CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - NRD Duurzame Polder inclusief bijlagen_AN

Gemeenteraad 12 juli 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Notitie Reikwijdte en Detailniveau en proces Duurzame Polder16.410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Duurzame polder en Natura 2000 Het gebied van de Duurzame Polder maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden. Wel liggen Natura 2000-gebieden in de omgeving van de Duurzame Polder: direct ten noorden van het gebied ligt Natura2000-gebied Rijntakken, ten zuidwesten van het gebied liggen Natura2000gebieden Bossche Broek (6,5 km) en Vlijmens Ven-Moerputten (op 7,5 km). In andere richtingen liggen de Natura2000-gebieden op veel grotere afstand (meer dan 20 km). Ontwikkeling van de Duurzame Polder leidt daarmee niet tot direct effect (ruimtebeslag) in Natura2000-gebied. Ook de meeste verstoringseffecten (geluid, verdroging e.d.) kunnen op voorhand worden uitgesloten. Wel kunnen windturbines een negatief effect hebben op vogel- en vleermuissoorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Ook moet getoetst worden of ontwikkelingen in de Duurzame Polder tot toename van stikstof leiden. Als significant negatieve effecten niet op voorhand in een voortoets kunnen worden uitgesloten, moet een passende beoordeling worden opgesteld en leidt dit tot een plan-m.e.r.-verplichting voor het kaderstellend plan. De plan-m.e.r.-plicht geldt niet voor een concreet besluit waarvoor een passende beoordeling moet worden opgesteld..

Een passende beoordeling is een beoordeling van effecten op Natura2000-gebieden en een toets of er sprake is van significante (wezenlijk negatieve) effecten op de natuurlijke jkenmerken en doelstellingen voor de Natura2000-gebieden (een soort van milieueffectrapport specifiek voor Natura2000). Een passende beoordeling maakt (vaak als bijlage) onderdeel uit van een MER.

Blad 7

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Samenvattende conclusie ten aanzien van m.e.r. Ontwikkeling van de Duurzame Polder bevat activiteiten waarvoor verplichtingen ten aanzien van m.e.r. gelden. Uitgaande van meer dan 20 windturbines en vastlegging in een vergunning geldt een project-m.e.r plicht voor de vergunning. Als de vergunning minder dan 20 windturbines mogelijk maakt geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Als voor de Duurzame Polder een kaderstellende visie, plan of programma wordt opgesteld geldt een plan-m.e.r.-plicht. Daarnaast geldt voor een eventuele kaderstellende visie, plan of programma mogelijk een planm.e.r.-plicht omdat mogelijk een passende beoordeling moet worden opgesteld omdat negatieve effecten op Natura2000-gebieden niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Dit geldt niet voor de vergunning voor de windturbines. De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch hebben besloten ook los van wettelijke verplichtingen een m.e.r.-procedure te doorlopen. Een m.e.r.-procedure borgt dat zeker en in alle mogelijke gevallen maximaal voldaan wordt aan de verplichtingen ten aanzien van een m.e.r. De m.e.r.procedure wordt ook als meerwaarde gezien in het plan- en besluitvormingsproces: het biedt een uitstekende inhoudelijke en procedurele kapstok voor de te maken afwegingen en te nemen besluiten. Er is voor de Duurzame Polder gekozen om één m.e.r.

procedure te doorlopen en één milieueffectrapport (MER) op te stellen, die gedurende de diverse fasen van planvorming het milieubelang inbrengt in de onderzoeken en afwegingen. Dit eerst verkennend / onderzoekend / agenderend in de fase van ontwerpend onderzoek, daarna onderzoeken/toetsend bij uitwerking en vastlegging van het voorkeursalternatief in het besluit . Uiteindelijk zal het MER het milieubelang vroegtijdig en volwaardig inbrengen in de diverse stappen in de plan- en besluitvorming, waarbij voldaan wordt aan de wettelijke eisen die aan m.e.r. gesteld worden.

Procedure en inhoudelijke eisen aan een m.e.r.-procedure De m.e.r.-procedure bestaat uit een aantal procedurele stappen en producten. Het startdocument van de procedure is deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau, in het vervolg ook aangeduid met ‘Notitie’ of “NRD”. Het eindproduct van de m.e.r.-procedure is een milieueffectrapport (MER). In de Wet Milieubeheer kent de m.e.r.-procedure de volgende procedurele eisen: • Openbare kennisgeving van het voornemen; • Raadpleging van de betrokken bestuurlijke organen en adviseurs over de reikwijdte en het detailniveau van de m.e.r.; • Bieden van de mogelijkheid om zienswijze in te dienen over reikwijdte en detailniveau; • Advies commissie m.e.r. over reikwijdte en detailniveau (optioneel); • Opstellen milieueffectrapport; • Openbaar maken MER en opsturen aan de wettelijke adviseurs & commissie m.e.r.; • Bieden van de mogelijkheid om zienswijze op het MER in te dienen; • Toetsingsadvies Commissie m.e.r.; • Besluit nemen inclusief motivatie hoe de m.e.r. in de planvorming is betrokken en bekendmaking besluit; • Evaluatie van effecten tijdens en na de realisatie. Onder de Omgevingswet blijft de procedure grotendeels hetzelfde. Veranderingen zijn: • Kennisgeving en inspraak op reikwijdte en detailniveau is niet meer verplicht; • Voor project-m.e.r. is de raadpleging en het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. niet meer verplicht.

Blad 8

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Formeel is het bevoegd gezag voor het ruimtelijk plan, in dit geval de gemeenten ‘sHertogenbosch en Oss, verantwoordelijk voor de acties in het kader van de m.e.r. Het MER zelf kan en wordt in de praktijk vaak door de initiatiefnemer opgesteld. Volgens de Wet milieubeheer bevat een plan- MER tenminste een beschrijving van: • hetgeen met de voorgenomen activiteit wordt beoogd (probleem en/of doelstelling); • de voorgenomen activiteit en redelijkerwijs te beschouwen alternatieven; • overzicht van eerder vastgestelde plannen (beleidskader); • de bestaande toestand van het milieu alsmede de te verwachten ontwikkeling (referentiesituatie ofwel huidige situatie en autonome ontwikkeling van het gebied); • de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu, een vergelijking van de gevolgen met de referentiesituatie en een vergelijking van de alternatieven (effecten); • van maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu te voorkomen (mitigerende maatregelen), te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen; • een overzicht van leemten in kennis; • Samenvatting, die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft. De inhoudelijke eisen aan een project-MER zijn in lijn met de eisen aan een plan-MER, maar iets anders geformuleerd.

Het project-MER bevat ten minste een beschrijving van: • de (voorgenomen) activiteit met informatie over de locatie, het ontwerp, de omvang en andere relevante kenmerken; • de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; • de geplande maatregelen om de waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen te vermijden, te voorkomen of te beperken en, indien mogelijk, te compenseren (mitigatie en compensatie); • redelijke alternatieven; • een niet-technische samenvatting. Onder de Omgevingswet blijven de inhoudelijke eisen aan plan-MER en project-MER globaal hetzelfde, maar zijn ze iets anders geformuleerd. Een plan MER bevat tenminste een beschrijving van: • de inhoud van het plan of programma en de redelijke alternatieven, de belangrijkste doelstellingen van het plan of programma en het verband met andere relevante plannen en programma’s (voorgenomen activiteit); • de relevante aspecten van de bestaande staat of kwaliteit van het milieu en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het plan of programma niet wordt uitgevoerd.

de milieukenmerken van gebieden waarvoor de effecten van het plan of programma aanzienlijk kunnen zijn; alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma, in het bijzonder de problemen in gebieden waar het belang van het beschermen van het milieu een belangrijke rol speelt (referentiesituatie); • de wijze waarop de doelstellingen ter bescherming van het milieu die zijn vastgesteld op internationaal, communautair of nationaal niveau en andere milieuoverwegingen zijn betrokken bij het plan of programma, voor zover zij relevant zijn voor het plan of programma (beleidskader);

Blad 9

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

•

•

•

• •

de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma en van de redelijke alternatieven , met inbegrip van een beoordeling van die milieueffecten (effecten); de voorgenomen maatregelen om de aanzienlijke nadelige milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk te compenseren (mitigatie en compensatie); een motivering van de selectie van de onderzochte alternatieven (alternatievenonderzoek) en een beschrijving van de wijze waarop de milieueffecten zijn vastgesteld en beoordeeld (onderzoeksmethodiek), met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden, zoals technische tekortkomingen of ontbrekende kennis (leemten in kennis); de voorgenomen monitoringsmaatregelen (monitoring); een niet-technische samenvatting

Een project-MER bevat ten minste een beschrijving van: • het project (voorgenomen activiteit) • de redelijke alternatieven voor het project en de specifieke kenmerken ervan (alternatieven), met inbegrip van een vergelijking van de milieueffecten (effecten), en een motivering voor de gekozen optie in het licht van de milieueffecten (voorkeursalternatief); • de relevante aspecten van de bestaande staat of kwaliteit van het milieu en de mogelijke ontwikkelingen daarvan als het project niet wordt uitgevoerd v oor zover natuurlijke veranderingen redelijkerwijs kunnen worden beoordeeld op basis van beschikbare milieu-informatie en wetenschappelijke kennis (referentiesituatie); • de factoren bevolking, gezondheid, biodiversiteit, land, bodem, water, lucht, klimaat, materiële goederen, cultureel erfgoed en landschap, waarop het project aanzienlijke milieueffecten kan hebben, en de samenhang daartussen (referentiesituatie en effecten); • de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project (effecten); • de methoden of bewijsstukken die zijn gebruikt voor de identificatie en de beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten (onderzoeksmethodiek), met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden (leemten in kennis); • de kenmerken van het project en de voorgenomen maatregelen om alle beschreven aanzienlijke nadelige milieueffecten te

vermijden, te voorkomen, te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren (mitigatie en compensatie) en, voor zover van toepassing, van voorgestelde monitoringsmaatregelen en procedures voor monitoring (monitoring); • de verwachte aanzienlijke nadelige milieueffecten van het project die voortvloeien uit de kwetsbaarheid van het project voor risico’s op zware ongevallen of rampen (effecten); • een niet-technische samenvatting • een referentielijst waarin de bronnen worden vermeld die zijn gebruikt voor de in het milieueffectrapport opgenomen beschrijvingen en beoordelingen. De eisen aan een plan- en project-MER verschillen enigszins. Voor het MER Duurzame Polder wordt invulling te geven aan alle eisen, zowel die aan plan-MER als die aan project-MER.

Blad 10

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Het beoordelingskader met onderzoeksthema’s, zoals beschreven in deze NRD, geeft invulling aan bovenstaande wettelijke eisen. De terminologie wijkt hier en daar enigszins af van de wettelijke, maar is conform hetgeen gangbaar is in milieueffectrapportages in het algemeen en die voor gebiedsontwikkelingen in het bijzonder.

De m.e.r.-procedure Kennisgeving De kennisgeving is het bekend maken van het voornemen voor het ruimtelijk plan of besluit met de daarbij horende m.e.r. procedure aan een ieder die met de plannen te maken gaat krijgen of die hierin geïnteresseerd is. Kennisgeving is nu (onder de Wet Milieubeheer) nog verplicht, onder de Omgevingswet niet meer (maar vrijwillig uiteraard toegestaan). Voor Duurzame Polder wordt kennisgegeven van het project en de start van de m.e.r.-procedure. Dit op basis van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Raadpleging Na de kennisgeving vindt een raadpleging plaats. Raadpleging is het inwinnen van advies over de effecten die moeten worden beschouwd in het MER en op welke wijze dit moet gebeuren. Wettelijk verplicht is raadpleging van betrokken bestuurlijke instanties. Het staat aan bevoegd gezag daarnaast vrij om ook andere instanties/betrokkenen/belanghebbenden te raadplegen. Voor de Duurzame Polder wordt geraadpleegd door middel van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De reacties en adviezen worden meegenomen in de verdere m.e.r.-procedure. Ter inzage legging Tegelijk met de kennisgeving wordt deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau gepubliceerd en ter inzage gelegd. Een ieder kan gedurende de terinzage periode reageren op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. De reacties worden meegenomen in de verdere m.e.r.-procedure.

Advies Commissie m.e.r Bevoegd gezag kan ook de Commissie m.e.r., een onafhankelijke toetsende instantie, vragen om advies over reikwijdte en detailniveau. Dit is, in tegenstelling tot de toets van het uiteindelijke MER door de Commissie m.e.r., niet verplicht. Voor de Duurzame Polder wordt de Commissie m.e.r. wel gevraagd om advies uit te brengen over reikwijdte en detailniveau, maar nog niet op basis van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Advies van de Commissie wordt gevraagd op basis van de Tussenrapportage na de eerste fase van ontwerpend onderzoek als de inrichtingsvarianten zijn bepaald die onderzocht gaan worden in het MER. Op dat moment is concreter bekend wat wordt onderzocht in het MER en op welke wijze en de Commissie m.e.r. gerichter advies geven dan op basis van deze NRD. Ook het advies van de Commissie m.e.r. wordt meegenomen in de verdere m.e.r.-procedure.

Blad 11

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Vervolg m.e.r. procedure: opstellen MER Op basis van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau, inclusief de adviezen uit de raadpleging en inspraakreacties, worden de milieuonderzoeken ten behoeve van het MER uitgevoerd en het MER opgesteld. Dit volgens de eisen die nu nog de Wet Milieubeheer en later de Omgevingswet daaraan stellen en op een wijze zoals gangbaar in het werkveld voor MER-ren voor gebiedsontwikkelingen. Zoals eerder in deze NRD al gesteld bestaat het MER uit twee delen: • ter ondersteuning van het “ontwerpend onderzoek” van brede integrale inrichtingsvarianten richting een Voorkeursalternatief; • ter ondersteuning van de vastlegging van het Voorkeursalternatief in het ruimtelijk besluit. Het effectenonderzoek in de fase van “ontwerpend onderzoek” zal nog relatief globaal, verkennend, agenderend zijn: wat zijn waarden en aandachtspunten in het gebied, wat zijn op hoofdlijnen verschillen in effecten tussen inrichtingsvarianten. Onderzoeken zullen veelal kwalitatief/beschrijvend worden uitgevoerd en/of met indicatieve berekeningen om de bandbreedtes van effecten in beeld te krijgen. Het effectenonderzoek in de fase van vastlegging van het voorkeursalternatief in het ruimtelijk besluit zal concreet en gedetailleerd zijn gericht op de definitieve afweging en besluiten in de vergunning(en). Waar nodig worden effecten kwantitatief/cijfermatig berekend.

Er wordt uiteindelijke één MER opgesteld, dat met de uiteindelijke besluiten/vergunningen in procedure wordt gebracht.

Vervolg na opstellen MER Terinzagelegging MER bij hetontwerpbesluit Als het MER gereed is, wordt het samen met het ontwerp besluit (naar verwachting de Buitenplanse omgevingsactiviteit (BoPA) / de omgevingsvergunning milieubelastende activiteit en de omgevingsvergunningactiviteit bouwen voor de windturbines) ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder zijn of haar reactie op het ontwerp besluit en het MER indienen. In deze periode wordt het ontwerp besluit en het MER ook aangeboden aan verschillende bestuursorganen, zoals het waterschap en omliggende gemeenten. Toetsing door de Commissie m.e.r. Het MER wordt ter toetsing voorgelegd aan de Commissie m.e.r. De Commissie toetst het MER op juistheid en volledigheid en geeft een onafhankelijk toetsingsadvies af dat betrokken wordt bij de verdere besluitvorming. Vervolg plan- en besluitvormingsprocedure Na afloop van de terinzagelegging worden de ontvangen reacties op het ontwerp besluit en hetMER van een inhoudelijke beantwoording voorzien. Indien nodig worden het besluit en/of het MER aangepast of aangevuld. Daarna worden het besluit (inclusief het MER) aangeboden ter formele vaststelling door het bevoegd gezag, in dit geval de gemeenten ’s-Hertogenbosch en Oss. Na vaststelling bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep.

Blad 12

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Rolverdeling Initiatiefnemer Een initiatiefnemer is een particulier of overheidsorganisatie die het voornemen heeft een activiteit te ondernemen. Voor de Duurzame Polder zijn er twee typen initiatiefnemers: • De gemeenten ’s-Hertogenbosch en Oss: zijn samen initiatiefnemer van de ontwikkeling van de Duurzame Polder als geheel en de plan- en besluitvorming daarvoor; • De initiatiefnemers van concrete ontwikkelingen in de Duurzame Polder, zoals de initiatieven voor windturbines. Hoewel bevoegd gezag (zie hieronder) verantwoordelijk is voor het doorlopen van de m.e.r.procedure, stelt vaak de initiatiefnemer het MER op. Voor plan-MER is de overheid de initiatiefnemer, voor project-MER vaak de initiatiefnemer van de concrete ontwikkeling. De gemeente ’s Hertogenbosch en Oss stellen zelf het MER op, Bij de totstandkoming van het MER worden belanghebbenden betrokken. De provincie Noord-Brabant en het Rijk zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling van de Duurzame Polder. Dit vanwege hun duurzame energie- en andere gebiedsbelangen. Formeel zijn ze bevoegd gezag voor grootschalige projecten voor opwekking van duurzame energie, maar deze bevoegdheid hebben ze overgedragen aan de gemeenten. Provincie en Rijk zijn formeel geen initiatiefnemer van de Duurzame Polder.

Bevoegd gezag Onder het bevoegd gezag wordt de overheidsinstantie verstaan die bevoegd is om over het voornemen van de initiatiefnemer een besluit te nemen. Voor het bevoegd gezag bestaat het belangrijkste besluit uit het vaststellen van het ruimtelijk besluit en het verlenen van vergunningen. In deze m.e.r-procedure zijn de gemeenten ’s-Hertogenbosch en Oss het bevoegd gezag voor het ruimtelijk besluit voor hun eigen grondgebied en daarmee ook voor de m.e.r.procedure. Betrokken bestuurlijke organen en belangenorganisaties Onder de betrokken bestuurlijke organen en belangenorganisaties worden die partijen bedoeld die in het ruimtelijk ordeningstraject geraadpleegd worden. Het staat het bevoegd gezag deels vrij te bepalen wie wordt geraadpleegd. Overige overheden zoals provincie, buurgemeenten en waterschap moeten worden geraadpleegd. Daarnaast is het gangbaar (maar ter afweging van bevoegd gezag) om partijen als netwerkbeheerders, Defensie, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, landbouw-, recreatie en milieuorganisaties, bedrijvenverenigingen, dorps/wijkraden en andere belangengroeperingen te raadplegen. Alle genoemde partijen hebben sowieso het recht op inspraak, zienswijze en beroep. Belanghebbenden In de m.e.r.-procedure is aangegeven dat eenieder recht heeft op inspraak tijdens de procedure.

Degene die tijdens de m.e.r.-procedure van dit recht gebruik maken zijn de insprekers. Het bevoegd gezag informeert eenieder tijdig via de gebruikelijke openbare communicatiekanalen wanneer en op welke wijze de inspraakmogelijkheden zich voordoen. Naast de formele raadpleging en inspraakmogelijkheden wordt een omgevingsparticipatietraject ingericht voor de Duurzame Polder om belanghebbenden te informeren en te betrekken bij de plan- en besluitvorming en de onderzoeken.

Blad 13

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Bijlage 3 Kenschets huidige Duurzame Polder Algemeen De Duurzame Polder is een gebied tussen ’s-Hertogenbosch-Oss en de Maas. Het bestaat uit de Lithse, Geffense, Rosmalense en Nulandse polder. Het gebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Maas, aan de zuidzijde door de kernen Rosmalen, Nuland en Geffen en het spoor tussen Oss en ‘s-Hertogenbosch, aan de westzijde door de woningbouwlocatie Grote Wielen en aan de oostzijde door de woningbouwlocatie Oss-West en de N625. In het gebied liggen de kernen Lith, Lithoijen, Kessel, Maren-Kessel en ’t Wild. Deze maken geen onderdeel uit van het gebied Duurzame Polder. De Duurzame Polder is een grootschalig verkaveld komgebied en kent in de huidige situatie vooral een agrarisch gebruik.

Grens gebied Duurzame Polder (grove stippellijn om het gehele gebied). De fijne stippellijn is de gemeentegrens tussen ’s-Hertogenbosch en Oss aan. De kernen maken geen onderdeel uit van het gebied Duurzame Polder. In rood zijn bufferzones rondom de bebouwde kom van Oss (2km) en ’s-Hertogenbosch (1km) opgenomen, waarbinnen de gemeenteraden besloten hebben dat er geen windturbines gerealiseerd mogen worden. Alleen in het centrale deel van de Duurzame Polder is ruimte voor windturbines (zoekgebied windturbines).

Blad 14

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Landschap De Duurzame Polder is grotendeels komgebied van de Maas. Het landschap kenmerkt zich door grootschaligheid en openheid met de oost-west lopende Hertogswetering als belangrijke structuurdrager en beplanting langs de polderwegen en op erven van agrarische bedrijven. Direct langs de Maas liggen hoger gelegen oeverwallen. Hier zijn kernen als Lith, Lithoijen, Kessel, Maren-Kessel en ’t Wild gelegen. Het landschap kenmerkt zich hier meer dan het open komgebied door kleinschaligheid en variatie. Aan de zuidzijde en oostzijde grenst de Duurzame Polder aan het dekzandgebied waar kernen als Oss op gelegen zijn.

Hoogtekaart: blauw = lager gelegen komgebied, groen = hoger gelegen oeverwallen (langs de Maas) en rand denkzandgebied (zuid- en oostzijde), geel/rood: denkzandgebied/-ruggen (bron: www.ahn.nl)

Blad 15

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Aan de oostzijde van de Duurzame Polder ligt de Peelrandbreuk in de ondergrond. Door het gebied heen ligt een aantal zijbreuklijnen. Deze zijn recent (voorjaar 2022) in de provinciale Interim Verordening aangewezen als aardkundig waardevol gebied.

Peelrandbreuk en provinciaal aangeduid aardkundig waardevol gebied (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 16

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Archeologie De hoger gelegen delen van de Duurzame Polder (oeverwallen, denkzandranden) zijn al duizenden jaren veelgebruikte plaatsen voor bewoning. Al vanaf de jonge steentijd (5300 v. Chr.) zijn restanten van bewoning te vinden. Vooral op de hoger gelegen oeverwal langs de Maas en op de dekzandgronden zijn eeuwenoude sporen van bewoning gevonden. Er zijn van deze bewoningsgeschiedenis diverse overblijfselen in de bodem bewaard gebleven, met name in het noordelijk deel van de Duurzame Polder. Dit deel maakt onderdeel uit van het provinciaal aangeduide archeologisch landschap Maaskant. Er liggen in dit gebied diverse beschermde archeologische monumenten en de archeologische verwachtingswaarde is hoog. Ook de zuidzijde van de Duurzame Polder heeft een hoge archeologische verwachtingswaarde.

Archeologische monumenten en archeologische verwachtingswaarde (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 17

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Archeologisch landschap Maaskant (bron: Provincie Noord-Brabant,kaartbank.brabant.nl)

Blad 18

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Cultuurhistorie De Duurzame Polder kent een rijke geschiedenis, waarvan nog de nodige relicten bewaard zijn gebleven. Deze vertellen het verhaal van de omgang met het water, de agrarische ontwikkeling en de bewoningsgeschiedenis. Alle steden en dorpen in en rondom de polder liggen op de hoge delen in het landschap. ‘sHertogenbosch, Rosmalen, Nuland, Geffen en Oss liggen op de dekzand rug. ‘t Wild, MarenKessel, Lith en Lithoijen liggen op de oeverwal. Van oudsher is dus altijd op de hoge delen gebouwd. De kernen stammen uit de Middeleeuwen. Vanuit de kernen is de polder ontgonnen en ontwikkeld.

Bebouwingshistorie in en rond de Duurzame Polder (bron: Het Verhaal van de Polder, bijlage bij het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder)

De Hertogswetering stamt uit begin 14e eeuw en heeft sindsdien een belangrijke rol in de afwatering van het gebied. Het heeft een grote landschappelijke, cultuurhistorisch waarde. De Duurzame Polder maakte onderdeel uit van de Zuiderwaterlinie, de 16e/17e eeuwse verdedigingslinie in Brabant, die gebruik maakte van het onderwater zetten van land (tot de 2e Wereldoorlog). Het zuidelijk deel van de Duurzame Polder maakt onderdeel uit van de Beerse Overlaat, een waterhuishoudkundig systeem om piekafvoeren van de Maas te kunnen bergen. De Beerse Overlaat is sinds 1942 niet meer actief maar heeft wel nog cultuurhistorische waarde. Het is door de provincie aangeduid als cultuurhistorisch waardevol gebied. De Duurzame Polder maakt geen onderdeel uit van Unesco-Werelderfgoedgebied en kent geen beschermde Stads- en Dorpsgezichten. In het gebied liggen wel diverse Rijks- en gemeentemonumenten, met name aan de randen.

Blad 19

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Duurzame Polder als onderdeel van de Zuiderwaterlinie (bron: Het Verhaal van de Polder, bijlage bij het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder)

Rijksmonumenten en provinciaal aangeduid Cultuurhistorisch waardevol gebied (Beerse Overlaat) (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 20

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

In de Duurzame Polder liggen diverse cultuurhistorische waarden die de geschiedenis van het gebied vertellen. Dit zijn structuren en lijnen (zoals wegen en dijken) met waarde, eendenkooien met beschermingsgebied (de zogenaamde kooicirkels met afpalingsrecht), historische groenstructuren en bomen.

Cultuurhistorische waarden (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 21

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Water Water is een belangrijk aspect en aandachtspunt in de Duurzame Polder. Aan de noordzijde van de Duurzame Polder ligt de Maas. De Duurzame Polder werd als onderdeel van de Beerse Overlaat in het verleden ingezet voor het bergen van piekberging. Door het gebied liggen diverse waterlopen, waarvan de oost-west lopende Hertogswetering de belangrijkste is. Deze heeft naast een waterfunctie ook een natuurfunctie (ecologische verbindingszone) en heeft landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Langs de Hertogswetering en aan aantal andere waterlopen is reserveringsgebied waterberging aangewezen.

Maas, hoofdwaterlopen en waterbergingsgebieden (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 22

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

De centraal in het gebied gelegen Hertogswetering heeft een belangrijke rol in de waterhuishouding. . De wetering ligt tussen twee dijken, zodat het water hoger kan staan dan het aanliggende laaggelegen land. Het noordelijke laaggelegen land watert af op de Roode Wetering en het zuidelijke laaggelegen land op de Hoefgraaf. Gewande is het laagste punt. Hier wordt afgewaterd op de Maas.

Afwatering in de duurzame Polder (bron: Het Verhaal van de Polder, bijlage bij het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder)

Blad 23

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

In het noordwestelijk deel van de Duurzame Polder ligt drinkwaterwingebied met omliggend grondwaterbeschermingsgebied.

Drinkwaterwingebied en omliggend grondwaterbeschermingsgebied (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 24

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Natuur Natura2000-gebieden De Duurzame Polder maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden. Wel liggen Natura 2000-gebieden in de omgeving van de Duurzame Polder: direct ten noorden van het gebied ligt Natura2000-gebied Rijntakken, ten zuidwesten van het gebied liggen Natura2000-gebieden Bossche Broek (6,5 km) en Vlijmens Ven-Moerputten (op 7,5 km). In andere richtingen liggen de Natura2000-gebieden op veel grotere afstand (meer dan 20 km).

Natura2000-gebieden in de omgeving van de Duurzame Polder (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 25

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Natuurnetwerk Brabant (NNB) Een groot deel van de Duurzame Polder is agrarisch in gebruik en maakt geen onderdeel uit van Natuurnetwerk Brabant (NNB). Langs de Maas en Hertogswetering en verspreid in het gebied liggen gebieden die aangewezen zijn als NNB. De Hertogswetering is daarnaast aangeduid als ecologische verbindingszone.

Natuurnetwerk Brabant (NNB), ecologische verbindingszones en attentiegebied waterhuishouding (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 26

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Overige natuurgebieden en waarden In het rond het gebied liggen waterlopen met een ecologische functie en doelstelling (de zogenaamde Kaderrichtlijn Water (KRW) waterlopen). In het gebied ligt ook een aantal andere wateren met een ecologische functie. Langs de Peelrandbreuk kunnen wijst-verschijnselen optreden, die ecologisch waardevol kunnen zijn.

Overige natuurgebieden en -waarden: KRW/EVZ, vennen/wielen/meanders met functie waternatuur, Peelrandbreuk(wijst) (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 27

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Delen van de Duurzame Polder zijn in de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss aangeduid als beschermd weidevogelgebied. Daarnaast komen in het gebied naar verwachting diverse beschermde plant- en diersoorten voor.

Natuur in de Duurzame Polder (bron: Het Verhaal van de Polder, bijlage bij het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder)

Een deel van de Duurzame Polder in de Interim Verordening Noord-Brabant aangewezen als rusten foerageergebied ganzen en smienten

Rust- en foerageergebied ganzen en smienten (Bron: Interim Verordening Noord-Brabant)

Blad 28

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Wonen en werken Verspreid over de Duurzame Polder liggen woningen bij agrarische bedrijven. Aan de randen van de Duurzame Polder liggen woonkernen (deze maken geen onderdeel uit van het gebied). Direct ten oosten, westen en zuiden liggen de grote woonkernen van ’s-Hertogenbosch, Oss, Rosmalen, Nuland en Geffen. In de Duurzame Polder ligt 1 bedrijventerrein (bij Lith). Direct ten oosten, westen en zuiden ligt een aantal bedrijventerreinen. Verspreid in het gebied ligt een aantal niet-agrarische bedrijven.

Bedrijventerreinen (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl)

Blad 29

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Landbouw In de huidige situatie is de agrarische sector de belangrijkste gebruiker van Duurzame Polder. In het gebied liggen diverse veehouderijen en andere agrarische bedrijven, variërend in type en omvang. Om de kernen en natuurgebieden is de provinciale aanduiding beperking veehouderij opgenomen. Veehouderijen mogen binnen deze gebieden niet zondermeer uitbreiden. De landbouw heeft zich met name na de sluiting van de Beerse Overlaat in 1942, sterk ontwikkeld. Na de sluiting konden boerderijen zich voor het eerst echt vestigen in de polder. De polder werd van een gebied waar je je vee kon weiden, een gebied dat volledig ingericht werd voor de optimale landbouw. Grote ruilverkavelingen volgden. Kleine, gemengde familiebedrijven maakten plaats voor grote, goed georganiseerde, efficiënte boerenbedrijven. Steeds verder dalende prijzen, nieuwe landbouwwerktuigen, betere technieken voor landbewerking en ontwatering, kunstmest, prikkeldraad, Europees landbouwbeleid en subsidies, schaalvergroting, professionalisering van de boer en bedrijfsvoering hebben geleid tot een landbouw die nu een zeer gespecialiseerde schakel in de voedselketen is. Met de opkomst van de milieuvraagstukken in de jaren ‘70 en de gezondheidsproblematiek in de jaren ‘90 is er daarnaast een tak ontstaan van kleinschalige, veelal gemengde bedrijven.

Al dan niet gericht op biologische landbouw, verbrede landbouw en/of streekproducten. Eind jaren ‘90, begin 2000 is er een trendbreuk. Er komt meer aandacht voor de natuur in de landbouw. Er komen subsidies voor het behoud en ontwikkeling van o.a. de weidevogels.

Veehouderijen (bron: Provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl) NB Kleur zegt iets over omvang, niet over type veehouderij

Blad 30

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Landbouw voor 1942

Landbouw na 1942 Ontwikkeling landbouw voor en na 1942 (bron: Het Verhaal van de Polder, bijlage bij het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder)

Blad 31

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Recreatie Het gebied van de Duurzame Polder wordt vooral extensief voor routegebonden vormen van recreatie gebruikt (met name fietsen). Langs de randen en bij de natuurgebieden liggen meer intensievere en dagrecreatieve voorzieningen. Verkeer De belangrijkste ontsluitingswegen in de Duurzame Polder zijn de N625 die langs de hele noordrand de kernen met Oss en ‘s -Hertogenbosch verbindt, de Gewandeweg tussen Oss en ‘s Hertogenbosch centraal door het gebied en de Heesterseweg-Papendijk en de Rijksweg Noord tussen Oss-Geffen-Nuland. De A59 ten zuiden van Oss-Geffen-Nuland-Rosmalen is de verbinding met het rijkwegennet. In de Duurzame Polder bestaat het verkeer vooral uit woon-werk verkeer tussen de kernen, landbouwverkeer en fietsverkeer. Geluid De bovengenoemde wegen vormen samen met het spoor aan de zuidzijde van de Duurzame Polder de belangrijkste geluidbronnen in en rond de Duurzame Polder. Lokaal komt daar het geluid van lokaal verkeer en bedrijfsbronnen. De Duurzame Polder is niet aangewezen als stiltegebied. Trillingen De trillingshinder in het gebied is naar verwachting beperkt. Lokaal kan verkeer leiden tot trillingshinder op woningen. Lucht De Luchtkwaliteit in de Duurzame Polder wordt vooral bepaald door de landelijke achtergrondconcentratie, de veehouderijen in het gebied en het verkeer op de wegen. De concentraties liggen (ver) beneden de landelijke normen.

Lokaal worden de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO, die lager ligger dan de normen, wel overschreden. Licht De Duurzame Polder is een relatief donker gebied, door het ontbreken van grote bebouwingsconcentraties, bedrijventerreinen en glastuinbouwgebieden. Lokaal kunnen bewoners hinder ervaren van lichtuitstoot. Geur Het intensieve agrarische gebruik van de Duurzame Polder leidt tot geurbelasting op de omgeving. Lokaal geeft dit geurhinder. Externe veiligheid In en rond het gebied ligt een aantal bronnen met veiligheidsrisico’s: • Vervoer gevaarlijke stoffen: over de A59, de Maas, het spoor en door een hogedrukleiding in het zuidwestelijk deel van gebied • Opslag en gebruik gevaarlijke stoffen binnen bedrijven (bv op industrieterreinen en in gastanks bij agrarische bedrijven) Overige Hoogspanningslijnen Door de Duurzame Polder loopt een 150 KV hoogspanningsverbinding tussen de stations in Oss en ’s Hertogenbosch

Blad 32

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Laagvlieggebied Het noordelijk deel van de Duurzame Polder ligt in laagvlieggebied van Defensie: • Laagvliegroute helikopters en propellervliegtuigen: oefengebied voor de vliegeropleiding; • Laagvlieggebied Maas / Waal: oefengebied luchtmacht voor verbeteren navigeren en positioneren helikopters in onbekend terrein. (bron: www. Defensie.nl).

Bronnen externe veiligheidsrisico’s (bron: Risicokaart Nederland)

Hoogspanningsverbinding (bron: https://webkaart.hoogspanningsnet.com)

Blad 33

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Bijlage 4 Onderzoeksmethodiek Algemeen Onderzoek op detailniveau benodigd voor afweging Het onderzoek in het MER wordt afgestemd op het detailniveau benodigd voor de afweging en keuzes: • Als opgaven/gebiedsonderdelen concreet zijn, worden ze concreet onderzocht, als ze nog niet concreet zijn volstaat een globaler onderzoek (kansen en aandachtspunten); • Als een aspect niet relevant is, wordt dit aspect niet uitgebreid onderzocht, maar kort beschreven en gemotiveerd waarom het niet relevant is; • Als een aspect niet onderscheidend is, wordt dit aspect niet uitgebreid onderzocht, maar kort beschreven en gemotiveerd waarom het niet relevant is; • Het milieuonderzoek in de eerste fase van ontwerpend onderzoek is nog globaal en gericht op kansen en aandachtspunten. In de afweging en vastlegging van het voorkeursalternatief wordt meer gedetailleerd toetsend onderzoek gedaan. Effecten van aanlegfase en fasering Het effectenonderzoek richt zich op zowel de blijvende effecten in de eindsituatie (realisatiefase) als de tijdelijke of blijvende effecten tijdens de aanlegfase.

Als in het ontwerpend onderzoek faseringsvarianten ontwikkeld worden, worden de effecten van de fasering in beeld gebracht Cumulatie van effecten In het MER wordt nagegaan of er sprake is van mogelijke cumulatieve effecten, zowel cumulatie van ontwikkelingen binnen de Duurzame Polder zelf als cumulatie van effecten van de Duurzame Polder met effecten van ontwikkelingen buiten het gebied. Mitigatie en compensatie van negatieve effecten In het MER wordt nagegaan in hoeverre maatregelen mogelijk zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel te verminderen (mitigatie). Voor negatieve effecten die niet te voorkomen zijn en waarvoor een wettelijke compensatieverplichting bestaat (bijvoorbeeld voor natuur) wordt dit in het MER onderzocht. Thema’s/aspecten Ruimtelijke kwaliteit Bij het thema ruimtelijke kwaliteit wordt in het MER beschreven hoe de inrichtingsvoorstellen “passen” in het landschap (esthetisch) en in hoeverre ze landschappelijke kwaliteiten aantasten, behouden of versterken, aandacht voor de overgangen tussen de kernen en landschap hebben mogelijkheden geven voor medegebruik (bv recreatief). Met name bij de opstelling van windturbines is dit een aspect: de wijze van opstelling bepaalt (deels) de beleving vanuit de omgeving. De ruimtelijke kwaliteit wordt beschreven aan de hand van visualisaties van de inrichtingsvarianten.

Landschap In het MER worden de effecten van de inrichtingsvarianten op de bestaande landschappelijke waarden beschreven. Het gaat hierbij om landschappelijke structuren en elementen zoals bijvoorbeeld de Hertogswetering als landschappelijke drager. Ook wordt het effect op zichtbaarheid (met name van de windturbines), openheid en geslotenheid beschreven. Dit aan de hand van visualisatie van de inrichtingsvarianten. Tot slot wordt getoetst of er effecten optreden op aardkundige waarden (restanten van oorspronkelijke landschapsvormen) en provinciaal aangeduide aardkundig waardevolle gebieden.

Blad 34

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Archeologie en cultuurhistorie In het MER wordt beschreven of de inrichtingsvarianten ten koste gaan van bestaande archeologische en cultuurhistorische waarden (archeologische monumenten, provinciaal aangeduid archeologisch landschap, rijks- en gemeentelijke monumenten, beschermd stads- en dorpsgezicht, provinciaal aangeduide cultuurhistorisch waardevolle complexen en vlakken). De ligging in de Beerse Overlaat en Zuiderwaterlinie en de eendenkooien in het gebied krijgen specifieke aandacht. Naast beschermde waarden worden ook effecten op niet beschermde waarden onderzocht: de archeologische verwachtingswaarde en cultuurhistorische waarden als historisch groen, verkavelingsstructuren, zandwegen e.d. Bodem en water In het MER wordt nagegaan of de inrichtingsvarianten effecten hebben op grondverzet (moet grond worden afgevoerd of aangevoerd) en bodemkwaliteit. Daarnaast worden de effecten op de waterhuishouding beschreven: oppervlaktewater (waterlopen, reserveringsgebieden voor waterberging), grondwater (kwel/infiltratie, drinkwaterwingebied en grondwaterbeschermingszones), waterkwaliteit. Dit in de eerste onderzoeksfase kwalitatief/beschrijvend en, als nodig, in de tweede fase aan de hand van aanvullende onderzoeken. Voor het aspect water wordt afgestemd met de waterbeheerders.

Natuur Het natuuronderzoek in het MER bestaat uit vier onderdelen: Natura 2000, Natuurnetwerk Brabant, beschermde plant- en diersoorten en specifiek voor de Duurzame Polder het weidevogelgebied / rust en foerageergebied ganzen en smienten: Natura 2000 Hoewel de Natura 2000-gebieden op relatief grote afstand liggen, wordt in het MER onderzocht of de inrichtingsvarianten effecten (kunnen) hebben op Natura 2000-waarden. Van direct effect (bv ruimtebeslag) en de meeste verstorende factoren (zoals bijvoorbeeld verdroging) is gezien de afstand geen sprake, maar wellicht is er effect van de windturbines op vogelsoorten die belangrijk zijn voor omliggende Natura2000-gebieden. Daarnaast moet worden onderzocht of inrichtingsvarianten leiden tot toename van stikstofdepositie of stikstofgevoelige en -overbelaste Natura2000-gebieden. Omgekeerd kan er ook sprake zijn van afname van stikstof als stikstofuitstotende bronnen verdwijnen. Indien negatieve effecten niet op voorhand in een voortoets uitgesloten kunnen worden wordt een zogenaamde passende beoordeling worden opgesteld, waarin de effecten worden onderzocht. Effecten op Natura2000 worden in de eerste fase kwalitatief/beschrijvend onderzocht, en als nodig later uitgewerkt met berekeningen (van bijvoorbeeld stikstof, aanvaringsslachtoffers onder vogels).

Natuurnetwerk Brabant De inrichtingsvarianten hebben effect op Natuurnetwerk Brabant dat in de Duurzame Polder is gelegen. Met name het effect op de ecologische verbindingszone langs de Hertogswetering is een aandachtspunt. In het MER wordt onderzocht welke effecten optreden door de inrichtingsvarianten. Dat kunnen negatieve effecten zijn zoals verstoring door geluid, maar ook positieve effecten door inrichting van nieuwe natuur of verbetering van de waterhuishouding. Effecten op Natuurnetwerk Brabant worden in de eerste fase kwalitatief/beschrijvend onderzocht, en als nodig later uitgewerkt met aanvullende onderzoek.

Blad 35

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Beschermde plant- en diersoorten In het MER wordt onderzocht welke effecten de inrichtingsvarianten op beschermde plant- en diersoorten hebben. Dit kunnen negatieve effecten zijn (verlies of verstoring leefgebied, aanvaringsslachtoffers), maar ook positieve effecten (realisatie nieuw leefgebied). Het onderzoek wordt in eerste instantie kwalitatief/beschrijvend gedaan aan de hand van een bureauonderzoek op basis van al liggende gegevens. In latere fase wordt dit daar waar nodig aangevuld met veldonderzoek. Weidevogelgebied / Rust – en foerageergebied ganzen en smienten In het MER wordt specifiek ingegaan op de effecten van de inrichtingsvarianten op het in de Deelgebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss aangewezen weidevogelgebied en het in de provinciale Interim Verordening Ruimte aangewezen Rust – en foerageergebied ganzen en smienten. Bij aantasting wordt onderzocht hoe het negatieve effect zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperkt kan worden (mitigatie) en hoe het resterend effect gecompenseerd kan en moet worden. Verkeer In het MER wordt nagegaan of inrichting van de Duurzame Polder tot meer verkeer leidt en zo ja of dit leidt tot effecten op de verkeersafwikkeling op de wegen in en rond de Duurzame Polder.

Daarnaast wordt onderzocht of de inrichtingsvarianten effect hebben op het langzaam verkeer (fietsers, wandelaars), landbouwverkeer en de verkeersveiligheid in relatie tot de huidige inrichting van de wegen in het buitengebied.Dit kan naar verwachting kwalitatief/beschrijvend op basis van liggende informatie. Geluid Met behulp van een rekenmodel wordt de geluidbelasting van de windturbines op de omliggende gevoelige objecten (met name woningen.) berekend. Berekend wordt hoeveel de geluidbelasting op de gevel toeneemt, hoeveel woningen binnen de bepaalde geluidsbelasting klasse liggen en/of voldaan wordt aan de wettelijke normen. Hierbij wordt de landelijke discussie en beleidsvorming over de geluidnormen voor windturbines nauwlettend gevolgd. De geluidbelasting wordt omgerekend in geluidhinder en –gehinderden. Onderzocht wordt welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting/hinder te beperken (mitigerende maatregelen) en welke effecten deze maatregelen hebben (afname geluid, afname energieopbrengst). Ook wordt cumulatie van het windturbinegeluid met andere geluidbronnen (verkeer, industrie, spoor) in de omgeving onderzocht. Naast de “algemene” geluidbelasting, wordt aandacht besteed aan laagfrequent geluid. Dit op basis van algemeen beschikbare en geaccepteerde inzichten (o.a. van het RIVM en het Rijk).

Het geluideffect op natuur wordt berekend en beschreven bij het aspect natuur. Trillingen In het MER wordt nagegaan of de inrichting van de Duurzame Polder kan leiden tot veranderingen in trillingshinder in en rond het gebied. Dit in eerste instantie kwalitatief / beschrijvend op basis van algemeen beschikbare en geaccepteerde inzichten. Luchtkwaliteit In het MER wordt nagegaan of de inrichting van de Duurzame Polder leidt tot verandering in de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen en daarmee de luchtkwaliteit. Dit is naar verwachting met name afhankelijk van veranderingen in de verkeersbewegingen. Er kan sprake zijn van een positief effect op de luchtkwaliteit als uitstootgevende bedrijven verdwijnen. In eerste instantie wordt het effect op luchtkwaliteit verkennend kwalitatief/beschrijvend onderzocht. Als nodig worden luchtkwaliteitsberekeningen uitgevoerd.

Blad 36

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Daarnaast wordt kwalitatief/beschrijvend ingegaan op het mogelijk effect van windturbines op de verspreiding van uitstoot. Dit op basis van elders verrichte onderzoeken naar dit effect. Het effect van stikstof op natuur wordt beschreven bij het aspect natuur. Geur In het MER wordt nagegaan of de inrichting van de Duurzame Polder leidt tot verandering in de uitstoot van geur en daarmee de geurhinder. Dit is naar verwachting met name afhankelijk van veranderingen in de veehouderijen in het gebied. Er kan sprake zijn van een positief effect op de geurhinder als uitstootgevende bedrijven verdwijnen. In eerste instantie wordt het effect op geurhinder verkennend kwalitatief/beschrijvend onderzocht. Als nodig worden geurhinderberekeningen uitgevoerd. Daarnaast wordt kwalitatief/beschrijvend ingegaan op het mogelijk effect van windturbines op de verspreiding van uitstoot. Dit op basis van elders verrichte onderzoeken naar dit effect. Lichthinder In het MER wordt nagegaan of de inrichting van de Duurzame Polder leidt tot veranderingen in lichthinder in en rond het gebied. Dit in eerste instantie kwalitatief/beschrijvend. Slagschaduw Met behulp van een rekenmodel wordt de slagschaduw van de windturbines op de omliggende gevoelige objecten (woningen, scholen e.d.) berekend. Er wordt hierbij getoetst aan de wettelijke norm.

Hierbij wordt de landelijke discussie en beleidsvorming over de slagschaduwnormen voor windturbines nauwlettend gevolgd. Als deze normen overschreden worden wordt onderzocht wat de consequenties van de noodzakelijke maatregelen, tijdelijk stilstand, zijn. Ten aanzien van schittering worden windturbines tegenwoordig voorzien van een coating die schittering tegengaat en waarmee schitteringseffecten voorkomen worden. Externe veiligheid In het MER wordt nagegaan of de inrichting van de Duurzame Polder leidt tot veranderingen in risico’s ten aanzien van externe veiligheid. Dit is met name afhankelijk van of kwetsbare objecten gerealiseerd worden nabij bestaande risicobronnen. Daarnaast kunnen windturbines een effect hebben op het risico van bestaande risicobronnen (domino-effect). Ook wordt bekeken of de aanwijzing van aandachtsgebieden onder de omgevingswet consequenties heeft. Dit in eerste instantie kwalitatief/beschrijvend. Wonen In het MER wordt beschreven welke effect de inrichtingsvarianten hebben op de in en rond het gebied aanwezige woningen en het woon- en leefklimaat in en rond het gebied. Landbouw In het MER wordt beschreven welke effect de inrichtingsvarianten hebben op de in en rond het gebied aanwezige agrarische functies. Recreatie In het MER wordt beschreven welke effect de inrichtingsvarianten hebben op de in en rond het gebied aanwezige recreatieve functies.

Overige bedrijven In het MER wordt beschreven welke effect de inrichtingsvarianten hebben op de in en rond het gebied aanwezige overige bedrijvigheid (niet zijnde landbouw of recreatie).

Blad 37

MER Duurzame Polder Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) Bijlagenrapport projectnummer 0478038.100 24 mei 2022 Gemeenten Oss en 's Hertogenbosch

Kabels en leidingen In het MER wordt beschreven welke effect de inrichtingsvarianten hebben op de in en rond het gebied aanwezige kabels en leidingen (ondergrondse leidingen en hoogspanningslijnen). Netwerk In het MER wordt beschreven welke kansen en aandachtspunten de inrichtingsvarianten hebben voor de aansluiting op het netwerk. Defensie In het MER wordt beschreven welke effect de inrichtingsvarianten hebben op de in en rond het gebied aanwezige Defensiebelangen (radar en laagvlieggebied, met name relevant in relatie tot de windturbines). Gezondheid In het MER wordt naast toetsing aan wettelijke normen voor bijvoorbeeld geluid en luchtkwaliteit ook ingegaan op de effecten “beneden de normen”, omdat deze ook gezondheidseffecten met zich mee kunnen brengen. Dit met name voor de windturbines. Gezondheidseffecten worden kwalitatief/beschrijvend beschouwd op basis van wetenschappelijke en geaccepteerde inzichten (bijvoorbeeld van het RIVM en het Rijk). Naast negatieve effecten kan inrichting van de Duurzame Polder ook positieve effecten hebben op gezondheid, bijvoorbeeld het stimuleren van het buiten zijn en bewegen. Ook dit wordt beschreven in het MER. Klimaatadaptatie In het MER wordt onderzocht in hoeverre de inrichtingsvarianten effect hebben op of bijdragen aan klimaatadaptatie. Dit wordt gericht op vier aspecten: overstromingsrisico, wateroverlast, droogte en hittestress.

De effecten worden kwalitatief/beschrijvend onderzocht op basis van beschikbare gegevens over deze aspecten. Duurzaamheid en circulariteit Voor de verschillende inrichtingsvarianten wordt berekend wat de verwachte energieopbrengst en verwachte vermeden emissie is door de inzet van de windturbines. Daarnaast wordt kwalitatief/beschrijvend verkend in hoeverre de inrichtingsvarianten bijdragen aan doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Kosten In het MER worden op globaal niveau de kosten van inrichtingsvarianten met elkaar vergeleken.

Blad 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11556040/2