Bijlage 1 ontwerpBP Vlek 21 Boschveld
Tekst van het document
Bestemmingsplan Vlek 21 Boschveld
2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
5.4 5.5
5.6 5.7
5.8 5.9 5.10 5.11 Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 8.1 8.2
5 Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Functionele en Ruimtelijke structuur Geldend bestemmingsplan Planbeschrijving Stedenbouwkundige opzet Verkeer en parkeren Openbare ruimte en groen Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid 4.3.1 Ruimtelijke Structuurvisie 's-Hertogenbosch 4.3.2 Wijkplan Boschveld Beweegt 4.3.3 Programma Spoorzone 4.3.4 Woonvisie 's-Hertogenbosch 4.3.5 Welstand 4.3.6 Groen en klimaatbestendig 4.3.7 Nota Parkeernormering 4.3.8 Nota Grondbeleid Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Bedrijven en milieuzonering Geluid 5.3.1 Wegverkeerslawaai 5.3.2 Railverkeerslawaai 5.3.3 Industrielawaai Externe veiligheid Lucht 5.5.1 Luchtkwaliteit 5.5.2 Stikstof Bodem Water 5.7.1 Beleidskader 5.7.2 Watertoets Duurzaamheid en Energie Vormvrije m.e.r.-beoordeling Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Juridisch-bestuurlijke aspecten Inleiding Opzet van de regels 6.2.1 Inleidende bepalingen 6.2.2 Bestemmingsbepalingen 6.2.3 Algemene regels 6.2.4 Overgang -en slotbepalingen Economische uitvoerbaarheid Inspraak en vooroverleg Inspraak Vooroverleg 3
7 7 8 9 10 10 12 14 14 15 16 17 20 21 24 24 25 @ 25 27 27 29 30 31 31 31 32 32 32 33 37 42 42 43 43 45 45 45 48 50 51 57 59 59 59 59 59 60 60 61 62 62 63
Regels
64
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 5 Wonen Artikel 6 Leiding - Gas Artikel 7 Waarde - Archeologie gedefinieerd. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Artikel 9 Algemene bouwregels Artikel 10 Algemene gebruiksregels Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel
66 66 71 72 72 74 75 78 niet
Bijlagen
4
Fout!
Bladwijzer
79 79 79 80 81 82 83 83 84 85
Toelichting
5
6
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
In samenspraak met bewoners, woningcorporaties en andere betrokkenen is het wijkplan 'Boschveld Beweegt' opgesteld dat in februari 2010 door de raad is vastgesteld. Met dit document is richting gegeven aan de gefaseerde verbetering en inrichting van de wijk in het kader van het Grote Steden Beleid (GSB). Sinds de vaststelling van het wijkplan zijn al diverse delen van de wijk geherstructureerd of is de ontwikkeling daartoe gestart. De laatste jaren vonden de ontwikkelingen vooral in het ’Hart van Boschveld’ plaats, op het terrein van de voormalige afvalstoffendienst aan de Paardskerkhofweg en de voormalige basisschool ‘t Boschveld. Nu deze ontwikkelingen ver zijn gevorderd, is de ontwikkeling van het plandeel 'Vlek 21' opgepakt. Dit plandeel is gelegen aan de noordzijde van Boschveld, langs de parkzone aan de Oude Vlijmenseweg.
Afbeelding 1.1.1: Ligging plangebied Vlek 21 (rood vlak) en Boschveld (gebied binnen de rode lijn)
Sinds 2018 is ook het programma Spoorzone een belangrijk uitgangspunt voor de ontwikkelingen in Boschveld. Daarbij wordt ingezet op thema’s zoals verdichting, vergroening en klimaatbestendig bouwen en inrichten, evenals bouwen voor de groeiende doelgroep van 1- en 2-persoonshuishoudens. Dit geldt ook voor het plangebied 'Vlek 21'. In dit gebied heeft woningbouwcorporatie BrabantWonen zeven appartementencomplexen met totaal 153 sociale woningen in bezit. De gebouwen uit begin jaren '50 voldoen niet meer aan de gewenste bouwtechnische- en woonkwaliteit en worden vervangen door circa 207 nieuwe appartementen. Ook het blokje woningen met gemengde plint aan de Copernicuslaan heeft een slechte bouwstaat en wordt vervangen door vier grondgebonden woningen. Enkele garageboxen aan de zuidwest zijde van het plangebied worden gesloopt. Deze plek wordt onderdeel van de openbare ruimte. De sloop en nieuwbouw vindt gefaseerd plaats zodat bewoners die dat willen, in de wijk kunnen blijven wonen. Hiervoor is door BrabantWonen een Bewonersverhuisregeling vastgesteld. Nadat de nieuwbouw is gerealiseerd, wordt ook de aangrenzende openbare ruimte (gefaseerd) heringericht.
7
Afbeelding 1.1.2: De appartementen aan de Copernicuslaan worden als eerste gesloopt In 2020 is een uitgebreide Wabo-procedure gevoerd voor de nieuwbouw van de twee oostelijke appartementencomplexen aan de Copernicuslaan (fase 1 Vlek 21 Boschveld). Met het onderliggend bestemmingsplan wordt nu voor het gehele plangebied een passende, nieuwe bestemming vastgelegd. Hiermee wordt de ontwikkeling van de vervolgfases mogelijk gemaakt.
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied 'Vlek 21' is gesitueerd binnen het stedelijk gebied van 's-Hertogenbosch op de grens van de wijk Boschveld en het bedrijventerrein De Rietvelden. Het gebied wordt grofweg begrensd door de Oude Vlijmenseweg, Copernicuslaan, Voltastraat, Ampèrestraat en de Lorentzstraat. De bebouwing en ondergrond is in eigendom van BrabantWonen, de aangrenzende openbare ruimte inclusief de parkzone is in eigendom van de gemeente.
8
Afbeelding 1.2: Te slopen bebouwing Vlek 21 (rood)
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 van dit plan gaat in op de beschrijving van de huidige situatie, waaronder de ruimtelijke en functionele structuur. Hoofdstuk 3 beschrijft de globale stedenbouwkundige opzet terwijl het daaropvolgende hoofdstuk ingaat op het sturende beleidskader. Hoofdstuk 5 beschrijft vervolgens de milieuaspecten en hoofdstuk 6 gaat in op de beschrijving van de planregels. Hoofdstuk 7 kent een korte motivering voor de economische uitvoerbaarheid; en tot slot beschrijft hoofdstuk 8 de participatie -en vooroverlegfase.
9
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1
Functionele en Ruimtelijke structuur
De huidige ruimtelijke structuur van Boschveld is beschreven in het raamwerk voor de herstructurering conform het Wijkplan Boschveld Beweegt uit 2010. Het raamwerk deelt Boschveld in vieren: Hart en Lanen, Stationskwartier, Parkkwartier en Waterkwartier (zie paragraaf 4.3.2 ). Het plangebied is onderdeel van het gebied dat in het wijkplan is beschreven als 'Parkkwartier'.
Afbeelding 2.1.1
Structuur van lanen en kwartieren (Bron Wijkplan Boschveld beweegt)
Boschveld is vanaf de jaren ’30 van de vorige eeuw ontwikeld. Daarbij zijn stedenbouwkundige principes gehanteerd waarbij een scheiding van functies (wonen, werken en voorzieningen) uitgangspunt was. Industriële functies zoals Grasso, Grenco, de Afvalstoffendienst en later het Expeditie Knooppunt voor PostNL (EKP) werden vooral gesitueerd langs de Paardskerkhofweg en Parallelweg. Het hoofdzakelijk industriële karakter (met als uitzondering het Veemarktkwartier) veranderde met de komst van de woningbouw vanaf de jaren ’50. Hierdoor is het industrieterrein aan de Paardskerkhofweg midden in de wijk terecht gekomen. In Boschveld, hoewel in een vrij korte periode gebouwd, zijn zowel het gesloten en halfopen bouwblok als de strokenbouw als verkavelingsprincipes gehanteerd. Gestapelde bouw is toegepast aan de randen van de wijk, langs doorgaande wegen en als onderdeel van de stedenbouwkundige stempels binnen de woonwijk. De opdeling in buurten wordt versterkt door de wegen en de oude stamlijnen. De twee stamlijnen werden vroeger gebruikt om goederen te vervoeren van en naar de bedrijven in Boschveld en omgeving maar hebben hun functie verloren. Een klein stukje stamlijn is behouden als karakteristiek element in de openbare ruimte van het Groene Hart, maar vormt geen barrière meer binnen de wijk. Langs de Paardskerkhofweg refereert het keramisch spoor naar de andere stamlijn.
De Copernicuslaan zorgt door haar centrale ligging en de hogere bebouwing langs de laan voor een sterke deling in de wijk Boschveld.
10
De voormalige bedrijfsbebouwing aan de Paardskerkhofweg zorgde ervoor dat het achterliggende Veemarktkwartier was afgesneden van de rest van de wijk. Met de herontwikkeling van het terrein van de voormalige Afvalstoffendienst tot woongebied zijn de verbindingen hersteld. Het Veemarktkwartier en het Grenco-/Grassoterrein, dat wordt herontwikkeld met behoud van de monumentale panden en de meeste karakteristieke bedrijfshallen, behouden echter hun eigen karakter. De contrasten tussen de buurten worden dan ook gezien als een kracht die met fysieke ingrepen is en wordt versterkt. Het ‘Parkkwartier’ heeft een heldere stedenbouwkundige basis waarbij sprake is van een verscheidenheid aan bebouwing (architectuur, woningtypen) en openbare ruimten. Deze heldere structuur blijft het stedenbouwkundig uitgangspunt. Maar de oorspronkelijke ontworpen variatie aan openbare ruimten in het Parkkwartier heeft veel aan kwaliteit verloren. Pleintjes zijn versteend, tuinen en tuinafscheidingen zijn verhard, autobezit is toegenomen, het wijkbeeld is veranderd. Verder zijn er onduidelijke situaties met betrekking tot privé en openbare ruimten. Bijvoorbeeld de open binnenterreinen waaraan alleen maar achterkanten en tuinen van woningen grenzen. De relatie tussen wonen en de openbare ruimte is vertroebeld.
De groenstroken aan de rand dient veelal als bufferzone voor verkeersgeluid en overlast van de Rietvelden. De bestaande bouwblokken in het Parkkwartier zijn wisselend van hoogte. Laagbouw met meestal grondgebonden wonen in 3 bouwlagen wordt al dan niet in bouwblokken gecombineerd met 5 laagse appartementen. Het materiaalgebruik sluit aan bij de traditionele en industriële bouwwijze van de vijftigerjaren, veelal metselwerk met incidenteel gebruik van betonnen prefab elementen. In de architectuur is veel aandacht voor het detail, met name ter plaatse van dakranden en entrees van de woningen. Vlek 21, het plangebied dat de komende jaren wordt ontwikkeld, is gelegen aan de noordoostzijde van het Parkkwartier. Een parkzone vormt de overgang tussen de woonbebouwing en de Oude Vlijmenseweg. De bestaande bebouwing bestaat uit een serie van totaal 7 appartementengebouwen met afwisselend portiek etagewoningen van 4 lagen met een half verdiept souterrain en galerijwoningen met een hoogte van 5 lagen. De blokken staan haaks op elkaar, met de lange galerijwoningen als begrenzing van de steenachtige pleinen. Het zicht en de toegang vanuit de aangrenzende woningen naar de parkzone is hierdoor beperkt tot de Voltastraat, Ampèrestraat, Röntgenstraat en Kelvinstraat.
Het tweelaagse woonblokje met gemengde plint aan de Copernicuslaan dat ook deel uitmaakt van de ontwikkeling van Vlek 21, sluit qua hoogte, bouwmassa en situering naadloos aan bij de aangrenzende grondgebonden woningen.
11
Afbeelding 2.1.2
2.2
Huidige stedenbouwkundige situatie Vlek 21 en omgeving
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Boschveld'. Dit bestemmingsplan is op 9 oktober 2012 door de raad vastgesteld en op 12 juni 2013 onherroepelijk geworden. Waar bebouwing staat, zijn passende bouwvlakken op de verbeelding getekend, voorzien van de bestemming 'Wonen' met als bouwaanduiding 'gestapeld'. In de openbare ruimte gelden de bestemmingen 'groen', 'verkeer' en 'verkeerverblijfsgebied'. De te verwijderen garageboxen hadden een specifieke functieaanduiding met een maximale bouwhoogte van 5 meter. Aanvullend geldt ook een gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie' in verband met de nabijheid van bedrijventerrein De Rietvelden.
12
Afbeelding 2.2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Boschveld (2012)
Hoewel de nieuwe bebouwing de bestaande structuur respecteert, wijkt het planvoornemen op een aantal punten af van het huidige bestemmingsplan:
De woongebouwen in noordzuidelijke richting krijgen een hogere kop aan het park. Waar de huidige bouwhoogte 13 meter is, zijnde 4 bouwlagen, wordt de bouwhoogte in de nieuwe opzet deels maximaal 22 meter zijnde 7 bouwlagen. Ook worden deze gebouwen iets langer waardoor ze niet in de huidige bouwvlakken passen. De tussengelegen woongebouwen in oostwestelijke richting worden korter maar ook iets dieper. Hierdoor ontstaat meer ruimte tussen de verschillende gebouwen en zodoende ook meer zicht op het achterliggende groen. De tussenblokken krijgen vier bouwlagen en worden daarmee iets minder hoog dan de vijf bouwlagen in de bestaande situatie. De vier aaneen gebouwde, grondgebonden woningen aan de Copernicuslaan, die in de uitgebreide Waboprocedure voor de 1e fase mogelijk zijn gemaakt, worden met dit bestemmingsplan voorzien van een passende woonbestemming. In het oorspronkelijke bestemmingsplan was hier nog een gemengde bestemming van kracht.
13
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1
Stedenbouwkundige opzet
Bij de planontwikkeling van Vlek 21 hebben bestaande bomen en milieukundige aspecten een belangrijke rol gespeeld, met name het geluidsproductieplafond van bedrijventerrein De Rietvelden. Het industrielawaai levert beperkingen op voor de situering van de nieuwbouw woningen. Het is hierdoor niet mogelijk om de woningen dieper de parkzone in te schuiven, dichter bij de Oude Vlijmenseweg. Binnen deze beperkingen is echter gezocht naar een stedenbouwkundige opzet die zowel de woonkwaliteit als de kwaliteit van de openbare ruimte vergroot. Ook is rekening gehouden met de kaders van het Wijkplan Boschveld beweegt! en de ontwikkelrichtingen en kernboodschappen van het programma Spoorzone. Ten westen van de Copernicuslaan is een orthogonaal stratenpatroon met een variatie aan bouwblokken aanwezig. Binnen deze bestaande ruimtelijke structuur zijn achterkanten informeel gecombineerd met de openbare ruimte. Bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan voor Vlek 21 wordt dit kenmerkende orthogonale stratenpatroon en de open bebouwingsstructuur van deze vijftigerjaren wijk gerespecteerd. Het stedenbouwkundig plan is opgebouwd uit gevarieerde bouwblokken, passend binnen deze orthogonale structuur, in een open groene setting aan het park. Deze bouwblokken variëren in hoogte, lengte en oriëntatie.
De lange bouwblokken die in het park steken, staan haaks op de groenzone "het park" langs de oude Vlijmensweg. De kortere tussenblokken die aan twee zijden woningen krijgen, richten zich op het park en de pleinen. Deze afwisseling -korte en lange blokken en afwisselende oriëntaties- draagt bij aan het vergroten van het gewenste openheid en doorkijk mogelijkheden vanuit de wijk naar het park toe. Daarmee wordt ook de gewenste ruimtelijke functionele relatie met de aangrenzende woonbebouwing vergroot. Het nieuwbouwplan voegt zich voor wat betreft bebouwing en ruimtelijke opzet in de bestaande ruimtelijke structuur in de wijk en tegelijkertijd past in de huidige tijd. Het versterkt op deze manier de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde omgeving en het openbaar gebied in stedenbouwkundig en landschappelijk opzicht.
Afbeelding 3.1
14
Stedenbouwkundig plan voor Vlek 21
De ontwikkelrichtingen en kernboodschappen van het programma Spoorzone komen onder andere tot uiting in de verdichting van de locatie, het passend en betaalbaar wonen voor iedereen en het duurzaam bouwen. Er worden ruim 1/3 meer woningen teruggebouwd dan er worden gesloopt. Dit is mogelijk door de lange appartementengebouwen op strategische plekken in het park hoger te maken dan nu het geval is. Ook worden de korte appartementengebouwen dieper. Hierdoor kunnen er aan beide zijden woningen worden gesitueerd en wordt de sociale veiligheid rond de nieuwbouw versterkt. De groenzone ten noorden van het plangebied, langs de Oude Vlijmenseweg, is ook een belangrijke drager van het stedenbouwkundige concept. Deze is nu vooral een bufferzone van verkeersgeluid en industriegeluid het aangrenzende bedrijventerrein Rietvelden. Groen en openbare ruimte, samen met de bouwblokken, geven de orthogonale structuur weer. Een belangrijk uitgangspunt van het stedenbouwkundig plan is deze groene kwaliteit vanuit wonen meer beleefbaar en benaderbaar maken. Deze groenzone is onderdeel van "Groenstructuurplan" voor de wijk Boschveld. Deze groenzone wordt in de toekomstige situatie getransformeerd tot een park met goede verblijf voorzieningen en spelmogelijkheden voor de wijk.
Naast het creëren van een hoge belevingswaarde en een kwalitatief woonmilieu zorgt groen ook voor transparantie en het tot stand brengen van diverse interessante doorkijkmogelijkheden en daarmee het waarborgen van de gewenste aanhechting met de wijk. Groen is dus ook een relevant verbindend element binnen het stedenbouwkundig concept. Door het doortrekken van “groene vingers” vanuit de groenzone/ het toekomstig park naar de wijk toe, ontstaat er een verbinding, in ruimtelijk en functioneel opzicht, met het aangrenzend gebied en de wijk.
3.2
Verkeer en parkeren
Het nieuwe plan past naadloos binnen het bestaande stratenpatroon van de locatie en omgeving. Er worden geen nieuwe straten aangelegd of omgelegd. Wel worden de straten binnen het plangebied opnieuw ingericht en voorzien van een gescheiden rioolsysteem. De circa 54 extra woningen betekenen een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. De veelal rustige straten kunnen deze toename ruimschoots aan.
Parkeren Bij het toelaten van initiatieven moet inzichtelijk zijn dat in de parkeerbehoefte van auto's en fietsen voorzien kan worden. Dat moet in principe op eigen terrein. Wanneer dat niet mogelijk is en er binnen loopafstand onvoldoende parkeerruimte is, kan de resterende parkeerbehoefte in de openbare ruimte worden opgelost mits dat de verkeersveiligheid en een goed woon- en leefklimaat niet aantast.
In de huidige situatie zijn er 92 openbare parkeerplaatsen in het plangebied aanwezig voor in totaal 153 sociale huurwoningen en 4 gemengde woon/werk woningen. Het parkeren in de wijk wordt geregeld met een vergunningensysteem. Op dit moment is de nota Parkeernormering 2016 van toepassing. Bij ontwikkelingen waarbij bestaande bebouwing wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw wordt de parkeerbehoefte van de nieuwe situatie berekend conform de onderstaande aanpak. Dit uitgangspunt geldt ook voor de nieuwe concept-nota Parkeernormering die in maart 2021 ter visie is gelegd. -
De bestaande parkeersituatie wordt beoordeeld. Zijn er (structurele) meldingen bekend van parkeeroverlast, hoge parkeerdruk of andere parkeer-gerelateerde opmerkingen? Zo nee, dan is het bestaande aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied leidend. Deze situatie is van toepassing voor Vlek 21. Vervolgens wordt de parkeerbehoefte berekend van de toename van het programma. Deze parkeerbehoefte wordt opgeteld bij het bestaande aantal parkeerplaatsen.
In totaal worden er in Vlek 21 circa 207 appartementen plus 4 grondgebonden woningen gerealiseerd, een toename van 54 appartementen ten opzichte van de huidige situatie. In de nieuwe situatie, als alle fases zijn afgerond, dienen er in totaal 134 parkeerplaatsen beschikbaar te zijn. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig in de openbare ruimte die door de gemeente wordt heringericht.
15
In overleg met de wijkraad OBB worden een aantal parkeerplaatsen bij het woonrijp maken tijdelijk met gras of ander groen ingezaaid. Het verzoek van de wijkraad past bij de doelstellingen die ook in het programma Spoorzone worden nagestreefd, namelijk het vergroenen van de openbare ruimte en het beperken van het autogebruik. Daarnaast worden er voorzieningen aangelegd voor laadpalen en kan een deel van de parkeerplaatsen naar behoefte worden ingezet voor deelauto’s. In de onderstaande tekening zijn alle 134 (conform de nota Parkeernormering 2016 benodigde) parkeerplaatsen ingetekend. Circa 20 à 30 parkeerplaatsen daarvan zijn reserveringen en worden ingericht als groen. Daarbij wordt gedacht aan plekken die aan het park of de pleinen grenzen. Deze plekken blijven groen als de parkeerdruk rond de nieuwbouw acceptabel blijft.
Afbeelding 3.2: Concept-inrichtingsplan Vlek 21 (juni 2020, variant met 134 parkeerplaatsen) Het fietsparkeren voor de bewoners wordt inpandig opgelost. Bezoekers kunnen hun fiets stallen in de openbare ruimte. In de openbare ruimte nabij de appartementengebouwen komen voldoende stallingsplekken.
3.3
Openbare ruimte en groen
In de huidige situatie wordt het zicht vanuit de bestaande wijk op de parkzone langs de Oude Vlijmenseweg geblokkeerd door lange bouwblokken. Alleen vanuit de woonstraten (Voltastraat, Ampèrestraat en Röntgenstraat) is er zicht op het achterliggende groen. In het nieuwe plan komen hier juist korte bouwblokken. Hierdoor ontstaat er extra ruimte en doorzicht tussen de nieuwbouw. Het park komt hierdoor als het ware de wijk in. Ook het park zelf wordt aangepakt door het versterken van de verblijfskwaliteit, de ecologische waarde en het klimaatbestendig maken. Dit gebeurt o.a. door de aanleg van infiltratievelden en extra beplanting langs de Oude Vlijmenseweg. De parkzone behoudt zijn functie als speelvoorziening en hondenuitlaatroute. Vrijwel alle bestaande bomen in het park worden gehandhaafd.
16
Afbeelding 3.1.1
Meer zicht en verbindingen naar de parkzone
De grootste verandering is straks te zien aan de zuidzijde van de nieuwe appartementen. De huidige pleinen die nu vrijwel compleet verhard zijn, krijgen een groene inrichting met ruimte voor spelen en ontmoeting. De parkeerplekken en stallingsplekken voor de fiets (voor de bezoekers) komen aan de randen van de pleinen. Met het vergroenen en klimaatbestendig maken van de openbare ruimte wordt tevens invulling gegeven aan doelstellingen en richtlijnen van het gemeentelijk beleid ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig (maart 2021).
Afbeelding 3.1.2
De bestaande pleinen krijgen een groene inrichting
Bomen Het behoud van zoveel mogelijk bomen is leidend geweest voor het stedenbouwkundige plan van Vlek 21. Gekozen is om de nieuwbouw vrijwel op dezelfde plek terug te bouwen als de bestaande bebouwing. Op sommige plekken is de nieuwbouw echter wat breder geworden. Dit heeft te maken met de wens om aan beide zijden van de korte bouwblokken woningen in te passen. Het versterkt de sociale veiligheid van zowel de pleinen als het park. Ook de lange bouwblokken steken iets door het bestaande bouwvlak. Hiermee kunnen goede kopwoningen worden ingepast en op de begane grond goed toegankelijke fietsenbergingen. Naast de nieuwbouw moet rekening worden gehouden met de benodigde werkruimte bij de sloop- en
17
bouwwerkzaamheden. Verwacht wordt dat in het plangebied totaal zo’n zes à zeven bomen (van de 130) moeten worden gekapt. Daarnaast moet een aantal bomen flink worden teruggesnoeid.
Afbeelding 3.1.3 Vrijwel alle bestaande bomen in de parkzone langs de Oude Vlijmenseweg worden behouden Om de effecten van het nieuwe plan te beoordelen is er een inventarisatie uitgevoerd van alle aanwezige bomen, hun kroonprojectie en levensverwachting. Voor iedere boom is vervolgens bepaald of hij kan worden ingepast, verplant of moet worden gecompenseerd. Van de niet inpasbare bomen is bepaald of ze kunnen worden verplant of niet. Daarnaast is aangegeven hoe de te kappen bomen worden gecompenseerd.
De inventarisatiegegevens De bomen in het plangebied zijn ingemeten en beoordeeld. De informatie per boom en de overzichtskaart zijn opgenomen in bijlage 1. Zoals te zien zijn de bomen in het plangebied voor het overgrote deel in goede staat, met een goede levensverwachting. In onderstaande tabel zijn de gegevens samengevat. Levensverwachting Goed Voldoende Slecht
18
Jaren >15 jaar 5-15 jaar <5 jaar
Aantal 106 22 2
Afbeelding 3.1.4 Projectie nieuwbouw op ingemeten bestaande bomen Analyse Het is de wens zoveel mogelijk bomen in te passen. Doordat de nieuwe bouwblokken over de bestaande locaties gepositioneerd zijn, is dat grotendeels gelukt. In fase 1 moeten vier bomen worden vervangen. Het gaat om een Es (nr. 86), een Valse Acacia (nr. 11), en twee Appels (nr. 13 en 14). Gezien de soort, leeftijd en standplaats heeft verplanten geen zin. Door op een goede groeiplaats vervangende bomen te planten, worden de verloren gegane waarden snel gecompenseerd. Daarnaast moeten er twee bomen sterk worden gesnoeid om de sloop en bouw mogelijk te maken: de Hemelboom (nr. 80) en een Plantaan (nr.118). Het gaat om boomsoorten die dat ook goed kunnen verdragen. De kapvergunning voor deze bomen is begin 2021 verleend. De betreffende bomen zijn inmiddels gekapt c.q. gesnoeid. Voor de rest van het plangebied moeten naar verwachting nog drie (kleine) bomen worden vervangen: een Berk (nr. 62) en twee Essen (nr. 69 en 70).
Vervolgtraject De analyse van het effect van de werkzaamheden op de bomen wordt tijdens het verloop van bestemmingsplan, vergunningsfase en realisatie per fase gecontroleerd en zo nodig aangevuld.om te controleren of er wijzigingen nodig zijn om de bomen in het plangebied in stand te houden. In het inrichtingsplan voor de openbare ruimte is rekening gehouden met de aanplant van nieuwe bomen. Deze worden ingepast op de pleinen en in de parkzone langs de Oude Vlijmenseweg. De nieuwe bomen worden gefaseerd aangeplant, bij het woonrijp maken van de betreffende fase. 19
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Met de Structuurvisie brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid: 1. een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen; 7. het in stand houden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9.
ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Het laatstgenoemde nationaal belang houdt in dat bij stedelijke ontwikkelingen de ladder van duurzame verstedelijking (zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) dient te worden gemotiveerd.
Laddertoets Kern van de Ladder is dat de stedelijke ontwikkeling op een locatie pas doorgang kan vinden als op regionaal niveau is aangetoond dat er daadwerkelijk een actuele behoefte aan is en dat de beschikbare ruimte in het stedelijk gebied optimaal wordt benut. Van belang daarbij is of elders in de regio een soortgelijke ontwikkeling is gepland die reeds in de behoefte kan voorzien. In juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn losgelaten. Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt nu als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De Ladder-onderbouwing zorgt ervoor dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte én voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Hieronder volgt een toetsing van het planvoornemen aan de nieuwe Ladder.
20
Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Voordat getoetst wordt of een voorziene ontwikkeling 'nieuw' is, dient te worden getoetst of deze ontwikkeling kan worden aangemerkt als een 'stedelijke' ontwikkeling. De definitie van 'stedelijke ontwikkeling' is: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro). Uit jurisprudentie ten aanzien van het begrip stedelijke ontwikkeling blijkt dat de omvang van de ontwikkeling in relatie tot zijn omgeving een rol speelt bij de beoordeling of sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro.
Betekenis voor het plangebied De sloop en nieuwbouw die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, voldoet aan de voorwaarden van de ladder van duurzame verstedelijking omdat:
De gemeente ‘s-Hertogenbosch moet voorzien in de huidige en toekomstige vraag naar (sociale) woonruimte. Daarvoor is voldoende woningproductie nodig.. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft hierin met betrekking tot de woningbouw zowel een lokale als een regionale taakstelling. De potentiële woningbouwcapaciteit bedraagt voor de periode 2020 tot en met 2024 6.800 woningen, waarvan 3.000 woningen zijn opgenomen in harde plannen en 3.800 woningen in zachte plannen. Om de woningproductie op peil te houden, moet de harde plancapaciteit jaarlijks met tenminste 1.000 woningen worden vergroot;
deze locatie wordt als inbreidingslocatie gekenmerkt, een locatie binnen het bestaand stedelijk gebied van de stad;
een toename van ca 60 appartementen op de schaal van de stad 's-Hertogenbosch en de wijk Boschveld te kleinschalig is om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 (geactualiseerd 2018) Op 19 maart 2014 is de structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 (SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Belangrijke beleidswijzigingen hebben betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijk beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant.
Bij de opvang van de verstedelijkingsbehoefte is het accent in de SVRO verlegd van nieuwe uitleg naar het bestaand stedelijk gebied, door in te zetten op inbreiding, herstructurering en transformatie. Beheer en (her)ontwikkeling van de bestaande voorraad vragen specifieke aandacht. Er wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik door de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Op de Structurenkaart is het plangebied aangeduid als concentratiegebied voor verstedelijking.
21
Afbeelding 4.2.1: Uitsnede structurenkaart SVRO met plangebied in de cirkel
De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma voor wonen en werken. Regionale afstemming vindt plaats in de regionale agenda´s voor wonen. Over de ruimtelijke kwaliteit is de provincie van mening dat de gemeenten in hun ruimtelijke plannen aandacht moeten bieden aan de wijze waarop stedelijke ontwikkelingen het eigen karakter van de kernen en de relatie met het landschap kunnen versterken.
Betekenis voor het plangebied Binnen de stedelijke concentratiegebieden en de daarbij behorende zoekgebieden voor verstedelijking liggen mogelijkheden voor verdere verstedelijking. Het bouwplan voorziet in woningbouw met een beperkte toename van wooneenheden. Deze mogelijkheid past binnen het principe van bundeling van verstedelijking. Het beoogde woningbouwplan past binnen de afspraken in de regionale agenda's voor wonen, waarin het realiseren van sociale en middeldure huurwoningen twee kernthema’s vormen.
Omgevingsvisie Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie wanneer de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 januari 2022). Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's.
22
Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken.
Betekenis voor dit plangebied Met dit bestemmingsplan wordt kwalitatief en kwantitatief tegemoet gekomen aan de doelstelling van een duurzame verstedelijking binnen bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, de nieuwe woningen worden duurzaam ingepast binnen de bestaande ruimtelijke structuur.
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Ruimte Noord-Brabant is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de (laatst geconsolideerde versie van de) Interim Omgevingsverordening vastgesteld, waarmee de tot dan toe geldende Verordening Ruimte werd vervangen. Op 23 maart 2021 is door Gedeputeerde Staten een ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp van de Omgevingsverordening is vanaf 9 april 2021 voor de duur van 6 weken ter inzage gelegd. Naar verwachting wordt door Provinciale Staten de Omgevingsverordening vastgesteld in oktober 2021. Onderhavig plan past ook binnen het ontwerp van de Omgevingsverordening.
Afbeelding 4.2.2: uitsnede kaart 3: instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed
23
De Verordening bevat concrete regels die de provinciale belangen veilig stellen. Deze planologische verordening stelt eisen aan door de gemeenten in Noord-Brabant op te stellen bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheers verordeningen. In de Verordening ruimte zijn veelal bestaande provinciale regels opgenomen voor o.a.:
Ruimtelijke kwaliteit Stedelijke ontwikkelingen Regionaal perspectief voor wonen en werken; Bescherming tegen wateroverlast en overstromingen; Grond- en oppervlaktewatersysteem;
In de Verordening ruimte is het uitgangspunt van de provinciale Structuurvisie om verstedelijking te bundelen in stedelijke concentratiegebieden, juridisch vastgelegd Betekenis voor het plangebied Uit de bijbehorende kaarten blijkt dat het plangebied binnen de zone 'stedelijk gebied' en ''Concentratiegebied' ligt Ook relevant is dat het gebied is gelegen binnen de 'boringsvrije zone' wat verband houdt met het grondwaterbescherming. Ten aanzien van grondwaterbescherming wordt verwezen naar paragraaf 5.7 Water Met dit plan wordt tegemoet gekomen aan het principe van bundeling van verstedelijking in stedelijke concentratiegebieden. Het provinciaal beleid vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Ruimtelijke Structuurvisie 's-Hertogenbosch In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.
Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur.
Betekenis voor het plangebied Het planvoornemen waarvoor dit bestemmingsplan wordt opgesteld, betreft een herstructurering en intensivering binnen bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en een duurzame ontwikkeling. Daarmee past het planvoornemen binnen de uitgangspunten van de ruimtelijke structuurvisie 'sHertogenbosch.
24
4.3.2 Wijkplan Boschveld Beweegt Op 23 februari 2010 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch ingestemd met het Wijkplan Boschveld Beweegt, een uitwerking van de nota 'Hoofdlijnen van beleid voor het wijkplan Boschveld beweegt' die eerder door de gemeenteraad werd vastgesteld. Het wijkplan vormt het kader voor de herstructurering van Boschveld tot medio 2025. Integraal onderdeel van het wijkplan is de sociale visie die de gemeenteraad op 18 december 2007 vaststelde. De sociale visie levert bouwstenen op voor de fysieke uitwerking. De visie wordt tweejaarlijks vertaald in een passend sociaal programma. Als sociale ontwikkelingsrichting wordt op hoofdlijnen aangegeven dat gestreefd zal worden naar het aantrekken van nieuwe draagkrachtige bewoners en het creëren van een aantrekkelijk kwalitatief hoogwaardig woon- en voorzieningenklimaat voor met name gezinnen en ouderen. Daarbij dient het aantal sociale huurwoningen in de wijk wel op peil te worden gehouden. In het Wijkplan Boschveld Beweegt wordt de ontwikkelingsrichting aangegeven voor de uitwerking in bestemmingsplannen, bouwplannen en inrichtingsplannen in de kwartieren Hart, Parkkwartier, Stationskwartier en Waterkwartier. De stedenbouwkundige ontwikkelingsrichting gaat uit van een stedenbouwkundig raamwerk 'Hart en Lanen' en verschillende uitgangspunten voor de kwartieren.
Vlek 21 is onderdeel van het Parkkwartier, zie ook paragraaf 2.1.
Betekenis voor het plangebied De woningbouw op deze locatie richt zich op vernieuwing en een beperkte uitbreiding van de sociale huurwoningen. Daarmee sluit het project aan op de wens om de sociale huurwoningvoorraad in Boschveld minimaal te behouden en deze kwalitatief te verbeteren. Andere projecten in Boschveld (denk aan de 100 nieuwe koop- en middeldure huurwoningen in het Hart van Boschveld) leveren een bijdrage aan de andere doelstellingen, zoals het aantrekken van draagkrachtige bewoners.
De appartementen zijn geschikt voor ouderen, hebben allemaal een lift, en voldoen daarmee aan de wens zoals opgenomen in het wijkplan. Omdat ook het aansluitende openbare gebied wordt heringericht, zal de ontwikkeling een belangrijke bijdrage leveren aan de open, groene structuren en laanverbindingen. Doordat de gebouwen een betere, meer open relatie krijgen met de aansluitende omgeving, zal ook het gevoel van sociale veiligheid worden bevorderd. 4.3.3 Programma Spoorzone De gemeenteraad heeft op 6 maart 2018 de ontwikkelrichtingen en de aanpak voor het programma Spoorzone ’s-Hertogenbosch vastgesteld. De ontwikkelrichtingen gaan uit van de volgende doelstellingen: •
• • • • •
Stedelijk programma en een mix van functies met de nadruk op woon- en werkgebied voor (jongere) kenniswerkers, studenten, kleine huishoudens met geringe auto-afhankelijkheid en intensief grondgebruik Hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte, gericht op verblijf, ontmoeting en vergroening Optimale bereikbaarheid met openbaar vervoer en langzaam verkeer en toereikende bereikbaarheid voor gemotoriseerd verkeer Herbestemmen en restauratie van industrieel erfgoed Ruimte bieden voor innovatie en experiment Duurzame gebiedsontwikkeling
In de (informatieve) ‘Spoorzone ontwikkelt met (veer)kracht door’ van juni 2020 zijn de ontwikkelrichtingen nader uitgewerkt in kernboodschappen.
25
Betekenis voor het plangebied Vlek 21 is gelegen aan de noordwestelijke rand van de Bossche Spoorzone. De ambitie is om Vlek 21 te herontwikkelen tot een gebied dat enerzijds aansluit op de bestaande wijk en anderzijds daaraan nieuw elan toevoegt. In het plan is dat zichtbaar door een intensiever grondgebruik waarbij meer dan 1/3 meer woningen worden teruggebouwd dan er worden gesloopt, door hoger en compacter te bouwen. Ook worden er energiezuinige woningen gebouwd gericht op 1- en 2-persoonshuishoudens en de wordt de openbare ruimte groener en klimaatbestendig. Duurzame mobiliteit wordt gefaciliteerd door voorzieningen voor laadpalen en deelauto’s en aantrekkelijke fietsenstallingen en looproutes. 4.3.4 Woonvisie 's-Hertogenbosch Het woonbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgelegd in de Woonvisie 's-Hertogenbosch. Deze is door de gemeenteraad op 9 juni 2020 vastgesteld. Ontspannen wonen in een sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Waar inwoners trots zijn op hun woonplaats en een woning hebben die aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. Dat is het doel. Om dit te bereiken zijn er vier opgaven geformuleerd: • • • •
Passend en betaalbaar wonen voor iedereen Leefbare en inclusieve buurten Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad Strategisch innovatief woonprogramma.
Passend en betaalbaar wonen Binnen deze opgave gaat extra aandacht uit naar starters en (lage) middeninkomens, het realiseren van divers en passend woningaanbod, met nadruk op de toenemende groep 1 en 2 persoonshuishoudens, het realiseren van een flexibele schil en het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder ouderen, mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid, maar ook jongeren, starters en studenten.
Leefbare en inclusieve buurten De Woonvisie streeft naar eenheid in verscheidenheid. Interventies in nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad versterken de buurt en, zorgen voor een divers aanbod. Daarbij is bijzondere aandacht voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen en het stimuleren van nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven die bijdragen aan ontmoeting, leefbaarheid en veiligheid.
Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad De woonvisie heeft een gezonde, duurzame én flexibele woningvoorraad als doel. De opgave ligt hierbij zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad.
Strategisch innovatief woonprogramma De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030, met als differentiatie: - minimaal 30% sociale huur - minimaal 20% middenhuur en goedkope koop - maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop De nieuwbouw draagt bij aan de aantrekkelijkheid en diversiteit van woonmilieus, waaronder ook (hoog)stedelijke woonmilieus met hoogbouw, compacte woonvormen en (collectieve) voorzieningen.
26
Betekenis voor het plangebied Dit plan biedt ruimte om de komende jaren totaal circa 211 woningen te bouwen. Deze woningen vallen vrijwel allemaal in het sociale huursegment, waarmee de locatie een belangrijke bijdrage levert aan de doelstelling om 30% van het stedelijke programma in de sociale huur te realiseren en aan het doel om te komen tot een meer ontspannen sociale huurwoningmarkt. Indien de woningwet daartoe mogelijkheden biedt, zal BrabantWonen vanaf fase 2 een deel van de woningen toewijzen aan bewoners met een (laag) middeninkomen. De woningen bestaan hoofdzakelijk uit 2- en 3-kamerappartementen met een oppervlakte tussen 55 en 80 m2 bruto vloeroppervlak (BVO). Ze zijn vooral bedoeld voor 1- en 2 persoonshuishoudens. Daarmee sluit het plan goed aan bij vraag. Van de actief woningzoekenden bij WoonService is namelijk 65% alleenstaand en 20% een tweepersoonshuishouden. Het betreft voor tweederde deel mensen die jonger zijn dan 35 jaar. De vier nieuwe rijwoningen langs de Copernicuslaan zijn 4-kamerwoningen en geschikt voor grotere gezinnen. Op verzoek van de wijkraad OBB is door BrabantWonen onderzocht of er voor deze doelgroep ook enkele 4kamerappartementen kunnen worden ingepast. Uit dit onderzoek blijkt dat er in fase 2 t/m 4 totaal zes 4kamerappartementen kunnen worden ingepast binnen de beoogde bouwmassa en hoogte van de nieuwbouw.
Het is wenselijk om deze zes 4-kamerappartementen mogelijk te maken. De oorspronkelijke bewoners van de te slopen flats hebben, indien zij dat wensen, via een verhuisregeling voorrang bij de toewijzing van de nieuwe appartementen van Vlek 21. Ook de sloop van de appartementenblokken in fase 2 is uitgesteld tot de oplevering van de nieuwbouw in fase 1. Op die manier kunnen de bewoners in hun buurt of zelfs straat blijven wonen. Fase 3 en/of 4 kan mogelijk juist sneller worden aangepakt dan ingepland. Dit heeft te maken met de verhuizingen. Er wonen steeds minder bewoners met een bewonersverhuisregeling. 4.3.5 Welstand Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad de 'Actualisering Welstandsnota 2011' vastgesteld. In deze nota is voor de verschillende wijken aangegeven aan welke welstandscriteria bouwwerken moeten voldoen. Voor Boschveld gelden alleen de algemene welstandscriteria.
Betekenis voor het besluitgebied De Monumenten- en welstandscommissie van de Gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft het bouwplan voor de 1e fase behandeld in haar vergadering van 12 december 2019 en getoetst aan de criteria zoals beschreven in de Nota. Bij deze behandeling van de eerste fase is tevens een doorkijk gegeven naar de volgende fases van de nieuwbouw. Daarbij heeft zij geoordeeld dat het bouwplan voor het gehele plangebied Vlek 21 op hoofdlijnen voldoet. De definitieve toetsing op materialisatie en detaillering volgt aansluitend op deze bestemmingsplanprocedure gevolgd in het traject van vergunningverlening. Voor fase 1 van Vlek 21 is dit traject afgerond: op 1 februari 2021 is de beschikking voor de omgevingsvergunning afgegeven. De overige appartementenblokken volgen later, maar zijn (vrijwel) identiek aan de appartementenblokken in fase 1.
4.3.6 Groen en klimaatbestendig Op 9 maart 2021 is de visie ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig vastgesteld als bouwsteen voor de Omgevingsvisie, evenals de Verordening Bomen, water en groen ’s-Hertogenbosch 2021. Doel is uitvoering te geven aan een klimaatbestendiger, groener en meer biodiverse gemeente met daarin de volgende drie duurzame ambities: • • •
de stad in staat stellen om nog meer dan nu zelf wateroverlast en hitte op te vangen, meer soortenrijke stadsnatuur en groen dichterbij onze inwoners realiseren, en de relatie van de stad met het buitengebied versterken en meer natuurwaarden realiseren binnen en buiten de vestingmuren dan nu 27
Klimaatbestendig Bij het realiseren van nieuwe verharding of het vernieuwen van bestaande verharding met een oppervlakte van 500 m2 of meer, dient een hemelwatervoorziening te worden gerealiseerd die minimaal 60 mm per m2 toename/vernieuwd verhard oppervlak kan verwerken. Als er minder dan 500 m2 nieuw verhard oppervlak wordt toegevoegd geldt een waterberging van minimaal 10 mm per m2. Nieuwe groene daken met een waterbergende capaciteit van meer dan 25 mm per m2 worden niet meegeteld als verharding. In de begripsbepaling van de Verordening bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021 is de volgende definitie gehanteerd: ‘Nieuwe verharding: verharding, niet van tijdelijke aard, die wordt aangelegd na de inwerkingtreding van deze verordening en wat leidt tot toename van het verhard oppervlak’.
Groen In de nieuwe verordening is een groennorm opgenomen voor plannen waarbij meer dan 500 m2 nieuwe/ vernieuwde verharding wordt gerealiseerd. Boschveld is op de bijbehorende Groenkaart aangeduid als ‘brede binnenstad’. Hiervoor geldt een groennorm van minimaal 15%. De groennorm wordt getoetst aan de hand van de kwantitatieve groenscore, zoals opgenomen in bijlage 4a van de Verordening. Ecologie Doelstelling ten aanzien van ecologie is het vergroten van de biodiversiteit. Hiervoor geldt een minimale kwalitatieve biodiversiteitscore. Deze score wordt bepaald aan de hand van bijlage 4b van de Verordening. Het plan dient te voldoen aan een minimum score van 8 (van de maximaal 13) punten. Bomen De verordening geeft aan welke regels de gemeente hanteert voor het vellen van houtopstanden (bomen), het verwerken van hemelwater en grondwater en het aanleggen en beheren van groen. De regels voor bomen en water zijn gebaseerd op de gemeentelijke regels die voorheen golden. Bomen dragen bij aan een betere wateropvang, leveren schaduw, een hogere luchtvochtigheid en dragen daarmee bij aan verkoeling. Ook dragen bomen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en zijn bepaalde houtopstanden waardevol voor onze leefomgeving. Daarom zijn in deze verordening regels opgenomen om bepaalde categorieën houtopstanden te beschermen.
Deze categorieën zijn aangeduid op de bijbehorende Bomenkaart. Het gaat om: • monumentale houtopstanden • waardevolle houtopstanden • beschermde houtopstanden gelegen binnen Structuren • beschermde houtopstanden gelegen binnen Sfeervlakken Voor houtopstanden binnen deze categorieën geldt (met uitzondering van een aantal duidelijk omschreven situaties) een vergunningsplicht en een zorgvuldige afweging. Op verzoek van de wijkraad OBB is de gehele wijk Boschveld op de Bomenkaart aangeduid als Structuurvlak. Dit geldt dus ook voor het plangebied van Vlek 21. De bestaande bomen langs de Oude Vlijmenseweg zijn aangeduid als Structuurlijn.
Betekenis voor het plangebied De openbare ruimte in het plangebied van Vlek 21 wordt door de gemeente heringericht, op basis van de doelstellingen en richtlijnen van het gemeentelijk beleid ‘Groen en klimaatbestendig ’s-Hertogenbosch 2021.
28
De huidige verharding in het plangebied (verharde openbare ruimte en bebouwing) heeft een oppervlakte van circa 11.900 m2. In de nieuwe situatie wordt het verhard oppervlak in het plangebied wordt circa 10.700 m2. Er worden (waarschijnlijk) geen groene daken of gevels toegepast. In de nieuwe situatie is er geen sprake van een toename van het verhard oppervlak, maar juist een afname. Desondanks is in het plan rekening gehouden met een waterberging dat voldoet aan de hoogste normen. Hiermee wordt een robuust en klimaatbestendig watersysteem gerealiseerd. In het plangebied wordt rekening gehouden met een waterberging van zo’n circa 640 m3. Dit wordt gerealiseerd in drie grote infiltratievelden in de parkzone langs de Oude Vlijmenseweg. Het regenwater dat op de daken van de nieuwbouw en de openbare ruimte valt, wordt oppervlakkig afgevoerd naar de infiltratievelden. De vereiste groennorm wordt ruimschoots gehaald, zowel kwantitatief als kwalitatief. De groennorm in het plan bedraagt ruim 58% en heeft een biodiversiteitsscore van circa 11 punten. Bij de bepaling van de waterberging en de groennorm is uitgegaan van het inrichtingsplan met de meeste verharding (134 parkeerplaatsen). In de praktijk zijn 20 tot 30 parkeerplaatsen reserveringen die (voorlopig of definitief) groen worden ingericht. De biodiversiteitsscore is als opgebouwd: A.
Kwantitatieve groenscore > 20 % boven de groennorm: 2 punten B1. Aanwezige bomen en andere groene kwaliteiten worden behouden en ingepast. Naast oude bomen gaat het om de inpassing van bestaande bosjes, oevers, riet, openwater, bloemrijke graslandjes: 3 punten B2. Er wordt een leefgebied gemaakt voor gebiedseigen soorten: 2 punten C1. Meer dan 33% van de nieuwe aanplant/inzaai bestaat uit inheemse soorten passend bij de groeiplaats / omgeving: 1 punt D. De ecologische waarde van het plangebied wordt niet alleen versterkt in de openbare ruimte maar ook in de nieuwbouw. Er worden permanenten nestkasten ingepast voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen: 3 punten.
4.3.7 Nota Parkeernormering 2016 Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets dat is vastgesteld op 21 september 2016. De nota geeft normen en richtlijnen voor functies, gebaseerd op kentallen van het CROW, voor de zes verschillende zones binnen de gemeente.
Afbeelding 4.3.1 Gebiedsindeling parkeernormering gemeente 's-Hertogenbosch 29
Boschveld is in de Nota Parkeernormering als gebied 'zone 2 – overig gereguleerd gebied' aangewezen. De parkeernota hanteert hiervoor de normen in onderstaande tabel. Type woning
Parkeernorm
Bewonersdeel
Bezoekersdeel
Woning 40-80 m2 sociale huur
1,1
0,8
0,3
Woning 40-80 m2
1,3
1,0
0,3
Woning 80-150 m2
1,5
1,2
0,3
Totaal Bij sloop en vervangende nieuwbouw is het bestaande aantal parkeerplaatsen uitgangspunt, aangevuld met de benodigde parkeercapaciteit voor de toename van het aantal woningen. Als er in de bestaande situatie sprake is van parkeeroverlast, dan kan het aantal parkeerplaatsen in het nieuwe plan worden aangevuld. In maart 2021 is de nieuwe concept-nota Parkeernormering 2021 ter visie gelegd. Vlek 21 valt in het gebied ‘zone 2- gereguleerde schil’. In de nieuwe nota worden wat lagere autoparkeernormen voorgesteld voor bewoners en bezoekers voorgesteld. De parkeernormen voor de fiets daarentegen zijn hoger dan de bestaande normen.
Betekenis voor het besluitgebied In paragraaf 3.2 Verkeer en parkeren is ingegaan op het aspect parkeren voor dit plan. Hieruit blijkt dat er in voldoende mate wordt voorzien in parkeerplaatsen. Indien na verloop van tijd blijkt dat de parkeerdruk onevenredig hoog is, zullen de voorlopig als groen ingerichte (reserve)parkeerplaatsen alsnog voor parkeren geschikt gemaakt worden. De gemeente is eigenaar van de openbare ruimte en dus in staat om adequaat in te spelen op die eventuele omzetting van gereserveerde parkeerplaatsen. Het beperken van het aantal autoparkeerplaatsen past goed binnen de nieuwe concept-nota Parkeernormering 2021. 4.3.8 Nota Grondbeleid In de Nota Grondbeleid 2018 (vastgesteld 30 januari 2018) stelt de Raad primair de kaders vast voor het door het college te voeren grondbeleid. Grondbeleid wordt door de gemeente 's-Hertogenbosch gezien als het beleid dat, ten behoeve van de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening, streeft naar het creëren van ruimte voor wonen, werken, winkelen en recreëren in zowel uitleggebieden als bestaand stedelijk gebied, door het oppakken of ondersteunen van concrete ontwikkelinitiatieven. Het grondbeleid wordt tevens ingezet voor het stimuleren van duurzaamheid en andere gemeentelijke beleidsdoelen.
In de Nota Grondbeleid zijn de kaders vastgelegd voor actief en passief grondbeleid, het prijsbeleid, de financiële grondslagen, het risicomanagement en de mate waarin voorzieningen worden opgenomen in het kostenverhaal. In Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid wordt aandacht besteed aan de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan.
30
Hoofdstuk 5 Milieu, waarden 5.1
duurzaamheid
en
Inleiding
Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijn Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNGuitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een ‘rustige woonwijk’.
Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNGrichtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter). Betekenis voor het plangebied In de directe omgeving, ten noorden van het plangebied, zijn bedrijven gesitueerd. Dit zijn de bedrijven op bedrijventerrein De Rietvelden. De maximale milieucategorie conform het bestemmingsplan is categorie 3.2. De hierbij horende richtafstand is 100 meter uitgaande van het gebiedstype rustige woonwijk. Omdat het plangebied grenst aan een gezoneerd bedrijventerrein, wordt uitgaan van het gebiedstype gemengd gebied. De bijbehorende richtafstand is dan 50 meter. De huidige, dichtstbijzijnde woningen in het plangebied liggen op circa 40 meter afstand tot de grens van de bedrijfsbestemmingen. Deze afstand levert geen belemmeringen op. De bedrijven moeten rekening houden met de aanwezige woningen en ze worden niet of nauwelijks belemmerd in de bedrijfsvoering. De nieuwbouw wordt op vrijwel dezelfde plek teruggebouwd als de bestaande woningen.
Gelet op de reeds aanwezige/gevestigde bedrijven en de hindercontouren van deze bedrijven, is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij zowel de bestaande als nieuwe woningen. Voor het milieuaspect geluid (industrielawaai) wordt een separate afweging en onderbouwing weergegeven in paragraaf 5.3.3. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.