben middelen gereserveerd uit de reserve S&Z voor het programma. Vooralsnog is het budget voor jeugdhulp door het Rijk naar beneden bijgesteld per 2026 en houden daarom in de prognose van de reserve rekening met een tekort van 6 miljoen per jaar. In 2025 buigt een landelijke deskundigencommissie zich over de haalbaarheid van de totale bezuinigingsopgave van de hervormingsagenda. Prognose Wmo na 2023 Bij de overgang van de lumpsumbekostiging naar PxQ hebben we ons voor de begroting van Wmo gebaseerd op het voorspellingsmodel van de VNG.

Dat houdt rekening met de demografische prognoses en rekent met verdere groei in het gebruik, oplopend van 2% in 2023 oplopend tot 10% in 2026. Meer aanvragen vereisen, willen we onze eigen de wachttijden binnen de perken kunnen houden, ook de inzet van meer personeel. In de huidige meerjarenbegroting houden we rekening met deze oplopende kosten en zien we na 2023 een tekort ontstaan op de Wmo-begroting. Echter, na 1,5 jaar ervaring met PxQ zien we, en dat geldt voor de gehele regio Meierij, dat de aantallen en de kosten achterblijven bij de ramingen van het VNG voorspellingsmodel. We hebben geen indicaties dat capaciteitsproblemen en wachtlijsten bij aanbieders (met uitzondering van de huishoudelijke hulp) daarbij een rol spelen. In de aanloop naar de actualisatie van de begroting 2024 zullen we deze effecten verder analyseren en zo nodig voorstellen doen voor aanpassing van de begroting. Mogelijk dat een aanpassing van het abonnementstarief (vanaf 2025) financieel ook nog verlichting gaat geven, op dit moment is dat te onzeker om in de ramingen mee te nemen. Participatiewet Voor de onderdelen van de participatiewet, sociale werkvoorziening, re-integratie en beschut werk houden we ook voor de komend jaren rekening met een kostendekkende begroting.

Regionaal deel reserve Beschermd Wonen / Maatschappelijke Opvang na 2023 Voor Beschermd wonen houden we ook de komende jaren nog rekening met overschotten op de budgetten. In hoeverre die ook overeind blijven na de voorgenomen verdere decentralisatie is nog onzeker. Daarnaast loopt de druk op de door zorgverzekeraars gefinancierde WLZ op, mogelijk leidt dit tot een nieuwe discussie over de verhouding tussen Beschermd wonen en WLZ. Op grond hiervan is de verwachting dat de omvang van de reserve tot 2025 boven de afgesproken norm van 15% van het budget zal bewegen. Met het raadsbesluit van oktober 2023 is de minimale omvang van de regionale reserve bepaald op € 6,5 miljoen. Iedere 2 jaar zal aan de hand van een risicoanalyse bekeken worden of er vrijval mogelijk is. Het financieel perspectief voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang is vooralsnog positief, daarom houden we er rekening mee dat in 2024 opnieuw een uitkering aan de deelnemende gemeenten kan plaatsvinden. Samenvattend De ontwikkeling van de beide delen van de reserve ziet er naar verwachting als volgt uit. Het lokale deel van de reserve staat ter beschikking voor het opvangen van de lokale financiële risico’s. In 2023 is besloten om een deel van het surplus in te zetten voor nieuw beleid.

Ook nadat in 2023 besloten is een groot deel van het surplus in te zetten voor nieuw beleid, zal het saldo van de reserve naar verwachting de komende jaren toereikend is. Na 2027 wordt het beeld onzekerder. Belangrijkste factor daarbij is de vraag of het Rijk gemeenten verder zal compenseren voor de tekorten in de jeugdzorg, wij rekenen nu vanaf 2027 met een structureel tekort van ca 5 miljoen. Mogelijk dat verdere analyse van de ontwikkelingen in de Wmo, die nu wat positiever worden ingeschat, het beeld nog kunnen bijstellen. Zoals gezegd komen we hier bij actualisatie van de begroting 2024 op terug. 13

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13437524/1