CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Overzicht en toelichting financiële afwijkingen 2022

Gemeenteraad 13 december 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Managementrapportage 20224.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Overzicht en toelichting financiële afwijkingen Op basis van de gegevens die voorhanden zijn verwachten we dat we het jaar 2022 afsluiten met een positief rekeningresultaat van € 20,2 miljoen. In deze bijlage behandelen we eerst de budgettaire afwijkingen. Vervolgens komen de budgetneutrale onderwerpen aan bod. 1.

Budgettaire afwijkingen

Het reguliere voordeel bedraagt € 20,2 miljoen. In de geactualiseerde begroting gingen we nog uit van een overschot van € 3,0 miljoen. Onderstaande tabel bevat alle reguliere budgettaire afwijkingen die we verwachten onderverdeeld naar programma’s. Onder de tabel lichten we de belangrijkste afwijkingen toe (bedragen x € 1.000): Incidenteel

Structureel; al verwerkt in begroting 2023

Structureel; nog niet verwerkt in begroting 2023

Eindtotaal

0. Uitkomst geactualiseerde begroting 2022

2.955

2.955

Uitkomst actualisatie

2.955

2.955

-169

83

11 Bestuursorganen en -ondersteuning

252

Arbeidsmarktcampagne

-97

Gemeentelijke rekenkamer

-97

20

20

Hostingskosten voor belasting en burgerzaken

-110

-110

Personeelskosten Raad

356 25

Standplaatsen

58

58

13 Dienstverlening

205

205

Bedrijfsvoeringkosten

175

175

Leges

80

80

-169

187 25

Personeelskosten

-50

-50

32 Gezondheid

670

670

Personeelskosten

670

670

33 Veiligheid

268

268

Personeelskosten

422

422

Crises en calamiteiten

-113

-113

Evenementen

-55

-55

Leges

-66

-66

Openbare verlichting

80

80

35 Cultureel klimaat

-364

-364

Evenementen

-355

-355

Exempel

25

25

Renteverhoging

-34

-34

39 Opgroeien en talentontwikkeling

-183

67

-116

Actieplan Leerbanen

20

20

Energiekosten

50

50

Haalbaarheidsonderzoek IHP

-25

-25

Huurdersonderhoud

-66

-66

Leerwerplicht O&R

152

152

Onderwijshuisvesting

-39

67

28

1

Passende arrangementen binnen kindcentra

136

136

Pluspakketten

53

53

Renteverhoging

-532

-532

RMC regionaal budget

-172

-172

Investeringen onderwijshuisvesting

435

435

SMI

-195

-195

40 Wonen en zorg

163

163

Personeelskosten

163

163

41 Participatie en daginvulling

-430

-430

Accommodatiebeleid

41

41

Kapitaalasten

33

33

Personeelskosten

-504

-504

51 Wonen en werkomgeving

-59

-59

Groen en bomen

-500

-500

Kapitaallasten

130

130

Omgevingsdienst Brabant -Noord

-95

-95

Personeelskosten

356

356

Ruimtelijke ordeningsprojecten

50

50

1.141

1.141

(Beweegbare) kunstwerken

115

115

Havenexploitatie

50

50

Kapitaallasten

749

749

Parkeerinkomsten

-105

-105

52 Bereikbare stad

Parkeeruitgaven

273

273

Renteverhoging

-310

-310

Verhardingen

200

200

personeelskosten

119

119

Verkeersregelinstallaties

50

50

53 Sport en recreatie

640

Kapitaallasten

511

OZB

44

684 511

44

44

Personeelskosten

98

98

Renteverhoging

-152

-152

Schoonhouden sportaccommodaties

-69

-69

TVS regeling

56

56

Sporthallen Rodenborgh College

196

196

54 Milieu respecterende ontwikkelingen

-91

-91

Kapitaallasten

144

144

Renteverhoging

-235

-235

55 Cultuurhistorische kwaliteit

258

258

E-depot

50

50

Kapitaallasten

208

208

71 Ruimte voor economie en voorzieningen

-120

-100

-220

Den Bosch Dataweek

35

35

Eigendomsbeheer

-46

-46

2

Kapitaallasten

43

43

marktgelden renteverhoging

-100

-100

-152

-152

72 Werk en inkomen

-2.139

-2.139

BUIG

-2.269

-2.269

Overige afwijkingen

-50

-50

Personeelskosten

-3

-3

Wet Inburgering Vergunninghouders

183

73 Armoede en schulden

246

Bewindvoering

105

Bijzondere Bijstand

-113

Corona BB en SDV

397

397

EHBG Vroegsignalering

-72

-72

Kredietbank Schulddienstverlening 91 Beleggingen en overige baten en lasten Bedrijfsarts en dienstreizen

-158 -158

-271

-88

-71 1.270

0 105

-88

-71 -460

810

-25

Budget raad Catering

183 -88

-25 40

40

125

125

Financieringsresultaat

1.400

-500

900

Kapitaallasten

-936

-936

Ontwikkel- en licentiekosten

110

110

Onvoorzien

225

225

Overhead

92

92

Personeelskosten

282

282

Schoonmaakkosten

21

21

Verschil sub administratie activa grootboek afboeken Voorziening bewerking archief

-50

-50

26

26

92 Gemeentelijke belastingen

175

OZB

635

810

635

635

Precariorechten

-50

-50

Personeelskosten

225

225

93 Algemene uitkering gemeentefonds

8.675

Compensatie gederfde inkomsten 2021

7.000

Uitkomsten meicirculaire

6.412

15.087 7.000

6.412

6.412

Uitkomsten septembercirculaire

1.736

1.736

Algemene uitkering voorgaande jaren

-400

-400

Diverse

830

830

Onderbesteding a.g.v. schaarse beschikbaarheid grondstoffen en krapte arbeidsmarkt Eindtotaal

830

830

11.068

9.396

-258

20.206

3

Algemeen In bovenstaande tabel staan alle onderwerpen per programma uitgesplitst. De personeelskosten komen in elk programma terug. In totaliteit verwachten we dat we een voordeel op deze kosten realiseren van € 2,0 miljoen. Oorzaak is de krapte van de arbeidsmarkt en het moeilijk kunnen invullen van de beschikbare vacatures. Uitkomst geactualiseerde begroting 2022 (voordeel € 3,0 miljoen) De actualisatie van de begroting 2022 resulteerde in een overschot van € 3,0 miljoen. Feitelijk vormt dit het startpunt van deze managementrapportage. Programma Cultureel klimaat ➢ Evenementen (nadeel € 0,36 miljoen) Voor het faciliteren van evenementen zoals carnaval, Jazz in Duketown, straat en buurtfeesten, koningsdag, intocht Sinterklaas, het onderhoud van de stroomputten zijn de kosten hoger uitgevallen. Daarnaast wordt een deel van de kosten van commerciële evenementen in rekening gebracht bij organisatoren. Echter, veel kosten kunnen niet worden verhaald. Programma Opgroeien en talentontwikkeling ➢ RMC regionaal budget (nadeel € 0,2 miljoen) Tekort op de Regionale Meld en Coördinatiefunctie (€ 0,17K) vangen we op met het overschot op Leerwerkplicht Ontwikkeling & Realisatie (€ 0,15 miljoen) en Actieplan Leerbanen (€ 0,02 miljoen).

➢ SMI (nadeel € 0,2 miljoen) We ondersteunen kinderen waarvan de ouders om sociaal-medische redenen baat hebben bij kinderopvang, maar geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag. Hiermee dragen we bij aan de kansengelijkheid. We hebben begin 2022 vernieuwde afspraken met de verwijzers gemaakt en toetsen achteraf of de inzet van SMI voor het kind en het gezin goed is. We zien op dit moment een stabilisering van de groei van SMI, waarbij we de stijgende instroom van de afgelopen jaren hebben omgebogen naar instroom = uitstroom. We verwachten in 2022 € 850.000 uit te geven, dit is € 195.000 meer dan geraamd in de programmabegroting 2022. We dekken voorgenoemde overschrijving van het budget dit jaar af binnen het programma opgroeien & talentonwikkeling. ➢ Passende arrangementen binnen kindcentra (voordeel € 0,1 miljoen) De onderbesteding op het budget passende arrangementen binnen kindcentra is het gevolg van een lagere deelname aan het gesubsidieerde reguliere peuteraanbod dan verwacht. We reserveren het overschot op dit budget ad € 136.000 om de overschrijding op het budget van SMI (deels) op te vangen. ➢ Investeringen onderwijshuisvesting (voordeel € 0,4 miljoen) We geven volop uitvoering aan bouwprojecten. Zo is begin dit jaar kindcentrum Campus aan de Lanen in gebruik genomen. Kindcentrum aan de Oosterplas is in aanbouw en wordt eind dit jaar opgeleverd.

Verder werken we hard aan de ontwikkeling van een aantal kindcentra. Kapitaallasten worden verantwoord nadat realisatie heeft plaatsgevonden. Aangezien de oplevering en/of eindafrekening later plaatsvindt dan verwacht, ontstaat een onderschrijding op dit budget. Het voordeel bedraagt € 435.000. Programma Wonen en werkomgeving ➢ Groen en bomen (nadeel € 0,5 miljoen) Bij de jaarrekening 2021 is aangegeven dat de inboet en renovatie groen van 2021 uitgesteld is i.v.m. capaciteitsproblemen. Daarbij werd aangegeven dat hierdoor in 2022 € 500.000 extra kosten zouden worden gemaakt. We gaan er nu vanuit dat we 50% daadwerkelijk gaan inhalen, omdat de extra 4

opgave leidt tot zwaardere druk op zowel onze aannemers als de eigen organisatie (denk hierbij aan voorbereiding en toezicht). Mocht het lukken om toch alles nog uit te voeren dan zal het resultaat alsnog € 250.000 nadeliger uitvallen. Naast de extra kosten voor inboet zijn er extra kosten voor de stormschade € 150.000 en verschillende kleinere verschillen € 100.000. Programma Bereikbare stad ➢ Parkeeropbrengsten (nadeel € 0,1 miljoen) en parkeerkosten (voordeel €0,3 miljoen) 1. Parkeeropbrengsten: • Regulier effect: de parkeerinkomsten ‘kort parkeren’ (straat, parkeergarages en transferium) vallen € 1,6 miljoen lager uit. Daartegenover staat dat er meer opbrengsten worden behaald op parkeervergunningen (€ 0,5 miljoen) en naheffingsaanslagen (€ 1,35 miljoen). Per saldo een voordeel van € 0,3 miljoen. • Corona-effect: Het nadeel als gevolg van corona is € 0,8 miljoen. We zien dat het oude normaal van het aantal parkeerders niet meer gehaald wordt. Het nieuwe normaal van de parkeerbezetting ligt nu rond de 90%/95% ten opzichte van voor de Corona periode. In de begroting 2022 is een storting in de reserve Parkeren opgenomen. Vanwege de tegenvallende resultaten vindt er geen storting in de reserve plaats (voordeel € 0,4 miljoen). Per saldo een nadeel op parkeeropbrengsten van € 0,1 miljoen. 2. Parkeerkosten: niet alle investeringen zijn niet gerealiseerd.

Dit zorgt voor een voordeel van € 0,3 miljoen. ➢ Verhardingen (voordeel € 0,2 miljoen) Door het uitstel van projecten wordt een voordeel behaald van € 0,2 miljoen in het beheer en onderhoud van wegen. Programma sport en recreatie ➢ Sporthallen Rodenborch College (voordeel € 0,2 miljoen) Het voordeel wordt behaald doordat de nieuwe sporthallen m.i.v. 1 augustus 2022 in gebruik zijn genomen. De exploitatielasten waren voor het hele jaar begroot. Programma voor economie en voorziening ➢ Marktgelden (nadeel € 0,2 miljoen) Ondanks de positieve ontwikkeling van het aantal bezoekers van de warenmarkt in de laatste jaren is van groei van de warenmarkt geen sprake. Met name de branche non-food wordt kleiner. Dit is een landelijke trend en is door de coronacrisis versneld. Veel non-food producten worden aangeboden via webshops en ook zien we dat veel non-foodkooplieden met pensioen gaan en er geen nieuwe non-foodondernemers zich aanmelden. Binnen de branche food blijft het aantal kooplieden ongeveer gelijk. Uitbreiden met meer food-ondernemers op de markt is lastig vanwege branchering (voorkomen van teveel concurrerende food ondernemers op 1 markt). Programma werk en inkomen ➢ BUIG (nadeel € 2,3 miljoen) In 2022 is de situatie op de arbeidsmarkt veranderd in krapte en heeft een substantiële daling in het aantal uitkeringen plaatsgevonden.

De instroom ligt laag, terwijl we de uitstroom ondanks de moeilijker bemiddelbare doelgroep op peil weten te houden. De aanpak van meer aandacht voor mensen lang in bijstand, zoals uitgezet in het nieuwe Ondernemingsplan WXL 2022-2025, begint zijn eerste vruchten af te werpen. Naar verwachting komt het gemiddeld aantal uitkeringen in 'sHertogenbosch op 3.160 uitkeringen, waar we begin dit jaar in de geactualiseerde begroting nog uitgingen van gemiddeld 3.244 uitkeringen. Naar verwachting dalen de uitkeringskosten hierdoor 5

met ca. € 1,1 mln. Daarnaast worden door de krappe arbeidsmarkt meer mensen regulier geplaatst, waardoor minder plaatsingen met loonkostensubsidie nodig zijn dan vooraf begroot. De daarmee gepaarde gaande kosten voor loonkostensubsidies worden daarmee naar verwachting ca. €0,2 mln. lager dan begroot zijn. In april jl. is zoals gebruikelijk in het Nader voorlopig bericht de verwachte bijstelling van het macro BUIG budget vanuit het Rijk aan de gemeenten gecommuniceerd. Voor het eerst betrof dit informatie over zowel het nieuwe budget voor loonkostensubsidies als het BUIG budget voor de uitkeringen. Vanaf 2022 is namelijk binnen de BUIG een apart budget verbijzonderd voor loonkostensubsidies, met een eigen verdeelsystematiek: het budget voor een gemeente is gebaseerd op het gerealiseerde aandeel in de LKS uitgaven in het voorgaande jaar. In de geactualiseerde begroting 2022 was het aandeel voor de gemeente 's-Hertogenbosch gebaseerd op het aandeel voor 2020, omdat de landelijke realisatie voor 2021 nog niet bekend was. In het definitieve BUIG bericht 2022 blijkt eind september het gemeentelijk aandeel 0,19% lager op basis van de landelijke realisaties in 2021. Ook is het landelijke budget voor loonkostensubsidie verlaagd vanwege volumeen prijsaanpassingen. Dit leidt (incl. aanpassing van de LPO indexering) tot een nadeel van ca. € 0,9 mln.

Uit het definitieve BUIG bericht 2022 blijkt ook het macrobudget voor de uitkeringen aanzienlijk te worden verlaagd. Dit op basis van de meest actuele CPB raming van september 2022, de zogeheten Macro Economische Verkenning (MEV), waarin de definitieve bijstandscijfers 2021 en de meest actuele ramingen voor 2022 zijn verwerkt. Waar in het nader voorlopig BUIG bericht april jl. het macrobudget nog ca. €363 mln lager verwacht werd, blijkt de werkelijke verlaging (exclusief LKS) nu ca. €420 mln. De belangrijkste oorzaken van de neerwaartse bijstelling betreffen de aanzienlijk lagere werkloosheids- en bijstandsvolumes voor 2022 (macro bijstelling -/- € 213 mln), de lagere definitieve realisatiecijfers bijstandsvolume 2021 (macro bijstelling -/-€ 144 mln) en de lagere instroom in de BBZ-regeling dan verwacht na afloop van de TOZO regeling (macro bijstelling -/- € 106 mln). Voor de gemeente 's-Hertogenbosch betekent de landelijke bijstelling een lager BUIG budget van €4 mln. (excl. LKS). De financiële impact blijft echter beperkt tot €2,8 mln. nadelig, omdat in de geactualiseerde begroting reeds rekening was gehouden met een nadelige conjuncturele bijstelling van ca. €1,2 mln. Omdat het BUIG budget voor 2022 lager zal zijn, zal ook de begrote storting in de reserve Fonds Werk en Inkomen (FWI); gemaximeerd op 7,5% van het BUIG budget, lager zijn; een voordeel van € 0,2mln.

Per saldo leiden bovenstaande voor- en nadelen tot een negatieve bijstelling op de BUIG van € 2,3 mln. Hiermee resteert nog altijd een positief BUIG saldo van ca. €4 mln. ➢ Wet Inburgering – Vergunninghouders (voordeel € 0,2 miljoen) Op de budgetten voor de Wet Inburgering wordt een voordeel verwacht van € 183.000. Merendeels wordt dit veroorzaakt door een efficiënte implementatie, wat leidt tot lagere implementatiekosten dan het landelijk beschikbaar gestelde budget hiervoor. Daarnaast worden naar verwachting in het eerste jaar van de nieuwe Wet Inburgering niet alle structurele middelen besteed door de geleidelijke instroom van inburgeraars in de opstartfase van de wet. Programma Armoede en schulden ➢ Bijzondere bijstand (nadeel € 0,3 miljoen) De reguliere verstrekkingen Bijzondere Bijstand vertonen al een aantal jaar een tekort. Dit komt vooral, zoals eerder gemeld, door de groei van het aantal verplicht te huisvesten Statushouders, dat een effect heeft op de verstrekkingen voor Directe Levensbehoeften en Woonvoorzieningen. Ook voor de komende jaren blijft de verwachting dat het aantal te huisvesten statushouders hoog zal zijn (bron: Beantwoording kamervragen eerste suppletoire begroting SZW 2022, antwoord op vraag 51).

Daarnaast is er in 2022 een groter beroep gedaan op de verstrekking voor de sociale activiteiten waardoor daar minder onderbesteding is die we kunnen inzetten om de overschrijdingen op andere verstrekkingen te dekken.

6

Naast dit structurele tekort van € 158.000, is in 2022 de laatste nabetaling gedaan voor achterstallige indexering op de Individuele Inkomenstoeslag (nadeel € 47.000) en heeft er een inhaalslag plaatsgevonden op werkzaamheden die door corona waren blijven liggen (nadeel € 66.000). ➢ Schulddienstverlening (nadeel € 0,1 miljoen) Er is meer inzet geweest op lokale schulddienstverlening dan was voorzien. Daarnaast is ook sprake geweest van (beperkte) inzet van capaciteit vanuit schulddienstverlening op verschillende onderwerpen. Het gaat hierbij om werkzaamheden voor het jongeren perspectief fonds, ondersteuning bij de bijzonder bijstand en sociaal raadslieden. Ook zal in het laatste kwartaal nazorg worden georganiseerd voor mensen die te maken hebben met energiearmoede. ➢ Coronamiddelen Bijzondere Bijstand en Schuld Dienst Verlening (voordeel €0,4 miljoen) Bovenstaande tekorten dekken we af uit de Coronamiddelen die we van het Rijk in 2022 ontvangen hebben voor Bijzondere bijstand en schulddienstverlening. Daarnaast zijn deze middelen ingezet voor EHBG en vroegsignalering. Programma Beleggingen en overige baten en lasten ➢ Financieringsresultaat (voordeel € 0,9 miljoen) De aantrekkende economie heeft er toe geleid dat na vele jaren de rente weer is gaan stijgen.

Dit effect wordt nog verstrekt door de extreem hoge inflatie als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis die daaruit voortvloeit. Vanwege deze veranderde marktomstandigheden hebben we begin dit jaar onze jaarlening van € 40 miljoen niet voor één jaar vastgezet, maar voor 30 jaar. Dit leidt in 2022 tot hogere rentekosten (nadeel € 0,5 miljoen), maar op de lange termijn zijn we verzekerd van relatief goedkope financiering. Gezien de renteontwikkeling dit jaar is dit een verstandig besluit geweest. Daarnaast is het rentepercentage dat wordt toegerekend aan activa verhoogd van 0,5% naar 0,75% (om te voldoen aan BBV regels). Hierdoor is € 1,4 miljoen meer doorbelast vanuit het taakveld treasury (voordeel). Op de andere programma's ontstaat in totaal een nadeel van gelijke omvang. ➢ Onvoorzien (voordeel € 0,2 miljoen) Ieder jaar wordt een post opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Deze is in 2022 niet aangewend. ➢ kapitaallasten (nadeel € 1,0 miljoen) In onze begroting houden we rekening met de verwachting investeringen later gerealiseerd worden. Omdat we op voorhand niet weten welke investeringen het betreft, ramen we dit op het programma Beleggingen en overige baten en lasten. De voordelen realiseren op de diverse programma's.

Programma gemeentelijke belastingen ➢ OZB (voordeel € 0,6 miljoen) De gemiddelde waardestijging voor OZB niet woningen is 3,3% terwijl in de begroting rekening was gehouden met 0,5 %. Dit zorgt voor een voordeel van € 0,8 miljoen. Voor OZB woningen ontstaat een nadeel van € 0,2 miljoen. De gemiddelde waardestijging is 7,85%, terwijl rekening was gehouden met 8,5%. Programma Algemene uitkering Gemeentefonds ➢ Compensatie gederfde inkomsten 2021 (voordeel € 7,0 miljoen) Het rijk heeft toegezegd de lagere inkomsten van gemeenten over 2021 te compenseren (parkeerbelasting, toeristenbelasting, etc.). Wij hebben bij het Rijk een declaratie ingediend van € 7,3 miljoen. Als het Rijk instemt met deze declaratie, verwachten wij dit bedrag toegekend te krijgen in de decembercirculaire van het gemeentefonds. ➢ Uitkomsten mei- en septembercirculaire 2022 (voordeel € 8,1 miljoen) 7

Ten opzichte van de geactualiseerde begroting is in 2022 sprake van een hogere algemene uitkering van € 31,3 miljoen, waarvan € 23,2 miljoen taakmutaties met een tegenpost betreffen. Er resteert een voordelig budgettair effect van € 8,1 miljoen. Belangrijkst oorzaken zijn een hoger accres als gevolg van extra uitgaven van het Rijk (€ 5,7 miljoen) en een hogere onderuitputting op het BTWcompensatiefonds (€ 2,0 miljoen) Wij hebben uw raad eerder hierover geïnformeerd na het verschijnen van de mei- respectievelijk septembercirculaire. ➢ Algemene uitkering voorgaande jaren (nadeel € 0,4 miljoen) Onze uitkering uit het gemeentefonds voor 2020 en 2021 is neerwaarts bijgesteld voor in totaal € 400.000. Oorzaak is de definitieve vaststelling van een aantal basisgegevens door het Rijk. Enerzijds is het aantal loonkostensubsidies neerwaarts aangepast (€ 0,1 miljoen nadeel). Anderzijds is de uitkeringsfactor verlaagd vanwege hogere landelijke aantallen op basisgegevens (€ 0,3 miljoen nadeel). Zolang nog niet alle basisgegevens zijn vastgesteld, kunnen aanpassingen van de uitkering blijven plaatsvinden. Overigens betreft het voor genoemde jaren nu alleen nog de WOZ waarden die definitief vastgesteld moeten worden.

➢ Diverse (voordeel € 0,8 miljoen) Het voordeel ad € 0,8 miljoen ontstaat als gevolg van de schaarse beschikbaarheid van grondstoffen, materialen en krapte op de arbeidsmarkt bij leveranciers. 2.

Budgettair neutrale afwijkingen

In het rekeningresultaat zijn al diverse verrekeningen met reserves en voorzieningen opgenomen, omdat hierover reeds specifieke afspraken zijn gemaakt met de raad. Een voorbeeld is het Sociale Domein. Voor enkele gesloten circuits, zoals afvalstoffen- en rioolheffing zijn geen majeure afwijking geconstateerd. Onderstaand lichten wij de belangrijkste afwijkingen toe op deze zogenaamde 'gesloten circuits'. WMO De (dubbele) vergrijzing in combinatie met het abonnementstarief zorgen ervoor dat meer inwoners een beroep doen op voorzieningen. We voorzien een tekort voor de huishoudelijke hulp van € 0,7 mln. Oorzaak is een toename van 13% in de toekenningen huishoudelijke hulp t.o.v. de begroting, daarnaast is het tarief per 1 maart geïndexeerd. Voor zowel woon- als vervoersvoorzieningen verwachten we een voordeel van respectievelijk € 0,25 mln. en € 0,2 mln. Dit komt met name doordat de gemiddelde kosten per voorziening lager uitvallen dan begroot. Het aantal vervoersvoorzieningen blijft op hetzelfde niveau als voorheen, echter bij de woonvoorzieningen zien we een stijging van 16%. Voor begeleiding en dagbesteding zijn we per 2022 overgestapt op de nieuwe PxQ bekostingssystematiek. We monitoren 2022 grondig zodat we een goed basisjaar hebben voor toekomstige prognoses. Een nieuwe werkwijze zorgt ook voor een nieuwe administratieve verwerking.

Hierdoor zien we op dit moment nog een verschil in het aantal beschikkingen en ontvangen declaraties. Als we naar de uitgangspunten van begroting 2022 kijken zien we dat de daadwerkelijk ingezette uren zorg lager uitvallen dan we hadden verwacht. Echter zien we wel een flinke stijging van het aantal cliënten t.o.v. het begrote aantal cliënten. We zien de laatste jaren dat meer inwoners kiezen voor hulp in natura en niet voor een persoonsgebonden budget (pgb). Zo is er sprake van een daling in het aantal budgethouders en daarnaast in de bestede budgetten. We voorzien een voordeel voor de pgb-uitgaven van huishoudelijke hulp (€ 0,15 mln.) en begeleiding en dagbesteding (€ 0,1 mln.). Jeugdhulp 8

De problematiek in de Jeugdzorg staat volop in de schijnwerpers. Er is vertraging gekomen op de komst van de landelijke hervormingsagenda Jeugdhulp. Deze wordt nu in december 2022 verwacht. De verwachting is dat het Rijk de inkoop van specialistische jeugdhulp naar zich toe gaat trekken. Ook is er veel aandacht voor problemen bij Jeugdbescherming, landelijk én bij ons in de regio. Personeelsgebrek bij de jeugdbescherming en lange wachttijden op hulp maken dat tijdige hulp aan onze meest kwetsbare kinderen in de knel komt. In samenspraak met de andere Brabantse Jeugdregio’s en de GI's, Veilig Thuis en de Raad voor de kinderbescherming is in juli 2022 de Verbeteragenda Jeugdbescherming opgesteld. De verbeteragenda is het plan waarin alle verbetermaatregelen voor de jeugdbescherming zijn opgenomen. In 2022 heeft het Rijk € 0,65 miljoen toegekend aan de gemeente 's--Hertogenbosch voor de regionale meerjarige verbeteragenda. Om de Verbeteragenda Jeugdbescherming te kunnen realiseren wordt in de 2de helft van 2022, het plan verder vertaald naar concrete projecten, doorlooptijden en benodigde budgetten. Bij de jaarrekening wordt het resterende regionale budget van c.a. € 0,55 miljoen overgeheveld naar 2023. We zien in 's-Hertogenbosch een voorzichtige toename van uitstroom van jeugdigen uit de jeugdhulp.

De instroom van nieuwe jeugdigen komt ongeveer overeen met de aantallen van vorig jaar. Vanaf 2022 hebben we een nieuwe wijze van financieren (PxQ) met lokale facturatie achteraf op geboden hulp. In combinatie met wachttijden bij aanbieders zorgt dit ervoor dat het nog te vroeg is om iets te zeggen over de financiële impact. Dat wat via bijvoorbeeld de toegang wordt toegekend voor dit jaar, wordt door wachttijden bij aanbieders immers niet allemaal ingezet dit jaar. Beschermd wonen/maatschappelijke opvang/Openbare geestelijk gezondheidszorg (OGGZ) Met het aantreden van het nieuwe kabinet in januari 2022 werd aangekondigd om de doordecentralisatie beschermd wonen te herijken. In het landelijk bestuurlijk overleg van 30 juni 2022 is afgesproken dat de doordecentralisatie beschermd wonen in gaat per 2024, incl. toepassing van een woonplaatsbeginsel. Vanaf dit jaar is ook voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang de nieuwe PxQ bekostigingssystematiek van kracht. Deze nieuwe inkoop is gekoppeld aan het Regioplan Doordecentralisatie Beschermd Wonen / Maatschappelijke Opvang en de bijbehorende centrumregeling 2022-2023 die de colleges en raden in de regio eind vorig jaar hebben vastgesteld. Omdat in 2022 voor het eerst gewerkt wordt met PxQ-financiering, kunnen we niet uitgaan van één op één vergelijking met voorgaande jaren. Dat maakt een prognose lastig.

Op grond van de eerste declaraties en de lopende beschikkingen in de hele regio schatten we in dat we ruim binnen de begroting blijven (€3,3 mln.). Een belangrijke reden is dat de aantallen lager zijn dan voorheen, dit komt doordat er verschuiving plaatsvindt bij de groep cliënten met de zwaarste zorgvraag naar de Wet Langdurige Zorg. Aan de andere kant geeft deze verschuiving ook lagere inkomsten voor de eigen bijdrage, dit geeft een nadeel van € 0,45 mln. We zien de laatste jaren dat meer inwoners kiezen voor hulp in natura en niet voor een persoonsgebonden budget (pgb). Zo is er sprake van een daling in het aantal budgethouders en daarnaast in de bestede budgetten. We voorzien dan ook een voordeel voor de pgb-uitgaven van € 0,45 mln. Het hostel aan de Zuiderparkweg is dit voorjaar in gebruik genomen. De voorziening langdurig verblijf in de Dungense polder is nog niet gerealiseerd, hiervoor loopt nog een beroepsprocedure. Het Inloopschip en de Dag-en nachtopvang voegen we samen. Novadic Kentron en Maatschappelijke Opvang Den Bosch zijn hierover met elkaar in gesprek. We verwachten door deze samenvoeging frictiekosten.

9

Het samenwerkingsnetwerk Thuis in de Wijk wordt in 2023 verlengd. We onderzoeken met de partners hoe we tot meerjarige afspraken kunnen komen. Door het opnemen van maatwerktrajecten in de reguliere budgetten van zorg en veiligheid (bemoeizorg) verwachten we een voordeel van € 0,2 mln, dit gaf ook een positief resultaat op de afrekening 2021 (€0,1 mln). Dit zorgt voor een totaal voordeel van €0,3 mln. voor zorg en veiligheid Het programma Wonen Eerst is van start gegaan met de belangrijke partners in de stad, hiervoor is in de meicirculaire extra budget beschikbaar gesteld. Tevens zijn de rijksinkomsten voor beschermd wonen verhoogd (€1,4 mln.) en voor de brede aanpak dak- en thuislozen (€ 0,8 mln.). Vrouwenopvang/huiselijk geweld Het is van groot belang dat binnen de regio kwetsbare vrouwen met hun kinderen een veilige plek hebben om te verblijven. De vrouwenopvang krijgt binnen de regio daarom dan ook extra aandacht, zij vervult een belangrijke regionale (landelijke) functie. Helaas is het voor veel vrouwen noodzakelijk om anoniem en ver weg van hun woonplaats opgevangen te worden. Om een passende huisvesting te kunnen bieden is het noodzakelijk om de huidige vrouwenopvang te renoveren. Op 9 maart 2021 heeft uw Raad besloten tot een investeringskrediet van € 1,54 miljoen voor de renovatie van de locatie vrouwenopvang aan de Aartshertogenlaan.

Echter was in dit plan alleen rekening gehouden met een renovatie van de huidige opvang uitgaande van groepswonen. We willen de vrouwenopvang echter up-to-date maken door de vorm van opvang toegankelijk te maken voor vrouwen met kinderen in een positieve omgeving gericht op snel herstel en zelfstandig wonen. Dit betekent een conceptwijziging van het eerdere voorstel waaraan hogere kosten verbonden zijn. Daarnaast zijn de bouwkosten gestegen en is er materiaal-schaarste ontstaan. Al met al aanleiding voor een voorstel aan uw raad om een aanvullend krediet (inclusief dekkingsvoorstel) beschikbaar te stellen, dat u in december 2022 tegemoet zult zien. De planning van de start van de verbouwing is nu medio 2023. Voorziening voor langdurig verblijf

De nieuwe voorziening langdurig verblijf is nog niet gerealiseerd. Het voordeel ad € 0,6 miljoen wordt gestort in de reserve Sociaal & Zorgfonds. Arbeidsparticipatie

Het IUSD budget voor de sociale werkvoorziening is €0,4 mln. hoger dan begroot. Dit is met name het gevolg van een hogere indexatie vanuit het rijk dan de begrote stijging, die op basis van consistent beleid gebaseerd is op de verwachte stijging van het wettelijk minimum loon. Op de salariskosten van de sociale werkvoorziening wordt een voordeel van €0,2 mln. verwacht. Dit wordt met name veroorzaakt door een grotere afname van het SW bestand dan verwacht door uitstroom naar werk en overlijden. De geprognosticeerde gemiddelde bestandsomvang ligt 4 fte lager dan begroot. Conform de CAO SW kunnen medewerkers gebruik maken van spaarverlof. Omdat er bij verlofsparen sprake is van een arbeidskosten gerelateerde verplichting die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kent, dient hier een voorziening voor gevormd te worden, wat leidt tot incidenteel €0,9 mln. kosten. Dit conform de uitspraak van de commissie BBV van 24 mei 2022. De dekking van deze storting komt ten laste van het positieve bedrijfsresultaat 2022.

10

Stand van zaken Reserve Sociaal en Zorgfonds 2022 In de financiële verordening (art 212 gemeentewet) is het doel van de reserve Sociaal & Zorgfonds vastgesteld als: “Alle middelen binnen het sociaal domein blijven beschikbaar binnen het sociaal domein”. Daarmee is de reserve sociaal & zorgfonds bedoeld als remweg voor het opvangen van financiële risico’s en tekorten in het sociaal domein. In de collegebrief van november 2021 hebben we aangekondigd dat het financiële beeld voor het sociaal domein en voor de reserve Sociaal & Zorgfonds zich in positieve zin ontwikkelde. We gaven aan dat dit vooral veroorzaakt werd door de extra rijksmiddelen voor jeugdhulp en de voor onze gemeente meevallende uitname uit het gemeentefonds voor overgang van cliënten vanuit de WMO naar de WLZ (Wet Langdurige Zorg). Bij het bestuursakkoord 2022-2026 is afgesproken dat, aansluitend bij de kaders die gelden voor de algemene reserve, de gewenste omvang van de reserve sociaal & zorgfonds 15% van de rijksmiddelen bedraagt. Gebaseerd op inzichten van het voorjaar 2022 werd voorzien dat er aan het einde van 2022 een surplus van € 3,9 miljoen zou ontstaan. Besloten is om dat surplus af te romen en in te zetten voor nieuw beleid uit het bestuursakkoord.

Bij de Marap zien we in de prognose voor de realisatie van 2022 opnieuw een aantal ontwikkelingen welke invloed hebben op de stand van de reserve Sociaal & Zorgfonds. Wederom hebben we te maken met een aanzienlijk overschot op Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang (BW/MO), dat voornamelijk ontstaat door extra inkomsten vanuit het rijk, maar ook door voordelige effecten in de kosten. In de centrumregeling Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang (BW/MO) is vastgelegd dat bij beëindiging van de centrumregeling het saldo van de regionale middelen voor beschermd wonen naar rato wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Het aandeel van ’sHertogenbosch bedraagt ongeveer 55%, dat betekent dat 45% toevalt aan de regiogemeenten. In het beeld van de reserve moeten we daarmee rekening houden. Omdat Beschermd Wonen een substantieel deel van de reserve vertegenwoordigt en aannemelijk is dat ook de komende jaren een voordelig beeld wordt weergeven, is in het regionale portefeuilleoverleg in juli 2022 het principebesluit genomen om met een voorzet te komen tot tussentijdse uitkering van dit overschot BW/MO richting de deelnemende gemeentes, ook naar ’s-Hertogenbosch. Besluitvorming wordt hierover verwacht in het eerste kwartaal van 2023, maar in de prognose van de reserve voor onze gemeente houden we daar al wel rekening mee. In 2022 hebben we ca.

€ 5 miljoen ontvangen in het kader van de hervormingsagenda jeugd. Hiervoor is een programma opgesteld waarmee de middelen gespreid over komende jaren worden besteed. Deze middelen moeten daarvoor in de reserve beschikbaar blijven. Rekening houdend met bovenstaande ontwikkelingen verwachten we dat de reserve sociaal & zorgfonds eind 2022 oploopt tot € 27,5 miljoen. De gewenste omvang van de reserve sociaal & zorgfonds zou uitkomen op € 22,7 miljoen (15% van 151 miljoen). Daarmee ontstaat er, bovenop het bij het bestuursakkoord betrokken surplus van € 3,9 miljoen, additioneel een overschot van ca. € 5 miljoen. We voorzien dat er voor de verbouwing van de vrouwenopvang, een beleidsterrein dat nauw samenhangt met andere onderdelen van de maatschappelijke opvang, extra middelen nodig zijn. In december komen we met een apart raadsvoorstel om het surplus van de reserve sociaal & zorgfonds hier deels voor in te zetten.

11

Bij dit alles blijft van belang dat er de nodige risico’s blijven bestaan. We noemen de te verwachten kostenexplosie in de Wmo, de moeilijke arbeidsmarkt, de daarmee samenhangende opwaartse druk op de tarieven in de zorg en de mogelijke effecten van rijksbeleid, waaronder de mogelijke verlaging van de budgetten voor jeugdhulp en de decentralisatie van beschermd wonen.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11999075/1