bijlage 1 nota zienswijzen CW
Tekst van het document
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” (Bijlage bij Raadsvoorstel / - besluit van de gemeente ’s-Hertogenbosch tot vaststelling van het bestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)”) concept d.d. 28-06-2022
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 1 van 20
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” I. De procedure Het ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)" heeft met ingang van 1 november 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar kunnen maken bij de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De terinzagelegging is bekendgemaakt in het Gemeenteblad d.d. 29 oktober 2021 en via de gemeentelijke website. De stukken lagen vanaf 1 november 2021 gedurende 6 weken in de publieksruimte van het Stadskantoor ter inzage. Daarnaast waren ze in te zien via de gemeentelijke website en de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. II. De ingediende zienswijzen/ontvankelijkheid Door de volgende instanties zijn zienswijzen ingediend: 1. Bossche Milieugroep 2. IVN ’s-Hertogenbosch 3. Rijkswaterstaat 4. Brabants Landschap 5. Provincie Noord-Brabant 6. Het Groene Hart De termijn van terinzagelegging zou eindigen op zondag 12 december 2021. Op grond van de Algemene termijnenwet wordt een in de wet gestelde termijn die op een zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
Dit betekent in dit geval dat de termijn wordt verlengd tot en met maandag 13 december 2021. De zienswijzen van of namens de reclamanten zoals in het bovenstaande weergegeven onder de nummers 1 tot en met 6 zijn binnen de termijn ontvangen c.q. verzonden. Van reclamant 6 is tevens een aanvulling op de zienswijze ontvangen. III. Samenvatting ingekomen zienswijzen en beoordeling zienswijzen Hieronder zijn de ingebrachte zienswijzen samengevat en van commentaar voorzien. Voor de volledigheid wordt hierbij vermeld, dat de volledige zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, zijn betrokken bij de opstelling van het commentaar en alle zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, volledig ter inzage liggen in het kader van de (verdere) besluitvorming. 1. Bossche Milieugroep a. Reclamant pleit voor een veel krachtiger energiebeleid in het bestemmingsplan. De schaal van de locatie is ideaal voor energetische autarkie. Zij verzoekt Coudewater energetisch zelfvoorzienend of autarkisch te maken. Maak Coudewater onafhankelijk van de aanvoer van energiedragers. Een CO 2 neutrale hotspot. Zonnepanelen, warmtepompen en dergelijken moeten daarvoor zorgen. Zie erop toe dat ook het bouwen zelf energiearm plaatsvindt.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 2 van 20
De te bouwen omgeving op Coudewater gaat mee tot ver na 2050. In dat jaar wil ’sHertogenbosch klimaatneutraal zijn. Gemeente ’s-Hertogenbosch is zich terdege bewust van de verandering van ons klimaat; lokaal, nationaal en mondiaal. Voor wat betreft het onderwerp ‘energie’ heeft de gemeente de ambitie om in 2050 een klimaatneutrale stad te zijn. Dat wil zeggen dat we dan duurzaam wonen en werken: zonder negatieve invloed op het klimaat. Samen met bedrijven, organisaties en bewoners zijn we als gemeente al druk aan de gang om die duurzame stad te creëren. Hiervoor lopen diverse programma’s en initiatieven. Naast het belangrijke thema ‘energie’ werkt de gemeente ook aan een klimaatbestendige, groene en gezonde leefomgeving. Dit om effecten van de klimaatverandering op te kunnen vangen en onze gemeente groener (en biodiverser) te maken met een gezond woonklimaat. Ook dit laatste thema krijgt – binnen de noemer duurzaamheid – bijzondere aandacht met onderhavige ontwikkeling. De ontwikkelende partij heeft een duurzaamheidsvisie overlegd (gedateerd 11 december 2020), waarin is verwoord op welke wijze in de verdere uitwerking van de plannen invulling wordt gegeven aan de vastgelegde kaders ten aanzien van energie en duurzaamheid. Deze duurzaamheidsvisie is als bijlage opgenomen bij de toelichting van het bestemmingsplan.
Bij iedere deeluitwerking dient te worden voldaan aan het gestelde in de duurzaamheidsvisie. In verband met de duurzame instandhouding van voorzieningen die worden aangelegd op basis van de duurzaamheidsvisie wordt een kwalitatieve verplichting gevestigd. Op landgoed Coudewater gaat een aantal oude en energie slurpende gebouwen plaatsmaken voor nieuwe gebouwen met een minimaal energieverbruik die ook voor een groot deel gaan voorzien in de eigen energiebehoefte. Nieuwe gebouwen en woningen worden zonder aardgasaansluiting en tenminste volgens de norm ‘bijna energie neutraal’ gebouwd. Hoewel de wetgever er (via het Bouwbesluit) voor heeft gekozen om - ten aanzien van de energiezuinigheid - formeel geen extra energieprestatie-eisen te kunnen stellen, zijn op de (huidige) wettelijke energiezuinige bouwstandaard, met de ontwikkelaar concrete afspraken gemaakt om extra aanvullende maatregelen te treffen ten aanzien van de energiezuinigheid (en duurzaamheid) van alle nieuwe gebouwen en woningen waarbij de ambitie een ‘energie neutrale bouw’ is. Deze afspraken resulteren in bovengemiddelde duurzame gebouwen en woningen (dus met een betere energieprestatie en isolatie dan het nu geldende Bouwbesluit).
De bestaande (oudere) panden die blijven staan worden grondig aangepakt waarbij niet wordt uitgegaan van het (formeel geldende) 'van rechtens verkregen niveau' voor wat betreft de energieprestatie. Met de verbouw, dan wel transformatie worden de bestaande panden fors verduurzaamd, energiezuinig en toekomstbestendig gemaakt. Omdat de mogelijkheden bij oudere panden met een monumentale status beperkter zijn, worden de mogelijkheden voor verduurzaming en isolatie per gebouw onderzocht. De ambitie is om ook de oudere panden naast energiezuinig - ook aardgasvrij te maken, direct met de verbouwing of op termijn. Verder worden mogelijkheden bekeken voor het uitwisselen van reststromen door middel van warmteterugwinning. Hiermee maken we binnen het plangebied Coudewater een forse stap in de ambitie van energieneutraal in 2050 voor dit gebied. Overigens wordt een resterende energievraag (van de panden in dit gebied) zoveel mogelijk ingevuld met duurzaam Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 3 van 20
opgewekte energie. Ten aanzien van de duurzame, groene en biodiverse inrichting van het plangebied Coudewater is met de initiatiefnemer overeengekomen dat met de aanleg een NL-Greenlabel met score B wordt behaald. De scores bij NL-Greenlabel gaan van A (uitmuntend) tot G. Met score B wordt een sterk duurzame gebiedsontwikkeling gegarandeerd op diverse vlakken, waarbij hier extra belang wordt gehecht aan het thema biodiversiteit en de landschappelijke waarden. Natuur inclusief bouwen maakt daar ook onderdeel van uit. Met de ontwikkeling van landgoed Coudewater worden vele bovenwettelijke maatregelen meegenomen. Van de ontwikkelaar wordt aanzienlijk meer gevraagd dan de norm (via het Bouwbesluit) voorschrijft. Dit geldt voor zowel de bouw als de energieprestatie, waarbij een forse stap wordt gezet in de richting van energieneutraal, alsook een bijzondere duurzame groene ontwikkeling. Conclusie: Deze zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 2. IVN ’s-Hertogenbosch a. Reclamant geeft complimenten over het belang dat is gehecht aan natuur en landschap. Deze opmerking nemen wij voor kennisgeving aan. b. In de ecologische verbindingszone (EVZ) aan de zuidkant is ruimte voor drie woningen. Uit het plan blijkt niet duidelijk hoe het functioneren van de EVZ zich verhoudt tot de beoogde woningbouw in de zone van 25 meter.
Reclamant verzoekt om verduidelijking hoe het plan in met name de 25 meter zone voldoende garanties biedt voor een ongestoord functioneren van de EVZ in de toekomst. In het bestemmingsplan is gekozen voor een bestemming Natuur voor een strook van 25 meter uit de waterlijn van de Groote Wetering en zijn de bouwmogelijkheden in een tweede zone van nog eens 25 meter beperkt tot een drietal natuurvriendelijke eengezinswoningen en een kleinschalig appartementengebouw. Bij deze woningen wordt geen buitenruimte toegekend aan de woonfunctie; bij de eengezinswoningen worden verblijfsruimtes zoals woonkamer en keuken op de verdieping gesitueerd. De bestemming Natuur loopt door tot tegen de gevels van het gebouw. Binnen de bestemming Natuur is geen bebouwing of oppervlakteverharding toegestaan. Hiermee maken we veilige en beschutte looproutes voor de dieren en zorgen we voor voldoende rustige en beschutte plekken. Verder worden de toekomstige bewoners op Coudewater geïnformeerd over de wijze waarop zij ruimte moeten geven aan de aanwezige diersoorten.
De EVZ ter weerszijden van de Groote Wetering dient te worden ingericht voor de doelsoorten das, struweelvogels, kamsalamander en kleine modderkruiper, met als prioritaire soort de kamsalamander. Doordat er geen wandelpaden of andere toegangen worden Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 4 van 20
toegevoegd aan de reeds aanwezige paden zullen grote delen van het gebied rust kennen. Het uitgangspunt is het aanleggen van geschikt habitat voor de doelsoort(en) waarvoor deze verbindingszone is aangewezen. Bebouwing aan de rand van de EVZ is niet direct van invloed op de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone. Bovendien is de kamsalamander vooral in de nacht actief en voor zover bekend doof. Ze hebben dus geen last van geluid. Hun zicht is slecht en daarmee beperkt tot enkele meters. Ze zijn daarom weinig verstoringsgevoelig en zullen niet worden gehinderd door de toegestane woningbouw. c.
De ontwikkeling van het landgoed vindt plaats met behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en ecologische waarden en kenmerken van de landschapstypen. Terecht is er bijzondere aandacht voor het leefgebied van de das. Op meer plekken in het ontwerpplan staan mitigerende maatregelen genoemd. Een duidelijk overzicht ontbreekt. Reclamant adviseert: 1. de mitigerende maatregelen eenduidig vast te leggen en in het bestemmingsplan, het inrichtingsplan en het beheerplan onder te brengen; 2. de maatregelen voor advies voor te leggen aan de Stichting Das & Boom en/of de Dassenwerkgroep Noord-Brabant en een deskundige in te schakelen ter begeleiding van de werkzaamheden, incl. het realiseren van inrichtings- en mitigerende maatregelen. In paragraaf 5.3.5 van de toelichting van het bestemmingsplan is een compleet overzicht opgenomen van de vereiste mitigerende maatregelen. Deze zijn ontleend aan de Natuurtoets dassen die als bijlage 5 bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. In de toelichting van het bestemmingsplan is duidelijk aangegeven welke maatregelen ruimtelijk relevant zijn en in het bestemmingsplan zijn geborgd.
Het realiseren van deze ruimtelijke relevante (voornamelijk fysieke) maatregelen is opgenomen als voorwaardelijke verplichting (met een verwijzing naar een bijlage bij de regels waarin de maatregelen ook zijn gekoppeld aan een locatie) waaraan moet worden voldaan voordat gebouwen binnen de bestemmingen Gemengd en Woongebied in gebruik mogen worden genomen. Deze ruimtelijk relevante mitigerende maatregelen zijn met de voorwaardelijke verplichting, die toeziet op de aanleg en instandhouding, voldoende en eenduidig geborgd in het bestemmingsplan. De gronden waar de maatregelen moeten worden gerealiseerd, zijn in het bestemmingsplan voorzien van de bestemming Natuur. De overige maatregelen dienen in acht te worden genomen zodat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) ten aanzien van dassen niet worden overtreden, en een ontheffing van de Wnb voor dassen niet nodig is. Het betreft met name zaken als periodes en zones waarbinnen geen werkzaamheden mogen plaatsvinden, het plaatsen van informatieborden en de wijze waarop met verlichting dient te worden omgegaan. Dit zijn zaken die niet met het bestemmingsplan kunnen worden geregeld. Dit is een verantwoordelijkheid van de ontwikkelende partij zelf.
De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen ligt bij de provincie Noord-Brabant die vanuit die rol ook zal toezien op de uitvoering van de mitigerende maatregelen die niet zijn verankerd in het bestemmingsplan. De maatregelen zullen in overleg met IVN voor advies worden voorgelegd aan de Stichting Das & Boom en/of de Dassenwerkgroep Noord-Brabant en er zal een deskundige worden Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 5 van 20
ingeschakeld om de werkzaamheden, incl. het realiseren van inrichtings- en mitigerende maatregelen te begeleiden. De ontwikkelende partij blijft hierover ook in de ontwikkelingsfase in gesprek met IVN. d. Het beheer van de golfbaan is duidelijk belegd binnen de organisatie van de golfbaan. Beheer van het landgoed is nog lang niet uitgekristalliseerd. Reclamant is van mening dat beide beheerprotocollen naadloos op elkaar moeten aansluiten en er toezicht dient te zijn op de gewenste uitvoering ervan. Reclamant vraagt om dit als eis vast te leggen en het naleven van de protocollen in de toekomst op een eenduidige manier te handhaven. In paragraaf 3.7 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt ingegaan op het beheer van het landgoed. Daarin staat onder andere: “Geborgd dient te worden, dat het toekomstig beheer op een verantwoorde wijze structureel wordt geregeld en ook financieel gewaarborgd is, voordat delen van het plangebied aan derden worden overgedragen. Uiterlijk één maand voordat het bestemmingsplan in routing wordt gebracht voor besluitvorming door de gemeenteraad dient overeenstemming tussen VOF Land van Coudewater en de gemeente bereikt te zijn.” Het beheer is in de afgelopen periode nader uitgewerkt en heeft geresulteerd in eenduidige afspraken hierover. Bovenstaande passage uit de toelichting van het bestemmingsplan is hierop aangepast.
Er wordt een stichting opgericht voor het beheer van het landgoed. Er is afgesproken dat er periodiek overleg plaatsvindt met de beheerder van de golfbaan, Brabants Landschap, het waterschap en de gemeente waarin de aanleg en beheer-/onderhoudswerkzaamheden onderling worden afgestemd teneinde toe te zien op de continuïteit. Naast het beheer zijn er in het beheerplan ook afspraken vastgelegd over de monitoring om te bezien in hoeverre het landgoed zich ontwikkelt in relatie tot de streefbeelden en doelsoorten. Ook IVN zal hierbij worden betrokken. e. Om de monumentale bomen te behouden, mag onder de boomkronen in beginsel niet worden gegraven voor het maken van cunetten en funderingen. Wij vinden dit een te vage omschrijving. Wanneer mag het wel, wanneer niet en wie bepaalt dat? Reclamant verzoekt om nader te duiden wat wordt bedoeld met dat er in beginsel onder boomkronen niet mag worden gegraven. In paragraaf 3.3 van de toelichting van het bestemmingsplan staat inderdaad dat onder de boomkronen in beginsel niet mag worden gegraven voor het maken van cunetten en funderingen. De boomkronen van monumentale en waardevolle bomen zijn in het bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming Waarde - Robuuste groenstructuur. De verbeelding en bijbehorende planregels zijn de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan.
In artikel 16 van de planregels is opgenomen dat gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijn toegestaan. Ook het kappen van de bomen en het (laten) uitvoeren van werken en werkzaamheden, die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van de boom tot gevolg kunnen hebben en werken en werkzaamheden die kunnen leiden tot een bedreiging van de duurzame instandhouding van de betreffende bomen (zoals graven), zijn verboden. Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 6 van 20
In de toelichting staat ‘in beginsel’ omdat via een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van deze verboden. Dit dient te worden aangetoond door middel van een door een gecertificeerd European Tree Technician (of adviseur van vergelijkbare expertise) uitgevoerde bomeneffectanalyse, waaruit blijkt dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de conditie en levensverwachting van de ter plaatse aanwezige boom of bomen. Hiermee is duidelijk bepaald wat wel en niet mag onder de boomkronen en wie dient te worden betrokken bij een besluit om hiervan af te wijken. f.
Het plan noemt hagen als belangrijk element van het groen als ruimtelijke drager. Het gaat hierbij vooral om de visuele betekenis van hagen. Ook de ecologische betekenis van hagen is zeer belangrijk voor het landgoed. Reclamant verzoekt ervoor te zorgen dat in het inrichtingsen het beheerplan vooral aandacht is voor de ecologische waarde van hagen. En hierbij plekken te koppelen aan een voorkeursassortiment van haagtypen. Uiteraard is ook de ecologische betekenis van de hagen belangrijk. Door de ontwikkelaar worden beukenhagen aangeplant. De hagen staan in het semi-openbaar gebied. In het beheerplan is over de hagen het volgende opgenomen: “De bladeren van een beukenhaag hebben een glad en glanzend oppervlak. De beukenhaag is een volle plant met bladeren die naarmate het jaar vordert van kleur veranderen. De plant houdt in de winter zijn bladeren. Naast beukenhagen zijn verschillende typen hagen toegepast, zoals de taxus, om de ecologische waarde van het landgoed te verstrekken.”. In het beheerplan is ook de frequentie van snoeien vastgelegd en wie daarvoor verantwoordelijk is.
Conclusie: Deze zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 3. Rijkswaterstaat a. Door ontwikkelaar is in 2019 aangegeven dat bij het opstellen van het bestemmingsplan specifiek aandacht zal worden besteed aan de verkeersafwikkeling van het landgoed Land van Coudewater en de effecten ervan op de aansluiting van de Rijksweg A59. Reclamant ziet dit helaas niet terug in het ontwerpbestemmingsplan en verzoekt hier alsnog invulling aan te (laten) geven. Er is in het planproces specifiek aandacht besteed aan de verkeersafwikkeling van het landgoed Land van Coudewater en de effecten voor het hoofdwegennet. Wij begrijpen de opmerking dat dit in de toelichting van het bestemmingsplan meer naar voren mag komen en om die reden zullen we paragraaf 3.4 Verkeer aanvullen. Om de verkeerskundige effecten van de planologische ontwikkeling inzichtelijk te maken, zijn er door Goudappel Coffeng bij aanvang van de planstudie (2019) vier verkeersmodellen opgesteld waarbij gebruik is gemaakt van reguliere kengetallen en gangbare rekenmethodieken, te weten:
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 7 van 20
Variant 1. Een toekomstige situatie met de huidige invulling; Variant 2. Een toekomstige situatie met maximale invulling conform het bestemmingsplan uit 2012; Variant 3. Een toekomstige situatie met maximale invulling conform het stedenbouwkundig plan; Variant 4. Toekomstige situatie met maximale invulling van kantoren. Met de verkeersmodellen is onder andere de belasting inzichtelijk gemaakt van de kruisingen die aansluiten op het hoofdwegennet. Deze staan per variant hieronder vermeld.
Aansluiting A59 Rosmalen Kruispuntbelasting Berlicumseweg/Kloosterstraat/toerit-afrit Rosmalen zuid* Ochtendspits 0,9 1,1 1,0 1,0
Variant 1 – huidige situatie 2030 autonoom Variant 2 – 2030 autonoom, max invulling bestemmingsplan uit 2012 Variant 3 – plan Coudewater, kantoren + wonen (reëel plan) Variant 4 – plan Coudewater, wonen
Avondspits 0,9 1,1 0,9 0,9
Kruispuntbelasting Berlicumseweg/Kloosterstraat/toerit-afrit Rosmalen noord* Ochtendspits 1,0 1,1 1,0 1,0
Variant 1 – huidige situatie 2030 autonoom Variant 2 – 2030 autonoom, max invulling bestemmingsplan uit 2012 Variant 3 – plan Coudewater, kantoren + wonen (reëel plan) Variant 4 – plan Coudewater, wonen
Avondspits 1,0 1,1 1,0 1,0
*De verkeerslichten van deze kruising zijn in beheer van de gemeente ’s-Hertogenbosch. De verkeerslichtenregeling heeft in 2020 een capaciteitsverruiming ondergaan waarbij de bovengenoemde verzadigingsgraden over de hele lijn lager uitvallen. De intensiteitsverschillen van de varianten zijn als volgt (op etmaalniveau en afgerond op 100-tal): T.o.v. variant 1
Toerit ri. Oss
Toerit ri. Hintham
Afrit vanuit Oss
Afrit vanuit Hinth.
Variant 2
-200
1.900
100
2.500
Variant 3
100
200
-100
200
Variant 4
100
100
0
100
Aansluiting A59 Rosmalen-Oost De intensiteitsverschillen van de varianten zijn als volgt (op etmaalniveau en afgerond op 100-tal): T.o.v. variant 1
Toerit ri. Oss
Toerit ri. Hintham
Afrit vanuit Oss
Afrit vanuit Hinth.
Variant 2
1.700
1.300
1.400
1.000
Variant 3
100
0
100
0
Variant 4
100
0
100
0
Conclusie Op grond van de voorgaande gegevens is de conclusie dat de gevolgen van de planontwikkeling op het hoofdwegennet verwaarloosbaar zijn in vergelijking met de huidige invulling. Bovendien biedt het bestemmingsplan uit 2012 mogelijkheden om meer verkeer te generen dan de nieuwe planologische situatie. Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 8 van 20
Verder wordt er actief doorgewerkt aan verschillende projecten die het doel hebben om de doorstroming op het hoofdwegennet (en de aansluitingen) te verbeteren. Zo wordt vanuit het MIRT-programma A2 Deil-Vught ingezet op ‘netwerkbreed gecoördineerd verkeersmanagement’ (NGV). Met NGV worden de verkeersystemen van de betrokken wegbeheerders (Rijkswaterstaat, provincies Gelderland en Noord-Brabant en gemeente ’sHertogenbosch) aan elkaar gekoppeld. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om bij doorstromingsproblemen op de A2 al bij te sturen op het onderliggende wegennet en andersom. Ook aansluiting Rosmalen (A59) zal hierin worden opgenomen en hiervoor is de verkeerslichtenregeling in 2020 aangepast. Conclusie: Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassing/aanvulling van paragraaf 3.4 Verkeer van de toelichting van het bestemmingsplan. 4. Brabants Landschap a. In de boszone ligt een voormalige zwemvijver waaraan een badhuis staat. Het badhuis stamt uit de jaren ’30 en is een bijzonder cultuurhistorisch object met een voor de omgeving belangrijke geschiedenis. Ter plaatse hebben verenigingen er hun opslag (zeecontainers) en een trainingslocatie (hondenschool). In 2020 heeft reclamant aangegeven dat behoud van het badhuis vanuit historisch oogpunt wenselijk is. In het ontwerpbestemmingsplan is het badhuis onder het overgangsrecht gebracht.
Brabants Landschap is onlangs gestart met een studie naar een duurzame invulling voor het badhuis. Hiervoor is subsidie aangevraagd bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Deze aanvraag is afgestemd met de afdeling Erfgoed van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Brabants Landschap verzoekt om een passende bestemming voor het badhuis, afgestemd op het huidige gebruik als verenigingsgebouw voor de reddingsbrigade en een duikvereniging 1. Brabants Landschap onderschrijft de keuze van de gemeente om de hondensportvereniging onder het overgangsrecht te plaatsen.
Het badhuis is onterecht onder het overgangsrecht geplaatst. Ook de gemeente is van mening dat het aanwezige gebouw cultuurhistorisch waardevol is. Omdat nog niet bekend is welke duurzame invulling wordt beoogd, is het bestemmingsplan in lijn met het verzoek van Brabants Landschap aangepast. Het vlak dat in het bestemmingsplan Coudewater uit 2012 is voorzien van de bestemming Maatschappelijk, is in het bestemmingsplan Coudewater (landgoed en boszone) - voor zover gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant - voorzien van de bestemming Maatschappelijk – Verenigingsleven. Voor de bebouwing is een bouwvlak opgenomen met dezelfde bouwmogelijkheden als in het nu geldende bestemmingsplan Coudewater uit 2012.
1
De gedeeltelijke verwoesting van het dak door brand in april 2022 is niet van invloed op het verzoek van Brabants Landschap Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 9 van 20
Conclusie: Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassing van paragraaf 4.2 en aanvulling van paragraaf 6.1 4 Cultuurhistorie van de toelichting van het bestemmingsplan en wijziging van de verbeelding en regels. Op de verbeelding is voor het badhuis de bestemming Maatschappelijk – Verenigingsleven met bouwvlak opgenomen. In de regels is de bestemming Maatschappelijk – Verenigingsleven toegevoegd 5. Provincie Noord-Brabant a. Ingevolge artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening (IOV) dient een plan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, gepaard te gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Deze kwaliteitsverbetering van het landschap moet financieel, juridisch en feitelijk zijn geborgd. Een gedeelte van het plangebied is gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. Als bijlage bij de regels zijn inrichtingsprincipes opgenomen in plaats van een inrichtingskaart. Er ontbreekt een inrichtingskaart. Onvoldoende duidelijk is nog welke beplanting gebruikt zal worden en waar deze wordt gesitueerd.
Voor het gedeelte van het plangebied (woongebied aan de Peter de Gorterstraat, tussen de begraafplaats en de golfbaan), dat is gelegen binnen de aanduiding Verstedelijking afweegbaar (buiten het stedelijke gebied), is voor de landschappelijke inpassing een beknopt inrichtingsplan opgesteld. Het gebruiken van woningen in het gebied met de aanduiding Verstedelijking afweegbaar is toegestaan onder de voorwaarde dat wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing. De Peter de Gorterstraat vormt een duidelijke harde grens van het woongebied. De bomen in de berm van deze straat zijn met de dubbelbestemming ‘Waarde – Robuuste groenstructuur’ voldoende beschermd waarmee maximaal wordt ingezet op behoud van deze bomenlaan. In de groene strook tussen de Peter de Gorterstraat en het voetpad binnen de bestemming Woongebied worden in de berm lage inheemse struiken geplant. Het behouden van een directe (zicht)relatie tussen de noord- en zuidkant van deze bestaande weg is hier het uitgangspunt. De bestemming van de gronden direct ten noorden van deze weg is aangepast van Groen naar Natuur en de omvorming van het volkstuinencomplex naar primair foerageergebied voor de das zijn als voorwaardelijke verplichting verankerd in het bestemmingsplan. Deze mitigerende maatregel is opgenomen in bijlage 2 bij de regels van het bestemmingsplan.
De aanleg van de voorgestelde inpassing langs de Peter de Gorterstraat en de oostelijke plangrens (voor zover gelegen binnen de aanduiding Verstedelijking afweegbaar) is in de regels opgenomen als voorwaardelijke verplichting. Op de verbeelding zijn hiervoor de aanduidingen ‘overige zone – landschappelijke inpassing’ en ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ opgenomen. De bestemming Groen tussen de Peter de Gorterstraat en de bestemming Woongebied is verbreed.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 10 van 20
b. De provincie merkt op dat in de bestemming Wonen het behoud en versterking van de ecologische waarden in de bestemmingsomschrijving ontbreekt. Omdat de percelen met deze bestemming grenzen aan bestaand (Peter de Gorterstraat) of nieuw (Berlicumseweg) Natuur Netwerk Brabant (NNB) is het voor de externe werking op het NNB van belang dat ook op de gronden met een woonbestemming behoud en versterking van de ecologische waarden wordt nagestreefd. De bestemmingsomschrijving is daarom op dit punt aangevuld. c.
In het bestemmingsplan is sprake van een natuurbestemming met de aanduiding tuin. De provincie mist een onderbouwing waarom deze delen niet in overeenstemming zijn gebracht met de NNB op de kaart van de IOV en ook geen deel uitmaken van het voorgenomen verzoek om herbegrenzing. Op verzoek van de provincie is gekeken of een deel van het NNB als zodanig kan worden behouden. Hier is invulling aan gegeven door het gedeelte van de tuin dat dicht bebost is, niet te betrekken in het verzoek tot grenswijziging. Wel is hier het gebruik als tuin binnen de bestemming Natuur toegestaan. De bouw van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is niet toegestaan. Ook is in de planregels opgenomen dat dit gedeelte van de tuin niet wordt beschouwd als erf of achtererfgebied in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zodat ook vergunningvrije bouwwerken niet zijn toegestaan.
d. In de artikelen 3.3.4 en 10.4.4 staan foutieve verwijzingen naar een bepaling over het inrichtingsplan. Deze verwijzingen zijn aangepast. Conclusie: Deze zienswijze heeft geleid tot wijziging van de verbeelding en regels. De foutieve verwijzingen in de regels zijn aangepast Op de verbeelding is in de noordoosthoek van de bestemming Woongebied o de bestemming Groen langs de Peter de Gorterstraat verbreed o de aanduiding ‘overige zone – landschappelijke inpassing’ opgenomen voor de gronden met de bestemming Woongebied voor zover gelegen binnen de aanduiding Verstedelijking afweegbaar. Voor de randen waar de landschappelijke inpassing moet plaatsvinden, is binnen de bestemmingen Woongebied en Groen de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ opgenomen. In artikel 4.4 is opgenomen dat de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ worden ingericht in overeenstemming met het inrichtingsplan dat is opgenomen als bijlage bij de regels. In artikel 9 Wonen is in de bestemmingsomschrijving “behoud, herstel en/of ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken” toegevoegd In artikel 10.4.4 is een voorwaardelijke verplichting toegevoegd voor een goede landschappelijke inpassing Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 11 van 20
6a. Het Groene Hart a. Reclamant wijst op de minimale breedte van de ecologische verbindingszone (EVZ) van 50 meter langs de Groote Wetering. Omdat de provinciale verordening bebouwing in deze zone niet uitsluit, is hier beperkt bebouwing toegestaan. Het Groene Hart acht het uitgesloten dat welke vorm van bebouwing dan ook inpasbaar is in relatie tot de EVZ. Elk bouwwerk en de functie daarvan leidt tot rustverstoring en heeft een barrière-effect omdat het de vrije doorgangsruimte sterk verkleint. Verder versnippert bebouwing de samenhang binnen de EVZ waardoor de robuustheid en dus het draagvermogen ervan afneemt ten koste van de duurzaamheid. Volgens Het Groene Hart voldoende aanleiding voor de gemeente om hier een stringenter eigen beleid te formuleren en zo een obstakelvrije EVZ van minstens 50 meter veilig te stellen. Aan de Groote Wetering (en haar oevers) is op de kaart ‘Natuur en stiltegebieden’ bijbehorend bij de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) de aanduiding ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’ (hierna: EVZ) toegekend. Voor aangewezen ecologische verbindingszones is artikel 3.25 relevant. Daar staat: “1. Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone strekt tot verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone met een breedte van: a.
ten minste 50 meter in Stedelijk Gebied en in Verstedelijking Afweegbaar; b. ten minste 25 meter in alle overige gebieden. 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels, om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone, die in ieder geval: a. het oprichten van bebouwing beperken; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken. 3. Na realisatie van de ecologische verbindingszone is Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant van overeenkomstige toepassing.”
Op grond van bovenstaand artikel moet een bestemmingsplan, voor zover gelegen binnen de aanduiding EVZ strekken tot de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone met een breedte van ten minste 50 meter (omdat het plangebied gedeeltelijk binnen ‘Stedelijk Gebied’ en gedeeltelijk binnen ‘Verstedelijking Afweegbaar’-gebied ligt). De aanduiding EVZ heeft géén externe werking. Dat betekent dat, zolang het bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding EVZ in overeenstemming met artikel 3.25 een regeling voor de ecologische verbindingszone treft, geen sprake is van strijd met de IOV.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 12 van 20
Het bestemmingsplan kent, waar het plangebied overlapt met de aanduiding EVZ een natuurbestemming. Aan die gronden is (in lijn met de IOV) tevens de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – behoud en herstel watersystemen’ toegekend. Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding zijn de gronden aangewezen voor de bescherming van de hydrologische instandhoudingsdoelen van het NNB. De conclusie is dat het bestemmingsplan voldoet aan de regels over de EVZ (artikel 3.25). Dit is bevestigd in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) van 8 december 2021: “De Afdeling stelt vast dat de beek … en haar oevers op de bij de IOV behorende kaart zijn aangewezen als "Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone". Deze zone ligt blijkens de kaart voor circa 25 m over de linkeroever, in het plangebied van het onderhavige plan, en voor circa 25 m over de rechteroever, in het plangebied waarvoor de raad het bestemmingsplan "…" heeft vastgesteld. Voor zover …. betogen dat de ecologische verbindingszone op grond van artikel 3.25, eerste lid, onder a, van de IOV volledig in het aangeduide Stedelijk Gebied moet worden gerealiseerd en daarbinnen ten minste 50 m breed moet zijn volgt de Afdeling hen daarin niet.
Deze bepaling moet zo worden begrepen dat, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op de ecologische verbindingszone die geheel of zoals in dit geval gedeeltelijk binnen het Stedelijk Gebied ligt, het plan dient te strekken tot verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone die ten minste 50 m breed is. Artikel 3.25, eerste lid, van de IOV bepaalt niet dat het gedeelte van de ecologische verbindingszone dat binnen Stedelijk Gebied is gelegen zelf 50 m breed moet zijn. Dat stemt niet overeen met de aanduiding voor de ecologische verbindingszone op de van de IOV deel uitmakende kaart. Artikel 3.25, eerste lid, van de IOV bepaalt evenmin dat de volledige ecologische verbindingszone van 50 m breed voorzien moet zijn in één bestemmingsplan.”
Zie in gelijke zin verder nog: AbRS 8 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1498; AbRS 9 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1217; AbRS 21 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1663. Wij stellen dus voorop, dat het bestemmingsplan volledig in overeenstemming met de provinciale verordening is. In dat kader merken wij het volgende op. Eind 2007 hebben de waterschappen en de provincie de Bestuursovereenkomst Water 2 gesloten waarbij het Waterschap Aa en Maas als trekker voor deze EVZ is aangewezen. In dat kader is het waterschap al geruime tijd bezig deze EVZ in te vullen en zijn delen van oevers van de Groote Wetering al ingericht als EVZ voor de doelsoorten. Ter hoogte van Landgoed Coudewater is deze EVZ functie aan de zuidzijde van de Groote Wetering reeds ingevuld. De bedoelde EVZ verbindt het landgoed De Wamberg met overige NNB gebieden ten oosten daarvan. Vanwege de barrièrrewerking van het wateroppervlak van de Groote Wetering heeft de provincie in de voorbereidingsfase gewezen op de noodzaak ook op de noordoever een EVZ in te richten. De EVZ ter weerszijden van de Groote Wetering dient te worden ingericht voor de doelsoorten das, struweelvogels, kamsalamander en kleine modderkruiper, met als prioritaire soort de kamsalamander.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 13 van 20
De provincie en het waterschap zijn intensief betrokken geweest bij de planvorming en inrichting van de EVZ. Tijdens de werksessies met de provincie en het waterschap is ook steeds door de provincie aangegeven dat 25 meter uit de waterlijn van de Groote Wetering vrij moet blijven van bebouwing. Dat is geborgd in het bestemmingsplan door de gronden binnen deze afstand, voor zover gelegen binnen het plangebied, te voorzien van de bestemming Natuur. De provincie heeft de gemeente verder verzocht bebouwing in een tweede zone van 25 meter te beperken (nogmaals: deze zone volgt niet juridisch bindend uit de IOV). Ook daaraan is (ten opzichte van de juridische verplichtingen uit de IOV ten overvloede) gehoor gegeven door de bouwmogelijkheden in deze zone ten opzichte van de vastgestelde ontwikkelstudie te beperken en strak te begrenzen. Met een zorgvuldige inrichting is bebouwing aanvaardbaar. De op grond van het bestemmingsplan toegestane bebouwing staat de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een EVZ niet in de weg en verder wordt rekening gehouden met de doelsoorten waarvoor de EVZ is aangewezen. Wij lichten dat uitgebreider toe. In de structuurvisie en ontwikkelstudie zoals beschreven in hoofdstuk 2 van de toelichting van het bestemmingsplan is te zien dat de grens van ontwikkelveld LG9 (zie afbeelding in par.
2.2.5) gelijk is aan de grens van de aanduiding ‘Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone’ uit de IOV. In het bestemmingsplan is voor een strook van 25 meter uit de waterlijn van de Groote Wetering (ruimer dan in de structuurvisie en ontwikkelstudie is opgenomen) de bestemming Natuur opgenomen. De bouwmogelijkheden in de tweede 25 meter-zone zijn (aanvullend op de vereisten voortvloeiend uit de IOV) beperkt tot een drietal natuurvriendelijke eengezinswoningen en een klein appartementengebouw. Er is vanuit landschappelijk oogpunt bewust gekozen voor een overgangszone waar mensen wonen met respect voor het leefgebied van verschillende diersoorten in plaats van een harde ruimtelijke scheiding tussen het woongebied en natuur, hier in de vorm van een EVZ. We hebben dit meegenomen in de vertaling van de ontwikkelstudie naar het bestemmingsplan, waarbij voor het zuidelijke deel van ontwikkelveld LG9 alleen voor de bouwplots van de beoogde woningen een (bebouwbare) woonbestemming is opgenomen. Bij deze woningen wordt dus geen buitenruimte voorzien; bij de eengezinswoningen worden verblijfsruimtes zoals woonkamer en keuken op de verdieping gesitueerd. De bestemming Natuur ligt tot aan het landgoedpad (zie ook afbeelding 3.13 in par.
3.6 van de toelichting van het bestemmingsplan) en omringt de drie natuurvriendelijke eengezinswoningen waar het gebied tot tegen de gevels van het gebouw wordt ingericht als natuur. Binnen de bestemming Natuur is geen bebouwing of oppervlakteverharding toegestaan. Hiermee maken we veilige en beschutte looproutes voor de dieren en zorgen we voor voldoende rustige en beschutte plekken. Verder worden de toekomstige bewoners op Coudewater geïnformeerd over de wijze waarop zij ruimte moeten geven aan de aanwezige diersoorten. Ten opzichte van de verplichtingen die de IOV kent voor de EVZ is in het bestemmingsplan dus een ruimere regeling ter bescherming van de EVZ opgenomen. In het kader van het bestemmingsplan is een inrichtingsplan opgesteld voor de noordoever van de Groote Wetering waarop de functie voor de kamsalamander volwaardig wordt ingevuld. Het gaat voor het ecologisch functioneren namelijk niet zozeer om de feitelijke
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 14 van 20
breedte, maar om de inrichting van en voldoende oppervlakte aan leefgebied. Dat is per soort verschillend. Een typische EVZ bestaat uit leefgebieden waar de diersoorten een duurzame populatie hebben en waar alle relevante habitats zijn waar de dieren het hele jaar kunnen verblijven, voedsel vinden en zich voortplanten. Tussen deze leefgebieden liggen de feitelijke verbindingszones. Deze hebben als voornaamste functie de leefgebieden te verbinden en zullen daarom geschikt moeten zijn voor de dieren zich er door moeten kunnen verplaatsen naar het volgende leefgebied. De breedte en inrichting van die verbindingszone die hiervoor nodig is, hangt af van de eisen die de doelsoorten hieraan stellen. De kamsalamander is een weinig mobiele soort waarvoor een EVZ van belang is waarbij geschikte stapstenen of leefgebieden relatief dicht bij elkaar liggen (maximaal 400-500 m tussen voortplantingswateren/stapstenen). In Coudewater wordt daarom vooral een geschikt leefgebied ingericht met poelen voor de voortplanting en landhabitats om te foerageren en als winterverblijfplaats. De kern van dit leefgebied ligt aan de zuidwestzijde van Coudewater. Hier is de daarvoor bestemde en geschikte zone naast de Groote Wetering dan ook veel breder dan wat de IOV vereist.
Van daaruit is thans geen goede directe verbinding naar het westen waar de EVZ ten westen van de Berlicumseweg nog ingericht moet worden. Deze opgave ligt buiten het plangebied van Coudewater. Naar de oostzijde ligt op het landgoed een doorlopend leefgebied van 30 – 50 m breed. Aangezien de kamsalamander een klein dier is, is voor de functionele breedte van een verbindingszone een paar meter al voldoende indien de inrichting voldoet en vooral indien knelpunten en barrières ontbreken. Een geschikte inrichting voor een verbindingszone is een ruige vegetatie met gras en kruiden, moerasruigte, struwelen en bos en over het algemeen een kleinschalig landschap met houtwallen en bosjes met voldoende schuilgelegenheden (dode bladeren, takkenbossen, stronken). De inrichting voldoet in de huidige situatie al als geschikt landleefgebied. Door de aanleg van geschikte poelen, houtstapels en andere schuilgelegenheden zal deze geschiktheid verder toenemen tot een volwaardige stapsteen. De verbindingszone naar het oosten is ruimschoots voldoende voor kamsalamanders om hier doorheen te trekken naar een volgende stapsteen (bijv. de poelen langs de golfbaan en de verder naar het oosten gelegen stapstenen). Gelet op het voorgaande wordt voldaan aan de IOV.
Dit wordt bevestigd in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) van 8 mei 2019: “Uit de kaartbijlage bij de Verordening, bezien in samenhang met de verbeelding van het plan, blijkt dat voor zover het plangebied valt binnen deze ecologische verbindingszone, het plan voorziet in de bestemming "Natuur". …. Deze bestemming strekt onder meer tot het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden (in BP Coudewater: behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van de landschappelijke en ecologische waarden en kenmerken). Deze bestemming sluit aan op gronden buiten het plangebied die in de Verordening zijn aangewezen als "Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone" en als zodanig fungeren. Het plan strekt
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 15 van 20
derhalve ter plaatse van de gronden die daartoe zijn aangewezen tot de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone ... Voor zover Het Groene Hart stelt dat de voorziene ecologische verbindingszone zal worden aangetast door verstorende omgevingsfactoren vanwege de voorziene woonbestemmingen, overweegt de Afdeling het volgende. In de planregels zijn beperkingen gesteld aan de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de met de bestemming "Natuur" aangewezen gronden. Hiermee voldoet het plan aan de vereisten in de Verordening, dat is gericht op het voorkomen dat de gronden zelf minder geschikt worden voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. In dit verband is van belang dat de toelichting bij dit artikel in de Verordening vermeldt dat bij de ecologische verbindingszone een beperkt beschermingsregime geldt, gericht op het bieden van basisbescherming, en dat het enkele feit dat de zone aansluit aan een gebied met stedelijke activiteiten niet maakt dat deze basisbescherming niet kan worden geboden. In de regeling van de Verordening wordt immers al rekening gehouden met de mogelijkheid dat de ecologische verbindingszone aansluit aan stedelijk gebied: ...
Uit hetgeen Het Groene Hart heeft aangevoerd, volgt niet dat hetgeen het plan mogelijk maakt aansluitend aan deze zone zodanig verstorend werkt dat dit gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone, zoals in de Verordening is bedoeld. De Afdeling ziet, anders dan Het Groene Hart heeft aangevoerd, evenmin aanleiding voor het oordeel dat de raad in het kader van een goede ruimtelijke ordening een natuurbestemming met een breedte van 90 m had moeten aanhouden.”
In tegenstelling tot wat het Groene Hart stelt ten aanzien van breedte en het type natuur gaat het voor het verbindingsdeel van een EVZ alleen om de functionaliteit van verplaatsing van dieren tussen stapstenen. Kamsalamanders migreren weinig en als ze dat doen dan doen ze dat met name in het vroege voorjaar (febr-maart), als ze op zoek gaan naar geschikt voortplantingswater. Op dat moment dienen de omstandigheden in de verbindingszone geschikt te zijn voor de salamanders om doorheen te kunnen trekken. De rest van het jaar zullen verbindingszones zelfs niet of nauwelijks worden gebruikt. In de zomer en het najaar bewegen kamsalamanders zich over korte afstanden tussen poelen en omringende landschapselementen. Deze bevinden zich aan de westzijde van Coudewater en worden daar specifiek voor deze soort ingericht en beheerd. Kamsalamanders zijn vooral in de nacht actief en migreren dan ook vooral. Ze zijn voor zover bekend doof en hebben dus geen last van geluid. Hun zicht is slecht en daarmee beperkt tot enkele meters. Ze zijn daarom weinig verstoringsgevoelig door zaken die zich op meer dan enkele meters afstand afspelen. Daarom is geplande verbindingszone met een wisselende breedte ruimschoots voldoende. In de praktijk is de gehele zuidelijke strook van Coudewater bedoeld voor natuur.
Daarbij is rekening gehouden met de eisen van de kamsalamander, maar ook van algemene amfibieën, vogels en struweelvogels in het bijzonder, de das en een zo hoog mogelijke variatie aan overige plant- en diersoorten. Doordat er geen wandelpaden of andere toegangen worden toegevoegd aan de reeds aanwezige paden zullen grote delen van het gebied rust kennen.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 16 van 20
De wens van het Groene Hart om de inrichting van de Groote Wetering op een meer integrale manier op te pakken waarbij vooral ook de beek zelf beter in natuur en landschap wordt ingepast, onderschrijven we van harte. Ons inziens is met de toewijzing van een groot deel van het zuidelijke gebied van Coudewater aan een op de natuurgerichte inrichting en beheer een goede invulling van de EVZ, waarbij wij een ruimhartigere benadering hanteren dan de IOV van ons verlangt. Wij zien geen reden om een, door het Groene Hart voorgestaan, nog stringenter beleid te formuleren. Nogmaals wijzen wij erop dat de breedte van de EVZ binnen het plangebied sterk varieert en over een grote lengte vele malen breder is dan vereist. Dit is juridisch verankerd door het toekennen van de bestemming Natuur en de relatie met een als bijlage bij de regels opgenomen inrichtingsplan voor de EVZ. b.
Er heeft geen goede coördinatie over de planvorming plaatsgevonden tussen gemeente, provincie, waterschap en de gemeente Sint-Michielsgestel. Daardoor ontbeert dit plan een integrale ecologische probleemaanpak binnen en buiten de zone van de Groote Wetering. Er heeft intensief overleg plaatsgevonden met de provincie en het waterschap over de herontwikkeling van landgoed Coudewater en de breedte en inrichting van de ecologische verbindingszone langs de Groote Wetering. Dit heeft geresulteerd in een positief advies over het bestemmingsplan van zowel de provincie als het waterschap. De gemeente SintMichielsgestel is hier niet actief bij betrokken, omdat - zoals ook door reclamant is aangegeven - de Groote Wetering een duidelijke ruimtelijke barrière is in zowel ruimtelijk als ecologisch opzicht. Bovendien is ten zuiden van de Groote Wetering op grond van de gemeente Sint-Michielsgestel reeds een ecologische verbindingszone aangelegd op landgoed De Wamberg. De gemeente Sint-Michielsgestel is net als reclamant actief geïnformeerd over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en heeft geen opmerkingen op het bestemmingsplan.
c.
Het Groene Hart verzoekt de raad om de ecologische ontwikkelingsmogelijkheden voor de toekomst veilig te stellen door de bestaande bebouwingsvrije zone van minimaal 60 meter te behouden. En daarnaast te bevorderen dat er een gecoördineerde aanpak van de ecologische problematiek zal plaatsvinden. Gelet op ons standpunt onder a is er geen reden om over de hele lengte van de Groote Wetering een bebouwingsvrije zone van minimaal 60 meter op te nemen in het bestemmingsplan. Ook de gemeente is voorstander van een gecoördineerde aanpak van de ecologische problematiek en heeft de planvorming daarom in nauw overleg met hogere overheden (provincie en waterschap) voorbereid. Bij de nadere uitwerking zullen verschillende belangenverenigingen (net zoals ook nu het geval is) worden geraadpleegd en betrokken.
Conclusie: Deze zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 17 van 20
6b. Het Groene Hart, aanvulling a. De ecologische verbindingszone (EVZ) ligt op een landschapsecologisch gezien strategische positie t.o.v. van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). De betekenis van de zone in actuele en potentiële zin voor het NNB en vooral voor het eigen gemeentelijke natuurnetwerk is onvoldoende onderzocht. Zoals aangegeven in de beantwoording van de primaire zienswijze van Het Groene Hart is in samenwerking met provincie en waterschap gedegen onderzoek gedaan naar de uitgangspunten voor de inrichting van de EVZ. Ook de betekenis van de EVZ binnen het NNB is daarbij nadrukkelijk betrokken. Wij waarderen de bereidheid van de ontwikkelende partij om – naast de vereiste maatregelen - een groot deel van het landgoed in te richten en te beheren als natuurgebied. Langs de Groote Wetering wordt een gevarieerd natuurgebied aangelegd primair gericht op de aangewezen doelsoorten. Nogmaals wordt gewezen op extra ruimte die – in relatie tot het provinciaal beleid - wordt ingezet voor natuurontwikkeling. b. De nu voorgestelde inrichting van de zone is omstreden waar het de begrenzing betreft en voorziet verder in nog toe te voegen bebouwing. Daardoor is er geen samenhangende robuuste ecologische verbindingsfunctie meer mogelijk. Van een robuuste ecologische verbindingszone is sprake als deze geschikt is voor de aangewezen doelsoort.
Bebouwing aansluitend aan de EVZ leidt er niet toe dat deze minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone (de EVZ heeft ook geen externe werking, vergelijk ook de eerdergenoemde uitspraak van 8 mei 2019). Daar waar Het Groene Hart aangeeft dat er bebouwing wordt toegevoegd, wijzen wij erop dat de gemeente het bestemmingsplan en beeldkwaliteitplan hebben opgesteld met het oog op het behoud, versterking en herontwikkeling van landgoed Coudewater. Uitgangspunt is dat de unieke eigenschappen en monumentale waarde van het landgoed optimaal worden beschermd. In de zuidoosthoek van het plangebied is de monumentale waarde van het landgoed laag. Het bestemmingsplan uit 2012 biedt tot aan de plangrens mogelijkheden voor het oprichten van bebouwing tot een hoogte van maximaal 15 meter. Door de aanleg van een EVZ met een breedte van minimaal 25 meter en het fors terugbrengen van de bouwmogelijkheden wordt hier een enorme kwaliteitswinst behaald. c.
Er is geen integrale visie voorhanden over de oplossing van de bestaande ecologische problematiek rond Coudewater met name aan de zuidkant waar de NNB vastloopt in allerlei obstakels van infrastructurele en waterstaatkundige aard. De obstakels die Het Groene Hart benoemt, zijn een gegeven. Door zowel ten zuiden als ten noorden van de Groote Wetering een EVZ aan te leggen die verbindingen legt tussen de verschillende natuurgebieden binnen het Natuur Netwerk Brabant, wordt optimaal ingezet op voldoende leefgebied voor de verschillende doelsoorten.
d. In een bijlage bij de aanvulling op de zienswijze heeft Het Groene Hart hoogtekaarten en profielen opgenomen met de breedtebepaling van de EVZ. Met de hoogtekaarten wordt Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 18 van 20
onderbouwd dat Coudewater landschapsecologisch gezien op een strategisch belangrijke locatie ligt en Het Groene Hart vindt dat de zuidelijke rand van het plangebied bebouwingsvrij moet blijven. Met de profielen wordt de ligging van de 25 en 50 meer lijn nader geduid. Het Groene Hart is van mening dat de maat van 25 meter minimaal moet worden uitgezet uit de buitenzijde van de dijk. Zoals Het Groene Hart zelf ook al aangeeft, hebben aan de randen van landgoed Coudewater forse infrastructurele en waterstaatkundige ingrepen plaatsgevonden die nu barrières vormen voor de gewenste ecologische verbindingen. De hydrologie van het bovenstroomse en benedenstroomse gebied zijn daarmee dusdanig veranderd dat historische hydrologie niet te herstellen is. Bovendien zijn door klimaatverandering en de grote veranderingen in landgebruik ook de eisen en wensen ten aanzien van het watersysteem veranderd en zullen in de toekomst nog veranderingen nodig zijn. De voorgestelde ontwikkeling op landgoed Coudewater staat versterking van het beekdalsysteem niet in de weg. Door nu aanwezige infrastructurele belemmeringen is het onmogelijk om het historisch eco-hydrologisch systeem volledig te herstellen. Het fors terugbrengen van bouwmogelijkheden op het landgoed draagt bij aan natuurherstelkansen.
Er wordt ingezet op het realiseren van een EVZ langs de Groote Wetering, juist om een ontbrekende schakel in het NNB te realiseren. Er is dan ook geen sprake van een ontwikkeling die toekomstige mogelijkheden voor natuurherstel belemmert. De beperkte mogelijkheden voor het oprichten van woningbouw in de tweede 25 meter zone zijn - zoals onder 6a uitvoerig onderbouwd - niet van invloed op de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. Binnen de in de IOV opgenomen aanduiding EVZ is geen bebouwing voorzien. In overleg met de provincie en het waterschap is bepaald dat de 25 meter zone wordt uitgezet uit de rand van het wateroppervlak van de Groote Wetering. De profieltekening die op pagina 5 van de aanvullende zienswijze van Het Groene Hart is onjuist omdat voor de uiterste grens van de bestemming Woongebied ter hoogte van het kleine appartementengebouw rekening is gehouden met een afstand van 25 meter tot de rand van het wateroppervlak van de Groote Wetering2. Ook de kade is geschikt als foerageergebied en migratieroute voor de kamsalamander. Bovendien is de breedte van de EVZ maar over een afstand van 25 meter (de breedte van het appartementengebouw) beperkt tot deze 25 meter. De drie natuurvriendelijke woningen staan op minimaal 30 meter uit de waterlijn.
Voor het overige heeft de bestemming Natuur binnen het plangebied een breedte van 50 tot 85 meter. Mede doordat de gronden rondom de drie natuurvriendelijke eengezinswoningen tot aan de gevel wordt ingericht voor de aangewezen doelsoorten kunnen de kamsalamander en das zich op diverse manieren van oost naar west verplaatsen en vormen de woningen door de beperkte oppervlakte geen barrière, zoals afgebeeld op de profieltekening die op pagina 5 van de aanvullende zienswijze. 2
De grens van de aanduiding Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone op de kaart Natuur en stiltegebieden van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (zie afbeelding 2.9 in par. 2.5 van de toelichting van het bestemmingsplan) is gelijk aan de grens van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - behoud en herstel watersystemen’ zoals opgenomen in het bestemmingsplan Coudewater (landgoed en boszone). Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 19 van 20
Ook is eerder aangegeven dat de gronden grenzend aan de Groote Wetering in de huidige situatie al geschikt zijn als landleefgebied. Door de aanleg van geschikte poelen op onderlinge afstand afgestemd op de doelsoort, het toevoegen van houtstapels en andere schuilgelegenheden zal de geschiktheid verder toenemen tot een volwaardig leefgebied. Er vinden tot het aan te leggen landgoedpad zo min mogelijk bodemingrepen plaats. Dit sluit aan bij de geringe inspanning die ook door Het Groene Hart wordt benoemd. Alleen ter plaatse van de drie natuurvriendelijke eengezinswoningen en het appartementengebouw zal zo beperkt mogelijk grondverbetering plaatsvinden. Wat betreft de hoogtekaarten merken wij op dat de provincie gebieden heeft aangewezen als Natuur Netwerk Brabant en zones heeft aangegeven die van belang zijn voor een goede samenhang en verbindingen tussen de verschillende NNB gebieden, daar waar deze in de huidige situatie veelal ontbreken. De provincie heeft bij de toekenning van deze aanduidingen voor de hele provincie bepaald waar belangrijke te beschermen natuurgebieden aanwezig zijn en verbindingen daartussen ontbreken om de ecologische verbindingsdoelen te bereiken. In de zuidoosthoek van het plangebied heeft de provincie geen waarde toegekend aan het gebied en geldt er ook geen beleid voor beekherstel.
Met het bestemmingsplan wordt ruimhartig(er)invulling gegeven aan het provinciaal beleid en is - zoals hiervoor al veelvuldig aan de orde is geweest - natuurontwikkeling een belangrijke onderdeel van toekomstige invulling van landgoed Coudewater. De zuidwesthoek is een restant van het oorspronkelijke beekdal van de Groote Wetering met daarin ook nog de oorspronkelijke beek. De provincie heeft delen van dit gebied aangewezen als EVZ, als onderdeel van en aanvulling op het NNB. Vanuit landschap en ecologisch functioneren is het wenselijk dit stukje beekdal als een geheel in te richten en te beheren. Daarmee is het een duidelijke versterking van het NNB. e. De getekende corridor langs de oude beekloop die vanaf de Groote Wetering in noordelijk richting door Coudewater loopt, wordt slechts ten dele als ecologische zone aangegeven, terwijl deze toch onderdeel van een doorgaande beekloop is. De oude beekloop is niet aangeduid als NNB. Deze is onderdeel van het park en wordt als onderdeel daarvan ecologisch beheerd. Het betreft hier een A-watergang waarvan alleen de oevers gedeeltelijk geschikt zijn voor de kamsalamander. Meer noordelijk heeft de beekloop steile oevers waar in de huidige en toekomstige situatie gazons aan grenzen. Het profiel van de oude beekloop wordt ter plaatse niet aangepast. De oevers zijn daarmee minder geschikt voor de kamsalamander.
Conclusie: De aanvulling op de zienswijze leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Coudewater (landgoed en boszone)” Pagina 20 van 20